Retroscoop - Het pronkstuk van Joseph Selis: Maison Tilquin, Meir 99 RetroScoop
 
   Architectuur
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Verrassend Modernisme van eigen bodem 2 

Het pronkstuk van Joseph Selis
Maison Tilquin, Meir 99
 

Benoit Vanhees

       

De geschiedenis van de Antwerpse producent van messen en zilveren bestekken (coutellerie / orfèvrerie) Maison Tilquin gaat terug naar 1860. Het is dan ook samen met thee- en koffieverkoper Cuperus één van de oudste zaken van de Koekenstad.

Over die vroege jaren van de zaak is weinig geweten, bij gebrek aan archiefstukken zoals facturen of zakencorrespondentie. De oprichter verleende zijn naam aan de winkel, die gedurende enkele generaties in handen van dezelfde familie zou blijven. De bloeiende familiezaak opende nog voor W0 2 twee verkooppunten op de Meir, alsook bijhuizen in Brussel, Luik, Gent en Oostende.

Op gegeven moment in de geschiedenis van de firma verscheen een nieuwe naam op de correspondentie en merchandising, die van Van Put. Het kan net zo goed zijn gegaan om een schoonzoon als om een nieuwe eigenaar die zich in de zaak inkochten. Opnieuw, bij gebrek aan archiefstukken is het vooralsnog in het duister tasten in dat verband. Wat echter wel vaststaat, is dat de laatste erfgename die de zaak eventueel had kunnen overnemen omkwam in de catastrofe van de Cinema Rex in Antwerpen. Bijna op het einde van de Tweede Wereldoorlog kreeg deze populaire uitgaansgelegenheid een voltreffer van een V-wapen te verwerken, waarbij honderden slachtoffers te betreuren vielen.

De zaak werd daarop overgenomen door Maria Machiels-Van Heste, die op 14 jaar in deze winkel was beginnen te werken. Al snel betrok ze eveneens haar echtgenoot in de bloeiende zaak. De sterke naam “Tilquin”, ondertussen uitgegroeid tot een waar begrip in Antwerpen maar ook in andere delen van het land werd door de nieuwe zaakvoerders bewaard. Zij zorgden voor een nieuw elan, frisse ideeën alsook voor een gestadige uitbreiding van het gamma aan koopwaren. 

Tot in de 1970´s reden er niet alleen auto´s maar ook trams doorheen de Meir en de Keyserlei. Het Antwerps Stadsbestuur besloot om een aantal hoofdassen van het tramsporennetwerk onder de grond te doen verdwijnen. De Metropool zou op die manier meteen ook haar eigen “metro” hebben, of toch op z´n minst een pre-metro. Deze ingrijpende plannen betekenden uiteraard het opbreken van de Meir over heel haar lengte. De werkzaamheden, die lange tijd aansleepten, veranderden de straat in een modderpoel en een hindernissenparcours die de lokale middenstand om begrijpelijke redenen zorgen baarden. 

De zaakvoerders van Tilquin bleven niet bij de pakken zitten. Ze hadden voldoende financiële reserves om elders in Antwerpen een “tijdelijke” winkel te openen. Op die manier konden ze hun geachte klanten modderbaden en klauterpartijen besparen. Dit bijkomende winkelpunt bevond zich op de hoek van de Van Breestraat en de Mechelsesteenweg. Wonderwel bouwde deze tijdelijke winkel al snel een eigen cliënteel uit. Wat oorspronkelijk dan ook bedoeld was als slechts een tijdelijk antwoord op de belangrijke openbare werken in de Meir, bleef de volgende 13 jaar een goed draaiend winkelpunt. 

Na de voltooiing van de werken in de Meir grepen op enkele jaren tijd belangrijke verschuivingen plaats. Ook de auto werd uit het straatbeeld verbannen, zodat een verkeersvrije zone ontstond. Stilletjes aan verdwenen meer en meer detailhandels en oude winkels, om plaats te maken voor populaire internationale winkelketens. De druk op de huurprijzen nam daardoor gestadig toe, maar ook het publiek dat de Meir bezocht, begon al snel te veranderen. Zo´n twintig jaar na de aanleg van de pre-metro trok men bij Tilquin zijn conclusies. De 2 winkelpunten in de Meir werden met een korte tussenpoze verlaten. Uit respect voor de stad werd hiermee gewacht tot nèt nadat Antwerpen haar jaar als Europese Cultuurstad afsloot (1993). 

Restte de “tijdelijke” winkel aan de Van Breestraat... Ondanks het succes ervan had deze locatie toch ook een aantal nadelen. Zo scheen de zon bij zomerse dagen pal in de etalage, was de ruimte wat krap en waren er soms parkeerproblemen voor de klanten. De zoon van Maria Machiels, Ghislain Machiels (1932-2011) en diens zoon Michel vonden daarop echter een ideaal pand. De nieuwe Tilquin-vestiging op de Frankrijklei had geen last van een invallende zon, bood eindelijk genoeg ruimte om de oude en nieuwe producten op een overzichtelijke manier op te stellen en bezat als klap op de vuurpijl een ruime parking die men via de Tabaksvest kan bereiken. Michel Machiels, de huidige kapitein aan boord is anno 2012 duidelijk nog steeds erg in zijn nopjes met deze locatie. 

Ondanks een aantal “machtswissels” en verhuizingen werd de sterke merknaam Tilquin steeds behouden. Opmerkelijk is wel dat ook in Brussel, meer bepaald in de Koninginnegalerij een “messenwinkel” deze naam gebruikt. Nochtans bestaat er volgens Dhr. Machiels geen verband (meer ?) tussen de uitbaters van die winkel en de zaak die hij ondertussen meer dan twintig jaar in Antwerpen runt.
 

1) De eerste vestiging op de Meir (nr 37)

Omstreeks de vroege 1920´s installeerde de Antwerpse messensmederij Maison Tilquin zich in een winkelgebouw op de Meir, dat in die tijd het huisnummer 37 droeg. Als annex aan de winkel was er ook een atelier, waar messen geassembleerd werden. De messensmederij kocht inderdaad onderdelen als handvatten aan, en plaatste door middel van een speciale machine het lemmet op de correcte manier in die handvatten. Er waren ook zilverbaden waarin men voorwerpen kon verzilveren. Dit was een vrij delicaat proces, waarbij met gevaarlijke cyaanverbindingen gewerkt werd. In het atelier kon men eveneens messen volgens de regels van de kunst slijpen, iets wat meer savoir faire veronderstelt dan veel mensen denken. 

Twee bronnen situeren die vestiging van Tilquin op de plaats waar Kruidvat later haar (eerste ?) Meir-filiaal opende. Er is enerzijds een artikel in Le Soir, dat het heeft over de teloorgang van de detailhandel ten voordele van internationale winkelketens als C&A, H&M, Zara enz. Hierin wordt het voorbeeld aangehaald van Tilquin. Volgens de journalist kon de messensmederij medio 1990´s -na meer dan 70 jaar aanwezigheid in dit gebouw- niet langer de huur van 1 miljoen Frank (25 000 Euro) voor de 300 m² winkeloppervlakte ophoesten. Het verliet daarop de dure Meir, en maakte plaats voor het Kruidvatfiliaal (1) Zoals verder zal blijken, ziet de huidige Tilquin-winkel de zaken enigszins anders als de journalist ze in zijn artikel voorstelt. 

Ook Tamara Van Hasselt situeerde de Tilquin-winkel waar zich op gegeven moment een Kruidvat-filiaal op de Meir bevond. In haar ongedateerd online-artikel maakt ze melding van gerechtelijke processen tegen Kruidvat als huurder en Gapenfo, de toenmalige eigenaar van het pand, omdat beiden ongeoorloofde aanpassingen hadden doorgevoerd aan het geklasseerde gebouw. Van Hasselt maakte evenwel haar huiswerk niet zo goed toen ze dit artikel schreef. De journaliste ging namelijk voorbij aan het feit dat Tilquin twee vestigingen op de Meir had, namelijk op het nr. 37 en nr. 99. Haar artikel, dat in feite over de vestiging op nr. 37 gaat, haalt er allerlei gegevens bij, die in werkelijkheid betrekking hebben op de Art Deco-vestiging op het nr. 99. (2)

Een beetje historisch detectivewerk volstaat ook om te ontdekken dat het Kruidvat-filiaal zich in de 1990´s elders moet bevonden hebben dan vandaag de dag. Vandaag de dag bevindt het Kruidvat-filiaal (Meir 21) zich in een flatgebouw dat meteen beelden oproept van een streng kijkende Walter Ulbricht en van vervuilende Trabantjes. Het zeer statige hoekgebouw rechts van die miskleum van jewelste was in het begin van de 20ste eeuw de Grande Taverne Roma. Indien de Tilquin-winkel zich ter hoogte van het “DDR-gebouw” zou hebben bevonden, dan lag het tussen die Grande Taverne en het thans verdwenen historische Café de l´Empereur “Fondée en 1764”.

De huizen, die ondertussen hebben plaats gemaakt voor het hier totaal misplaatste flatgebouw komen echter duidelijk niet overeen met de postkaart van de etalage. Dit is voorts consistent met een ander gegeven dat men in het artikel van Van Hasselt kan lezen. Ze schrijft immers dat de eigenaar van het Kruidvatfiliaal uit die tijd beloofd had om de oorspronkelijke staat van het gebouw zo spoedig mogelijk te herstellen, opdat het weer de “grandeur” van weleer zou verkrijgen. Om enige grandeur in dit DDR-gebouw te stampen zou men ècht wel moeten kunnen toveren... 

Neen dus... Het Tilquin-verkoopspunt en atelier moest dus wel wat verderop liggen, ergens waar het dichter bij het huidig nr. 37 zou liggen. Om die precieze ligging na te gaan zijn we in een collectie van enkele honderden postkaarten van de Meir gaan grasduinen. Al snel werd duidelijk dat de winkel in een deel van de ooit zo statige Meir moet hebben gelegen, dat niet al te veel werd afgebeeld op postkaarten. Het meeste beeldmateriaal toont vooral de uiteinden van de winkelstraat. Niettemin, na lang zoeken stootten we uiteindelijk toch op een afbeelding, waarop de winkel van Tilquin op de Meir goed te zien is. Het gaat om een afbeelding uit omstreeks 1900.


Zone A toont de huidige ligging van de Kruidvat-winkel, zone B waar
Kruidvat en daarvoor Tilquin gevestigd waren. Het woon- en handelsblok
C onderging in het interbellum belangrijke wijzigingen (zie verder)


Hoewel niet heel goed leesbaar ziet men
op het donkere naambord de naam Tilquin
Dit is duidelijk niet het huis met 5 traveeën
op de plek waar thans de Kruidvat gevestigd is
 

Welk huisnummer die eerste vestiging in deze buurt had, hebben we niet kunnen achterhalen. Feit is dat deze handelspanden en huizen ergens in de vroege 20ste eeuw werden afgebroken, om plaats te maken voor een Innovation. Ook het huis op de hoek van de Meir en de Gramayestraat moest eraan geloven, en werd vervangen door het fraaie huis met een klein torentje dat men er nu nog kan zien.

 

De Innovation verhuisde later naar de voormalige grote winkel van Tietz, die door de Overheid onder sekwester geplaatst was geworden. In het gebouw dat de Inno verlaten had trokken andere winkels, o.a. (een Grands Magasins de) la Bourse, tot ook dit gebouw werd afgebroken. Het mooie gebouw stond ongeveer waar nu het (niet echt mooie) pand van de Hema gevestigd is. De eerste winkel van Tilquin moet tussen de Hema-vestiging en het eerder aangehaalde hoekhuis hebben gelegen.

We nemen aan dat het huurcontract van Tilquin afgelopen was of onderbroken is geworden, om al die ingrijpende veranderingen aan dit woon- en handelsblok te kunnen uitvoeren.

De zaak schoof vervolgens enkele huizen in de richting van de Lange Klarenstraat op. We vermoeden dat dit het gebouw was met straatnummer 37, waarvoor er tot in de 1940´s nog reclame voor gemaakt werd.


Op deze postkaart zien we onder het cijfer (1) de nieuwe vestiging van
Tilquin, (2) geeft de ligging van de Lange Klarenstraat aan. De eerdere
vestiging lag twee drie huizen meer naar links dan het pand met het open
raam uiterst links op deze postkaart. Op de achtergrond de trotse toren van
het grootwarenhuis van Leonhard Tietz, de latere Innovation

Van die winkel op het nummer 37 bestaat een interessante postkaart, die een goed idee geeft van hoe de etalage eruit zag. 

 

 

2) De opening van een 2de vestiging op de Meir
(nr. 99)

De grote naam op het gebied van tafelsierkunst kende duidelijk gouden jaren in het interbellum. Het eerste pand bleek in de vroege 1930´s dan ook uit zijn voegen te barsten. Bij Tilquin besloot men dan ook, dat het hoog tijd was om een bijkomende locatie te zoeken, waarom niet ook op de Meir.

Het mocht gerust iets indrukwekkend zijn, gemakkelijk herkenbaar en bereikbaar, een winkel met veel uitstraling. Deze overwegingen leidden de toenmalige zaakvoerders uiteindelijk naar een andere toplocatie, vlak tegenover de Stadsfeestzaal. Op een smal maar diep bouwperceel kwam daar een voor de Meir hoogst ongewone constructie tot stand, ontworpen door Joseph Selis. Ongewoon, in die zin dat Sels een vrij sober modernistisch gebouw met een Art Deco inslag voorstelde, daar waar de Meir bulkte van de eclectische gebouwen in allerlei “neo-stijlen”. Neo-gothiek, neo-renaissance, neo-barok, de Meir bezat tal van winkelpanden die konden rivaliseren met tal van gebouwen in Brussel, Parijs of zelfs St Petersburg.

   

Het ontwerp van Selis was dan ook een zeer opmerkelijke vreemde eend in de bijt, een ontwerp dat niettemin door het Stadsbestuur werd goedgekeurd. In welke mate Selis precieze instructies voor zijn ontwerp van zijn opdrachtgevers kreeg is ons niet duidelijk. Het is ons evenmin duidelijk of de opdrachtgevers de zaakvoerders van Tilquin waren, of privé-investeerders. 

Hoe dan ook, Selis kwam af met een echt wel apart gebouw, dat ondanks zijn vooruitstrevend karakter niet al te zeer vloekte met de omgeving. Het skelet bestond uit gewapend beton, de voorgevel uit sierbeton. De al bij al zeer eenvoudige lijnen die kenmerkend zijn voor de Nieuwe Zakelijkheid werden door de ontwerper op een best wel subtiele manier getemperd door een vleugje Art Deco, een koffielepeltje Style Bateau en een effectvol snuifje Modernisme.

    

Het meest opvallend daarbij is het gebruik van vensters waarvan de zijkanten lichtjes zijn afgerond en een verticaal geplaatste halve zuil van Zweeds graniet, die de drie verdiepingen van het gebouw in twee helften verdeelt.

In de meest radicale ontwerpen van de Nieuwe Zakelijkheid zouden zo´n “frivoliteiten” ontbreken. Ze horen dan ook eerder thuis in de trukkendoos van het Modernisme. De bekroning van deze zuil, die wat boven het plat dak uitsteekt voegt dan weer een snuifje Art Deco aan het geheel toe. Dit sierblok is op zijn beurt afgewerkt met een vlaggenmast. Aan de achterzijde van het gebouw zijn ruime, half ronde terrassen. Deze, samen met de vlaggestok aan de voorgevel doen dan weer erg "maritiem" aan...

Selis ontwierp eveneens de interieurdecoratie van de messenwinkel, sierlijke toonbanken en wandkasten die gelukkig intact bewaard bleven. Ook de meubels in de appartementen boven de winkel waren van zijn hand. Deze werden gerealiseerd in zijn "Atelier d’ameublement d’art".

In feite beslaat de winkelruimte anderhalve verdieping. Een beetje zoals in een operagebouw bevinden zich langs drie zijden van de parterre een smal “balkon”. Over heel de lengte van de wand waren smalle maar hoge vitrinekasten opgesteld, waarin koopwaren in tentoongesteld werden. Men kon dit “balkon” bereiken via een trap achteraan de zaak. Of deze opstelling bijzonder efficiënt was is voor discussie vatbaar. De ruimte die de klanten en verkopers op het balkon hadden was zeer smal, en de balustrade was nogal laag geplaatst, om het zicht van de begane grond naar de wandkasten zo weinig mogelijk te verhinderen. In totaal is er een winkeloppervlakte van 384 m².

Het wat zonderlinge gebouw van Selis had nog een ander minpunt. Boven de winkel bevonden zich drie flats, ondermeer bewoond door de uitbaters van de winkel. Omdat het bouwperceel echter zo smal was, heeft de architect naar oplossingen moeten zoeken om deze appartementen toegankelijk te maken, die hij ongetwijfeld zelf niet al te best zal hebben gevonden. 

Ondanks deze minpunten werd zijn ontwerp exact vijftig jaar na de bouw een Beschermd Monument. Zijn ontwerp met Art Deco-inslag is dan ook wel een unicum op de Meir. Voor investeerders in immo is zo´n klassering ter zelfde tijd een zegen en een vloek. Een zegen in die zin, dat men voor renovatiewerkzaamheden subsidies kan aanvragen, maar ook een vloek, omdat men die renovaties niet zonder overleg met de Dienst Monumenten en Landschappen mag uitvoeren. Over het algemeen zijn geklasseerde gebouwen dan ook minder “waard” voor investeerders dan niet-geklasseerde. In deze laatste kunnen huurders immers grotendeels naar hartenlust bouwen en verbouwen zoals het hen het beste uitkomt. (3)

Het ongewone gebouw kwam in 1996 in handen van de bevak Intervest Retail, die het sedert 2003 aan de kledingwinkel Massimo Dutti verhuurt. Het gebouw onderging in 2002-2004 een doorgedreven opknapbeurt, in samenspraak met de Dienst Monumenten en Landschappen. Op de website van interieurarchitect Jan Goderis, onder wiens leiding de opknapbeurt plaats vond, vonden we deze interessante foto van het meubilair, die meteen een heel goed idee geeft van het meubilair in edelhout, ontworpen door Selis.


Foto collectie Jan Goderis &
Architectenbureau DMT (Driesen, Meersman, Thomaes)

Goderis omschreef ons zelf in een e-mail als volgt de werken die hij heeft uitgevoerd:

"De huidige winkel (werd) vergroot, daarom zijn enkele kopieën van het vast meubilair gemaakt. Als ontwerper hebben we ook gezocht naar een oplossing om ruimte te creëren voor een invulling van de diverse handelszaken, Massimo dutti was hiervoor een dankbare huurder."

De opdrachtgever voor wie hij deze werkzaamheden heeft uitgevoerd is het architectenbureau Driesen-Meersman-Thomaes, beter bekend onder de afkorting DMT. 

Laat het gerust een zeer subjectieve uitspraak zijn, maar volgens ons realiseerde Selis met de Tilquin winkel op de Meir 99 in 1933 de absolute topper van zijn carrière.
 

3) Een kleine winkelketen 

In het interbellum gingen de zaken van Tilquin blijkbaar zo goed, dat het Antwerpse hoofdhuis ook in andere steden bijhuizen kon openen. Zo waren er winkels in:

– Gent: Veldstraat 11 (ten minste tot in de 1950´s)
– Oostende: Kapelstraat 42 (ten minste tot in de 1950´s)
– Luik: Rue de la Cathédrale 94 (ten minste tot in de 1950´s)
– Brussel: Louizagalerij 33 (ten minste tot in de 1950´s)


Wellicht de winkel in de Veldstraat in Gent


De vestiging in Oostende


Vooralsnog werd geen informatie gevonden over het precieze oprichtingsjaar van deze winkels, noch over het jaar van sluiting.

Zoals eerder vermeld bestaat er anno 2012 nog steeds een Tilquin in Brussel, meer bepaald in de Koninginnegalerij. Volgens Michel Machiels, zaakvoerder van de Antwerpse winkel aan de Frankrijklei is er evenwel geen verband (meer ?) tussen de twee gelijknamige winkels, ondanks gelijkenissen in het productengamma.

 

4) Het productengamma

 

Een aantal reclames, ondermeer op de achterkant van postkaarten leren ons meer over het assortiment aan koopwaren die men bij Tilquin verkocht. Ook de foto´s van de etalages zelf leren wel het één en het ander. Het Tilquin-gamma omvatte bijvoorbeeld 

– bestekken, ondermeer van hun eigen merk Blanco (“le couvert de qualité”). Deze bestekken waren ofwel in zilver of inox. Op de achterzijde van een postkaart van de firma vonden we een handgeschreven boodschap, die nog extra informatie verschaft. “mokalepels Lod. XV” en “25 jaar garantie in ´t gebruik”.

– zakmessen, bv. de bekende Zwitserse combi-messen met hun lemmeten van verschillende grootte, hun kurkentrekker, nagelvijl enz.

– scheergerief allerhande: alles om zich nat te scheren, zoals scheermesjes, scheerkwasten, barbiersscheermessen enz. Op ten minste 2 foto´s van de etalages kan men reclameaffiches voor het merk Allegro aan de deur zien hangen.

– siervoorwerpen in tin, kristal en porselein, zoals fruitschalen, schotels, glazen... 

De winkel werd aangedaan door heel wat koppels die gingen trouwen, doorgaans begeleid door de ouders of schoonouders. Een andere zeer bekende naam in Antwerpen op dat vlak was en is nog steeds Mathot Vanhoffelen. Naast huwelijkslijsten was de winkel ook gespecialiseerd in kleine geschenken voor bij doopsels en communies. Men kan er ook nog steeds messen laten bijslijpen, graveren enz. 

Vandaag de dag treft men in de winkel aan de Frankrijklei niet alleen sierlijke kristallen voorwerpen van Lalique aan, maar bv. ook kleurige theepotten, setjes van kopjes en schoteltjes, glazen allerhande enz. De huidige zaakvoerder heeft er resoluut voor gekozen om niet te verwijzen naar het rijk verleden van ondertussen meer dan 150 jaar. Geen uitvergrote foto´s van de oprichter of van de eerste winkel dus aan de wand achter de kassa. De winkel -die als topprioriteit nog steeds een stevige vertrouwensrelatie met haar cliënteel beschouwt- wil resoluut de blik op de toekomst richten. Dit gebeurt evenwel zonder in de andere extremen te vervallen, zoals een website met schreeuwerige kleuren of luide muziek die je trommelvliezen meer trillingen bezorgen dan een mens op een normale week moet verwerken. En ondanks de crisis kende de zaak in 2011 een heus topjaar.

Oprichter Tilquin zal in 1860 wellicht nooit gedacht hebben, dat zijn naam tot in de 21ste eeuw nog steeds zo verbonden zou zijn met het elegante domein van de tafelsierkunst.... 

  

Voetnoten 

Onze oprechte dank aan dhr. Michel Machiels, zaakvoerder van de Tilquinwinkel aan de Frankrijklei, die ondanks een drukke agenda de tijd vond om ons een kort interview toe te staan. Volgens hem werd er geen archief van de (historische) firma Tilquin bewaard.

Wie graag op dit artikel wil reageren, voor aanvullingen of extra beeldmateriaal kan zorgen, kan ons bereiken via info@retroscoop.com.

(1) Serge Kalisz: Commerces à remettre Le Soir 21 april 1995

(2) Tamara Van Hasselt: Aanpassing van geklasseerde Tilquinwinkel kan niet door de beugel Ongedateerd

(3) Property Talk 

 

 

 
 
database afsluiten