Retroscoop - De gelatinefabriek van Hasselt RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Gelatinefabriek
van Hasselt

 Benoit Vanhees 

Tot eind 19de eeuw ging de industriële revolutie grotendeels voorbij aan de Limburgse provinciehoofdstad Hasselt. Er waren weliswaar de jenever-stokerijen, maar deze waren alles bij elkaar genomen beperkt in omvang. In 1890 werd de porceleinfabriek "Porcelaines du Limbourg" opgericht in de Badderijstraat, op de plek waar nu de Bibliotheek van Hasselt zich bevindt. Het werd geen succesverhaal, en drie jaar later sloot de fabriek reeds de deuren. Het werd evenwel nieuw leven ingeblazen door een Brusselse industrieel en een aantal Hasseltse jeneverstokers. De opkomst van de Art Nouveau zou voor een aantal gouden jaren zorgen voor deze fabriek, die mooie siertegels produceerde. (1)

Een nog belangrijkere stap werd dan in 1894 gezet. In dat jaar richtten Armand Hertz (St. Avold-Lotharingen, 1867 – Brussel, 1928), zijn vader Gottlieb en Charles Wolff uit Frankfurt de "´Société des Produits Chimiques de Hasselt" op. (De naam werd op briefhoofden eveneens als "Manufacture Belge de Produits Chimiques Hertz & Wolff" aangeduid)

Deze fabriek legde zich voornamelijk toe op de productie van gelatine. Deze stof werd in dikke en dunne bladen geproduceerd, alsook in poedervorm. Het product werd voornamelijk in twee sectoren gebruikt, namelijk in de voedingsindustrie en in de fotografie. Tot 1927 werd er eveneens lijm vervaardigd, wat de bijnaam "Lijmfabriek" verklaart. In mindere mate werden er ook meststoffen geproduceerd. (2)

De fabrieksgebouwen werden tussen 1894 en 1896 gebouwd in de nabijheid van de oude Broekermolen. Briefhoofden uit het einde van de 19de eeuw tonen een duidelijk geïdealiseerd beeld van een fabriek met drie dampende schoorstenen op een rechthoelig terrein. Het geheel is omringd door gebouwen of muren. De hoofdingang leidt naar een huis dat duidelijk de functie had van ontvangstgebouw en kantoorruimte. Latere postkaarten tonen toch wel iets dat bescheidener oogt dan deze wel erg triomfantelijke illustratie.

De Broekerrmolen was een watermolen aan de Nieuwe Demer. Dit is de zijarm van de Demer die het stadscentrum met de weiden aan de Crutzenwinning verbindt. (3) Oude postkaarten tonen het jaartal 1749 op de molen. In feite gaat de activiteit van graan malen in deze buurt terug naar de 13de eeuw. De postkaarten dateren van 1907, dus werd de Gelatinefabriek (1894) niet op de plek waar de molen stond opgetrokken.

De fabriek lag verder ook in de nabijheid van het zogenaamd Aftakkingskanaal, de huidige Kanaalkom. Deze kwam uit op het 45 km lang Kempens kanaal tussen Hasselt en Dessel, dat reeds in 1858 tot stand was gekomen. (5) Later werd dit kanaal een integraal deel van het Albertkanaal. De Kanaalkom was in die tijd wel breder en minder diep. Omdat er water uit de Demer werd gebruikt om het nieuwe kanaal te vullen, was het waterpeil van de Limburgse rivier zodanig gezakt, dat de Broekermolen niet langer werkzaam was. In 1897 werd verder een spoorweg getrokken. Deze vertrok vanuit het (rangeer)station van Hasselt, langs de thans verdwenen brouwerij Sampermans, evenwijdig met het Lyceum van Hasselt zo naar de Kanaalkom. Deze spoorweg werd omstreeks 1980 afgebroken, en thans loopt er een fietspad over de vroegere spoorwegbedding. De spoorweg liep ondermeer tot aan een weegbrug.

Aan de ingangspoort van de fabriek is ook nog een stuk spoorweg tussen de kinderkopjes te zien. (zie verder: Foto´s van de ruïnes / Tine Verheyden). Het is ons niet helemaal duidelijk of de spoorlijn vanaf deze poort doorliep tot aan de weegbrug. Hoe dan ook, de aanleg van de Aftakking en de spoorweg hadden een gunstige invloed op de industriële ontwikkeling van Hasselt. Dit is goed te zien op oude postkaarten en foto´s van dit gebied.



Het bedrijfsgebouw met de kleine schouw op de voorgrond is één van de vroegere slachthuizen van Hasselt. (Vandaar natuurlijk de naam Slachthuiskaai die deze oever van de Kanaalkom draagt.) Op de achtergrond zien we de Gelatinefabriek. De eerste postkaart toont nog de twee schouwen van 15 en 23 m hoogte, die in 1935 vervangen werd door een schoorsteen van 45 m hoog. Deze is op de tweede postkaart te zien.

Links van het Slachthuis waren een aantal gasopslagtanks, die dan weer de naam Gazometerstraat verklaren. Op de postkaart hieronder zijn links twee opslagtanks te zien. Die stonden ongeveer waar nu de Versus staat.

De nabijheid van een slachthuis was voor de Gelatinefabriek mooi meegenomen. Wie gelatine zegt, zegt immers beenderen. Toch volstond die toelevering niet, en dienden extra beenderen en dierenhuiden worden aangevoerd via het kanaal en de spoorweg.


Snelle expansie


Kaartje uit 1915

De zaken gingen blijkbaar uitstekend. Armand Hertz bleek ondertussen ook een fabriek in Rijsel te hebben geopend of opgekocht.

In 1910 namen Hertz & Wolff de ´(Société Fermiére des) Etablissements Humbert´ over. In de 1920´s is dan opeens sprake van Gelatines Hasselt Vilvorde. Door het mengen van eigen informatie met die van een fiche op de Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed weten we het volgende over deze Vilvoordse connectie:

In 1890 diende de firma Blieck Frères de toelating aan het stadsbestuur van Grimbergen om een productiesite voor beenderfosfaat en gelatine op te richten. Hiervoor werd een perceel geklemd tussen de Willebroekse Vaart en de Zenne aangekocht.Amper enkele jaren later werd deze fabriek blijkbaar overgekocht door de Franse firma Duché. Deze was blijkbaar actief in verschillende landen, en vermeldde begin 20ste eeuw trots haar vlaggetjes in Parijs, Londen, Manchester, Glasgow, Buenos Aires en New York. De maatschappelijke zetel was blijkbaar in Londen gevestigd onder de naam TM Duché & Sons. (Ook Liebig Antwerpen deed iets gelijkaardigs, o.a. met een oog op de Londense Beurs)

Het vinden van een originele naam voor de nieuwe aanwinst bleek geen sinecure, dus werd het gewoon "S.A. de Grimberghen". De eerdere eigenaar Blieck Frères lijkt zich (vervolgens ?) op de productie van glucose te zijn gestort. (In Aalst was alleszins in de 1930´s een firma actief die “Glucoseries Réunies” heette, en samengesteld was uit de vroegere bedrijven Blieck Frères en Callebaut Frères)

Blijkbaar gingen de zaken van Duché zeer goed, want in 1896 besloot directeur Marius Duché een tweede en aanpalende fabriek op te starten, maar ditmaal op het grondgebied van Vilvoorde. Ook hier weer geen frivole naam als Golden Eagle of Agile Deer, maar simpelweg S.A. de Vilvorde of Usine Duché S.A. Hier werden gelijkaardige producten vervaardigd, maar ook afgeleide producten als lijmen. In 1900 ontstond hieruit of op een deel van de site een nieuw bedrijf, de "S.A. de Pont Brulé". Deze zou zich eerder hebben bezig gehouden met de fabricatie van producten uit de zware scheikundige nijverheid. Een straatje tussen de sites van Pont Brulé en Duché S.A. werd naar de bedrijfsleider genoemd.

In 1911 smolten beide fabrieken samen tot de "Usines Duché S.A." In de 1920´s smolt of werkte het dus samen met de gelatinefabriek van Hasselt tot “Gelatines Hasselt Vilvorde”. Ook een bedrijf in het Franse Nevers zat in deze constructie. De site in Vilvoorde groeide uiteindelijk uit tot een oppervlakte van ongeveer 8O ha. In 1964 werd het het overgenomen door de Limburgse maatschappij  "Produits Chimiques de Tessenderloo N. V.".

Hieruit groeide dan vanaf 1983 Tessenderlo Chemie, zelf een onderdeel van Tessenderlo Group. Het deel “Grimbergen” is thans verdwenen, de andere helft is nog steeds een draaiend chemie bedrijf. Van de oude fabrieksgebouwen blijft enkel een voormalige turbinehal uit 1919 over. Het rood bakstenen gebouw onderging bovendien heel wat wijzigingen, maar is ook nu nog en thermische centrale.

Luc Van Daele van "Vilvoorde Anno" wist ons in een e-mail van 19 oktober 2014 mee te delen dat deze gelatinefabriek lokaal ´t Bienekot genoemd werd. Hij legde uit: "Biene das vilvoords voor de beenderen die ze bij de slagers gaan ophalen. Vroeger lagen die hopen beenderen open en bloot en in de zomer wemelde die van de maden. Ik herinner me nog die beelden daar ik in de buurt woon en me grootvader daar werkte." Schrijver Willem Ellschot was in 1912 trouwens boekhouder in deze nieuwe aanwinst van de ondernemers Hertz & Wollf. (6)


De gelatinefabriek in Hasselt en in Vilvoorde in 1922

De fabriek in Vilvoorde bleef een aantal jaren een onafhankelijke productie-eenheid functioneren. Wellicht werden eventuele fusieplannen wat op de lange baan geschoven, nadat Duitse troepen ons land waren binnengevallen. Snel na de oorlog, meer bepaald in 1919 werden de twee fabrieken dan toch gefusioneerd. De nieuwe entiteit werd ´N.V. Gélatines Hasselt-Vilvorde´ genoemd.

In de jaren twintig ging de expansiedrift verder. De nog jonge N.V. nam in 1921 een gelatinefabriekje in het Franse Nevers over, de firma "G. Valette en P. Colette" over. Dit leidde andermaal tot nieuwe briefhoofden.

 

Rond 1923 (?) werd ook een gelatinefabriekje te Hyon nabij Bergen overgenomen. Een factuur uit 1923 van dit bedrijfje geeft aan dat de fabriek in Hyon opgericht werd door de ondernemers Emmerich en Bertholon. Hun activiteiten sloten naadloos aan bij die van de groep Hasselt-Vilvoorde.

In Hasselt zelf breidde de fabriek gestadig uit, in evenwijdige richting met de aftakking van het kanaal. Was de oorspronkelijke fabriek nog rationeel opgebouwd, werd er op den duur noodzakelijkerwijze chaotischer gebouwd. De fabriek werd een vreemd en niet altijd even rationeel aangelegd allegaartje van loodsen en bedrijfsgebouwen. Op een bepaald moment waren ongeveer 3,5 ha van de 5 ha bedrijfsgrond bebouwd. Sommige gebouwen waren met elkaar verbonden door een smalspoor, waarvan een deel nog vandaag bestaat. De voet op de foto dient om een idee te geven van de beperkte breedte van het spoor.

Vervolgens kreeg de fabriek echter twee serieuze klappen te incasseren: een felle brand en barre economische tijden...

 
De brand van 1927 en de economische crisis

Op 30 september 1927 woedde een hevige brand op het bedrijfsterrein. In een mum van tijd stonden verschillende loodsen in brand, te meer daar een aantal opgeslagen producten bijzonder brandbaar waren. Enkel de loodsen voor de zuivering van de gelatine, de kalkkuilen, de smidse, het labo en het gebouw van de electriciens bleven uiteindelijk gespaard. Dit was natuurlijk een ernstige catastrofe. Er werd niettemin snel met de heropbouw begonnen. De productie van lijm werd echter na deze calamiteit definitief stopgezet. Gaandeweg herrezen weer nieuwe gebouwen. De catastrofe werd natuurlijk meteen ook aangegrepen om de nieuwe opstelling van de verschillende gebouwen wat rationeler aan te pakken. De groep kon ondertussen ondermeer op de fabriek in Vilvoorde terugvallen voor inkomsten. 

Een deel van de arbeiders kon aan het werk gehouden worden, door hen in te schakelen in de heropbouw van de fabriek. Eens de werken voltooid, liet een dankbare directie een feestzaal annex fabriekswinkel on de Oude Broekermolenstraat oprichten. De fabrieksleiding besloot ook om 5 woningen in de Lazarijstraat op te trekken voor haar sleutelpersoneel. Er kwamen twee woningen voor ingenieurs, en drie voor gespecialiseerde onderhoudstechnici. De fabriek had er alle belang bij, dat deze zelfs ´s nachts snel op het fabrieksterrein konden zijn. Ook de directeur woonde trouwens vlakbij. Hij bewoonde een fraaie villa met torentje aan de overzijde van de fabriek. Jammer genoeg werd deze wat sprookjesachtige woning in de 1980´s afgebroken. Armand Hertz overleed het jaar na de brand.

In het interbellum werkten tussen de 85 en de 150 mensen in de Gelatinefabriek van Hasselt. Uit een kort artikel in de rubriek Ongevallen in het Belang van Limburg uit 9 september 1930 weten we, dat de fabriek blijkbaar over een autobus beschikte, om personeelsleden van en naar de fabriek te brengen. Dezelfde krant berichtte op 11 juli van hetzelfde jaar over een ander "fait divers": een handelsreiziger die de fabriek bezocht had, werd actief opgespoord door de politie, omdat hij ervan verdacht werd 3800 fr. te hebben gestolen uit de kluis, die open was blijven staan.

In 1935 werden de twee kleinere schoorstenen vervangen door één enkel exemplaar, maar dan van 45 m hoog. (Tien jaar later werd deze blikvanger nog eens extra verhoogd). In 1937 werd ook een nieuw kantoorgebouw (Armand Hertzstraat 23) toegevoegd. De stijl was zeer sober, geen tierlantijntjes zoals fabriekskantoren uit de 19de eeuw vaak vertoonden.

De groep Gélatines Hasselt & Vilvorde blijkt volgens de geraadpleegde bronnen in de jaren dertig de grootste producent van gelatine in de wereld te zijn geweest.Dank zij constant laboratoriumonderzoek wist de groep de kwaliteit van de producten te blijven waarborgen. Deelname aan diverse internationale tentoonstellingen en handelsbeurzen leidde tot diverse onderscheidingen, prijzen en medailles.

Wanneer dit precies heeft plaatsgevonden, hebben we vooralsnog niet kunnen achterhalen, maar mogelijkerwijze is de groep Hasselt & Vilvorde vervolgens in financiële moeilijkheden geraakt, al vraagt dit punt meer onderzoek. Hoe dan ook, documenten uit 1939 (en mogelijkerwijze eerder) geven aan, dat er ondertussen een nieuwe eigenaar in het spel was opgedoken. De Franse firma Société des Produits Chimiques Coignet S.A. prijkt in dat jaar als overkoepelende naam op de facturen. De firma Coignet had een maatschappelijke zetel in Parijs, en een fabriek in Lyon, en was eveneens actief op het vlak van gelatine. Het bedrijf produceerde verder ook lijm en meststoffen.

   

 
De periode na de oorlog

Na WO 2 waren er een nog een aantal jaren van expansie, en waren er zelfs 300 mensen werkzaam. De 45 m hoge schoorsteen werd in hoogte verdubbeld, en was dan ook van heinde en ver te zien.

De eigendomsrechten bleken tijdens de oorlogsjaren nog maar eens gewijzigd te zijn. De algemene leiding lag nog steeds in Frankrijk, maar nu is sprake van de firma Rousselot & Cie. (°1891) Ook de overkoepelende noemer "Colles et gelatines Belges" verschijnt nu of het briefpapier. Die lijmen werden in Doornik geproduceerd. (Er was eveneens een lijmfabriekje in het Franse Givet). Rousselot smolt vervolgens zelf samen met Kuhlman, en kocht eveneens een gelatinefabriek in Gent op. Deze vestiging zou lange tijd als SANOFI door het leven gaan. Dank zij een korte vermelding in het Belang van Limburg op 13 maart 1949 weten we dat de toenmalige directeur Briquet heette, en dat hij tevens voorzitter van de Werkrechtersraad in Hasselt was.

In de 1950´s blijkt de fabriek zo nu en dan haar medewerking te hebben verleend aan culturele activiteiten. Zo berichtte het Belang van Limburg op 19 februari 1952 over een toneelavond georganiseerd door de Koninklijke St. Raphaelsgilde. Toneelkring Climax voerde er toen het stuk "De klucht van de brave moordenaar" van Jos Jansens in het Hasselts dialect op. De inkom bedroeg 20 fr. Mogelijkerwijze gebeurde de opvoering in de Feestzaal van de fabriek. Deze zaal was in september 1957 bijvoorbeeld het decor voor een dansavond, georganiseerd door de Koninklijke Harmonie St. Hubertus. (BvL, 22/09/57)

De kentering kwam vrij snel. Vanaf 1954 begon de Hasseltse fabriek zowel qua productie als qua werknemersaantal weer in te krimpen. Uiteindelijk zou het bedrijf de 1970´s net niet halen. Op 30 juni 1969 werd de stekker definitief uit het stopcontact getrokken, ondanks protestacties van het personeel.

Rousselot gaf er de voorkeur aan om te investeren in de vestiging in Gent. Twintig dagen later landden de Amerikanen op de Maan, en kon de NASA eindelijk eens de zoete smaak van de weerwraak voor Sputnik en Gagarin proeven. Of dit historisch moment echter evenveel vreugde en trots bezorgde aan de 260 mensen die hun werk in Hasselt waren kwijtgeraakt, is een andere vraag...

De groep Rousselot onderging zelf nog een hele reeks herstructureringen en naamswijzigingen. Omdat deze evenwel niet meer betrekking hebben op de fabriek in Hasselt, gaan we hier niet verder op in. (7)

 

De gelatinefabriek in de volkscultuur


Foto B. Vanhees

De straat waar de fabriek werd opgericht, werd in 1928 naar de oprichter van de fabriek genoemd. Hij woonde trouwens van 1894 tot 1909 in de Wijerstraat.

De fabriek van Hertz werd de inspiratiebron voor het liedje "Achter de lijmfabriek". Op de tonen van "Sous les ponts de Paris" vertelt de tekst van Jules Klock over een romance die achter de stinkende lijmfabriek tot bloei kwam...

Wie Hasselt bezoekt, kan op de grote markt het lied beluisteren via een elektrische zuil. Een bijhorend bord geeft ook een korte biografie weer van de bedenker van de tekst.

 

De huidige site

 
Foto B. Vanhees

Niet ver van de Gelatinefabriek van Hasselt bevindt zich een villawijk, met fraaie huizen uit de 1940´s en 1950´s. Reeds in de 1970´s was er sprake van de bouw van appartementen in de omgeving. Dat dit duidelijk niet in goede aarde viel, valt nog steeds op de muur rond de fabriek te lezen: een anoniem gebleven hand heeft medio jaren ´70 de slogan "Geen hoogbouw in onze wijk" geverfd. Ondertussen zijn toch al een aantal moderne gebouwen in de buurt opgedoken, al kan nog niet echt van hoogbouw gesproken worden.

Een aantal firma´s hebben een deel van de infrastructuur van de oude site in gebruik genomen. Dat is ondermeer het geval voor de gelauwerde taxidermist Dirk Clausen met zijn firma  .


Foto B. Vanhees

De oude schoorsteen van 90 m hoog werd 30 m kleiner gemaakt, uit vrees voor instorting. De "G" van Gelatines moest daardoor zelfs zijn bovenste krul afstaan.

Ondertussen zijn verschillende van de andere bedrijfsgebouwen -na 40 jaar leegstand- in feite rijp voor sloping. Over de cultuurhistorische waarde van het complex kan geredetwist worden. Echt esthetisch waardevolle gebouwen staan er niet echt op de site. Enkel de bescherming van de rood bakstenen huisjes op de hoek en een aantal gebouwen aan de inkom zijn misschien het overwegen waard.


Foto B. Vanhees

De wat kriskras opgestelde loodsen zijn in eerste instantie functionele gebouwen geweest, die niet bedoeld waren om te imponeren. Mochten er zich nog productietoestellen in de opslagplaatsen en loodsen bevinden, dan zou het wel de moeite lonen om deze over te maken aan één van de organisaties, die zich over dit patrimonium met kennis van zaken zou kunnen ontfermen. Misschien kunnen ze een onderdak krijgen in één van de gebouwen op de mijnsites in Genk ?

Nu op de andere oever van de kanaalkom -excuseer, de Blauwe Boulevard- appartementen als paddestoelen uit de grond geschoten zijn, valt te verwachten dat bouwpromotoren de blik op de overzijde van het water zullen richten. Alleen blijkt het bedrijfsterrein zwaar verontreinigd te zijn. Wellicht is dit één van de voornaamste redenen, waarom duiven, ratten en zwerfkatten voorlopig nog de alleenheersers van deze historische site blijven...


Foto B. Vanhees

Foto´s van de ruïnes 

Een erg geslaagde serie van foto´s met heel veel gevoel voor interessante details werd in 2005 door Tine Verheyden op het internet geplaatst. Ga zeker eens een kijkje nemen !

 

Tot slot...

Dit artikel is nog volop in ´aanbouw´. Een aantal aspecten zouden we graag nog willen uitdiepen, zodat een beter beeld ontstaat over de activiteiten op de voormalige gelatinefabriek.

Wie aanvullingen heeft op dit artikel (bv. productieproces, productiecijfers...), of iemand kent die op deze fabriek gewerkt heeft, neem zeker eens contact op met Retroscoop ! (Zie contact-pagina). Alvast bij voorbaar dank !

We danken alvast Het Belang van Limburg, die me andermaal toestemming verleende om volop opzoekingen te verrichten op hun digitaal archief !

Misschien nog even vermelden, dat in 2010 iemand op Seniorennet aangaf bezig te zijn met een boek over het onderwerp. Met spanning kijken we uit naar welke thans nog verborgen verhalen van ex-werknemers bv. hierin naar boven gespit zullen worden.

Een interessant artikel is: Verweesd gesteente: de gelatinefabriek in Hasselt in Belang van Limburg 7 juli 1999

 

Wie ondertussen meer wil weten over de toepassingen van gelatine in de foto-industrie, de voedingsindustrie of de farmasector raden we volgend lijvig werk aan:

Schrieber, Reinhard & Gareis, Herbert (Dr.): Gelatine Handbook Theory and industrial practice (Weinheim, Wiley-VCH Verlag, 2007)

 

 

 
 
database afsluiten