Retroscoop - Elixir d´Anvers: Vijf generaties traditie en authenticiteit RetroScoop
 
   Spijzen en Dranken
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Elixir d´Anvers

Vijf generaties traditie en authenticiteit

Benoit Vanhees

    

In 2013 viert de fameuze "Elixir d´Anvers" zijn 150ste verjaardag. Sedert 5 generaties wordt de goudgele drank in de koekenstad met veel liefde voor het vak samengesteld en gebotteld.

Het fabriekje waar de verschillende fasen van het productieproces worden doorlopen, bevindt zich sedert meer dan een eeuw in Antwerpen Zuid, en is in feite een levend museum. Heel wat van de apparatuur heeft inderdaad schouderophalend twee wereldoorlogen en de intrede van de 21ste eeuw overleefd. Een bezoekje aan dit bedrijf is dan ook een absolute aanrader. Dit overigens zowel voor wie de drank naar waarde weet te appreciëren, als voor iedereen die een zwak heeft voor roodkoperen distilleerkolven, houten rijpingsvaten of voor zonderlinge machines die flessen van kurken of etiketten voorzien.

Inderdaad, zelfs voor oude machines die niet langer gebruikt worden, houdt de directie gaarne nochtans kostbare vierkante meters vrij. Heel de aanpak getuigt dan ook van een zeer groot respect voor het werk, verricht door de vorige generaties... Tot grote tevredenheid van heel wat retrofielen overigens.

Dat de oude fabriek heel wat harten sneller doet slaan was wel duidelijk op 7 oktober 2012. Tijdens een opendeurdag zakten maar liefst zo´n duizendtal mensen af naar de Haantjeslei, om er naar de verhelderende uitleg van een stadsgids te luisteren. En om van een dopje van de digestieve drank te proeven natuurlijk...

 

1) Bedrijvigheid op het Zuid


Een koekjesfabriek in de Koekeknstad
Parein, Antwerpen Zuid

Rond het einde van de 19de eeuw waren er in de buurt van het Antwerpse Zuidstation een aantal bedrijven gevestigd, waarvan verschillende actief waren op het vlak van de voedingsindustrie. Zo bouwde ondernemer Parein in 1895 een grote koekjesfabriek met een voorgevel van zo´n 140 m lang in de Brusselstraat. Gaandeweg nam het bedrijf een steeds groter deel in van het driehoekig terrein dat afgebakend werd door de Brusselstraat, de Ieperstraat en de Montignystraat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de fabriek achtereenvolgens een V 1 en een voltreffer van een V 2 te verwerken, en werd grotendeels verwoest. Er werden nieuwe gebouwen in gebruik genomen in dezelfde driehoek, tot een ultramoderne fabriek in de 1960´s in Beveren in gebruik werd genomen. (1) 

In 1896, het jaar nadat Parein zich in de buurt van het Zuidstation was komen vestigen, bouwde Frans Rombouts een koffiebranderij in dezzelfde buurt, meer bepaald in de Rudolfstraat. De firma brak vooral na Wereldoorlog 2 door, en net als Parein verliet ook Rombouts uiteindelijk het stadscentrum. In 1989 verhuisde de koffiebrander naar een compleet nieuw complex aan de Boomse Steenweg te Aartselaar. (2) 

In 1894, dus nog voor Parein en Rombouts zich op het Zuid waren komen vestigen, had François-Xavier “F-X” de Beukelaer een voor die tijd vooruitstrevende “modelstoomstokerij” gebouwd. De fraai ogende distilleerderij op de hoek van de Haantjeslei en de Van Trierstraat was opgetrokken in rode baksteen, versierd met “speklagen” zandsteen en frivole stukjes in geel en zwarte bakstenen. Deze productiehal was in de plaats gekomen van zijn oudere installaties, die in 1868 ontworpen was geworden door Jules Hofman. Om de origine van de Elixir d´Anvers te kennen, moeten we dan ook tot de 1860´s.


2) Het prille begin... 

  
F-X de Beukelaer als jonge veertiger en op latere leeftijd.
De baard zou met de tijd steeds maar langer worden,
en ook de snor dook uiteindelijk weer op

Volgens de legende legde F-X de Beukelaer (°Ekeren 1838-1917) op 19 maart 1863, en wel rond 2 u in de nacht de laatste hand aan de formule van zijn elixir. De term elixir is afkomstig uit het Arabisch, en werd doorheen de eeuwen toebedeeld aan een hele trits dranken, waaraan “magische” of geneeskrachtige eigenschappen werden toebedeeld. (3)

De familie de Beukelaer was omstreeks 1280 vanuit de Elzas naar Vlaanderen geëmigreerd. Een verre nazaat, ridder Philippe de Beukelaer kreeg door de Hertog van Brabant een landgoed toegewezen. De familie zou in niet onbelangrijke mate zijn stempel drukken op het industrieel verleden van ons land in het algemeen, en dat van Antwerpen in het bijzonder. Zo was ook de bekende koekjesproducent een telg van deze familie, net als de producent van cichorei, een grote houthandel, een metaalbedrijf enz. Ondernemen zat dus duidelijk in de genen van de familie.

De Beukelaer had er geneeskunde- en apothekersstudies op zitten, maar zijn hart ging toch blijkbaar vooral uit naar de voedingsindustrie. Al snel begon hij namelijk te experimenteren met allerlei kruiden, fruitsoorten en plantenwortels. Zijn bedoeling was om op basis van zo´n ingrediënten een sterke drank met geneeskrachtige eigenschappen te kunnen stoken. In een niet nader gespecificeerde randgemeente van Antwerpen probeerde hij verscheidene combinaties en doseringen uit, experimenten die zich over verschillende jaren zouden uitgestrekt hebben. Vooral in Frankrijk waren er reeds verschillende zo´n “elixirs” uitgebracht. Een vastberaden de Beukelaer was ervan overtuigd dat hij minstens even goed kon, zo niet beter... Ondertussen verdiende hij de kost als verkoper van jenever.

In maart 1863 bekwam de toen nog maar 25-jarige jongeman een goudgele likeur met een prettige, lichtjes zoete smaak. Zijn brouwsel bestond uit welgeteld 32 verschillende ingrediënten in een heel specifieke dosering. Met zijn geneeskundige achtergrond had hij een drank samengesteld, die dus niet alleen lekker smaakte, maar die ook een weldoende werking had op de spijsvertering. Vandaar dan ook dat hij de term “Elixir” weerhield. Omdat de eerste productie voor de markt in het centrum van Antwerpen zou geschieden, kwam daar nog de specificatie “d´Anvers” bij.

Na deze periode van jaren spreekwoordelijk bloed, zweet en tranen was de man duidelijk niet van plan om zich de kaas van de boterham te laten eten. In 1870 nam hij de nodige voorzorgen om imitators een hak te zetten, door voor een waterdicht patent op zijn recept en op de merknaam te zorgen.

Wanneer hij vervolgens een heel herkenbare 8-hoekige fles voor zijn drank had weerhouden, werd ook deze, net als het etiket en het gebruikte lettertype met de nodige patenten beschermd. Allemaal vrij kostbaar, maar een aantal processen die in latere jaren aangespannen werden door de distilleerderij tonen wel aan, dat dit geen weggegooid geld was. (4) De karakteristieke fles werd overigens door Val St.Lambert geproduceerd.

Officieel werd het “Maison F-X de Beukelaer” in 1865 gesticht. In hetzelfde jaar huwde de jonge ondernemer met Marie Elisabeth Luyts, de dochter van een hotelhouder. Wellicht speelde deze achtergrond mee een rol in het feit dat de Beukelaer later erevoorzitter werd van de Antwerpse Herbergiersbond, voluit het “Verbond der Belangen van Koffiehuishouders, Herbergiers en Drankslijters van het Arrondissement Antwerpen”. Deze organisatie was in 1889 opgericht als reactie op een wet die door de Katholieken door het Parlement gejaagd was geworden, en die een versternging van het vergunningsrecht voor drankslijters beoogde. Iets wat uiteraard niet in goede aarde viel bij ondermeer distilleerders. In theorie was de Herbergiersbond onpartijdig, maar in realiteit zat de organisatie in het vaarwater van de grote concurrent van de Katholieke Partij, de Liberalen. (5)

De eerste likeurstokerij bevond zich aan de Paardenmarkt, waar het vloeibare goud gedurende ongeveer 17 jaar gestookt werd. De ligging in Antwerpen was natuurlijk mooi meegenomen: dit vergemakkelijkte de toevoer van de benodigde specerijen, kruiden en andere ingrediënten. Om een onderscheid te maken tussen de medicinale elixirs die tal van apothekers in dezelfde periode aan hun klanten voorstelden, liet de Beukelaer zijn Elixir d´Anvers vanaf 1870 omschrijven als een “liqueur de table”. (6) 

De verkoop trok aanvankelijk langzaam aan. In 1872-´73 werden zo´n bijna 15 000 geproduceerd, hetgeen echter de volgende jaren al snel zou gaan stijgen. In die mate zelfs, dat rond 1880 de oorspronkelijke installaties al te klein geworden. De likeur bleek inderdaad een commerciële voltreffer te zijn, en de succesvolle deelname aan allerlei handelsbeurzen en internationale tentoonstellingen bezorgde de Elixir d´Anvers nog meer faam. De nieuwe locatie bevond zich in de Bredastraat nr 22. Dit was slechts een tijdelijke overgangsmaatregel, die immers niet toeliet om ook de burelen onder te brengen, en het openen van bijhuizen noodzakelijk maakte.

 

Na nog enkele omzwervingen – de website van de firma gaat hier meer in detail op in- liet de Beukelaer zijn oog vallen op een stuk grond in de Haantjeslei of “Rue des petits coqs”. (Geloof het of niet, maar op gegeven moment was er in de buurt eveneens een "Hinnekenslei", de huidige St. Laureisstraat. Het ging in feite om een domein met een nabijgelegn "kasteeltje" (toen: Haantjeslei 107), omgeven door een park. Vergeten we niet dat de buurt er in die periode nog heel anders uitzag als nu, en nog maar dunbevolkt en weinig bebouwd was. In 1863 werd op het terrein een distilleerderij opgetrokken naar ontwerp van Jules Hofman.


Op oude briefhoofden van F X de Beukelaer
werd het kasteeltje ook nog afgebeeld. Het
lijkt veeleer een soort deftig herenhuis te zijn geweest


Links de productiehal, rechts de burelen en
de toen nog
niet overdekte toegangspoort

Zo´n 30 jaar later maakten die installaties plaats voor alweer een groter gebouw, hetzelfde gebouw dat er thans nog steeds staat, prima onderhouden alsof het slechts enkele jaren geleden gebouwd werd. In hetzelfde jaar kocht De Beukelaer -die tevens Provincieraadslid geworden was- het kasteeltje op.


de voorgevel van de productiehal in de Haantjeslei

   

Deelname aan verschillende internationale tentoonstellingen en handels-beurzen bracht de Beukelaer niet alleen in heel Europa, maar zelfs tot verre oorden als Sydney, Melbourne, Chicago, Philadelphia en Guatemala ! De firma behaalde daarbij een hele trits erediploma´s en medailles. Bijna elk jaar was het ergens wel prijs. De stokerij is evenwel vooral trots -en met recht- op het diploma dat in 1887 behaald werd te Boulogne-sur-Mer. Niemand minder dan de wereldvermaarde Louis Pasteur namelijk bracht als jurylid zijn handtekening aan op het historisch document !

Tal van onderscheidingen werden door de distilleerderij bijeen gebracht op een groot kader. Vreemd genoeg vermeldt het kader ook onderscheidingen uit 1861 en ´62,  dus uit de periode die vooraf ging aan het op punt stellen van het recept van de Elixir... (?)

Ondanks de weerkaatsing geeft het kader een goed
idee van 
de onderscheidingen behaald door de stokerij.


Vreemd genoeg heeft het kader het ook over onderscheidingen
van voor de tot standkoming van de Elixir d´Anvers

Het succes van de Elixir leek in die periode onstuitbaar. Op de website van de firma lezen we in dit verband:

Deze likeur, die zeer snel beroemd werd omwille van zijn opmerkelijke digestieve en weldoende eigenschappen, (…) werd bekroond met tientallen gouden medailles en erediploma´s, niet aleen in Europa maar ook in Australië, Afrika en de Verenigde Staten. Eén van de meest markante diploma´s komt van Boulogne-sur-Mer, Frankrijk (1887) en draagt de handtekening van Louis Pasteur.”

De veelbelovende expansie van de verkoop leidde in februari 1909 tot de oprichting van een vennootschap onder gemeenschappelijk naam. Als vennoten van deze nieuwe bedrijfsstructuur werden naast het echtpaar de Beukelaer ook hun twee zonen Emile (°1865) en Louis-Xavier de Beukelaer vermeld.


Emile de Beukelaer

(Jacques) Emile de Beukelaer was in de 1880´s één van de meest verdienstelijke Belgische wielrenners. Ja ja, er werden toen reeds “bicycle races” georganiseerd, en wel op “hoge bi´s” of op een soort driewielers voor volwassenen, die men vandaag de dag met de stoerdere term “trike” omschrijft... Hij werd in 1885 en 1886 Belgisch kampioen in deze discipline. (7)


Foto collectie Koen Mortelmans

Hij bleef geïnteresseerd in de wielersport, en toen in 1900 de UCI werd opgericht, werd hij er de eerste voorzitter van. Hij zou dit 22 jaar blijven, en werd één van de grote ijveraars voor de professionalisering van het wielrennen. Hij was een tijd lang ook officiële "chronometreur" van de federatie (bv. Reims 1905), en één van de promotoren van de bouw van de tweede Antwerpse velodroom, die in Zurenborg zou verrijzen. De man wordt dan ook niet vergeten in het wielermilieu... Zo is er nog steeds vandaag de dag een trofee naar hem vernoemd... (8) In 1889 kocht Emile de Beukelaer ook één van de eerste auto´s. Niet lang daarna was hij één van de pioniers op het vlak van autorally, met bv. een deelname in de Tour des Ardennes, samen met Pierre de Caters. Ook het opkomend vliegwezen trok de avontuurlijke man aan, en hij werd dan ook bevriend met de legendarische Antwerpse piloot Olieslagers. (9) Louis-Xavier van zijn kant werkte sedert 1888 in de stokerij, en woonde sedert 1910 naar alle waarschijnlijkheid in de Jan Van Rijswijcklaan 76, in een statig huis in Beaux-Artsstijl, een ontwerp van Emile Vereecken. (10)

Hun vader was niet alleen een bekwame likeurstoker, maar ook een handige zakenman. Daarbij begaf hij zich overigens ook buiten zijn vakgebied, zijnde de productie van likeuren en aperitieven. Zo was hij geïnteresseerd in de ontginning van de Kempische heidegronden. Uit de titel van een rapport dat hij in 1901 publiceerde, blijkt dat dit ondermeer verband hield met de aanleg van afvalstorten voor de Stad Antwerpen. (11)

Hij was zoals gezien ook erevoorzitter van de Antwerpse Herbergierbond en actief in de lokale politiek.... Hij zetelde gedurende 1 legislatuur -van 1895 tot 1901- in het Antwerps stadsbestuur voor de Liberale Partij. Tussen 1894 en 1912 was hij ook nog eens verkozen voor de Provincieraad. Dat hij daarbij kon rekenen op de steun van de goed ingeplante Herbergiersbond staat buiten kijf.

Rond 1913 was de firma breidde de firma verder uit, en voegde naast de distilleerderij een opslagplaats. Er werden ook bestelwagens gekocht, om winkels en wellicht ook horecazaken te bevoorraden. In die periode werkten ongeveer 60 à 80 mensen in de distilleerderij. Het grootste deel van het personeel waren vrouwen, die toen nog volledig manueel de flessen van een kurk en etiket voorzagen. Gezien de ongewone achthoekige vorm van die fles vereiste dat laatste repetitieve werkje toch wel handige vingers ! Net voor WO 1 bedroeg de verkoop reeds 700 000 liter, gebotteld in flessen van verschillende maten.


Een prachtige oude reclameaffiche uit de eeuwwende leert verder nog
dat  de Elixir d´Anvers ook in Horren en Tilburg werd gedistilleerd.

   

Toen WO 1 uitbrak, moet het toch wel even schrikken zijn geweest voor de likeurstoker. De “Pruisen” roofden overal koper, en nogal wat kerkklokken werden daarbij omgesmolten tot hulzen voor artilleriegranaten en kogels. De roodkoperen distilleerkolven leken dan ook een mogelijke prooi voor de plunderende bezetters, en naar verluidt besloot F-X dan ook om ze veiligheidshalve wit te laten schilderen. Of die informatie werkelijk klopt is moeilijk te achterhalen. Feit is, dat de Duitsers het koper in de stokerij ongemoeid lieten. De 3 grote kolven die men vandaag de dag in de productiehal aantreft zijn dan ook nog steeds dezelfde als uit die tijd !

De eigenlijke productie verhuisde tijdens de oorlogsjaren evenwel naar Tilburg in Nederland. Daar vond Louis-Xavier de Beukelaer tijdelijk een onderdak bij J.A. Verbunt. De familie Verbunt was sedert 1876 de importeur en verdeler van de Elixir in Nederland. Eens de Grote Oorlog voorbij ging de productie in Nederland verder, maar dan op basis van het concentraat met zijn geheime formule, die in Antwerpen werd klaargemaakt, en dan naar Nederland verzonden.

De familie Verbunt bleef exact 100 jaar, dus tot 1976 de exclusieve importeur van de Elixir in Nederland.

Het echtpaar de Beukelaer trok zich tijdens WO 1 terug in Noord-Frankrijk. De familie bezat te Menton een prachtige villa, en had er ook een kleine "succursale". Het was aldaar dat stichter F-X de Beukelaer op 4 april 1917 overleed. Hij werd op het Antwerpse Schoonselhof begraven. Zijn bureel in het administratiegebouw van de stokerij werd tot op da dag van vandaag in bijna intacte staat bewaard.

 
de Beukeaer volgde op de voet van wat de
concurrentie zoal op de markt bracht

De dagelijkse leiding van het bedrijf ging vanaf dan over op zijn twee zonen, Emile en Louis-Xavier. Amper vijf jaar later, in 1922 overleed echter ook zijn zoon Emile op amper 56-jarige leeftijd. Ook hij werd bijgezet in hetzelfde sobere grafmonument van zijn vader. (12)

De overgebleven zoon Louis-Xavier kon echter snel op de hulp van zijn kozijn Edmond de Beukelaer en van zijn zonen Balthazar-Xavier en Jean rekenen. (de “X-factor” lijkt wel heel belangrijk te zijn geweest bij de naamgeving van de nieuwe telgen in de familie de Beukelaer). Louis-Xavier zou tot 1941 aan het roer van de firma blijven staan. Toen hij er dat jaar de brui aan gaf, had hij er een carrière van maar liefst 53 jaar in de stokerij op zitten.

Na WO 1 werd tegenover de distilleerderij een reeks sociale woningen opgericht. De zogenaamde “Strauss City” werd gebouwd tussen 1919 en 1921 door de "Antwerpsche Maatschappij van Goedkope Woningen" (thans: "De Goede Woning"). Deze werden rond het kasteeltje in de “Hof de Beukelaer” gebouwd. Er werden trouwens 24 stortbaden voor de bewoners van de Strauss City in de kelders van het kasteel gebouwd. De flatbewoners konden zich via een aparte ingang toegang verschaffen tot deze douches. (13) 


Factuur uit de 1920´s

Zoals al eerder werd aangehaald ging Louis-Xavier -de zoon van stichter François-Xavier de Beukelaer- in 1941 op pensioen, na 53 jaar in de stokerij actief te zijn geweest. De dagelijkse leiding kwam tijdens de oorlogsjaren in handen van zijn kozijn Edmond de Beukelaer en zijn zonen (Balthazar-) Xavier en Jean. Xavier de Beukelaer kwam tijdens WO 2 om, toen een V-2 op zijn woning terechtkwam.  

Na de oorlog trokken de zonen van François-Xavier zich blijkbaar terug uit het bedrijf. De beheer van firma kwam volledig in handen van Edmond en Jean de Beukelaer, die later bijgestaan werden door de zonen van Edmond de Beukelaer, Emile en Jacques, de vierde generatie. Beiden zijn ondertussen op pensioen, en hebben de fakkel overgegeven aan de vijfde generatie, die eveneens Emile de Beukelaer heet. (Deze trad toe tot de firma in 1945, waar hij gedurende een jaar een stage doorliep als arbeider, om zo alle knepen van het vak op de werkvloer aan te leren) Waar Emile de Beukelaer zich gaandeweg vooral op de aspecten van de productie zou concentreren, zou zijn broer Jacques, die vanaf 1947 toetrad zich meer op de interne organisatie en administratie gaan toeleggen.

Om het allemaal wat overzichtelijker te maken hebben we een kleine organogram gemaakt:

 

      

Behalve de gebouwen in Antwerpen bezat de distilleerderij ook nog een onbekend aantal bijhuizen elders in het land. Zo was er ondermeer een depot in de stationsdreef te Roeselare. Naar verluidt getuigt een beschilderd opschrift op de achtergevel van de magazijnen ook vandaag nog van dat verleden. (14) In de 1950´s baatte ene G. Wuyts-Beckers een depot te Wezemaal (Leuven) uit. De onderstaande factuur leert ons meteen hoeveel de flessen met de goudgele drank in die tijd kostten. Of dit magazijn de eigendom was van Wuyts of van de Beukelaer is ons onbekend.

 

3) Over geheime formules en zonderling koperwerk 

Om het godendrankje te kunnen maken, zijn maar liefst 32 verschillende planten- en kruidensoorten uit de vier windstreken en verschillende continenten nodig. Het geheime recept bevat ondermeer oregano, jeneverbessen, de schillen van sinaasappelen (er worden vier soorten sinaasappelen gebruikt, waaronder Malaga´s), anijs, rozemarijn, kruidnagel, koriander en Roomse kamille. Uiteraard moet men er voortdurend op waken, dat elk van deze ingrediënten een constant kwaliteitsniveau halen.

De typische gele kleur wordt bekomen dank zij de toevoeging van saffraan, dat samen met vanille tot de duurste kruiden ter wereld behoort. (15)

  

   
Rechts: Oregano
  

De ambachtelijke fabricage gebeurt in de historische productiehal. Het zadeldak van deze hal is deels betimmerd, en rond de nok beglaasd. Dit zorgt voor heel wat lichtinval. Net zoals de overkappingen van heel wat tramstelplaatsen rust het dak op zogenaamde Polonceau-spanten in ijzer, met hun kenmerkende driehoeken.

De eigenlijke productie verloopt in vier fasen, waarna de drank nog gebotteld en verdeeld moet worden. Het productieproces neemt in totaal zo´n 5 à 6 maanden in beslag.



Fase 1: Maceratie Het weken in de alambic 

De verschillende kruiden worden zeer exact afgewogen volgens de formule van F-X de Beukelaar uit 1863, en worden in een alambiek (bereidingsketel) gebracht. Hieraan wordt vervolgens zuivere alcohol (96,2 %) uit suikerbieten toegevoegd.

Dit proces zorgt ervoor dat alle goede bestanddelen uit de 32 ingrediënten loskomen. Het maceratieproces duurt alles samen iets meer dan 5 dagen. Dit laat de alcohol toe om tot in de wortels, de de zaden en de schors binnen te dringen.

In de alambiek blijven de schillen en restanten van de ingrediënten achter. Hun rol is daarmee uitgespeeld, en deze restanten vormen dan ook het bio-afbreekbaar afval van de distilleerderij.

 

Fase 2: Distillatie en rectificatie

    

In de productiehal staan drie distilleerkolven naast mekaar opgesteld. Het gaat om respectievelijk een exemplaar van 355 liter, (gebouwd door Désiré Dubois), eentje van 803 liter (Ch. Van Genechten en eentje van 1029 liter (ontworpen door F.C. Smets uit “Anvers Sud”.

Na de maceratie wordt de distilleerkolf zachtjes verwarmd door middel van stoom. De dampen die hierbij vrijkomen worden via een lange rode buis -wegens hun vorm “zwanenhals” genoemd naar recipiënten met koelwater geleid. Hiervoor wordt zuiver regenwater gebruikt. Het afkoelen brengt de dampen weer in vloeibare vorm, hetgeen men alcolaat of “esprit”noemt. Deze bevat alle goede kenmerken die door de maceratie uit de ingrediënten zijn vrijgekomen.


Fase 3: Afwerking in de mengketel

    

De afgekoelde esprit wordt nu in een zogenaamde “mengketel” gebracht. In de productiehal staat nog de historische roodkoperen autoclaaf van Chaurobel, een Brusselse firma. In de cilindervormige constructie zijn verschillende venstertjes in een soort zigzagmotief aangebracht. Er werd ondertussen ook een modern exemplaar van 12 000 liter aangeschaft.

Aan het alcolaat wordt opnieuw zuivere alcohol, gedemineraliseerd water en suiker toegevoegd. Hierna verkrijgt men het afgewerkt product. Op deze manier wordt de goudgele digestieve likeur van 36° alcoholgehalte bekomen. Tijdens deze fase komen de diensten van de Accijnzen overigens dat alcoholgehalte controleren. Het eindproduct wordt naar een reeks kleine vaatjes gepompt, die langsheen de wand opgesteld staan, boven een rij grote rijpingsvaten.



Fase 4: Rijping op eiken vaten

De oostzijde van het bedrijfsgebouw wordt volledig ingenomen door rijen met eikenhouten rijpingsvaten, afkomstig van Tonnelerie J. Persenaire. Er staan twee types boven elkaar opgesteld. De kleinste rijpingsvaten kunnen 630 liter bevatten, terwijl op de begane grond exemplaren van 3610 liter opgesteld staan. De rijping in de kleine vaten gaat sneller als in de grote. Door het niveauverschil -de kleine vaten staan hoger opgesteld- kan een filtratie met kleine druk worden toegepast, wanneer de gerijpte drank van de kleine naar de grote vaten wordt gestuurd.

De vaten zijn zeer oud, enkelen zijn zelfs eeuweling, en het verblijf van de drank gedurende ongeveer 5 maanden in deze vaten zorgt voor de typische “afgeronde” smaak, zoals een bedrijfsbrochure het omschrijft.

Op de website van de firma staat een prachtig gemonteerd documentatiefilmpje, waarin deze 4 fasen met smaak in beeld gebracht worden.



Fase 5: Bottelen

Oorspronkelijk gebeurde het bottelen volledig manueel. Een 50-60-tal vrouwen werkten aan tafels, die midden in de productiehal opgesteld stonden, en moesten fles per fles afvullen, voorzien van een kurk, een capsule en een etiket. Vervolgens werden de flessen in houten bakken geplaatst.

1932: aankoop stopmachine

1948: aankoop afvulmachine die vier flessen per keer vulde.

Vanaf eind jaren ´50 werden deze arbeidskrachten vervangen door eerste machines. Vanaf de 1960´s kwam er een zo goed als volautomatische installatie, die zo´n 3000 flessen per uur kan vullen en vervolgens afwerken. (Anno 2012: Automatische bottellijn of “automatic packaging system´ van het Italiaanse TMG Impianti) Hierdoor is het personeelsbestand teruggevallen van de oorspronkelijke 60-80 arbeidskrachten tot een 10-tal mensen. Van de machines die vanaf die periode werden aangekocht kan men in de distilleerderij vandaag nog volgende toestellen zien:

  • Oude pomp van de firma Theo Seitz (Kreuznach & Wien), verplaatsbaar dank zij metalen wieltjes. De pomp diende om flessen mee te vullen aan de rijpingsvaten. De pompen werden in Frankrijk en België gecommercialiseerd door Aug. Franzmann.

  • Oude weegschaal om de zakken met ingrediënten op te wegen

  • Afvulinstallatie Bancroft (1948)

  • Etiketeermachine (1957)

  • Capsuleermachine 1950´s ? Merk onbekend

  • Capsuleermachine “Tip Top” (1963)

  • Stopmachine Albatros (1960´s ?)

  



 

Fase 6: Distributie


Er zou een foto bestaan, waarop een 10-tal Ford
bestelwagens van Elixir d´Anvers op afgebeeld staan

Wie op de huidige distilleerderij rondloopt kan ondermeer volgende onderdelen ontwaren, die in het verleden een rol hebben gespeeld in het distributieproces:

- Een kelderruimte met de begane grond verbonden door een hellend vlak
- Opslagruimtes
- Een loskade


Aan de kleine loskade onderging de wandmuur heel wat modificaties

De firma bezat begin 20ste eeuw ook ten minste 1 eigen bestelwagen. In een e-mail aan Retroscoop gericht maakt dhr. de Beulelaer evenwel ook melding van een foto die een 10-tal Ford-bestelwagens laat zien. Vooralsnog werd hierover niet meer informatie gevonden, noch over eventuele opvolgers van die Ford camionettes.

In de zuidelijke hoek van de bedrijfsgebouwen treft men nog een betegelde ruimte met een lichtdoorlatende koepel aan. Deze ruimte diende vanaf de pioniersjaren als flessenwasserij. Er stond inderdaad ook op de mooie achthoekige flessen van de Elixir d´Anvers statiegeld.

Anno 2012 staan er mengketels opgesteld. Nog in dezelfde zuidelijke hoek bevindt zich een opslagruimte die zich kenmerkt door een “dubbele gietijzeren galerij afgedekt met koepel op gebogen metalen spanten.” (16)

 

Fase 7: Bestellingen opnemen en facturatie


In dit deel van de site was en is nog steeds de administratie ondergebracht
Het bureau van de directeur-stichter bevond zich juist op de hoek. Achteraan
torent de hoge schouw van de stokerij boven de lage bebouwing in de buurt.
Men ziet hier ook hoe de toegangspoort van weleer op gegeven moment
in een andere bouwstijl overkoepeld werd.

 

4) Een doelpubliek van twee- en... viervoeters ! 

De Elixir d´Anvers, door de producent omschreven als een “liqueur exquise” verwierf al snel een goede reputatie vanwege zijn digestieve kwaliteiten. Een glaasje van de zoete drank na een copieuze maaltijd bevorderde met andere woorden opvallend goed de spijsvertering. Aangezien bij de productie van de drank ondermeer het zeer dure saffraan werd gebruikt, was de Elixir niet voor ieders beurs weggelegd. De drank moet oorspronkelijk dan ook vooral bij de gegoede burgerij erg in de smaak zijn gevallen. De reclames uit de late 19de eeuw suggereren dat er daarbij zowel op de heren als op de dames werd gemikt.

Het is ook bekend dat de Zusterordes die meisjesscholen runden, vaak ook wel ergens een achthoekige fles in reserve hielden. Wanneer één van de jongedames die er lessen volgde met “buikkrampen” zat, werd vaak niet de medicijnkast geopend, maar de fles met de weldoende drank bovengehaald. Vaak volstonden enkele druppels op een klontje suiker om de ergste pijn te verlichten. Of die flessen echter ook exclusief voor de vlijtige leerlingen met buikkrampen bestemd was, is natuurlijk een heel andere kwestie... 

Elixir d´Anvers groeide ook -letterlijk dan- ook uit tot een verrassend “paardenmiddel”. De hinnikende viervoeters kunnen zo nu en dan wel eens opgezadeld geraken met zogenaamde “kolieken”, vooral als ze teveel klaver naar binnen gespeeld hebben. Blijkbaar moet iemand ooit eens de proef op de som genomen hebben, en nagegaan zijn of de digestieve eigenschappen van de likeur in zo´n gevallen ook voor deze ongewone patiënt golden. Vreemd genoeg bleek dit ook effectief het geval te zijn: het toedienen van een flinke hoeveelheid Elixir d´Anvers kon met andere woorden het geliefde hoefdier alvast verder helpen, in afwachting van de komst van een veearts. Ook nu nog bestellen enkele stoeterijen flessen Elixir als een soort EHBO-middel voor zieke paarden. De stokerij zelf bracht op gegeven moment ook kaartjes uit, waarop de Elixir specifiek als middel tegen kolieken bij paarden werd aanbevolen. Afgaande op de reclame wisten ook runderen een "heerlijk elixiertje" wel te smaken in geval van buikkrampen.


 

5) De kunst van het verkopen 

Net als eerder op Retroscoop aan bod gekomen bedrijven uit de voedingssector zoals Byrrh en Solo heeft F X de Beukelaer in de loop van haar bestaan heel wat reclamevoorwerpen laten vervaardigen. Door middel van deze "merchandising" vergrootte de stokerij nog eens extra haar naambekendheid, en stimuleerde het de verkoopcijfers. 

Voor WO 2

– Het meest opvallende item waarmee reclame werd gevoerd was een reeks van prachtige affiches. In de 1920´s organiseerde de firma een wedstrijd binnen een aantal families, om een representatieve mannequin te kunnen vinden. De keuze viel uiteindelijk op de nog jonge baron Bracht. Reproducties van deze nostalgische items kunnen tot op de dag van vandaag bij de likeurstoker aangekocht worden voor een zeer democratische prijs.

– Die-cuts: de firma bracht begin 20ste eeuw een aantal fraaie “diecuts” of uitgesneden kartonnen reclames, soms in hard papier, waaronder een reeks van speelgoedmedailles

– Chromo´s: al bij al een relatief beperkt gamma

– Postkaarten: F X de Beukelaer liet een reeks eigen postkaarten uitgeven, maar koos blijkbaar eerder om op postkaarten van uitgevers als Nels stempels te laten zetten met de naam van de firma en haar sterproduct. Deze werden doorgaans in het rood aangebracht. Opvallend was bijvoorbeeld een hele reeks postkaarten uitgegeven na WO 1, waarop de oorlogsverwoestingen afgebeeld waren. Die stempels trof men niet enkel aan op binnenlandse postkaarten, maar ook in de landen waar Elixir d´Anvers naar toe geëxporteerd werd. Dit was ondermeer het geval voor Duitsland en Zwitserland. De stempels doken ook op op postkaarten van de Amerikaanse uitgever SDT, bijvoorbeeld op afbeeldingen van New Yorkse taferelen als de Trinity Building, Madison Square Garden en Washington Arch & Park. De stempels doken ook op op postkaarten van Coney Island, zoals op de SDT postkaart van de “Surf”aldaar.

– Er bestaan ook zeer mooie kalenders uitgegeven in opdracht van de drankenproducent. Zo kocht het Hasseltse Jenevermuseum een prachtig exemplaar op van een kalender uit de 1930´s.

– De stokerij gaf ook speciale glaasjes voor de Elixir uit

   
die-cuts en n
epmedailles


Kalender uit de collectie van het Jenevermuseum in Hasselt


Een bordje uit een café maakt kenbaar dat er
Elixer d´Anvers besteld kan worden, en aan welke prijs

Na WO 2 

Na WO 2 zien we een reeks andere reclamevoorwerpen opduiken, die blijkbaar voorheen niet of in veel mindere mate werden gebruikt. Dat is ondermeer het geval voor: 

– Etiketjes op luciferdoosjes

– Speelkaarten

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat deze -uit verzamelaarsstandpunt bekeken- toch wel minder tot de verbeelding spreken dan de reclame-items van weleer. Wellicht wou de stokerij wat af van het meer elitaire karakter van de Elixir, en wilde het een veel ruimer publiek aanspreken. Altijd een zeer gevaarlijke commerciële evenwichtsoefening....

Blijkbaar heeft ook de stokerij ondertussen weer het hoog charmegehalte van die oudere merchandising herontdekt. Zo geeft het anno 2012 een mooie glossy openklapbare brochure uit, waarin de korte geschiedenis van het bedrijf en de verschillende producten worden voorgesteld. Op het voorblad prijkt één van de mooie affiches uit het begin van de 20ste eeuw. Reproducties van die affiches en speciale Elixir d´Anvers-glaasjes zijn overigens nog steeds beschikbaar.

     
Drie luciferetiketjes en twee speelkaarten


6) Geduchte concurrentie op een druk bezette markt

Gaandeweg zal dit artikel nog worden aangevuld met namen van concurrenten voor de Elixir d´Anvers. Uit de reeds opgestarte lijst blijkt dat de Beukelaer lang niet de enige was in Antwerpen die een “elixir” op de markt bracht.

Binnenland 

  • Elixir de Brabant (Jos Borstels, Antwerpen)

  • Elixir Fox (De Schepper-Bruggeman, Gent)

  • Elixir de Kempenaar (Jacques Neefs, Antwerpen) deze commercialiseerde zijn elixir als een “gezondheidslikeur”

  • Elixir de la Métropole (Compagnie Chérubin, Antwerpen)

  • Elixir Roza (Hollandia, Hasselt)

  • Elixir Solar (Stoom-likeurstokerij De Zon Simkens-Verheijen, Antwerpen)

  • Elixir de Spa (Schaltin Pierry & C°): de groene kolfvormige flessen met hun lange smalle hals suggereerden wel heel erg de mystieke sfeer die alchemisten opwekten

  • Elixir de la Trapperie (E. Eppe, Habay-la-Neuve) 1890´s 

  
Rechts: de Compagnie Chérubin benaderde echt wel gevaarlijk
dicht het lettertype en de lay-out van haar concurrent in de Haantjeslei
Benieuwd of dit ooit tot een proces geleid heeft...
 

Buitenland 

  • Elixir Arquebuse (Lyon, Frankrijk)

  • Elixir des Alpes (Frankrijk)

  • Elixir d´Armorique (Warenghem Fils, Lannion, Bretagne, Frankrijk)

  • Elixir du Coiron (Deleuze Fils Ainé, Villeneuve-de-Berg, Ardèche, Frankrijk) 1890´s

  • Elixir Combier (Saumur, Frankrijk) dat gecommercialiseerd werd als een “puissant digestif”. De firma maakte heel wat reclame, en haar naam duikt op heel wat items uit de vroege 20ste eeuw.

  • Elixir de France (Frankrijk)

  • Elixir Godineau (Frankrijk)

  • Elixir Philtre Jouvence (Frankrijk)

  • Elixir Soeur Louise (Frankrijk)

  • Elixir Tisy (Frankrijk)

  • Elixir Heldens (Nederland) 

    

Zoals al eerder aan bod kwam, brachten ook heel wat apothekers, dokters en bv. tandartsen medicinale elixirs in omloop.

 


7) De uitbreiding van het gamma
 

In het verleden al produceerde of commercialiseerde F-X de Beukelaar een aantal andere dranken, die ondertussen blijkbaar niet langer bestaan. Een tarievenlijst uit 1910 heeft het over een 25-)tal producten, waaronder: 

Snaps / Oude Genever: vanaf 1904
- Balsam: een "versterkende" aperitiefdrank op basis van sinaasappelen en diverse kruiden, waaronder kinine. Geen wonder dus, dat de drank al eerder ter sprake kwam op Retroscoop, toen de geschiedenis van de Franse aperitievenproducent Byrrh in deze rubriek aan bod kwam. Volgens de huidige zaakvoerder dateert de drank uit omstreeks 1880. Rond 1890 bedroeg de productie ongeveer 5000 liter, hetgeen snel begon aan te zwellen: in 1912 was het product inderdaad zeer sterk in populariteit toegenomen, en werd er meer dan 400 000 liter van vervaardigd ! De productie ervan werd omstreeks 2000 gestopt, omdat kininedranken niet langer rendabel bleken te zijn. 

Scudoz: “apéritif au vermouth”
- Orange Bitter
- Triple Sec
- Amer Effix
- Kümmel
- Anisette
- Fruits-à-l´eau de vie
- Advocaat

Nectar Cherry

     

Ook de verkoop van de Elixir d´Anvers is op een gegeven moment beginnen terug te vallen. Nieuwe dranken raakten meer en meer in de mode, en het is niet altijd gemakkelijk voor een kleinschalig ambachtelijk bedrijfje om op te boksen tegen de grote jongens. Deze hebben vaak een enorm budget voor reclamedoeleinden, voeren een soms agressieve verkooppolitiek en strijden bikkelhard onder elkaar voor de beste plaatsen op de schappen van grootwarenhuizen. F-X de Beukelaer heeft (niet langer ?) verkopers die heel het land of het continent doorkruisen, naarstig op zoek naar nieuwe afzetmogelijkheden en dus bonussen bovenop hun loon. 

Een deel van de huidige verkoop van de Elixir d´Anvers is nog steeds een uitvloeisel van de uitstekende reputatie die het digestieve drankje wist op te bouwen. De productie gebeurt nog steeds volkomen op dezelfde manier als weleer, in dezelfde installaties. Ook werd er niet toegegeven aan de vaak toegepaste verkoopmethode om met een nieuwe verpakking op de proppen te komen. Niet alleen de octagonale fles is nog steeds dezelfde als weleer, maar ook het etiket. Het traditionele karakter werd dan ook volkomen bewaard. 

De terugvallende verkoop werd op twee manieren opgevangen. Enerzijds organiseert de stokerij met een grote regelmaat bedrijfsbezoeken, die afgerond worden met de mogelijkheid om producten in de distilleerderij te kopen. Anderzijds mikte de stokerij na WO 2 opnieuw op diversificatie, en werd het aanbod weer stelselmatig uitgebreid. Per slot van rekening bestaat het productieproces van de Elixir d´Anvers voor een belangrijk deel uit het rijpingsproces. Om de distilleerkolven gedurende al die maanden niet werkloos te laten, is het inderdaad interessant om ook andere dranken te produceren.

Anno 2012 commercialiseert de stokerij in de Haantjeslei:

Elixir de Spa: Omstreeks de 17de eeuw bedacht door de Paters-Capucijnen van Spa. Tijdens de Franse Revolutie verloren ze hun bezittingen. Omstreeks 1850 dook eensklaps de oude formule van dit elixir op in één van de geveilde boeken van de Capucijnen. Voor de bereiding van de drank waren meer dan 40 verschillende kruiden en planten nodig, die allemaal in de omgeving van Spa te vinden waren. In tegenstelling tot de Elixir d´Anvers wordt de esprit tweemaal gedistilleerd, en het eindresultaat -een volkomen kleurloze drank van 40° smaakt ook minder zoet.

In 1858 begon de stokerij Schaltin, Pierry & Cie opnieuw de drank van de Capucijnen op basis van het oude recept te produceren. Deze stokerij zou het net geen 100 jaar uithouden, en schopte het tot Hofleverancier. In 1956 kocht de firma F-X de Beukelaer het oude recept op, en verhuisde de productie na enige tijd naar Antwerpen. 

Advocaat: Het gaat om ambachtelijk gemaakte advocaat, en er worden maar liefst 21 verse eierdooiers per fles verwerkt. Diepvrieseierdooiers en eierpoeder zijn volkomen anathema in de Antwerpse stokerij. Door het alcoholgehalte op 18° te brengen kan de drank met de verse eierdooiers zich probleemloos 8 maanden zonder kwaliteitsverlies handhaven. 

St Pol (Kortrijk): Sedert de productie van de rogge- en moutwijn St Pol weer is opgestart in Kortrijk koopt F-X de Beukelaer een deel van die productie op. Hier wordt de drank gedistilleerd tot graanjenever van 30, 36, 40 of 49°. Overigens wordt er ook een “korenwijn” van 45 of... 54° uit bereid. Deze wel zeer sterke drank wordt gecommercialiseerd in flessen en stenen kruiken.

De firma produceerde gedurende jaren eveneens de vodka Relsky. Dit merk behoorde aan de familie Relecom. (De merknaam behoort thans aan kleinzoon Michel (Relecom ?), maar de drank wordt naar verluidt niet langer gecommercialiseerd. (?)

Na het overlijden van Emile de Beukelaer (4de generatie) leidde zijn zoon -eveneens Emile geheten- samen met zijn neef Jean. Deze laatste is kinderloos gebleven, en trok zich op gegeven moment uit het bedrijf. In zijn plaats kwam toen Hugues Nolet de Brauwere, toen president van de invoerders van sterke dranken. Deze nam een meerderheidsparticipatie in het bedrijf, maar kon zich uiteraard gemakkelijk terugvinden in de afspraak om de naam de Beukelaer als merknaam te behouden. Sedert 2008 werkt Emile de Beukelaer nog 3 dagen per week als raadgever in het bedrijf.

Goed nieuws voor de stokerij was er rond 2000. Toen viel er weer een lichte toename van de verkoop van de authentieke kruidenlikeur vast te stellen. (17) Benieuwd of deze hoopvolle cijfers gehandhaafd bleven, toen de internationale economische situatie een tocht doorheen dreigende donderwolken aanvatte, met als gevolg financiële chaos, een hoge werkloosheid, zaken die op de fles gaan, fabrieken die sluiten...

Opmerkelijk: onlangs bemerkten we een opvallende display van Elixir d´Anvers in een grootwarenhuis nabij de Groenplaats. Vreemd genoeg stond deze display ook niet in de gang met andere dranken opgesteld, maar in een andere rayon, hetgeen hem nog meer deed opvallen. Vooralsnog is het onduidelijk of het hier om een volkomen nieuw offensief gaat, of zo deze verkooptechniek ook al de voorbije jaren werd toegepast.

Tot slot, zoals de stokerij het zelf aanraadt, misschien toch nog deze voorzichtige aanbeveling: hun "vakmanschap drink je met verstand". Maar aangezien de lezer van dit artikel de weg naar Retroscoop gevonden heeft, zijn we hier wel helemaal gerust in.... 

 

Voetnoten en bedankingen

We zouden graag onze erkentelijkheid en dank willen overmaken aan Dhr. Emile de Beukelaer, die ons met veel zorg opgestelde antwoorden doorstuurde op een toch wel lange reeks van vragen.

(1) Parein koekjesfabriek Photostream op Flickr

(2) Korte bedrijfsgeschiedenis van Rombouts koffie door Robby De Caluwe en Koffie

(3) Wikepadia artikel gewijd aan de drankensoort Elixir 

(4) Elders op Retroscoop, in de geschiedenis van het Waalse bedrijfje dat de roerzeef Passe-Vite uitvond is al uitgebreid aan bod gekomen, wat er allemaal mis kan lopen als men zijn uitvinding niet voldoende beschermd. 

(5) François-Xavier de Beukelaer

(6) Streekproducten: Belgische Elixir

(7) Emile de Beukelaer als wielrenner Er worden nog steeds koersen en zelfs een World Tricycle Championship op zo´n driewielige “trikes” georganiseerd:

(8) Emile de Beukelaer trofee

(9) Wikipedia artikel over Emile de Beukelaer

(10) Herenhuis van Xavier de Beukelaer VIOE. Vereecken was ook de man die het hoofdkantoor van Bunge & C° in de Arenbergstraat in Antwerpen ontwierp. Dit bedrijf kwam ter sprake in het Retroscoop-artikel over de Koloniale Hogeschool in Antwerpen. 

(11) In 1899 publiceerde F-X de Beukelaer de brochure "Defrichement des bruyeres campinoises", en in 1901 verscheen dus zijn “Rapport sur les travaux de defrichement des bruyeres en Campine par les immondices de la ville d´Anvers depuis 1897 jusqu´à 1901".

(12) Grafmonument van F-X en Emile de Beukelaer op het Schoonselhof.

(13) Strauss City VIOE: Na WO 2 werden de flatgebouwen met een extra verdieping verhoogd. Het kasteel werd ondertussen afgebroken. Meer uitleg over de bouwwerken zelf zijn terug te vinden in De Technische Gids, 1921 p. 303.

(14) "Depot der Modelstokerij van het Elixir d´Anvers en Balsam" te Roeselaere  

(15) De precieze samenstelling wordt zoals dat van Coca Cola angstvallig geheim gehouden. Toch zou het interessant zijn om na te gaan wat het in de 19de eeuw aangevraagde patent allemaal precies vermeldde. Ergens moet toch een minimum aan informatie doorgegeven zijn geworden en gepubliceerd, hoe kan immers een mogelijke concurrent anders weten wat er precies allemaal in de reeds bestaande elixirs verwerkt was ? De patentaanvraag van de roerzeef bijvoorbeeld was vergezeld van een tekeningen van het kleine keukentoestel, opdat voor iedereen ook duidelijk was wat de Waalse uitvinder nu precies wou beschermen. Voor iedereen, behalve voor de firma Moulinex, maar dat verhaal kwam reeds elders ter sprake. Tijdens de opendeurdag toonde de firma zelf een aantal van de ingrediënten in een vitrinekast, maar dus niet alle 32... 

(16) Distilleerderij de Beukelaer VIOE 

(17) Elixir d´Anvers de Ambachtelijke kruidenlikeur uit Antwerpen sinds 1863 (De website geeft sedert 2013 soms de boodschap Page not found aan, ook al verschijnt de achtergrond en index)

Extra literatuur

 

 

 
 
database afsluiten