Retroscoop - Byrrh: Bloei en ondergang van de Franse aperitiefproducent Violet Deel 1 RetroScoop
 
   Spijzen en Dranken
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Byrrh

Bloei en ondergang van de Franse
aperitiefproducent Violet Deel 1

Benoit Vanhees

   

Structuur van de tekst

Inleiding
1) Bescheiden begin
2) Succesverhaal
3) Kinine: schoolvoorbeeld van legendevorming
4) Baanbrekende voorgangers
5) Een zonderlinge naam
6) Snelle expansie... en familieruzie
7) De bouw van een productiesite
8) Groeiende faam en toenemende concurrentie
9) Een zusje voor Byrrh
10) Consolidatie en Eerste Wereldoorlog
11) Een vrouw aan het stuur
12) Hoge toppen in het interbellum
13) Expo ´35 en ´37: een ware triomf

Inleiding

Op heel wat plaatsen in het Franse landschap kan men nog sporen terugvinden, die herinneren aan de glorieperiode van de "apéro" met een wat mysterieuze naam Byrrh. Zowel in stedelijke omgevingen als op het platteland treft men bijvoorbeeld her en der nog bescheiden of opvallende muurreclames op gevels aan. (1)

Deze tamelijk bittere drank werd in de 1860’s door twee voormalige herders uit de Pyreneeënstreek gelanceerd. Het tweetal was niet de eerste dat op het idee kwam om een wijndrank met kinine te aromatiseren. Niettemin zou de Violet-familie in de periode tussen de twee wereldoorlogen uitgroeien tot één van de grootste spelers op het marktsegment van kinawijnen en zelfs van aperitieven in het algemeen. Dit zakelijk succes beperkte zich geenszins tot (Zuid) Frankrijk, maar drong door tot in bijvoorbeeld Latijns-Amerika en de Franse overzeese gebieden en kolonies.

Het stadje Thuir

Het bloeiend familiebedrijf had haar hoofdzetel te Thuir, een stadje in de omgeving van Perpignan.  De saga van deze firma is in menig opzicht een interessant verhaal, ondermeer vanwege een aantal opmerkelijke wereld-reords die het bedrijf lang wist te handhaven. Ook op het vlak van reclamecampagnes liet het familiebedrijf een daverende indruk na.

Het stilvallen van de economie tijdens WO 2 en de sterke opkomst van ondermeer anijsdranken en vermouths na de Bevrijding eistten hun tol. De eens zo succesrijke eigenaars kwamen niet snel genoeg met een tegenoffensief af, om het tij te kunnen keren. De pogingen om te diversifiëren kwamen te laat op gang, en er werden te weinig nieuwe markten aangeboord, ondanks intense of opvallende reclamecampagnes. De verkoopcijfers kregen in de 1950’s zo´n rake klappen, dat de nazaten van de stichters zich verplicht zagen het bedrijf en de naam Byrrh begin jaren ’60 van de hand te doen. 

Het bedrijf wisselde vervolgens enkele malen van eigenaar, en werd steeds marginaler ten gevolge van een veranderende markt en de sterke concentratie in de sector van aperitieven die zich vanaf de 1960’s gestadig voltrok.

Eens te meer dus een mooieillustratie van de historische term “wet van de remmende voorsprong”, lang geleden bedacht door Jan Romein. (2)

 


1.) Bescheiden begin

 

Rond 1860 besloten twee herders met de bucolische namen Simon en Pallade Violet hun wollige viervoeters aan andere hoeders toe te vertrouwen. De twee broers waren afkomstig uit de gemeente Corsavy in het departement Pyrénées Orientales (Pyr-Or). De toen 32 jarige Simon en zijn 10 jaar jongere broer Pallade hadden het besluit genomen om hun leven een andere wending te geven, en stortten zich -zo gezegd zo gedaan- met veel overgave en jeugdig enthousiasme in de “commerce”. (3)

Aangezien startkapitaal ontbrak, moesten ze hun steile opgang helemaal onderaan de ladder van succes beginnen. In eerste instantie werden ze dus marktkramers en ambulante handelaars. Hun assortiment aan koopwaar bestond uit stoffen en fournituren, zoals knopen en garen. 

Blijkbaar wisten de twee ambitieuze jonge kerels van aanpakken, want reeds enkele jaren later begonnen ze met een eigen winkeltje in het dorp Thuir, op ongeveer 10 km. Van Perpignan.  (Departement Oostelijke Pyreneeën).

Een volgende etappe in hun succesverhaal was de aankoop van een wijnfirma in 1866. Frankrijk profiteerde in die periode volop van een economische hausse, aangezwengeld door de industriële revolutie. Dit vertaalde zich ondermeer in een opvallende stijging van de verkoop van wijn.  Wijn genoot in die periode een prima reputatie als een zeer gezonde drank. Zo had Louis Pasteur in de 1860’s verklaard dat “Le vin est la plus saine et la plus hygiénique des boissons”. (4)  (Dezelfde geleerde wist ook dat er “plus de philosofie dans une bouteille de vin” was dan “dans tous les livres”. ) (5)

De Violet-broers, toevallig afkomstig uit één van de Franse departementen met de beste wijngaarden, wilden ook wel wat graantjes van deze gekte meepikken. Ze wilden echter meer dan alleen wijn inkopen en verder te verkopen. Simon Violet begon te experimenteren, in de hoop met een nieuwigheid af te kunnen komen.

2.) Succesverhaal

Die proefnemingen resulteerden uiteindelijk omstreeks 1870 in een nieuwe kinawijn.
Voor Frankrijk waren het toen echter zeer woelige tijden. Parijs lag grotendeels plat als gevolg van een bloedige opstand, de zogenaamde Commune. Pruisen aanvaardde om mee te helpen de sociale onlusten in Parijs te onderdrukken, maar eiste in ruil Elzas-Lotharingen op. Ook voor de wijnindustrie was het een zwart jaar. Niet alleen liep de verkoop terug vanwege de gebeurtenissen in Parijs, maar bovendien werd een groot deel van de wijnstokken door een plaag van druifluizen aangetast. We moeten eerlijk bekennen niet echt thuis te zijn in de ambacht van de wijnmakerij met zijn apart jargon. Voor wat betreft kina-wijn zouden er blijkbaarvijf belangrijke fasen zijn:

1)  Er werd vertrokken van zogenaamde “mistelles”. Het gaat om een mengeling van het sap van verschillende soorten druiven en alcohol, die toegevoegd wordt om de natuurlijke suikers in de druiven te kunnen bewaren. Daarvoor werden druivensoorten uit de Franse Pyreneeënstreek gebruikt.

2) De most van deze druiven diende vervolgens gedurende drie jaar gecontroleerd te gisten of “aan te rijken”. 

3) Voorts maakten de Violets gebruik van droge wijnsoorten die uit Spanje geïmporteerd werden, via het haventje van Port Vendres.

4)  Van de mistelles en de Spaanse wijn werd een soort mélange gemaakt, die vervolgens extra gearomatiseerd werd door middel van kinine of “quinquina”. Dit gebeurde volgens een procédé die bekend staat als “koud contact”. Er komt dus bv. geen distillatie bij kijken

5)  Verder werden er ook een aantal kruiden toegevoegd, waaronder cacao, kaneel uit Ceylon, vlierbessen en de schil van een soort groene sinaasappelen die men o.a. in Marokko vindt (ugli’s ?). 

In tegenstelling tot Italiaanse vermouths zoals Martini (1863) en Cinzano (1757) was de drank bedacht door de Violets dus geen brandewijn. Het alcoholpercentage van hun kinawijn bedroeg 16°.

3.) Kinine: schoolvoorbeeld van legendevorming 

 

Over de invoering van de kinaplant in Europa doen heel wat legendes de ronde, die een eigen bestaan zijn gaan leiden. Helaas worden ze door heel wat bronnen klakkeloos overgenomen, inclusief op het internet.

Een aantal historici gespecialiseerd in de middeleeuwse geschiedenis, zoals A.W. Haggis hebben nochtans veel van die legendes ondertussen weerlegd of sterk genuanceerd. (6)

Volgens de hardnekkige legende bracht de Spaanse Gravin del Chinchon het product omstreeks 1630 naar Europa. De gravin was de vrouw van een Spaanse edelman, die tot vice koning van Peru benoemd was. Nadat er zware koortsaanvallen (malaria) bij haar werden vastgesteld, werd ze succesvol behandeld werd met schors van de kina-boom. Dit was een inlandse boom, waarvan men wist dat hij geneeskrachtige eigenschappen bezat. Bij haar terugkomst naar Europa zou de gravin een grote hoeveelheid schors van de kinaboom hebben meegebracht.

Een mooi verhaal, dat echter op heel wat punten herzien moet worden. Het val trouwens al op, dat de geraadpleegde bronnen elkaar zelfs tegenspreken wie precies die Gravin was: sommige bronnen houden het op Lady Anna de Osotio, andere op Don(n)a Francisca Henriques de Ribera. (7)

Oudere bronnen spraken elkaar verder ook tegen over wie nu precies de geneeskrachtige werking van de schors ontdekte, de Inca-indianen (die het geheim zo lang mogelijk verborgen hielden voor de Spaanse conquistadores), een Spaanse soldaat die zware koortsaanvallen had weten te overleven door water te drinken waarin kinahout groeide, de Spaanse dokter Juan de Vega, Jezuïeten enz. 

In feite heeft historisch onderzoek aangetoond dat het vandaag de dag, op basis van de bekende historische bronnen onmogelijk is om met zekerheid vast te stellen wie de werking van kina ontdekte, wie in de 17 de eeuw het eerst van de geneeskrachtige werking afwist noch of de gravin wel degelijk malaria heeft gehad. (Haar officieel dagboek maakt er helemaal geen gewag van). Het is evenmin 100 % duidelijk in welk jaar precies kina in Europa werd geïntroduceerd. Men vermoedt dat de schors omstreeks de 1630’s Europa bereikte. Er blijken echter ook heel wat charlatans boomschors te hebben verkocht, die helemaal niet van de kinaboom was. Het is zelfs onduidelijk of de boom die de indianen quina quina (schors der schorsen) wel degelijk de boom was, die het meeste kinine bevatte. (8)

Wat we wel weten is dat de gravin blijkbaar vrij snel na haar terugkeer in Europa overleed, en dat de Jezuieten voor de verspreiding van poeder op basis van de geneeskrachtige boomschors in verschillende landen invoerden. Vandaar ook dat het product al snel als “Jezuïetenpoeder” bekend stond. Volgens sommige bronnen legde het de Jezuïeten geen windeieren, al is het ons onduidelijk pf deze bewering ook op een solide historische basis stoelt. (9)

 

Het kininepoeder zelf werd pas in 1820 als aparte stof geïsoleerd door Pierre-Joseph Pelletier en Joseph Caventou.

In zekere zin is de piste die de Violets ingeslagen waren wat verrassend, omdat kinine in feite als een farmaceutisch product beschouwd werd, waarvan het gebruik aan een aantal reglementeringen was onderworpen.  Zoals we verder zullen zien, zou dit hen ook duidelijk onder de neus gewreven worden.



    
Er werd zowaar een liedje over "Quinquina" geschreven.
De muziek was van Eddy Warner, de 
tekst van André Hornez.
Het ging om een "samba" die in 1949 gelanceerd werd


4.) Baanbrekende voorgangers

Op een aantal websites kan men lezen dat Byrrh het eerste aperitief op basis van kinine was. Dit is evenwel onjuist. 

   

De oudste kina-drank zou bloedwijn zijn geweest.De hierboven afgebeelde etiketten dateren wellicht uit de 1930´s of 1940´s, maar de geschiedenis van het product zou teruggaan naar het begin van de 19de eeuw.

       

De eerste bloedwijnen met kina zouden nog van voor de 1830´s dateren. Vervolgens belanden we bij Gaétan Picon (1809-1882). Reeds in de 1830´s bedacht de jongeman een karamelkleurige drank, die hij oorspronkelijk “Amer Africain” doopte. Daar was ook een goede verklaring voor...

Picon was immers “chasseur” in het Frans expeditieleger in Algerije, maar had van oorsprong een achtergrond als leerjongen in een drankstokerij. Toen hij zoals zoveel kolonisten en militairen malaria opliep in Algerije, begon hij –letterlijk- koortsachtig te zoeken naar een remedie. Hij herinnerde zich dat zijn grootmoeder hem over de geneeskrachtige werking van kinine verteld had, en gebruikte voorts de enige fruitsoort waar hij de hand op had kunnen leggen, namelijk sinaasappelen. Hiervan gebruikte hij stukjes schil (zogenaamde “zestes”). Een ander bestanddeel in zijn drank waren de geneeskrachtige wortels van gentiaan. Uiteindelijk, na heel wat geëxperimenteer stelde hij een drank samen, die toeliet om de nodige hoeveelheid van het anders te bittere kinine naar binnen te werken, om zich tegen de koortsaanvallen te beschermen. Meteen mocht hij grote hoeveelheden van zijn “tisanne” aan de Franse troepen in Algerije leveren. (10)

Gezien het hoog percentage aan alcohol in Amer Picon valt deze drank onder de categorie van likeuren. (Likeuren bevatten minstens 20 % alcohol en min. 100 gr. suiker per liter). Picon begon zijn brouwsel vanaf 1837 te commercialiseren. Later, wanneer hij zijn stokerij naar Marseille overbracht,  werd de naam Amer Africain vervangen door Amer Picon. (11)

Het is ons niet helemaal duidelijk of er een verband bestaat tussen de beslissing van Picon om zijn drank te commercialiseren en een ongewone beslissing van de Franse overheid. Deze schreef omstreeks 1845 een wedstrijd uit voor een nieuwe kinadrank, om de soldaten van het recent gecreëerde Vreemdelingenlegioen aan te zetten tot een grotere inname van kinine.



  
Dubo... Dubon... Dubonnet...

Het was de Franse chemicus Joseph Dubonnet die met zijn dieprode wijndrank, gearomatiseerd met kinine de prijs wegkaapte. Ook zijn drank moffelde de bittere smaak van kinine zoveel mogelijk weg, door gebruik te maken van een aantal extra kruiden. (12)

Het is dus wat verrassend dat de gebroeders Violets zich de banbliksems van de Apothekersvereniging van Montpellier op het hoofd haalden. De respectabele beroepsvereniging nam het blijkbaar niet, dat de bedrijvige broers –geen confraters- hun tonicum niet alleen in kruideniers- en horecazaken begonnen te slijten, maar er ook een plaatsje op de rekken bij apothekers voor trachtten te bemachtigen.

Het is ons niet helemaal duidelijk wat de organisatie precies als klacht had. Vormde de tonifiërende drank een concurrentie voor brouwsels die apothekers zelf samenstelde, of lag het probleem elders ? Was het omdat omdat het gebruik van kinine door apothekers aan bepaalde regels was onderworpen, iets waaraan een privébedrijf zich niet moest onderwerpen. Hoewel er met Picon en Dubonnet precedenten bestonden van tonifiërende dranken op basis van kinine, kwam het in 1873 tot een proces. We hebben niet meer informatie over dit proces gevonden, maar we vermoeden dat de Violets op bepaald moment geen toestemming meer hadden om hun kinawijn bij apothekers te verkopen.

    


Kina-middeltjes van bij apothekers 

Wat ook opvalt, is dat heel wat oude etiketten van kinawijnen dezelfde standaardformule “Ce vin n’est pas un médicament” vermelden. Mogelijk is ook deze toevoeging een gevolg van processen, aangespannen door apothekersverenigingen, tenzij natuurlijk de producenten zichzelf bij voorbaat tegen juridische vervolgingen wilden indekken.

   

Men kan alleszins zien, dat een aantal bedrijven met veel creativiteit formuleringen begonnen te bedenken, om hun drank in zo´n positief mogelijk daglicht te stellen.

Drankenproducenten trokken dus de kaart van een golf van “hygiënisme” die haar opgang maakte als gevolg van wetenschappelijke ontdekkingen van mensen als Pasteur. Ze benadrukten volop de gunstige effecten op de gezondheid die hun brouwsels hadden (tonifiërend, de vriend van uw maag, de eetlust of levenslust opwekkend…), maar vermeden terzelfde tijd om onder de strengere regelgeving van medicijnen te vallen.

Wat er ook van zij, echt erg was dit niet. Meer en meer mensen begonnen Amer Africain / Picon, Dubonnet en Byrrh immers niet langer eerder als een soort medicijn te zien, maar gewoon als een aperitiefdrankje om van te genieten voor een maaltijd. Deze verschuiving in bestemming zou weldra zo’n vormen aannemen, dat de markt van aperitieven erg lucratief begon te worden. De  gebroeders Violet talmden niet lang om aan wat we vandaag “rebranding” noemen te doen: van tonicum in de rekken van apotheken evolueerde Byrrh naar een volwaardige aperitief. Het bedrijf promootte zijn geesteskind ook al snel als een echte gezinsdrank, dus ook goed voor kinderen.

Geen wonder dan ook, dat de toenemende populariteit van deze nieuwe drankjes weldra een hele trits andere bedrijfjes naar het segment van kinawijnen lokte. In de daarop volgende jaren en decennia zouden een hele reeks nieuwe formules –steeds geassocieerd met kina- worden uitgeprobeerd. Nieuwe spelers bedachten variaties op basis van

  • likeurwijnen (bv. Houssin, Fortia, Effem…),

  • porto

  • brandewijn (bv. Le Gaulois)

  • malaga wijnen met het bittere kruid

Ook in ons land werden in de vroege 20ste eeuw kinawijnen geproduceerd, zoals Balsam van F X De Beukelaer, de firma achter het bekende Elixir d’Anvers. Zoals we al zagen maakte apotheker Van Lier uit Namen een kinadrank op basis van Malagawijn.

 

5.) Een zonderlinge naam

In februari 1873 besloten de Violets hun drank een naam te geven, en deze veiligheidshalve ook bij de Handelsrechtbank te laten beschermen. De legende wil, dat de twee broers, die na hun herdersbestaan stoffenverkopers waren geweest, bij de keuze van een merknaam geïnspireerd werden door een set van staaltjes stoffen. Zo’n staaltjes werden om de identificatie te vergemakkelijken aangeduid met een serie van 5 letters. De laatste set die ze binnen hadden gekregen op de dag dat ze besloten om in de wijnbusiness te stappen, droeg naar verluidt de benaming B.Y.R.R.H.

Het klonk als een geheime formule uit de alchemie, en alleszins minder Frans dan bijvoorbeeld de naam Dubonnet. De toekomst zou uitwijzen dat die keuze van merknaam niet helemaal zo gelukkig was. In het Angelsaksische en Germaanse taalgebied ontstond er immers enige verwarring met de woorden “beer” en “bier” bij de consumenten. Maar misschien zou het ook wat onnozel zijn geweest om hun rode drank “Violet” te noemen… 


6.) Snelle expansie en ... familieruzie

De twee Violets hielden er een taakverdeling op na. Terwijl Simon verantwoordelijk werd voor het zoeken naar en de aanschaf van de nodige ingrediënten, ontfermde Pallade zich over de boekhouding.  

De wijnkelders die de Violets in 1866 hadden opgekocht, bevonden zich aan de overzijde van de huidige Av. Violet. (Anno 2011 bevinden zich daar een aantal publieke administraties.) Deze installatie bleek al snel te klein te zijn, en Simon begon aan te dringen voor de bouw van een fabriekje. Twee koppige kapiteins aan boord van hetzelfde schip is echter om moeilijkheden vragen, zeker als de ene bakboord wil zwenken, en de andere stuurboord uit wil. Ook tussen de twee broers bracht het toenemend zakelijk succes tegelijkertijd ook tweespalt met zich mee. De nuchtere of te voorzichtige Pallade beschouwde de investering in een fabriek als te riskant, en Simon zal ongetwijfeld zijn titel van oudste van de familie hebben laten vallen. Een drama zou dan over de verdere evolutie van het jonge KMO’tje beslissen: Pallade overleed op de tweede Kerstdag van 1883 op amper 45 jarige leeftijd.

Simon Violet zette ondanks het verzet van Pallade’s weduwe Brigitte Sors het jaar daarop zijn wil door, en begon aan de bouw van een grote productiesite. Zijn beslissing leidde van geruzie in 1889 tot een zakelijke breuk tussen de twee takken van de Violet-familie. Mogelijk vreesde Mevr. Sors dat de bouw van de "fabriek" een te groot financieel gat zou veroorzaken. Mocht de investaring op een fiasco uitdraaien, liep haar fortuin een groot risico, zolang ze zakelijk verbonden bleef met Simon Violet. Blijkbaar kwam het tot een proces, vermoedelijk ingespannen door Pallade’s weduwe, want zijn drie kinderen waren toen nog te jong. We vonden geen informatie of het resultaat hiervan een veroordeling of een minnelijke schikking was. Feit is dat Simon Violet de nazaten van Pallade een belangrijke som geld overmaakte, die hen in 1895 in staat stelde om het fraaie Château les Rosiers in Thuir te laten bouwen. Het elegante bouwwerk werd in neo-Louis XIII-stijl gebouwd. (13)

Ook Simon verbleef in het Pyreneeënstadje, en bewoonde de riante "Villa Palauda", in feite ook eerder een kasteeltje. (14)

 
7.) De bouw van een productiesite



Vanaf 1884 werd een aanvang genomen met de bouw van de nieuwe productiesite. De lage gebouwen werden in typische Zuid-Franse stijl opgetrokken, met gevels in breuksteen, en vensters omringd door bakstenen. De site vormde dan ook een mooi geheel met de rest van het stadje Thuir. In die tijd zocht men nog uitdrukkelijk om het praktische van bedrijfsgebouwen aan elegantie en stijl te koppelen. De werken duurden uiteindelijk tot in 1892. Simon Violet, die in 1891 overleed, zou de inhuldiging dus niet meer meemaken.


De grote hall voor de komst van de spoorweg tot Thuir

Een indrukwekkend onderdeel van de site was de "Grand Hall", ook wel expeditiehall genoemd. Een oude postkaart, uitgegeven door Violet Frères in de 1930’s geeft aan dat deze hall 260 m lang en 20 m breed was. Vreemd genoeg beschrijven talrijke bronnen, waaronder mensen die de installaties in Thuir bezochten, dat de hall eerder 80 of 81 m lang is. Het is ons niet helemaal duidelijk of de afmetingen opgegeven door de oude postkaart met een niet overdekt gedeelte rekening hield, of zo 2/3de van de oorspronkelijke hall ontmanteld werd. (?)

Bij de opening van de productie-installaties in 1892 reden er nog geen treinen tot in deze expeditiegang. Het dichtstbijzijnde station was dat van Perpignan, op 10 km van Thuir, waar er reeds sinds 1858 een spoorweg voorbij liep. De spoorlijn werd pas in 1911 tot in Thuir doorgetrokken. De bovenstaande postkaart toont dat er een driedubbel spoor in de Gand Hall liep.

Hoe dan ook, het gaat om een fraai geheel, met sierlijke rondbogen, die het geheel een beetje de allures van een "wijnkathedraal" geven. Interessant om te weten is dat het sierlijke gietijzeren gebinte en het V-dak, onderbroken door een aantal lichtkoepels was ontworpen door het atelier van Gustave Eiffel. Het ontwerp roept met haar structuur en klinknagels dan ook meteen beelden op van de techniek, gebruikt bij de bouw van Eiffel’s toren (1888-89) en vooral van het Viaduct de Garabit (1880-1885), een grote spoorwegbrug. (15)


8.) Groeiende faam en toenemende concurrentie


De verkoopsstand die op de Internationale Tentoonstelling
van 1891 in Moskou stond opgesteld

Een ideale manier om promotie te maken voor nieuwe producten in die tijd was zoveel mogelijk deel te nemen aan grote handelsbeurzen en internationale evenementen als wereldtentoonstellingen. Op een briefhoofd uit 1887 vermeldt alvast al een deelname aan de "Exposition Universelle" van 1878 te Parijs. Verder wordt er in de Byyrrh-fabriek van Thuir met veel zorg de houten stand bewaard, die de firma in 1891 op de internationale tentoonstelling van Moskou had opgesteld. Byrrh viel regelmatig in de prijzen op zo´n handelsbeurzen en tentoonstellingen (bv. Antwerpen en Lyon 1894), hetgeen zeker tot de naam en faam van het merk bijdroeg. Het merk behaalde ook een aantal erediploma’s (bv. Amsterdam, 1895).

Door deel te nemen aan zulke handelsbeurzen en internationale tentoon-stellingen konden producten per categorie medailles winnen. Het stond altijd goed om daarop te wijzen in reclames of verpakkingen. Heel wat firma’s pakten dan ook fier uit met de zo behaalde gouden medailles of ere-diploma’s, en maakten er melding van op hun verpakkingen of etiketten.

 

Sommige bedrijven gingen soms zelfs zover om dit heel expliciet op de gevel van hun bedrijf te vermelden. Dit was bijvoorbeeld het geval voor de cosmeticaproducent Gellé Frères, om eventjes op een andere sector over te springen. (In landen met gekroonde staatshoofden stond het ook niet slecht, om op verpakkingen te vermelden dat men hofleverancier was. Men zou zich benieuwd afvragen of het Hof in ruil voor deze toestemming misschien gratis bevoorraad werd ?)


De cosmetica-producent Gellé Frères in Levallois nabij Parijs
vermeldde trots op zijn hoekgevel welke prijzen hij gewonnen had

Heel wat bedrijven namen het trouwens niet zo nauw met wat ze op hun etiket schreven, als het maar indruk maakte. Het merk Vraikina maakte er een ware klucht van, door zichzelf enthousiast als het “1° marque du monde" te benoemen, er nog aan toevoegend voor een slecht verstaander: "1ers Prix Médailles d´Or à toutes les Expositions". Bedrijfsleiders ontpoppen zich soms echt wel tot amusante charlatans.

Of wilde het kleine bedrijf ventilleren dat een beperkt aantal maatschappijen onder elkaar alle prijzen toekende en medailles uitreikten ? Want op die manier werd het wel erg moeilijk voor nieuwkomers die niet tot deze "mutual admiration society" behoorde door te breken... (gefoefel op zo´n internationale evenementen werd heus niet door de FIFA uitgevonden...) In het rode kadertje haalt het merk nog eens scherp uit naar andere aperitieven, die erg onvriendelijk als dagelijks uitgevonden "caprices du commerce" worden omschreven.
 

9.) Een zusje voor Byrrh

Te noteren valt dat Violet Frères reeds in de 1880’s een tweede product lanceerden, namelijk Ribedine, een 25 jaar oude dessertwijn  “au Rancio de Roussillon”. Op het internet worden verder een aantal oude flessen van het merk te koop aangeboden, die uit de 1930’s of 1940’s dateren. Daar we (voorlopig) geen recentere sporen (reclame bv.) van deze dessertwijn hebben gevonden, vermoeden we dat de commercialisering van Ribedine rond die periode stilviel. Het is echter moeilijk te bepalen wanneer de productie werd stopgezet of uitgedoofd werd, rekening houdend met een rijpingsproces van 25 jaar. 

10.) Consolidatie en de Eerste Wereldoorlog

In 1891 overleed Simon Violet, het jaar voordat “zijn” productie-installatie voor kinawijn ingehuldigd werd. Het was zijn zoon Lambert, geboren in 1857, die volgens de publicatie “D’où vient le Byrrh” uit de 1930’s vanaf 1891 tot zijn dood in 1914 de teugels overnam. Een aantal andere bronnen menen echter dat Lambert Violet pas vanaf 1911 effectief hoofd van het bedrijf werd. Gedurende de 10 voorgaande jaren zou de producent van kina-wijnen door verschillende zonen van Simon samen geleid zijn geworden. 

Lambert verbeterde systematisch de installaties in Thuir: electriciteit, centrale verwarming en automatisering speelden een steeds grotere rol. Wellicht heeft hij ook zitten lobbyen voor een aftakking van de spoorweg die door Perpignan liep tot in Thuir. Deze werd effectief aangelegd tot in de grote hall van Eiffel, en in 1911 in gebruik genomen. Het overdekte “station” bleef tot in 1989 in gebruik.

Het belang van deze spoorweg in het expansieverhaal van Byrrh kan niet voldoende onderstreept worden. Hij kon nu direct wijn vanuit Spanje en Frankrijk tot in Thuir laten komen, en ook de expeditie van de drank naar alle uithoeken van het land werd aanzienlijk vergemakkelijkt.

Net voor het uitbreken van WO 1 bedroeg het omzetcijfer van het bedrijf het equivalent van om en bij de 16 mio. Euro !

Natuurlijk maakt zo’n zakelijk succes ook andere producenten attent op mogelijkheden om goed geld te verdienen, door met gelijkaardige, maar eventueel goedkopere imitaties af te komen.

In het eerste decennium van de 1900’s was er een rondschrijven van Lambert Violet naar zijn belangrijkste klanten, waarin hij hen attent maakte op deze nabootsingen en hoe hij deze onverbiddelijk in de rechtbanken zou vervolgen. Het ging om producenten die ietsje te uitdrukkelijk van de gunstige wind voor het bedrijf uit Thuir wilden profiteren, door hun drank te omschrijven als “gelijkend op Byrrh” of “in de stijl van Byrrh”.

Om de puntjes op de i nog eens flink aan te dikken, werd de boodschap “tout contrefacteur sera poursuivi” op ieder wit-rood etiket van elke fles Byrrh aangebracht. Een gewaarschuwd man...

 

Op een oude reclame uit vermoedelijk dezelfde periode maakte het bedrijf melding van maar liefst 57 gerechtelijke uitspraken in 1° of 2° aanleg tegen zo’n praktijken van "grossières imitations". Door te onderlijnen dat in hoger beroep wordt gegaan als de behandeling in 1° aanleg niet het verhoopte resultaat heeft opgelevert, maakt het bedrijf duidelijk dat het niet op procedurekosten kijkt, en dat veroordeelde namaakpogingen dus ook flinke gerechtelijke kosten met zich mee kunnen brengen.

 

11.) Een vrouw aan het stuur

 

Lambert Violet stierf heel onverwachts in 1914, op amper 57 jarige leeftijd. Mogelijk ging hij ten onder aan aanzienlijke stress veroorzaakt door het uitbreken van WO I. De man zou verschrikkelijk ongerust zijn geweest om alles ten onder te zien gaan, wat met zoveel moeite en inzet was opgebouwd geworden.

Hij werd tot 1920 opgevolgd door zijn weduwe Marie Violet-Bregere, in afwachting dat hun kinderen groot genoeg waren om de zaak te kunnen overnemen. Op haar manier droeg Marie Violet haar steentje bij in de inspanningen om Frankrijk doorheen de moeilijke jaren 1914-1918 te kunnen loodsen. Zo zorgde ze ervoor dat er een overlevingspensioen aan de familie van werknemers die aan het front vochten werd uitbetaald. De firma zond eveneens 100 000 flessen Byrrh in ziekenhuizen waar gewonde soldaten verzorgd werden.  Ook verschenen er een reeks chromo’s, die de heldendaden van het Franse leger in de stellingenoorlog in de verf zette. In feite werden deze PR-acties geneutraliseerd door gelijkardige initiatieven door andere Franse drankenproducenten, zoals bv. St. Raphael. Deze bracht een mooie reeks chromo´s uit met de bekendste generaals en staatshoofden, van Tsaar Nicolas II tot Lord Kitchener. Uiteraard waren al deze prentjes zeer gegeerd bij kinderen, zeker bij hen die een broer of vader aan het front hadden. Altijd mooi om schoolschriftjes mee op te smukken. Zonder twijfel gebeurde in Duitsland iets gelijkaardigs.

 

12) Hoge toppen in het interbellum


Simone en Jacques Violet duidelijk poserend
in een typische Art Deco omgeving (fotograaf onbekend)

In 1920 kwam het bedrijf in handen van Jacques en zijn zus Simone Violet-Jeantet, de twee kinderen van Lambert en Marie Violet. De benaming Violet Frères werd vanaf dan vervangen door J & S Violet Frères. Onder dit dynamisch duo bereikte de firma zowel haar zakelijk zenit als haar dieptepunt.

Het druivensap voor de mistelles die gebruikt werden voor Byrrh te produceren komt van druiven uit een aantal gemeentes in  het departement Pyrénées Orientales (Pyr Or), ondermeer in de Vallei van de Agly. Het gaat om wijngaarden te Montner, Tautavel, Estagel, Maury, Vingrau enz. De druiven uit deze streek worden opgedeeld in een aantal soorten, zoals de zwarte Grenache, de Malvoisie en de aromatische Muscat.  Geen wonder dan ook, dat J & S Violet maar al te graag in haar 1930’s brochure “D’où vient le Byrrh” hun belang bij de ontwikkeling van heel de regio onderstreepten.

Vanaf de 1930’s werd een enorme stockagecapaciteit in Thuir opgebouwd. Daartoe werden enorme eikenhouten vaten gebouwd, waaronder twee zeer speciale.  In 1934 werd een enorm vat van 402 500 liter in gebruik genomen, het grootste ter wereld op dat moment. 

     


De afwerking van deze "megaton" van 1 miljoen l. nam 15 jaar in beslag
Het eikenhout van deze wereldkampioen is tussen de 10 en 12 cm dik

Reeds het jaar daarop werd begonnen met de plannen voor een nog spectaculairdere ton, die meer dan 1 miljoen liter zou kunnen bevatten. Het zou uiteindelijk 15 jaar duren eer het hout hiervoor gevonden werd en voorbereid werd.  Het gevaarte, dat nog steeds in de gebouwen te Thuir bezocht kan worden, weegt leeg zo’n 100 ton, dus meer dan een stevige dieselloc. Deze enorme ton had een doorsnede van 12 m (onderaan) en 10 m (bovenaan), en was meer dan 10 m hoog. Uiteraard groeide het gevaarte uit tot een enorme attractie en PR stunt. De fabriek te Thuir werd trouwens vanaf 1932 opengesteld voor het publiek.

Naast deze twee enorme tonnen, werd ook een aanvang genomen met de bouw van maar liefst 70 reservoirs van 200 000 liter. Op het hoogtepunt van het bedrijf bevonden zich 45,5 miljoen kg druiven in de 9 kelders. Eer men aan het aromatiseren kon beginnen, dienden de druiven 3 jaar te Thuir te blijven. Samen met de kleinere reservoirs beschikten de Violets over niet minder dan 800 reservoirs. De firma breidde haar installaties te Thuir met ongeveer 3 ha uit, en nam in de 1930’s een 10-tal ha. in beslag. De firma verhoogde ook het aantal installaties in een aantal andere Franse steden. Ook in Brussel werd een Byrrh-depot en bottelarij in gebruik genomen, waarover verder meer. In totaal beschikte de firma op haar hoogtepunt over niet minder dan 40 miljoen liter wijn. Dit maakte van het bedrijf in Thuir meteen ook de bezitter van de grootste wijnkelders ter wereld.

Deze enorme wijnstock kon door 1 man via een ingenieus controlepaneel in het oog gehouden worden. Dit paneel werd uitgevoerd in marmer en koper, en bevatte een hele reeks overzichtelijk geplaatste ronde wijzerplaten en hendels. De man die het paneel bediende kon ten alle tijden per telefoon gewaarschuwd worden door de verantwoordelijken per reservoir, mochten bepaalde acties noodzakelijk zijn. Zo kon hij via het paneel pompen bedienen en opslagtanken sluiten.

  

De firma bezat ook een grote vloot aan voertuigen. In 1939 ging het om maar liefst 340 auto’s, bestelwagens en vrachtwagens. Samen reden deze per jaar zo’n  9 mio km/jaar. Uiteraard droeg de firma er zorg voor, om uitsluitend Frans materiaal aan te kopen. Oorspronkelijk waren dat ondermeer trucks met aanhangwagens van het merk Chenard-Walcker en bestelwagens van Unic. Later kwamen er bestellingen bij Renault, Citroen, Peugeot en het kleinere merk Bernard. Oorspronkelijk waren deze voertuigen in een opvallende rood-zwarte livrei opgespoten. Later werden de zwarte vertikale strepen meer en meer weggelaten, en de grote citernes van de tankwagens werden zelfs gewoon grijs gelaten.

De firma maakte ook volop gebruik van wagons. Oorspronkelijk ging het om platte wagons, waarop men twee grote houten wijntonnen achter elkaar installeerde. Later werden deze vervangen door tankwagens, die wat op die van Shell en BP leken. Ook deze tankwagons waren oorspronkelijk knalrood, maar werden later grijs of blauwgrijs gelaten. We komen in een apart hoofdstuk terug op dit voertuigenpark.


13) Expo 1935 en ´37: een ware triomf

Rond 1935 bereikte J & S Violet haar commerciële piek. Volgens sommige bronnen was de firma toen goed voor ongeveer 50 % van de Franse aperitievenmarkt. Over de juistheid van dit cijfer vonden we evenwel geen sluitende bevestiging. Feit is wel dat de firma in die jaren BIG in deze sector was.

Ook in heel wat andere landen wist Byrrh een aanzienlijk marktaandeel op te bouwen. Paris March heeft het over een "succès planétair", een "lichtjes" nationalistisch getinte overdrijving. De drank sloeg vermoedelijk wel op meerdere continenten aan, omdat Frankrijk in die periode nog een groot koloniaal rijk had. Blijkbaar sloeg het product ook goed aan in Latijns-Amerika. In het Angelsaksische en Germaanse taalgebied zorgde de ongewone merknaam voor verwarring met het woord “bier”. Het klimaat in die landen zwengelde ongetwijfeld ook niet de lust om te aperitieven aan. Niettemin was er al vrij vroeg in de geschiedenis van het bedrijf een verkooppunt in Londen. Ook in ons land waren er verkooppunten. Zoals verder zal blijken werd ook een bottelarij en depot in Laken opgericht.

   

 

Zoals in het verleden al meermaals gebeurd was, greep J & S Violet met beide handen de kans aan, om hun sterproduct nog meer bekendheid te geven, door aan de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1935 deel te nemen. De firma uit Thuir pakte uit met een leuk paviljoentje, waar tienduizenden mensen kennis maakten met Byrrh.

Deze dure stunt werd uiteraard herhaald tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1937. Het zeer Franse merk mocht aldaar gewoon niet ontbreken. In het Byrrh-paviljoen werd door middel van optische illusies de sfeer van de productiesite in Thuir nagebootst.


Maquette van het Byrrh-paviljoen in Parijs 1937

In tegenstelling tot hun ouders en grootouders bleven Jacques en Simone Violet niet in Thuir wonen. Simone verhuisde naar Zwitserland, en Jacques schafte zich een zeer elegant particulier « hôtel » aan in de Avenue Foch te Parijs. Zijn vrouw werd er overladen met juwelen van bij Van Cleef en Arpels, en ze ontvingen « le Tout Paris » in hun elegant verblijf. Jacques begon zich bij wijlen meer en meer megalomaan te gedragen. Zo begaf hij zich met twee Rolls Royces (geen Franse limousine !) naar het restaurant, voor het geval één van de twee in panne mocht vallen...

In Deel 2 zien we hoe het bedrijf na WO 2 rake klappen zou krijgen van een snel evoluerende markt.

Wordt vervolgd in Deel 2 

Voetnoten

(1) Muurreclames Byrrh in Frankrijk

(2) De "Wet van de remmende voorsprong" van Jan Romein

(3) Genealogische fiche van Simon Violet

(4) France Magazine Spring 2009 n° 89 Artikel van Renée Shettler over aperitieven

(5) Citations de Louis Pasteur

(6) A.W. Haggis: Fundamental errors in the early history of cinchona  Bulletin of the History of Medicine 10 (3) pp 417-459, 568-592 (1941)

(7) Cinchona,biografie van Gaétan Picon

(8) Confusions historiques à propos du quinquina / Over de plant kinine. Zie verder ook Cinchona / Kinine

(9) Over de plant kinine

(10) Byrrh: histoire d´une réussite planétaire Paris Match /Hubert Zakine: Amer Picon, une boisson de chez nous

(11) Korte geschiedenis van de firma Picon

(12) Korte geschiedenis van de firma Dubonnet Wikipedia

(13) Chateau Les Rosiers, Thuir

(14) Villa Palauda, Thuir

(15) We zullen het veiligheidshalve nog maar eens herhalen: Eiffel is niet de eigenlijke ontwerper van de naar hem genoemde toren, die van de hand van twee van zijn medewerkers was. Eiffel’s bureau had echter zo’n reputatie opgebouwd, dat hij het befaamde symbool van de wereldtentoonstelling van 1889 mocht ontwerpen

(16) Heredis Online zoek op Simon Violet. Deze stamboom van de Violet familie spreekt enkel van een zoon Lambert en een zus, en niet over andere zonen. Toch moeten we voorzichtig zijn, omdat de stamboom niet compleet lijkt te zijn. Zo valt op dat er enkel maar van 1 zoon Jacques voor Lambert melding gemaakt wordt, terwijl we verder zullen zien dat Lambert opgevolgd zou worden door Jacques en zijn zus Simone.    

 
 
database afsluiten