Retroscoop - Scheveningen en haar Kurhaus Van duindorp tot mondaine trekpleister deel 4 RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Scheveningen en haar Kurhaus

Van duindorp tot mondaine trekpleister Deel 4

Benoit Vanhees

       

 

 

7) Vermakelijkheden voor de toeristen

 

Elke badplaats probeert wel initiatieven te verzinnen of zo aan te passen, dat ze extra bezoekers gaan aanlokken. Soms zijn dat muziekfestivals, dan weer optochten en stoeten allerhande. Ook in Scheveningen werden een hele reeks initiatieven ondernomen, die het best in deze rubriek gegroepeerd kunnen worden.

 


7.a)
Rondritten op ezels en in koetsen

 

 

 

 

Een aantal mensen verdienden wat stuivers en rijksdaalders bij, door families de mogelijkheid aan te bieden om hun kleinste kinderen een ritje op een ezel aan te bieden. Verschillende generaties kinderen maakten op die manier nader kennis met de doorgaans vreedzame en sympathieke langoren.

 

Op een aantal postkaarten kan men ook zien dat er ook de mogelijkheid bestond om een rondrit in een koets te maken.

 

 

 

7.b) Pleziervaarten

 

 

 

 

 

Toeristen konden ook een rondvaart met boten maken op de Noordzee. Daartoe waren aanlegfaciliteiten aan het uiteinde van het Wandelhoofd aangebracht. Het is niet uitgesloten dat ook vissers die mogelijkheid aanboden, kwestie van wat bij te verdienen aan die rijke strandbezoekers, op zoek naar straffe sensaties.

 

 

 

 

 

7.c) Sportinfrastructuur

 


Haags Gemeentearchief
Art Deco Affiche
Henny P. Faber 1927

 

Uit de bovenstaande affiche uit de 1920´s blijkt dat Scheveningen ook tennisvelden en een golfterrein met 18 holes aan te bieden had.

 

 

7.d) Vlootdagen en vliegmeetings

 

Om de zoveel tijd kwamen de schepen van de Nederlandse Marine zo dicht mogelijk bij het strand varen. Voor de toeristen betekende dit een leuke attractie, voor de Marine misschien wel een PR-stunt om officieren aan te trekken.

 

 

 

 

Er werden ook wel bescheiden vliegmeetings gehouden, waarbij vliegtuigen allerhande of ballons betrokken waren.

 

7.e) Schoonheidswedstrijden voor trams

 

Zie het hoofdstuk hieronder

 

 


8) Trams en treinen

 

 


Collectie Retroscoop

 

  

De eerste trams die Scheveningen aandeden waren paardentrams. Deze verbonden vanaf 1864 Den Haag met de badplaats. In 1879 werden ze vervangen door stoomtrams, die uiteindelijk zelf vervangen werden door elektrisch aangedreven exemplaren. Het eindpunt van de rit was het Gevers-Deynootplein, waar de trams een grote lus konden maken, en de reis in omgekeerde richting inzetten. Die eerste trams bestonden allemaal uit één relatief klein rijtuig. In de 1910´s werden deze groengeschilderde exemplaren opgevolgd door lichtgele trams met een kleine, halfopen wagon.

 

 

 

 

 

In 1908 werd een wedstrijd georganiseerd voor de best versierde tram. Op dat jaar uitgegeven postkaarten kan men zien hoe een tram werd "verkleed" als een Chinese tempel, een andere werd uitgedost als een salonwagen en nog een andere als herberg. Er werd geen informatie gevonden die toelaat om te zeggen of die wedstrijd een eenmalig initiatief is geweest, of meerdere jaren achter elkaar gehouden werd.

 

Wat treinverkeer van en naar Scheveningen betreft, in 1907 werd het Station Scheveningen-Kurhaus in gebruik genomen. Het station was een relatief klein, rood bakstenen gebouw, in vergelijking met Oostende zeer bescheiden, maar veel decoratiever dan dat het oude stationnetje van Blankenberge.

 

 

 

In de aankomsthal achter het stationsgebouw kwamen 6 doodlopende spoorwegen aan. Het was dan ook een terminusstation, zoals Antwerpen Centraal vroeger was. De spoorlijn liep naar Amsterdam, en van daar door tot Rotterdam, en stond bekend als de Hofpleinlijn. In verhouding tot het stationsgebouw is deze hal vrij ruim, om het steeds groeiend aantal reizigers in het hoogseizoen op te kunnen vangen. Van zodra dit hoogseizoen evenwel afgelopen was, werd een deel van het stationscomplex in de mottenballen gedraaid, tot het hoogseizoen weer aanbrak.

 

De lijn werd aangelegd door de Zuid Hollandse Electrische Spoorwegmaatschappij (ZHESM), die daarmee een risicovolle investering deed. Net zoals in ons land was het Nederlandse spoorwegennet bij haar ontstaan niet van een unieke uitbater, maar van verschillende privé maatschappijen. Uiteindelijk bleek het nog goed mee te vallen met dat risico, en na enkele jaren al werd de lijn winstgevend.

 


Afbeelding afkomstig van de razend interessante
website
Langs de Rails van Nico Spilt

 

Oorspronkelijk reden stoomtreinen op deze lijn, maar vanaf mei 1909 deden de eerste elektrische treinen van Nederland hun intrede op de Hofpleinlijn. Het ging om treinstellen geleverd door de firma J.J. Beynens uit Haarlem. Een mooi gerestaureerd exemplaar kan bewonderd worden in het bijzonder mooie en vindingrijke Spoorwegmuseum van Utrecht, dat in Vlaanderen ècht te onbekend is.

 


Foto: T. Houdyk, NL 2005


Het station werd behoorlijk beschadigd t
ijdens WO 2. Hoewel het vervolgens weer heropgebouwd werd, werd de spoorverbinding in 1953 uiteindelijk toch weer afgeschaft. Het stationsgebouw werd bijna volledig afgebroken, op het huisje van de stationschef na. De reden voor de afschaffing van de lijn was ondermeer dat deze in de weg lag bij de bouw van een nieuwe woonwijk.

 

 

9) M´as-tu vu ? Strand- en badmode in Scheveningen

 

In een eerder verschenen fotoreportage op Retroscoop werd heel wat leerrijk en illustratief beeldmateriaal over strand- en badmode doorheen de late 19de eeuw tot de 1950´s bijeengebracht. Ook aan de hand van de talrijke postkaarten over Scheveningen Bad kan men een staalkaart samenstellen. Daarbij moet met wel goed voor ogen houden dat de afgebeelde kleuren soms lukraak, soms volgens hun humeur of persoonlijke smaak door inkleurders uitgekozen werden. Om dit te illustreren werd het voorbeeld van een klein meisje uitgekozen, waarvan de jurk afhankelijk van de kaart en inkleurder een aantal variaties onderging. (zie kinderen)

 

 

Strandmode Vrouwen

 

 

  
De eerste decennia van de 20ste eeuw stonden voor de vrouwelijke strandmode
synoniem met bijna tot de grond reikende en niet altijd even praktische,
relaxe kledij, frivole hoeden en parasolletjes...


 

 
 

 

 

 

 

Strandmode Mannen

 

 

 

 

 

Strandmode Kinderen

 

  
Ook in Nederland blijkbaar grote strikken voor de meisjes, en
"eeuwige matrozenpakjes" voor de jongens

 


De voorliefde voor zwierige hoeden werd
er blijkbaar van jongsaf aan ingestampt...

 

 
De inkleurders van postkaarten hadden blijkbaar ook zo hun
witte, gele, blauwe en rode periodes, afhankelijk van hun humeur...
Conclusies trekken op basis van zo´n postkaarten inzake populaire
kleuren is dus niet zonder gevaar !

 

 


In de 1930´s is de mode relaxer en praktischer geworden

 

 

 Badmode

 

 
Net als aan het Belgisch strand waren ook hier
streepjesmotieven zoals bij een wesp of tijger erg populair...
Eén groot nadeel hiermee: een aankomend buikje
wordt meteen onverbiddelijk geaccentueerd...


In 1929 hebben die malle streepjespakken
al sedert enkele jaren vaak plaats gemaakt
voor éénkleurige badoutfits
 

 

10) Scheveningen dorp doorheen enkele kiekjes

Behalve het mondaine gedeelte rond de kust en het tot de 1930´s min of meer afgezonderd vissersdorp, had Scheveningen ook een dorpskern met bv. de Keizerstraat, de Kanaalweg, de Duinstraat enz. Uit het eerder aangehaalde artikel uit De Waarheid kon men ook al leren dat er tal van bedrijfjes, scholen, publieke en religieuze gebouwen in de omgeving waren. 

 

 

 

 

 

 

 


Nieuwe Parklaan, 1903

 




 

 

 

11) Het andere gezicht van Scheveningen:
het vissersdor
p


Voor de elite Scheveningen en zijn strand ontdekte, was het een klein, vrij armzalig vissersdorp, dat niet eens over een vissershaven beschikte. Hoewel Scheveningen deel uitmaakt van Den Haag -iets wat door sommige inwoners van Scheveningen betreurd wordt- heeft de kustplaats een eigen wapenschild. Is dat voor Den Haag een ooievaar, dan is het zeker niet toevallig dat er op dat van Scheveningen ondermeer drie haringen prijken.


 

Wie op Google Afbeeldingen op zoek gaat naar beeldmateriaal over Scheveningen, zal pagina´s en pagina´s vinden over bv. het Kurhaus. Wie evenwel de zoektermen Scheveningen / Vissershaven ingeeft, krijgt verbazingwekkend weinig resultaten. Niet dat er daar geen postkaarten over bestaan, maar er gaat gewoon veel minder aandacht uit naar dit aspect van de badplaats. Laten we op deze website een eerste aanzet geven, om Google Afbeeldingen dus ook op dit vlak wat te verrijken...

Meteen moeten we toch een bemol voor die optimistische noot plaatsen, enigszins nuanceren. Afgaande op sommige postkaarten zou men welhaast kunnen gaan denken dat het vissersbestaan bijna idyllisch was. In feite was het een zeer hard bestaan, dat net als dat van landbouwers volledig afhing van de grillen van de natuur en de weersomstandigheden of men de eindjes aan elkaar kon knopen of niet. Het was ook een gevaarlijk bestaan, met vaak families die getroffen werden, wanneer één of meerdere kostwinners op de zee omkwamen.

 

 

 

De vissers van Scheveningen concentreerden zich vooral op haring. Ze waren zelden eigenaar van het schip waarmee ze op visvangst gingen. Ze huurden hun“pinken”, “boomschuiten en later “loggers” van reders. Voordat er dus ook maar van enige winst sprake was, moest eerst dit huurgeld afgelost worden. De meeste vissers woonden in erbarmelijke omstandigheden in piepkleine, vaak slecht verluchte huisjes die doorgaans maar uit 1 vertrek bestonden. De situatie roept beelden op van bv. de doodlopende straatjes in Gent, beoond door textielarbeiders in dezelfde periode.

De beperkte sanitaire voorzieningen (wc, riolering) leidden meermaals tot epidemieën, zoals in 1832 of de cholera-epidemie van 1866. Dank zij kunstschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915), een specialist van maritieme schilderijen, weten we heel goed hoe het vissersdorp er in de 1870´s uitzag. Het Mesdag Panorma, het grootste schilderij in Nederland (46 m lang en 14 m hoog !) geeft immers het dorp met al zijn huizen en de directe omgeving zeer gedetailleerd weer. Om helemaal correct te zijn, in feite werd het dorpsgedeelte door zijn echtgenote Sientje van Houten geschilderd, terwijl enkele andere medewerkers zich op andere onderdelen van het gigantisch werk concentreerden. Mesdag zelf schilderde de zee en de vissersboten, wat zijn specialiteit was. Op één van de postkaarten van het eerder aan bod gekomen Wandelhoofd kon men zien hoe er boven de zitbanken reclame gemaakt werd om naar dit monumentale en indrukwekkend schilderij te komen kijken.  

 

Het duurde tot het begin van de 20ste eeuw, eer concrete stappen gezet werden om het dorp een gezondere plek te maken. In 1917 – het jaar van de Russische Revolutie werden belangrijke delen van de sloppenwijk der vissers met de grond gelijk gemaakt. In de plaats verrezen werden nieuwe, gezondere huisjes, zoals bijvoorbeeld die van Duindorp.


 

 

 

 

 

 


 


De volledige “sanering” van de visserswijk duurde echter tot in de 1930´s. Pas dan werd het vissersdorp een integraal deel van Scheveningen. Tot dan toe was het geïsoleerd van het mondaine deel van de badplaats. Tenzij dan voor wat betreft het gekibbel over de beste plekjes op het Noordzeestrand.


Gaandeweg palmden het steeds maar toenemend aantal "rijkelui" die naar
Scheveningen afzakten het strand in, dat de vissers sinds mensenheugnis als
"parkeerplaats" voor hun bootjes gebruikten. Dit leidde
eind 19de eeuw wel eens
tot begrijpbare
conflictjes

Daar kwam pas in 1904 een einde aan, toen eindelijk met de bouw van een vissershaven werd begonnen, waar de vissers hun boten veilig konden aanmeren en lossen. Het Haags gemeentebestuur had lang dwars gelegen omtrent deze kwestie, net zoals het dat ook al had gedaan in de 19de eeuw voor wat betreft het "kaken" van de haring. Die bewerking, waarbij de haring ontdaan wordt van zijn ingewanden en kieuwen laat nochtans toe om de vis langer te bewaren en hem een minder bittere smaak mee te geven. Pas in 1857, na jaren getouwtrek haalden de vissers hun slag in die kwestie thuis.

 



Net zoals bij fabrieksarbeiders en landbouwers uit die tijd was ook voor de vissersbevolking kinderarbeid in die tijd de normaalste zaak ter wereld.

   

De vrouwen hielden zich ondermeer bezig met het repareren en onderhouden van de netten, en brachten de gevangen vis naar de vismarkt.

De houding van de vissers ten opzichte van de rijke badgasten was tweeslachtig. Tot aan de bouw van een vissershaven waren er vaak conflictjes, zeker als de “rijkelui” de stranden inpalmden, die de vissers normaal gebruikten om hun schepen te “parkeren”. Sommige vissers vonden echter al snel opportuniteiten om wat extra bij te verdienen. Zo waren er vissersvrouwen die op de spullen van de rijke toeristen letten, en ze eventueel afdroogden.

 

 

 



Voor het plezier van de rijkere toeristen bleef een deel van de vissers nog lang de folkloristische kledij dragen, als in een soort Bokrijk.

 

Een aantal postkaarten uit 1904 beelden een optocht der haringvissers uit. Was dit een éénmalig initiatiefn naar aanleiding van de bouw van de vissershaven, of ging het misschien om een initiatief, dat jaarlijks georganiseerd werd ? Het zou interessant zijn om “uit te vissen” -de gepaste uitdrukking hier- of dit reeds gebeurde voor de toeristen naar Scheveningen afzakten, of zo dit toch wel met een oog op dat nieuwe publiek was ontstaan. Een andere interessante vraag is of het initiatief van de vissers zelf was gekomen, of zo het gemeentebestuur van Den Haag zo´n initiatieven had aangemoedigd, ter promotie van het strandtoerisme en een betere verstandhouding tussen de toeristen en de lokale bevolking.

 

 

11) De Organisation Todt en haar Atlantikwall

   
Fritz Todt en een onderscheidingsteken van
de "O.T." of Organisation Todt, een wel
heel onheilspellende naam... 


Vanaf 1942 werd Scheveningen in belangrijke mate ontruimd door de Duitsers, en heel het kustgebied werd een verboden militaire zone. In dit “Sperrgebiet” bouwde de Organisation Todt (OT)één van de al bij al weke schakels van de Atlantikwall uit. De onheilspellende naam verwijst naar Fritz Todt, de inspecteur-generaal die aan het hoofd stond van deze eenheid.

In Scheveningen bestond de verdedigingsgordel ondermeer uit een betonnen muur van 2 m hoog over heel de lengte van de Boulevard, landmijnen, houten palen, betonnen tankversperringen, kilometers prikkeldraad, verschillende boven- en ondergrondse bunkers en een uitgebreid netwerk van onderaardse gangen. De Duitse bezetter brak heel wat huizen af, en gebruikte de bakstenen en ander materiaal vervolgens bij de bouw van de verdedigingsgordel. 

Geluk bij het ongeluk: in tegenstelling tot het betreurde Kursaal van Oostende lieten de Duitsers het Kurhaus ongemoeid.
Het houten wandelhoofd, het Oranje Hotel en de Oranje Villa´s daarentegen hadden minder geluk. Op 26 maart 1943 brandde de pier op mysterieuze wijze volledig af. Het Station Kurhaus wat verderop werd ook zwaar beschadigd, maar na de oorlog werd het kopstation weer heropgebouwd. Die beslissing was blijkbaar wat overhaast genomen, want amper enkele jaren later, in 1953 werd deze spoorweginfrastructuur volledig opgebroken.

Ook het merendeel van de Duitse bunkers werd na de oorlog opgebroken. Niet allemaal evenwel. Eentje doet bijvoorbeeld dienst als schuilplaats voor vleermuizen. Wie belangstelling heeft in deze periode kan in Scheveningen in een andere het zgn. Bunkermuseum bezoeken. Een zeer boeiende site met heel wat interessant beeldmateriaal over de OT-bunkers is Bunkers in Scheveningen. Hier vindt de lezer niet alleen filmpjes van de binnenkant van de bunkers, maar ook bv. beeldmateriaal van de compleet vernielde Scheveningse Bosjes... Een waar troosteloze aanblik ! 

 


Epiloog: de Grote Kaalslag van de 1960´s-1970´s

 

In de 1950´s werd een begin gemaakt met de hoogbouw in Scheveningen. Op de plaats waar het Hotel Oranje ooit stond, rezen de Oranje appartements-blokken in de hoogte. Hiermee werd in feite het startsein gegeven van de zeer grondige modernisering die Scheveningen in de daaropvolgende twee decennia zou ondergaan. Bijna alles wat ooit voor grandeur gezorgd had, zou in die periode voor de bijl, of beter slopershamer gaan.

In de 1960´s en vroege 1970´s zou de moderniseringsdrift wild om zich heen slaan, en het oude Scheveningen bijna volkomen tot nostalgische postkaarten en herinneringen van ouder wordende inwoners en toeristen herleiden. Tal van ooit zo trotse horeca-zaken zagen zich verplicht de deuren te sluiten, tegen beter weten in afwachtend op overnemers die nooit meer kwamen, of van een definitieve transformatie in puin.

Slachtoffers van die periode waren ondermeer het sierlijke inkomgebouw van het Circustheater (1966), Hotel des Galeries (1971-72), het Grand Hotel (1974), Hotel Seinpost (1976), het in 1965 gesloten Palace Hotel (1979)...

De webpagina "Een toekomst voor Scheveningen Bad" heeft puik werk geleverd, door op een overzichtelijke manier soms letterlijk in kaart te brengen wat in welk jaar gesloten en gesloopt werd.

In de plaats kwam hoogbouw, dat doorgaans geen enkele toegeving deed aan sierlijkheid, en al bij al een erg deprimerende aanblik bood. Op vakantie gaan mocht dan al gedemocratiseerd zijn, weg was de grandeur, de elegantie die de lauwe, grauwe middel-matigheid oversteeg. In 1969 gingen de gordijnen voor het “Kurhaus oude stijl” voorgoed dicht. Het statige gebouw werd bijna ook tegen de vlakte gegooid, maar hiertegen kwam al te zeer verzet. Er werd een procedure op gang gezet om het gebouw de status van “beschermd monument” te verlenen, hetgeen effectief gebeurde. In feite bleek het in de daaropvolgende jaren nodig te zijn om het merendeel van de oude muren af te breken, en weer op te bouwen.Op het eerste zicht lijkt het huidige Kurhaus als twee druppels zeewater op de oude. In feite werd het gebouw van binnen zo aangepast, dat er veel meer hotelkamers konden worden gerealiseerd. De meeste muren zijn voorts dus slechts enkele decennia oud. Niettemin kan men stellen dat de restauratie al bij al op een zeer bevredigende manier werd uitgevoerd.

Minder goed nieuws betreft echter de directe omgeving van het statige gebouw. Vandaag de dag ligt het Kurhaus niet langer aan een weids plein, dat het gebouw tot zijn volle recht liet komen. De gemeente gaf -helaas- de toestemming voor de bouw van twee hoge torenflats op het plein, een compleet onbegrijpbare beslissing. Het had immers zeer veel geld gekost om het oude Kurhaus te restaureren, maar nu werd die parel voor een flink stuk weggedrumd door opzichtige, opdringerige nieuwkomers. Het is zoiets als een dure, uiterst fotogenieke actrice inhuren voor een prestigieuze film, om haar vervolgens voor de volle duur grotendeels achter hoge kasten of geparkeerde auto´s weg te moffelen. Begrijpen wie begrijpen kan.

Het grondig vernieuwde Kurhaus, thans een Duits vijfsterrenhotel is samen met enkele zeer geslaagde renovaties zoals het voormalige hotel Zeerust vandaag de dag zowat de enige tastbare referentie naar een mondain verleden, dat voorgoed voorbij is. Wie ooit nog eens weemoedig verlangt naar het Brussel of Oostende van weleer, weet dat men bij onze Noorderburen ook best wel slordig met het cultureel en architecturaal patrimonium kan omspringen. Het geplande Prinselijk bezoek in 2013, precies 200 jaar na de landing van Prins Willem op het strand van Scheveningen zal daar helaas niet veel aan veranderen.


Madurodam in 1959

Misschien kan men wel eens overwegen om in het nabijgelegen Madurodam het mondaine Scheveningen in miniatuur na te bouwen. Kwestie van de architecten en politici van overmorgen al van kindsbeen af te tonen hoe het eventueel ook kan... In de (ijdele ?) hoop natuurlijk dat het een eerste stapje wordt naar een kweekvijver voor een nieuwe generatie met meer smaak en inspiratie... I can dream, can´t I ?


 

 
 
database afsluiten