Retroscoop - Het Grand Hotel te Brussel RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Het "Grand Hotel" van Brussel
Ster-speler in de elite-divisie

 Benoit Vanhees

    

Structuur

Inleiding: een chaotische start
1) Situatie op de begane grond
2) Rondleiding in de kamers
3) De Art Deco rage
4) Het doek valt: definitieve einde

 

Inleiding: een chaotische start

De oprichting van het Grand Hotel in Brussel gaat terug naar het midden van de 1870´s. Als locatie voor dit uiterst luxueus hotel werd de pas aangelegde Anpachlaan uitgekozen. Op dat moment was de omgeving nog één grote werf, waar aan een hoog tempo gebouwd en getimmerd werd. Al snel lag het hotel dan ook in een bruisende omgeving, op een boogscheut van de Grote Markt, de Beurs, het Muntplein en tal van grote winkels. De Grands Magasins de la Bourse bijvoorbeeld lag wat verderop, net als de beroemde textielwinkel Grande Maison de Blanc.

Ook het uitgaansleven kwam zich gaandeweg in de omgeving vestigen. Elders op Retroscoop werd reeds het interessante levensverhaal van het Palais d´Eté alias Pôle Nord verteld. Verder waren er ook de spektakelzalen aan en rond het de Brouckèreplein, zoals de Eldorado, de Scala, de Gaité...

De initiatiefnemers voor de bouw van het Grand Hotel zetelden in een gelijknamige N.V. met een startkapitaal van 1,5 mio BF.
De voornaamste stuwkracht achter deze elitaire zaak was de Franse aannemer Jean-Baptiste Mosnier. Deze had heel wat ervaring opgedaan in Parijs met de bouw van "Haussmanniaanse" appartementen langsheen de nieuwe brede boulevards aldaar. 

Het was in feite de Stad Brussel die de bouwondernemer had aangetrokken, want die wou er maar al te graag uitzien zoals de grote Franse hoofdstad. Mosnier werd gelokt met relatief goedkope bnouwpercelen. De stad moest ook oogluikend toelaten dat de ondernemer afkwam met een legertje geroutineerde Franse arbeiders, en dat de voorkeur werd gegeven aan Franse boven Belgische natuursteen. Ook deed Mosnier beroep op Franse, en niet op Belgische architecten. Uiteraard steeg er in heel wat kringen gemor op, niet in het minst bij de Belgische concurrenten. Wellicht was er echter voldoende werk op andere plaatsen, want het kwam niet tot bloedige incidenten of Fransen die na een puike ballistische baan in de mortel belandden.

De bouwfirma van Mosnier liet tussen 1874 en 1878 niet minder dan 62 appartementsblokken in de nieuwe Anspachlaan optrekken, allemaal ontworpen door de Parijzenaar Pierre-Joseph Olive.

Maar de Fransman wou nog meer. Er stond ook de bouw van een groot, luxueus hotel in zijn investeringsplannen. (Ongeveer ter hoogte van de huidige Bisschopstraat) Opnieuw was het "la même chanson": ook voor het ontwerp van zijn "Grand Hotel" deed hij beroep op een bleu blanc rouge architect,  Emile l´Homme. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat het hoofsgebouw er op en top Frans uitziet, heel symmetrisch en compleet met mansardedaken. De stijl was deze van de Second Empire, dus erg neo-klassiek. Men ziet zoals bij de Romeinen en Oude Grieken zuilen, alsook driehoeken en bogen boven de vensters van het meest elitaire verdieping, het eerste.

Zoals men op de afbeelding uit de 1880´s hierboven afgebeeld kan zien, bestond h
et hoofdgebouw uit een centraal "corpus" met een toegangspoort die naar een binnenplein leidde. Dit centrale deel zat geklemd tussen twee zijvleugels. Tevens werden (op een gegeven moment, mogelijk al bij de oprichting) een aantal extra aanpalende huizen aangekocht en in het geheel geïntegreerd.


De hierboven afgebeelde postkaart slaagt er handig in om het Grand Hotel
met veel enthousiasme eerder "très grands" afmetingen toe te schrijven.
Men ziet... Ook Photoshop had zo zijn grootvaders...

Illustrators van postkaarten uit die tijd stelden het gebouw -wellicht op vraag van de opdrachtgevers- veel groter voor dan het eigenlijk was. Eenzelfde artistieke vrijheid (of commerciële sluwheid) was doodgewoon in die dagen. Ook de "Grands Magasins de la Bourse" en het "Grande Maison de Blanc" wat verderop zouden zich aan zo´n overdrijvingen bezondigen. Photoshop had dus wel degelijk grootouders....

De postkaart hieronder is al wat realistischer. Ze maakt deel uit van een reeks van een tiental ingekleurde postkaarten, die het Grand Hotel van de buitenkant maar vooral van het interieur van het gebouw liet maken. Dit exemplaar uit deze fraaie reeks toont eveneens de (later ?) aangekochte huizen links van de linkervleugel.


Een typisch zicht, de wat naar buiten geklapte zonneweringen

De ambitieurze Mosnier had het blijkbaar allemaal veel te groots gezien. Of beter, in de late 1870´s viel Europa ten prooi aan een zware economische crisis. En, bekend verhaal, dat had al snel een serieuze impact op de immo-markt, die behoorlijk zware klappen te verduren kreeg.

Coup de théâtre... De tot dan toe erg machtige Mosnier kon opeens zijn torenhoge schulden aan de Stad Brussel niet meer afbetalen. Voor de Belgische hoofdstad zat er dan ook niets anders op dan de meer dan 60 appartementen en het Grand Hotel van de gevallen bouwkoning in beslag te nemen. (Of het gebouw tot aan de afbraak ook effectief in handen van de Stad Brussel bleef, werd tot hiertoe nog niet achterhaald.)

De eerste bevelhebber aan het roer van dit immobiel admiraalschip was een zekere Eduard Dubonnet, die volgens de eerder afgebeelde reclame uit 1896 de ronkende titel van Administrateur-Directeur voerde. In de vroege 1900´s blijkt hij op gegeven moment opgevolgd te zijn geworden door een zekere J. Curtet-Hugon.

Terwijl hij in het Frans aangeduid werd met de titel "Administrateur-Directeur, kreeg hij in een prijzenlijst bestemd voor de rijke Amerikaanse klandizie (zie verder) de modern aandoende titel van "General Manager".


Ook op deze tekening laat men de rechtervleugel van het hotel doorlopen
tot op de straathoek. Deze vleugel wordt hier afgebeeld met 8 traveeën,
maar had er eigenlijk maar 5. Droomde het hotel er van om de hoekhuizen
op te kopen, af te breken en het hotel in dezelfde stijl als het hoofdgebouw
naar rechts uitbreiden ?

Het Grand Hotel was toen reeds uitgerust met liften, elektrisch licht (dag en nacht), badkamers en telefooncabines. Er was niet alleen een postpunt en een telegraaf in het hotel, maar zelfs een donkere kamer van een (huis ?)fotograaf. In die tijd was het Grand Hotel dus ècht wel het neusje van de zalm. Er was ook een kantoor van de Spoorwegen, waar men tickets kon kopen. Ook kon men in het hotel al het nodige doen om zijn bagage op de juiste plaats te laten toekomen.

 

1) Situatie op de begane grond 

Het Grand Hotel bezat net als het Londense Cecil-hotel een soort "cour d´honneur. Deze kon men bereiken via een toegangspoort in het centrale deel van het gebouw. De langste zijde van dit binnenplein lag evenwijdig met de Anspachlaan.

De afbeeldingen hieronder geven een goed idee van wat er te zien was. Aan de ene zijde bevonden zich vitrinekasten en een (soevenirs)winkeltje, aan de andere zijde was er een naar het zuiden gerichte veranda/wintertuin
. Wat niet helemaal duidelijk is, is of de grote poort links op deze afbeelding nu uitgaf op de Anspachlaan of op de Hallestraat, die daarmee evenwijdig loopt. Men kan ook niet zien of er rechts ook een soort toegangspoort is. Het restaurant rechts lijkt evenwel in dezelfde stijl als de afbeeldingen van de Grill Room en American Bar. Op een afbeelding van de voorkant daarvan ziet men een straatlantaarn. Het meest logische is, dat zo´n fraaie voorgevel uitgaf op de Anspachlaan. In een oude reclame werd deze beschreven als een "temple des gourmets". 

De Koning Boudewijnstichting voegde in 2004 een aantal houten "kamerschermen" uit 1897, zoals centraal op deze afbeelding te zien toe aan haar rijke collectie. Ze werden ontworpen door de geniale Paul Hankar.

Of de keukens zich eveneens op het gelijkvloers of in de kelder
bevonden, werd voorlopig nog niet met zekerheid achterhaald
 

De prijzen aldaar zullen ongetwijfeld net als het hotel ook wel erg "Grand" geweest zijn, niet voor de doorsnee blauwkiel of dorpskruidenier weggelegd. Dit restaurant werd vernoemd naar de wel bijzonder bedrijvige Belgische vorst op dat ogenblik, de "roi-bâtisseur" Leopold II. Eigenlijk toch ook wel een part time Parijzenaar, als men de kwatongen uit die tijd mag geloven...

Daarnaast moet er ook een feestzaal zijn geweest, die op de legende van sommige postkaarten (verkeerdelijk ?) als "restaurant" wordt omschreven. Op één van de ansichtkaarten uit de reeks kleurrijke maar mogelijk wat geïdealiseerde illustraties wordt ze immers omschreven als "Salle des fêtes". Of had deze zaal een dubbele functie ?

We moeten hier zeker melding maken van de reeks soms echt wel zonderlinge menukaarten die het Grand Hotel in de Belle Epoque liet ontwerpen. Deze markante menukaarten zijn ontsproten aan het fantasierijke brein van een zekere F. Appel (?) , de handtekening is niet gemakkelijk ontcijferbaar. Wat evenwel zeker is, is dat de man een rijke verbeelding had, zeker voor wat betreft het kaartje met het konijn. We tonen eerst een menukaart met zijn voor- en achterzijde, en dan details van de voorkant van enkele exemplaren uit de "gouden" reeks van Appel. Of er nog andere exemplaren deze reeks vervolledigden is vooralsnog niet duidelijk.

 

 
Links onder, de goedgevonden omgekeerde wereld...

Ook nog op het gelijkvloers bevond zich een leeszaal, een rookkamer, een teen tea room. Een oude reclame beschreef deze laatste als de "rendez-vous des dilittantes". Er bestaat eveneens een afbeelding van een Café du Grand Hotel. De zonneweringen laten niet toe te zeggen of dit hetzelfde was als de ingang van de Grill en de American Bar.


De cozy tea room, de "rendez-vous des dilettantes"

Hotelgasten konden zowel in hun kamers als in de Leeszaal brieven schrijven naar hun geliefden of zakenrelaties. Zo nu en dan duiken er op veilingsites prachtig versierde enveloppes op van het Grand Hotel. Zoals al eerder vermeld bevond er zich in het hotel zelf een post- en telegraafkantoor. Hieronder werd een vel van 4 postzegels uit 1913 en een zeshoekige telegraafzegel (1896) met de afstempeling uit dit kantoor afgebeeld.

      

Op geregelde tijdstipppen werden in het Grand Hotel ook concerten georganiseerd. In welke van de benedenzalen deze precies plaatsvonden is voorlopig nog gissen. De toegang tot deze culturele evenementen was misschien wel gratis zoals het kaartje hieronder aantoont, maar we nemen aan dat er toch wel een zekere dress code gold. Op die manier hoefde het elitaire publiek niet te vrezen dat de zaal overrompeld zou worden door viskramers en andere "kleine beroepen".

Rijkdom is evenwel vaak erg vluchtig. Het kaartje hieronder is van 1929. Het leidt bijna geen twijfel dat tal van hotelgasten die toen nog gefortuneerd waren, geruïneerd werden na de beurscrash van 1929. Ook in ons land maakte deze vanaf de vroege 1930´s een heuse ravage, en niet alleen bij kleine spaarders bij bijvoorbeeld de Boerenbond.

Ook nog op de begane grond mag men de wijnwinkel niet vergeten te vermelden. Inderdaad, net zoals dat het geval was voor het Hotel Espérance (Deel 3, Brussel Zuid, Grondwetplein), was er ook aan het Grand Hotel een winkel verbonden, waar men wijnflessen uit de prestigieuze kelders van deze horeca-parel kon kopen. (Over hoe lang deze precies is blijven bestaan werd vooralsnog geen informatie gevonden.)

Behalve het restaurant van het hotel zelf lagen er nog diverse klasserestaurants in de buurt. Enkele huizen verder dan de Grand Hotel bijvoorbeeld lagen bijvoorbeeld de restaurants "Parc des Huitres" en de "Filet de Sole". (zie artikel over het Palais d´Eté)


Uiterst links, de Parc des Huitres


Let op het bordje "Palais d´Eté" op de voorgrond en de reclame voor de Scala op een reclamewagentje, geparkeerd voor het hotel. De zijstraat eveneens op de voorgrond is
de Bisschopsstraat. Vandaag bevindt zich hier een "Chichis" restaurant. 

 

2) Rondleiding in de kamers

Volgens een eerder afgebeelde reclame uit 1896 telde de Grand Hotel 250 kamers en salons. De duurste kamers waren op het eerste verdieping gelegen, waarna de prijzen daalden naarmate men hoger gehuisvest was. Op de hieronder afgebeelde prijzenlijst -blijkbaar bestemd voor Amerikaanse hotelgasten- is die prijzenpolitiek heel goed te volgen.

Omdat de hoteldirectie aan het begin van de 20ste eeuw zo goed is geweest om de toelating te geven voor de aanmaak van heel wat beeldmateriaal van het hotelinterieur, hebben we ook vandaag de dag nog een relatief goed idee van hoe de hotelkamers eruit moeten gezien hebben. Wat minder duidelijk is, of dit beeldmateriaal de duurste of de goedkopere kamers afbeeldt.


Noteer de aanwezigheid van een telefoontoestel, toen nog een zeldzame luxe.
Een hotelkamer zonder
aparte badkamer, maar met een dubbele lavabo


Een iets andere opstelling van de meubels, met ook
nog een ligstoel naast het venster


Een suite met een eigen salon


De ruime badkamer met ligbad, bidet en
dubbele lavabo.


3) De Art Deco rage

In de late 1920´s of vroege 1930´s onderging het interieur van het Grand Hotel -net zoals dat van concurrent Métropole- een grondige verjongingkuur. Exit sierlijke oude kasten, bedden enz., ten gunste van de nieuwste trend uit die periode in het interbellum, de Art Deco. Het zou ons geenszins verwonderen dat die cosmetische ingrepen naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling in 1935 plaats vonden. Het maakt ons uiteraard bijzonder nieuwsgierig naar wat er met het prachtige Art Nouveau meubilair van onder andere Hankar gebeurd is.


De correspondentiezaal in sober Art Deco


De meubels zijn veranderd, maar de beddesprei lijkt nog op deze uit
de "oude dagen" van het hotel.

In die periode lagen de gemiddelde prijzen per overnachting op 50 Fr voor een 1-persoonskamer en 70 Fr voor een 2-persoonskamer. Men zit daarmee in het hoogste echelon, vergelijkbaar met de duurste hotels op het Rogierplein.

Een postkaart van Nels uit ca. 1937 vermedt dat het restaurant van het Grand Hotel nog steeds Leopold II heette, ondanks het feit dat vorst met de pluzige baard ondertussen al lang achtereenvolgens door Albert I en Leopold III opgevolgd was geworden. (ook op de Wereldtentoonstelling in 1935 was er een horecazaak zo genoemd: mogelijk was dit een "antenne" van het Grand Hotel op dit internationaal spektakel. We vermoeden echter dat de eerder ter sprake gekomen baard van Leopold II van ergernis zou zijn gaan krullen, mocht de vroegere vorst hebben gezien wat de hoteldirectie met het naar hem vernoemd restaurant hadden aangevangen.


De situatie in de 1930´s

  

Een groot vraagteken voorlopig is wat er met het hotel gebeurde tijdens de twee wereldoorlogen. Zoals bekend sloeg de Duitse bezetter de beste hotels van het land aan, en het Grand Hotel zal vermoedelijk dan ook wel op hun verlanglijstje hebben gestaan. Voorlopig moeten we deze vraag echter nog onbeantwoord laten. 

 

Het doek valt: definitieve einde

Na WO 2 werd de benedenverdieping van het Grand Hotel deels voor andere doeleinden gebruikt. Foto´s uit die tijd tonen een Cineac cinemazaal en een winkel die "Toufait" heette, naar alle waarschijnlijkheid ging het om een kledingswinkel.



Zaten de grote werken in het kader van de aanleg van de metro er voor iets tussen, of misschien de petroleumcrisis, de toenemende concurrentie ? Was de situatie vergelijkbaar met die van de Ruhl in Nice ? Kon men met andere woorden de honderden vierkante meters zeer strategisch gelegen bouwgrond een veelvoud aan inkomsten laten genereren door er iets anders op te plaatsen dan deze luxueuze, legendarische horecazaak ? Hoe dan ook, medio 1970´s viel het doek definitief over het Grand Hotel. Het best wel sierlijke hotel werd zonder veel pardon 
tegen de vlakte gegooid, om plaats te maken voor het moderne Centre Grétry, een kantorencomplex. Niet meteen een architecturale aanwinst, al zullen de meningen daarover zoals gewoonlijk verdeeld liggen.

Het verdwijnen van dit elegante stijlicoon ontdeed de Anspachlaan in één klap van heel wat Parijse allures. Eén mager troostprijsje: het is in de "tuin" van dit kantoorgebouw dat men de twee laatste "relikwieën" van het Palais d´Ete / Pôle Nord nog kan bezichtigen... De laatste overblijfselen van nog een ander slachtoffer van de voortrazende modernizering. Wie de beelden van dicht bij wil zien, zal echter mogelijk voor een gesloten hekwerk staan, bedoeld om daklozen en dronkaards weg te houden van de zitbanken. Maar wie eens zijn stoute schoenen aantrekt, in combinatie met een hagelwit hemd, een das en voor de gelegenheid een lichtjes hautaine blik raakt er zo - achter de rug van echte werknemers- zo wel binnen hoor... En wellicht is het maar beter dat de beelden niet al te veel de aandacht van metaaldieven trekken en wat beschermd zijn. Al deinzen die dieven er ondertussen ook niet meer voor terug om een hijskraan in te zetten, om bv. een metalen beeld op een oud graf simpelweg over de kerkhofmuur te tillen... Ook dieven gaan dus met hun tijd mee...

 

Voetnoten

We danken dhr. Hugo Cuypers voor de informatie over de "windschermen" uit 1897, aangekocht door de Koning Boudewijnstichting

 

 

 

 
 
database afsluiten