Retroscoop - De speeltuin van Bokrijk: groei en bloei van een kinderparadijs RetroScoop
 
   Vrije tijd en amusement
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De speeltuin van Bokrijk
Groei en bloei van een kinderparadijs 

                                                         Benoit Vanhees 


Postkaart: vzw Vrienden van Bokrijk
 

Speeltuinen zijn de plek bij uitstek voor dolle pret voor opgroeiende kinderen. Ter zelfde tijd kunnen de bengels er spelenderwijze hun lenigheid, behendigheid en coördinatievermogen ontwikkelen. 

De grootste gratis speeltuin van het land bevindt zich sedert jaar en dag in het Provinciaal Domein van Bokrijk. Vele generaties van kinderen hebben hier –samen met hun ouders, speelkameraadjes, schoolvriendinnen of met de jeugdbeweging- onvergetelijke momenten beleefd. 

Het mag dan ook wel verbazingwekkend  heten, dat er tot hier toe nog geen uitgebreid artikel op het internet aan dit hectaren groot speelplein gewijd was. We leven immers in een tijdperk waarin over de meest uiteenlopende onderwerpen wel één of ander epistel op het web lijkt te bestaan. Een lacune die dan ook dringend een rechtzetting verdiende. 

In dit Retroscoop-artikel belichten we de periode van de plaatsing van de eerste speeltuigen rond 1951 tot de nieuwe Europese richtlijnen uit het begin van de jaren ’80. Het van kracht worden van deze nieuwe wetgeving betekende het einde van de meeste oude speeltuigen op openbare speeltuinen verspreid over het EG-grondgebied. 

Aangezien ik op amper 2 km van de speeltuin van Bokrijk opgroeide, vond ik deze plek van voor de EG-regels probleemloos terug op de hoek van Memory Lane en Nostalgia Avenue... We hebben het in de marge van dit artikel ook over de verschillende horeca-uitbatingen op het grondgebeid van het Provinciaal Domein Bokrijk. Daarmee wordt dit artikel een terechte aanvulling op de vele bijdragen die reeds over het Openluchtmuseum verschenen.


1.)
Een beetje geschiedenis…

De geschreven geschiedenis van Bokrijk gaat reeds terug tot de 13de eeuw. In 1251 verkocht Graaf Arnold IV van Loon een stuk grond dat toen bekend stond als de « Buksenrake » aan de vrouwenabdij van Herckenrode voor 450 Luikse marken. De naam was ontleed aan twee middelnederlandse woorden, namelijk ´buk´ of beuk, en ´rake´, wat staat voor een strook grond.

De Cisteriënzerzusters lieten er een abdijhoeve bouwen, alsook 
vijvers uitgraven. Tussen 1550 en 1556 vochten Hasselt en "Genck" een strijd uit over het gebied, met als inzet het "weiderecht". Het was uiteindelijk Genk dat het pleit won. Het grootste gedeelte van het huidige Provinciaal Domein van Bokrijk ligt ook vandaag nog steeds in de gemeente –thans stad- Genk, al spraken oude postkaarten uit het begin van de 20ste eeuw over "Bockryck-lez-Hasselt". (1)

Begin 20ste eeuw telde Midden-Limburg nog geen 10 000 inwoners. Het grootste dorp, Genk telde er amper 2700. Het was een wat slaperige kern, omringd door heidelandschappen en bossen. Deze ongerepte natuur maakte de plek erg geliefd bij landschapschilders als Emiel Van Doren.


2.) Bockrijck-lez-bains
 

In 1896 werd te "Bockrijck-lez-Hasselt" een sanatorium voor borstlijders en later TBC-patiënten opgericht. De schaarse gegevens over dit instituut werden in het artikel "Het sanatorium van Bokrijk" op Retroscoop samengebracht.

In 1908 werd echter met het initiatief gestopt, en de Zwartzusters verkochten de site aan de Broeders van de Christelijke Scholen. Deze trokken nieuwe gebouwen op, maar het is ons vooralsnog onduidelijk wanneer het sanatorium werd afgebroken. De vroegere site maakt thans deel uit van de middelbare school van Bokrijk, het St. Jozefsinstituut.

  

3.) Het kasteel in het bos


Noteer de inscriptie van of over Graaf en Gravin Alphonse de Meeus. Net zoals bij het sanatorium wordt ook bij dit kaartje van het kasteel gewag gemaakt van Hasselt, niet van "Genck". Vreemd in feite dat er postkaarten bestonden van een privaat domein: mogelijkerwijze heeft de familie de Meeüs ze onder eigen beheer laten drukken, om naar vrienden en kennissen te versturen. 

 
Ook op deze kaart een inscriptie van een der de Meeus-telgen

Ook het wat verderop gelegen kasteeltje van Bokrijk dateert uit de late 19de eeuw. Het vrij sobere maar niettemin fraaie gebouw met zijn vier torenuitsteeksels werd opgetrokken in 1891 in  « Maaslandse neo-renaissance »-stijl. De bouw ervan werd oorspronkelijk opgestart door Edgar Maris, een Hasseltse rentenier. Deze had 2 jaar eerder de omliggende grond opgekocht. Het ontwerp was van Jacques / Jacobus Van Mansfeld, die eerder al mee had gewerkt aan de plannen van het Atheneum van Hasselt. De man was ook verantwoordelijk voor de zware bronzen deur en de koepel van het Justitiepaleis in Brussel.

Om zijn snel slinkend fortuin van extra inkomsten te voorzien, liet Edgar Maris een flinke hoeveelheid bomen op zijn domein kappen. Hij liet ook een kleine fabriek voor houtwol optrekken, nabij de spoorweg van Hasselt naar Maaseik.

Na drie jaar bleek echter dat hij de dingen toch wat te groots had gezien. Hij zag zich dan ook verplicht zijn nog niet afgewerkt kasteel te verkopen. De volgende eigenaars heetten Coghen en de Meeûs. De voltooiing van de werken aan het kasteel werd pas 5 jaar later afgerond.


Foto TD / Rutten
Interessante luchtfoto uit de 1980´s. Bovenaan is het strakke
Franse patroon van de Rozentuin te zien. Links ligt de parking,
de speeltuin ligt rechts bovenaan
 

Er kwam een rechtervleugel bij, een neo-Byzantijnse kapel werd gebouwd, er kwam een park met wegen en dreven, een grote serre, een boomgaard... De omliggende bossen werden gebruikt als jachtgebied, en er werd ook aan houtbouw gedaan. De adellijke bewoners van het kasteel verkregen trouwens, dat er een stationnetje in Bokrijk werd opgetrokken. Dit was interessant, omdat goederenwagons er met hout konden worden volgeladen. Thans herinnert enkel een kort stuk betonnen omheining aan deze episode van het bestaan van een klein station in Bokrijk.

 


Foto Infrabel Hasselt
Het primitieve stationnetje van Bokrijk. Er was maar een enkel spooroor de verbinding Hasselt-Maaseik: De stoomlocomotief´Coco´ bevindt zich immers uiterst rechts, terwijl treinen normaal gezien links rijden. De machinist maakt zich op om naar Hasselt te vertrekken. Het spoor op de voorgrond lijkt eerder een uitwijkspoor of aftakking te zijn, mogelijk voor goederenwagons waarop hout geladen werd, aangevoerd per kar. 
Later werd nog een seinhuis schuin tegenover het station toegevoegd. Begin jaren ´80 werden beide gebouwen met de grond gelijk gemaakt.


De treinverbinding tussen Hasselt en Maaseik werd tot 1911 uitgebaat door de S.A. des Chemins de Fer de Maeseyck. Zoals we al eerder aanhaalden, bestond er eveneens een halte Bockrijck-Kneipp. De stoomtrein "Coco" reed gedurende 3 minuten aan een slakkengangetje van de eigenlijke halte Bokrijk, om vervolgens te Kneipp weer halt te houden. Passagiers voor het Sanatorium hoefden zo nog enkel een korte rit doorheen de bossen af te leggen, om tot hun bestemming te geraken.

Tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd er ook een kleine ijzerwinning op het domein uitgebaat. Tijdens de Grote Oorlog kwam het domein en het kasteel even in handen van Joodse makelaars uit Duitsland. Na de Duitse nederlaag legde de Belgische staat beslag op het domein, waarna er bijna 10 jaar niets met het domein gebeurde.

Het werd uiteindelijk in 1928 verkocht aan de S.V. Middenkredietkas van de Boerenbond. Deze richtte er een model landbouwuitbating op, waar men experimenteerde met ondermeer Duitse landvarkens, roodbonte Kempische koeien en asperges. Er werd ook een enorme kippenkwekerij uitgebouwd, met 10 000 hoenders, voornamelijk leghorns.

Het is een feit dat de ondergrond in deze heidestreek eerder schraal is. Het mag dan ook misschien verwondering opwekken, dat er net hier een proefboerderij werd opgericht. In feite was de keuze zeer bewust: het is net op zo´n arme grond, dat men met allerlei grondverrijkende technieken kon experimenteren. Zo was de Boerenbond erg geïnteresseerd in de mogelijkheden van kunstmeststoffen. Ondanks interessante ervaring, bleef deze proefboerderij verlieslatend, zowel voor wat betreft de teelt van haver, rogge als aardappelen.

De grote hoeveelheid dennen op het domein zou ook van belang hebben kunnen zijn voor de steenkoolmijnen. Grove dennen leveren inderdaad uitstekend hout af voor het stutten van mijngangen. Tijdens een telling in 1925/-26 bleken er nog meer dan 286 000 van zulke dennen op het Domein te groeien. (Ooit waren het er 400 000) Het gebruik van metalen stutten en andere evoluties in de steenkoolmijnen maakten echter, dat er van die piste voor inkomsten geen gebruik kon worden gemaakt. 


Foto TD/ Rutten
De treinhalte in de vroege 1980´s, na de electrificatie van de lijn, maar nog voor de vervanging van het houten wachthuisje op het perron naar Genk.


4.) Een man, een plan, een domein

Na de economische crisis van de 1930´s zag de Middenkredietkas zich verplicht eerst stukjes, maar in 1937 het complete, verlieslatende Domein te verkopen. Het is vanaf dan, dat de eerste regels van de geschiedenis van Bokrijk als een Provinciaal Domein geschreven werden. 

Het was onder impuls van Hubert Verwilghen, Gouverneur van Limburg tussen 1928 en 1950, dat dit groene gebied werd aangekocht. De Belgische staat financierde deze aankoop voor 70 %. In feite werden zo twee vliegen in één klap geslagen. Enerzijds werd de Boerenbond een goede dienst bewezen door deze aankoop. Veel belangrijker echter was de visie die Verwilghen had omtrent het creëren van een recreatieoord voor de Limburgse bevolking. (2)

Door de aankoop op 21 maart 1938 van 340 ha. natuurgebied, waaronder 30 ha. vijvers, werd dan ook de grondslag gelegd voor het latere Provinciaal Domein Bokrijk.
Dit is meteen ook de reden waarom er zich een wat onopvallend geplaatst standbeeld van de man bevindt in het Arboretum. Interessant detail: de beeldhouwer was niemand minder dan de artistiek aangelegde zoon van de Gouverneur zelf. 


Foto B. Vanhees
Een bemoste maar niettemin tevreden
kijkende Gouverneur Hubert Verwilghen

Dat belang dat gehecht werd aan het behoud van veel groen had zo zijn redenen. Genk was ondertussen immers langzaam aan prominenter op de Limburgse kaart verschenen. De ontdekking van steenkool in Winterslag (1917-1988), Waterschei (1924-1987) en Zwartberg (1925-1966) zorgde al voor de Tweede Wereldoorlog voor een toename van de bevolking. En wie mijnwerkers zegt, zegt natuurlijk werk in uiterst stoffige omgeving... Verder werd er ook steenkool gevonden in Eisden en Houthalen. De aanwezigheid en het behoud van een groene long was dus zeker een politiek met heel wat merites. 

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verhinderde echter dat de Provincie Limburg de plannen voor een cultuur- en natuurproject in Bokrijk meteen kon opstarten. De plannen zouden dan ook pas na de oorlog een concrete invulling krijgen. 

Zo werd de mooie laan met rode beuken die de Hasseltweg met het later aangelegde rondpunt verbindt, in 1948 aangelegd. Nabij het kasteel werd een hertenpark aangelegd, en nog in hetzelfde jaar werd ook van start gegaan met de vzw "Centrum voor Bosbiologie in de Limburgse Kempen". Dit onderzoekscentrum was een samenwerking tussen de Provincie, de KU Leuven en nog een 20-tal andere partners. 

Later werd deze onderzoeksinstelling een zelfstandig bedrijf, LISEC geheten. In november 2010 werd bekend gemaakt dat LISEC failliet was, en dat de banen van de 55 personeelsleden wellicht in het gedrang komen. 


Het 1960´s gebouw van de "Bosbiologie"

  
Een oude serre ligt er wat mistroostig bij...
 

Hoewel Verwilghen vanaf 1950 opgevolgd werd door Louis Roppe, bleef hij van op de zijlijn het project rond het Provinciaal Domein opvolgen. 

Na de Tweede Wereldoorlog kende België een sterke industriële groei en een toenemende welvaart. Er werden grote infrastructuurwerken uitgevoerd, industrieterreinen aangelegd, volop gebouwd, verbouwd en heropgebouwd. Dat betekende echter ook, dat heel wat oude en waardevolle gebouwen met een zekere gretigheid werden afgebroken. Tal van schilderachtige plekjes van weleer gingen voor de bijl, tegen de vlakte, en werden tot drukke bouwwerven omgetoverd.

In heemkundige en historische en nostalgische kringen begon die tendens begrijpelijk voor heel wat beroering te zorgen. De terechte vrees groeide, dat een deel van ons cultuurpatrimonium definitief verloren aan het gaan was. Zo werden tal van windmolens zonder veel nadenken ontmanteld. Er werd dan ook door verschillende tenoren uit culturele en heemkundige middens gepleit om daar concreet iets aan te doen. Ook in Limburg wilde men initiatieven in die zin ontplooien. Een belangrijke voorvechter voor een openluchtmuseum was de historicus Dr. Jozef Lyna. Dat ook Gouverneur Verwilghen wel degelijk aan de "folkloristische" piste dacht, blijkt wel uit volgende toespraak uit 1945 voor de Provincieraad:

"Bokrijk is een heerlijk domein dat ons in de mogelijkheid stelt een beeld weer te geven van al wat Limburg op natuurkundig en folkloristisch gebied bezit. Een Open Lucht Museum zoals er in Skandinavië en Nederland al bestaan zou een prachtige aanwinst zijn, die naar onze provincie vele toeristen zou aanlokken. We hebben dit plan reeds voor de oorlog vooruitgezet en zouden gelukkig zijn het in de toekomst te zien verwezenlijken." (3)

Begin jaren ’50 speelde men er blijkbaar met het idee om een schilderijenmuseum op te richten, dat « Het Limburgse Landschap » zou heten. Bedoeling was om allerlei relevante landschapsschilderijen onder 1 dak samen te brengen, waaronder doeken van Emiel Van Doren, Josef Cosemans en Djef Anten. Men speelde echter ook met het idee om daarnaast ook hedendaagse landschapschilders de opdracht te geven om allerhande bedreigde plekjes op het canvas te vereeuwigen. (4) Volgens een insider bevond er zich ettelijke jaren een schilderij van mogelijk wel 15 m breed in de kasteelvleugel, die uitgeeft op de Rozentuin (smidse etc.) Het zou een heidelandschap hebben voorgesteld. Recent zou het schilderij elders in Limburg weer opgedoken zijn. Mogelijk was dit schilderij bedoeld voor zo´n museum van landschapsschilderijen. 

Voortbouwend op de visie van het Provinciebestuur om in Bokrijk initiatieven te ontplooien waarbij een natuur- en cultuuraanbod verenigd zouden worden, werd overwogen om dit schilderijmuseum aldaar op te richten. Al snel evolueerden de plannen echter in de richting van een ´Openluchtmuseum´, in die tijd nog een nieuwigheid. De Geschied- en Oudheidkundige Kring van Hasselt besloot om een studiereis naar Arnhem te organiseren. De Nederlandse stad was al in 1918 overgegaan tot het uitbouwen van een openluchtmuseum. Ook Gouverneur Roppe en Bestendig Afgevaardigde Gruyters waren van de partij. De groep kwam nadien zeer enthousiast naar Limburg terug, en er heerste een vastberaden waarom niet bij ons ?" sfeer. (5)

In diezelfde periode kocht de Provincie trouwen nog eens ongeveer 160 ha. grond aan, dat aan het Provinciaal Domein werd toegevoegd. (6) Op Provinciaal niveau werd nu een "Commissie voor Advies" opgericht, om de plannen rond dit Openluchtmuseum concreet gestalte te geven. 

In plaats van landschappen en historisch waardevolle gebouwen dus gewoon op doek te bewaren, was men geëvolueerd naar het ferme voornemen om ze dus in een openluchtmuseum steen per steen, balk per balk te recreëren. Het moest bovendien een levendig museum worden, in het midden van de natuur, compleet met vee, waterlopen, bomen, moes- en kruidentuinen...


Foto´s TD / Rutten
Twee afbeeldingen van het inkomgebouwtje van het Openluchtmuseum
nabij het kasteel. Let ook op de thans verdwenen fraaie dreef, die ook
nog op een verder gepubliceerde luchtfoto goed te zien is. De inkom werd
ondertussen zeer ingrijpend gewijzigd: een veel groter gebouw herbergt
een documentatiedienst en de diensten van de boswachters.

De historicus Dr. Jozef Weyns (°1913) werd aangetrokken als coördinator voor dit project. Hij werd gedetacheerd van een Brussels museum, waar hij adjunct-hoofd was, en aan de Provincie Limburg ´uitgeleend´. Met een aanstekelijk enthousiasme zette hij de schouders stevig onder het project.

Begin september 1953 werden de eerste verwezenlijkingen van het Openluchtmuseum ingehuldigd. (7) De systematische uitbouw van het Openluchtmuseum wordt in diverse andere bronnen uit de doeken gedaan. Om ons tot enkele verwezenlijkingen te beperken, in 1955 werden er 2 windmolens heropgebouwd, in 1957 het enigszins aangepaste Poorthuis. (8)

Dr. Weyns werd achteraf terecht beloond voor zijn uitstekend coördinerend werk. Hij werd de eerste conservator van dit unieke museum, en bewoonde in een mooie langwerpige villa-hoeve nabij de parking aan het Rondpunt van Bokrijk. Het Openluchtmuseum werd zijn levenswerk, waarvoor hij zich met hart en ziel inzette. Zijn voorkeur is altijd uitgegaan naar een Openluchtmuseum, uitsluitend gewijd aan het plattelands-leven. Hij was dan ook altijd gekant tegen meer diversifiëring in het museum, ondermeer omdat dit de beperkte financiële middelen zou versnipperen. Gouverneur Roppe daarentegen was meer te vinden voor een mix van boerderijen en stadswoningen. Hij hoopte dat hiermee ook een breder publiek zou bereikt worden. Dr. Weyns zou de bouw van dit stadsgedeelte niet meer meemaken. Hij overleed op amper 61 jarige leeftijd, in 1974. 


Dr. J. Weyns: zeer gerespecteerd in de sector,
en enorm gewaardeerd voor zijn inzet

  

5.) Het prille begin van de speeltuin

Ten tijde van de proefboerderij van de Boerenbond werd het terrein rechts achter het kasteel gebruikt als een boomgaard. Er werd geëxperimenteerd met appelbomen ("klompkes), pruimelaars en hoge kersenbomen. Vanaf 1951, rond dezelfde periode dat met het kasteel restaureerde, werden een aantal fruitbomen verwijderd en door speeltuigen voor kinderen vervangen. Een artikel in het Belang van Limburg uit 1958 vertelt in dit verband: 

« De inrichting van het Openluchtmuseum werd, een paar jaar later nadien, gevolgd door een nog ander initiatief : de uitbouw van het groots opgevat ontspanningscomplex dat gegroeid is uit de eerste speeltuin die reeds ten jare 1951 werd aangelegd »  (9)



 


Uitg. Claes, Genk (gekartelde rand)
postkaarten uit de late 1950´s, op een moment dat de speeltuin nog
in zijn kinderschoenen stond, en het gras er nog welig groeide


Volgens de herinneringen van ex-medewerkers va de Technische Dienst, bevonden er zich rond 1957 een twintigtal speeltuigen en een ploeterbad op een gebied van ongeveer 2 ha.


6.) De officiële opening van het Provinciaal Domein
 

  

Op 12 april 1958 werd het Provinciaal Domein Bokrijk plechtig geopend. Men wou -net voor de Expo ´58 van start zou gaan- het publiek laten kennis maken met hetgeen er tussen 1953 en ´58 in het Openluchtmuseum was opgetrokken geworden.

Het Domein bestond op het moment van die officiële opening uit: 

  • een speeltuin van 2 ha. (° 1951)
  • een prachtige rozentuin van om en bij de 1 ha. (tussen 1953 en ´54 aangelegd door de Nederlandse Heidemaatschappij uit Arnhem
  • een gebouwtje met een ‘permanente tentoonstelling’
  • een geheel van sport- en speelvelden : er waren in die tijd een sintelbaan rond een voetbalveld, een miniatuurgolf, en een reeks tennisvelden en speelvelden voor basket- en volleybal 
  • een afzonderlijk wandelpark 
  • een arboretum van 10 ha (1965 : evolueerde naar 18 ha. ?) 
  • een hertenpark (°1948), later aangevuld met een hoenderpark, waarin men naast gezette kalkoenen, Mechelse koekoeken en krielkippen ook eenden had ondergebracht
  • een Openluchtmuseum (begin aug. 1958 werd er kunstverlichting aangebracht) 
  • een natuurreservaat van 500 ha. Het eigenlijke reservaat was niet toegankelijk voor de bevolking, en dient als broedplaats voor vogels en kikkers

 
Postkaarten: vzw Vrienden van Bokrijk
De Rozentuin (met het standbeeld van
Astrid in de verte) en het hertenpark, opgestart in 1948
 


7.) Spijzen en drank in het Domein

In het Openluchtmuseum werd de eetgelegenheid St. Gummarus geopend. Ondergebracht in een oude afspanning, kan men er streekgerechten als boekweitpannekoeken eten. De formule paste dus naadloos in de filosofie achter het Openluchtmuseum. Ook rond en op de speeltuin ontstonden verschillende eet- en drankgelegenheden.

  

Het Kasteel

Wat het kasteel van Bokrijk betreft, de aanwezigheid in 1944 van een 50-tal Waffen-SSers (met 5 tanks) en vervolgens Amerikaanse troepen vereiste na de oorlog een aantal opruimings- en reparatiewerken. Een aantal vliegtuigbommen hadden eveneens voor schade gezorgd, waaronder aan de kapel die Graaf de Meeus had laten optrekken.

Pas in 1950 werd met deze restauratie begonnen. In 1952 werd een restaurant in het gerenoveerde kasteel ondergebracht. Gaston Michiels uit Hasselt werd de eerste uitbater. De klanten van het hooggereputeerde restaurant mochten in die tijd met hun wagen tot vlak bij het kasteel rijden. Een oude postkaart toont een sportcoupe en een dure Amerikaanse slee, wat doet vermoeden dat de klanten eerder tot de welstellende burgerij behoorde...

We kunnen ook zien hoe er bij mooi weer stoeltjes en tafeltjes buiten werden gezet. Ongeveer waar de fotograaf zich bevond, stond er in die tijd nog een fraaie muziekkiosk. Wellicht bevond deze zich op de hoek van het grasplein rechts van het kasteel en van de smalle weg die de Koetsweg (voor de bezoekers van de vroegere kasteelheren) met de Karrenweg (dienstweg)verbindt.

Er werd wellicht nog in de 1950´s een terras aangelegd, dat plaats kon bieden aan 400 gasten. Binnen het kasteel kan men 150 à 200 gasten laten plaatsnemen.


Te oordelen aan de auto´s werden de
twee foto´s hierboven op dezelfde dag getrokken

De kiosk lijkt nog te bestaan op het moment dat het
terras al was aangelegd, en ligt er blijkbaar net achter.


In de 1970´s werd overgegaan op een eigentijdser interieur...

 
Het Dennenhof

Er werd in het Provinciaal Domein Bokrijk omstreeks 1961 ook een aanvang genomen met de bouw van het fameuze Dennenhof, naar een ontwerp van F. Pinckers. Met haar rieten daken enerzijds en haar voor die tijd moderne gevel anderzijds vormt de stijl van het gebouw een bindteken tussen het verleden, zoals dat in het Openluchtmuseum te zien is, en het heden.

Deze « democratisch opgevatte eet- en drinkgelegenheid » met haar groot zomerterras, moest ook dienst kunnen doen als congrescentrum. Als zodanig kon het aan maar liefst 1000 mensen plaats bieden. Omstreeks 1985 werden terrassen aan het gebouw toegevoegd. 


Foto TD / Rutten


Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk
Uiterst links, de souvenierwinkel, daarnaast de toen nog open ruimtes onder het rieten dak. De kleine vierkantige venstertjes in het midden van het gebouw zijn tot op de dag van vandaag goed zichtbaar.

  
 Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk

Foto uit de toeristische brochure "Bokrijk" eind 1960´s 
(zie rubriek 10, de speeltuin voor verzamelaars)
De onderste foto suggereert op handige wijze een plein, dat qua grootte
zowat kan concurreren met het St. Pietersplein in Vatikaanstad... Wie
de weg onderaan rechtdoor (naar rechts) volgde, bereikte de sintelbaan
en de speelvelden voor basket, volley en tennis. Het was ook daar dat de
Rijkswacht jaarlijks verkeersopvoeding aan kinderen bijbracht.


Verder werden in het Dennenhof ook de sanitaire inrichting, de stortbaden en de kleedkamers ondergebracht voor de mensen die gebruik maakten van de sportvelden. In de hoek met de speeltuin werd tevens een souvenirwinkeltje opgericht.

Het "centraal gebouw", zoals het Dennenhof werd omschreven, was tijdens de officiële opening van het Domein nog niet volledig afgewerkt. De ingebruikname was voorzien voor in de zomer van 1958, maar uiteindelijk werd gekozen om dit na de Wereldexpo in Brussel te doen. De wereldtentoonstelling, de eerste sinds het einde van WO 2, zette in 1958 immers het land in rep en roer.

Het Dennenhof opende uiteindelijk dan ook in mei 1959 de deuren. De eerste uitbater ervan was Alex Warson.


Het Koetshuis

  
Foto collectie B. Warson
Een zeldzame foto van bij de aanvang van het Koetshuis.
Dhr. Warson is de tweede persoon van links te beginnen

Zijn broer Baudouin -opticien van opleiding- nam vanaf 1968 de leiding van een andere HORECA-uitbating op zich, het rustieke Koetshuis. Hij zou deze functie 35 jaar bekleden. Zoals de naam het al laat vermoeden, bevindt deze eet- en drinkgelegenheid zich in de vroegere schuren rond het kasteel, waar de koetsen van de bewoners en bezoekers werden opgeborgen.

De ouders van de gebroeders Warson baatten in Hasselt een bekend café nabij het station uit, waar nogal wat rechters, advocaten en notabelen over de vloer kwamen. (De zaak bestaat nog steeds)

Heel wat notabelen deden het Koetshuis aan. Op het zolderverdieping werden zeer verzorgde banketten georganiseerd, met een klemtoon op Franse keuken. Het gastenboek bulkt dan ook van ronkende namen, gaande van Koningin Fabiola tot de kleurrijke figuur en componist Armand Preud´homme, en van Jef "Het Manneke" Cassiers tot internationale delegaties van diplomaten en bedrijfsleiders.

Velen van hen lieten berichtjes na in het gastenboek, soms in de vorm van gedichtjes, soms in de vorm van tekeningen. Het allereerste bericht werd er in het openingsjaar door Jozef Weyns in gezet, die in kaligrafie ook aankondigde wat de aanleiding was voor zijn bezoek aan het Koetshuis:

Weyns trad ook op als adviseur voor de rustieke interieurinrichting van deze geprezen horeca-zaak. De Limburgse troubadour Miel Cools kwam er verschillende malen voor een gesmaakt en sfeervol optreden zorgen.

Tegenover het Koetshuis was gedurende enige tijd nog een cafetaria gevestigd, zoals op deze foto vermoedelijk uit de 1980´s te zien.

Voorheen werden er tentoonstellingen over de economische ontwikkeling van de provincie Limburg in dit gebouw georganiseerd. Voordat het terras werd aangelegd, lag er een Y-vormig tegelpad, met de twee voeten gericht naar het Koetshuis. Langsheen de muur met het metalen standbeeld links liep een smal waterbekken, waarin een groot aantal ´vinnige´ goudvissen zwommen.


(Collectie Retroscoop)
Reclamebord Colibri 1962

De Limburgse Brouwerij Alken zorgde voor de nodige hectoliters sprankelende Colibri-limonade, die jaarlijks door ettelijke duizenden gretige kindermondjes naar binnen gewerkt werden. In de rubriek Spijzen en Drank besteden we meer aandacht aan deze oerklassieker met koolzuurbubbels.

Een ander Limburgs bedrijf, de zuivelproducent Lilac leverde de melk voor in de koffie.

Op de speeltuin zelf bestond op gegeven moment (1970´s) naast het stenen gebouw aan de ingang ook nog een houten huisje, waar ook wafels, limonade enz. verkocht werd. Deze zaak, ongeveer ter hoogte van waar de DC 3 (zie verder) opgesteld stond, werd uitgebaat door iemand die steevast "Polleke" door tal van mensen uit de buurt genoemd werd. Diens familienaam was naar alle waarschijnlijkheid "Van Hout" (Van Houdt ?). De man was afkomstig uit de Congostraat in Genk, en amuseerde de kinderen en jongeren altijd met gekke gezichten en straffe verhalen.



8.) Een favoriete trekpleister voor onverbeterlijke speelvogels... 

Het voorstel voor de naam van de speeltuin kwam van een vereniging, die ijverder voor de oprichting van "Astridparken" in het land. De speeltuin van Bokrijk werd dan ook officieel genoemd naar wijlen Koningin Astrid, moeder van de toenmalige Koning Boudewijn. (10) Astrid was in 1935 op tragische wijze bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. De naam werd plechtig op een muurtje aan de inkom van de speeltuin aangebracht.

  
Foto´s: B. Vanhees

Links: op deze foto was de "N" van Koningin al verdwenen. Ondertussen is ook al de helft van de S van Astrid ontvreemd.
Rechts: Als mijn herinneringen correctt zijn, kon de toegang tot de speeltuin door middel van een gelijkaardige metalen poort zoals er nog één aan de parking van het kasteel staat afgesloten worden, voor wie uit de richting van de enorme treurbeuk kwam. De poort was vastgehecht aan een muurtje links van de muur met de inscriptie, maar deed zelden dienst.

In de toenmalige aangrenzende rozentuin (thans de "Geuren en kleurentuin") werd ook een standbeeld van de overleden vorstin geplaatst. Deze rozentuin werd in 1953-´54 aangelegd door de Nederlandse Heidemaatschappij uit Arnhem. Omstreeks 1952 had een officiële Limburgse delegatie deze stad bezocht, om ideeën op te doen over hoe een openluchtmuseum op te starten.


Postkaart: Vrienden van Bokrijk vzw

Het standbeeld van Astrid was van de hand van de Genkse beeldhouwer Raf Mailleux, en werd aan het Domein Bokrijk geschonken door het "Provinciaal Comité voor de Koningin Astridparken in Limburg". Het werd op 12 april 1958 door Prins Albert onthuld.

 
Foto links Benoit Vanhees, postkaart Rozentuin vzw Vrienden van Bokrijk
Het was zalig om op de banken in de nabijheid van de ruisende populieren te zitten dagdromen. Enkele decennia eerder was er een serre van 20 x 4m tegen de oostelijke muur, die achter de witte bank loopt. De zuidelijke muur bevindt zich aan de rechterkant, en is bijzonder laag, om zoveel mogelijk zon toe te laten. De noordelijke daarentegen was vrij hoog, om de koude winden tegen te houden.

De speeltuin zou op enkele jaren tijd uitgroeien tot het grootste gratis toegankelijke speelplein van het land. Voor Gouverneur Roppe had dit kinderparadijs een belangrijke betekenis. Een voormalig personeelslid van de Technische Dienst onderstreept heel uitdrukkelijk dat de Gouverneur er op stond, dat herstellingen steeds een absolute topprioriteit bleven, en prompt werden uitgevoerd. 

   
Foto´s: B. Vanhees
Benieuwd hoeveel generaties speelvogels hun overbodige jassen,
pulls en rugzakjes aan deze haken hebben opgehangen...

Omstreeks 1958 of 1959 werden ook de kantine en EHBO-post aan de ingang van de speeltuin, alsook de twee langwerpige overdekte picknick-gebouwtjes en toiletten in het verlengde hiervan gebouwd. In de kantine kon drank en snoepgoed gekocht worden, later ook souvenirtjes, waaronder de postkaarten van de Vrienden van Bokrijk.


Kant van de speeltuin...


Foto´s B. Vanhees
...en van de rozentuin

Daarvoor werd het snoepgoed verkocht in een gebouwtje tussen de Rozentuin en de Speeltuin, hierboven afgebeeld. 

Nadat het leeg kwam te staan, werden er soms ´permanente’ tentoonstellingen georganiseerd. Bij de plechtige opening in 1958 was het thema het « oeroude Limburgse Kempen ». In een latere fase werd een nieuw onderwerp aangeboord, namelijk de economische ontwikkeling van de provincie Limburg. De tentoonstellingen werden later ondergebracht in een moderne nieuwbouw tegenover het Koetshuis. Later werd die nieuwbouw een cafetaria met terras en een lokaal, gebruikt door de Boswachters.

Vandaag de dag is het gebouw gedegradeerd tot toiletgebouw, maar dan wel één, die volledig toegankelijk werd gemaakt voor rolstoelgebruikers.


Foto: B. Vanhees

  

9.)... en voor booswichten 


(anoniem)
fotokiekje uit 1960

De toenemende populariteit van Bokrijk trok ook mensen met minder goede bedoelingen aan. Op 5 juni 1959 berichtte het Belang van Limburg over hoe drie Hasseltse twintigers gepoogd hadden om in te breken in de kantine, zogezegd om zich tegen onweer te beschermen. De speeltuin kon zich in 1959 al in duizenden bezoekers per dag verheugen in de topmaand juni. Wellicht hoopten de daders dan ook een rijk gevulde kassa aan te treffen.

Dank zij twee alerte bewakers, de boswachters Walbers en Frederix werd dit dit snode plan echter in de kiem gesmoord. Ze betrapten op heterdaad de luidruchtige misdadigers. Het trio wist weliswaar nog tijdelijk aan bestraffing te ontkomen, door het op een lopen te zetten. Hun in een kartonnen doos verpakte buit lieten ze daarbij in paniek in het struikgewas achter. Het ging duidelijk niet om Ronald Biggs en co. : hun buit bestond slechts uit enkele flesjes limonade, een pakje sigaartjes, een verbandkistje en zowaar… breiwerk !

Het bleek evenmin nodig om Sherlock Holmes en Watson vanuit Bakerstreet in Londen naar Limburg te laten overkomen, om de daders bij de kraag te vatten. Hoewel twee van de drie fietsen waarmee ze zich verplaatst hadden gestolen waren, kon hun identiteit al snel achterhaald worden. De derde dader had immers zijn eigen fiets gebruikt. Dank zij de taksplaat was het dan ook kinderspel voor de Hasseltse BOB, om de lokale Daltons te klissen. (11)
  

10.) Hoe gratis is gratis ? 

  
Foto´s TD Bokrijk (Lambrechts)
De loopton en de klimolifant: De dappersten durfden het aan, om in het
stoeltje op de rug van Jumbo plaats te nemen. De onhandigsten belandden
wel
eens brullend in de metalen ringen van de poot

Het was immers van meet af aan de bedoeling van het toenmalig Provinciebestuur om zoveel mogelijk ontspanning in Bokrijk volledig gratis aan te kunnen bieden. Omdat het Domein echter geen structurele werkingssubsidies ontvangt, moet het echter wel in een aantal eigen ontvangsten voorzien. Voor het gebruik van de sportvelden en aanverwante infrastructuur (kleedkamers en douches), alsook voor de toegang tot het Openluchtmuseum werd dan ook een kleine bedrag gevraagd.

  
Foto´s: B. Vanhees
Let op de bungalow in ware Expo ´58 stijl
 

Begin jaren zestig werd ook een vijver voor hengelsport en een aantal rechthoekige kweekvijvers in gebruik genomen. Vissers konden tegen een kleine vergoeding een toegangskaart van een halve of hele dag nemen. Tickets werden in die tijd in een thans verdwenen houten kassa-gebouwtje verkocht. In 1964 werden er 3142 halve dagkaarten verkocht en 1888 dagkaarten. 

Ook de minigolf bleek erg populair, en trok datzelfde jaar bijna 20 000 mensen aan. De aanwezigheid van deze attractie verzekerde het Domein eveneens inkomsten.

Een belangrijke bron van inkomsten waren en zijn nog steeds de twee parkings, dat aan het kasteel en dat aan het "Rondpunt", het zgn. Herkenrodeplein. In 1964 bijvoorbeeld werden 90 000 parkeertickets voor auto’s verkocht, en 4800 voor autobussen. (12)

 

11.) Een speeltuin wordt groot... 


Postkaart VZW Vrienden van Bokrijk
Op de achtergrond één van de twee picknick-gebouwtjes
 

De speeltuigen van de Bokrijkse speeltuin werden niet volgens een welomlijnd plan of programma aangekocht. Zagen medewerkers van het Domein ergens tuigen staan die hen een interessante aanvulling leken op het bestaande aanbod, dan maakten ze er gewoon wat ruwe schetsen van. Op basis hiervan werden dan gelijkaardige tuigen in de smidse van het Kasteel van Bokrijk gebouwd.

Omstreeks 1963 werd ook de Technische School van Maaseik aangesproken voor de bouw van een tiental complexere speeltuigen. Het was geen toeval dat net deze school werd uitgekozen : het ging immers om een provinciale middelbare school. Bovendien had de school concrete ervaring opgebouwd. Ook in Maaseik was men vanaf 1953 begonnen met de bouw van een openbare speeltuin. Deze speeltuin -Sint-Jansberg geheten- werd op 8 juli 1956 officieel geopend. Voor de leerlingen van de technische school was de bouw van zulke speeltuigen een zeer praktijkgerichte oefening met een grote meerwaarde. De school zou ook voor de speeltuinen van o.a. Diepenbeek, Hasselt, Lummen, Grote Brogel en Hengelhoef speeltuigen ontwerpen en bouwen. Eén van de grote namen in dit verband is die van Henri Hoogmartens, leraar technisch tekenen, lassen en constructie. In heel wat speeltuigen werd overigens afgedankt materiaal van de steenkoolmijn van Eisden verwerkt... (13)


Helemaal achteraan links zijn de toiletten te zien, rechts een
picknickgebouw. Let ook op de nieuwe aanplantingen

  
Twee postkaarten van de vzw Vrienden van Bokrijk


Foto TD / Rutten
Tussen de twee kinderen centraal op de foto is een stuk van de drinkfontein
te zien, helemaal achteraan de afscheidingshekken rond de peutertuin

Het oorspronkelijk ploeterbad in de Speeltuin dateert uit de 1950´s. Rond dit waterbekken werd een peutertuin met kleinere speeltuigen aangelegd, en die van de rest van de speeltuin afgescheiden werd door een laag wit hek. Dit moest voorkomen dat al te avontuurlijk aangelegde kleuters er stiekem van door zouden gaan. Er stond een collectie schommelpaardjes, een reeks schommels en er was op zeker moment ook een zandbak.

In de 1960´s werden gaandeweg wat aanpassingen aangebracht aan de eerste speeltuigen, waaronder betere omheiningen. Deze werden robuuster, hoger en minder "permeabel" gemaakt, zoals op de twee volgende foto te zien is:


Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk
 


Foto TD Bokrijk (Lambrechts)
De oude en verbeterde omheiningen. Ook de rugleuningen
van de schommels werden blijkbaar aangepast.

Al deze inspanningen werden met een toenemend aantal bezoekers beloond. Zo trok het uitzonderlijk mooie weer tijdens het Pinksterweekend van 1960 naar schatting liefst 20 000 bezoekers en 2000 auto’s aan ! Voor het hele jaar 1964 had men het over 1 152 194 bezoekuren, wat overeen kwam met 467 035 « bezoekeenheden ». (14)

Het Belang van Limburg rapporteerde in die tijd trouwens op regelmatige basis in haar bladzijden met regionaal nieuws over alle groepen kinderen die de speeltuin bezochten. Bijna maandelijks werd in enkele lijntjes verslag uitgebracht over uitstapjes van schoolkinderen, Kajotters, Scoutjes, Chiro, kinderen van foorreizigers… In die tijd stelde zoiets nog heel wat voor, en waren kinderhandjes inderdaad nog vlug gevuld...

 

12.) Over ezels en de fameuze Expo-treintjes… 


Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk


Foto: TD / Rutten

Na de Wereldtentoonstelling in Brussel verhuisden twee Mercedes-treintjes van dit mondiale evenement naar het Domein van Bokrijk. Ze werden aangekocht door Felix Houben, en ingezet om binnen- en buitenlandse toeristen over een slingerend parcours van 6,6 km verharde wegen doorheen het Domein te vervoeren. Dit bracht hen ondermeer tot voorbij het prachtige Arboretum, een park met een indrukwekkende en uiteenlopende collectie aan bomen.

   
Magnolia´s, rododendrons, bamboe, purperen esdoorns en nog veel
meer in het Arboretum oude stijl. Ook interessant was het Groene
Huis (hieronder). Op een zeker ogenblik stond er een zowat 2 m groot
stuk van een fossiele boom, wellicht uit een (steenkool)mijn.


Foto TD / Rutten

Deze treintjes kenden een enorm succes. Louter om een idee te geven, alleen al in 1964 vervoerden ze bijna 111 000 mensen. (15) Nadat hij er oorspronkelijk zelf mee had gereden, nam Houben twee chauffeurs aan. De treintjes bleven uiteindelijk maar liefst 30 jaar in trouwe dienst, en reden op die manier meer dan 1 miljoen km. bijeen.

Jammer genoeg heeft niemand zich na hun "pensionering" hun lot aangetrokken. Gerestaureerd zouden ze ongetwijfeld een pronkstuk hebben gevormd voor in het Brussels automuseum. Zeker gezien de historische betekenis van de Expo ’58 zou het een belangrijke meerwaarde zijn geweest, mocht men deze Expo-treintjes naar aanleiding van de 50ste verjaardag in 2008 van stal hebben kunnen halen. Helaas werden ze nog daarvoor definitief tot schroot herleid (Armand Louis ?), the end of the story…

Later werden twee nieuwe treintjes afkomstig van de Belgische Kust in dienst genomen. Hoewel ze ongetwijfeld ecologisch gezien meer verantwoord waren dan de oude Mercedessen, konden ze de bolle vormen en het gezellige geluid van de Dieselmotoren van hun voorgangers niet doen vergeten.

         
Een om verschillende redenen interessante foto: vooreerst natuurlijk krijgen we
een stukje van het kasteel te zien, dat we maar zelden zullen zien. Voorts is op de achtergrond nog de oude inkom naar het Openluchtmuseum te zien met de twee prachtige bomenrijen. Links zijn ook de twee opvolgers van de Expo-treintjes te
zien, en het toen nog recente standbeeld van Gouverneur Louis Roppe, dat onder-tussen naar links verplaatst werd. Alsof dit nog niet genoeg was, staat er ook net 
een reünie van oude Volvo´s op het programma. 

Tot slot: de huidige treintjes leggen ook een parcours van ongeveer 6,5 km af, al werd de rit enigszins aangepast. De lus aan de vijvers wordt niet langer aangedaan, maar het treintje rijdt als compensatie nu wel rond in het Oost- en West-Vlaams gedeelte van het Openluchtmuseum.

Een andere aanwinst waarover het Belang op 1 april 1961 berichtte, waren een zestal ezels. De balkende langoren waren bestemd voor een “ezelkermis”. Hiermee werd aangeknoopt met een oude traditie, want ook een vroegere bewoner van het kasteel, edelman de Meeus had op zijn domein rondgetoerd met een ezelskar, tot groot jolijt van een aantal familieleden en vrienden. De onversaagde BvL- journalist leek echter alles behalve opgetogen te zijn geweest over zijn "proefrit". Het is ons niet helemaal duidelijk of deze "ezelkermis" de voorganger was van de latere ponybaan, of zo het artikel gewoon een 1 april-grap was, kwestie van April Fools naar Bokrijk te lokken. (16)

 

13.) De gouden jaren ´60/´70

 
Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk
Draaimolen met ´roeispanen´. Op de achtergrond de loopbrug
(zie verder) en het piramidevormig dak van de mini-golf
 

 
Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk
 

Daar waar er in mei-juni 1967 naar schatting 220 000 kinderen de speeltuin bezochten, waren dat er in dezelfde periode het jaar daarop meer dan 294 000 ! Vooral tijdens de maanden mei en juni was de voorste rij van de parking aan het kasteel doorgaans volzet met kleurrijke autobussen, die ladingen joelende en uitgelaten schoolkinderen op bestemming hadden gebracht. Steeds meer en meer mensen schaften zich ook een auto aan, en Bokrijk was één van de uitstapjes die heel wat Limburgse gezinnen op het programma hadden staan. Vanaf 1968 had Genk met de oprichting van de allereerste overdekte Shopping van het land nog een andere toeristische troef.


Foto TD / Rutten
Typisch zicht op de parking aan het kasteel op een normale junidag in de 1970´s:
de hele voorste rij ingenomen door bussen voor schoolkinderen...
 

Voor Baudouin Warson -uitbater van het Koetshuis- mag het hoogtepunt van zijn zaak al tussen 1985 en 1990 hebben gelegen, voor de kinderen die de "oude" speeltuin nog gekend hebben het meest gevarieerd in de 1970´s.

Rond het begin van dat decennium werd nog eens 1,5 ha. aan het bestaande terrein toegevoegd. Het was op dit extra deel dat een doolhof opgetrokken uit welriekende houten dwarsliggers werd aangelegd. Tevens werd er ook nog een middelgroot DC-3 propellervliegtuig opgesteld. Deze werd ontdaan van zijn twee motoren, en een glijbaan werd opgesteld aan de deur vlak achter de cockpit. Helaas verdwenen er al snel instrumenten uit het dashboard. (17)


Foto: TD Bokrijk (Lambrechts)

Er waren ook de kermisattracties van Désiré Jans. Deze begon in (jaartal) met de uitbating van twee historische draaimolens (dateerden uit ?). Het ging om een zwiermolen met kleine stoeltjes aan kettingen, en om een paardenmolen. Hij voegde daar later nog een reuzenrad aan toe. De versie op de kleurenfoto hieronder lijkt me alvast kleiner dan die op de oudere zwart-wit foto. 


Postkaart vzw Vrienden van Bokrijk
De twee draaimolens en het "kleine reuzenrad"

(stuk van dit artikel ontbreekt: wordt
zo spoedig mogelijk weer aangevuld)

De aanleg van de Toeristische weg (Boekrakelaan) en autowegen als de E-313 en 314 in de late jaren ´60 maakte Bokrijk plots ook veel gemakkelijker bereikbaar voor het groeiend aantal automobilisten, ondermeer uit Nederland en Duitsland. Het aantal geel-zwarte  en wit-zwarte nummerplaten in de rijen en rijen van geparkeerde auto´s nam dan ook jaarlijks toe.

De Boekrakelaan slingert in een wijde boog rond het Domein, de vijvers en het natuurreservaat het Wik. Om de dieren zo min mogelijk te storen werd er geen verlichting aangebracht. Tussen de eigenlijke weg en het fietspad liep een gele strook beton, waarin naar verluidt reflecterend materiaal (kwartszand ?) in verwerkt was. Verder werden de soms scherpe bochten aangegeven door witte paaltjes met katogen.

 
Foto´s: B. Vanhees
De Boekrakelaan en het moerassige, mysterieuze Wik

De speeltuin breidde ondertussen gaandeweg haar aanbod uit. Zo werden er ondermeer schommelboten, een kabelbaan, klimrekken en een loopton toegevoegd. Eind jaren ’60 werd ook een plein voor mini-autootjes naast het Dennenhof in gebruik genomen. (Het werd later naar de andere kant van de weg verplaatst, nabij de minigolf.)


Foto: TD Bokrijk (Lambrechts)
Het plein met de mini-auto´s was oorspronkelijk naast -in plaats van tegenover- het Dennenhof  gelegen. Let op de typische pijlen, die je toen overal zag staan. Ze waren wit met een rode omzoming, de kleuren van Limburg. Er stonden toen ook grote borden langs de toegangswegen tot het Domein met "Limburg heet u welkom"...

De paardenmolen werd wellicht ergens in de late 1980´s of 1990´s opgekocht door Antwerpenaar Frans De Medts. Deze liet de houten paarden restaureren, en gebruikte ze voor de Vos (1903), een draaimolen die oorspronkelijk op stoom werkte. Deze attractie bevindt zich in de Bakkersmolen te Essen, in de provincie Antwerpen.

In een andere hoek van de speeltuin liet Jans een kleine ponybaan bouwen, waar kinderen een paar rondjes op wel heel makke en kindvriendelijke Shetlands konden draaien. Ook heel wat tieners hebben vakantiewerk verricht op deze attractie, als begeleiders en ponyverzorgers.

   

14.) Het werk achter de schermen 

Vier postkaarten vzw Vrienden van Bokrijk
Het fameuze ploeterbad ! Pure nostalgie... Let op de
vlaggenmast, die later nog terugkeert in dit verhaal...
 

Jaarlijks brengen naar schatting zo’n 300 000 à 350 000 mensen een bezoek aan het Provinciaal Domein Bokrijk. Op de topdagen van het hoogseizoen, dat van de laatste maand van het schooljaar tot de twee maanden zomervakantie loopt, zijn er soms 4000 à 5000 kinderen op, onder, in, tegen en rond de speeltuigen in de weer.

Om dat allemaal in goede banen te leiden, is een kleine ploeg van personeelsleden onontbeerlijk. Hoe zag de situatie er wat dat betreft in de 1970´s uit ? 

Twee werkmannen maakten om 6 u ‘s morgens een tournee, en ruimden de speeltuin op, daar waar nodig. Zeven dagen per week controleerden de mensen van de Technische Dienst vanaf 7 u alle toestellen, en voerden ze eventuele herstellingen uit. Gezien de grootte van de speeltuigen, worden zulke herstellingen doorgaans ter plaatse uitgevoerd. Enkel de kleinere speeltuigen werden wanneer dit nodig bleek gedemonteerd, en in de smidse van het kasteel hersteld. Bovendien bleef de speeltuin heel het jaar geopend. Er was dus geen "dood seizoen", waarop alle speeltuigen een grote onderhoudsbeurt kregen. Herstellingen, herschilderen en dergelijke gebeurde verspreid over heel het jaar. Eén van de grotere herstellingswerken was het vervangen van het soms pijnlijke houten glijvlak van de grote glijbaan door een metalen.


Foto´s: TD Bokrijk (Lambrechts)

Vanaf 10 u waren de toezichters dan aanwezig. Zijn dat er vandaag de dag 5, dan waren dat er in de 1960´s en 70´s nog maar 3. Zij moesten erop toezien dat de speeltuigen niet "oneigenlijk gebruikt" werden, dat niemand zich gevaarlijk dicht bij bewegende speeltuigen begaf, verdwaalde kinderen opvangen en de ouders via het netwerk van megafoons waarschuwen, eventueel tussenkomen bij kleine ruzies enz. Baldadige jongeren die de leeftijd van 17 jaar al bereikt hadden, moesten zo nu en dan ook wel van de tuigen gehaald worden. Bij wijlen deed ook wel eens een boswachter per fiets of te voet zijn ronde op het speelplein.


15.) Bij de Rijkswacht...

Nu we dan toch bij de geüniformeerden van deze wereld beland zijn : sedert de 1970´s organiseerde de toenmalige Rijkswacht een jaarlijkse Provinciale verkeerswedstrijd, die zich richtte op leerlingen van het lager onderwijs. 

Deze verkeersopvoedende speelpleinwerking vond plaats tijdens de Grote Vakantie. Een nagebootst verkeersparcours werd dan uitgerust met miniatuur verkeersborden en -lichten. In de 1970´s vonden die didactische activiteiten plaats op het basketbalveld nabij de sintelbaan. Later verhuisde het naar het aanpalend -en thans verwilderd- tennisveld. Door een vreemde samenloop van omstandigheden groeit er thans mos op alle lijnen, pijlen en STOP-waarschuwingen die de inrichters ooit op de rode ondergrond schilderden. Het levert vreemde, irreële beelden op, die je eerder verwachten zou in de spookstad Tsjernobyl...

   
Foto´s B. Vanhees

De ‘rijexamens’ gebeurden in twee fasen: enkel wie geslaagd was voor de proef met de blauwe kinderfietsjes mocht doorstoten naar het serieuzere werk, de go-carts ! 

De meestal inderdaad besnorde gendarmes -in de 1970´s het mikpunt van spot in een toenmalig hitje voor de Strangers- waren ècht wel streng, vooral dan eentje die op de koop toe dezelfde voornaam had als ikzelf. Het heeft me halfweg de 1970´s dan ook bloed, zweet en een paar zilte tranen gekost, eer ik het felbegeerde kinderrijbewijs behaald heb.

De Rijkswacht werd in 2001 officieel samengevoegd met de Politie. Dit betekende niet het einde van de Provinciale verkeerswedstrijd, al werd de formule wel wat aangepast. Zo gaat de wedstrijd thans reeds tijdens het schooljaar door. Tot in 2006 ging deze aangepaste formule nog steeds door in Bokrijk, daarna werd een nieuwe locatie buiten het Domein gezocht. 

De sportinfrastructuur in Bokrijk werd ondertussen grotendeels afgebouwd. Daar waar er een aantal mensen in de 1960´s nog van droomden om een sportschool in Bokrijk uit te bouwen, liggen de sportvelden er thans maar verwaarloosd bij, of werden zelfs compleet afgebroken.

De omheining van de sintelbaan is, op twee betonnen paaltjes met geknikte vorm nabij het Dennenhof volledig verdwenen. Vroeger was de hele piste ermee omzoomd, en waren de betonnen palen verbonden door roodgeschilderde metalen buizen. Ze hielden niet alleen zeldzame toeschouwers op de juiste plaats, maar werden ook gebruikt als voet- of beensteun bij opwarmingsoefeningen door sporters.


Foto TD / Rutten
Uiterst links een vleugel van het Dennenhof
Rechts de piste voor het verspringen voorzien van een "zandbak"


Foto B. Vanhees

De sintelbaan geraakte langzamerhand overwoekerd door onkruid, tot de installatie op gegeven moment door bulldozers compleet werd opgedoekt. Naar verluidt was dit niet alleen het gevolg van een tanende belangstelling, maar ook omdat de sintels afkomstig zouden zijn geweest van de arsenicumfabriek in het Limburgse Reppel.

De goals en de witte lijnen van het voormalige voetbalveld zijn eveneens verdwenen. Ook een deel van de tennisvelden werd helemaal afgebroken, meer bepaald het deel dat zelf al over het vroegere basketbalveld was aangelegd. De houten oefenmuur aldaar, net als een nabijgelegen oudere stenen exemplaar werden eveneens met de grond gelijk gemaakt.

De overgebleven tennisvelden werden gedegradeerd tot een parking voor de medewerkers van het Adventurepark van Kokima. De Minigolf daarentegen bestaat nog steeds, en trekt nog steeds heel wat speelvogels aan in het hoogseizoen. Want laten we wel wezen, echt ´sporten´ kan men deze plezante activiteit niet noemen.

16.) Nieuwe wetgeving, revolutionaire veranderingen

In 1983 werden op Europees niveau nieuwe richtlijnen omtrent de veiligheid van speeltuigen in openbare speeltuinen uitgevaardigd. De Verordeningen EN 1176 (speeltoestellen) en 1177 (bodemmaterialen) zouden drastische veranderingen op gang brengen in Europese speeltuinen. 

In een notendop, met deze nieuwe regelgeving moest op vrij korte tijd alles plotseling veel veiliger gemaakt worden, risico’s voor spelende kinderen zoveel mogelijk gereduceerd. Zo waren plots vaste ophangingen uit den boze, mogelijke gebroken armen indachtig, en zelfs de afstand tussen treden werd vanaf nu nauwkeurig in wetteksten gegoten.

De oude speeltuigen mochten enkel blijven staan, mits ze zo werden aangepast, dat ze aan de nieuwe en zeer strenge veiligheidsnormen voldeden. Men moest dus afwegen of men de oude toestellen wilde bewaren, door ze aan te passen, of volkomen verwijderen en vervangen door nieuwe en reglementaire tuigen. 

Tot dan toe was de speeltuin van Bokrijk -behalve schrammen, builen en een occasionele gebroken arm of been- gespaard gebleven van ernstige ongevallen. Het nieuwe wettelijke kader zou alleszins grote uitgaven gaan betekenen. 


Foto: TD Bokrijk (Lambrechts)
Twee ´Vliegende Hollanders´
 


Foto: TD Bokrijk (Lambrechts)
De dubbele schuifaf in L-vorm, toen nog met een houten glijvlak
 

De eerste speeltuigen die reeds in 1983 het slachtoffer werden van die nieuwe reglementeringen waren ondermeer de 11 meter hoge dubbele glijbaan, de klimolifant, de Vliegende Hollanders en de klimbogen in de peutertuin. 

Gaandeweg werden zowat alle toestellen van de oorspronkelijke speeltuin vervangen door nieuwe, die vooral in Duitsland werden aangekocht. Vandaag herinnert enkel de lange loopbrug dicht bij het Dennenhof nog aan de hoogdagen van weleer. Deze loopbrug kon mits een aantal minder ingrijpende en kostelijke aanpassingen bewaard worden. De kinderen van weleer zijn thans vaak trotse papa, mama of grootouders van de nieuwe generaties. De loopbrug verschaft ook aan deze aflossende generatie immens veel speelplezier.

Alle andere oude tuigen werden sedertdien ontmanteld, en tot schroot herleid. Even was nog overwogen geworden om ze te schenken aan een aantal vzw’s die niet onder de nieuwe Europese verordeningen vielen. Een aanpassing van de desbetreffende wetgeving door Vlaams Minister Theo Kelchtermans had echter voor gevolg dat ook die organisaties al snel onder de nieuwe Europese regels vielen. 

Helaas herinneren dus enkel nog wat postkaarten van de vzw Vrienden van Bokrijk, familiekiekjes en –filmpjes en een aantal toeristische brochures aan die speeltuigen van weleer. Rond 1991/´92 werd eveneens het ploeterbad ontmanteld. Vandaag de dag herinnert hier enkel nog een toepasselijke treurwilg en een vlaggenloze mast aan deze eens zo populaire plek. 

   
Foto´s B. Vanhees
Het ploeterbad bevond zich rechts van deze treurende wilg. Wat
verderop, ondertussen verbannen tussen het struikgewas en het
loof, de Limburgse vlaggenmast, prominent aanwezig op de
oude postkaarten van het ploeterbad...

Die herstructureringen betekenden ook grote investeringen. In ´normale´ jaren was het Domein zelfbedruipend. Daar waar de Provincie de loonkosten van het personeel op zich neemt, werden de uitgaven voor herstellingswerken en de aanschaf voor nieuwe toestellen voor de speeltuin gedekt door eigen inkomsten. Deze inkomsten betroffen ondermeer de verkoop van parkingtickets en die van de concessies voor de kermishoek, de ponybaan en de catering. 

Als gevolg van de sterk gewijzigde wettelijke context werden grote investeringen onvermijdelijk. Voor de eerste maal sedert haar oprichting vroeg de speeltuin een lening aan de Provincie aan. Deze stond een lening van 67 miljoen BF toe voor de aankoop van nieuwe, veiligere speeltuigen.


Foto´s B. Vanhees
De loopbrug is de enige overlevende van de speeltuigen van de oude
speeltuin. Wel werden de toegangsladders veiliger gemaakt. Links, en
evenwijdig aan deze loopbrug liep vroeger een kleine kabelbaan, die
iets langer was dan de loopbrug. Je kon er op een soort "omgekeerde T"
plaatsnemen, die zich door middel van een wielsysteem over een stevige
kabel verplaatste. Het lint waarmee je deze T naar je toe trok vanop de
torentjes sleepte op het laagste punt over de grond. Zonder hulp van
een tweede persoon die je de T aangaf, kon je geen rit maken.
 

17.) De speeltuin voor verzamelaars

Wie zich op het Domein Bokrijk wil toeleggen, zal vooral heel wat materiaal vinden over het befaamde Openluchtmuseum. Zo zijn er de diverse boeken van de conservators van het openluchtmuseum Weyns en Laenen. Zo was er in de vroege 1960´s het boekje "Bokrijk: Tuin van de Vlaamse Volkskunde" van Dr. Jozef Weyns.

Verzamelaars van postzegels kunnen zich dan weer toeleggen op de vaak kleurrijke vignetten met postzegels. Fans van Suske & Wiske kunnen op jacht gaan naar de publicatie "Feest in Bokrijk" van 25 juli 2004.

Wie zich echter beperkt tot de Speeltuin en de andere deelaspecten die hierboven aan bod kwamen (kasteel bosbiologie etc.) zal op heel wat minder materiaal stoten.

Er werd niet zo heel veel promotiemateriaal specifiek over de speeltuin van Bokrijk uitgegeven. Er bestaan een aantal reeksen van postkaarten uitgegeven door de vzw Vrienden van Bokrijk.

Er bestaan twee reeksen zwart-wit postkaarten, waarvan één uit de late 1950´s, en een latere uit de tweede helft van de 1960´s. In de 1970’s werd dan een vernieuwde serie uitgegeven, ditmaal in kleur. De meeste postkaarten werden hierboven afgebeeld, maar mogelijk bestaan er nog een aantal andere. (De complete reeksen omvatten ook postkaarten van andere aspecten van het Domein, zoals het Kasteel, het Dennenhof, het Arboretum of ook nog het Openluchtmuseum.

Veilingsites zoals eBay, www.delcampe.be of www.shopvlan.be zijn interessante pistes om op zoek te gaan naar zulke postkaarten. 

Ook in een aantal toeristische brochures over het Domein Bokrijk in het algemeen kan men wat informatie en beeldmateriaal over de speeltuin terugvinden. Echt vaak duiken ze evenwel niet op.

 
Twee ongedateerde brochures, links vermoedelijk
eind jaren ´60, rechts medio 1970´s. De speeltuin
komt er slechts in beperkte mate in ter sprake

Zeker vermeldenswaardig is ook het initiatief van « De jacht op Super 8 »  om 8mm familiefilmpjes te verzamelen. Het is een beetje voortbouwen op een initiatief dat reeds langer ten zuiden van de taalgrens bestaat, met het TV-programma Inédits. Op youtube is alvast een kort maar leuk  8 mm filmpje over de speeltuin van Bokrijk in de 1970’s terug te vinden.

Het Domein zelf heeft ook een aantal oproepen gelanceerd om copies van oud beeldmateriaal te bekomen, maar vooralsnog zonder veel resultaat. Graag herhalen we hier deze oproep.

    
Foto´s B. Vanhees
Twee overlevenden uit vervlogen tijden: een vermold hek dat de ongeoorloofde
toegang tot het Natuurreservaat het Wik blokkeerde, en twee houten gebouwtjes
op de parking aan het Rondpunt (het zgn. Herkenrodeplein, geliefkoosde plek
voor huwelijksfoto´s).

Wie zijn zoektocht uitbreid tot het Domein in het algemeen, kan al naar meer items op jacht, gaande van de erudiete boeken van de conservators van het openluchtmuseum Jozef Weyns en Marc Laenen, bierviltjes en -kruiken tot emblemen voor op wandelstokken. 

Men notere overigens, dat een aantal beroemde Vlaamse TV-reeksen uit de 1960´s voor een deel in het Openluchtmuseum werden opgenomen. Dit is ondermeer het geval voor de oerklassieker Kapitein Zeppos.


Aanbevolen literatuur
 

 

Hoewel er geen boek of uitgebreide brochure bestaat met de speeltuin van Bokrijk als hoofdonderwerp, bestaat er wel een interessant werk over de geschiedenis van het Domein Bokrijk, de eerste pachters, het kasteel en haar bewoners, het stationnetje van Bokrijk enz. Het noemt Bokrijk: Van Kloosterdomein tot openluchtmuseum en werd geschreven door Paul Leppens. Het verscheen in de reeks van de Limburgse Studies vzw, Wijer 2009. Het telt 63 blz., en het bevat -naast zeer degelijk onderbouwde teksten- ook zeer interessant en soms zeldzaam beeldmateriaal. Warm aanbevolen voor wie er (nog) meer over wil weten ! 

 

Slotopmerkingen

Bezoek ook eens de website van het Domein Bokrijk

Dit artikel kon niet terugvallen op voorgaand onderzoek. We zouden het graag gaandeweg willen uitbreiden en vervolledigen. Iedereen die ons dan ook bijkomende achtergrondinformatie kan verschaffen, kan ons steeds e-mailen via info@retroscoop.com. 

We zouden ook graag op deze stek vakantiefoto´s van de oude speeltuin willen samenbrengen. Wie ons scans van oude schoolfoto´s en familiekiekjes getrokken op de oude speeltuin kan bezorgen, wordt dan ook op voorhand van harte bedankt.

Tot slot een leuke muzikale uitsmijter, die op prachtige manier heel wat koddige sensaties van speeltuinbezoekjes in onze kindertijd samenvat. Het wordt gezongen door de Nederlandse Heleentje van Capellen, begeleid door een enthousiast kinderkoor. Het nummer noemt heel toepasselijk "Naar de speeltuin". 

Dankbetuigingen

De speeltuin van Bokrijk heeft zoals hierboven opgemerkt nog niet eerder het onderwerp gevormd van een uitgebreid artikel op internet, of van een eindwerk van een student(e) Toerisme. We weten dit, omdat een aantal personeelsleden in 2010 voor het eerst het bestaande archiefmateriaal omtrent dit gedeelte van het Provinciaal Domein heeft samengebracht. Verder stonden ze ook in voor het contacteren van een aantal gepensioneerde personeelsleden.

Zonder deze inzet en medewerking zou het onmogelijk zijn geweest om dit artikel te schrijven. We zijn dan ook veel dank verschuldigd aan de Technische Dienst van Bokrijk, en meer bepaald aan de heren Marc Jansen (afdelingschef Infrastructuur), Pol Broeckx en Jef Stokmans (die fotografisch materiaal opzocht).

De TD van Bokrijk bezit in totaal ongeveer 80 000 foto´s van de opbouw van de huizen in het Openluchtmuseum. Ondermeer de vader van BV Gerty Christoffels was één van de mensen die voor heel wat beeldmateriaal in het Openluchtmuseum zorgde.

Dezelfde rigoureuze systematiek werd niet aangewend voor wat betreft de speeltuin. Niet alleen is de fotoverzameling hierover veel beperkter, maar ook de classificatie is niet met dezelfde nauwgezetheid doorgevoerd. Vandaar dat Dhr. Stokmans voor de allereerste keer het wat verspreide beeldmateriaal bij elkaar heeft gebracht. Hetgeen hij tot hiertoe heeft teruggevonden, werd bijna allemaal in dit artikel opgenomen. De foto´s werden in Z/W getrokken door Alex Lambrechts, en worden onder de vorm van fiches bewaard, zoals hieronder een exemplaar te zien is: (fotokopie). 

   

In het Academiejaar 2010-2011 begon studente Aline Rutten aan een thesis, getiteld "Het ontstaan en de ontwikkeling van provinciale recreatiedomeinen in Vlaanderen (1958-1978). Een architecturale en socio-historische analyse" De promotor van dit eindwerk is Prof. Hilde Heynen, de thesisbegeleidster Janina Gosseye. In dit eindwerk worden twee casestudies behandeld, namelijk Bokrijk en de Halve Maan in Diest. Ook bij dit onderzoek werd voor het eerst weer beeldmateriaal uit de 1960´s en 1970´s naar boven gespit. In dit artikel werd een deel van deze foto´s toegevoegd, met de vermelding "TD/Rutten". Retroscoop wil graag bij deze Aline Rutten van harte bedanken voor het delen van deze informatie. Uiteraard maakt het ons uiterst nieuwsgierig welke conclusies ze op basis van de verzamelde informatie in haar thesis zal kunnen trekken. Het spreekt voor zich dat enkel Aline Rutten toestemming kan verlenen om haar fotomateriaal te gebruiken voor andere publicaties. Vragen in deze zin kunnen via info@retroscoop.com gesteld worden, en zullen door Retroscoop aan de betrokkene worden doorgestuurd.

De Provincie Limburg en de directie van het Domein Bokrijk spelen al lang met het idee om de rijke schat aan fotografisch materiaal te digitaliseren. Wanneer dit project in de toekomst gerealiseerd zal worden, zal wellicht nog ander fotomateriaal van de speeltuin opduiken. Maar we zijn er van overtuigd dat er in heel wat fotoalbums en Delacre-dozen in Vlaanderen, Brussel, Wallonië en de ons omringende landen nog een schat van oude foto´s van de oude speeltuin te vinden zijn. Uiteraard dromen we er van dat een deel daar van, al was het maar slechts 1% een weg naar deze website zal vinden. 

We zijn eveneens veel dank verschuldigd aan Dhr. Baudouin Warson, die zijn 35-jarige carrière in het Koetshuis met tal van grappige anekdotes wist te kruiden. Hij stelde ook een deel van zijn privécollectie bereidwillig voor ons open. Ook Boswachter Yvo Bové wist zeer bruikbare brokjes informatie toe te voegen, dat de saga van Bokrijk meer in perspectief plaatste. Ook hij stelde interessant beeldmateriaal ter beschikking, waarvoor we hem ten zeerste bedanken. Infrabel Hasselt diepte een zeer zeldzame foto op van het stationnetje van Bokrijk en de trein "Coco".

Tot slot... Dit artikel is opgedragen aan Serge Vanhees (1952-2010), mijn oudste broer, die tijdens het schrijven en herschrijven van dit artikel in Ellezelles overleed. 

In mijn kleuterjaren vergezelde hij zijn broertje alias "Benootje" meermaals naar dit paradijs in kinderformaat. Ik noemde de speeltuin toen steevast "jaune joeh-pida". De franstalige term in die kleuterterminologie was een gevolg van mijn tweetalige opvoeding. Zoals de oude postkaarten laten zien, waren op een bepaald moment de speeltuigen inderdaad overwegend zwavelgeel geschilderd. "Joeh-pida" was dan weer een onomatopee, een klanknabootsing van de knerpende scharnieren van op (Joeh) en af gaande (Pida) schommels.

Helaas heeft een welbekende "slepende ziekte" voorkomen dat Serge dit artikel nog heeft kunnen lezen. Net zoals zoveel andere jongeren uit de omgeving van Bokrijk heeft hij er niet alleen zijn korte broek versleten, maar ook vakantiewerk uitgevoerd. Zijn nieuwsgierigheid omtrent het vorderen van het artikel, bewees alvast dat hij zeer geïnteresseerd was, om wat meer te vernemen over de geschiedenis achter de speeltuin. Het heeft niet meer mogen zijn, de ziekte kwam eerder dan ik aan de eindmeet aan. Ik kan dus maar hopen dat andere lezers er wel wat aan hadden.

 

Voetnoten 

(1)   Brier L. : « Bokrijk, tuin van de Vlaamse Volkscultuur » Belang van Limburg 21 jan. 1962 blz. 2 

(2) Wikipedia-artikel Bokrijk en: Paul Leppens: ‘Bokrijk, van kloosterdomein tot openluchtmuseum’ (Red.: historici Rombout Nijssen en Raf Van Laere) 

Ludo Raskin: ´Inventaris van de Limburgse kastelen´ in: De Tijdspiegel vol. XXVI, 3de afl. 1971 p 15

(3) Geciteerd in: Paul Leppens: ‘Bokrijk, van kloosterdomein tot openluchtmuseum´ p. 50 

(4) Seresia P. : ´Een museum van het Limburgse landschap ? Om op doek te bewaren wat verdwijnt´  Belang van Limburg Do. 20 aug. 1953 p. 4 

(5) Dr. Martin Bussels: Een Openluchmuzeüm (sic) te Bokrijk in: De Toerist (Vlaamse Toeristenbond vzw) 16 aug. 1953 p 513-515 

(6) Brier L. : « Bokrijk, tuin van de Vlaamse Volkscultuur » Belang van Limburg 21 jan. 1962 blz. 2 

En: Genk toen Deel 2 p 43

(7) « Eerste verwezenlijkingen van openluchtmuseum te Bokrijk ingehuldigd » Belang van Limburg 8 sept. 1953 p 1

Op aanraden van Wellens werd de hoeve in spiegelbeeld opgetrokken. Dit had te maken met het zicht vanop een nabijgelegen weg op de hoeve. Indien men et gebouw in de oorspronkelijke staat zou hebben heropgebouwd was niet de mooiste facade van de hoeve vanop die weg zichtbaar zijn geweest. 

(8) Genk Toen 2 p 165

(9) Moors Pierre: ´Bokrijk – Een bestendige Limburgse expo´ Belang van Limburg 27 maart 1958 p 4 op.cit.

(10) ´Naast Openluchtmuseum werd indrukwekkend Koningin Astridpark gebouwd´ Belang van Limburg 27 maart 1958 p 1 / Moors Pierre : ´Bokrijk – Een bestendige Limburgse expo´ 27 maart 1958 p 4 / ´Kunstverlichting in opeluchtmuseum´ Belang van Limburg 11 aug. 1958

(11) ´Inbraak in kantien van speeltuin in Domein van Bokrijk´ Belang van Limburg 7 juni 1959 p 1 / ´ Inbrekers van het Provinciaal Domein te Bokrijk ontmaskerd´. "Twee Hasselaren bekenden bij ondervraging , dat ze in kantien van speeltuin voor onweer wilden schuilen" Belang van Limburg 8 juni 1959. 

(12) ´Domein en Openlchtmuseum te Bokrijk, toeristisch centrum van Limburg´ Belang van Limburg 25 maart 1965) 

(13) Technische School St. Jansberg, Maaseik: Onze schoolgeschiedenis: De speeltuin van St Jansberg bleef tot 1969 in gebruik. Hij was aan vernieuwing toe, maar dit bleek financieel niet meer haalbaar voor de school.

En: ´Henri (79) bouwde mee aan de speeltuin van Bokrijk´ (An Olaerts in Het Belang van Limburg 30-31 maart 2013)

(14) ´Rekord-opkomst in Domein Bokrijk´ Belang van Limburg Dinsdag 7 juni 1960 p 1 / ´Domein en Openlchtmuseum te Bokrijk, toeristisch centrum van Limburg´ Belang van Limburg 25 maart 1965

(15) ´Domein en Openluchtmuseum te Bokrijk, toeristisch centrum van Limburg´ Belang van Limburg 25 maart 1965

(16) ´Ezels voor het nieuwe seizoen op ons Provinciaal Domein´ Belang van Limburg Zat. 1 april 1961 p 1 & 5

(17) In het artikel ´Limburg, gegeerde gouw voor toeristen´ Belang van Limburg 7 aug. 1969 werden die plannen bekend gemaakt, dus zal de realisatie wellicht ergens begin jaren ’70 hebben plaats gevonden.

 

 
 
database afsluiten