Retroscoop - Op een drafje: Hippodromen in België doorheen de jaren Een korte inventaris Deel 1 RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Op een drafje...
Hippodromen in België:
een korte inventaris Deel 1

Benoit Vanhees
Versie 1 Juni 2015

Structuur Deel 1

Inleiding
- a) Opzet en afbakening van het onderwerp
- b) Korte historiek
- c) Microkosmos met aparte infrastructuur
- d) De soorten paardenkoersen
- e) Controle

1) De hippodromen in Vlaanderen

1.a West Vlaanderen
- Bredene
- Harelbeke
- Kortrijk
- Kuurne
- Oostende
- Waregem

1.b Oost-Vlaanderen
- Gent St Amandsberg
- Gent St Denijs Westrem
- Gent St Pietersaalststraat
- Gent Offerlaan

1.c Antwerpen
- Wilrijk

1.d Limburg

- Tongeren

Structuur Deel 2

2) Brussel, Vlaams en Waals Brabant

- Bosvoorde
- Brussel Petite Ile
- Dilbeek
- Groenendaal
- Sterrebeek
- Stokkel
- Vorst

3) Wallonië
- Jupille
- Marcinelle
- Mons
- Spa Sart
- Spa Sauvenière

4) Geïmproviseerde renbanen en twijfelgevallen

 

Inleiding

A) Opzet en afbakening van het onderwerp

  

Het uitgangspunt van deze nieuwe Retroscoop-bijdrage was dezelfde als in het geval van de artikels over de Belgische conservenindustrie en dancings. De vaststelling, dat er -tot op heden- online nog maar weinig globaal onderzoek verschenen was over de verschillende paardenrenbanen of hippodromen op Belgische bodem. Wel tal van artikels over een aantal individuele renbanen, maar ook opvallend weinig of niets over andere, geen enkele bijdrage waarin deze kleine en wat aparte wereld als een geheel bekeken werd.

In deze nieuwe bijdrage willen we dan ook graag een eerste aanzet geven om hieraan enigszins te verhelpen. Geen kant en klaar naslagwerk, dat zou zeker veel meer en veel diepgaander onderzoek vergen. Door echter in de toekomst systematisch extra gegevens en nieuw beeldmateriaal toe te voegen, kan dit onderzoek geleidelijk aan naar een vollediger beeld over dit segment van de vrijetijdsbesteding evolueren.


(Links: Collectie Retroscoop)

Zoals steeds moeten we beginnen met dit ruime onderwerp eerst enigszins afbakenen. Het woord “hippodroom” is afgeleid uit het Griekse Hippos (paard) en Dromos (renbaan, sportterrein), zoals in cynodroom (zie eerder: Courbevoie), velodroom of aerodroom. Op dezelfde wijze als niet alle casino´s ook speelcasino´s zijn/waren, vond men in een aantal steden een “Hippodroom” waarin evenwel nooit paardenrennen in plaatsvonden. Gebouwen die eerder gebruikt werden voor bv. circusvoorstellingen of andere soorten spektakels. Dat was onder meer het geval voor Antwerpen en St Niklaas Deze gebouwen vallen buiten het onderzoeksveld van dit artikel.


Een andere afbakening heeft betrekking op het begrip paardensport. Vallen eveneens buiten deze opzoekingen, alle manèges, paardenrijscholen, kinderbanen (bv. Gentbrugge), jumpings en paardenkoersen op openbare wegen. Zo organiseerden cavalerieofficieren vroeger wel eens uithoudings-wedstrijden tussen twee steden. De “raid” van Brussel naar Oostende is daar het treffendste voorbeeld van.



Een ander voorbeeld is de paardenkoers aan de Steene Molen te St Eloois Winkel. Deze “Winkel Koerse” is de oudste paardenkoers die op de openbare weg georganiseerd werd, een initiatief dat terug gaat naar 1854 (1857 volgens andere bronnen). Na een tijdelijke verhuis (verbanning ?) naar akkergronden, wordt deze jaarlijkse koers sedert enkele jaren weer in de dorpskern georganiseerd. (1) Ook initiatieven als deze vallen buiten dit onderzoek. We noteren hier enkel dat de "raid" van Brussel naar Oostende in de Wellington Renbaan van Oostende eindigde. Vragen als hoeveel maal deze wedstrijd tussen cavalerieofficieren plaats vond werd in dit artikel dus niet onderzocht.


Bedoeling is zich uitsluitend te concentreren op klassieke hippodromen, met een vaste infrastructuur, waarop meerdere paardenkoersen per jaar op werden georganiseerd volgens een bepaalde kalender. De klemtoon daarbij zal quasi volledig liggen op de infrastructuur die men rond deze renbanen aantrof, misschien nog steeds kan bezichtigen. Eveneens zal getracht worden een zicht te krijgen op hoe deze infrastructuur in de tijd evolueerde. Dit zal gebeuren aan de hand van een soort fiches. De eerder sportieve kant van de zaak, zoals namen van beroemde paarden, jockey´s, pickeurs, eigenaars enz. vallen dus grotendeels buiten het eigenlijke onderzoek.

Hetzelfde geldt voor stoeterijen (haras). Charles d´Ydewalle gaf in zijn ongedateerd boek “A bride abattue” een aantal plaatsen in ons land op, waar zich midden 20ste eeuw ongeveer belangrijke paardenkwekerijen bevonden: Baisy Thy, Braine l´Alleud, Feluy, Herzele, Jemappes, Namen, Narcelles, Ohain (La bourdonnière), Petegem, Peutie, Seneffe, Sombreffe, Turnhout (“Réthy”), Verrewinckel, Waver (pré Maillard), Zellik (waar zich ook een treinstation "Zellick Hippodrome" of "Zellik Renbaan" bevond), Zwijnaarde enz. Tenzij achteraf mocht blijken dat zich hier wel degelijk een renbaan bevond, zoals de naam van het treinstation te Zellik doet vermoeden.

Wel voegen we eveneens een korte rubriek toe over gelegenheidsrenbanen zonder vaste infrastructuur, in de mate dat hierover informatie naar boven werd gespit tijdens het eigenlijke onderzoekswerk.

Tot slot: dit blijft een retro-website, die zich concentreert op de periode voor 1980. Er werd dus bijvoorbeeld geen aparte fiche toegevoegd over de veel recentere renbaan van Ghlin nabij Bergen. Ook staan we niet stil bij elke nieuwe tribune of iedere nieuwe lik verf die sedert die kunstmatige maar nodige afbakening “voor 1980” werd aangebracht.

Anderzijds wil deze bijdrage niet alleen stilstaan bij de “grote kleppers” als Oostende of Groenendaal. Ook de minder bekende, soms wat vergeten namen, zoals deze van Bredene of Tongeren bijvoorbeeld willen we hier aan bod laten komen.


Wie in dit stadium van het onderzoek evenwel al een kant en klaar naslagwerk verwacht, waarin tot elk hoefijzer al op de juiste paardenpoot vastgeklonken zit, moeten we helaas teleurstellen.

Het probleem is in zekere zin een dubbel snijdend zwaard. Voor wie zelf eens op het internet aan het googlen wil slaan, zal via allerlei zoekwoorden als “Hippodrome”, “Champ de Courses”, “Hippodroom”, “Paardenrenbaan”, “Renbaan”, “Koersplein”... moeten omgaan. Over sommige hippodromen in ons land, zoals deze van Oostende of Waregem is genoeg informatie te vinden om een volledig boek te vullen, wat soms ook al effectief gebeurde. Alleszins te veel om allemaal in het korte bestek van dit artikel aan bod te laten komen. Over andere renbanen is dan weer nauwelijks iets te vinden zonder veel diepgaander archiefonderzoek. Soms is er voorlopig niet meer dan één element om het bestaan van een renbaan te bevestigen. De geschiedenis van sommige pistes blijft dan ook vooralsnog behoorlijk in nevelen gehuld. Ondanks een regenwoud aan vraagtekens die voorlopig nog fier rechtop blijven staan, is de  identificatie van een naam reeds een begin, een eerste stap in de bouw van een frame. Van zodra nieuwe informatie zal opduiken, kan deze gemakkelijk hieraan toegevoegd worden. De lezers zullen op de gebruikelijke manier hierover worden ingelicht.


In dit stadium van de opzoekingen is het echter nog onduidelijk of reeds alle hippodromen met een vaste infrastructuur die ooit in ons land actief waren ook daadwerkelijk geïdentificeerd werden. Zoals steeds hopen we verder dat de publicatie van zelfs gedeeltelijke resultaten bij lezers reacties zal losweken, naar nieuwe informatie of naar bijkomend beeldmateriaal zal leiden. Mensen die op zolder nog ergens een foto van opa zaliger hebben liggen, die in zijn jonge tijd nog jockey is geweest. Verzamelaars, die ooit op een affiche uit de 1920´s gestoten zijn, waarop een thans verdwenen hippodroom prijkt. Heemkundekringen, die zich een plattegrond van of een toegangsticket voor een lokale paardenrenbaan in de collectie hebben zitten. Je weet maar nooit in feite... Het is soms verrassend te zien op welke Retroscoop-artikels wel al, op welke nauwelijks en op welke helemaal niet gereageerd werd, maanden, soms pas jaren na publicatie...


Aan iedereen die dus een scan van een foto kan bezorgen, nog wat aanvullende informatie of anekdotes kan meedelen, de naam en contactgegevens van verzamelaars of specialisten kan bezorgen... Een droom is zeker om bij elke renbaan ooit plattegronden te kunnen toevoegen waarop de infrastructuur aanschouwelijk op terug te vinden is. Ideaal zou zijn om de evolutie doorheen de tijd te kunnen aantonen. We zouden dan ook graag een oproep willen doen naar mensen die oude stadsplannen verzamelen. Scans van het gedeelte waarop de behandelde hippodromen afgebeeld staan met een geschat of vaststaand jaartal zijn dus bijzonder welkom !

Retroscoop is steeds bereikbaar via het ondertussen wellicht wel vertrouwde e-mailadres info@retroscoop.com We appreciëren alvast ten zeerste iedere aanvulling, hoe klein of onbeduidend deze op het eerste zicht ook moge lijken. Zelfs kleine elementen vormen immers vaak een broodnodige uitstulping in de rotswand, een opstapjenaar meer verborgen informatie. En zoals ooit iemand schreef, “rien n´est petit pour un grand esprit”... Of voor een website die steeds naar verbetering streeft, in dit geval.


In een later stadium zal op dit artikel een vervolg komen in de vorm van een bijdrage over de mooiste hippodromen in Frankrijk. Vandaag de dag zijn er nog zo´n 160´s/170´s hippodromen bij onze Zuiderburen actief, heel verspreid over heel de “Hexagone”. Een aantal daarvan waren bijzonder elegant maar natuurlijk ook uiterst elitair. Heel wat postkaarten uit de Belle Epoque herinneren aan die vervlogen tijden waarin de sociale piramide er nog helemaal anders uitzag als thans. Al lijkt het er soms op, dat sommige mensen daar gretig weer aan willen verhelpen. Wij zouden veel meer heil zien in een terugkeer van de triomfantelijke en frivole architectuur van weleer.

B) Korte historiek

Het is moeilijk precies te bepalen wanneer de eerste paardenkoersen in ons land georganiseerd werden. Dit prille begin juist bepalen heeft onder meer te maken met de term “paardenkoers” zelf, dat nog al rekbaar is. Zo is het niet uitgesloten dat er reeds in de middeleeuwen, misschien zelfs in de periode van de Eburonen en Nerviërs een soort paardenkoersen vielen.
Het duurde tot de 19de eeuw, eer verschillende paardenrenbanen of “hippodromen” het levenslicht op Belgische bodem zagen.

Onder de pioniers in België moeten Spa (1822) en Waregem (1840´s-1850´s) vermeld worden. Vervolgens verschenen er renbanen in o.a.

- Vorst: 1870
- B
osvoorde: 1875
-
Oostende: 1887
-
Groenendaal: 1889
-
Gent: 1880´s - 1890´s
-
Harelbeke: 1897
-
Stokkel: begin 20ste eeuw

Niet zelden werden ze dicht bij een spoorlijn gebouwd of werd er een aftakking naar de renbaan aangelegd. Dit liet niet alleen toe om meer toeschouwers tot het gebeuren toe te leiden, maar kon ook van nut zijn voor het transport van paarden of materiaal. Een typisch voorbeeld was de renbaan van Dilbeek. Ook de aanwezigheid van een tramlijn was een pluspunt. Die trof men bijvoorbeeld aan in de buurt van de hippodroom van Bredene.


Niet iedereen die naar een koersplein ging, kwam voor de paarden...

De nieuwe sport en de mondaine happening daarrond kenden aanvankelijk veel bijval en belangstelling. De sector bloeide dan ook, zodat er tussen de eeuwwende en WO 1 nog een aantal renbanen bijkwamen. Dat was vooral het geval rond Brussel. Dat was onder meer het geval in

- Dilbeek 1907
- Twijfelgevallen (te weinig informatie): Sint-Agatha-Berchem (?) Vilvoorde (?)

De infrastructuur op de verschillende renbanen was zeker niet altijd even elegant, soms zelfs ronduit primitief. Naarmate er echter meer inkomsten gegenereerd werden, kan men zien dat de organisatoren doorgaans in comfortabelere tribunes, mooiere bijgebouwen enz. begonnen te investeren.
Tussen de Wereldoorlogen verdwenen niettemin enkele renbanen. In dezelfde periode kwamen er elders echter ook een aantal nieuwe namen bij:

- Bredene 1923
- Sterrebeek 1939

De Duitse inval in 1940 leidde al snel tot de sluiting van de nog jonge renbaan van Bredene. Na WO 2 begon de populariteit van de paardensport wat te sputteren, en raakten een aantal van deze renbanen in onbruik. De groeiende populariteit van voetbal en televisie was daar niet vreemd aan. Sommige onderzoekers onderstrepen in dat verband ook het belang van bijvoorbeeld de opkomst van de Nationale Loterij en casino´s. Niettemin bestonden er uiteraard ook al heel was casino´s voor WO 2, en was er voor de Nationale Loterij ook al een Koloniale Loterij.


Belangrijker wellicht is de combinatie van sociale verschuivingen en de toenemende mobiliteit van de bevolking. Aanvankelijk waren hippodromen erg elitair, enkel toegankelijk voor de meest gegoeden. (De minder rijken moesten zich vaak tevreden stellen met bv. hondenrennen of duivensport). Van zodra de democratisering zich hier inzette, begon de aantrekkingskracht voor de elite af te nemen. Zij zochten vaak nieuwe, moderne soorten tijdverdrijf uit, soms bij voorkeur dingen waarbij ze zich aan die democratisering konden onttrekken. De opkomst van de golfsport bijvoorbeeld zal daar niet helemaal vreemd aan zijn. Zij die verknocht bleven aan de paardensport, verplaatsten zich naar de meest prestigieuze renbanen in Frankrijk, waar de democratisering via allerlei handige reglementen rond bv. kledij wat afgeremd kon worden.

Ondanks deze verschuivingen kwamen er weliswaar ook enkele nieuwe paardenrenbanen bij. Soms ging het echter om vervangers voor deze die hun deuren gesloten hadden. Iets dergelijks gebeurde bijvoorbeeld in Harelbeke.

– Tongeren 1950´s
– Kuurne 1962

In de laatste decennia besloten verschillende hippodromen dat het welletjes was geweest. Een deel van de historische infrastructuur raakte in onbruik, verloederde of werd zelfs (deels) afgebroken. Voor een aantal renbanen werd een nieuwe of gedeeltelijk nieuwe bestemming bedacht, zoals golfterrein.

Ook de renbanen die tot hiertoe hebben weten te overleven, dienen volop aan diversificatie te denken, om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. De paardenwedstrijden alleen trekken immers nog onvoldoende toeschouwers aan om de zaak rendabel te houden. In Oostende bijvoorbeeld werden een aantal concerten georganiseerd. Ook de hippodroom van Kuurne wil duidelijk die nieuwe pistes bewandelen.

C) Microkosmos met aparte infrastructuur

Hippodromen vormden vooral in het verleden een aparte, mondaine micro-kosmos met aparte gedrags- en vooral kledingregels, een eigen woordenschat ook. (Jockey, Pikeur, Starter, Paddock, Pelouse, Turf....) Dit zonderling ingewijdentaaltje inspireerde niet toevallig verschillende humoristen....


Vandaag de dag proberen sommige hippodromen die oude glorie wat in ere te herstellen, door speciale momenten in te lassen waarop de bezoekers verondersteld worden zich bijzonder op te tutten. Het gevaar is natuurlijk dat sommige mensen de elegantie van de beau monde en sociale elite van weleer wat verwarren met karnaval...

De infrastructuur omvat doorgaans steeds dezelfde elementen, die echter vaak een aparte invulling per renbaan krijgen. Tribunes bijvoorbeeld vindt men in alle maten en gewichten, soms uiterst charmant en frivool, soms ultramodern, soms al bij al primitief en niet echt aantrekkelijk.

Welke zijn nu die terugkerende elementen.

De eigenlijke renbaan: doorgaans een “ovalen” of “ellipsvormige bouw, niet zoals een vogelei, maar zoals deze van een atletiekpiste rond een voetbalveld. Belangrijk -zeker voor gokkers- daarbij is / was hoe scherp de bochten zijn en hun hellingsgraad, wat heel wat paarden kan hinderen of juist ten goede komen. Ook de lengte van de rechte stukken is -om dezelfde reden- van cruciaal belang. Soms, zij het eerder zelden zijn renbanen voorzien van diagonale rechte stukken of een piste binnen de piste. Ook belangrijk om te weten is of er in wijzerzin of tegenwijzerzin gekoerst wordt, hetgeen van belang is voor de belasting van de paardenpoten.

Voor paardenrennen met hindernissen of military kunnen soms iets afwijkende vormen worden uitgestippeld, zodat bepaalde hindernissen (bv. een brede beek) niet iedere ronde genomen moeten worden.

Er wordt op twee soorten renbanen gekoerst: de dirt baan (=zand) en de turf baan (=gras). In Engeland wordt tegenwoordig ook op enkele banen op het zand (allweather) gekoerst, maar 80% van de banen zijn er grasbanen. Amerika kent ook beide vormen, maar vrijwel alle belangrijke rennen worden daar dan weer op de dirt track gehouden.

Ook het type ondergrond en de staat waarin deze zich bevindt is iets wat van groot belang was/is voor echte gokkers. Sommige paarden presteren beter op zand, anderen op gras. Tijden op de grasbaan zijn ook vrijwel altijd langzamer dan op de zandbaan. Ook de bodemgesteldheid verschilt, de grasbaan is in de zomer harder dan de zandbaan. In Amerika kennen ze de zogenaamde all-weather banen. Men probeert de risico´s voor de paarden zo laag mogelijk te houden en daarom is een van de belangrijkste taken van de baancommissaris de bodemgesteldheid optimaal te houden door bijvoorbeeld op tijd te sproeien. Dat een duur en beroemd volbloed een poot zou breken op een slechte onderhouden piste zou voor de reputatie van een renbaan een enorme klap betekenen.

Tribunes: Sommige tribunes werden opgetrokken tussen flankerende torens. Sommige waren uitgerust met een eretribune, enkele met een koninklijke loge (Oostende, Groenendaal)


Waag: (“Pesage"): Hier worden de jockey´s samen met hun zadel gewogen. Indien blijkt dat ze te weinig wegen, wordt er lood toegevoegd aan het zadel, om het vereiste minimumgewicht te bereiken. Zo´n verzwaard paard wordt “handicapé” genoemd. (Nederlandse term ?) Normaal gezien niet toegankelijk voor het publiek, sommige delen wel voor gokkers (“turfistes”)

Toren voor koersleiding: (“Tour des officiels”) Verhoog voor de wedstrijdverantwoordelijken Vaak vond men er een bord waarop de namen van de deelnemende paarden vermeld werden. Een ander courant attribuut was een verticaal opgestelde aankomstpaal (doorgaans een hoge kleurrijk versierde paal bekroond met een soort ring, het geheel deed wat denken aan een lollipop)

Post van de dierenarts(en) waar de identiteit van deelnemende paarden kunnen worden geverifieerd en controletesten kunnen worden afgenomen

Paddock: De plaats bij een renbaan waar paarden gezadeld en ontzadeld worden


"Pari Mutuel"-paviljoen voor weddenschappen en

een officiële PMU validatietang (?)

Paviljoen voor weddenschappen voor “bookmakers“of “turfistes”

Paardenstallen

– EHBO post voor jockeys en paarden


- Eindmeet
– Plek waar foto´s van het winnend paard en ruiter gemaakt kunnen worden
– Eventueel horeca-infrastructuur
– Loketten voor toegangstickets
– Parkings

 

D) De soorten paardenkoersen

Er kunnen drie soorten koersen onderscheiden worden:

D 1: Vlakkebaanrennen:

Er worden twee soorten koersen op de vlakke baan georganiseerd, nl. draverijen en galopwedstrijden. Wikipedia legt in dat verband uit: De draf is een diagonale paardengang, sneller dan de stap maar langzamer dan de galop. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet afwisselend met rechtsvoor en linksachter. Het is aan de ruiter om ervoor te zorgen dat het paard niet begint te galopperen. Doet het paard (de draver) dat toch gedurende meer dan 3 stappen, dan wordt het meteen gediskwalificeerd. Er worden snelheden van 45-50 km/u gehaald.

De paarden worden bij het draven (doorgaans ?) niet bereden zoals bij de galop. De “pikeur”of “jockey” zit bij het draven in een licht karretje (de sulky). Heel vaak worden bruine paarden gebruikt, soms schimmels. Zo zijn Orlov dravers doorgaans schimmels, ook al komen bruine en zelfs zwarte exemplaren voor. Het zijn zeer levendige dieren, met een erg vriendelijk karakter.

Er wordt een verschil gemaakt tussen gewone galop (een drietelgang) en rengalop (viertelgang). Bij galopwedstrijden wordt deze laatste gebruikt, waarbij snelheden tot 60 km/u gehaald. De gebruikte paarden worden puur op snelheid en uithoudingsvermogen geselecteerd. Aspecten als uiterlijk en kleur zijn dan ook totaal ondergeschikt bij zo´n wedstrijden. In de vrije natuur zal een paard of zebra maar uiterst zelden zo lopen, omdat het erg energieverslindend is. Enkel in uiterste nood zal een paard op deze loopwijze overschakelen. Voor galopwedstrijden worden uitsluitend volbloeden gebruikt. Dit zijn paarden met de hoogste concentratie rode bloedlichaampjes in hun bloedbaan. Typische voorbeelden zijn Arabische en Engelse volbloeden. Het zijn erg temperamentvolle, pittige paarden. Warmbloedpaarden zijn rustiger als volbloeden, koudbloedpaarden zoals trekpaarden zijn nog kalmer. Galopwedstrijden zijn steeds “bereden”, al zal de jockey (doorgaans) een lichte zithouding net boven de rug van het paard aannemen. Op paardenrenbanen vinden ze enkel plaats op grasbanen.

Anno 2015 worden nog drafwedstrijden georganiseerd te Oostende, Kuurne, Waregem, Tongeren en te Ghlin nabij Bergen. Galopwedstrijden kan men in ons land enkel nog in Oostende zien.

 

D 2: Hindernisrennen


Zoals de naam het zelf zegt worden er bij dit soort rennen hindernissen aan de vlakke stukken toegevoegd. Soms zijn dit dan hagen, beken of combinaties. In zekere zin dus een mix van de klassieke vlakkebaanrennen en jumping. In de Angelsaksische landen worden deze koersen dan ook aangeduid met de term “jump racing”, een koepelterm waarin zowel de grote en brede obstakels uit “steeplechase”-koersen als de kleinere obstakels uit “hurdle”-koersen mee worden bedoeld.

Een prachtige reeks van 6 oude Liebig chromo´s geeft een goed idee van enkele hoogtepunten van zo´n obstakelren.


e) Controle

Op heel wat paardenwedstrijden wordt vaak grof geld ingezet. De verleiding is dan ook groot om te “foefelen”, door het paard allerlei middeltjes toe te dienen om zijn prestaties te verhogen. Om dit te counteren wordt er vanuit de Belgische overheid controles verricht. Tijdens elke wedstrijd voert een dierenarts dan ook controles uit. Het bevoegde ministerie bepaalt of paarden al dan niet gecontroleerd worden, en zo ja, van welke het bloed gecontroleerd moet worden op doping. Deze instructies worden in een verzegelde omslag aan de dierenarts ter plaatse overgemaakt. Omdat niet ieder paard iedere wedstrijd gecontroleerd wordt, blijft de verleiding tot vals spelen natuurlijk bestaan, ook al zijn de mogelijke sancties groot.

We moeten ons hier tot deze summiere uitleg beperken, zonder in te gaan op de verschillen met “cross country”, “eventing”, “military” enz. Zoals eerder aangegeven ligt de klemtoon van dit artikel niet op de vaak ingewikkelde sportieve kant, die overigens van land tot land verschilt...

Tijd om ons op het eigenlijk overzicht te storten. Net zoals dit met de dancings gebeurde, werden de paardenrenbanen per provincie opgesplitst. Binnen elke provinciale indeling worden de hippodromen in alfabetische orde opgesomd. De voetnoten of geraadpleegde bronnen worden onderaan elke fiche vermeld.

Voetnoten bij de inleiding

(1) De Winkel-koerse te Sint Eloois-Winkel / Ledegem Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag

1  De hippodromen in Vlaanderen

1.a West Vlaanderen

Bredene

Adres: Koerslaan, Bredene
Alternatieve naam:
Oprichtingsjaar: 1923 De officiële opening vond plaats op 24 juni
Bestond tot: 1940´s, afgebroken door Duitse Bezetter Type baan en lengte: Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:
tribune met dakterras, geklemd tussen twee ronde torens
wedstrijdtoren
een gebouwtje voor bookmakers en gokkers
paardenstallen.


Algemeen:

De bouw van de paardenrenbaan van Bredene gaat terug naar de vroege 1920´s. Het was een initiatief van de "Belgian Littoral Cie S.A.". De bouwwerkzaamheden duurden van 1921 tot 1923. De relatief kleine maar best wel aardige installaties situeerden zich in het oostelijk deel van Bredene Duinen, in het grensgebied met Klemskerke. In tegenstelling tot de Wellingtonrenbaan in Oostende bevond deze van Bredene zich dus op redelijke afstand van het strand.

De infrastructuur bestond onder meer uit een tribune met dakterras, geklemd tussen twee ronde torens, een (uitkijk?)toren, een gebouwtje voor bookmakers en gokkers alsook een aantal paardenstallen. Ze werden gebouwd aan een weg die de Duitsers nog tijdens WO 1 aangelegd hadden. Deze route leidde tijdens de Groote Oorlog naar een zwaar kanon dat in een ronde betonnen bassin van 20 m doorsnede rond zijn as kon draaien. Deze “Batterij Deutschland” werd overigens tot omstreeks 1950 uitgebaat als een museum, waarna het ontmanteld werd. De door de Duitsers aangelegde baan werd daarop prompt in Koerslaan herdoopt.

Om extra toeschouwers tot aan de hippodroom te brengen werd voorts besloten om in een aftakking van de lijn van de Kusttram te voorzien. Deze werd aangelegd door een maatschappij met de wat pompeuze naam “Société pour l´Ex­ploitation des Lignes Vicina­les d´Ostende et des Plages Bel­ges" of kortweg S.E.L.V.O.P.. Projectleider hierbij was een zekere inge­nieur Courtens. De aftakking volgde simpelweg de Koerslaan, en leidde zo naar een halte die weinig verrassend “Breedene Hippodroom” werd gedoopt. Van daaruit kon men nog wat doorrijden naar het Duitse kanon.

Er werd een fraai wachthuisje in Art Nouveau-stijl gebouwd, op een moment dat die bouwstijl in feite al over zijn hoogtepunt heen was. Dit gebouwtje bestaat overigens nog altijd. En net zoals men in Gent heeft getalmd om de kiosk in het Citadelpark te beschermen, is dit gebouwtje in Bredene, een laatste getuige van een vervlogen periode voor zover we hebben kunnen nagaan niet beschermd.

Op 24 juni 1923 werd de hippodroom officieel geopend. Enkele straatnamen in de buurt van waar deze hippodroom lag herinneren nog aan die periode. Zo zijn er o.a. de Koerslaan en de Derbylaan. Deze nieuwe trekpleister zette grondbezitters aan om te trachten bouwgronden aan een hoge prijs van de hand te doen. Er kwamen daarop inderdaad een tiental mooie villa´s, maar daar bleef het lang ook bij.

Bredene werd tijdens WO 2 “Sperrgebiet” omwille van belangrijke werken in het kader van de uitbouw van de Atlantikwall. De Duitsers bouwden er bunkers en legden antitankgrachten aan. De installaties van de paardenrenbaan stoorden blijkbaar de Bezetters, want ook deze ontsnapten niet aan hun vernielzucht. Daar waar de Duitsers tijdens WO 1 nog -onbedoeld- voor de latere toegangsweg tot de hippodroom gezorgd hadden, ontmantelden hun nazaten nu zonder pardon de fraaie installaties van de paardenrenbaan van Bredene.

Het gebied waar de renbaan vroeger lag is thans het natuurgebied d´Heye. Vanuit de lucht kan men nog steeds goed de specifieke vorm van de renbaan tussen het loof herkennen. Ook zouden er nog enkele betonnen restanten van de tribunes te zien zijn. Deze bevinden zich in een weiland op de hoek van de Koers- en de Batterijstraat

Bronnen

- Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed: Tramstatie Bredene
- Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed: Teksten bij "Koerslaan"

Harelbeke

Adres: Hippodroomstraat – Kortrijkse Steenweg, thans F. Ingelramstraat Alternatieve naam: Les Tilleuls / Ter Linden / “Hippodroom van Kortrijk”/ “Vanden Hende Renbaan”
Oprichtingsjaar: aanleg:1896 (cf. L´Echo de Courtrai van 16 feb. 1896) in gebruikname 1897
Bestond tot: 1962
Type baan en lengte: 1000 m (volgens een programmaboekje van 1906) Aanvankelijk graspiste (???) sintelbaan / assepiste (verbrande koolresten) Type koersen: drafrennen (zowel bereden als in sulky), soms ook korte galopwedstrijden en obstakelkoersen
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
in de vroege 1900´s: april tot november (?) (in de wintermaanden waren er minder koersen, vanwege het vroeg invallen van de duisternis. De renbaan was dus niet verlicht. (het is ons onduidelijk vanaf welk jaar met verlichting op paardenrenbanen begonnen werd. Zoals het Retroscoop-artikel over de hondenrenbaan te Courbevoie al aantoonde, was die piste al in de 1930´s grondig verlicht)

Infrastructuur:

4 kleine ingangen met telkens een “bureau”, wellicht een gebouwtje waar men zijn inkomticket moest kopen. Er was ook een “bureau principal” aan een ingang waarlangs auto´s / koetsen binnenreden
– Twee tribunes, één in het rechte stuk, één in een bocht van het ellipsvormige parcours
– Gebouw wedstrijdjury tussen de twee tribunes
– Boerderij
– Bureau


Beide items: Collectie Stadsarchief Kortrijk

Algemeen:

1896: In de Chronique Locale van de l´Echo de Courtrai van 16 februari 1896 wordt te verstaan gegeven dat de nieuwe hippodroom Les Tilleuls (bijna) een feit is. In de wat bombastische taal uit die periode maakte de lokale krant de lezer er attent op, dat een paviljoen van de Hippodrome de la Lys (Kortrijk, zie verder) naar Harelbeke was overgebracht: “Le pavillon blanc et rouge qui dominait jadis notre magnifique hippodrome de la Lys, déploie aujourd´hui, après avoir été arboré en berne pendant de longues années ses riantes couleurs sur le nouveau champ de courses de l´allée des Tilleuls. Een vereniging van paardenliefhebbers die de gronden aldaar zou huren werd dat jaar opgericht.

1897: In gebruik name op 4 oktober van de nieuwe renbaan. Deze hippodroom situeerde zich in de wijk Zandberg, ten ZW van het stadscentrum.Hoewel deze renbaan in feite op het grondgebied van Harelbeke lag, werd hij algemeen als deze van Kortrijk aangeduid. Daarbij werd niet naar de stad maar eerder naar de omgeving van het Kortrijkse verwezen. Een beetje zoals de Universiteit van Hasselt, op het grondgebied van Diepenbeek. De renbaan werd ook “Les Tilleuls / Ter Linden” genoemd. Deze benaming verwees naar een bomenrij aangeplant onder Oostenrijks bewind langs de weg Harelbeke-Kortrijk. Deze eeuwenoude bomen overleefden WO 2 niet.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw kon men de hippodroom vanuit Kortrijk per tram bereiken. In 1931 werd deze lijn geëlektrificeerd. De lijn bleef bestaan tot in 1959, waarna de trams door bussen vervangen werden.

Behalve voor paardenkoersen werden op en rond de piste ook andere happenings georganiseerd. Nu eens was er een vliegmeeting, dan weer een  voetbal- of wielerwedstrijd.

Zo werd -vreemd genoeg in november !- 1910 een “Kortrijkse vliegweek” georganiseerd, onder auspiciën van de Société Internationale d´Aviation d´Ostende. Aanvankelijk was het de bedoeling een nog uiterst zeldzame vrouwelijke piloot uit te nodigen, mevr. Hélène Dutrieux, maar blijkbaar is dat niet doorgegaan wegens andere verplichtingen. In haar plaats kwam vliegenier René Gozic (elders "Cozic" geschreven) een verbaasd publiek trakteren op zijn vliegkunsten. (om het één en ander in het juiste perspectief te plaatsen: in 1910 had Gozic hoge ogen gegooid, door maar liefst 32 minuten in de lucht te blijven rondcirkelen op een hoogte tussen 150-200 m... Vliegen stond nog helemaal in zijn kinderschoenen...) In 1911 was het de beurt aan piloot Béaud om met zijn Farman dubbeldekker het publiek te bekoren.

De “pelouse” in het midden van deze renbaan blijkt het vaste voetbalveld van de FCC, de Football Club Courtraisin te zijn geweest. In 1902 kwam een Parijse voetbalclub FC Kortrijk het vuur aan de schenen leggen, het jaar daarop de Britse club Maidstone C.I. Op de sintelbaan werden dus ook op geregelde tijdstippen wielerkoersen gehouden. Nu eens stonden sprint- of achtervolgingswedstrijden op het programma, dan weer uithoudingskoersen over een afstand van 50 of 100 km. Zo nu en dan deden ook circussen het terrein aan, en er werden ook concerten georganiseerd.(a) Blijkbaar werden er (omstreeks 1910) ook koersen met windhonden georganiseerd, o.a. op 28 maart. (b)

1911: De infrastructuur werd grondig opgefrist en verstevigd. Het inspireerde een uiterst lyrische Géo de Volga tot een erg boude uitspraak: “Reconnaissons-le, la plaine des Tilleuls est le Wellington du trotting”, doelend op de renbaan van Oostende, waar (vooral) galopwedstrijden plaats vonden. De meeste koersen te Harelbeke waren inderdaad drafwedstrijden (trotting), al werd er zo nu en dan ook wel gegaloppeerd. In 1906 bv. werden op de eerste koersdag volgende prijzen uitgereikt

– Prix d´Ouverture: 3000 m draf voor Belgische paarden (bereden en met sulky) – Prix des Tilleuls: 1500 m draf – Prix du Printemps: 3000 m draf – Prix d´encouragement: 1400 m galop

In de regionale pers uit die tijd werd eveneens gesproken van een “procession des Saints Cheveaux”. Mogelijk werden de paarden hierbij gezegend door Meneer Pastoor ? (c)

Er werd ook een fanfare opgericht, om voor entertainment tussen de koersen door te zorgen. Deze werd kortweg “Fanfare du Syndicat” genoemd. Die “syndicat” heette voluit “Syndicat des Propriétaires des cheveaux ½ sang”. (Elders wordt voorts over een “Syndicat des Propriétaires et des Amateurs de Cheveaux Trotteurs de Course” gesproken. Het is nog een vraagteken of het hier om dezelfde organisatie gaat) Als “president” werd een zekere Jules Boone opgegeven, maar het is niet helemaal duidelijk of hij voorzitter van het syndicaat was of van de renbaan.

Naar verluidt werd de naam van de hippodroom op gegeven moment veranderd van Ter Linden in Vanden Hende Renbaan. (naar de nieuwe eigenaar ?) De organisator van de paardenkoersen was de vzw “Drafwedrennen Kortrijk”. (d)

1962: Vanaf 1962 verhuisden de paardenkoersen naar een nieuwe hippodroom, deze van Kuurne. De oude installaties te Harelbeke raakten daardoor in onbruik. Uiteindelijk werden de gronden verkaveld, en enkele nieuwe straten aangelegd. Zo kwam er een Forestier Ingelramstraat, die parallel loopt met de Hippodroomstraat. Voorts kwamen er een Hugo Verrieststraat en een Julius Sabbestraat.

In het laatste kwart van de 20ste eeuw verrezen enkele lage appartements-blokken in rode baksteen en een aantal huizen met tuin rond deze straat in betonnen vlakken.

In Kortrijk werd tussen 1886 en 1914 een gespecialiseerd weekblad voor liefhebbers van paardenkoersen uitgegeven, die “Le Trotteur” heette.

Voetnoten

Wie zelf in de lokale pers uit die periode wil grasduinen, kan terecht op de website www.beeldbankkortrijk.be. Wij zochten voorlopig o.a. op zoektermen als “Tilleuls” en “Hippodrome”, maar nog tal van andere mogelijkheden (zoals “peerd”) zullen in de toekomst ongetwijfeld nog sprokkels informatie opleveren. Deze beeldbank staat ook bol van aankondigingen van paardenkoersen op de renbaan van Ter Linden. Ze allemaal verwerken in deze bijdrage overstijgt evenwel de ambities van deze bijdrage.

(a) Luchtvaartgeschiedenis.be: René Cozic  / L´Echo de Courtrai 16 april 1905 L´Echo de Courtrai 15 juni 1905
(b) l´Echo de Courtrai 27 maart 1910
(c) l´Echo de Courtrai 12 feb 1911
(d) Website Gemeente Kuurne Toeristische bezienswaardigheden Hippodroom

Geraadpleegde bronnen

Beeldbank Kortrijk
Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed: Teksten bij "Hippodroomstraat"

Kortrijk

Adres: Aan de Brugse Poort, ter hoogte van het huidige Leiemonument, nabij Kuurnste steenweg
Alternatieve naam: Hippodrome de la Lys
Oprichtingsjaar: 1881
Bestond tot:
Type baan en lengte:
Ovaal
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:
Twee tribunes. Een wit-rood gebouw werd later verhuisd naar de nieuwe renbaan te Harelbeke (Les Tilleuls) zie aldaar.
Infrastructuur die zich tussen deze twee tribunes bevond werd op een plattegrond aangeduid als “Jury” (misschien een wedstrijdtoren ?)
– Boerderij (nog steeds volgens zelfde plattegrond)
– Ver
schillende inkomgebouwtjes


Algemeen:

Lag loodrecht ten opzichte van Leie. Deze hippodroom mag niet verward worden met de iets recentere op het grondgebied van Harelbeke, die soms ook “Hippodroom van Kortrijk” werd genoemd. 

Kuurne

Adres: Kattenstraat 188
Alternatieve naam: Kuurne Arena” (recent)
Oprichtingsjaar: 1962
Bestond tot: nog steeds actief
Type baan en lengte: lavapiste van 1083 m lang (geen perfecte ovaal), ovalen oefenpiste van 650 m (aan de binnenkant van de eigenlijke baan bevindt zich een 8-vormige baan) met een langwerpige vijver in dezelfde vorm als een atletiekpiste.
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Deze piste wordt tussen september tot eind april gebruikt voor koersactiviteiten
Infrastructuur: Gezien de recente startdatum (1962) van deze renbaan hier geen frivole, fantasierijke Belle Epoque infrastructuur, maar sobere, functionele, o.i. eerder saaie naoorlogse architectuur. Om de mensen tijdens de wintermaanden te kunnen ontvangen diende de infrastructuur daarop berekend te zijn. Ze werd ontworpen door Marcel Holvoet, een architect uit de streek zelf.

ca. 1981: het "oude" tribunegebouw werd vervangen door één ontworpen door de Gentse architect Jean-Pierre Felt. De piste is deels afgebakend met hagen. Op zeker moment (1980´s ?) werd een deel ook afgebakend met vangrails zoals die op een autostrade. Geen ingreep die de algemene elegantie ten goede kwam.


Algemeen:

De Hippodroom van Kuurne ging in april 1962 van start, en verving deze van Harelbeke. Drijvende kracht achter het project was de lokale ondernemer Fernand Talpe. Nicky De Frene verschafte ons kostbare informatie over de twee belangrijke koersen die er jaarlijks in Kuurne gereden worden.

De hoogmis op de koerskalender in Kuurne is de “Mardi Gras”, die dus ook effectief op Vette Dinsdag tijdens het carnavalverlof doorgaat. Op Vastenavond wordt elk jaar de oudste nog bestaande drafklassieker in ons land gereden. Op Mardi Gras strijden de deelnemers om de Grote Winterprijs.

De eerste editie zou ca. 1921 zijn doorgegaan, mogelijk in Dilbeek. Na WO 2 echter werd het verplaatst naat Sterrenbeek, waar deze koers internationale faam verwierf. Vanaf de winter 2001-2002 nam Kuurne het drafprogramma van de hippodroom van Sterrenbeek over.

Daarnaast is er de "Grote Prijs Fernand Talpe”. Deze vindt traditioneel plaats op de derde zondag van oktober. Deze klassieker wordt reeds sinds 1966 georganiseerd door Drafwedrennen Kuurne, de opvolger van Drafwedrennen Kortrijk. In de jaren 70, 80 en 90 slaagde men erin de wereldtop aan de startlijn te krijgen. Thans is er een zekere terugval, en mikt men vooral op toppers van eigen bodem en op Europese subtoppers. Het nieuwe management onderneemt verwoede pogingen om dit evenement enig glamour-gehalte mee te geven. Bezoekers worden dan ook aangemoedigd om zich speciaal op te tutten voor deze “galameeting”.

In de hoogdagen van deze renbaan zakten nog enkele duizenden bezoekers naar Kuurne af. Dit aantal is echter gaandeweg achteruit gegaan, om terug te vallen op gemiddeld 1500 mensen.

Om het tij te keren, dienden andere inkomsten-bronnen gezocht worden. Daartoe werd een managementteam samengesteld onder leiding van Hans Verschueren; Deze dynamische veertiger verdiende reeds zijn sporen -een erg toepasselijke uitdrukking- bij het inblazen van nieuw leven in de Wellington renbaan van Oostende. (zie aldaar) Dit nieuwe bestuur onderzoekt de mogelijkheden om bv. “teambuilding dagen” voor bedrijven te organiseren rond het thema paardensport. Pistes die geopperd werden zijn bv. het vormen van een team met een professionele jockey. Andere mogelijkheden zijn een parcours voor mountainbikers, watersporten in een vijver, atletiek en balsporten, concerten enz.

Er kwam een nieuwe naam (“Kuurne Arena”) en zowaar een “ambassadrice”. De keuze viel daarbij op zangeres Laura Lynn.

Geraadpleegde bronnen

- Gemeente Kuurne: Toeristische bezienswaardigheden Hippodroom
- Kuurne: Evenement: Concerten op renbaan Evelien Vantomme in Nieuwsblad 19 jan 2013
- e-mail van Nicky De Frene naar Retroscoop
 

Oostende

Adres: Sportstraat 48 (voorts omzoomd door de Eduard Decuyperstraat, de Koningin Astridlaan, de Northlaan en de Nieuwpoortse Steenweg.
Alternatieve naam: Wellingtonrenbaan
Oprichtingsjaar: 1883
Bestond tot: nog steeds actief
Type baan en lengte: grasbaan met lange rechte stukken (galop) en kleinere aarden baan (draf). De lengte bedraagt 1000 m
Type koersen: zowel draf- als galoprennen, obstakelkoersen
Wijzerzin / tegenwijzerzin: Zowel afbeeldingen van wijzerzin als tegenwijzerzin
Koerskalender: In 1957 koersen in juli en augustus, tot 5 per week Infrastructuur:

Er bestaat heel wat beeldmateriaal over de infrastructuur van de Wellington renbaan. Om deze enigszins zinvol voor te stellen, zal enige structuur in die grote hoeveelheid gebracht moeten worden. Het verhaal van de hippodroom werd daartoe gemakkelijkheidshalve in een aantal hoofdstukken opgesplitst, waarmee drie "versies" van de renbaan overeen stemmen.


Versie 1 van de oprichting tot 1942

 


Tribunes: aanvankelijk stonden er drie tribunegebouwen op de Wellington renbaan, die hier louter voor de duidelijkheid met de letters A, B en C aangeduid zullen worden, A zijnde de meest westelijke. Tribune A met links achter een fraai toren met blijkbaar een wenteltrap. Tribune B met smalle zuilen en een centraal geplaatste eretribune. Tribune C lijkt de minst uitgewerkte te zijn geweest, met rechts een afgerond gebouw. Er stond ook een metalen standbeeld van een paard, dat thans nog steeds op de hippodroom-site terug te vinden is.

Tribune A


Deze foto toont de zijkant van "tribune A". In de toren lijkt zich een wenteltrap te bevinden. De veranda in het midden was vermoedelijk een restautant (?)


Achter tribune A bevond zich een kasteel-achtige structuur. Een oprijlaan ging
langsheen deze gebouwen, zo naar de achterkant van de koninklijke "chalet"

Tribune B


dit is wat men zonder overdrijving "nokvol" zou kunnen noemen...



Tribune C


Koninklijke "Chalet": vooralsnog werd nog niet achterhaald of deze dienst deed als tijdelijk verblijf of louter de tribune was voor de vorst en zijn gevolg. Het is evenmin duidelijk of de vorst van hieruit de paardenkoersen volgde, of vanuit de ereloge van tribunegebouw B. – Fortstructuur: de luchtfoto laat heel goed de vijfhoekige structuur zien. Vooralsnog is het onduidelijk of het oorspronkelijk fort helemaal werd afgebroken en dit een recenter “fantasiefort” was, of zo deze structuur een restant is van het oorspronkelijk fort.

Waag (pesage)



Duivenschieting en opslagplaatsen (1890´s) plus serres


Paardenstallen


Paviljoen of tenten voor bookmakers en gokkers op de “pelouse”


Muziekkiosk

– Fort

Een vijfhoekig fort-achtig gebouw bevond zich verstopt achter de tribunes. Aan de strandzijde was de site helemaal in tudor-stijl opgetrokken.


Opvallend toch, zelfs een vaandel van het land van de Rijzende Zon


Foto 85
Deze postkaart toont hoe dichtbij het strand zich bevond


Drie transportmiddelen op één kiekje: tram, koets en auto


Uiteindelijk verdwenen de koetsen helemaal uit het straatbeeld


Het laatste restantje van de fort-structuur

 

Versie 2  1947 en versie 3 uitbouw na 1947


Eerste steenlegging nieuwe hippodroom


De bouw is ondertussen goed opgeschoten...

De gebouwen die na de oorlog werden gebouwd zijn opgetrokken in een “modernistische” of “internationale” architectuur, met veel afgeronde muren.

Nieuwe tribune met daaronder een grote hall voor de bookmakers


de hall voor de "bookies" stroomde zoals een sluis
voortdurend leeg.... en weer vol....


Nieuwe Koninklijke tribune versierd met kroontje: deze keek recht uit op de eindmeet



Nieuw poortgebouw versierd met 6 gestileerde paardenkoppen, aan weerszijde drie onder elkaar. Aan weerszijde van dit poortgebouw bevinden zich ook telkens drie loketten, elk achter een afgeronde muur. De poort is bereikbaar via een dubbel hellend vlak, loodrecht ingeplant ten opzichte van deze toegang. 

Toegangspoort versierd met bloembakken, een beetje in een Spaanse stijl


Taverne "Bagatelle"met een afgerond westelijk uiteinde

(ondergrondse ?) paardenstallen

 

Algemeen:

De belangrijkste hippodromen die ons land ooit kende waren Groenendaal, Sterrebeek, Watermaal-Bosvoorde en Oostende. Enkel deze laatste is vandaag de dag nog actief.

Daar waar er over verschillende hippodromen op Belgische bodem vaak weinig informatie te vinden is, zou deze van Oostende gemakkelijk het onderwerp van een kloefer kunnen vormen. Zowel feiten- als beeldmateriaal circuleren veelvuldig op het internet. Zo besteedde de Koninklijke Oostendse Heem- en Geschiedkundige Kring De Plate heel wat aandacht aan deze site, compleet met affiches en programmaboekjes. We moeten hier zelf noodgedwongen een selectie maken in al de beschikbare informatie.


De Royal Palace met zijn opvallende inkom en overdekte wandelgang

rechts daarvan op een boogscheut van de hippodroom


Rond deze hippodroom lagen twee indrukwekkende hotels, het legendarische Royal Palace Hotel en  het Buckingham Palace Hotel. Heel erg passend natuurlijk in een stad die gepromoot werd als de "Koningin der Badsteden" en dat toen ook effectief was.

 

In het artikel over de koersen met windhonden in Courbevoie op Retroscoop kwam al aan bod dat er gedurende korte tijd ook zo´n koersen in Oostende werden gehouden. Het is niet uitgesloten dat deze op de hippodroom plaats vonden, al werd hiervoor nog geen waterdichte aanwijzing voor gevonden. (een andere mogelijkheid is een rechte piste op het strand bv.) 

Chronologie
a) voor de bouw van de Wellington hippodroom
ca. 1811: Napoleon voorzag om drie forten in Oostende te bouwen, om te verhinderen dat de Britten via zee zijn nieuwe gebieden zouden proberen binnen te vallen. Uiteindelijk werden er daar maar twee door Spaanse krijgsgevangenen gebouwd. Ze waren nog niet volledig afgewerkt, toen de Franse Keizer van zijn troon gestoten werd. De Wellington renbaan zou opgetrokken worden op de site van het meest westwaarts gelegen fort. We concentreren ons hier dus eerst op dit fort. Op het einde van dit verhaal komen we nog even terug op het andere fort.

1816: In het jaar na de definitieve nederlaag van Napoleon te Waterloo werd het fort afgewerkt door Britse troepen. Ze deden dit  voor de Nederlandse koning, die het project financierde. Het afgewerkte fort werd dan ook Fort Willem genoemd.

1818: De hertog van Wellington komt het fort inspecteren. Echt overtuigd van het militair nut ervan was men blijkbaar niet. Het fort werd nauwelijks bewaakt, soldaten vernielden na verloop van tijd een deel van de infrastructuur, en omwonenden gingen aan de haal met een deel van de inboedel.

1830: Na de Belgische onafhankelijkheid werd het fort tijdelijk herdoopt in Fort Louise, naar de eerste Belgische koningin Louise Marie. Later werd eerder de term “Fort Royal” gebruikt

1864: Heel wat Britse toeristen zakten in de 19de eeuw af naar de Belgische kust. Het was voornamelijk onder hun impuls dat een vereniging werd opgericht, die ervoor zorgde dat er ook in Oostende paardenkoersen georganiseerd werden. Daartoe werden enkele braakliggende terreinen in de Vuurtorenwijk afgehuurd. De populariteit van het evenement steeg jaar na jaar, zodat uiteindelijk naar een andere locatie uitgekeken moest worden.

1865: minister van oorlog baron Félix Chazal onthief Oostende van zijn vestingfunctie. De stadswallen werden ontmanteld, maar het fort behield nog korte tijd zijn militaire functie.

1870: het fort wordt gebruikt als interneringsplaats voor een honderdtal Franse militairen, die na de nederlaag van de Fransen in de Slag bij Sedan naar het neutrale België waren gevlucht.

In de 19de eeuw vonden in Oostende een aantal paardenkoersen plaats op braakliggende terreinen.

Leopold II bemoeide zich volgens het stadsbestuur van Spa en Brussel soms wel iets te nadrukkelijk met de urbanisatieproblematiek. In het ontluikend Oostende stond men veel meer open voor de dadendrang van de Roi Batisseur. De koninklijke familie bezat overigens al sedert 1874 een “chalet” of “residentie” in Oostende. Deze aanwezigheid lokte extra bezoekers naar de kuststad, en zorgde dus ook voor extra inkomsten.

1883: In dat jaar viel onder impuls van Leopold II de keuze op terreinen rond een voormalig vijfhoekig militair fort in het westelijk deel van Oostende, nl. Mariakerke voor de oprichting van een prestigieuze hippodroom. Heel toevallig ook vlak bij de Koninklijke Chalet... In 1896 werd ook een aanvang genomen met de verstedelijking van Mariakerke, in het westen van Oostende. Het ging om een prestigieus project met de naam Project North.

b) De bouw van de Wellington hippodroom

Van zodra Leopold II zich met de zaak bemoeide, schoten de plannen om in Oostende een fraaie hippodroom aan te leggen sneller in gang. In de vroege 1880´s werd daartoe de Franse architect Antoine Dujardin (1848-1933) aangetrokken.

De plannen voorzagen in het behoud van een belangrijk deel van het fort, maar het op te smukken met kantelen en sierlijke torentjes. Dit geheel werd dan ook al snel “het kasteeltje” genoemd, en was in zogenaamde Tudor stijl. Of het Dujardin´s idee was, of zo dit een opgelegde voorwaarde was hebben we vooralsnog niet kunnen achterhalen. Hoe dan ook, de man ontwierp naast het “kasteeltje” ook de hoofdtribune. Tevens werd er in (jaartal ?) een Koninklijke tribune gebouwd. De restanten van het Fort dienden als funderingen.

- 1883: 23 juli De hertog van Wellington gaf in het bijzijn van Leopold II het startschot voor de eerste paardenkoers op de renbaan die naar hem vernoemd zou worden.

1885: Aanleg van een tramlijn tussen Oostende en Nieuwpoort. Vanaf 1897 werd het eerste stuk van het parcours van de Kusttram vanuit Oostende aangelegd. Toeschouwers voor de paardenkoersen konden alzo per tram komen, of per koets. Voor deze laatste werd een aparte parking voorzien. Vanaf de 1890´s verschenen de eerste bezoekers die zich per auto naar de paardenkoersen lieten brengen of zelf naar daar reden. Een revolutionaire nieuwigheid, waarop echte paardenliefhebbers wellicht wat op neergekeken zullen hebben....

- 1887: Oprichting van de "Société des Courses d´Ostende" onder leiding van F. de Stuers.

- 1898: De uitbouw van de infrastructuur ging in de daarop volgende jaren verder. Zo werd er een tunnel gegraven die onder het kasteeltje door ging, onder de renbaan, en zo toegang verschaft tot het terrein aan de binnenzijde van de renbaan.

- 1899: Toevoeging in de meest westwaarts gelegen bocht van de grasbaan van een “duivenschieting”. Het ging om een rood bakstenen gebouw eveneens in Tudor-stijl, versierd met kantelen en drie compleet van elkaar verschillende torentjes. Het geheel lijkt dus ook wat op een klein fort.

Zoals de naam het aangeeft konden de bezoekers er op duiven schieten. Op de schietstand werden in de Belle Epoque overigens geen exemplaren in klei onder vuur genomen, maar heuse duiven met pluimen en al. Deze werden speciaal daarvoor wat verderop gekweekt.Men treft er overigens ook een gietijzeren beeld aan, opgesteld op een “piramidebol”. Het stelt een man voor, die in een opgestoken hand een duif vasthoudt. Dit fraai beeld werd eertijds geproduceerd door de “Fonderie de la Meuse”. Het werd in 1988 grondig gerestaureerd. Dit gebouwtje bestaat nog steeds, en is anno 2015 een brasserie (a)

In het verlengde van deze schietstand werden in hetzelfde jaar ook lage magazijnen met een leien zadeldak toegevoegd. Pal in het midden van de constructie staat een vierkante toren. De magazijnen werden min of meer in dezelfde bouwstijl opgetrokken, al maakte hun functie een even “luxueuze” uitwerking overbodig. In het laatste kwart van de 19de eeuw werd ook een stallenrij met nummers 1-24 toegevoegd. (b)

  

- 1900: Naast het ´Kasteeltje´ werden er rond 1900 vier tennisterreinen op de Wellingtonrenbaan aangelegd. Deze verhuisden in een later stadium naar de site van het fraaie Royal Palace Hotel, dat vlak naast de hippodroom lag.

- 1902: Tussen 1902 en 1906 werden overigens de 380 m lange Koninklijke Gaanderijen aangelegd. Deze vormden een overdekt verbindingsstuk tussen de “Chalet” van Leopold II en de Hippodroom.

- 1906-1907: andermaal onder impuls van Leopold II werden nieuwe tribunes gebouwd. Daartoe trok Leopold II Alexandre Marcel (1860-1926) aan. Deze had diverse paviljoenen ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van Parijs, waaronder een Japanse toren voor de sectie “Le Tour du Monde”. De Belgische vorst was daar zo opgetogen over, dat hij de toren aankocht en in Laken liet heropbouwen door Marcel. (Dank zij zijn uitstekende verstandhouding met Leopold II kwam hij later in contact met Baron Empain, voor wie hij een aantal gebouwen voor diens modelstad Heliopolis in Egypte zou ontwerpen.)

Tijdens het eerste kwart van de 20ste eeuw werden ook serres in de buurt van de duivenschietstand toegevoegd. Deze werden gebouwd door de Gentse firma Ch. Buss en zouden nog steeds bestaan, maar vervallen zijn. Later werden er overigens nog bijkomende serres toegevoegd. Hun precieze functie is ons onbekend. Mogelijk werden er bloemen geteeld die vervolgens dienden om de site op te fleuren, om snijbloemen aan het restaurant te leveren of om voor boeketten voor de overwinnaars mee samen te stellen ?

Dat hippodromen niet alleen "schoon volk" aantrok, zal wel duidelijk wezen. Zo berichtte de Gazette van Kortrijk van 22 juli 1909 dat de politie een Britse zakkenroller had gearresteerd, die een slachtoffer maar liefst 2000 BFr. lichter had proberen te maken. Dat in een periode waarin arbeiders soms staakten voor 1 Frank opslag...

- 1920: Tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen ging de polo-wedstrijd op de renbaan van Oostende door. Er waren maar 4 teams, de VS, Engeland, Spanje en België.

- 1921: Een reclame voor de toeristische troeven van Oostende uit 1921 maakt vreemd genoeg gewag van twee hippodromen. Vooralsnog moet nog worden uitgeklaard welke tweede hippodroom bedoeld wordt.


- WO 2: tijdens de oorlog werden alle activiteiten stopgezet. Aanvankelijk werden de terreinen gebruikt door een organisatie die “Nationaal Werk van de Akker” noemde. Naar alle waarschijnlijkheid wordt hiermee de katholieke organisatie Werk van den Akker en den Haard bedoeld, een vzw die vanaf 1896 de oprichting van volkstuintjes promootte.

In 1942 maakten de Duitsers hier een einde aan. De bezetter vernielde niet alleen het prachtige Oostendse Kursaal, maar ook de tribunes van de Wellington-renbaan moesten eraan geloven. De site werd omgevormd tot een deel van de Atlantik Wall, en werd een mijnenveld.

Na WO 2: Het Oostendse stadsbestuur was ervan overtuigd dat het van vitaal belang was voor de toeristische uitstraling van de stad om zo spoedig mogelijk weer een hippodroom in gebruik te nemen. Alleen, veel geld was er niet, en de Duitsers hadden de site grondig vernield. Van de oude installaties bleef enkel een oude bakstenen toegangspoort bewaard. Twee van de drie korfboogpoorten ervan werden in die periode dichtgemetseld, de middelste lijkt nog toegankelijk te zijn.

De eerste taak die verricht moest worden, was het opruimen van de mijnen die de Duitse bezetter op de site had begraven. (Het zou interessant zijn om te weten of dit door het Leger gebeurde, of bv. door gevangenen, die op die manier een strafvermindering konden bekomen). De graspiste werd vervolgens heraangelegd, en er werd een omheining geplaatst. Deze activiteiten vroegen niet zo heel veel investeringen, en werden dan ook sneller afgerond. Het bouwen van nieuwe infrastructuur zou echter belangrijke investeringen vergen. Bij de onderhandelingen hierover waren verschillende gesprekspartners betrokken, die soms andere prioriteiten dan een paardenrenbaan hadden. Naast het Oostends stadsbestuur was dat bijvoorbeeld het Ministerie van Wederopbouw. Om begrijpelijke redenen duurde het dan ook tot 1947 eer er schot in de zaak kwam.

Er werd begonnen met de heraanleg van de piste, waarrond alvast een omheining werd geplaatst. Voor wat betreft de bouw van de nodige infrastructuur, zoals tribunes, een zone voor bookmakers en gokkers enz. blijken vooral drie mensen de stuwende kracht te zijn geweest. Helaas wordt niet uitgeweid over welke functie of achtergrond zij precies hadden, en in welke zin dit hen heeft geholpen om de zaken vooruit te doen gaan. Het ging om:

– Baron Vaxelaire: we nemen aan dat het gaat om Raymond Vaxelaire (1871-1947), de zoon van de Franse stichter van de Bon Marché winkels, François Vaxelaire ? (c)
– M. Bauwens: mogelijk ging het om de industrieel John Bauwens, die aan de Oostendse Baelskaai drie bedrijfjes bezat ? (d)
– Max Dugniolle: diens rol was werkelijk cruciaal. Hij zou vervolgens, tussen 1947 en 1966 voorzitter blijven van de “Société Royale des Courses d´Ostende”. (Later werd nabij het weeglokaal een gedenkplaat voor hem opgericht.

Op 11 april 1947 werd alvast de eerste steen van de nieuwe tribunes gelegd. Deze werden ontworpen door Victor Fobert, een lokale architect. Wat later werden (nog ?) twee andere lokale architecten in de herwaardering van de site betrokken, namelijk G.. Boutelier en P. Vanbeginne.

Deze architecten ontwierpen tussen 1947 en 1955 een poort- en torengebouw, een inkomhal, een nieuwe koninklijke tribune (versierd met een kroontje) en de taverne "La Bagatelle".

Poortgebouw met 6 loketten en versierd met 6 paardenkoppen (3 onder elkaar aan iedere zijde), toegankelijk via een dubbele helling. De langgerekte vorm van de paardenkoppen suggereerde uiteraard hun snelheid bij het rennen

Tribune met zit- en staanplaatsen, beschermd door een licht hellend ingeplant zelfdragend dak. Onderaan bevindt zich een grote ruimte voor bookmakers.


Prins-Regent Karel

Koninklijke tribune (1955) Ovalen gebouw waarbij de zitplaatsen door een glasgordijn beschermd worden. Het gebouwtje is versierd met een kroontje.

Torengebouwtje koersleiding in dezelfde stijl als de koninklijke tribune

Esplanade: uitgestrekt terras van plavuizen in beton, beschermd door een glazen windscherm.

Weeglokaal of pesage: laag ovaal gebouw met plat dak

Taverne: "La Bagatelle". Langgerekt betonnen gebouw van 3 bouwlagen, met in het westen een afgerond uiteinde. Het wordt helemaal omzoomd door glas. Op het hoogste niveau treft men een interessante faience-tableaux aan, dat een tafereel met paarden uitbeeldt. Er zou ook een rotonde zijn, waarvan het stucplafond versierd is met sterren

– Burelen en conciërgebureel (1970´s)

– Ondergrondse paardenstallen en een “aansluitende paddock”

De stijl die de architecten na WO 2 hanteerden wordt “Internationale Stijl” genoemd. Andere bronnen hebben het over “Modernisme” (e)

   
Links, collectie Retroscoop, rechts collectie Stad Oostende (zie De Plate)

- 1957: Een programma uit dat jaar leert ons de toegangsprijzen in die periode. Deze bedroegen tijdens de week 60 Bfr. voor mannen en 30 Bfr. voor vrouwen. Op zon- en feestdagen bedroegen ze respectievelijk 100 en 50 Bfr., een aardige som. Er was een andere optie, namelijk de “pelouse”, aan de binnenkant van de renbaan. Daar kon men iedere dag van de week voor 20 Bfr. terecht. Vreemd genoeg werd hier geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. De regels van ongelijkheid zijn soms ondoorgrondelijk.

- 1962: Toevoeging van een grote rechthoekige hal met glasgordijn, lichtkoepels en een plat dak. Deze constructie is een ontwerp van Marcel Mollemans.

- 1970´s (?): Bouw van een prefab paviljoen voor bookmakers.

- 1971: In gebruikname van een halvemijlbaan voor drafkoersen


- 1998: De site, zowel de gebouwen als de renbaan en oefenbaan werden op 1 okt. 1998 door een ministerieel besluit geklasseerd als een “beschermd stadszicht”.

De Wellingtonrenbaan wordt uitgebaat door de Koninklijke Renvereniging, maar het grootste gedeelte van de renbaan is in bezit van de Koninklijke Schenking. Tussen beiden zijn er gesprekken geweest over de aankoop van gronden of de huur ervan op langere termijn.

In het midden van de renbaan zijn er vijvers, waarvan het water gebruikt wordt om de grasbaan te besproeien. Een deel van het nabijgelegen Wellington Golf Oostende loopt door tot in het terrein aan de binnenzijde van de renbaan. Vlak bij de Wellington renbaan ligt ook het “Oud Kerkhof” uit 1852.


- Eind 20ste, begin 21ste eeuw: om de teruglopende bezoekersaantallen aan te pakken werd Hans Verschueren uit Zingem als nieuwe manager aangetrokken. Hij slaagde erin om de bezoekersaantallen tijdens de paardenkoersen weer op te krikken. Onder zijn leiding steeg het aantal bezoekers tijdens de tien koersmaandagen tot 50 000. Voorts wist hij nieuwe inkomstenbronnen aan te boren, door een aantal muziekconcerten te organiseren. Michael Jackson deed Oostende aan in 1997, en in 2003 was het de beurt aan Bon Jovi.

Ook wist het management van de Wellington-hippodroom een aantal sportmanifestaties aan te trekken. Zo vinden hier nu jaarlijks de Belgische kampioenschappen veldlopen plaats. Er werd ook een golfterrein (9 holes) op de site aangelegd.

Opmerking: hoewel de gebouwen van de Wellington renbaan op de restanten van het fort van Napoleon gebouwd zijn, was er nog een tweede fort. Dit vijfhoekig fort bestaat nog steeds, en bevindt zich in de Vuurtorenweg.(f)

Huidige situatie: Choux de Bruxelles Zalenverhuur Renbaan Oostende

Voetnoten

Andere artikels over Oostende op Retroscoop:
– Geschiedenis van het Kursaal – De de Smet de Naeyerbrug

(a) Ostend Sea P´lace Zalencomplex uit de Belle Epoque

(b) Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed: Fiche Wellington renbaan

(c) Raymond Vaxelaire bezat een fraaie villa -Rose des vents genoemd- te Knokke Le Zoute, maar voorlopig vonden we nog geen connectie met Oostende.

(d) Familie De Cloedt / John Bauwens was de stichter van het vissersbedrijfje Pêcheries à vapeur, een fabriekje voor de productie van ijs gebruikt voor het bewaren van vis dat Froid Industriel heette en de conservenfabriek Ostendia, waar sprot en sardientjes ingeblikt werden.

(e) Theuninck Jean Marie & Vermaut, Claudia. Oostende, stad in zicht. Beelden en verhalen uit een stad aan zee. Oostende (Stadsbestuur), 2001.

(f) Boek uw hotel.be Bezienswaardigheden in Oostende, Fort Napoleon

 

Literatuur

Callaert, Gonda; Delepiere, Anne Marie; Hooft, Elise & Kerrinckx, Hans & Vanneste P. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende, Deel IA: Stad Oostende, Straten A-M,
Deel IB: Stad Oostende, Straten N-Z en wijken Haven, Hazegras, Opex,
Deel II: Deelgemeenten Mariakerke, Raversijde, Stene en Zandvoorde,
Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL6, (onuitgegeven)
 

Waregem

Adres: Holstraat 99
Alternatieve naam:
Gaverbeek Hippodroom
Oprichtingsjaar: 1847 aanvankelijk op de gronden van het kasteel Casier (Stationstraat), later (1855 ?) op dat van het Kasteel van Potegem (Holstraat) Stichers:


Felix de Ruyck (eerste voorzitter, landeigenaar en mecenas) Ferdinand Guillemijn (eerste secretaris, notarisklerk en later politiecommissaris) Julien Storme. De Ruyck en Storme staan hierboven afgebeeld.
Bestond tot:
Type baan en lengte:

– ellipsvormige assepiste van 1100 m lang en zo´n 15 à 25 m breed, afhankelijk van de plaats van meten. De bochten werden lichtjes afhellend naar de binnenkant aangelegd. Voor iedere wedstrijd wordt de piste nat gesproeid om stofvorming zoveel mogelijk te voorkomen. Tevens wordt heel de laag nog eens zo vlak mogelijk gemaakt door middel van kettingen. Een koers bestaat uit anderhalve of twee rondes.

graspiste voor steeple chase aan de buitenrand van de assepiste met 9 hindernissen; Er worden drie rondes gelopen. De twee meest legendarische hindernissen zijn de 5 m brede Gaverbeek (in de “pelouse” gelegen) en de Ierse Berm, die beiden twee maal overwonnen moeten worden.

De verschillende hindernissen worden besproken in het zeer volledige artikel van Patrick Meuris (a)

Vandaag de dag is de totale site ongeveer 17 ha groot. De officiële website van de hippodroom omschrijft de baan als één van de zachtste van het land. De vorm van de koersbaan zou doorheen de jaren wat veranderd zijn. In de 1950´s was het eerder trapeziumvormig, in de vroege 1970´s verkreeg het blijkbaar de meer ellipsvormige vorm zoals die van een atletiekbaan die het nu nog steeds heeft.
Type koersen:
steeple-chase der Vlaanderen (1860 tot 1880). Spectaculaire hindernissenren, in die periode zonder twijfel één van de belangrijkste paardenwedstrijden op het continent. De belangrijkste en meest gevreesde hindernis was de Gaverbeek, met zijn 5 meter breedte moeilijker dan wat jockeys in Engeland of Frankrijk voorgeschoteld kregen.

De Waregem Koerse Maatschappij organiseert jaarlijks vier draf- en vier galoprennen. Daarnaast (?) zijn er nog speciale evenementen als

Maand van het paard:  internationale proeven van dressuur, military en mennen
– Gaverbeek Criterium – American Day Racing – Internationale Parade van het Paard

Wijzerzin / tegenwijzerzin: Met de klok
Koerskalender: Waregem Koerse vindt jaarlijks plaats op de dinsdag die volgt op de laatste zondag van augustus. Activiteiten van april tot oktober.
Infrastructuur:

– Tribunes: Begin 20ste eeuw was er reeds een bescheiden tribune. Een deel van de huidige infrastructuur dateert uit medio 1960´s. Een deel ervan is overdekt, een deel open. In 1990 werd een deel van de tribunes afgebroken, en ook het overblijvend deel zou naar verluidt moeten verdwijnen.

– Een tamelijk decoratieve rood witte uitkijktoren voor de wedstrijdjury, in ijzer opgetrokken. De constructie met tentdak telt drie bouwlagen. Een externe trap verschaft toegang tot het platform.

– Houten stallingen met een dak van golfplaat in het zuidoostelijk deel van de site

Inkomposten voor ticketverkoop










Algemeen

Over het ontstaan van Waregem Koerse bestaat een officiële versie, die niettemin gebaseerd zou zijn op weinig en niet noodzakelijk historisch volledig materiaal. Volgens die versie ontstond Waregem Koerse in 1847 als extra activiteit tijdens de kermisfeesten van eind augustus. Op die memorabele zomerdag werden toen voor het eerst twee paardenkoersen georganiseerd, een koers voor boerenpaarden en een zogenaamde “bereden” drafwedstrijd (niet met sulky´s maar met de ruiter “monté” op zijn paard) . Naar verluidt werd de koers gereden op Vlaamse Paarden, kloeke bruine paarden met witte “kousen”. (zie verder)

Sommige bronnen menen dat daarvoor de kinderkopjes uit enkele straten werden opgebroken (in de buurt van het station van Waregem), terwijl andere weten te vertellen dat deze oerversie  op de gronden van de familie Boulez doorging. Initiatiefnemer hiervoor was een vrij elitaire vereniging met de wat pompeuze naam ‘Société des Cavaliers dite de Saint-Maurice” / St Mauritiussocieteit. Dit was een groep van een 50-tal vooraanstaande paardenliefhebbers uit de streek, gesticht door Felix de Ruyck (1818-1884). Deze ondernemer was nog niet lang gehuwd met de dochter van de burgemeester, en was net begonnen met de bouw van een neo-classicistisch kasteel. (Na zijn dood werd het bekend als het kasteel "Casier" (Stationsstraat nr. 34). Het initiatief startte dus in 1846, was aanvankelijk opgevat als een soort volksfeest ter ere van het paard, een soort kermis compleet met muziek, een stoet doorheen het stadscentrum en zelfs brooduitdelingen voor de armen. Van paardenkoersen was er op dat moment nog geen sprake.

Blijkbaar werd dit initiatief goed gesmaakt, want vanaf dan werd het tornooi een jaarlijks evenement waar naar uitgekeken werd. Het jaar na de eerste editie werden echter al als nieuwigheid twee paardenkoersen op het programma gezet. Het ging om een galopwedstrijd over 650 meter en een drafwedstrijd over 1820 m. Deze vonden plaats op een uitgestrekt stuk grond in de buurt van het station. Volgens sommige bronnen werden hiervoor ook de straatstenen verwijderd, iets waaraan heel de bevolking aan zou hebben deelgenomen. Betekent dit dat de zandbedding van de opengebroken straat als renbaan dienst deed ? In 1849 stonden er al 4 koersen op het programma, 2 drafwedstrijden en twee galopkoersen. Blijkbaar werd de koers ten opzichte van 1847 bijna 400 meter ingekort.(1490 m)

In 1851 veranderde de  Société des Cavaliers dite de Saint-Maurice al van naam. De beschermheilige werd afgevoerd, en de naam omgezet in “Vereniging ter Aanmoediging van de Paardenkoersen en de Rijkunst”.

In 1853 werd alweer een nieuwigheid toegevoegd. Dat jaar werd er immers een koers ingelast voor boerenpaarden en hun veulens. Meteen werden 36 paarden ingeschreven.

In 1854 stelde barones de Kerkhove de Denterghem (die volgens de geraadpleegde bronnen vreemd genoeg ook de titel Gravin Vilain XIIII ofte “Quatorze”voerde) voor om de koers voortaan te laten plaatsvinden op haar gronden gelegen aan de Holstraat. Ondanks haar indrukwekkende titek woonde de barones in het al bij al relatief bescheiden kasteeltje van Potegem.(Zuiderlaan 54).


Voor Felix De Ruyck moet dat voorstel een speciale bijklank hebben gehad: hij had immers nog in het pensionaat voor jongens gezeten, dat zich vroeger in hetzelfde kasteeltje had bevonden.

De paardenkoers had op enkele jaren blijkbaar al een solide reputatie weten op te bouwen, en het niveau van kermiskoers overstegen. Dat blijkt wel uit het feit dat ook in 1854 het evenement zich mocht verheugen in belangstelling van het Koningshuis. Prins Filip Graaf van Vlaanderen, tweede zoon van Koning Leopold 1 en vader van Koning Albert 1, aanvaardde toen het ere-voorzitterschap van Waregem Koerse. Zaten de connecties van de Barones hier voor iets tussen ?

Volgens sommige bronnen kregen de initiatiefnemers ook de toestemming om een hippodroom uit te bouwen op de gronden van de adellijke dame. Wat we ons daarbij concreet  moeten voorstellen in die beginjaren is niet helemaal duidelijk.Hoe de vork echter ook precies in de steel zit, wat zeker is, is dat Waregem Koerse vanaf 1855 voor het eerst op de nieuwe locatie door kon gaan. Het jaar daarop kwam ere voorzitter Prins Filip in persoon naar Waregem afgezakt, om “zijn” koers mee te beleven. In de tweede helft van de 1850´s bezochten zo´n 10 000 mensen het evenement, meer dan er inwoners in Waregem waren.

1858: Een nieuwe grote stap werd in 1858 gezet. Toen werd voor het eerst een grote “steeple-chase” gelopen in de weidegronden van barones de Kerckhove, met de ondertussen legendarische Gaverbeek als belangrijkste hindernis. De Parijzenaar Marc Lejeune, een bankierszoon die een mooi domein in Doornik geërfd had. Hij zat in het bestuur van de organisatie die Waregem Koerse aanstuurde, en was zelf één van de deelnemers. In 1857 had hij deelgenomen aan de hindernissenkoers met het paard Cadeau, een koers die hij net niet won. Het jaar daarop stelde hij voor om een Steeple Chase te organiseren.

Het was dit voorstel dat Waregem Koerse zo groots en bekend zou gaan maken. Naar verluidt zorgde de bankierszoon, die zelf ook in de banksector gestapt was zelf voor een goedgevulde prijzenpot. Hij beloofde dit te blijven doen, zolang het bestuur zo´n wedstrijd zou organiseren. Hij bleef de drijvende kracht achter “zijn” Steeple Chase” tot aan zijn dood in 1895, jaarlijks zorgend voor een prijzenpot. Dank zij zijn connecties geraakten ook Franse paardeneigenaars geïnteresseerd in de wedstrijd op een hindernissenparcours. In 1858, tijdens de eerste editie werden twee Steeple Chases gelopen, de Grote en de Kleine. De afstand van de grote bedroeg 4600 m, waarbij 18 hindernissen moesten worden genomen. De beroemdste en beruchtste, de Gaverbeek stond toen al op het programma.


Deze nieuwe attractie was precies wat nodig was, om Waregem op de mondaine kalender te krijgen. De naam en faam van het anders bescheiden landbouwdorpje raakte de volgende 20 jaar bekend tot ver buiten de landsgrenzen. In die periode kon het Vlaamse plaatsje dan ook concurreren met het beste wat men in Frankrijk (la Marche, Parijs) en Engeland aan te bieden had. Geen wonder dan ook dat de crème de la crème aan ruiters en paarden jaarlijks naar Waregem afzakten.


Red Path

 Zoals elke grote sportwedstrijd kent ook Waregem Koerse haar legendarische overwinnaars. In de 19de eeuw was dat het paard Red Path, die de Steeple Chase der Vlaanderen maar liefst 7 maal op zijn naam schreef. Het paard nam voor het eerst deel aan de West-Vlaamse koers in 1887. Als het dat jaar niet won, dan was dat maar een uitgestelde kwestie. In 1888, 1889, 1892, 1893, 1895 en 1896 schreef het de koers op zijn naam. Dat jaar vierde Waregem Koerse zijn 50ste verjaardag. Red Path was het enige paard dat uiteindelijk overschoot, maar het toen al 19 jarige dier raakte uitgeput voor het de finish bereikte. Jockey William Buckley kwam daarbij ten val. Hij werd door enkele omstaanders weer op Red Path getild, en het paard slaagde er uiteindelijk toch nog in om over de finish te geraken. De laatste overwinning behaalde deze publiekslieveling op 21 jarige leeftijd.

1860´s: Vanaf de vroege 1860´s (maar mogelijk al eerder) war er eveneens een steeple chase die voorbehouden was aan officieren. Helemaal verrassend was dat niet, in die periode moet dat korps zo goed als volledig uit edellieden hebben bestaan. Onder de deelnemers waren er ondermeer drie broers uit de adellijke familie du Roy de Blicquy. In 1861 meende het drietal onterecht dat de Gaverbeek bedoeld was als een soort zwembad.

1880´s: Voor het eerst werden ook koersen met sulky´s op het programma gezet. In die tijd konden zo´n wagentjes gemakkelijk nog 200 kg wegen...

1921: In 1921 kwamen 30 000 bezoekers de 75ste editie van Waregem Koerse bijwonen. De winnaar van de Grote Steeple Chase kon zich verheugen op het innen van 15 000 Bfr, een zeer aanzienlijk bedrag in die tijd. Het jaar daarop waren er zelfs 40 000 bezoekers, dank zij een aantal vernieuwingen op het programma.

1925: Start van de bouw van een nieuwe tribune en aanleg van een parking voor auto´s en moto´s. Het aantal bezoekers bleef ondertussen maar toenemen. In 1927 werden er maar liefst 45 000 geteld ! De nieuwe tribunes werden in 1930 in gebruik genomen, en boden plaats aan 2500 mensen. Dat jaar won overigens een amazone de Grote Steeple Chase, de Française Mlle. Cabieu. De oververheugde winnares schonk meteen 3000 Bfr van haar prijzengeld voor de armen van Waregem. Men mag niet vergeten dat de economische crisis in de VS langzaam aan ook op Europa aan het overspringen was.


WO 2: Tijdens de eerste jaren van WO 2 ging Waregem Koerse gewoon door. In 1942 werd evenwel uitgeweken naar Zellik.

1960´s: Bouw van nieuwe tribunes. Het aantal toeschouwers begon echter zeer gevaarlijk terug te lopen. Zo werden in 1962 amper 8000 toegangstickets verkocht, een zeer pijnlijke evolutie, als men aan die 45 000 toeschouwers van voor W0 2 terugdenkt. Er werden meteen nieuwigheden ingelast, zoals een modeshow voor de dames. Blijkbaar beantwoordden zo´n veranderingen aan de verzuchtingen van het publiek, want in 1963 waren de bezoekers met 15 000, het jaar daarop met 20 000... De infrastructuur werd gaandeweg gemoderniseerd, een pakket maatregelen die in 1972 afgerond werden.

Een affiche uit 1975 leert dat in dat jaar de “18de cross der jongeren” op de renbaan georganiseerd werd. Of een deel of de totaliteit van de overige edities daar ook doorgingen, is niet geweten. Indien dit inderdaad het geval is, dan werd daar dus in 1958 mee begonnen.

In de 1980´s werd de Zuiderlaan, een deel van de Ring nabij de hippodroom aangelegd, wat de landelijke stilte natuurlijk niet ten goede kwam. Dit deel van de stadsring scheidde vanaf dan de bebouwde kom van het centrum van Waregem van de hippodroom. Een deel van de tribunes (uit de 1960´s ?) werd in 1990 afgebroken. In 1985 kwam er ook een overeenkomst met de BRT, die gedurende 5 jaren Waregem Koerse rechtstreeks op TV zou uitzenden. Te noteren valt nog dat de meest spectaculaire hindernis, de Gaverbeek ondertussen minder gevaarlijk voor de deelnemende paarden gemaakt is geworden.

Toen de bezoekersaantallen begonnen terug te lopen, werden nieuwe initiatieven gelanceerd en investeringen gemaakt. Deze lieten niet alleen toe Waregem Koerse van de ondergang te redden, maar het evenement een tweede leven in te blazen. Heel wat mensen speelden daarbij een rol, waaronder de adellijke familie Casier.

In 2007 nam Waregem het peterschap op zich van het Vlaams Paard, een eeuwenoud ras, dat enkele malen al bijna aan het uitsterven was. (In Amerika bleven deze “Belgians” echter o.a. Bij de Amish gemeenschap erg populair. Exemplaren in Noord Amerika lieten toe dat het ras ook in onze contreien terug aan een opmars kon beginnen. (b) Langs de oprit werd ook een “expressionistisch” kunstwerk ingehuldigd. “l´Obstacle” stelt een paard voor, dat zich maximaal inzet om een grote hindernis te nemen.

Voetnoten

(a) Gavergids.be: De Gaverbeekhippodroom
(b) Waregem.be: Kort maar krachtig Stad van het paard

Voor wie er meer over wil weten

  • www.waregemkoerse.be

  • Very Turf Speciaal Nummer Het Gouden Boek van Waregem Koerse

  • DELMOTTE Marcel., De wondere historie van Waregem Koerse 1847-1997: waarheid en verdichtsel, in De Gaverstreke, 1997.

  • DENOULET W., Bezienswaardigheden. Nieuwe blikvanger te Waregem, in De Gavergids, jg. 14, 2007, 3, p. 15-16.

  • GHISTELINCK R. (red.), Waregems Milleniumboek. Van dorp tot stad, NCMV, Waregem, 2000, p. 74-80.

  • Henry BOUCKAERT, Het ware verhaal van Waregem Koerse, De Gaverstreke Jaarboek 1987.

  • www.gavergids.be  Lucrèse Halsberghe, De Gavergids 1994/2 en volgende.

  • Joseph Van den Broeke en historica Heidi Vandenbroeke, De Wondere Historie van Waregem Koerse, 1997.

  • In 1994 startte stadsgids Lucrèse Halsberghe in ‘De Gavergids’met een geschiedenis van Waregem Koerse op basis van de vele krantenknipsels van geboren Waregemnaar E.H. Vancraeyeveldt. Lucrèse Halsberghe (53) overleed op zaterdag 21april 2007, na een langdurige ziekte. Deze sympathieke Waregemse was de onvermoeibare secretaris van de vzw Vlaams Paard. Ze was ook een van de eerste stadsgidsen. Lucrèse Halsberghe was gehuwd met Ivan Vanwijnsberghe en had twee kinderen.

1.b  Oost Vlaanderen

Gent

In het Gentse zouden maar liefst vier verschillende hippodromen hebben bestaan. Eén bevond zich te St Amandsberg, er was er één in St Denijs Westrem, één in de St Pieters Aalststraat (miljonairskwartier) en eentje langsheen de Offerlaan.

Zonder in de archieven te duiken is er maar weinig informatie over deze sites te vinden. Momenteel kan dan ook niet met zekerheid gezegd worden of deze vier banen op bepaald moment alle drie tegelijkertijd actief geweest zijn. We hopen deze informatie in de herfst of winter verder te kunnen aanvullen, tenzij iemand uit de omgeving zich geroepen zou voelen om de nog openliggende pistes -waarover verder meer- uit te spitten.

a) St Amandsberg

Deze piste werd gebouwd op de grond van een rijke familie langsheen een spoorlijn die Gent met Antwerpen verbond. Deze spoorlijn zou tot in 1911 hebben bestaan.

Een heel interessante reeks van uitstekende foto´s uit de 1890´s op glasplaat bleven gelukkig bewaard, zodat er heel wat geweten is over hoe deze hippodroom eruit zag. De reeks, van de hand van Arnold Vander Haeghen wordt bewaard in het Huis van Alijn, maar is integraal te zien op www. Erfgoedinzicht.be (zie hieronder voor meer uitleg).

Adres: Koersplein”
Alternatieve naam:
Westveld
Oprichtingsjaar: bestond minstens sinds de 1890´s ?
Bestond tot:
Type baan en lengte:
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:

– Tribune deels uit baksteen en hout met een dakterras, trappen aan weerszijden en een centraal geplaatste dubbele trap. (Op dezelfde manier als de trappen verdeeld zijn over de lengte van de tribune zijn ook drie frontons over de nok verdeeld. De tribune kon blijkbaar met een soort grote zeilen (?) worden afgesloten.


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s
De "starter", met op de achtergrond de geopende tribune


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s

– Langgerekte paviljoenen of paardenstallen met zadeldak en ramen in twee kleuren (verticale lijnen) geschilderd. Uitvergroting van een foto hiervan plus een foto van één paviljoen toont een hele reeks houten “strandcabines” in dezelfde verticale lijnen geschilderd, en wat kris kras opgesteld. Waren het kleedhokjes, werden ze aan de ingangen opgesteld voor de verkoop van tickets, deden ze dienst als WC, zonder ander beeldmateriaal zal het wellicht nooit helemaal duidelijk worden.


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s

 
Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s
Noteer de zonderlinge "strandhokjes" rechts

– Een paviljoen van hout en stro in de vorm van een paddenstoel met daarnaast een bord met de uitslag. Wellicht was het de "toren" van de wedstrijdjury.


Collectie Huis van Alijn Gent Fotograaf Arnold Vander Haeghen 1890´s

Algemeen:
Valerie Meillander, consulente van de Zwarte Doos, het Gentse stadsarchief maakte ons attent op het bestaan van enkele prachtige foto´s die de Gentse fotograaf Arnold Vander Haeghen maakte van deze paardenrenbaan. Ze maken deel uit van de collectie van het Huis van Alijn, dat ons vriendelijk de toestemming verleende om enkele foto´s van deze reeks op Retroscoop te gebruiken. De volledige reeks is terug te vinden op Erfgoedinzicht.be.

Mevr. Meillander, liet ons weten dat er enige informatie over deze renbaan terug te vinden is in publicaties van Roger Poelman. Het gaat om zijn boeken “Sint-Amandsberg in oude foto’s” en “Terugblik op Sint-Amandsberg”. Vooral in het tweede werk zou een interessant stukje gewijd worden aan dit ‘koersplein’, zoals het toen in de volksmond genoemd werd. In het eerste werkje is dan weer een foto terug te vinden. We hopen in de nabije toekomst deze informatie aan deze Retroscoop-bijdrage te kunnen toevoegen.

Een andere mogelijke piste waarop Mevr. Meillander ons attent op maakte is het is het Documentatiecentrum van de Oost-Oudburg,  waar prenten, plannen, publicaties, foto’s…van een aantal gemeenten ten oosten van Gent bewaard worden. Ook St Amandsberg valt daaronder. Ook deze piste hopen we nog dit jaar te kunnen uitspitten.

Heemkundekring De Oost-Oudburg vzw

 

b) St Denijs Westrem

Adres:
Alternatieve naam:
Oprichtingsjaar: omstreeks 1885
Bestond tot: omstreeks 1900
Type baan en lengte:
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:
Algemeen:


Volgens Mevr. Meillander zou een afbeelding terug te vinden zijn in de kleine publicaties Sint-Denijs-Westrem in beeld  door Ewald Debaere. (deel 2. Het vliegveld) Ook deze piste zouden we nog moeten volgen.

 

c) Gent St Pietersaalststraat

Adres:
St Pietersaalstraat (huis nr. 59 werd hiervoor destijds onteigend) Alternatieve naam:
Oprichtingsjaar: vroege 1900´s (?)
Bestond tot:
Type baan en lengte:
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:
A
lgemeen:

 

d) Gent Offerlaan

Adres:
Offerlaan
Alternatieve naam:
Oprichtingsjaar:
Bestond tot:
Type baan en lengte:
Type koersen:
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskal
ender:
Infrastructuur:
Algemeen:

Er bestaan een aantal postkaarten van een hippodroom in Gent, waarvan de legende helaas niet specificeert welke nu precies afgebeeld wordt. Voorlopig ontbreekt het antwoord op deze vraag.


Wie weet welke Gentse hippodroom dit is ?

Volledigheidshalve nog even meegeven dat er daarnaast lang een paardenpiste voor kinderen te Gentbrugge heeft bestaan.

Dankbetuigingen

Onze welgemeende dank bij het hoofdstuk over Gent aan Valerie Meillander (consulente Zwarte Doos, Stadsarchief Gent), Greet Vanderhaegen (Consulente Huis van Alijn, Gent) en Guy Dupont, die ons attent maakte op een vierde hippodroom in de St Pietersaalststraat.

 

1.c  Antwerpen 

Wilrijk

Adres:
Alternatieve naam:
Oprichtingsjaar: 1905 of eerder (cf. affiche)
Bestond tot:
Type baan en lengte:
Type koersen:
steeple chase
Wijzerzin / tegenwijzerzin:
Koerskalender:
Infrastructuur:

– Tribunes

Algemeen:


Beide items: collectie Felix Archief Stad Antwerpen

Een affiche uit 1905 vermeldt dat de (bereden) koersen georganiseerd werden door de Société des Courses d´Anvers op het “Plaine de Wilryck”. De wedstrijd was “sous les auspices de l´administration communale”
De afgebeelde jockey snelt blijkbaar op zijn paard gezeten (en dus niet in een sulky) over een grasbaan. Ging het misschien om een galopwedstrijd ? Op de achtergrond zijn tribunes versierd met vlaggemasten te zien.

Het Stadsarchief van Antwerpen bezit nog een tweede affiche uit 1909 over het onderwerp. Deze toont een jockey in een sulky, tijdens een paardenkoers, georganiseerd door de “Royal Sport Hippique d´Anvers” Op de achtergrond is een tribunegebouw met zuilen te zien. Vooralsnog is het ons onbekend of deze dezelfe hippodroom toont, of nog een andere.

Dank zij de opzoekingen van Marc Bruyneel uit Antwerpen LO in zijn collectie van stadsplannen kon deze plek beter gesitueerd worden, al blijven onduidelijkheden bestaan. Er zijn namelijk twee locaties dicht bij elkaar die in aanmerking komen:

a) Het stratenplan Stappaers 1908 toont enerzijds een “Champ de manoeuvres” net buiten de stadsomwalling, dicht bij de “Rue du Kruyshoek” en de “ballon du génie” en anderzijds
b) de “Champ de Beerschot / Hippodrome”

– De eerste naam doet ons eerder denken aan een militaire renbaan, maar dan is het niettemin vreemd dat het stratenplan Huybrechts (van na 1901) daar ook “tribunes” en een boerderij situeert (?) Deze renbaan lag vlak bij het Nachtegalenpark en de befaamde horecazaak “Dikke Mee” in de “Rue des Eglantiers” (Het stratenplan van De Boeck uit 1922 omschrijft deze zaak met de afkorting “Cabt” (Cabaret ?)


– Een tweede mogelijkheid is dat de Hippodroom van Wilrijk dus rond het “veld van Beerschot” (wellicht het voetbalveld) lag. Deze bevond zich aan de overzijde van de spoorweg Antwerpen-Mechelen en de “Chaussée de Boom”. De straten die er het dichts bij lag waren de Rue de Bosschaert en de Beerschot-straat. Op deze locatie wordt immers melding gemaakt van de term “Hippodroom”. Alleen heeft deze renbaan een zonderlinge vorm. Het leek wat op een lichtjes scheef gedrukt vierkant met afgeronde hoeken, dus geen traditionele ovalen vorm. Het plattegrond toont ook geen tribunes. Voorlopig blijft het dus nog wat gissen, en hopen op meer informatie en aanwijzingen.


Voor wie er meer over wil weten

- den Hollander, Marijke: Sport in ´t Stad, Antwerpen 1830-1914 Leuven University Press 2006, 428 p

Er zou ook een hippodroom in Brasschaat hebben bestaan in de 1950´s. Voorlopig vonden we hierover nog geen verdere informatie. Van zodra hieraan verholpen werd, zal deze informatie in deze rubriek worden toegevoegd.

 

1.d  Limburg

Tongeren

Adres: Rutterweg 85
Alternatieve naam: Jekerhippodroom / Hippodrome du Geer
Oprichtingsjaar: omstreeks 1950
Bestond tot: bestaat nog steeds
Type baan en lengte:
lavabaan / fijne lava /Maaszand 1000 m De twee bochten heten Ambiorixbocht en Jekerbocht
Type koersen: drafwedstrijden, zowel met sulky als bereden (“monté”) Wijzerzin / tegenwijzerzin: tot in de 1980´s wijzerzin (rechtsom), daarna gewijzigd
Koerskalender:
- Van maart tot en met november worden er tweewekelijks meestal op zaterdag koersen verreden. Per koersdag worden er 8 races georganiseerd
- meestal op zaterdag en altijd overdag aangezien daar geen verlichting aanwezig is om avondkoersen te organiseren
Infrastructuur:
 

Tribunegebouw

Aanvankelijk een middelgroot, volledig afgesloten gebouw van twee bouwlagen. Op het dak bevond zich voorts een soort uitkijkpost, waar onder meer een cameraman post kon vatten.


Foto´s: Trotting




Deze structuur werd in de vroege 1990´s vervangen door een veel grotere, andermaal volledig afgesloten tribune aan de overzijde van de renbaan. Deze heeft een lengte van 50 m, en op elk verdieping (1/2/"kelder") kunnen om en bij de 250 mensen plaatsnemen.

Het oude tribunegebouw bleef nog ettelijke jaren overeind, maar werd uiteindelijk ontmanteld.In de grote tribune bevinden zich op het gelijkvloers de kleedkamers voor de jockeys. Ook het zaaltje waar de paarden die deelnemen aan wedstrijden worden ingeschreven bevindt zich hier. Zoals dat gebruikelijk is, gebeurt die inschrijving aan de hand van een paspoort dat elk paard moet hebben.


Eveneens in dit hoofdgebouw, een horeca-zaak (apart bestuur), met daarboven een zaal voor de wedstrijdjury. Een cameraman die zich op het dak van het hoofdgebouw bevindt, zendt beelden door naar deze zaal. De juryleden volgen de wedstrijd verder met sterke verrekijkers, en staan verder in verbinding met een commissaris in de wedstrijdwagen. Wanneer jockeys fouten maken, worden boetes opgelegd. Om alle discussie daarover te vermijden, worden ze in de zaal van de wedstrijdjury geroepen, waar ze met de camerabeelden van de bewuste fout geconfronteerd worden. In deze zaal bevindt zich ook de wedstrijdcommentator, die de evenementen van A tot Z tijdens iedere wedstrijd in een soort spannend verhaal moet gieten. Een aparte gave.

Gebouw voor veterinaire keuring. Of en welke paarden gecontroleerd moeten worden, wordt door een nationale instantie vastgelegd, en in een verzegelde omslag gecommuniceerd

Stallen voor circa 88 paarden, te huur op jaarbasis met golfplaten daken


Collectie Retroscoop / Fotograaf onbekend


Houten PMH paviljoen (Pari Mutuel Hippodrome) voor gokkers


– Parkeerplaats voor de voertuigen die de baan moeten onderhouden (alles weer plat harken, bevochtiging tegen stofwolken...)

Algemeen:

Na WO 2 werden jaarlijks op 1 mei paardenkoersen georganiseerd op gronden, die behoorden aan de familie Moës. Deze gronden lagen waar later de Jekerhippodroom zou opgericht worden. De organisator was de Société Cooperative de Geer. Hierin zetelden

- Jean Milkers (eigenaar van het Hotel du Casque): secretaris en penningmeester
-
Victor Proosten
-
Maurice Mertens
-
Oscar Planchard
-
Charles Decocq
-
Eugène Libon
-
Fernand Henry
-
Joseph Germis
-
Hubert Juprelle
-
Constant Fagard
Smeysters (?)
-
George Meuwissen

1950´s: bouw van de Jekerhippodroom, waaronder een tribunegebouw en paardenstallen.

1957: Ontbinding van de coöperatieve vereniging, die vervangen werd door een nieuwe verenging: hierin zetelden

-
Marcel Donnay (voorzitter)
- J
oseph Germis (ondervoorzitter)
-
Hubert Juprelle (administrator)
- V
ictor Proosten (administrator)
-
Maurice Mertens (administrator)
-
August Donis (commissaris)
-
Jos Bronckaert (commissaris)
-
Eugène Crommen (commissaris)

Medio jaren 1980´s beschikte de Jekerhippodroom over een eigen publicatie, het weekblad Trotting. Verantwoordelijke uitgever was Damien Germis uit het Waalse Boirs.


1985: Er ontstaat onenigheid binnen de vereniging, wanneer een deel van de leden de zetel van de Jekerhippodroom naar Wallonië wil verhuizen. Op dat moment was er in Wallonië geen renbaan, terwijl er wel heel wat gegokt werd. Door in Wallonië te investeren, kon men 3% belastingen op gokinkomsten vermijden. Volgens een artikel in Very Turf kon zo op jaarbasis 90 miljoen Bfr. opzij gezet worden voor de bouw van een nieuwe hippodroom, waarvan de kosten op 200 miljoen geschat werden. Er werd de volgende jaren blijkbaar stevig geruzied in het bestuur. Een aantal mensen gaven hun ontslag, en in 1990 verhuisde de zetel terug naar Tongeren. Wallonië zou tot de 1990´s moeten wachten, eer het weer over een eigen hippodroom zou beschikken.


Collectie Retroscoop

1992: Start van de bouw van een nieuwe tribunegebouw, aan de overzijde van de piste als de oude tribune. De oude tribune werd voorlopig nog niet afgebroken. Ook de piste zelf werd weer heraangelegd. De bochten kregen de ideale hellingsgraad van 13°, de lengte bedroeg 1000 m. (de vroegere lengte is ons niet bekend). Daarmee beschikte Tongeren eigenlijk over één van de beste pistes van het land. De nieuwe tribune werd in 1994 in gebruik genomen. Initiatiefnemer was de vzw Jekerhippodroom. Blijkbaar vergaloppeerde deze vereniging zich met zijn investeringsbeleid, om het in paardensporttermen te formuleren. In 1996-97 kwam het in financiële moeilijkheden, en ging het bankroet. Er kwam een nieuw bestuur, de vzw Drafrennen Tongeren. Blijkbaar wist deze de schuldeisers gerust te stellen, want reeds in november 1997 vonden alweer koersen plaats. In 1998 werd het renseizoen stipt afgewerkt, met iedere dinsdag avond een tiercé, quarté en top cinq. Deze nieuwe ploeg kreeg de zaken weer op het goede spoor. Deze gemotiveerde ploeg bestond uit:

- Camille Paul (Voorzitter)
-
Jef Van Den Noortgate (Ondervoorzitter)
-
Jan Wybo (Secretaris)
-
Hilaire D´Hooge
-
Charles Francotte
-
Luc Geysen
-
Alain Gossiaux
-
Louis Hebrans
-
Constant Houwaer
-
Eric Lenaerts
-
Victor Marchal
-
Stany Smeysters
-
Gustaaf Van Houdt

– De renbaan beschikte reeds in de vroege 2000´s over een gesofistikeerd photo finish-systeem, toen (?) een unicum bij de Belgische paardenrenbanen. (al vonden we ook een foto finish foto van de Hippodroom van Sterrebeek uit... 1959)

– De Jekerhippodroom probeert om – een beetje naar voorbeeld van Ascot- door middel van een “Hoedendag” (Paasmaandag) ook een frivoler en “chiquer” publiek aan te spreken. Bij gebrek aan budget en dus promotie komt dit initiatief maar traag van de grond.

– De organisatoren die thans de Jekerhippodroom runnen kwamen omstreeks 1997 in het bestuur.

Dank zij het bestuur van de Jekerhippodroom kon Retroscvoop een paardenkoers vanuit een wedstrijdwagen meemaken. Een heel aparte, onvergetelijke ervaring: eerst het bizarre ballet van paarden en sulky´s om de juiste plaats op de piste in te nemen, en vervolgens met de wagen, zo tussen het gevloek en de aansporingen van de jockey´s, vlakbij het hoefgetrappel en de briesende geluiden van de paarden, zo dicht op het zo aantrekkelijke samenspel tussen dier en mens, in de hoop om als eerste over de eindmeet te geraken. Het leverde ook enkele fraaie “actiefoto´s” op, die we hier dan ook graag toevoegen.


Foto´s Benoit Vanhees
Voor de koers van start kan gaan moeten alle jockey´s zich tijdig aanmelden,

en voltrekt zich een zonderling ballet om de juiste vertrekpositie te vinden


Foto´s Benoit Vanhees
De deelnemers worden door de startwagen in het gareel gehouden.
Noteer de kleurrijke oordopjes voor paarden en outfits van de jockey´s


Foto Benoit Vanhees
Es geht loss... De commissaris in de wedstrijdwagen moet nauwkeurig in de
gaten houden als alles reglementair verloopt, en eventueel geldboetes uitdelen 

Foto´s Benoit Vanhees
De eindmeet

Foto Benoit Vanhees
Om de zoveel tijd wordt de piste weer bijgewerkt. Wanneer het te warm is,
wordt vaak ook water gesproeid om stofvorming tegen te gaan.
Op de achtergrond, de auto van de wedstrijdjury


Dankbetuiging

We zijn zeer veel dank verschuldigd aan Norbert Martens (waarnemend secretaris), Mark Moermans, dhr. Vanden Noortgate en alle mensen die me te woord stonden tijdens een bezoek aan deze renbaan in okotber 2014. Daarbij werden we niet alleen toegelaten in de zaal van waaruit de wedstrijdjury de races volgt en de commentator vlotjes het verloop van de koers in een spannend verhaal aan elkaar praat.

Voor wie er meer over wil weten

- Very Turf: Historiek Jekerhippodroom (datum ?) p 24
- Website van de Jekerhippodroom
- Studiotongeren.be De hippodroom van Tongeren

 

Op het einde van Deel 2 worden alle dankbetuigingen nog eens gegroepeerd 

 

 
 
database afsluiten