Retroscoop - Het De Smet de Naeyer-bruggencomplex in Oostende RetroScoop
 
   Architectuur
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Het De Smet de Naeyer-
bruggencomplex in Oostende

Benoit Vanhees
Versie 1 / nov. 2014

 

Inleiding 

Voor één keer zou deze rubriek wellicht beter “Constructie van de week” genoemd hebben. Ditmaal is het immers de beurt aan een decoratief bruggencomplex in Oostend om zich 7 dagen in de weldadige stralenkrans van Retroscoop´s “spotlicht op het verleden” te nestelen. De architecturale vedette die we dit maal selecteerden werd genoemd naar politicus, industrieel en zakenman graaf Paul de Smet de Naeyer (1843-1913).

 

Deze om en bij de 200 m lange constructie past naadloos in de traditie uit de Belle Epoque om een “monumentale architectuurstijl” zelfs op praktische dingen als bruggen toe te passen. Enkele ander voorbeelden die perfect in dit rijtje passen zijn de Pont de Fragnée te Luik (gebouwd n.a.v. de Universele Tentoonstelling aldaar in 1905) of de spoorwegbrug van de Jubileumlaan te Molenbeek. 

Wie al ooit naar de voormalige koningin der badsteden spoorde is al onder deze constructie gereden zijn, wellicht zonder er ook acht op te slaan. Met de zilte, jodiumhoudende zeelucht al bijna in de neusvleugels, wie gaat zich nu bekommeren om een meer dan 100 jarig bruggencomplex ? Te meer daar ook hier de jaren zeker hun tol hebben geëist. Zoals zo vele tijdsgenoten is ook deze ooit zo charmante site op 300 m van het Kaaistation niets meer dan een bleke afspiegeling van wat het ooit was. Toch is het zelfs nu nog best wel een ommetje waard. 

Hoog tijd om de aandacht van het retro-minnend publiek te vestigen op een vreemd genoeg veel te miskende parel.

 

1) Een bruggencomplex onder de loep genomen 


(1) Draaibrug of Leeuwenbrug (2) Spoorwegbrug (3) Tussenstuk met dubbel trap (4) Vaste waterbrug of Engelenbrug over het Kanaal naar Brugge (5) tussenstuk (6) kleinere brug over slachthuiskaai met 4 kruiken

Omwille van zijn controversiële Afrika-politiek is Leopold II wellicht de meest verguisde vorst die ons land telt, op de voet gevolgd door Leopold III. Dezelfde bebaarde koning leverde echter zonder twijfel ook zoals geen andere enorme inspanningen om zijn koninkrijkje meer internationale prestige te verschaffen. Hij deed dit ondermeer door consequent en gedreven monumentale bouwstijlen te promoten. Vooral op plaatsen waar de buitenlandse elite graag neerstreek, liet de dadendrang van de vorst zich moeilijk intomen. Niet altijd tot grote tevredenheid van lokale politici, overigens. Leopold II leek zich vaak tot in detail met zijn lievelingsprojecten te willen bezighouden. Achter zijn rug viel zo nu en dan ook eerder het woord “bemoeien”. De energieke vorst was niet alleen erg begaan met de uitstraling van “zijn” hoofdstad. Ook bv. in het kuuroord Spa of aan de Belgische Kust was hij niet weg te slaan. Zijn precieze inkomsten uit Kongo Vrijstaat -tot aan zijn dood in feite zijn privébezit- werden nooit echt volledig in kaart gebracht. Dat ze omvangrijk genoeg waren om allerlei toparchitecten aan te trekken en grootse investeringen te maken, staat echter buiten kijf. Aangevuld met belastinggeld en geld van lokale besturen leidde dit tot heel wat toonaangevende openbare verfraaiingswerken. 

Leopold II zag wat de Belgische kust betreft best wel mogelijkheden om de collectie relatief kleine vissersdorpen en havenstadjes in te schakelen in een nieuwe bedrijfstak, die van het toerisme. Om dit te kunnen realiseren, dienden niet alleen voor vlotte verbindingen per boot en per spoor naar dit landsgedeelte gerealiseerd te worden. Het was ook nodig om de verschillende kustplaatsjes met elkaar te verbinden, om op die manier heel het kustgebied te ontsluiten. Dit idee vormt de basis voor de aanleg van een “Koninklijke Baan” aan de Belgische kust. Het De Smet de Naeyer-bruggencomplex in het verlengde van de Graaf De Smet de Naeyerlaan vormde een prestigieus onderdeel van deze ontsluitingsweg. 


Boven: de zeehaven van Oostende en de ligging van het De Smet de Naeyer-bruggencomplex. Onder: een postkaart toont trots 2 nieuwe aanwinsten
van de kuststad

Ter zelfde tijd als deze ontsluiting gerealiseerd zou worden, werd ook heel wat geld gepompt in de uitbreiding van de haven van Oostende. De kuststad kreeg ter zelfde tijd ook een grote nieuwe kerk. Postkaarten uit die periode tonen trots een multiview met zowel fotootjes van het nieuwe bruggencomplex als van de nieuwe kerk. 

Uit welke delen was het nieuwe viaduct, dat naar de toenmalige Belgische premier en Minister van Openbare Werken genoemd zou worden nu samengesteld ? We laten de diverse onderdelen van de site hier de revue passeren, met aandacht voor de opvallendste details. 

 

a) metalen draaibrug (“Leeuwenbrug”)

 

Hoewel de metalen draaibrug niet beschouwd wordt als een eigenlijk onderdeel van het bruggencomplex, is het moeilijk om hem als een volledig losstaand architecturaal element te zien. Deze draaibrug ligt immers volledig in het verlengde van eigenlijke met natuur- en baksteen afgewerkte constructies. Hij sluit er dus naadloos op aan, en lijkt integraal deel uit te maken van het samengestelde viaduct.

De Leeuwenbrug zoals hij ook wel in de volksmond genoemd werd, werd gerealiseerd tussen 1902-1903. Hij overbrugt het uiteinde van de zeesluis Demey, waarvan de eerste steenlegging terugging naar 1898. Deze zeesluis leidt naar het Vlotdok en vandaar naar het Houtdok. Aan het andere uiteinde van deze sluis staat trouwens de tweelingbroer van de Leeuwenbrug. (1)
De draaibrug heeft een lengte van 60 m, en pivoteert ter hoogte van zijn middenas.

Eén postkaart toont een stenen leeuw die de toegang tot de brug symbolisch lijkt te bewaken. Dit stenen roofdier duikt evenwel op geen andere postkaarten van de brug op. Een andere postkaart toont dan weer zo´n leeuw langs de Demeysluis. Zijn bijnaam lijkt de draaibrug dan ook aan vier andere exemplaren van de koning der dieren te danken te hebben. Deze bronzen exemplaren stonden opgesteld op een voetstuk, bevestigd op de top van 4 hoge vierkante zuilen. Twee van de al bij al kleine leeuwen stonden in een hoek van ongeveer 45 ° ten opzichte van de Slijkense Steenweg opgesteld. Twee andere keken in een gelijkaardige hoek vanop het andere uiteinde van de draaibrug. De vier leeuwenhoofden speurden dus woest de vier  windstreken rond de brug af, op zoek naar mogelijk onraad.

Een andere interessante decoratie betreft de koninklijke (?) kroontjes die op gegeven moment op de middenas van de brug bevestigd werden. Wanneer dit precies gebeurde, of wat de aanleiding voor deze versiering precies was, werd voorlopig niet achterhaald. Dateren ze bv. uit het jaar dat het wat verderop gelegen nieuwe bruggencomplex door de Koning werd ingehuldigd (1905) ? Gebeurde dit misschien in het jaar dat Leopold II overleed (1908) ? Feit is dat er verschillende postkaarten bestaan die deze draaibrug mèt en zonder kroontjes toont.

Op sommige sommige postkaarten is nog een ander detail te zien: een bordje aan de ingang, waarop “Au pas / Op stap” staat te lezen. Ook hier weer hebben we het raden naar de exacte betekenis. Sloeg het op een maximum snelheid die toegelaten was op deze draaibrug, die zowel voor voetgangers, fietsers, auto´s als blijkbaar ook voor trams ? 

Een ander element aan de inkom was een beweegbaar signaal, met een vorm halfweg tussen die van een pingpongraket en een lekstok. Door dit roostervormig bord naar boven of naar beneden te bewegen kon wellicht aangegeven worden of het veilig was om de brug over te steken of niet. Aangezien het om een draaibrug ging, had dit uiteraard zo zijn belang... Misschien ging het draaien ook toen al gepaard met een belsignaal of één of ander lichteffect. Toch laat de wat vreemde positie van het teken nog ruimte voor andere interpretaties.

Van zodra de tramlijn geëlektrificeerd werd, zorgde dit ter hoogte van de beweegbare brug voor een technisch te overbruggen moeilijkheid. Opdat de brug zou kunnen draaien, moest de elektrische bovenleiding op dit mobiele deel immers tijdelijk losgekoppeld te worden. Eens het brugdek weer toegankelijk werd voor het wegverkeer, diende de omgekeerde oefening te worden uitgevoerd, opdat de tram de brug op zou kunnen rijden. Postkaarten tonen dan ook dat er ter hoogte van de brugeinden twee elektriciteitspalen vlak naast twee op het vasteland geplaatst werden. Hoe de los- en terugkoppeling precies in zijn werking ging, zou nog uitgeklaard moeten worden. Was dit bijvoorbeeld de taak van een “wattman” aan boord van de tram,  of werd die rol vervuld door een personeelslid die de toegang tot de brug controleerde ? (cf “wachthuisje” rechts) Mogelijk kunnen tramspecialisten Retroscoop het juiste antwoord verschaffen. Noteren we ten slotte nog dat aan weerszijden van de Leeuwenbrug een enkele stenen trap het bovendek met de voet verbond.

De originele draaibrug werd tijdens WO 2 onherstelbaar verwoest. In 1951 kwam er dan een nieuw exemplaar, dat al bij al erg op zijn voorganger leek.

 

b) Spoorwegbrug 


Alban Chambon en zijn familie

Met de bouw van de eigenlijke De Smet de Naeyerbruggen werd meteen na de realisatie van de draaibrug begonnen. Het samengestelde viaduct is een ontwerp van de Franse architect Alban Chambon. Trouwe Retroscooplezers herinneren zich ongetwijfeld de man, die ondermeer ook de interieurs van Hotel Metropole in Brussel en van het vernieuwde Kursaal van Oostende op zijn palmares heeft staan.

De grootse werken duurden uiteindelijk van 1903 tot 1905. Er bestaan verschillende postkaarten die dateren uit de periode dat de site in feite nog een werf was. Men ziet er diverse onderdelen op, die nog in de steigers stonden, die nog afgewerkt werden.


Boven: de ligging van de twee stations, daaronder het station Oostende Stad, vervolgens de twee stations op 1 kiekje en een belangrijke bezoeker in de badstad 

De spoorwegbrug werd gebouwd op een moment dat het huidige eindstation van Oostende (Oostende zeekaai of Maritiem) nog niet bestond. De bouw van dit terminusstation werd pas vanaf 1910 opgestart. Mensen die toen per trein naar Oostende spoorden kwamen ten tijde van de bouw van het De Smet de Naeyer bruggencomplex aan in het oudere station, dat “Oostende Stad” noemde. Dit station werd gebouwd tussen 1879 en 1882, en lag al bij al niet eens zo heel ver van waar het nieuwe zou verrijzen. Er bestaan dan ook postkaarten waarop beide gebouwen te zien zijn. Dit oude station kreeg evenwel verschillende rake klappen tijdens WO 2 te verduren, en werd uiteindelijk in 1956 afgebroken. (2)


Een prachtige oude stoomloc doet even de lelijke bovenleidingen
van de elektrische treinen vergeten..

Terug nu naar ons fameus bruggencomplex. De onderbouw van de spoorwegbrug bestaat uit U-vormige gietijzeren stukken. De bovenbouw werd omzoomd door vier monumentale stenen pylonen met een deels concave top. Deze pylonen lopen door tot de pijlers van de brug. Elke pyloon is aan de twee zijden die loodrecht op het “brugdek” staan versierd met telkens twee grote zuilen.

Een reclamepostkaartje leert ons dat deze geleverd werden door de International Granite Co. van Ed. de Patoul uit Brussel. De in totaal 4 x4 = 16 zuilen waren gemaakt uit roze Schotse graniet (Granite Rose d´Ecosse). Als we de informatie op de reclamekaart correct interpreteren,  hebben deze zuilen een hoogte van 3,5 m. Bovenop die twee zuilen kwam nog een deksteen. Bij de ingebruikname van de brug in 1905 stonden op die dekstenen nog eens 4 bronzen beelden van rondborstige vrouwen in een strijdvaardige positie. De concave top van de pylonen leken een beetje op een stenen stolp, net achter deze beelden opgesteld. (3) 

  

  

Aan de twee andere zijden van de pylonen, deze die evenwijdig lopen met het “brugdek” zijn de gebeeldhouwde voorkant van stoomtreinen te zien. Het is net alsof deze puffende machines zich uit de pyloon proberen los te rukken, om zich vervolgens naar hun bestemming te begeven, richting station of binnenland. (Met meer dan een eeuw vertraging...) De pylonen worden met elkaar verbonden door sierlijk golvende brugleuningen. 

Net achter deze brug is er een aftakking van de weg naar links, richting Station van Oostende. Het is langs deze zijweg dat de trams de spoorwegbrug van het De Smet de Naeyercomplex opreden.(Google Maps maakt niet helemaal duidelijk of ook dit deel van deze weg een onderdeel vormt van de Vrijhavenstraat)

 

c) vaste waterbrug (“Engelenbrug”) 

Het tweede deel van dit complex was een vaste waterbrug, die een vandaag de dag gedempt afvoerkanaal van of naar Brugge overspande. Een verbindings-stuk bestaande uit tweemaal 4 spanbogen zorgt voor de link tussen de Engelenbrug en de spoorwegbrug. Aan de overzijde van de straat werd een dubbele trap in de vorm van een “^” voorzien, die toelaat zich van het brugdek naar de smalle strook land tussen het afvoerkanaal en de spoorwegen te begeven.


het tussenstuk met de 2X4 spanbogen en de dubbele trap

De grote ronde boog over een toen nog bestand afvoerkanaal was gebouwd uit sierlijk gedecoreerd gietijzer met de bolle hoedjes van de klinknagels goed zichtbaar.

Opvallend waren de vier hoge natuurstenen brugpijlers. Daar waar in de pijlers van de spoorwegbrug de gebeeldhouwde voorkant van stoomtreinen toonde, waren op deze van de vaste waterbrug de gebeeldhouwde voorstevens van schepen te zien, naast schelpmotieven. Ze werden bekroond door opvallende bronzen engelenbeelden (ontworpen door Julien Dillens en Karel De Kesel). De gevleugelde dames houden in de ene hand een krans vast, in de andere een bazuin. Lichtjes voorovergebogen lieten ze hun riante boezem bewonderen. Hielden sommige commentatoren het dan ook deftig op “Engelenbrug”, dan leidden de aanwezigheid van de rondborstige dames in de “volksmond” al vlug tot de minder vrome spotnaam “Tettenbrug”.

Nog maar goed dat de beelden erg hoog opgesteld stonden. Men had er zich anders zeker aan kunnen verwachten dat de kunstwerken al gauw het mikpunt van allerlei dronkemansfratsen zijn uitgegroeid.... en tot wie weet welk ander soort ongewenst bezoek zouden hebben geleid... 

Ook de spirituele vader van het project, Leopold II werd niet over het hoofd gezien door de ontwerpers. Zijn monogram siert dan ook dit onderdeel van het complex. 


Boven: stellingen tijdens de plaatsing van de bronzen herinneringsplakkaten

Het loonde ook de moeite om eens te gaan kijken naar de sokkels van deze brug. Aan de noordelijke kant (kant van het huidige station) bevonden zich in die tijd twee bas-reliëfs”, die thema´s uit de scheepvaart uitbeelden. Ze waren een ontwerp van K. De Kesel. Het jaartal “1903” verwees naar de eerstesteenlegging, terwijl “1905” naar de inhuldiging refereerde. Op de pylonen aan de andere zijde van de brug hadden de initiatiefnemers bronzen plaketten laten aanbrengen, die naar de inhuldigingsceremonie verwezen. 

Vandaag de dag is het afvoerkanaal van weleer gedempt. Het werd vervangen door een zoveelste autoparking en een toegangsweg tot deze. Tot onder de sierlijke brug staan dan ook auto´s te opdringerig te rivaliseren op het vlak van aankoopprijs en saaiste tint... 

Alvorens men deze hemelse brug opreed, kwam men nog eerst over een kleinere overkapping terecht, waarvan het begin en einde met een soort stenen kruiken werd afgebakend. Hierop kan men een grijnzend hoofd van een soort zeemonster op zien. Het VIOE archief omschrijft dit als een brug op I-profielen, die ooit de Slachthuiskaai overspande. (4)

 

2) Meer dan zo maar bruggen 

De brug werd plechtig ingehuldigd in het bijzijn van Leopold II en Graaf de Smet de Naeyer. Deze was tussen 1899 en 1907 niet alleen premier, maar ook Minister van Financiën en Openbare Werken. Een man met macht en aanzien dus... 


Nog voor het autoverkeer sterk was toegenomen werden de kinderkopjes
blijkbaar door een asfaltlaag vervangen. Dat moet na WO 1 zijn geweest,
omdat 
men nog kinderkopjes ziet op een foto van 1914, wanneer Britse
troepen de brug overstaken

Deze fraaie site was in feite zoveel meer dan louter een stel bruggen. Het was een artistiek geheel, bijna een openluchtmuseum. Er waren bronzen beelden, beeldhouwwerken gekapt in steen, zuilen in graniet...  Ook de tweearmige verlichtingspalen bekroond met een vreemde “staf” en de elegante brugleuningen bijvoorbeeld voegden stuk voor stuk extra “cachet” aan dit sublieme bouwwerk toe. Een uiterst indrukwekkende toegangspoort tot de kuststad in volle bloei... Gedurende enkele jaren van het Belle Epoque-tijdperk kon deze nieuwe aanwinst zich dan ook verheugen in veel enthousiaste “oh´s” en bewonderende “ah´s” van talloze bezoekers. Lang kon het bouwwerk echter niet van deze vedettestatus genieten...

  

3) Teloorgang van een site 

Aan de hoogdagen van deze artistieke site kwam tijdens WO 1 een einde. De Duitse bezetter liet immers op gegeven moment zijn lodderig en hebberig oog vallen op de bronzen versieringen. De pinhelmen hadden dringend nood aan meer en nieuwe kanonnen en projectielen. Dat betekende echter meer brons en koper, producten die ondertussen erg schaars geworden waren in de Heimat. Vandaar dat kerkklokken en frivole beelden uit de bezette gebieden eraan moesten geloven. Zonder pardon legden de vervloekte “Pruisen” in Oostende zo ondermeer de hand op 


De verdwenen engelen... Eén van de weinige postkaarten van na WO 1 van
het kaalgeplukte bruggencomplex..

– de bronzen engelen (“Engelenbrug”)
– de bas-reliëfs van De Kesel met scheepvaart als thema (“Engelenbrug”)
– de bronzen leeuwen op de “Leeuwenbrug”
 

Naar verluidt was de bezetter niet helemaal consequent in zijn rooftocht. Zo lieten de Duitse troepen blijkbaar de inhuldigingsplaketten op de Engelenbrug wel met rust. (?) Niettemin was het geheel nu als een goudfazant waarvan de sierlijke staart was gekortwiekt. Tijdens WO 1 werden ook de spoorwegen die naar het nabijgelegen station leidden blijkbaar ernstig beschadigd. 

Na het einde van WO 1 werd door een aantal lokale politici overwogen om nieuwe bronzen beelden op de brug te plaatsen. Uiteindelijk kwam er niets in huis van dat fraaie plan. Wel kwam er in de buurt van het bruggencomplex een oorlogsmonument ter ere van het Britse schip HMS Vindictive. Dit verouderde Britse oorlogsschip nam in 1918 deel aan een raid op Zeebrugge. In hetzelfde jaar werd het bewust tot zinken gebracht voor de haven van Oostende. Na WO 1 werd het wrak weer gelicht en ontmanteld. De voorsteven van het schip werd echter behouden, en werd   als monument nabij het bruggencomplex De Smet de Naeyer dienst te doen. 

Tijdens WO 2 een nieuwe slag. Ditmaal werd de oorspronkelijke metalen draaibrug volledig verwoest. Begin jaren ´50 werd hij vervangen door een nieuw exemplaar, dat min of meer in dezelfde stijl gebouwd werd.

Postkaartenuitgevers lijken zich na WO 1 niet meer bijster veel te hebben geïnteresseerd voor dit paradepaardje uit de renstal van Leopold II. Werden er voor de Groote Oorlog nog ettelijke tientallen postkaarten aan dit viaduct gewijd, dan lijkt het complete windstilte erna. De aandacht verplaatste zich volledig naar hetgeen zich op en rond het strand afspeelde. Het pronkerige viaduct  werd voor de uitgevers -letterlijk dan- een brug te ver. 

In de 1970´s was er blijkbaar een kortstondige heropflakkering van de belangstelling voor de site. Dit leidde in 1981 tot de officiële klassering als Beschermd Monument (K.B. 22 sept 1981) Dit statuut beschermde weliswaar de site tegen afbraak, maar leidde niet meteen tot een groots “masterplan” zoals men nu zou zeggen om deze zonderlinge overgangszone weer wat aantrekkelijker te maken. 

In 2002 volgde dan de beslissing om de brug niet langer toegankelijk te maken voor het doorgaand verkeer. Enkel bussen en trams zouden nog via deze site kunnen rijden. De argumentatie achter deze maatregel was dat het toenemend autoverkeer te hinderlijk was geworden voor het stadscentrum. Een gelukkig neveneffect hiervan was dat de vroegere relatieve rust op het bruggencomplex weerkeerde. Dit laat thans toe om de overgebleven decoraties die de ontwerper kwistig als rozijntjes in een overheerlijke kramiek had rondgestrooid op je gemak te gaan bewonderen. Het één en het ander werd echter ook weer getemperd. De lelijke elektrische leidingen van de NMBS-zone onder het viaduct zal men er bv. wel bij moeten nemen. Maar was het nu echt nodig om een deel van de site in gebruik te nemen als randparking ? En het lelijke spinnenweb aan bovenleidingen voor de trams is ook niet meteen esthetisch gezien iets die de arme Alban Chambon zou hebben toegejuicht. Wie dus mooie foto´s van de site wil nemen, moet vandaag 184 hoeken en richtingen uitproberen, om al te storende elementen op de achtergrond zoveel mogelijk te weren.

Het zou onjuist zijn om te stellen dat het complex nu staat te verloederen. Er werd bijvoorbeeld wel degelijk geïnvesteerd in een nieuwe bovenlaag. Ook werd de metalen draaibrug in 2013 grondig onder handen genomen, en kreeg deze een nieuwe verflaag. De omgeving is echter vrij deprimerend en chaotisch, dat is wel het woord. Het spreekt dus voor zich, dat het ooit zo trots paradepaardje thans niet veel meer is dan een nostalgisch oud hoefdier op een weinig aanlokkelijke wei, weemoedig mijmerend over die blitse dagen van weleer...


Slotopmerking: Dit artikel is nog maar een eerste versie. Zoals steeds op deze website: iedereen die aanvullingen of correcties kan verschaffen die naar de geringste verbetering van dit artikel kan leiden, worden vriendelijk verzocht en uitgenodigd om contact op te nemen via info@retroscoop.com. Tal van vraagtekens blijven inderdaad nog schommelend aan de sierlijke leuningen van dit bruggencomplex haken. Wat stelden de vier beelden op de spoorwegbrug precies voor, hoe werkte de los- en weer vastkoppeling van de bovenleiding van de tram op de draaibrug om deze maar op te sommen...
 

 

Voetnoten en opmerkingen 

(1) Omdat de werken aan de haven van Oostende hier echter niet het eigenlijke onderwerp zijn, staan we hier niet verder bij stil. De auteur van het Wikipedia-artikel over deze brug vergist zich dus echter als hij/zij schrijft:

“de bronzen leeuwen van Jules Lagae die de spoorwegbrug versierden, werden in de Eerste Wereldoorlog door de bezetter weggenomen om ze te om te smelten tot wapentuig.”

De leeuwen bevonden zich niet op de spoorwegbrug, maar wel degelijk rond de metalen draaibrug. Lagae ontwierp ook bronzen beelden die in het Gentse Citadelpark en de Brusselse Kruidtuin opgesteld staan.

(2) In dit artikel wordt niet nagegaan hoe de spoorwegen in die tijd dan ook precies liepen. Oude stratenplannen en plattegronden van Oostende zouden hierover heel wat informatie kunnen verschaffen, maar deze vallen buiten het eigenlijk onderwerp van dit artikel. 

(3) Sommige bronnen gebruiken de term “krukbrug”, maar voorlopig vonden we geen uitleg voor wat er onder deze term precies verstaan moet worden. We vonden evenmin informatie over wat de vier bronzen beelden op deze brug precies verondersteld werden voor te stellen. We nemen inderdaad aan dat het om een allegorische beeldengroep ging, vrouwenbeelden dus die één of ander maatschappelijk fenomeen zoals “handel” of “vooruitgang” symboliseerden.

(4) Fiche Vlaamse inventaris onroerend erfgoed over de De Smet de Naeyer bruggencomplex

 

 
 
database afsluiten