Retroscoop - Voir Nice = revoir Nice Deel 1 Reisverslag RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Voir Nice = revoir Nice !
Deel 1: Reisverslag

Benoit Vanhees
tekst & alle foto´s
mei 2017

    

Men moet al enige tijd in een stad verblijven, of er op zijn minst meer dan eens naar toe zijn geweest, eer men enigszins zicht begint te krijgen op de sterke en de zwakkere punten ervan. Het is in die optiek dat ik me dit jaar een tweede maal naar Nice begaf, na een uiterst aangename kennismaking in 2016. En iets in mij zegt me nu al, dat dit ongetwijfeld niet de laatste maal zal zijn geweest. Dat ondanks ook een aantal pijnpunten, die men eveneens in de nu volgende lofrede zal aantreffen. Want er lijkt wel een zekere magische sfeer in de lucht boven Nice te hangen, die je die minpunten door de vingers laat zien. Een beetje zoals men ook wel een vleesgeworden bosnimf met glinsterende ogen ook wel verdorie veel vergeven kan. En trouwens... -net als medemensen-, welke stad is compleet vrij van zulke onvolmaaktheden ?

Verder in dit artikel zal ik het in het kort hebben over de grote werken aan het openbaar vervoer in Nice. Rond de werf op de lommerdrijke en bijzonder fraaie boulevard Victor Hugo hangen grappige cartoons van de lokale kunstenaar Kristof. Tussen al die lichtvoetigheid is er echter ook eentje die de laffe aanslag op de Promenade des Anglais op de “14 juillet” 2016 in herinnering brengt. Het toont een huilende zon en een palmboom met de afhangende bladeren in de nationale driekleur.

Die tragische gebeurtenis heeft gedurende enkele maanden zwaar gewogen op de inkomsten van de horeca-sector in Nice. Op de paar plaatsen waar ik hierover navraag deed, kreeg ik cijfers van 20 à 25 % inkomensverlies te horen. Maar elk van de ondervraagden bevestigde dat het herstel zich ondertussen weer volop had ingezet. De inkomsten lijken zich weer gestabiliseerd te hebben op een niveau, vergelijkbaar met die van voor die bloedige terreurdaad. Net als in de Belgische hoofdstad laat ook hier het gebeuren zeker een litteken na, maar is de weerbaarheid van de bevolking -en de toeristen- alles behalve aangetast.


Wie te voet van de luchthaven naar het stadscentrum stapt, komt op gegeven
moment  in de ca. 7 km lange Promenade des Anglais, de "Prom".  De zee blijft 
even verscholen, om dan eensklaps op te duiken in de kleuren die de naam 
Côte d´Azur meteen verduidelijkt.

In het nu volgend artikel werden enkele reisindrukken bijeen gesprokkeld. Maar “indrukken” is wel het woord. Er werd zelfs geen halve poging gedaan om volledigheid na te streven, alles met tonnen referenties uit wetenschappelijke literatuur te onderbouwen. Enkel maar een paar lijntjes en hulplijntjes voor een snelle schets van een zeer bijzondere stad. Maar wel met één constante, één rode draad en één hoofdpunt die we onmogelijk in letters groot en kleurrijk genoeg kunnen samenvatten tot: “zot van Architectuur met een grote A ? Bezoek Nice !“


Boven: de Kamer van Koophandel van Nice.
Onder: een fraaie hoofdingang

 


1) Voorbij de clichés

Toegegeven, de keuze van Nice als reisbestemming kan men bezwaarlijk een bijzonder excentrieke noemen. Na Parijs is het immers de tweede belangrijkste toeristische stad van Frankrijk. Daar staat echter tegenover dat het leeuwen-aandeel van de bezoekers zich lijkt te beperken tot voor hen voorgekauwde “populaire” invullingen en “niet te missen” programmapuntjes. Wie zich naar de Zuid-Franse sterbestemming begeeft, “moet” bijna op de Promenade des Anglais hebben gewandeld, enthousiaste oh’s en ah’s voor de Negresco hebben geslaakt, kiekjes op de Place Masséna hebben getrokken en snuisterijen of kinderachtige prullaria in de smalle straatjes van de “vieille ville” hebben gekocht. Niet alleen in toeristische gidsjes van weleer worden die “musts” keer op keer opgevoerd. Ook op verschillende weinig inspirerende Youtube-filmpjes wordt zelden aangepord om nu eens naar eigen smaak buiten die veilige voorgetekende lijntjes te kleuren. En maar weinig toeristen halen het in hun hoofd om zelf lijntjes te trekken, andere resoluut weg te gommen en onverwachte kleuren voor de invulling ervan te kiezen. Iets dat een eigenheid lijkt te zijn van de meerderheid van de mensheid, die ongetwijfeld zo´n “denigrerende” opmerking als snobistisch zal ervaren. Soit... Je kan schapen scheren, maar niet leren schaken...

   

Jammer, werkelijk zeer jammer… Want Nice is zoveel meer dan die brok voorgekauwde opties voor de gemakzuchtigen onder onze soortgenoten. Door anderen te veel in hun plaats te laten denken en selecteren, krijgen bezoekers een sterk vertekend beeld van de Zuid Franse stad. En vooral… lopen ze heel wat pracht en praal mis. Wij raden aan om Nice bij voorkeur te voet te doorkruisen, en vooral, om boven de soms gemoderniseerde bouwlaag ter hoogte van de begane grond te kijken. Want je zintuigen hier gebruiken loont echt wel de moeite. Wat deze stad op architecturaal gebied aan te bieden heeft, plaats haar zonder enige twijfel op dezelfde voet als Praag, Wenen of St. Petersburg. Op een andere manier misschien, maar niettemin onmiskenbaar. 

2) Tierlantijntjes troef !

Waar Praag haar reputatie op dit vlak vooral dankt aan constructies uit de tijd van Mozart en Salieri, scoort Nice vooral met architectuur uit de tweede helft van de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. De Belle Epoque, zeg maar, maar ook het interbellum met heel wat Art Deco. Het is er een ware orgie aan koepels, torens, sierlijke erkers, elegante balkons en loggia’s, dat alles opgediend in warme Mediterrane kleuren. Er wordt kwistig gemorst met marmer in allerlei kleuren, met koper... Het bulkt er ook van de monumentale ingangen, siersmeedwerk, allerlei soorten zuilen, hoekkettingen, guirlandes, leeuwenkopjes en cherubijntjes allerhande, met leuke trompe oeuils ook. Allerlei “Palais wedijveren er met elkaar qua uitstraling en oplulentie. Hieronder enkele kiekjes van het Palais Meyerbeer.

 

   

Hoewel heel verschillend qua stijl mag een ander "paleis" uit de "Quartier des musiciens" hier niet ontbreken, het kleurrijke Palais Gounod met zijn fraaie toegangsdeur...

Ook fraaie stadsvilla’s uit de Belle Epoque die men her en der nog aantreft geven een goed idee van de verbeeldingskracht van de architecten uit die gouden tijden voor de goede smaak. Om ons tot maar enkele voorbeelden te beperken, de Villa Asphodèle, haar buur de Villa Belle Epoque., of wat te denken van de sierlijke Villa Rosalie ?

  

Wie ook niet onvermeld mag blijven is de monumentale Villa Paradiso met haar imposante entrée. Thans bevindt zich hier de “Direction Education et Jeunesse” van het stadsbestuur zich. Er bestaan lelijkere werkplekken, geef toe... Al zou er in Italië wellicht meer kleur aan te pas zijn gekomen...

In die tijd mocht het beroep van deze meesters van verfijning eigenlijk best met een grote “A” geschreven worden. Zowel fans van Art Nouveau, neo-classicisme, Beaux Arts-stijl als Art Deco komen hier zeker aan hun trekken. Men vindt er ook eigenaardigheden als de grootste Orthodoxe kerk buiten Rusland. Wie een beetje zijn of haar zintuigen weet te gebruiken, en een warm hart heeft voor Architectuur met een grote A, zal al snel een pijnlijke nek krijgen van het voortdurend naar boven te kijken. En met een vermoeid brein zitten, na voortdurend naar nieuwe superlatieven te hebben moeten zoeken om adequaat te beschrijven wat er allemaal te zien is….


Enkele Art Deco-versieringen

Ik zal hier maar geen zoveelste diatribe of tirade houden tegen zogenaamde “wereldvermaarde” en “eigentijdse” architecten. (Al zou het wel eens de moeite lonen om na te trekken wie als eerste met zo´n ronkende complimenten afkomt, wie ze allemaal om welke reden klakkeloos en kritiekloos overneemt...) Nu ja... Retroscoop-bezoekers weten al lang dat schrijver dezes nooit beste maatjes zal worden met deze wilde cohorte en “mutual admiration society”, daarvoor is het water echt wel veel te diep en te troebel. Teveel klemtoon op “rationaliteit” (hoewel...), met een zéér pijnlijk gebrek aan echte creativiteit, laat staan frivoliteit als gevolg. Ook in Nice kregen zulke architecten na de oorlog vrij spel om kantoorgebouwen en moderne hotels gestalte te geven. Verschillende magnifieke historische gebouwen moesten plaats maken voor compleet nietszeggende nieuwkomers, die net zo goed in Hamburg of Berlijn hadden kunnen staan. Weinig toeristen zullen speciaal naar Zuid-Frankrijk trekken om in extase voor zo´n constructies te trippelen zoals kinderen in een speelgoedwinkel rond Sinterklaas.


Een sprookjesachtig villaatje aan de Prom. Ongetwijfeld een fortuintje
waard, maar gratis te bezichtigen voor wie zijn of haar ogen opentrekt...

Goed, Nice is natuurlijk een “levende” stad, niet een soort Bokrijk-aan-de-Azurenkust. Dat zou echter geen vrijgeleide hebben mogen zijn om allerlei sublieme constructies zonder pardon met de grond gelijk te maken. Aan de ooit zo charmante Promenade des Anglais hebben zowat 80-90 % van de fraaie gebouwen van voor de oorlog plaats gemaakt voor appartementsgebouwen. Al wil ik wel toegeven dat deze met toch iets meer verbeeldingskracht ontworpen werden dan deze in Oostende, Blankenberge of Scheveningen.

Behalve de Ruhl (dat elders op deze website in het lang en het breed aan bod komt) werd bv. ook de sierlijke Savoy Palace, het Hotel des Trois Epis en de Royal St Petersbourg door sloophamers en andere destructieve tuigen definitief tot puin herleid.

Gelukkig lijkt er sedert enkele jaren een kentering aan de gang te zijn. Meerdere achtereenvolgende stadsbesturen lijken eindelijk goed begrepen te hebben wat de havenstad zo uniek maakt. Nice is niet langer een langzaam wegkwijnende diva of geschifte ex-filmster, zoals in Sunset Boulevard zo magistraal geportretteerd werd. Het is alles behalve een “has been”, enigszins afwezig mijmerend over de vergankelijkheid van glorie. Dat is veel minder te danken aan interessante moderne architectuur (voor zoverre al...) als wel aan de talrijke en ongetwijfeld kostelijke restauraties die overal in de stad plaatsgrijpen. Statige gebouwen met een kleurrijke voorgeschiedenis zijn er dan ook “big business”.


Een riante villa in de Blv. du Parc Impérial, op een steenworp van waar de
Tsaar en zijn familie iets meer dan een eeuw geleden zijn 
vakantie doorbracht.
Tot een zekere Wladimir Uljanov -in 1911 
een banneling in Nice !- samen
met zijn rode trawanten de dynastie 
van de Romanovs definitief een halt toeriep. Benieuwd wie dit aardig "vakantiehuisje" ooit liet optrekken, maar de kans is
reëel dat het om 
iemand ging die banden had met de Tsaar of diens familie.

Heel wat Britten en Russen bijvoorbeeld willen aardig wat duiten neertellen voor een stulpje dat op de één of andere wijze met Queen Victoria of de Tsarenfamilie gelinkt is. Beide vorsten brachten flink wat tijd door in de mondaine badplaats, en in hun kielzog volgden tal van edellieden en hoogwaardigheidsbekleders. Vandaag de dag zijn er nogal wat Russen die snel rijk zijn geworden na het uiteenspatten van de Sovjet-Unie. Een deel onder hen belegt haar vergaarde fortuin in immo in Zuid-Frankrijk. En gebouwen die op de één of andere manier gelinkt zijn aan de Romanovs oefenen daarbij voor sommigen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Alsof een deel van het aura van het vergane regime op hen zal overgaan, door gewoon in gebouwen te gaan wonen, waar meer dan een eeuw geleden voorname Russen gewoond hebben.

Het aantal immo-kantoren in Nice valt echt wel op. Terwijl een deel van deze firma´s voornamelijk de plaatselijke bevolking bediend, zijn er ook heel wat die zich grotendeels op rijke buitenlandse investeerders richten. Verwijzingen naar het feit dat er collega´s zijn die Russisch, Chinees of (minder frequent) Arabisch praten onderstrepen dit duidelijk. In hun “portefeuille” heel wat exclusieve villa´s of “paleizen”, appartementen in voormalige tophotels zoals in de betoverende Hermitage, de wat protserige Negresco of de voormalige Gallia/Escurial.

Natuurlijk willen hun rijke klanten het beste van het beste. De immo-gekte verschaft dan ook een behoorlijk inkomen aan tal van kleine bedrijfjes die gebouwen restaureren, interieurs opkalefateren, naar hedendaagse standaarden opwaarderen. Ook heel wat firma´s gespecialiseerd in tuinaanleg of -onderhoud, het plaatsen van zwembaden enz. pikken zo meer dan een graantje mee. Overal in de stad ziet men dan ook gebouwen in de steigers, verstopt achter zeildoeken of gaasdraad. Ook het stadsbestuur moeit er zich heel uitdrukkelijk mee. Zo verkregen tal van gebouwen een beschermd statuut, waardoor ze in aanmerking komen voor subsidies. Daar staat tegenover dat er dan wel allerlei verplichtingen opgelegd worden inzake de concrete invulling van de restauratiewerken.


Hotel Lépante, genoemd naar de beroemde zeeslag
in zijn nieuw opvallend jasje... Of toch niet zo nieuw ?

Het circa honderd jaar oude hotel Lépante waar ik verbleef kreeg bijvoorbeeld enkele jaren geleden bezoek van iemand, gezonden door de stad. Deze ontdekte aan de achterzijde van het hotel, dat delen van het gebouw in het verleden in een soort fel oranjebruin geschilderd waren. De eigenaars werden daarop aangespoord om dezelfde architecturale elementen opnieuw in dezelfde kleur te schilderen. Met het woordje “hotel” zijn we overigens ongemerkt beland bij de eigenlijke reden van ons tweede bezoek aan de adembenemende Franse kuststad.

3) De rijke horeca-geschiedenis van Nice

De vier artikels die de Retroscoop-inventaris vormen van de reeds geïdentificeerde hotels en pensions die er ooit in Nice waren, bevatten samen ondertussen al enkele honderden namen. Van een belangrijk aandeel daarvan vonden we ook in meer of mindere mate informatie over vroegere eigenaars, het aantal kamers, het vroegere adres. Ook qua beeldmateriaal zijn de voorlopige resultaten heel uiteenlopend. Voortbouwend op deze eerdere inspanningen op Retroscoop was het dit jaar de bedoeling om eens na te gaan welke voormalige hotels nog steeds bestonden, en zo ja, in welke staat deze gebouwen vandaag de dag verkeren.

Er werd bewust voor gekozen om alle verplaatsingen te voet te doen, en op die manier de stad letterlijk van oost naar west, en van zuid naar noord te doorkruisen. De meeste exploraties gebeurden overdag, maar nu eens bij valavond, dan weer bij het krieken van de dag. Het loont zeker ook de moeite om eens ´s nachts erop uit te trekken, wanneer sommige gebouwen op speciale wijze verlicht worden, en de zeemeeuwen ongeduldig wachten op de komst van de vuilniskarren.

    


Wie de Avenue Jean Médecin volgt tot onder de PLM-brug komt zo
in de Blv.  Malausséna. Deze leidt naar de Gare du Sud (1892) en naar
het  rondpunt dat herdoopt werd tere ere van  generaal 
Charles
De Gaulle, in 1958 de grondlegger van de Vde Republiek.

Sommige eerste indrukken van vorig jaar werden daarbij bevestigd, andere dienden in de één of de andere richting wat bijgesteld te worden, wat genuanceerd. Behalve deze nieuwe inzichten -waarover dadelijk meer- werden in totaal bijna 200 (ex-)hotels uit de Retroscoop-inventaris opgezocht. Op basis van soms oude adresgegevens werd Nice daarbij opgesplitst in een aantal zones (Carabacel en Cimiez, de zone rond de Place de Gaulle…) of centrale assen met een hoge concentratie aan hotels (Rue Maréchal Joffre, Boulevard Victor Hugo enz.) Deze intensieve voorbereidende werkzaamheden resulteerden in een handige “battleplan” voor de week die ik had om op “hoteljacht” te trekken. Ik denk dat ik best wel tevreden kan terugblikken op deze aanpak. Per slot van rekening stapte ik weer het vliegtuig op met een goedgevulde weitas aan afbeeldingen en weetjes voor de reeds goed opgeschoten inventaris hier op Retroscoop.


Eén van de voormalige hotels die bovenaan mijn lijstje stond
die ik zeker eens in het echt wou zien: de fameuze Edward´s Palace,
waarvan enkele fraaie postkaarten bestaan. (zie verder Deel 2)

Het gaf overigens vaak een prettig gevoel om opeens oog in oog te staan met gebouwen die ik tot hiertoe enkel via ingekleurde postkaarten of sepia foto’s kende. Het was steeds anticiperen of het gebouw er even indrukwekkend zou uitzien als de soms wat geïdealiseerde voorstelling op illustraties. De afbeelding van het hotel de Calais bijvoorbeeld was een mooi voorbeeld van hoe daarbij soms behoorlijk bij overdreven werd. Andere hotels, zoals hotel Les Palmiers of de Hermitage bevestigden ruimschoots.

Sommige voormalige hotels bleken niet langer te bestaan, of ondertussen met een sterk versoberd uiterlijk door het leven te gaan. Slechts enkele exemplaren werden op een wat pijnlijke wijze gemoderniseerd. Het bleek overigens niet altijd mogelijk om sommige gebouwen terug te vinden. Zeker indien ik enkel maar over een naam en adres van een hotel beschikte, niet over een afbeelding die toeliet om de huidige bebouwing ermee te vergelijken. De adresgegevens waarover ik beschikte kwamen soms uit reisgidsen uit de 1930´s, om de simpele reden dat deze hotels na de oorlog niet langer een horeca-zaak bleven, maar bv. privé-appartementen werden. En natuurlijk, doorheen de jaren veranderde het straatbeeld vaak sterk: grote en moderne gebouwen namen de plaats in van meerdere woningen van weleer, waarop huisnummers veranderd moesten worden. De adresgegevens uit de 1930´s en het ontbreken van een afbeelding maakte het in zo´n gevallen onmogelijk om te zeggen wat er van het bewuste voormalige hotels geworden was.

De mooiste of interessantste resultaten van onze fotojacht zullen in eerste instantie in deel 2 van dit reisverslag opgenomen worden. Op deze manier kan de Retroscoop-bezoeker nog volgen wat er allemaal aan nieuwigheden werd toegevoegd. Na ongeveer 3 maanden zullen we dan al het relevante beeldmateriaal toevoegen aan de juiste fiches in de inventaris van hotels uit deze stad op deze website.


Schaduw en lichtinval...
De mens wikt, de zon beschikt.

Misschien nog twee opmerkingen over de foto’s. De zuiderse zon was soms een ware bondgenoot, maar soms ook -onbedoeld- een lastpost tijdens het trekken van foto’s. Als bondgenoot zorgde het vaak voor uitstekend licht en vooral, voor een mooie blauwe achtergrond. Maar dezelfde nabije ster dompelde vaak details van architecturale decoraties juist in schaduwzones. En als het dat niet was, dan wierp diezelfde enthousiaste lichtbol een deel van zijn stralenkrans vrolijk in wat de lens koppig trachtte te vereeuwigen. Dit was natuurlijk moeilijk te vermijden. Enkel plaatselijke inwoners zouden het meest geschikte moment van de dag voor elk gebouw in ieder deel van elke straat hebben kunnen uitkiezen. Aangezien mijn bezoek in de tijd beperkt was, gekoppeld aan een behoorlijke af te werken werklijst was ik soms helaas verplicht om kiekjes te maken in alles behalve optimale omstandigheden.

Een tweede opmerking betreft de beperkingen van een klein digitaal toestel (Canon Ixus). De grote voordelen van zo’n klein toestel zijn uiteraard het te verwaarlozen gewicht en de handige afmetingen. De nadelen zijn een beperkte bruikbaarheid bij invallende duisternis en de vaak onvermijdelijke indruk dat gefotografeerde gebouwen wat “achterover vallen”. Niet verwonderlijk, gezien de standaard voorziene lens. Maar dat fenomeen hing voor een stuk ook samen met de omvang van sommige voormalige hotels, zoals bijvoorbeeld de vroegere Gallia Monopole. Zo´n monumentale gebouwen kunnen nu eenmaal enkel schuin vanuit de straat getrokken worden. Verschillende foto’s zijn dan ook typische “perspectieffoto’s”. Ook dit was natuurlijk volkomen onvermijdelijk.

4) De twee zijdes van de gouden medaille

Het zal wel duidelijk zijn: als ik al een gouden medaille voor verrassende elegantie aan een Franse stad zou uitreiken, dan zou dat naar alle waarschijnlijkheid aan Nice zijn. Ten minste, als ik de steden in beschouwing neem, die ik ondertussen bij onze zuiderburen bezocht heb. Dan hebben we het over Parijs, Marseille, Montpellier, Aix-en-Provence, Nantes, Rijsel en Duinkerke. Nice combineert prachtige architectuur met een zalig klimaat en een natuur die het beste van uit onze contreien combineert met exotische bomen,struiken en bloemen. Ook de complete afwezigheid van een taalbarrière is zeker ook een sterk pluspunt.

Misschien zijn er in Spanje nog veel mooiere steden. Mijn Spaans overtreft echter niet eens dat uit de Jommeke-stripverhalen, zo moet ik schoorvoetend toegeven. Maar om appelen met appelen te vergelijken, en dus in Frankrijk te blijven, misschien dat nog geplande bezoeken aan Vichy, Toulouse, Bordeaux, Lyon enz. de kaarten nog compleet kunnen dooreen schudden, en Nice onttronen. Al moeten er dan toch wel heel wat rake argumenten op tafel gegooid worden. Maar goed, never say never, laten we een open geest en vizier trachten te bewaren...

Maar, zoals eerder al opgemerkt is nu ook Nice geen Aards Paradijs van A tot Z. Naast de talrijke pro´s die om voorrang strijden in mijn gedachten, zijn er ook enkele onmiskenbare mindere kantjes waaraan deze havenstad niet ontsnapt. Zonder volledigheid na te willen streven, laten we het nu even hebben over enkele van zo´n “pro’s and con’s” van de stad in het hartje van de Franse Rivièra. Zullen we eens beginnen met enkele minpunten ?

 

4.A) Aan de negatieve zijde

A.1) Verkeerssituatie

Behalve het feit dat wonen in Nice behoorlijk duur is voor wie iets van 75 m² of meer zoekt is het grootste nadeel ongetwijfeld het verkeer in het algemeen. Dat aspect kan nog eens opgesplitst worden in

verkeersdrukte: ongetwijfeld worden op verschillende plaatsen in Nice de toelaatbare grenzen voor wat betreft koolmonoxide en fijn stof regelmatig overschreden. Geuren uit een gemiddelde Occitane-winkel zal je maar zelden aantreffen op zo’n wegen. Het is erg hip om te gaan sporten langs de Promenade des Anglais. Erg verantwoord kan je het echter niet noemen, met al dat verkeer, zelfs buiten de spitsuren. Ook rond de Boulevard Gambetta, een aantal straten aan de achterzijde van het PLM station en de boulevard Carabacel en in mindere mate de boulevard de Cimiez is het verkeer zeer druk en bijzonder lawaaierig. Daarnaast wordt de stad doorkruist door een alles behalve sierlijke “highway” zoals de Amerikanen dat zouden noemen. Deze Voie Pierre Mathis is gebouwd op een weinig elegante betonnen staketsel, en verdeeld de stad in een noordelijk en een zuidelijk deel. Die verkeersader loopt soms wel heel dicht bij sommige gebouwen, zoals bij het voormalige Grand Hotel des Noailles.


Ceci n´est...plus un troittoir

frivool parkeren: het lijkt een “nationale” sport te zijn in Frankrijk om nogal “frivool” om te springen met de regels rond het parkeren. In Nice lijken de mensen er een punt van te maken om bij zulk tijdsverdrijf met stip in de top vijf te staan van de slechtste leerlingen. Heel wat chauffeurs van wagens lijken er een ongelofelijk genoegen in te scheppen om op de meest absurde plaatsen te parkeren… of dubbel te parkeren. Heel geliefd daarbij zijn gearceerde lijnen, zebrapaden en voetpaden bijvoorbeeld. Ik kreeg een vaag vermoeden dat men in dat spelletje extra slechte punten kan scoren, wanneer men dit doet waar het zoveel mogelijk voetgangers hindert. Ook in- en uitritten zijn erg populair bij de deelnemers. Hoewel de politie zo nu en dan wel patrouilleert, is de strijd tegen wildparkeren duidelijk geen strijdpunt. Ik zag geen auto´s die weggetakeld werden in de halo van oranje knipperlichten, geen ijverige gendarmes die met de tong in de mondhoek ijverig foutparkeerders de bon op zwierden. Ook deze wanpraktijken gebeuren vooral in de buurt van de drukste wegen, met uitzondering dan van de Promenade des Anglais. Wellicht zitten wat de “Prom” betreft de zeer geregelde patrouilles van de anti-terreureenheid Vigipirate daar voor iets tussen. En nogal wat mensen krijgen het liever niet aan de stok met alfaatjes met jeukende vuisten. De uitbater van hotel Lépante had het alvast opgegeven of afgeleerd om nog veel knorrige opmerkingen te maken aan foutparkeerders. Te veel risico op een bloedneus of een kaakbreuk naar verluidt.

twee- en driewielers: het overwegend mooie weer en misschien ook het soms dichtslibbend verkeer maakt dat Kawasaki´s, Moto Guzzi´s, Vespa´s, Lambretta´s en consoorten er razend populair zijn. Al die gemotoriseerde twee- en driewielers maken even integraal deel uit van het straatbeeld in Nice als de stenen leeuw op die heuveltop in Waterloo. En ook zij dragen hun steentje bij tot de chaos. Iets dat bv. erg populair lijkt te zijn bij al dan niet gehelmde halvegaren op zo´n helse machines is argeloze voetgangers op voetpaden de stuipen op het lijf te jagen. Dit leuke resultaat wordt bereikt door zo rakelings mogelijk langs hen te scheren onder het voorwendsel dat ze zich naar de speciale parkeerplaatsen begeven of ervan wegrijden. Aan het rood licht vinden heel wat van die wegpiraten het onbedwingbaar verrukkelijk om hun knalpotten nog wat extra op de proef te stellen, door ongeduldig gas te geven en weer dicht te draaien.. Hummmmm mum mum mum mummmm- hummmm mum mum mum mum…. Het lijkt soms wel op het geluid van nijdige wespen, een paar honderdmaal versterkt. Ik beklaag de mensen die zo vlak langs verkeerslichten wonen, want de lawaaihinder kan op sommige plaatsen behoorlijk zijn. Zeker aan verkeerslichten komt de “Zuiderse mentaliteit” nogal gemakkelijk naar boven. Vreemd genoeg (of toch niet ?) ziet men in Nice eigenlijk niet zo heel veel fietsers, tenzij dan aan de “Prom”.

A.2) Veiligheid

Behalve het verkeer is ook niet alles rond het aspect “veiligheid” koek en ei in Nice. 
Kopergraveerders moeten echt wel “gouden” zaken doen in Nice. Het valt inderdaad op hoeveel inwoners er een vrij beroep uitoefenen. Notarissen, fiscale specialisten, advocaten allerhande, dokters en chirurgen, schoonheidsspecialistes en masseuses of nog psychologen en psychiaters onderstrepen maar al te graag hun status door een naambordje met vaak ronkende bewoordingen aan de toegangsdeur van bij voorkeur een imponerende “palais” of van een villa te plaatsen. Om deze beau monde een gevoel van veiligheid te verschaffen, liet één van de vroegere stadsbesturen een indrukwekkende hoeveelheid camera´s plaatsen. Nice is naar verluidt dan ook de stad met de meeste camerabewaking in Frankrijk. Opulente woningen en bewoners die het soms niet kunnen laten om met hun soms te snel verworven rijkdom te pronken, lokken immers heel wat mensen met kwade bedoelingen. (Is het verstandig om aan een onbekende die je in de straat het uur vraagt een dure Piaget of Rolex-horloge te tonen ?) Hoge elektronisch gecontroleerde poorten en camerabewaking rond inritten zijn hier dan ook even prominent aanwezig als stadsduiven. De stad heeft daar dus ook nog eens de talrijke camera´s in het straatbeeld aan toegevoegd. Daar staat tegenover dat men -bv. in vergelijking met mijn uitvalsbasis Antwerpen- ´s nachts maar weinig politiepatrouilles in hun “prowler cars” ziet. Tenminste, als men even de commerciële slagader, de Avenue Jean Médecin even vergeet. Als ze er al zijn, dan rijden ze rond in “gebanaliseerde” auto´s.

Al die camera´s beletten niet dat Nice -in vergelijking met de rest van Frankrijk- niet goed scoort qua veiligheid. Er zijn per dag toch zo´n 7-8 gevallen van vernieling of degradatie van eigendommen, een 10-tal inbraken in woningen, een 15-tal diefstallen in of van voertuigen, 25-30 gevallen van diefstallen op personen. Ik heb zelf ook meerdere gevallen van verkeersagressie gezien, waarbij drie maal chauffeurs ook effectief op de vuist gingen. Het “Zuiders temperament” is helaas “complexer” en minder onschuldig dan de films van Fernandel misschien suggereerden: het blijft niet bij wat teveel decibels....

A.3) Onkruid

Mensen die zich ergeren aan wild onkruid rond aangeplante bomen of in plantsoenen zouden in Nice op verschillende plaatsen (bv. buurt van het PLM-station) al snel van ergernis de kenmerkende kleur van pimpelmezen en smurfen aannemen. Misschien ligt alles er echter netjes bij tijdens het hoogseizoen...

A.4) Huisnummers

Behalve het verkeer en problemen rond veiligheid is me nog een ander minpunt tijdens de zoektocht naar locatie van voormalige hotels opgevallen. Ik heb het hier over hoe er in Nice eigenlijk nogal chaotisch omgesprongen wordt met huisnummers. Goed, ook in België lijken hier geen eenvormige regels in dit verband te gelden. Maar in Nice valt het toch wel op, hoe frivool men met zoiets nochtans van mogelijks vitaal belang omspringt. Soms staat zo´n huisnummer boven de huisdeur, nu eens rechts, dan weer links van de ingang, maar voor hetzelfde geld valt er helemaal geen nummer te bespeuren. Wanneer een groot gebouw meerdere toegangsdeuren op het gelijkvloers heeft, bv. omdat er verschillende kleine winkeltjes gevestigd zijn, staat er alleen een huisnummer boven de hoofdingang. Op zoek gaan naar “mijn” 200 hotels was bij momenten dan ook echt wel een “tour de force”. Een krachttoer die me meermaals verplichtte om op mijn passen terug te keren, aan de overzijde van de straat gaan staan om er vertwijfeld met een oorlel te spelen en vraagtekenogen op te zetten. Hoe postbodes, taxichauffeurs, politie of bv. ziekenwagens hier hun plan trekken is soms werkelijk een raadsel voor mij. Nu, toegegeven, in de grotere Belgische steden is men ook niet altijd even gedisciplineerd. Maar Nice spant toch wel de kroon in deze discipline. In iets mindere mate is dit ook soms het geval voor straatnaamborden. Op een aantal plaatsen bleken ze verstopt door een luifel van een winkel, elders door een anarchistische haag of struik, soms was de paal waaraan het blauwe bordje aan bevestigd was op een hoogst “verrassende” plek opgesteld. Ook voor chauffeurs afkomstig uit andere steden zal het hier vaak verbijstering alom zijn, tenzij Tom-Toms soelaas kunnen brengen. Maar nog eens, op dit vlak scoort de stad toch beter dan wat betreft de huisnummers.

Een ander minpuntje vond ik de (mogelijk bewust ?) laag gehouden aantallen zitbanken in bijvoorbeeld de commerciële slagader, de Avenue Jean Médecin. Het viel me nog eens extra op, toen ik 2-3 weken later door de Antwerpse Meir kuierde. Dat men in Nice hierover niet altijd even goed heeft nagedacht, blijkt wel uit de aanwezigheid van volstrekt nutteloze zitbanken in de super drukke Boulevard Gambetta. De luchtkwaliteit is hier zo erbarmelijk, dat geen kat eraan zou denken om hier te verpozen. Tenzij er ondertussen ook al gasmaskers voor poezen op de markt gebracht werden.


4.B) Positieve kanten

B. 1) Architecturale rijkdom en instandhouding van het onroerend erfgoed

Tegenover dat soort van onvermijdelijke minpunten staan echter ook heel wat hoera-ervaringen. Uiteraard is er de verbazingwekkende architecturale rijkdom die me in 2017 een tweede maal naar deze stad lokte. En over die rijkdom zou men boeken en boeken kunnen vullen. Een volume over monumentale ingangen, eentje over fresco´s en andere versieringen rond vensters, een ander alleen maar over balkons en siersmeedkunst, weer eentje over versierende elementen in het straatbeeld zoals lantaars, beeldhouwwerk, bronsgieterij...

De architectuur is er een aparte mengelmoes van de Haussmann-stijl uit Parijs met sterke Italiaanse invloeden. Nu eens overwegend wit of in zandsteenkleur, dan weer okers en rood à volonté. Hoogtepunten opsommen is vrij moeilijk en uiteraard uiterst subjectief. (Al laat ik me zelden door dat laatste afschrikken...) Maar als me deze reis één gebouw echt is bijgebleven, dan is dat wel het vroegere Hermitage-hotel. Meerdere foto´s van dit prachtige gebouw op een heuveltop zullen in Deel 2 worden toegevoegd. Qua architecturaal geheel zou ik zonder twijfelen de Boulevard Victor Hugo als hoogvlieger vermelden.


Het lijkt wel een stukje Engeland in Zuid-Frankrijk...







Tussen het weelderige groene loof van oude bomen beconcurreren tal van villa’s en “palais” elkaar hier om de hoogste score na de komma achter de 9, dit op een schaal van 1 tot 10. Adembenemend mooie huizen en gebouwen steken er elkaar zonder pardon de loef af, en geven samen dat zootje ongeregeld van “hippe” en “eigentijdse” architecten een stevig lesje in nederigheid. Sprekende voorbeelden zijn het Palais Meyerbeer (zie eerder) en zijn buur met zijn merkwaardige balkons.

 

Bon, qua energie-efficiëntie en domotica scoorden deze architecturale vedetten van weleer ongetwijfeld matig. Maar qua esthetica zijn deze ontwerpen zo superieur aan al die belachelijke constructies als het nieuwe Havengebouw in Antwerpen, dat het welhaast duizelingwekkend pijnlijk wordt. In die aantrekkelijke oude gebouwen werd zeer verdienstelijk werk op het vlak van houtsnijwerk, glasbewerking, beeldhouwkunst, tegelfabricatie enz. bij elkaar gebracht. Uiteraard heeft energiezuinigheid in het zonnige Zuiden ook niet dezelfde betekenis als in ons kikkerlandje. (zelfs de meest prestigieuze locaties lijken maar middelmatig te scoren op dat vlak, als men de gekleurde balkjes op de aanbiedingen van immo-kantoren mag geloven)

 

Men hoeft voorts niet al te veel verbeeldingskracht te bezitten, om zich voor de geest te halen hoe fantastisch het leven van de gegoede burgerij en edellieden in Nice moet zijn geweest, toen het welhaast diabolische verkeer er -letterlijk- nog geen roet in het eten gooide. In de tijd dat men zich nog verplaatste met paard en koets, of dat de eerste auto’s hun opgemerkte intrede deden in het straatbeeld.

Zoals eerder al op Retroscoop werd opgemerkt, was dit uiteraard maar één van de gezichten van Nice. Er waren ook in de Belle Epoque en in het interbellum veel minder geprivilegieerde wijken, om het woordje “goor” maar niet in de mond te nemen. De stadsdelen die het nooit maakten tot op de ingekleurde ansichtkaarten en fraaie brochures uitgegeven door de Office du Tourisme van de trotse kuststad. Wellicht waren arme mensen van weleer ook te zeer bezig met simpelweg te overleven, om veel oog te hebben gehad voor al die pracht en praal van de betere stadsdelen.

Misschien staat zelfs vandaag de dag de gemiddelde inwoner van Nice niet echt stil bij hoe mooi zijn of haar stad eigenlijk wel is. Mogelijk vraagt het wel mensen afkomstig uit landen waar de architecturale blunders en urbanistische rampen welhaast niet meer bij te houden zijn, om de ware betekenis van die pracht en praal echt goed te kunnen inschatten. Nu ja, ook de immo kantoren zijn zich dat voor een stuk wel bewust, al bekijken zij al deze pareltjes van de architectuur toch hoofdzakelijk doorheen een mercantiele bril. Niettemin.... De inspanningen die stad en privé-eigenaars maken om deze pracht en praal zoveel mogelijk in stand te houden verdient zeker ook een pluim.


B.2) Netheid

Iets dat ook echt wel opvalt is de quasi volledige afwezigheid van tags en graffiti, zelfs in de stationsbuurt. Hier en daar kon men op marmeren naamplaatjes van historische villa´s wel nog zien dat er ooit tags op gespoten werden, en niet volledig verwijderd konden worden. Maar na een week rondlopen van de kust tot Cimiez, van het deel te westen van de boulevard Gambetta tot Mont Boron, kan ik het met stelligheid verkondigen. Nergens ben ik ergerlijke tags of graffiti tegengekomen. Een hele verademing in vergelijking met Brussel bijvoorbeeld. Misschien verminderen de talrijke kleurrijke muren en de tropische vegetatie de ondwingbare behoefte om in schreeuwerige kleuren zijn of haar territorium in de stedelijke jungle te komen afbakenen ? Dit, gecombineerd met de razendsnelle verwijdering van het beperkt aantal tags is verantwoordelijk voor dit fraaie resultaat. Maar goed, sinds de aanslag in Nice weten we ook dat er verder buiten de stad ook voorsteden zijn, waar radicalisme een voedingsbodem blijkt te vinden. Of de stedelijke anti-tagteams ook tot daar afzakken om de ongewenste “opsmuk” te verwijderen laat ik aan anderen over om uit te zoeken.

We wezen er al op, de nooit aflatende strijd tegen onkruid in plantsoenen lijkt in het laag- of middenseizoen niet echt op de prioriteitenlijst te prijken. Daartegenover staat dat sluikstorten precies tot een beperkt aantal pijnpunten rond het PLM station en de “highway” beperkt lijkt te blijven. Ik ben alvast geen onbeheerd achtergelaten matrassen of sofa’s in het straatbeeld tegengekomen, nauwelijks achteloos weggeworpen drankblikjes, of papier, een sarabande dansend in de Mistral. En in de winkelwandelstraat Avenue Jean Médecin zeker geen toestanden zoals op de Meir op een drukke zaterdag namiddag, met uitpuilende vuilbakken en allerlei rommel op de grond. Misschien zouden lokale politice eens op fact finding mission in de Zuid-Franse stad moeten trekken, om dit zonderlinge fenomeen te onderzoeken ? De architecturale pracht krijgen ze alleszins zo cadeau !


B.3) Veiligheid rond scholen

Nog aan de positieve zijde is de beveiliging rond scholen. Om zoveel mogelijk verkeersongevallen te voorkomen rond schoolpoorten zijn de voetpaden voor schoolpoorten allemaal omzoomd met een soort dranghekken. Daarnaast kan men er overal camera´s zien, die mensen met slechte bedoelingen zeker zullen afschrikken.


B.4) Investeringen in openbaar vervoer

Oude postkaarten van de “Avenue de la Gare”, na WO 1 herdoopt in Avenue de la Victoire en nog later in Avenue Jean Médecin tonen dat er reeds lang trams doorheen Nice toeren. Ook op de aanpalende Place Masséna liepen tramsporen, en er was bv. ook een tramverbinding met Monte Carlo die een interessant parcours langs de kustlijn volgde.

In 2003 werd een aanvang genomen met de uitbreiding en modernisering van het oude tramnetwerk. Eén van de paradepaardjes die we dan ook zeker niet onvermeld willen laten is de ultramoderne, aerodynamische tram, die qua vormgeving met gemak de fameuze “Albatross” uit Antwerpen ver achter zich laat. Gezien het niet altijd even gemakkelijke reliëf is er best wel een uitgebreid netwerk van tramsporen uitgebouwd in de stad (iets meer dan 9 km).

Er staan bovendien nog flink wat uitbreidingen van het tramnetwerk op het programma. De belangrijkste is de “Ligne Ouest-Est” die deels onder de grond zal lopen. Deze lijn zal de luchthaven met de oude haven verbinden. De werken daarvoor begonnen in oktober 2013 en zullen in 2019 afgerond moeten zijn. Een groot pluspunt is dat er daarbij ook 2400 bomen aan weerszijde van de tramlijnen aangeplant zullen worden. Deze zullen een mooie aanvulling vormen op de fraaie bomen in de Boulevard Victor Hugo en een stukje van de aanpalende rue Alphonse Karr. Daarenboven komt er nog eens zo´n 77 000 m² gazon tussen en rond de tramsporen. Nice heeft expliciet de ambitie geformuleerd om de meest groene stad aan de Middellandse Zee te worden. De tweede nieuwe lijn heet “T3”: deze zal over 3,3 km over de Ligne Ouest-Est lopen en 3,7 km over nieuwe sporen. 

Uiteraard brengen zo´n grootse werken, waaronder het graven van tunnels heel wat hinder met zich mee, bijvoorbeeld voor winkeliers. Ik vond de Franse aanpak om dit enigszins op te vangen best wel een interessant. Op de grote metalen platen waarmee de werf werd afgezet, hangen grote kleurrijke borden met daarop kunstzinnige foto´s van de winkeliers uit de buurt, wiens zaak al die tijd open blijven. De geestigste was ongetwijfeld deze voor een cinema, waarop een bekend gezicht zich “enigszins” op de voorgrond wurmt.

Een kleine attentie van het Stadsbestuur of de firma die de werken uitvoert. Daarnaast werd de metalen afbakening rond de werf ook opgesmukt met een reeks cartoons van de lokale kunstenaar “Kristian”. Deze is overigens ook “Ymagier du Carnaval de Nice”. We zullen ons hier evenwel niet wagen aan het reproduceren van zijn werk, voor evidente redenen. Maar om een ideetje te geven, we zien bv. een kuikentje met een knapzak op de rug stiekem ontsnappen uit een hardgekookt eitje in een eierdop, of een kip verschieten, als ze een onthoofd en gebraden soortgenoot in een frigo ontdekt. Misschien vormt deze aanopak inspiratie voor Belgische lokale politici, want ook hier lijken wel voortdurend werven allerhande op te duiken in het straatbeeld.

Opgelet ! Wie van het openbaar vervoer gebruik maakt, neemt zeker in Nice toch maar best een ticket. In tegenstelling tot in België zijn er werkelijk zeer frequente controleacties, die uitgevoerd worden door de “gros bras” van de GSCT, soms vergezeld door politiemensen. De heren mogen dan al speels doen in afwachting van de komst van een bus of een tram... Eens deze aan een halte tot stilstand is gekomen maken de vrolijke gezichten plaats voor grimmige trekken en verbetenheid. En zowat iedere keer is het prijs, worden overtreders uit het voertuig gezet, waarna ze kordaat een flinke boete opgelegd krijgen. Het is best wel geestig om de verschillende reacties van de daders te zien, en de stoïcijnse “ne racontez pas des salades”-gezichten van de controleurs, die dezelfde excuses wellicht al ettelijke malen aanhoorden. De boetes zijn naar verluidt gepeperd, en de GSCT-leden onverbiddelijk. Of men nu generaal of “dopper” is, van Cimiez, Amsterdam of Chengzu afkomstig is, naar huis spoort of snel-snel nog een vliegtuig wil halen... En laten we wel wezen, de prijzen van de tickets vallen zeer goed mee, dus daaraan kan het zwartrijden zeker niet liggen.

 

5) In een notendop...

Het tweede bezoek aan Nice was minstens even aangenaam als de eerste kennismaking in 2016. Ik zie alvast geen enkele reden om nog dit leven eens een derde maal terug te keren, om ook de paar uithoeken die ik nog niet heb doorkruist te bezoeken, of om eens tot het nabijgelegen Cap Ferrat bv. door te reizen... Misschien niet iets voor in 2018, maar zeker nog voor mijn 60ste verjaardag in 2026. Nog een goed voornemen om in ere te houden !
 

 

 
 
database afsluiten