Retroscoop - Scheveningen en haar Kurhaus Van duindorp tot mondaine trekpleister deel 2 RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Scheveningen en haar Kurhaus

Van duindorp tot mondaine trekpleister Deel 2

Benoit Vanhees

   

In deel 1 van dit artikel werd het ontstaan van het strandtoerisme in Scheveningen in ruwe trekken geschetst. We zagen hoe dit deel van Den Haag eerst een bescheiden houten badhuis kreeg, maar hoe dit al snel plaats maakte voor een prestigieuser gemeentelijk initiatief. Ook de valse start van het Kurhaus werd belicht, net als hoe al snel daarop een volledig nieuw Kurhaus uit de assen van de eerste rees. Aan de hand van een selectie uit het beeldmateriaal dat er van dit gebouw bestaat, passeerden tot slot de verschillende samenstellende bestanddelen van dit Kurhaus de revue.

In dit tweede deel blijven we meer in detail stilstaan bij hoe dit Haagse stadsdeel verder verfraaid werd, om het elitaire publiek te plezieren. Dit brengt ons ondermeer naar de winkelgalerijen en het Wandelhoofd.

5) De verfraaiing van Scheveningen
 

5.a) Het Gevers Deynootplein 



Het huidige Gevers Deynootplein heette tot 1891 Badhuisplein, ondanks het feit dat dit Badhuis reeds in 1885 plaats had gemaakt voor het eerste Kurhaus. Vanaf 1864 werd dit Badhuisplein de terminus van de paardentram die Den Haag met Scheveningen verbond. Vanaf 1879 deden de stoomtrams hun intrede op deze lijn, en in 1884 werd dan ook een onderhoudsloods nabij het Badhuisplein aangelegd. In hetzelfde jaar werd ook met de bouw van het eerste Kurhaus begonnen. Op dat moment stond reeds het Hotel des Galeries met zijn winkelgalerij op het gelijkvloers sedert 1876 op de rand van dit plein.

In 1891 volgde dan de naamswijziging van Badhuisplein in Gevers-Deynootplein, dat overigens het grootste van Scheveningen was. De nieuwe naam verwees naar de zeer betekenisvolle burgemeester François G.A. Gevers Deynoot, één van de belangrijkste promotoren van het kusttoerisme. Deze droeg van 1858 tot 1882 de burgemeesterssjerp van Den Haag. Oorspronkelijk waren er enkel grasperken en fonteinen op dit plein, met voorts een pretzelvormig netwerk van voetpaden en tramsporen.

Begin 20ste eeuw werd het Kurhauscafé, dat dichter bij het strand opgesteld stond naar het centrum van het centrum van het Gevers-Deynootplein verhuisd. Dit café werd omstreeks 1924 het Kurhauscabaret. Hier werden niet alleen theatervoorstellingen georganiseerd, maar ook concerten, spreekbeurten en conferenties. (zie Deel 3: horeca) Voorts vestigden zich rond of in de nabijheid van dit plein verschillende andere horeca-zaken, zoals het Café International. Een andere attractie aan dit weidse plein was een grote constructie met een fraai inkomgebouwtje, waar circusvoorstellingen georganiseerd werden. (zie Deel 3) 

 

Het plein onderging zeer verregaande gedaantewisselingen. In de 1960´s verdween het Kurhauscabaret, in de vroege 1970´s gevolgd door het fraaie Hotel des Galeries. Zelfs al zou het hierbij gebleven zijn, zou het al een catastrofaal resultaat zijn geweest. Maar -net zoals alles altijd beter kan- kon het blijkbaar ook zonder problemen nog slechter...

In de 1980´s werden weinig geslaagde appartementsblokken op het plein neergepoot, die het blijkbaar een verdienste vonden om het mooi gerestaureerde Kurhaus deels aan het zicht te onttrekken. Als er dan toch al gemoderniseerd “moest” worden, dan kan men zich wel heel terecht afvroeg of dat heus niet op een andere plek had gekund. Noch wat de beleidsmakers die dit ooit hebben goedgekeurd in hemelsnaam bezielde, welke “visie” hun besluit onderbouwde...

Het eindresultaat is zonder enige twijfel even knullig als sommige fratsen die men in Antwerpen heeft uitgehaald, in het bijzonder de drie maal zo hoge miskleum van jewelste als buur van de Opera. Alleen, die laatste beslissing dateert nog uit de dolle 1960´s, terwijl het architecturaal dichtslibben van het ooit zo weidse plein 20 jaar later plaats vond. Had men op dat moment dan heus nog steeds niets bijgeleerd uit de fouten uit het verleden ?


Het wordt blijkbaar hoog tijd om eens een aparte “Master in Urbanisatie” in het leven te roepen... Bij voorkeur overigens eerder in de schoot van de afdeling Kunstgeschiedenis, eerder dan in die van de richting Architectuur... Anders zou men wellicht erg snel vaststellen dat men al bij al niet zo heel veel is opgeschoten. Veel architecten die met hartstocht de kaart van erfgoed trekken zijn er sowieso niet: daarmee kan men immers geen "naam" maken als "visionair" en "vernieuwer".... Zij die wel al een beetje voeling hebben met wat het verleden aan parels heeft voortgebracht, kunnen dan weer zelden weerstaan aan het toevoegen van de één of andere ridicuul grote glazen luifel of een kubistisch accentje hier en daar. Men zou boeken kunnen vullen met voorbeelden van zogezegd geslaagde restauraties... ! Om even te vergelijken: wie zou het in zijn hoofd halen om een hedendaagse spoiler of moderne velgen als “accentje” op een Bugatti Atalante 57 te zetten ?

Dat bij de restauratie van gebouwen ingrepen op het vlak van energiezuinigheid en brandveiligheid absoluut een noodzaak zijn, staat buiten kijf. Dat is evenwel nog iets helemaal anders dan een 19de eeuwse architecturale parel met designlampen en glazen schuifdeuren uit te rusten... Maar... Retournons à nos moutons, vooraleer de Nationale Vereniging van Architecten enz. enz. …

 

5.b) Winkelgalerijen en verkoopsstandjes
5.b.1 Oranjegalerij

 


Op de dijk langsheen het strand van Scheveningen werd op het einde van de 19de eeuw een “Boulevard” aangelegd. Naar verluidt is dit Franse woord een verbastering van het Nederlandse woord “bolwerck”, en werd hiermee een “wandel”weg op een militaire vesting. (vergelijk: de Anwerpse “Boulevard” loopt waar vroeger de stadswallen invallers buiten moesten houden). Een ander Frans woordje vond in die periode ingang in het mondaine Scheveningen, namelijk “Promenade”, waarmee diezelfde Boulevard werd bedoeld.

Links van het Kurhaus, wanneer bekeken vanop het strand bevond zich eerst het Kurhauscafé, omstreeks 1901 ontmanteld en wat verderop verhuisd om plaats te maken voor het Palace Hotel. Nog wat verderop bevond zich het uitgestrekte Oranje Hotel. Aan de voet van deze twee hotels werd omstreeks 1903 een fraaie winkelpromenade in gebruik genomen. Deze Oranjegalerij groeide al snel uit tot een belangrijke toeristische trekpleister.





De fraaie hoofdingang ervan bevond zich op de hoek van de Boulevard en de Palacestraat. Hij was met smaak versierd met typische Art Nouveau-tirlantijntjes, met daartussen een groot naambord, waarop het woord “Oranjegalerij”. Deze bood onderdak aan een reeks winkeltjes en horecazaken, en werd ook wel aangeduid met de term “Palace promenade”. Ongeveer halfweg bevond zich een elegante trap, die toeliet om naar het ongeveer 5-6 meter hoger gelegen deel van de dijk te klimmen.










  
Nergens een peukje of zwerfvuil ! 



 


De elegante galerij werd zwaar beschadigd tijdens de Duitse bezetting, net als heel wat andere gebouwen in Scheveningen. Om een idee te geven van hoe ernstig de beschadigingen aan de badplaats waren, nemen we hier integraal een artikeltje over, verschenen in De Waarheid (Volksdagblad voor Nederland) uit 13 augustus 1945, getiteld "Half Scheveningen vernield".

"Scheveningen werd Duitse vesting, en dat kostte deze badplaats 8219 woningen, 547 bedrijven, 17 scholen, 10 ziekenhuizen en sanatoria, 10 openbare gebouwen en 2 kerken, een schade van 8 millioen (sic). Daarvoor in de plaats kwam gewapend beton, en het zat zeker 1 1/2 jaar duren voor Scheveningen weer op een badplaats lijkt. De Pier, de Oranjegalerij en Café Rotonde vielen onder de Duitse vernielingswoede, de haven is behandeld zoals de Rotterdamse haven, de Scheveningse Bosjes zijn zwaar gehavend, de Waterpartij is verwoest. Er zijn nog maar weinig Scheveningers terug, en de badplaats is nog leeg en verlaten. Er wordt evenwel aan het herstel gewerkt. 5000 geïnterneerde NSB-ers zullen hier wat te doen krijgen.
"

De klemtoon lag op een snelle reconstructie, om het leven weer zo spoedig mogelijk zijn normale gang te laten gaan. Er was dan ook helaas niet langer tijd, plaats en geld voor veel tierlantijntjes. De Oranjegalerij werd niet heropgebouwd, zoals het oude Ieper na WO 1 herrees. De oude winkelgalerij maakte plaats voor gemoderniseerde etalages. Dat was ondermeer het geval voor die van het Palace Café, dat in de plaats kwam van de gesneuvelde Art Nouveau-ingang van de vroegere winkelgalerij.



Achteraan de gemoderniseerde Oranjegalerij, vooraan "Alain Delon"...
 

5.b.2 Winkelgalerij Kurhaus







"Alleen echt met dit merk..."

Na de oorlog bleken de sierlijke relingen boven de winkeltjes
verdwenen te zijn. Jonge dames in folkloristische kledij en op
klompen moesten blijkbaar voor wat "couleur locale" zorgen...
 

 


Ook ter hoogte van het Kurhaus zelf bevonden zich een reeks winkeltjes. Uit oude postkaarten blijken zich hier ooit een sigarenwinkel (Weinth
al & Co.) en een horlogewinkel (?) te hebben bevonden. Op gegeven moment bevond er zich ook een filiaal van de chique Parijse "Grands Magasins du Printemps". De laatste afbeelding toont een gaanderij met metalen zuilen afgewerkt, met ondermeer een bloemenzaak. De precieze locatie ervan werd niet geïdentificeerd, maar mogelijk lag deze eerder aan de landzijde of de zijkant van het Kurhaus. (?)


5.b.3 Winkelstandjes

 

 



Naast de uitbaters van een vast winkelstandje waren
ook ambulante verkopers op pad om een stuiver bij te verdienen


Men zag rond dezelfde plek eveneens houten kraampjes waar men snoep (bv. de "Hopjes" van de lokale fabrikant Rademaker), ijsjes, glaasjes melk of wijn enz. verkocht. Er waren lang ook een soort tenten opgesteld, die men eerder in een verhaal van de Rode Ridder zou verwachten. Wat hun functie precies was is niet helemaal duidelijk. Mogelijk behoorden ze aan de verhuurders van strandstoelen enz. ?

 

 


Die Scheveningse strandstoelen waren trouwens wel ongewoon. Vanuit de verte leek het wel alsof een exclusief in Nederland voorkomende bruine pinguïnsoort het strand had ingepalmd. Omdat de stoelen uit riet gevlochten waren, en een kapvormige hoge rug hadden, werden ze ook wel met de term "korfstoel" aangeduid. Doorgaans waren op de hoge bultrug cijfers of symbolen aangebracht, opdat de verhuurders gemakkelijk hun exemplaren zouden terugvinden. De ongewone stoelen hadden -net als een mand- twee handvatten, om ze gemakkelijk te kunnen transporteren.

Het is ons niet helemaal duidelijk of er verschillende "klassen" van korfstoelen waren, zoals bij treinwagons. Sommige afbeeldingen laten alleszins korfstoelen zien, goed voor twee personen, die aan de binnenkant mooi afgewerkt waren. Afgaande op een hele reeks postkaarten blijken er geen "kindermodellen" te zijn geweest. Omdat men op de Belgische stranden deze korfstoelen maar zeer uitzonderlijk tegenkwam, leek wat meer beeldmateriaal hier wel aangewezen...

 



 

 


(Enthousiast en met kristallijnen stemmetje) Hâââââllllooooo....

  

De luxemodellen voor twee personen, compleet met
binnenbekleding... en euh... bovenverdieping !
Bruinen was in die tijd duidelijk niet de reden van een strandbezoek...



Sensational ! Read all about it.... ! Een zonderlinge soort
pinguïn gesignaleerd aan het Noordzeestrand !
 

De korfstoelen bleven een vertrouwd zicht in de 1950´s en 1960´s, om dan geleidelijk in de 1970´s (zo goed als) volledig te verdwijnen. Toch inspireerde deze klassieker enkele moderne ontwerpers, die met een "designversie" afkwamen...


   

5.c) Het Koningin Wilhelmina-wandelhoofd

Scheveningen verder verfraaid door de aanleg van een 372 m lang en 8 meter breed “wandelhoofd”, ontworpen door architect W. B. Liefland, maar naar een tekening van de Brusselse ingenieur Wyskowski. Deze werd op 6 mei 1901 officieel in gebruik genomen. Het was de toen 25 jarige Prins Hendrik, de kersverse echtgenoot van Koningin Wilhelmina die deze nieuwe toeristische troef dat jaar plechtig mocht inhuldigen. Veel benamingen in Scheveningen verwezen op de één of de andere manier naar het Huis van Oranje, voor een stuk natuurlijk omdat Scheveningen een deel van de hoofdstad Den Haag (´sGravenhage) is. Het zal dus geen verwondering wekken dat het mooie wandelhoofd naar de jonge koningin genoemd werd. 




Laten we eens de samenstellende delen van het Wandelhoofd van wat dichterbij bekijken.

5.c.1 Ingang

 

 



 

Een wat bizar opgestelde verrekijker... tenzij misschien wel
luchtafweergeschut tegen opdringerige meeuwen  of... tweedekkers?


Het Wandelhoofd was aanvankelijk niet vrij toegankelijk. Nadat men over een voetgangersbrug over de Boulevard gewandeld had, kwam men aan twee fraaie torentjes in Moorse of Hindoestijl. Daar ging men via één van de twee trappen naar benden, waar tolhuisjes en -hekken stonden opgesteld.

Geüniformeerde tolontvangers / bewakers zorgden voor de goede gang van zaken, en enkel wie een geldig toegangsbewijs had, mocht op de pier.

Aan weerszijden van de ingang stonden bloempotten opgesteld op elegante Art Nouveau draagkolommen. Sierlijke straatlantaarns zorgden voor de "finishing touch"...


 



Let op de versieringen op het dak van de tol- en
schuilhuisjes...
De subtiele kracht van details !

 

Was het "Salon Stoomjacht" één van de plezierboten die vanuit het
uiteinde van de Pier uitvaarden ? (Zie Deel 3: Pleziervaarten)

 

Op gegeven moment werd het geheel van schuilhuisjes versimpeld
Er werd nog één tolhuisje overgehouden, voorzien van een sierlijk
koepeldakje. Hierboven het Wandelhoofd op een rustig moment...
De installatie voor de feeërieke avondverlcihting (zie verder) werd 
ondertussen blijkbaar eveneens ontmanteld.

... en hier op een iets minder druk moment !
Het Scheveningse strand werd in het interbellum als maar populairder


Wellicht ergens in de 1920´s werden ook de tolhekken en toegangspoorten afgeschaft.

De voetgangersbrug moet aan de strandzijde erg populair zijn geweest bij iedereen die kleiner was dan 1,50 m, bv. als een soort geïmproviseerd klimrek...




(Apetrots): Kijk mama !

Met de groeten van Sientje !
Ook onder de voetgangersburg werden geen kostbare vierkante

meters nodeloos verspild... Ook hier dus horecazaken en terrasjes !
 


5.c.2 Wandelgedeelte


Een snuifje Aruba, een theelepeltje Blackpool, goed mengen en.... Tadaa...


Let op de erg sierlijke lantaarns




Langsheen de arm van de pier waren op regelmatige afstanden uitstulpingen zoals aan een vliegdekschip, die toelieten om de zee gade te slaan, zonder de stroom van voorbijgangers te hinderen. Hierin waren op gegeven moment nog zitbanken in verwerkt. Ongeveer in het midden van de 300 meter lange arm was een soort "eiland".

Reclame voor de Panorama Mesdag, zo genoemd naar de zeer
getalenteerde lokale landschapsschilder, die tal van prachtige
schilderijen van Scheveningen naliet. Vandaag de dag een rijke
informatiebron voor de periode van voor de fotografie...



Op gegeven moment werd het Wandelhoofd ingedeeld in twee "wandelvakken", afgescheiden door windbrekers. Het kon immers behoorlijk druk zijn op de pier, en het hielp zeker nogal wat irritatie van de wereld af, nadat er toch enige systematiek werd aangebracht in de wandelrichtingen. Toen deze windschermen over heel de lengte van de arm van de pier werden opgesteld, kon men aan weerszijden ervan extra zitbanken plaatsen.



Zo´n postkaarten geven onbedoeld meteen ook veel
informatie over kinderkleding uit die lang vervlogen tijden...


Het wandelhoofd werd vaak versierd met vaandels, wimpels en vlaggen. Er werd ook gezorgd door een speciale verlichting, die bij valavond al voor een feeërieke sfeer zorgde.






 

5.c.3 De Rotonde of het “Paviljoen”


Op einde van dit “wandelhoofd” bevond zich een tamelijk groot rond paviljoen, waar men ondermeer naar concerten kon gaan luisteren. Het orkest of de artiesten namen plaats op een soort balkon. Binnen stonden tafeltjes en stoelen opgesteld van een horecazaak. Ook rond de Rotonde was er ruimte voldoende om bij mooi weer een terras op te stellen.







 

 

In zijn al bij al kort bestaan heeft het Wandelhoofd allerlei
slag mensen over de planken vloer gekregen,, een bonte
verzameling aan hoofddeksels zien voorbij schrijden...


Er hebben blijkbaar altijd wel mopperaars bestaan. Reeds in de 1920´s ergerden een aantal hoge gasten van het Kurhaus hotel zich erover dat de elegante wandelpier het uitzicht naar de zee vanuit hun hotelkamer belemmerde. Verre voorlopers dus van de “snobinards” uit Knokke, die zich behoorlijk opwonden over de mogelijke inplanting van windmolens op een zandbank ergens in de Noordzee... Alles vloeit, niets blijft zo wisten de oude Grieken al. Tenzij misschien de vindingrijkheid van de mopperzucht van sommige individuen. Deze
lfde personen zouden ongetwijfeld geklaagd hebben dat het strand saai was, mocht er geen wandelhoofd zijn geweest, of over de meeuwen die teveel krijsen... Dit was zo al eeuwen geleden, en zal zonder twijfel ook nog wel in de 24ste eeuw bestaan.

Afgaande op de groen-zwarte Bugatti haalden de reclamemakers
hier toch wel duidelijk inspiratie bij het Office du Tourisme van Nice

 

 


Het mooie wandelhoofd werd helaas op 26 maart 1943 bijna compleet verwoest door een brand. Wellicht werd dit moedwillig aangestoken door Duitse soldaten, die commandoacties of operaties à la Dieppe (aug. 1942) vanuit Engeland vreesden. Enkel wat troosteloze pijlers herinnerden nog een tijdje aan de ooit zo elegante constructie.

In tegenstelling tot het Kurhaus zou dit wandelhoofd geen tweede leven kennen. De schamele restanten werden na de oorlog opgeruimd, en in 1961 werd wat verderop een compleet nieuwe pier aangelegd. Dit veel moderner ogend geheel met twee kunstmatige eilandjes werd door Prins Bernhard officieel geopend. Over het feit dat de nieuwe constructie langs geen kanten aan de elegantie van het oude Wandelhoofd zelfs maar kon tippen, lag in de 1960´s nauwelijks iemand wakker van.

De betonnen structuur ondervond gaandeweg veel last van het zoute water, een fenomeen dat “betonrot” wordt genoemd. Hij werd gerestaureerd door een goed ingeplante horeca-firma. Naar verluidt werd deze investering echter nooit echt lucratief.

5.c.4 Kiosk

 


Tussen het Kurhaus en het Wandelhoofd in bevond zich een klein rond gebouwtje, dat wellicht een kiosk was. (Het lijkt zowaar reeds aanwezig op afbeeldingen van het oude Badhuis. Of het ook echt vaak door muzikanten werd gebruikt is onduidelijk. Nergens werd een afbeelding gevonden waarop bv. een fanfare of harmonie te zien is, of een met volle overgave zingende artiest(e)...


In deel 3 van dit drieluik trekken we naar het Circus, bezoeken we de Scheveningse Bosjes en de hotels in de buurt.

 

 
 
database afsluiten