Retroscoop - De muziekkiosk in het Gentse Citadelpark Verwaarlozing, onverschilligheid en onzekere toekomst RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De muziekkiosk in
het Gentse Citadelpark

Verwaarlozing, onverschillighid en onzekere toekomst

  

Benoit Vanhees
25 jan. 2015

Dit artikel is deels nog deels in opbouw. De gekleurde passages kunnen in de volgende weken nog aangevuld worden. Een aantal e-mails wachten inderdaad nog op antwoorden, o.a. aan de schepenen Peeters (Vld) en Balthazar (SpA), gemeenteraadslid Carl De Decker (Vld) en het Gouden Truweel.

Het bevat ook de strikt persoonlijke opvattingen van een terecht erg verontruste erfgoedliefhebber voor wat betreft de jaren van verwaarlozing van en de toekomstplannen van het Gents stadsbestuur met deze unieke kiosk. Vandaar dat het stadsbestuur de ruimte en mogelijkheid krijgt om op dit artikel / opiniestuk te reageren.


Structuur


Inleiding: Onverschilligheid, gebrek aan besef of verrottingsstrategie ?
1) Een ei wordt uitgebroed
2) De aanleg van het Citadelpark
3) Kunst in het park
4) Architecturaal juweeltje in het groen
5) Verwaarlozing en een bange toekomst

 

Inleiding: onverschilligheid, gebrek aan besef of verrottingsstrategie ?

Het is niet, dat ik er een ongelofelijk genoegen in schep, politici publiekelijk aan de oren te trekken... Het is zoveel charmanter om mensen complimenten te maken over opmerkelijke realisaties. Maar wat als een mens over bepaald beleid of beter non-beleid werkelijk zeer diep verbolgen is ? Men kan in zo´n gevallen bezwaarlijk een lyrische tekst verwachten, waarin de betrokken beleidsmensen -zoals in Hawaii- een geurige en kleurige bloemenslinger rond de hals toegestopt krijgen. Nu: wie intellectueel eerlijk blijft wat betreft de nochtans unieke kiosk in het Gents Citadelpark kan alleen maar vaststellen dat de voorbije 5-10 jaren in essentie een periode van gewild non-beleid is geweest.

En goed, in tijden van besparingen hier, bezuinigingen daar staat erfgoed nu eenmaal niet erg hoog op de prioriteitenlijst. Electoraal kan men daar doorgaans toch niet echt hoog mee scoren, wat al niet erg veel helpt. Maar het is inderdaaf wel zo, dat vaak andere noden veel belangrijker, veel dringender zijn. Dan klinkt het mooi en erg rationeel om bepaalde beslissingen omtrent nochtans uniek erfgoed “wat” op de lange baan te schuiven.

Maar wat als blijkt dat men hoogdringende ingrepen voor topstukken qua erfgoed heeft uitgesteld, maar ondertussen wel goedgemutst het licht op groen zette voor prestigeprojecten zonder enige hoogdringendheid ? Zoals de fameuze “schapenstal”, waarmee Gent wel heel erg professioneel één van de mooiste en bekendste vergezichten van de stad verknalde ? Dat controversieel prestigeproject had geen enkele hoogdringendheid, en had gerust een jaar of twee of eeuwig uitgesteld kunnen worden. Burgemeester Termont blijft evenwel het omstreden project in een e-mail aan ons vurig verdedigen:

"(...) wat de stadshal betreft, kan ik u mededelen dat deze stadsontwikkeling bij zowat alle grote internationale wedstrijden ofwel genomineerd of gewonnen heeft als een voorbeeld van hoe men met moderne stadontwikkeling moet omgaan.  Deze internationale erkenning en de vele lofbetuigingen die we daarvoor krijgen, overtuigt mij dat we de juiste keuze hebben gemaakt.”

Mja... De vraag is natuurlijk wie in die wedstrijdcomités zat, en of deze niet meer zijn dan een soort “mutual admiration society” van moderne architecten. Tenminste, moderne architecten die er een vreemd genoegen in lijken te scheppen om de mooiste gehelen van eeuwenoud erfgoed vlijtig om zeep te helpen met “eigentijdse contrasten”. Dezelfde comités zouden zonder enige twijfel dezelfde lofbetuigingen zingen, wanneer iemand met een al even ingrijpend en “gedurfd” plan voor de Grote Markt van Brussel zou afkomen. Zich verschuilen achter de enthousiaste hoera´s van zo´n comités is dus op z´n zachts gezegd erg bedenkelijk. Maar doorgaans politiek volkomen ongevaarlijk, gezien de geringe interesse van de bevolking. (Niemand betwist de noodzaak tot het moderniseren van een stad, de boodschap is niet dat Gent een soort Bokrijk moet worden. Er is echter moderniseren en moderniseren. En er is ook zoiets als “waar” men die modernisatie precies plant. Niet iedere locatie is even doordacht. In Gent heeft men voor de “schapenstal” wellicht één van de slechtst mogelijke locaties eruit gepikt. Het onvermijdelijke van modernisering mag echter geen vrijbrief worden voor een eigenzinnig beleid, zoals in het Brussel van de dolle 1960´s en 1970´s...)

Er zijn serieuze gevaren verbonden aan het voortdurend maar uitstellen van bepaalde hoogdringende beslissingen omtrent uitzonderlijk erfgoed. De aftakeling van sommige bouwwerken of onderdelen ervan is soms onomkeerbaar. De sommen die nodig zijn om een restauratie tot een goed eind te brengen stijgen voorts vaak exponentieel met de jaren. Aanvankelijk (omstreeks 2010) werd de som van 1 miljoen Euro naar voren geschoven voor een vakkundige restauratie van de kiosk in het Citadelpark. Vandaag zou die som niet langer volstaan, zoals ook verder zal blijken. Toegegeven, de benodigde som is zeker geen peulschil.


Ons land telt nog enkele fraaie kiosken, zoals deze in het Antwerps
Albertpark, die in het stadspark van St Niklaas en in het Warandepark
in Brussel. Het exemplaar in het Citadelpark hoort in deze elite-afdeling

Daar staat evenwel tegenover:

a) de kiosk behoort zonder enige twijfel tot de top 10 van mooiste overgebleven kiosken. Bovendien staat hij op een best wel aantrekkelijke locatie. Als zodanig is hij nooit echt goed uitgespeeld geworden als toeristische troef. Het is alsof men in het Gents stadsbestuur niet goed doordrongen is van het besef hoe mooi en elegant deze kiosk wel niet is. (Laat alle eventuele commissies van “experts” gerust een andere mening hebben, wij vertrouwen wel op onze zintuigen, dank u)

b) met zo´n restauratie zou deze kiosk -normaal gezien toch- de volgende 20-30 jaar vooruitgeholpen zijn. Zeker als men zo´n restauratie zou kaderen in een geheel van bijkomende maatregelen, zoals verhoogd toezicht, de vervanging van bepaalde decoratieve elementen door goedgemaakte replica´s enz.

c) het argument “budgettaire voorzichtigheid slaat in feite nergens op: er bleek immers wel volop geld te zijn voor een prestigeproject zonder enige hoogdringendheid. 

We kunnen maar één conclusie trekken: de uiterst decoratieve en sensuele kiosk laat het Gents stadsbestuur in feite koud. De “non-assistentie van een kiosk in nood” wordt bovendien gerechtvaardigd met argumenten die er geen zijn. Men krijgt dus de indruk dat men de situatie bewust maar wat laat aanmodderen, waardoor de nodige restauratiekosten maar blijven stijgen. Men zou welhaast beginnen te denken dat “sommigen” een soort geleidelijke, sluipende  en gewilde verrottingsstrategie uitgestippeld hebben. Hetgeen trouwens vrolijk en plezant zonder politieke consequenties kan. Want de Gentenaar, die keek ongeïnteresseerd toe en laat gebeuren... Van het trotse uit de middeleeuwen schiet niet veel meer over. Misschien moet de kiosk maar naar het Brussels Warandepark verhuisd worden, en een tweede “schapenstal” in het Citadelpark opgetrokken worden, eer ze wakker schieten ?

1) Een ei wordt uitgebroed

De eerste ruwe versie van dit artikel over de elegante kiosk in het Gentse Citadelpark werd reeds eind 2011 geschreven. Wegens een trits omstandigheden bleef deze rudimentaire schets tot hiertoe in de schuif liggen. De oude maar nog steeds trotse constructie droeg toen reeds zorgwekkende sporen van fysieke en politieke verwaarlozing, versterkt door publieke onverschilligheid. Leute en vertier op de Gentse Feesten ja, in de bres staan voor een aftandse ouwe kiosk, kom aan, who cares ?

Sedertdien heeft het sensueel bouwwerkje steeds meer redenen om zich te verontwaardigd te beklagen over de uiterst trage gang van zaken, politieke apathie en onbegrijpelijk (?) getreuzel. Om nog niet te spreken over wat de toekomst verder nog voor frivole fratsen in petto heeft. In wollige beleidsverklaringen worden immers “en passant”, zo langs de neus weg termen en pistes gedropt, die bij iedere rasechte retro-fan meer dan maar wat wenkbrauwengefrons zou moeten doen ontstaan. Gespeeld achteloos werd in een eerste fase verklaard dat de kiosk een “andere functie” zou krijgen, wat later werd dat opeens een “eigentijdse invulling”.... Maar hela, hola, dat zijn dus alles behalve onschuldige, goedaardige schapenwolkjes, grazend in een lichtblauw-roze hemel. Het zou in tegendeel schrille alarmbelletjes moeten doen weerklinken, waarschuwingslichtjes in het rood en geel moeten doen aan en uit floepen. Negen keer op tien belooft zo´n bewust vage terminologie weinig goed... Een “andere functie” voor een kiosk ? Een “eigentijdse invulling” ? Wat moeten we ons daar concreet bij voorstellen, wordt de kiosk misschien een zoveelste Chinese afhaalzaak, een frietkot of kebab-zaak ? Of een wifi-punt voor vlijtige of minder vlijtige studenten ?

Helaas alarmeert deze nochtans overduidelijk verontrustende fraseologie te weinig mensen om veel gewicht in de schaal te kunnen leggen. Enkele onbegrepen roepers in een apathische woestijn, so what ? Jammer nochtans.... Net als de prachtige kiosk in het Albertpark in Antwerpen, deze in het Brusselse Warandepark of die in het stadspark van St Niklaas behoort deze in het Citadelpark tot de absolute top in ons land. Het is een trots symbool van een vervlogen periode, een ontwerp bol van elegantie en pure klasse. Een stille vriend van heel wat romantische zieltjes, “kuieraars” en speurneuzen met een warm hart voor retro, van dagdromers gewapend met een spannend boek of een inspirerende dichtbundel, van nostalgische senioren, ondernemende kleuters en jeugdige “tortelduifjes”.


beroofd, kaalgeplukt, verwaarloosd...

Dat er bij de restauratie van zo´n pronkstuk als deze kiosk niet over één nacht ijs wordt gegaan, spreekt voor zich. De lamentabele staat ervan is echter niet van gisteren of eergisteren, maar gaat al verschillende winters met of zonder ijsnachten terug. En zoals gezegd schrijdt sluipende aftakeling vaak exponentieel voort. (1) Tot mijn eigen verbazing ontdekte ik in dit verband bij het herlezen van de eerste ideetjes voor deze tekst enige voorspellende gaven. Eén van de in 2011 neergepende zinnen luidde immers:

"Gezien de aftakeling van deze ooit zo fraaie kiosk niet blijft wachten op de realisatie van een “masterplan” is het best mogelijk dat de kosten uiteindelijk een pak hoger zullen uitvallen, wanneer de restauratiewerken daadwerkelijk van start zullen gaan. Indien vandalen of antiekdieven er bijvoorbeeld ook met de tweede griffioen vandoor gaan… “ 

Om het platform van de kiosk te betreden moest men destijds doorheen een toegangspoortje, dat bewaakt werd door twee metalen griffioenen. Deze zonderlinge wezens uit de Griekse mythologie –ook wel grijpvogels genoemd- zijn gevleugelde leeuwen met een arendskop en paardenoren ! Enige jaren geleden gingen booswichten aan de haal met het links opgestelde exemplaar. Knettergekke studenten in een dronken bui ? Antiekdieven zonder scrupules noch respect voor het erfgoedpatrimonium zoals her en der gesuggereerd werd ? (2)

Voorlopig lijkt Justitie in het duister te tasten over wie achter het ontvreemden van het mythologisch wezen zit. Ook verschillende metalen “palmetten” -een soort palmmotieven die de balustrade rond het orkestplatform versierden- verdwenen even mysterieus. Het stond dus in de sterren geschreven dat ook de tweede griffioen niet veilig was voor grijpgrage handen. En zie... wat was er enkele maanden geleden in de pers te lezen ? Juist ja, iemand was er ditmaal vandoor gegaan met het rechtse mythische dier in metaal. Het spreekt voor zich dat hiermee de kosten voor een geslaagde restauratie nog maar eens extra de hoogte in gejaagd zullen worden... Uiteraard zou de diefstal van het metalen wezen ook na een restauratie hebben kunnen plaatsvinden. Niets belet echter dat zo´n grondige restauratie daar rekening mee had kunnen houden, door een reeks omkaderende maatregelen. Een verhoogde controle, een gedeeltelijke afsluiting van het Citadelpark, getrouwe kopieën van de griffioenen enz. (Een standbeeld van een stervende gladiator in het Gentse Zuiderpark werd uitgerust met een houten zwaard, omdat vandalen keer op keer het metalen zwaard vernielden)

Maar laten we eerst de contouren van de puzzel in elkaar passen, om vervolgens pas het middenstuk -de sensuele kiosk- te plaatsen. De historische context begint uiteraard met de aanleg van het Gentse Citadelpark. Vanwaar die naam overigens ? Voor wie enkel geïnteresseerd is in de kiosk en diens gehypothekeerde toekomst, die kan gewoon doorspringen naar de hoofdstukken 4 en 5.

 

2) De aanleg van het Citadelpark

Net zoals het Stadspark van Antwerpen werd het Citadelpark aangelegd op een terrein, waarop zich tot dan toe een omvangrijk militair complex bevonden had. Het was de “Hollandse” bezetter die in 1819 met de bouw van de stervormige Citadel van Gent was begonnen, volgens de ideeën van de Franse bouwmeester, maarschalk Vauban (1633-1707). De werken werden gecoördineerd door de Nederlandse generaal Gey van Pittius, telg uit een beroemde militaire familie. (3) 

De Nederlanders volgden hiermee aanbevelingen op van het Congres van Wenen. Het was vooral de hertog van Wellington, één van de overwinnaars van Napoleon die had aangedrongen op de bouw van een fortengordel langsheen een deel van de grensstreek met Frankrijk. De citadel van Gent moest één van de belangrijkste, zo niet dè belangrijkste schakel in deze politiek van “indammen” worden. (vandaag de dag zou men van “containmentpolitiek” of een “cordon sanitair” spreken). In Bergen vindt men nog kazematten die in die tijd werden opgetrokken, en ook aan de Belgische kust verrezen forten. Zo is de Oostendse hippodroom op zo´n voormalige militaire site opgetrokken.
De mastodont werd opgetrokken op een bouwperceel van maar liefst 43 ha. Het zou dan ook één van de modernste van Europa gaan worden, en moest aan 10 000 soldaten onderdak en bescherming kunnen genieten. Deze citadel verrees in feite op dezelfde strategische plek buiten de stadsomwalling waar in de 17de eeuw het Fort Monterey had gestaan. De site ligt hoger dan de omgeving, die toen nog niet bebouwd was. Men had vanuit deze plek dan ook een goed zicht over de streek.

In feite zou de enorme Citadel van Gent echter nooit af geraken. Na de Belgische Omwenteling bleek het concept in feite ook sterk verouderd. In plaats van de werken dan ook te voltooien, werd ervoor gekozen om er eerder een grote kazerne voor eenheden van zowel de infanterie als van de artillerie van te maken.

In 1870 kocht de stad Gent het terrein op met de intentie om er een groot park en bouwpercelen van te maken. Dit gebeurde onder impuls van de toenmalige adellijke burgemeester Charles de Kerckhove de Denterghem. De Oost-Vlaamse hoofdstad droomde al langer van een groot park, dat meteen ook interessante immo-projecten daarrond in gang kon zetten. De aankoop van de Citadelsite bracht de realisatie van die plannen (en speculaties ?) in een stroomversnelling.

Pas in 1874 werden de urbanisatieplannen van J. Hofman goedgekeurd. Hofman voorzag 26 ha. voor het park en 18 ha. bouwpercelen. Het was H. Van Hulle -hoofdtuinman van de Gentse Kruidtuin- die de eerste versie van het nieuwe park ontwierp. Daarbij moest hij rekening houden met het licht glooiende landschap. In 1884 werden nog eens 6 ha. aan het park toegevoegd. Deze uitbreiding liet toe om een grote vijver aan te leggen alsook een speelplein in te huldigen. De kazerne bleef tijdelijk nog bewaard op een perceel van amper 4,5 ha. In 1898 echter werd ook deze “Citadel” door de stad overgekocht, en zo goed als volledig afgebroken.

Vandaag herinneren de voormalige neoclassicistische toegangspoort (1826) en de naam van het park aan dit militair verleden. Toen België onafhankelijk werd, werd de lijfspreuk van het Nederlandse vorstenhuis (“Je maintiendrai”) vervangen door “l”Union fait la force”. In 1913 scheelde het maar een haar, of deze oude poort was gesneuveld. Gent was in dat jaar gaststad van de Wereldtentoonstelling, een evenement dat een verwoede bedrijvigheid op gang had gebracht. Alsook een enthousiasme, dat soms bijna in excessen overging. De poort ontsnapte uiteindelijk evenwel -zij het ternauwernood-  aan de afbraak.

Een andere toegangspoort werd verstopt onder pseudo-rotsen. Deze namaak rotspartijen pasten volledig in het concept van Engelse tuin die men voor het park weerhouden had. (Iets gelijkaardigs werd bijvoorbeeld ook in Laken gedaan met een “pont rustique”) Verborgen onder het glooiende landschap bevinden zich voorts ook nog oorspronkelijke kazematten. Het is een andere herinnering aan de militaire geschiedenis van deze rustgevende site met zijn talrijke “verborgen” plekjes. Een gedeelte van de vroegere militaire infrastructuur ter hoogte van de “grot” wordt door de plantsoendienst gebruikt als berg- en werkplaats. Tot slot bevindt er zich ook sedert 1938 een commandobunker, aanvankelijk bedoeld voor de coördinatie van de passieve luchtbescherming in Oost-Vlaanderen. Tijdens de Koude Oorlog verschoof de aandacht naar het monitoren van eventuele nucleaire, biologische en chemische (NBC) aanvallen. (4)

Rond het park verrezen eind 19de, begin 20ste eeuw aardige herenhuizen, soms met een Art Nouveau-inslag. Ook hier weer doet dit wat denken aan de situatie rond het Albertpark in Antwerpen, waar de leden van een vermogende Duitse “kolonie” elkaar beconcurreerden om de mooiste huizen. (5) Net zoals in Antwerpen culturele activiteiten in en rond het park ontplooid werden -de Harmonie en de kiosk in het Albertpark zijn daar de treffendste getuigen van- gebeurde iets gelijkaardigs in het veel grotere Citadelpark in Gent in de jaren voor WO 1.

Zo werd er in de oostelijke hoek van het park tussen 1900 en 1904 het Museum voor Schone Kunsten (1900-1904) opgetrokken. De voorgevel van dit merkwaardige gebouw geeft uit op het Nicolaas De Liemaeckereplein, terwijl de achtergevel uitgeeft op de Hofbouwlaan.

Het was een ontwerp van Charles Van Rysselberghe, de man die eerder ook de kiosk in het Citadelpark ontwierp. Er moeten zich in die periode voor WO 1 ook enkele kleine horeca-zaken in het Citadelpark hebben bevonden.


De Zwitserse chalet / "Laiterie"


Chalet Matadi
De Belvédère

Zo was er de Belvédère, een “Chalet Suisse” of “Laiterie” alsook een vleugje koloniale glorie, de Chalet Matadi. Behalve enkele postkaarten die deze aanwezigheid bevestigen, werden vooralsnog geen bijkomende inlichtingen hierover gevonden. Die “Zwitserse” chalet paste volledig in het deel van het park, dat soms met de term “klein Zwitserland” werd aangeduid. Het betrof een glooiend gedeelte met een dal en dennenbomen, dat mits wat fantasie aan een Alpenlandschap deed denken. Alleen een heuse koe met bel, een St Bernardhond en een heuse Heidi hadden het beeld nog wat kunnen completeren... (Naar verluidt liepen er in de vroege 1950´s wel drie edelherten van de Antwerpse Zoo rond. Maar de Zwitserse Chalet was blijkbaar al tijdens WO 2 ontmanteld geworden of vernield geraakt.)

In 1912 werd het Museum voor Schone Kunsten met het oog op de Wereldtentoonstelling van 1913 uitgebreid met extra vleugels in een zelfde bouwstijl. Die Wereldtentoonstelling in Gent speelde een belangrijke rol als katalysator voor allerlei nieuwe initiatieven. Heel het park werd grondig heraangelegd voor die gewichtige aangelegenheid, waarbij bezoekers van heinde en ver Gent aandeden.

Een belangrijke toevoeging hierbij was het nieuwe en monumentale Feest- en Floraliënpaleis van architect O. Vande Voorde. Het werd in het midden van het park gebouwd tussen 1912 en 1913. Vanaf dat jaar bood het onderdak aan de vijfjaarlijkse “Floraliën”. Dit evenement zou uitgroeien tot een happening met mondiale faam. Het Feestpaleis omvatte eveneens een nieuw “casino”, ter vervanging van de oude casino aan de Coupure. Doorheen de jaren onderging dit gebouw tal van metamorfoses. Bestaande stukken werden geheel of gedeeltelijk vernieuwd, nieuwe delen werden toegevoegd, oude afgebroken. (6) Zo werd na WO 1 de “warme serre” in de noordvleugel omgebouwd tot een velodroom, het legendarische “Kuipke”.




Op de Gentse velodroom

Tussen 1922 en 1927 ging het om een demonteerbare constructie, die uiteindelijk vervangen werd door een vaste piste. Deze kon in totaal aan zo´n 15 000 sportliefhebbers plaats bieden. Deze velodroom brandde in 1962 volledig af, waarop een volledig nieuwe opgetrokken werd. In 1965 werd dit "Sportpaleis” plechtig in gebruik genomen.

De kiosk maakte vreemd genoeg de Wereldtentoonstelling niet mee: hij werd tijdelijk afgebroken, om dan in 1914 (?) weer heropgebouwd te worden. In dat jaar werden ook opgeëiste auto´s in het Citadelpark verkocht, ten voordele van het Rode Kruis.

In 1921 werd voorts een dierenasiel in het park in gebruik genomen. Rond 2011 was het duidelijk geworden dat deze niet langer in het park zou blijven. Het asiel heeft een grotere oppervlakte nodig, terwijl de stad ervoor kiest om het evenwicht groen / gebouwen in het Citadelpark niet verder te verstoren. Besloten werd dat het asiel dan ook zal verhuizen naar een perceel aan de Watersportbaan. De dierenhokken zullen waarschijnlijk afgebroken worden, het hoofdgebouw zal mogelijk een horeca-functie krijgen. Evident is dit niet, omdat er in de buurt al meer horeca-zaken zijn, zoals in de musea. (7)

In de buurt van het park verrezen eveneens een Normaalschool en een Tuinbouwschool.

Een tweede grote reorganisatie van het Citadelpark vond plaats in 1930, naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Vlak na WO 2 werd ook een Openluchttheater aan het Citadelpark toegevoegd. Deze had een capaciteit van 1340 toeschouwers. In 1984 werd het park in zijn globaliteit als waardevol landschap beschermd. Dit betekende automatisch dat ook de verschillende elementen van dit park, waaronder de kiosk in zekere mate van een beschermd statuut genoten. We zijn geen jurist, maar hebben niettemin begrepen dat dit statuut echter een zwakkere bescherming met zich meebrengt dan deze van een afzonderlijke bescherming als waardevol monument.

 

3) Kunst in het park...

Her en der verspreid in het park, zoals rozijntjes in een kramiek bevinden zich verschillende standbeelden in het Citadelpark.

 

– Zo kijkt de kleine Sakala, meer bekend als “het Moorken” vanop zijn kunstmatige “rotspartij” uit op de kleine vijver. (8) Hij werd gerealiseerd door Louis Mast, terwijl Armand Heins voor een medaillon op het voetstuk zorgde. Het ronde medaillon toont de gebroeders Jozef en Lieven Van de Velde in zijprofiel. De twee waren koloniale pioniers, en het was één van de twee broers die ervoor gezorgd had dat de kleine Sakala in Gent belandde. Hij was het zoontje van een stamhoofd, die mee op de terugreis naar België was gegaan, en zich verbazend snel in ons land had geïntegreerd. Hij was daarmee de eerste Congolees in ons land. Enkele jaren later keerde hij terug naar zijn vaderland, al is zijn precieze lot onduidelijk. Volgens sommige bronnen werd hij aan zijn lot overgelaten, toen de laatste van de twee gebroeders Van de Velde in 1888 in het toenmalige overzees “Kroondomein” overleed. Sakala werd in zittende houding afgebeeld.


De leeuw... aan het Zwanenmeer (prozaïsche overdrijving)

– Men vindt er ook een vergulde leeuw, afkomstig van een gesloopt pakhuis dat vanaf 1732 op de Korenmarkt had gestaan. Het beeld wordt toegeschreven aan Jacobus Vander Cruysen, en staat sedert 1898 op een soort kunstmatige heuvel. Aanvankelijk was het bijna 1m80 hoge beeld wit. In 1974 werd blijkbaar besloten om het beeld te vergulden. Deze koning van het stenen dierenrijk werd enkele malen het lijdend voorwerp van vandalen. Zo haalden in 2008 kwibussen het in hun hoofd om de trotse Leo in een zebrapakje te hullen...

Een bronzen standbeeld ter ere van de impressionistische schilder Emile Claus, een ontwerp van Yvonne Serruys. (1926) (Vreemd eigenlijk, omdat de kunstenaar niet in Gent geboren werd, stierf of leefde)

Allegorische beelden uit 1913, die de Leie en Schelde voorstellen, ontworpen door de aristocratische Jacques de Lalaing, een artistiek aangelegde diplomatenzoon.


De mastplanters

Prometheus

Jules Van Biesbroeck ontwierp dan weer een  monument voor Edmond Van Beveren, kunstenaar en één van de grondleggers van de Belgische Werkliedenpartij. Dezelfde kunstenaar was ook de man achter “de drie mastplanters” nabij het Museum voor Schone Kunsten opgesteld, alsook van een beeld dat een “geketende Prometeus” voorstelt.

De “Boetelingen” van Julius Lagae (1862-1931), een vreemd kunstwerk die twee vastgeketende oude mannen voorstellen. Ondanks het feit dat ze duidelijk slechte behandelingen ondergingen, kijken de twee boetelingen bijna hautain de wereld aan

Men ziet er eveneens een gedenkteken voor oorlogsslachtoffers uit de 9de wijk die omkwamen tijdens de twee wereldoorlogen. (9)

 

4) Architecturaal juweeltje in het groen

In de 1870´s werden de meeste restanten van de militaire aanwezigheid op de site dus afgebroken. In 1885 moeten de aangeplante bomen en struiken in het park al behoorlijk opgeschoten zijn geweest. Het was in dat jaar dat de Stad Gent de bouw van de muziekkiosk in het noordelijk deel van het Citadelpark liet aanvangen. Deze werd opgetrokken tussen de Jozef Mengaldreef en de Louis Hanssensdreef.

 
foto kiosk in (her?)opbouw

De ontwerper van deze fraaie muziektempel was de toen 35-jarige stadsarchitect Charles (Karel) Van Rysselberghe. Zijn jongere broer, de Brusselaar Octave Van Rysselberghe (1855-1927), kwam al eerder ter sprake op Retroscoop als één van de ontwerpers van het oude Kursaal van Blankenberge.

Zijn ontwerp rust net als de kiosk in het Antwerpse Albertpark op een achthoekige sokkel in natuursteen. Hierop werden 16 “Griekse” zuilen, straalsgewijs per twee gegroepeerd opgesteld. Deze zuilenparen werden met elkaar verbonden door hoge rondbogen, die zelf het koepeldak dragen. Oude postkaarten tonen dat de binnenzijde van deze rondbogen indertijd tweekleurig geschilderd waren. In zekere zin heeft de kiosk dus iets van een rondtempel.

  

Wat vooral meteen opvalt zijn de talrijke frivole ornamenten die Van Rysselberghe in zijn trotse ontwerp verwerkte. De gietijzeren omheiningen bijvoorbeeld zijn zeer decoratief uitgewerkt met palmbladmotieven, zogenaamde palmetten. Bij het ingangshek dat toegang verschaft tot de trapjes naar het podium stonden liet hij twee griffioenen de wacht optrekken. Het wordt allemaal nog fantasierijker, wanneer men de blik richt op de rondbogen en het koepeldak.

Daar waar de rondbogen op de zuilenparen rusten, pronken engelachtige vrouwenbeelden. De gevleugelde dames op deze zwikken poseren met een krans in hun omhooggestoken armen. Ze lijken de overwinnaar van één of andere wedstrijd te begroeten. Daarom worden ze wel eens aangeduid met de term “Nike figuren”. De Griekse mythologie speelde dus duidelijk een belangrijke rol als inspiratiebron.

  

Er werd ook een zeer decoratief attiek aangebracht. Hieronder verstaat men de versierende verhoging boven de kroonlijst, die een deel van het (koepel)dak aan het zicht onttrekt. Van Rysselberghe versierde zijn attiek met griffioenen (opgesteld net boven de Nike figuren) en ook hier weer gestileerde palmbladeren. Ook de rondbogen zijn trouwens omzoomd met zulke palmmotieven. Het geheel lijkt zo wat op een kwistig versierde slagroomtaart. Op het hoogste punt van het koepeldak verrees ooit een standbeeld van een vrouw. Oude postkaarten laten niet toe deze allegorie of mythische figuur te identificeren. Het meest voor de hand liggend is een band met muziekkunst.



De kiosk was indertijd ook uitgerust met rood-wit gestreepte zonnekappen. Behendig opgesteld in de rondbogen, kon het deel tussen de zuilen bij zonnig weer in de gewenste hoek naar buiten uitgeklapt worden. Een eerder zeldzame attribuut in die tijd.

De ondernemer die het ontwerp van Van Rysselberghe gestalte gaf, was “Beert-Campens fils”. De kiosk werd omgeven door bloemperken en struikjes in grote bloempotten. Zoals oude postkaarten het tonen werd op zeker moment ook overgegaan tot het aanplanten van een kring van leilinden rondom de kiosk. De nog buigzame takken van de jonge aanplantingen werden via leidraden of –stokken tot een horizontale groei gedwongen. Vanuit de lucht gezien, ontstond op die manier een welriekende krans rond de ongewone kiosk.

Het leidt geen twijfel dat de kiosk decennia lang een cruciale rol heeft gespeeld in het sociale leven van heel wat Gentenaars. Dit ondanks geduchte concurrentie van de kiosk op de Korenmarkt. Heel wat stadsburgers uit de omringende herenhuizen zakten tijdens het weekend immers af naar het gezellige park om een zondagsconcertje mee te pikken. Een aantal kleine horecazaken zoals een “laiterie”, een “Chalet Matadi” en een “Chalet Suisse” werkten daarbij als publiekstrekkers. Ook heel wat mensen van buiten Gent deden de omgeving aan. Zo trok het Museum voor Schone Kunsten bijvoorbeeld heel wat mensen aan. Zo nu en dan vonden ook tentoonstellingen in het Citadelpark zelf plaats.

 

Dat was onder meer het geval in 1899, toen er van juni tot september een Provinciale tentoonstelling werd georganiseerd. Hier konden de nieuwsgierige bezoekers o.a. kennis maken met allerhande machines en voertuigen, items uit Belgisch Kongo, militaire kunst, wijnen, likeuren en bieren allerhande.

In 1913 was Gent de gaststad voor de Wereldtentoonstelling. Dit evenement resulteerde zoals steeds in ongeziene bedrijvigheid in de Oost-Vlaamse hoofdstad. De stad kreeg een nieuw station, waar vlak naast ook het nieuwe Hotel Flandria Palace verrees. Vanaf dat jaar gingen ook de Gentse Floraliën door in een andere locatie. Tussen 1835 en 1908 was dit welriekend bloemenfestival in de oude Casino van Gent tussen de Coupure en het Casinoplein doorgegaan. Vanaf 1913 zouden de edities tot 1990 in het fonkelnieuwe Floraliënpaleis in het Citadelpark doorgaan. (hierna verhuisde het kleurrijke gebeuren naar de minder elegante Flanders Expo.

Zoals eerder aangehaald maakte de kiosk de Wereldtentoonstelling van 1913 niet mee. Het muziektempeltje maakte tijdelijk plaats voor het paviljoen van de Franse kolonies in de Magreb. Toen hij in 1914 zijn vertrouwde plaats weer innam, werd om onduidelijke reden besloten om het vrouwenbeeld niet meer op de koepel te plaatsen. Het lijkt zowaar onduidelijk te zijn waar dat beeld gebleven is. Ligt het nog ergens in een stedelijk depot ? Werd het ontvreemd, door de Duitse troepen in beslag genomen, onder tafel verkocht ? Mystère et boule de gomme...

In 1921 werd nog een stenen bank toegevoegd. Deze werd geschonken door het tijdschrift “l´Avenir Horticole”.
(10)

 

Charles van Rysselberghe overleed in 1920 in Nice. (Ook zijn broer, de architect  Octave overleed overigens in Zuid-Frankrijk)

 

5) Verwaarlozing en een bange toekomst

Fans van de huidige burgemeester of van enkele van zijn voorgangers kunnen er niet omheen. Jaren werd de ooit zo trotse kiosk aan zijn trieste lot overgelaten: een geleidelijke aftakeling. De gietijzeren inkomdeurtjes zijn al jaren verwijderd of ontvreemd. We schreven het verder al: nadat één van de griffioenen jaren geleden al spoorloos verdween, werd plots in maart 2014 in de pers bericht over het feit dat ook de tweede grijpvogel zelf niet uit grijpgrage handen was weten te blijven. Pronkt het vandaag de dag in één of andere frivole studentenkamer of in de villa van een peperdure advocaat of chirurg in West-Vlaanderen of Brasschaat, aan de Rivièra of in Moskou ? Wie zal het zeggen... Ook de met palmetten versierde omheining werd op een aantal plaatsen behoorlijk kaalgeplukt. Wie op het podium stapt, en naar omhoog kijkt, kan zien hoe verwaarloosd het plafond oogt. Men kan zich ook de vraag stellen of er echt geen andere oplossing gevonden kan worden om de kiosk te verlichten dan met anachronistische en alles behalve sierlijke TL-lampen… De elektrische leidingen zijn naar verluidt toe zijn aan een grondige controle. Deze installatie op een verantwoorde manier actualiseren is echter werk voor specialisten. Gezien de kostprijs zou zoiets pas worden opgestart van zodra / als ooit de kiosk grondig gerenoveerd zal worden. Ook aan de buitenkant begint de groene verf op verschillende plaatsen af te bladderen. De Nike-beelden zien er vuil uit, en zijn toe aan een opknapbeurt. Het zou ook een enorme meerwaarde zijn, mocht het oorspronkelijke standbeeld op het koepeldak, of ten minste een kopie hiervan weer op het koepeldak geplaatst kunnen worden. Enkele verluchtingsroosters in de natuurstenen sokkel zijn verdwenen. Naar verluidt werd alvast één exemplaar op de kamer van een student teruggevonden. De vloer is her en der gebarsten enz. enz. De kiosk ziet er dus alles behalve kerngezond uit. Laten we intellectueel eerlijk blijven: zou men in echte toeristische steden als Wenen of Praag even klungelachtig omspringen met zeldzaam erfgoed ? De zeer terechte vraag stellen is ze treffend beantwoorden...

Zo nu en dan mocht het pronkstuk zich eventjes nog in het middelpunt van de belangstelling wanen. Zo werd het vanaf 2008 als podium voor “Jazz sur l’herbe” gebruikt. In het hippe en dure taaltje van copywriters gaat het om een “eigenzinnig en onafhankelijk” jazz-festival. In begrijpbare taal wordt dit: hedendaagse jazz en improvisatie. Kritische commentatoren laten daarbij wel eens smalend het woord “kakofonie” vallen... Het is dan ook “Miles” verwijderd van Glen Miller, Lennie Niehaus of Chet Baker. Elke generatie wil op een andere manier als de voorgaande zijn stempel drukken, met wisselend succes en eindresultaat. Er kan over werkelijk alles gekibbeld worden, als het op smaak aankomt.

Het festival ging enkele jaren door in mei, aanvankelijk op dinsdag, later iedere donderdag en vrijdag. Toen waren er ook zowel tijdens de middag als de avond optredens. Dit gratis festival kon bovendien ook gecombineerd worden met een picknick. Ondertussen lijkt de formule andermaal gewijzigd (driedaags festival) en ook herdoopt (Citadellic) te zijn. Deze muzikale evenementen bliezen -letterlijk en figuurlijk- nieuw leven in de uiterst stiefmoederlijk behandelde kiosk.

Uitzonderlijk waren er ook gelegenheidsoptredens, zoals men op Youtube kan zien. Zo kwam de Fatback Brass Band er wel eens repeteren, en gaf de ukelelespeler “Ukelelezaza” er een solo-optredentje. Of er zoals in de kiosk in het Antwerpse Albertpark of op de Kouter zo nu en dan ook meer traditionele hafabra-optredens (harmonie, fanfare, brassband) in werden gehouden is niet geweten.

De kostprijs van een grondige restauratie van het fraai muziektempeltje wordt geschat op om en bij het miljoen Euro. Op zich geen erg groot bedrag, maar blijkbaar te veel voor de Stad Gent om zelf snel in te grijpen en een verdere aftakeling te voorkomen. (Mocht ik burgemeester van de Oost-Vlaamse hoofdstad zijn, zouden de twee eerste prioriteiten zijn om de “schapenstal” ergens effectief naar een schapenwei te verbannen, met heuse wollige schapen, bv. naar de weiden naast mijn voormalig studentenkot in het Home Boudewijn op het einde van de Harelbekestraat. De tweede om het nodige geld voor de grondige en professioneel uitgevoerde restauratie van de unieke kiosk nu eens eindelijk te realiseren. En deze nu eens echt zo efficiënt mogelijk als een toeristische troef uit te spelen. Dit zou los staan van masterplannen voor heel het Citadelpark. Een vlugge ingreep zou alvast kunnen vermijden dat de uiteindelijke kosten niet naar 1,5 of 2 miljoen Euro evolueren.)

De lamentabele staat waarin de kiosk zich bevindt leidde tot de oprichting van een Facebook-groep. Deze werd opgericht door de mensen achter het Gouden Truweel, een actiegroepje dat er eerder al in geslaagd was om een aantal Japanse kerselaars in het Citadelpark te “redden”. Spoedig telde het Facebook-genootschap al zo´n 1000 leden. Mooi, maar gelijkaardige heugelijke initiatieven zoals deze die ijverde voor het redden van de Charlesville, de laatste Kongoboot draaiden helaas op niets uit. Ondanks de steun van een aantal prominenten uit de erfgoedsector. Vandaag de dag lijkt de Facebook-groep rond de redding van de kiosk overigens niet actief meer te zijn. (?) (11)

Goed, het voortbestaan van de kiosk in Gent lijkt niet bedreigd te zijn. Het Citadelpark is sinds de 1980´s een beschermd landschap, en volgens Lieven Decaluwe (ProGent), schepen van Monumentenzorg, behoorde de kiosk integraal tot dat landschap. De stad mikt echter op Vlaamse premies, wat betekent dat er een “landschapbeheersplan” moet worden opgesteld. Er volgde ook een “masterclass”, waarbij verschillende betrokken actoren en experten de prioriteiten voor zo´n plan identificeerden. Om wel heel onduidelijke redenen werd ook hier weer getreuzeld om ook de kiosk op die lijst te plaatsen. Zijn beleidsverantwoordelijken en experten dan niet doordrongen van het architecturaal belang van deze prachtige kiosk ?

Men kan zich ook afvragen of er misschien sluipende pogingen op til zijn om bestemmingsvreemde dingen met die prachtkiosk uit te voeren ? In mei 2010 verklaarde de toenmalige Schepen van Stadseigendommen Christophe Peeters immers:

(...) het is zeker dat de kiosk blijft bestaan en dat ze een nieuwe functie krijgt. Maar het is wachten op de resultaten van het masterplan om te weten hoe de kiosk zal passen in de nieuwe aanleg van het park.” (12)

Vertaald staan hier dus blijkbaar twee wel heel alarmerende dingen:

a) “nieuwe functie” lees: de kiosk zal in de toekomst niet langer gebruikt worden voor muziekconcerten (maar waarvoor dan wel ???)

b) “zeker is dar”: de kogel is wat dat betreft met andere woorden blijkbaar al door de ke... correctie, door het stadhuis ? Is daar enig debat rond gevoerd ?

Het goede nieuws is dus, neen, de kiosk is niet in zijn voortbestaan bedreigd. Het slechte nieuws is dat “men” er blijkbaar zonderlinge en niet duidelijk gespecificeerde plannen mee heeft. We vonden vooralsnog geen reacties van politici of erfgoedactoren die meteen op hun achterpoten zijn gaan staan bij het lezen van deze toch wel erg verontrustende uitspraken. (mocht dit toch het geval zijn geweest – het is onmogelijk elke steen om te draaien-, nemen we graag deze reacties op in dit artikel !)

Het zalfpotje werd echter ook bovengehaald. Een aantal beleidsmensen raakte toch wat verontrust door het uitblijven van concrete maatregelen in verband met de kiosk, en begon te pleiten voor tussentijdse oplossingen. Zo liet Christophe Peeters, schepen van Financiën, Facility Management en Sport (VLD) zijn partijgenoot, het gemeenteraadslid Carl De Decker in de loop van 2010 weten dat hij de vzw Labeur, de organisatie achter de Monumenten-dokters de opdracht zou geven om ook de kiosk wat onder handen te nemen. De vzw zou zich echter uitsluitend buigen over de meest dringende “elementaire opfrissings- en instandhoudingswerken”. (13) Verrassend genoeg wordt vervolgens hierna niets meer over die piste in de pers vernomen. We contacteerden dus vzw Labeur maar zelf eens, om te horen of ze effectief zo´n vraag van het Gents stadsbestuur ontving. En zie.... Ron Hermans antwoordde ons namens de vzw in een e-mail van 25 januari 2015:

Ik heb indertijd ook in de krant mogen lezen dat vzw Labeur deze prachtige kiosk onder handen zou mogen nemen. Wanneer ik hieromtrent informeer, krijg ik telkens weer hetzelfde antwoord: er zijn geen centen voor.”

Toen we in augustus 2011 naar de stand van zaken bij de Vlaamse Regering informeerde, heette het officieel en een tikkeltje pompeus:

Momenteel is een masterplan voor het Gentse Citadelpark in opmaak. Er werd reeds een cultuurhistorische studie uitgevoerd die duidde welke elementen van/in het park zeer waardevol erfgoed zijn en dienen geherwaardeerd te worden en welke delen kunnen vernieuwd worden. In het kader van de Open Oproep is men momenteel bezig met ontwerpen voor te stellen i.f.v. dit masterplan; in het najaar zal dit resulteren in wat men noemt "ontwerpgrammatica".

De stad Gent zal dan beslissen wat eerst wordt aangevat. Er zou wel al een aanzienlijk budget vrijgemaakt zijn om de komende jaren in het park te investeren. Eind augustus is een overleg gepland tussen Onroerend Erfgoed en de stad Gent inzake het Kunstenkwartier; de betrokken erfgoedconsulent zal die dag ook de toestand van de muziekkiosk en de nodige werkzaamheden bespreken.” (14)

Ontwerpgrammatica... Ambtenaren en politici amuseren zich net als sociaal assistenten en jongeren tot het ontwikkelen van een wel heel apart ingewijdentaaltje, die je moet beheersen, wil je ècht tot de “incrowd” gerekend worden. Nu eens is het modewoord “een en-en-verhaal”, dat dan gedurende enkele maanden te pas en te onpas wordt gedebiteerd. Opeens is het dan de beurt aan de “kaasschaaf” om met bijpassend uitgestreken en gewichtig gezicht te worden bovengehaald. En geef toe, “kaasschaaf” klinkt toch zoveel gezelliger en efficiënter dan griezeltermen als “besparingen” en “bezuinigingen”. Zeker in een landje zot van kookboeken en -programma´s. Ook “ontwerpgrammatica” is zo´n snoezig pluizig dingetje uit die onnavolgbare bestuurlijke lingo. Na wat opzoekingen bleek er gewoon “een set van ontwerpregels, richtlijnen” mee bedoeld te worden. Een duur woord dus, maar -met alle respect- de arme kiosk heeft vooral nood aan een krachtdadig beleid, niet aan flamboyante retoriek waarmee de opeenvolgende jaren van feitelijke stilstand vrolijk opgesmukt worden.

Een “masterplan” voor het Citadelpark dus... Oeps, weer zo´n blingbling-woord. Alles klinkt per slot van rekening zoveel efficiënter in het Engels... Volgens de berichtgeving uit die tijd werd er nog voor het eind van 2012 ook een budget vastgelegd voor de heraanleg van het Citadelpark. Hal 6 van het Floraliënpark zou worden afgebroken (wat ondertussen gebeurd is).

Toen dat fameuze plan ter herwaardering van het Citadelpark trots werd voorgesteld, stonden er alweer verontrustende dingen in over de toekomst van de kiosk. In de rubriek “Visie en ambities” heet het: “De kiosk en het amfitheater wachten op een eigentijds gebruik. Waarna zonder uitleg meteen wordt overgestapt naar: “Ook de imposante en zeldzame boomsoorten worden in de verf gezet en verder versterkt.” Een vreemde zin overigens. (15)

Opnieuw moeten we zo grondig mogelijk lezen wat zo “en passant” langs de neus meegedeeld wordt:

(1) de kiosk “wacht”...  met andere woorden: het is nog niet voor morgen !

(2) op een “eigentijds gebruik” Hola ! Hola ! Er was eerder al inderdaad sprake van een “nieuwe functie” (niet langer muziektempeltje). Wanneer we dat nu combineren met “eigentijdse invulling”, welke richting zijn we dan aan het uitgaan.. ??? Een smoothiebar ? Een bio-restaurant uitgebaat door de één of andere hippe sterrenkok ? Een frivool passiefhuis ? Een excentrieke kinderopvang voor kleuters met groene vingers ?

Iedere ware erfgoedfanaat zou bij het lezen van zoiets meteen zo´n pijnscheut voelen als wanneer de tandarts aan een onvoldoende verdoofde tand prutst.. Een “eigentijdse invulling” van een  kiosk met een klassieke sensuele en uiterst zeldzame schoonheid ??? Wat moet een mens zich in hemelsnaam daarbij voorstellen ? Is dat niet zoiets als een Colruyt of Aldi in een Renaissance-kathedraal in Venetië voorzien, of een salsatheek en cocktailbar in een Egyptische piramide... ? Was de bouw van de “schapenstal” dus enkel maar een opwarmertje van andere zotte stoten die men in Gent mag verwachten. En wat wordt de volgende stap van de Vlaamse overheid ? Een commissie van “experts” die misschien komt vertellen dat de Gentse kiosk nu ook weer niet zo indrukwekkend en ongewoon is ? O tempora, o mores...

 

We zetten voor alle duidelijkheid de hoofdpunten nog eens op een rij

de kiosk in het Gentse Citadelpark is zonder twijfel één van de mooiste die vandaag de dag nog in ons land overschieten, en heeft een unieke architectuur – sedert jaren wordt de kiosk door vandalen en dieven onder handen genomen. Een aantal weinig oordeelkundige ingrepen zoals het plaatsen van TL lampen werden ondernomen.
– sedert jaren wordt er in essentie niets ondernomen om deze degradatie een halt toe te roepen. Zelfs beloofde tussentijdse maatregelen kwamen er niet
– de argumentatie die hiervoor wordt aangehaald is dat de stad Gent er geen geld voor heeft. Dit snijdt geen hout. De stad blijkt wel geld te hebben voor erg controversiële prestigeprojecten, zonder enige hoogdringendheid. Geldgebrek is dus een vals argument: het werkelijke argument is een bewuste politieke keuze.
– dit wordt bevestigd door het feit dat de stad Gent zich niet inspant om te trachten de kiosk een beschermd statuut te laten krijgen. Deze zou de kiosk beter beschermen als de bescherming als onderdeeltje van een waardevol landschap
mogelijk wil de stad op die manier voorkomen om de handen wat op de rug gebonden te krijgen voor wat betreft de toekomst van de kiosk. De stad blijkt immers te dromen van een “andere functie”, een “eigentijdse invulling” voor de kiosk.

We vroegen Burgemeester Termont om een persoonlijke reactie met betrekking tot de jarenlange verwaarlozing van de kiosk. Hij antwoordde ons in dat verband: 

Ik ben daar niet bevoegd in. Ik ben een leek en ken de historische waarde daarvan niet genoeg om er mij over uit te spreken.” (16)

Hmmja... Ook leken -zoals schrijver dezes- kunnen een eigen en zinvolle opvatting hebben. Puur op gevoel voor schoonheid gebaseerd. Men moet toch geen vioolspeler zijn om Mozart mooi of lelijk te vinden ? Alles voortdurend overlaten aan expertencommissies is geen waterdichte garantie voor gezond verstand. Het loopt soms al mis bij wie wel en wie niet als expert wordt gezien, wie wel en wie niet in zo´n commissie wordt opgenomen. Bovendien gaat het niet zozeer om een technische kwestie, als wel om het wel en wee van een sensueel, elegant gebouw. Daarvoor hoeft men geen academicus voor te zijn.

Onze vragen werden door de Gentse burgemeester doorgestuurd naar Schepen Balthazar, die ons ondertussen liet weten de nodige informatie daaromtrent bijeen te zoeken. Van zodra dit antwoord van het Gents stadsbestuur ons bereikt, wordt het hier toegevoegd als tegengewicht voor onze persoonlijke opvattingen omtrent de gang van zaken.

We contacteerden eveneens Schepen Peeters en Gemeenteraadslid De Decker voor een reactie. Mochten deze ons nog bereiken, wordt deze eveneens hier toegevoegd. Maar ook geen antwoord is natuurlijk een antwoord.

Reactie stadsbestuur:

Reactie schepen Peeters: 

Van: info@christophepeeters.be [mailto:christophe.peeters.gent@gmail.com] 

Verzonden: maandag 26 januari 2015 20:02
Aan: Benoit Vanhees
CC: Meirsschaut Peter; Walgraeve David; D´hose Stephanie
Onderwerp: Re: Enkele vragen mbt uw vorig mandaat

 

Geachte heer 


Dank voor uw bericht. Ik kan u bevestigen dat het steeds de bedoeling is geweest om de kiosk in haar oorspronkelijke luister te herstellen, en een nieuwe functie te geven binnen het park. Hetzelfde geldt overigens voor het naastliggende amfitheater.

 

In de periode 2010-2012 werd een zogenaamde Masterclass georganiseerd met de diverse betrokken diensten (stedenbouw, vastgoed, openbaar groen, milieu, jeugd, monumenten, ...), wat uiteindelijk resulteerde in een open oproep voor een eigentijds parkontwerp, een dikke eeuw na de aanleg van het park.

 

Hieruit is een ontwerp geselecteerd, meer info vindt u op http://www.gent.be/herwaardering-citadelpark. De uitvoering van dit ontwerp heeft evenwel een bijzonder hoog kostenplaatje, wat maakt dat we de realisatie moeten spreiden over meerdere legislaturen. Er wordt dus gefaseerd gewerkt, en enkele ingrepen zijn reeds in uitvoering, of gepland voor de komende jaren, zoals de herstelling van de grote vijver, het opheffen van de Azaleaparking, de verplaatsing van de speeltuin, de afbraak van Hal 6, ...

 

Ook de restauratie van de kiosk zou in de komende jaren moeten uitgevoerd worden.

 

Ik zal aan mijn collega gemeenteraadslid Stephanie D´hose vragen om in de commissie Openbaar Groen een vraag te stellen over de stand van zaken, de mogelijke timing en een invulling van de kiosk, zodat u op de hoogte wordt gehouden van de actuele toestand.

Met vriendelijke groeten

 

Christophe Peeters

Schepen van Financiën, Feesten, Middenstand en Innovatie

Stadhuis

9000 Gent

T 09 266 50 50

F 09 266 50 69

www.gent.be

 


e-mail 2

 

Subject: Re: Enkele vragen mbt uw vorig mandaat
From: christophe.peeters.gent@gmail.com
Date: Thu, 29 Jan 2015 12:16:57 +0100
CC: stephanie.dhose@gent.be; peter.meirsschaut@gent.be; david.walgraeve@gent.be
To: vanheesbenoit@hotmail.com

Geachte heer

 

Zoals u weet, ben ik intussen al ruim twee jaar niet meer bevoegd voor fm. De meest recente stand van zaken zal dus moeten blijken uit de antwoorden op de vraag van collega D´Hose.

 

Wat de invulling betreft, is er helemaal geen verborgen agenda. Bedoeling is om de kiosk te restaureren in haar oorspronkelijke toestand, evenwel voorzien van licht, elektriciteit en geluid. We hebben geen plan van activiteiten, in principe zal de kiosk kunnen aangevraagd worden, zoals ook het geval is met de kiosk op de Kouter. Het verhaal is identiek.

Met vriendelijke groeten
 
Christophe Peeters
Schepen van Financiën, Feesten, Middenstand en Innovatie
 
Stadhuis
9000 Gent
T +32 9 266 50 50
F +32 9 266 50 69
 
In deze e-mail is opeens geen sprake meer van een "andere functie". Er lag al electriciteit in de kiosk, die evenwel dringend aan modernizering toe is, er was verlichting, nl. wel heel slecht gekozen TL lampen. Deze tweede e-mail heeft het dus gewoon over normale restauratiewerken, niet over een andere functie. Is eerder dan slecht gecommuniceerd geworden ?

 

Gemeenteraadslid Stephanise D´Hose, die eerder al de lamentabele stand van zaken in het oude Hondenasiel had aangeklaagd, liet ons op 28 januari weten alvast een schriftelijke vraag te hebben ingediend omtrent de precieze timing. Van zodra dit antwoord wordt ontvangen zal dit eveneens aan dit artikel worden toegevoegd. We vergeten evenwel niet de overige vragen omtrent de functiewijziging en "eigentijdse invulling".

 

Reactie gemeenteraadslid De Decker:

 

Voetnoten

(1) Al werden wel de nodige sommen gevonden om een belachelijke “schapenstal” tussen het voormalig hoofdpostkantoor en het Stadhuis van Gent op te trekken. (Ik hoop ooit nog de afbraak ervan mee te kunnen maken, en geef mezelf al meteen op als vrijwilliger).

Te noteren valt dat het woord "kiosk" oorspronkelijk afkomstig is uit het Perzisch, en via de Turkse taal ook ingang vond in West Europese talen.

(2) Er werd door sommige bronnen aangegeven dat “antiquairs” kleine ornamenten van de kiosk zouden verkopen, al vonden we geen concrete namen van zaken, noch of deze pistes door het Gerecht uitgespit werden...

(3) De bunkergordel in Gent

(4) Commandobunker onder het park

(5) In Luik gebeurde iets gelijkaardigs rond het Parc d´Avroy . (zie artikel over de Trink Hall)

(6) Gent Blogt: Albert Sugg en de belle epoque in Gent serie 1-52

(7) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20150119_01482436

(8) Voor het interessante verhaal van Sakala en de gebroeders Van de Velde, zie Gent door de jaren en Gent blogt: ´t Moorken

(9) Inventaris Onroerend Erfgoed

(10) Gent Blogt: Albert Sugg en de belle epoque in Gent serie 1-47

(11) Initiatiefnemers van Het Gouden Truweel warenKatja Birnie en Vincent Laute. Behalve hun actie voor de Japanse kerselaren in de Charles de Kerckhovelaan wilde de groep verwaarloosd erfgoed en plekjes in Gent onder de aandacht brengen.

(12) Vastgoedplatform: Renovatie kiosk moet wachten

(13) Zie o.a. Monumentendokters krijgen kiosk Citadelpark als patiënt De Standaard 26 mei 2010. Ook het Nieuwsblad en de Gentenaar besteedde hier in die periode aandacht aan

(14) E-mail van 9 augustus 2011 van mevr.Delphine VercruyssePolitiek secretaris van Geert Bourgeois, toen Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand

(15) Herwaardering citadelpark


(16) e-mail van 25 jan. 2014



Zie verder

STRUYE M., Karel Van Rysselberghe, architect. Zijn leven en werk (1850-1920), (onuitgegeven licentiaatsverhandeling R.U.G.), Gent, 1973

 

Vragen en antwoorden van Gemeenteraadslid Carl De Decker (Vld) aan de Schepen Peeters (Vld)

 

 
 
database afsluiten