Retroscoop - Remy Wijgmaal Deel 1 Belgisch stijfsel, internationale ambities RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
thesportscoupe.com

Belgische stijfselproducent
met internationale ambities

Remy Wijgmaal

Benoit Vanhees

 Deel I: Ontstaan van een bloeiende onderneming

      
 

Structuur

Inleiding
1) Bescheiden begin
2) Commerciële voltreffer
3) Verdere bloei onder de tweede generatie
4) Gebrek aan investeringen en knieval
5) In Duitse handen: een tweede leven ?

 

Inleiding

Omstreeks 1850, toen België 20 jaar onafhankelijk was, telde het driehoekig koninkrijkje om en bij de 4,3 miljoen inwoners. Hoewel men altijd moet opletten met zulke ramingen, schat men dat minstens de helft daarvan onder de armoedegrens leefde. Meer dan 60 % van de Belgen was ook analfabeet, en verliet op zeer jonge leeftijd de schoolbanken. België was in die tijd voornamelijk nog een landbouwland. Het landje stond echter aan de vooravond van een industriële revolutie, die het uitzicht van land op een grondige manier zou gaan hertekenen.

Eén van die industriële succesverhalen uit dat nieuwe hoofdstuk van de economische geschiedenis van ons land was Edouard Remy (1813-1896). Met veel doorzettingsvermogen en durf bouwde deze ondernemer een multinational uit, met rijststijfsel als absolute blockbuster en melkkoe. Zoals de meeste andere stijfselproducenten zou zijn firma zich na verloop van tijd echter ook toeleggen op deegwaren, veevoeders, pudding, lijmen, tarwebloem…

Stijfsel wordt ook door heel wat bedrijven gebruikt, zoals bv. in de katoen- en linnenweverijen, of in de papierindustrie. In dit korte artikel beperken we ons echter enkel tot de “business-to-consumer”-activiteiten (B2C) of verkoop aan gezinnen met andere woorden.

Gezien de focus van Retroscoop op de periode voor de 1980’s, stopt ons verhaal ook grotendeels bij de ondergang van het grote familiebedrijf onder de vierde generatie. De herrijzenis van deze gevelde reus in de 21ste eeuw - na belangrijke financiële bloedtransfusies- is echter best spectaculair te noemen. Daarom zullen we toch ook –zij het op een minder gedetailleerde manier- iets over dit herstel vertellen. Omdat Remy zowel stijfsel, lijmen als deegwaren produceerde, werd gekozen om dit artikel in de rubriek "Industrieel Patrimonium" eerder dan onder Spijzen en Dranken te klasseren.

 

1) Bescheiden begin

In 1834 kocht Pierre-Henri Remy het landgoed “de Motte”, gelegen langs de Leuvens vaart, ongeveer op de grens van Wilsele en Wijgmaal. Remy was een notabele, die het tot voorzitter van de Leuvense handelsrechtbank had gebracht.

Zijn zoon Edouard moet blijkbaar gecharmeerd zijn geraakt door de bucolische omgeving. Wijgmaal was in die tijd een rustig, zelfstandig dorpje van amper 50 huizen en een 350 tal inwoners.

In 1855 kocht hij immers de watermolen van Wijgmaal alsook een imposant herenhuis aan de Molenstraat, tussen de twee armen van de Dijle. Samen met zijn broer Felix richtte Edouard de coöperatieve vennootschap Remy Frères op, die een maalderij, een olieslagerij en een rijstpellerij uitbaatte. Het begon allemaal zeer klein: de CV telde in die historische begindagen amper 3 werknemers. Het jaar daarop echter stierf Felix. Edouard zou enkele jaren later trouwen met de weduwe van zijn broer, Angelica-Colette Boëyé.


2) Commerciële voltreffer

Stijfsel was al bekend in de tijd van de Romeinen. Men kan van diverse basisproducten vertrekken om het plakkerige goedje te maken, zoals rijst of maïs. Het was blijkbaar tijdens een zakenreis naar Londen, dat Remy het product stijfsel op basis van rijstzetmeel leerde kennen.


Het gebouw met de burelen op de site in Wijgmaal,
groepsfoto van de bedienden en medaillon met stichter Edouard Remy

In Europa waren er al verschillende fabrieken, die het product ondermeer aan textielbedrijven leverden (bv. in Zaandam). Voor alle duidelijkheid dus: het is niet zo dat Remy stijfsel uitvond, of zelfs een pionier was in het verhandelen van het product. Men moet de man eerder zien als een visionair, die snel de afzetmogelijkheden van het korrelige poeder in België inzag, en die zich met volle overgave op deze niche van de markt stortte.

In 1858 begon hij met de productie van rijststijfsel (“Ameldonc”). De fabriek heette op dat moment Edouard Remy & Co. Er werd een stoommachine aangekocht, en al snel werkten een 30-tal, dan een 50-tal arbeiders in het snelgroeiend bedrijf. De firma zou op een bepaald moment een leeuwenkop als herkenbaar symbool kiezen. Deze “tête de lion” zou vanaf dan consequent op alle verpakkingen, de correspondentie; chromo’s en alle andere reclamevoorwerpen verschijnen.

Stijfsel werd tot voor de komst van synthetische vezels zeer veel gebruikt om kledingstukken te stijven. Dit proces houdt niet alleen de juiste plooien in kledingstukken zoals kragen, manchettes,…) en stoffering (tafelkleden, gordijnen, lakens…). Het beperkt ook de opname van vuildeeltjes door de textielvezels.

De verkoop sloeg bijzonder goed aan. Remy beperkte zich niet tot de Belgische markt. De dynamische ondernemer nam systematisch deel aan de belangrijkste buitenlandse handelsbeurzen. Op oude verpakkingskisten van Remy-stijfsel kan men mooi het parcours volgen, die Edouard Remy gevolgd heeft om het grote publiek vertrouwd te maken met zijn product:


1862: Londen

1865 (?): Stettin

1867: Parijs

1873: Wenen

1878: Philadelphia en Parijs

1880: Melbourne

1885: Dublin

Zowel in 1867 als 1878 won hij daarbij een Gouden Medaille te Parijs. Verdere eerbetuigingen waren er opnieuw in 1889. Parijs organiseerde toen -100 jaar na de Franse Revolutie- een opgemerkte wereldtentoonstelling. Een verbaasd publiek kon er toen ondermeer kennis maken met de gigantische en controversiële Eiffeltoren. Parijs was blijkbaar Remy zeer goed gezind, want ditmaal behaalde de Belgische bedrijfsleider er een “Grand Prix”.

Zoals dat in die tijd gebruikelijk was, werden de daaropvolgende decennia deze internationale onderscheidingen trots op verpakkingen en reclame-items opgesomd.

Een volgende belangrijke stap in de snelle expansie van het bedrijf was de ingebruikname van een treinhalte en een goederenstation in Wijgmaal. De spoorweg die Leuven met Mechelen verbindt, loopt te Wijgmaal evenwijdig met de Leuvense Vaart. De Remy-fabiek bevindt zich op een langwerpig bedrijfsterrein tussen deze twee verkeerswegen in.

In 1880 besloot Remy om een eerste fabriek in het buitenland te openen. Gezien de afname van stijfsel zeer goed aantrok, viel de keuze op Heerdt, nabij Düsseldorf. Net zoals dat het geval was met margarinefabrieken van Jurgens (zie artikel Solo), is het zeer waarschijnlijk dat Duitse tolheffingen aan de grens aan de basis lagen van deze beslissing. Voorts kon rijst bestemd voor stijfselproductie sedert 1870 volledig tolvrij in Duitsland ingevoerd worden.


Hierboven: De fabriek zoals hij werd afgebeeld op een betalingsbewijs uit 1899
Noteer de stoomtrein links onderaan

Remy moest echter op Duits grondgebied een zeer sterke concurrent dulden: de firma Edouard Hoffmann & Co. bestond sedert 1869, en was eigenlijk een voortzetting van de fabriek van aardappelstijfsel die uit 1850 dateerde. Oude postkaarten van de fabriek in Bad Salzuflen tonen een gigantische site, die de infrastructuur van Remy Wijgmaal flink overtrof. De enorme Duitse vestiging verschafte gedurende een lange periode aan meer dan 1000 mensen werk. (In vergelijking: op het hoogtepunt van het Remy-verhaal in Wijgmaal werkten er een 300-tal mensen). In de vroege 1900´s beweerde Britse reclame voor Hoffmann dat de firma "The largest maker in the world" was. Daar waar Remy een leeuwenkop als logo had, prijkte op de Hoffmann-artikelen een witte kat, die zich zorgvuldig een voorpoot aflikt.

  

Ook in eigen land ging de uitbreiding van Remy onverminderd door. Omstreeks 1880 werd een gebouw opgetrokken, waarin zich klaslokalen, een “mess” en logeermogelijkheden voor bedienden bevonden. Remy had het van meet af aan belangrijk gevonden, om zijn personeel de kans te bieden om avondcursussen te volgen. Reeds vanaf 1860, dus amper twee jaar nadat hij met zijn stijfselfabriek van start was gegaan, werden reeds bijscholingen in de avond georganiseerd. Voorts trachtte Remy ook culturele initiatieven voor en door het personeel aan te zwengelen. In 1873 ontstond op die manier een muziekmaatschappij, waaruit later de Koninklijke Fanfare van Wijgmaal ontstond. In 1891 werd ook de zangmaatschappij l’Abeille opgericht.

Daarmee zijn we meteen ook beland bij een ander aspect van de ondernemer Remy. Tot op zekere hoogte doet zijn parcours denken aan die van twee andere liberale ondernemers, de Waalse gebroeders Ernest en Alfred Solvay. Ook zij bouwden een enorm bedrijf uit vertrekkend van een relatief simpel product (soda) dat hen enorm welvarend maakte. Maar net als Remy (stijfsel) lieten ze heel wat van hun grote winsten terugvloeien naar de werknemers en de maatschappij.

De Solvay’s sponsorden bijvoorbeeld scholen en sanatoria, financierden schooluitstappen naar de zee voor kinderen (in treinwagons met radiomuziek !), organiseerden en financierden wetenschappelijke congressen enz. Wel was het zo, dat de Solvay’s in tegenstelling tot Remy een eigen wetenschappelijke bijdrage hadden geleverd. Ze hadden zelf een nieuw en goedkoper productieproces voor soda op punt gesteld. Maar hun voor die tijd verregaande filantropische ingesteldheid of paternalisme –afhankelijk van de bron- hadden ze gemeenschappelijk met Remy. De voornaamste sociale realisaties van Edouard Remy betreffen:

  • 1864: oprichting van een eigen "ziekenkas" avant la lettre. In geval van ziekte of een ongeval betaalde deze kas een kleine toelage uit. De kosten voor hospitalisatie en operaties (zie 1890) waren ten laste van de fabriek. Misschien een bescheiden stapje, maar wie zich de film Daens herinnert zal begrijpen dat zulke maatregelen door heel wat werkgevers erg argwanend werden onthaald.
  • 1874: Remy bood vanaf 1874 de mogelijkheid om een verzekering te nemen op de kleine veestapel die nogal wat arbeiders erop nahielden, als aanvulling op hun loon.
  • 1876: vanaf dat jaar begon het bedrijf ook leningen aan haar personeel te verstrekken. Arbeiders betaalden 2,5 % interest, bedienden het dubbele. (We nemen aan dat dit aan relatief gunstige voorwaarden gebeurde)
  • 1890: Oprichting van een eigen medische dienst en een “ziekenhuis” 

Zoals verder zal blijken, zou deze filantropie als een rode draad door het bedrijf lopen.

Eigenlijk was ook de fabriek zelf ondertussen te klein geworden. Bovendien bleek het geen slecht idee, om ditmaal dichter bij de Leuvense Vaart te bouwen. Sowieso worden stijfselfabrieken steeds in de buurt van waterwegen gebouwd, omdat helder, stromend water een belangrijke rol speelt in het productieproces van stijfsel. (1)

   
Vergrotingen van details van oude chromo´s geven een idee van hoe
de oorspronkelijke verpakking van Remy stijfsel eruit zag


Veel bekender echter werd "het blauwe doosje"
In rubriek III zal blijken dat niet alle pakjes echter blauw waren

In 1890 was de nieuwe site klaar. Hij bestond uit een reeks silo´s en magazijnen langs het kanaal, een verwarmingsgebouw en twee woonhuizen. Tevens bevond er zich een molengebouw met een aangebouwde machinezaal op de site. Een oude postkaart uit die periode spreekt van een dagelijkse productie van 180 000 kg meel (farine). Een overslagtoren liet toe om gebruik te maken van het kanaal voor aan- en eventueel afvoer. In 1887 was het bedrijf ook een N.V. geworden.

Door die groei van het bedrijf steeg ook het aantal inwoners van Wijgmaal sterk. De filantropische ingesteldheid van Remy belette uiteraard niet, dat er een zeer duidelijke gelaagdheid was in de financiële mogelijkheden van het personeel. Iets wat vandaag de dag natuurlijk nog steeds zo is, maar in veel minder uitgesproken mate. Die gelaagdheid vertaalde zich ondermeer in verschillen in behuizing.

“Dicht bij de fabriek, op ‘den boulevard’ woonde het hoger kader. Verderop het lager kaderpersoneel, de meestergasten en de bedienden in de Rijke Root, tussen de Kerkstraat en het Casinoplein. De Armenroot waren de huizen voor de arbeiders. De Wevenroot was bestemd voor de weduwen van de werknemers.” (2)

Remy liet tientallen lage huisjes met een kleine tuin voor zijn arbeiders in Wijgmaal bouwen. (Hetzelfde gebeurde ook in Frankrijk, zie verder) Net zoals later in de mijncités betaalden de arbeiders hun huisje maandelijks af. Uiteraard bond Remy op die manier zijn personeel aan de fabriek. Wie in Wijgmaal op zoek wil gaan naar de oudste sporen van dat verleden moet zich naar de Wijgmaalhoek begeven, waar nog een aantal oude arbeiderswoningen te zien zijn. Hun precies bouwjaar wordt nog nagetrokken).

De Wevenroot waarvan eerder sprake was de volkse benaming voor de Kortestraat, waarin Remy 9 dubbele huizen had laten optrekken voor weduwen van Remy-arbeiders. Het was trouwens ook een publiek geheim, dat heel wat Remy-werknemers hun toekomstige vrouw op de fabriek leerden kennen.

Het zou uiteraard interessant zijn, om te weten te komen in welke mate die huisjes van de Armenroot dank zij de filantropie van Remy verhoudingsgewijze beter / goedkoper waren dan die van de gemiddelde andere arbeider. Of waren zijn ongetwijfeld goedbedoelde initiatieven een dun laagje chroom, die tamelijk schrijnende toestanden in stand hield ? (Een interessante parameter inzake de verhoudingen tussen werknemers en patroon bestaat uiteraard uit het nagaan hoeveel maal de Remy-fabriek met stakingen te maken kreeg, wat de eisen waren, en in welke mate het bedrijf daaraan tegemoet kwam. Het zou ook interessant zijn om na te gaan of dat klimaat in de 1960´s -toen het bergaf begon te gaan met de trotse firma- veranderde. Het antwoord op deze vraag is ongetwijfeld in de archieven van de vakbonden terug te vinden)


"connu dans le monde entier" !


Zeer oud doosje (12,5 cm) uit de Gaillon-fabriek

 

In de daaropvolgende jaren werd deze fabriek gaandeweg op punt gesteld. Zo werd op een bepaald ogenblik een eigen elektriciteitscentrale in gebruik genomen. Deze was uitgerust met een generator, die 1700 kW/uur kon opwekken. Hij werd gevoed door drie verwarmingsketels, twee op steenkolen en één op mazout. Op het hoogtepunt van de fabriek werd er dagelijks 25 ton steenkolen verbruikt, en werkten een 200-tal Fransen voor het Belgisch bedrijf. Naast stijfsel werden er ook koudlijmen , veevoeder (grotendeels voor export) en voedingswaren geproduceerd. (4) In tegenstelling tot de afwerking van de fabriek in Wijgmaal lijken de buitenlandse gebouwen van Remy van bescheidenere architectuur.


Vandaag de dag zou deze reclame uit Valenciennes als politiek incorrect
gezien worden. Vreemd genoeg sloeg deze "koloniale" invalshoek aan,
want  in België verkocht producent Vermeire dan weer "Negresse"-stijfsel. In een
andere bedrijfssector zag men Ca va seul met haar Negrita-poetsmiddel afkomen.

Met deze fabriek bond Remy de commerciële strijd aan met ondermeer de oudste producent van rijststijfsel in Frankrijk, de Amidonnerie Française “Au Nègre”. Deze werd opgericht in 1862 te Valenciennes, enkele jaren na de start van Remy in Wijgmaal. Valenciennes bevindt zich niet ver van de Belgische grens, in het Noord-departement. (zie verder: concurrenten)

Edouard Remy interesseerde zich ook in het politieke leven. Tussen 1872 tot aan zijn dood in 1896 zetelde hij in de gemeenteraad. Dat betekent dat hij over heel wat aanzien moest beschikken bij de Leuvense notabelen. Tot 1893 kende België het cijnskiesrecht, die enkel stemrecht en –plicht gaf aan volwassen mannen, die voldoende belastingen betaalden. Vanaf 1893 werd dit systeem vervangen door het algemeen meervoudig stemrecht. Vanaf toen mochten alle volwassen mannen gaan stemmen, maar de elite behield de touwtjes in handen dank zij een doortrapt systeem, die hen toeliet om meerdere stemmen uit te brengen, tegen 1 stem voor de niet-elite. Toen Remy in 1894 de sprong probeerde te maken naar het nationaal parlement, meer bepaald naar de Senaat, werd hij evenwel niet verkozen (of gecoöpteerd). De man werd dus blijkbaar enkel op lokaal vlak op handen gedragen.

In zijn laatste levensjaren wou een minister hem toch nog voordragen voor de titel van baron. Remy weigerde echter deze eerbetuiging, met de uitleg dat zijn vader evenmin zo’n titel had gehad. Hij overleed in 1896, en werd begraven in het kerkhof van Vlierbeek.

Zoals eerder ter sprake kwam, was Remy een filantropische werkgever. Hij was ook erg gul voor de stad Leuven. Zo stelde hij tussen 1885 en 1890 een flinke som geld ter beschikking, om een aantal arbeidsplaatsen voor werklozen mee te financieren. De werklozen werden met dat geld ingezet voor het dichtgooien van de Brusselse Vest.

Tussen 1886 en 1890 liet hij via dit systeem eveneens een groene ´promenade´ aanleggen. Deze promenade was een ontwerp van Pierre Livin ("Liévin") Rosseels (1843-1921). (5) Ze gaf loodrecht uit op de Vaartdijk, en verbond het water met de spoorweg. Na de dood van de gevierde industrieel werd hij in “Remylaan” herdoopt.

Remy schonk daarnaast ook geld voor de bouw van een kinderkribbe, een nachtasiel, een hospitaal voor ongeneeslijk zieken en het rusthuis “Hospice Remy”. Hij was ook de man achter soepbedelingen, armenbrood, publieke baden en financiële steun aan een aantal scholen en weeshuizen. 

Al snel na zijn dood wou het Leuvense Stadsbestuur dan ook iets terug doen voor de man die zoveel voor de stad had gedaan. Besloten werd om een standbeeld ter ere van de weldoener op te richten. De opdracht voor het uitwerken van het beeld werd uitbesteed aan Pieter Braecke. Het ontwerp was echter van Victor Horta. Hij bedacht een beeldengroep, waarbij een borstbeeld van de industrieel centraal op een sokkel zou staan. Links en rechts van de weldoener zouden zich een man, een vrouw en kinderen bevinden, die hem eerbiedig en bijna smachtend “aanbaden”. Het geheel werd omringd door een lage smeedijzeren omheining in art nouveaustijl. De inhuldiging gebeurde in 1899 op een plein, dat na WO 1 naar Herbert Hoover werd genoemd. 

 

3) Verder bloei onder de tweede generatie 

Edouard Remy had maar 1 dochter, toen zijn vrouw in 1862 op nog relatief jonge leeftijd overleed. Deze dochter, Marie genoemd, trouwde met de Antwerpse advocaat August de Becker. Bij gebrek aan een zoon, werd deze schoonzoon klaargestoomd om de teugels van Edouard over te nemen in het bedrijf. Toen Edouard in 1896 overleed, brak dan ook de “regeerperiode” van August de Becker aan. Bij wijlen werd de firma dan ook "de Becker-Remy" genoemd, al bleef het merk waaronder de producten gecommercialiseerd werden steeds ongewijzigd kortweg Remy.

De Becker beperkte zich geenszins tot louter te consolideren wat zijn “schoonpapa” stelselmatig had opgebouwd. Zoals zijn naamgenoot Keizer Augustus het al deed met het Romeinse Rijk, breidde hij gestadig het familiaal imperium uit, geholpen door een sterk toenemend verbruik van stijfsel. Zo werd er in 1897 op de site van Wijgmaal een nieuwe fabriek in gebruik genomen voor de productie van stijfsel. Het gebouw was een ontwerp van de Gentse architecten L. Morial en A. Tertzweil. Zoals het in die tijd de mode was, werd het een zeer monumentaal gebouw. Het telde 9 bouwlagen en 13 traveeën. Uitspringende traveeën en het gebruik van rondbogen en sierstenen lijsten gaven het gebouw heel wat uitstraling (zie postkaart). De adel had haar kastelen gehad, de burgerij onderstreepte haar toenemende macht met de bouw van ware industriële paleizen.

In 1900, tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs, was Remy ook weer aanwezig in de Lichtstad. Ditmaal drong het bedrijf echter niet mee naar de Gouden Medaille. De firma zat immers in de jury die deze medaille aan één van de deelnemende (stijfsel)bedrijven zou moeten toekennen. Omdat zo opgenomen worden in de jury ook al een aanwijzing is van het prestige dat een firma genoot, liet geen enkele firma het na om ook dit in reclames te vermelden. Temeer daar kopers zich anders misschien zouden afvragen waarom hun vertrouwd merk geen medaille had bekomen. Op de verpakkingen en correspondentie vermeldden firma’s dus consequent dat ze “Hors Concours” was geweest, omdat ze “membre du jury” was geweest. Het was de Franse firma Verley uit Marquette (Rijsel) die de begeerde medaille in 1900 wegkaapte in de categorie van stijfselfabrikanten. In 1904 behaalde deze concurrent nog eens een gouden medaille in St Louis, en in 1910 weer één tijdens de wereldtentoonstelling in Brussel.


Een chromo toont de opstelling van Remy tijdens de
Wereldtentoonstelling van Brussel in 1910 

Op de achterzijde van Remy-chromo´s uit die periode vernemen we, dat het aantal soorten geproduceerde stijfsel er een nieuwe telg bij heeft gekregen. De meest bekende stijfsel is natuurlijk wit ("het blauwe pakje"), en ook de gele stijfsel ("het rode pakje") waren ongetwijfeld de bekendste twee. Maar daarnaast produceerde de firma eveneens mauve, groene en blauwe stijfsel. De nieuwe telg was zowaar zwart poeder. Blijkbaar combineerden deze gekleurde stijfsels de werking van klassieke stijfsel met die van kleurstoffen voor textiel. De chromo vermeldt immers dat de zwarte stijfsel "permet de rendre à toutes les vieilles étoffes passées, fanées et usées leur couleur noire primitive et de leur donner l´apparence du neuf".

Onder de Becker gebruikte de firma de enorme inkomsten die de verkoop van stijfsel opbracht voor de diversificatie van het aanbod. In 1902 begon de firma mengvoeders voor vee te produceren. Gezien de afvalproducten die ontstonden bij het productieproces van stijfsel was dit in feite een zeer logische zet, die verschillende andere fabrieken al eerder hadden gezet. Die afvalproducten waren zemelen en “stijfseldrank”, een zurig eiwitrijk water. (6) Ze lieten toe om veevoeder voor ondermeer pluimvee, varkens en biggetjes te maken. (Ook in de Franse fabriek te Gaillon werden veevoeders geproduceerd)

Oude reclamekaarten laten zien dat er ten minste vier soorten veevoeder door Remy werden gecommercialiseerd: AP, AR, AM en een nieuwe soort, die deze drie soorten in één verenigde. Het derde kaartje hierboven afgebeeld maakt melding van "Mark. AP". Het is echter niet duidelijk of dit de naam is van deze nieuwe mengvoeder voor krulstaarten, een  “lekkernij voor groot en klein”. 

Ook op het vlak van een verdere internationalisering werd onder De Becker een nieuwe stap gezet. In 1903 werd een derde stijfselfabriek in het buitenland geopend. Deze werd te Hernani, Spanje gebouwd.

In 1905 bestond de stijfselproducent Remy 50 jaar. Om die verjaardag de nodige luister bij te zetten, werd een standbeeld van oprichter Edouard voor de fabriek geplaatst. Hij werd zittend afgebeeld, inderdaad in een positie die erg Abraham Lincoln Memorial-achtig aandeed, zoals Luc Ponsaerts terecht opmerkte. (Bij de gedeeltelijke afbraakwerken "verdween" het 4 ton zware beeld. Die bizarre saga, waarbij winstbejag het centrale Leitmotiv blijkt te zijn, werd in mei 2012 op een interessante wijze verteld door blogger Nicéphore)


De Remy toren weerspiegeld in de Leuvense Vaart

In hetzelfde jaar werd ook begonnen met de bouw van een grote toren, die een enorme silo zou huisvesten. Blijkbaar vorderden die werken zeer traag, want uiteindelijk werd deze “Remy-toren” met zijn 6 verdiepingen pas in 1920 in gebruik genomen. Uiteraard zat het uitbreken van WO 1 voor een stuk achter deze trage vordering. Eens de toren was opgericht, drukte het bouwwerk uitdrukkelijker dan een kerk zijn stempel op het Wijgmalense landschap.

Ook verdere diversificatie werd tijdens de Grote Oorlog voorlopig in de koelkast gestopt. De periode van de Eerste Wereldoorlog zal wellicht geen gemakkelijke zijn geweest voor de firma. Heel wat mannelijke werknemers werden onder de wapens geroepen, de aanvoer van de basisgrondstoffen ondervond uiteraard zeer zware hinder, en ook de normale handelsactiviteiten vielen voor een goed stuk stil. Het bedrijf diende ook steeds in het achterhoofd te houden, dat het belangrijke investeringen in Duitsland had gemaakt, die steeds in beslag genomen konden worden. De Duitse censuur "prüfte" nauwgezet de correspondentie van het bedrijf. Het multifunctionele gebouw waar voorheen avondcursussen voor het personeel werden georganiseerd, werd tijdens de oorlog gebruikt door een “Komiteit” dat rantsoenen uitdeelde. Het gebouw stond in de volksmond bekend als de “Bâ”.

Oude postkaarten tonen verder dat het in 1884 opgerichte brandweerkorps (van vrijwilligers ?) zich paraat hield, voor een eventuele catastrofe. Wie in het achterhoofd houdt hoe zwaar Leuven tijdens WO I beschadigd werd, of hoeveel fabrieken er in België wel niet kapot geschoten werden, zal wel verstaan dat het gevaar op oorlogsschade niet ondenkbeeldig was. Maar uiteraard was een gewoon zwaar arbeidsongeval, zoals een ontploffing nooit helemaal uit te sluiten. In Nederland bijvoorbeeld waren een aantal zware branden in gelijkaardige fabrieken geweest.

Na de oorlog werd de draad van het diversifiëren weer opgepakt. In 1921 werden deegwaren aan het productengamma toegevoegd. Daartoe had de firma in 1920 de befaamde Remy-toren in gebruik genomen. In 1928 werd het assortiment nog verder met decoratielijmen (behangpapier) uitgebreid. Al deze stappen waren zeker niet verrassend: de meeste stijfselfabrieken die de concurrentieslag hadden weten te overleven, zetten zeer gelijkaardige stappen.

In de 1920’s werkten ongeveer 300 mensen in Leuven. Wanneer men het aantal werknemers in Duitsland, Frankrijk en Spanje samen optelde, kwam men aan bijna 1200 mensen. Op heel wat reclame-items uit de eeuwwisseling vermeldde Remy dat er 80 000 kg stijfsel per dag geproduceerd werd. Helaas wordt nergens expliciet vermeld of dit cijfer sloeg op de productie in Wijgmaal alleen, of op de gezamenlijke productie van de fabrieken in België, Duitsland, Frankrijk en Spanje sloeg. 

Voor WO 2 was Remy de marktleider in België op het vlak van (rijst)stijfsel. Het nam ook een zeer belangrijke positie in op de (West-) Europese markt voor dit product. Sommige (Belgische) bronnen suggereren zelfs dat de firma ook in West-Europa de grootste was. Deze stelling vergt echter o.i. meer onderzoek. Zoals reeds eerder gezegd, was het Duitse Ed. Hoffmann & Co. ook een zeer grote speler, mogelijkerwijze een grotere. Wat echter zeker buiten kijf staat, is dat Remy in die tijd een zeer welvarende firma was.

Deze uitstekende verkoopsresultaten werden bereikt, ondanks het feit dat Remy, zoals het zelf aangaf op de achterzijde van chromo´s, de duurste stijfsel produceerde. Deze ongewone openhartigheid werd uiteraard meteen getemperd, door erop te wijzen dat deze Belgische rijststijfsel ook de meest economische was.

 

Omstreeks dezelfde periode probeerde Remy´s binnenlandse concurrent Vermeire daarentegen juist klanten te lokken met de mededeling dat ´l´amidon "Vermeire" marque "Negresse" est le meilleur marché.´

Ook op het vlak van deegwaren, decoratielijm en tarwebloem groeide de firma in die periode uit tot de marktleider in België.

De Becker overleed in 1930. Net als zijn schoonvader was ook hij miljonair maar ook filantroop. Om ons tot een aantal maatregelen te beperken die onder zijn leiding werden getroffen kan ondermeer vermeld worden:

  • 1900: oprichting van de pensioenskas ‘De Werklieden der Fabrieken Remy’
  • 1906: de firma kocht een voorraad regenmantels aan voor die arbeiders, die op een zekere afstand van de fabriek woonden. In totaal werden er zo’n 850 stuks aangekocht. Ze bleven weliswaar eigendom van de firma, maar maakten deze aankoop door de arbeiders zelf op deze manier overbodig.
  • Tijdens de middagpauze werden tegen relatief lage prijzen soep bedeeld. Voor de werknemers jonger dan 16 jaar was de soep gratis.
  • Een wat verrassende oude postkaart uit de 1930’s toont een “casino” van de fabriek “De Becker-Remy” in Wijgmaal. Het gebouwtje zag er eerder uit als een goed onderhouden boerderijtje, en was in feite helemaal geen gokpaleisje. Het gebouwtje deed dienst als feestlokaal voor de personeelsleden van de Remy-fabriek. Het aardig gebouwtje lag naast de spoorweg ter hoogte van een nieuwe wijk, Rietensveld geheten.
  • Hij sponsorde een aantal scholen en de Blauwputse sportkring, voor wie hij turntoestellen liet aankopen. (Hij was eveneens erevoorzitter) Na zijn dood liet hij alleen al aan de Blauwputse scholen 4 miljoen frank na. 

 
de "casino" van Wijgmaal en een wel heel jonge klant
 

In tegenstelling tot Edouard Remy behoorde de Becker niet tot de Liberalen, maar tot de Katholieke Partij. In het katholieke Leuven zeker geen slechte keuze: daar waar zijn schoonvader er niet in geslaagd was om tot het nationaal parlement door te dringen, werd de Becker eerst Volksvertegenwoordiger en later Senator. Een ander verschil met Remy was dat de Becker wel met de titel Baron overleed. 

In Leuven werd een plein naar de dynamische en filantropische ondernemer genoemd. Leuvenaars die er vandaag de dag wonen, zien zich nu iedere maal dat ze hun adres moeten invullen verplicht om de wel erg lange naam Baron August De Becker-Remyplein neer te pennen…(7)

Te noteren valt nog, dat in Gaillon, Frankrijk, een straat vernoemd werd naar Jean de Becker. Vermoedelijk was hij de zoon van de baron, maar dit punt vergt nog bijkomend onderzoek. Onder Remy en de Becker werden te Gaillon niet alleen huisjes voor de arbeiders opgetrokken, maar ook twee gymnasia, een openluchtzwembad (deels toegankelijk voor het grote publiek) en zowaar een klein vliegveld. Het is dus niet uitgesloten dat kaderleden uit Wijgmaal af en toe met een zakenvliegtuigje naar hun Franse vestiging afzakten. (8)

 

4) De twee laatste generaties

Na de dood van de Becker nam een derde generatie de scepter van het familiebedrijf in handen. Hun regeerperiode kenmerkte zich door de uitbreiding en modernisering van de fabriek en een verdere uitbreiding productengamma voor de oorlog.


Het Tenacity-gebouw en het Labo

In de jaren 1930 liet deze “derde generatie” het ´Tenacity gebouw´, optrekken. Het betrof een testhal voor voedingswaren met daarnaast een laboratorium. Deze toen vooruitstrevende infrastructuur werd ondergebracht in een Bauhaus-achtig gebouw, ontworpen door de modernistische architect en docent Jean de Ligne.

Er werd eveneens een nieuwe generator in een splinternieuwe "elektro-unit" geïnstalleerd. Heel spectaculair –zowel op technisch als op esthetisch vlak- was de erbij horende ultramoderne controlezaal. Overzichtelijk opgestelde bedienings- en controlekasten lieten aan de bediener toe om gemakkelijk alle informatie van de verschillende panelen af te lezen, en de nodige correcties of controles door te voeren. Het bedrijf, dat terecht fier was op deze verwezenlijkingen, droeg er zorg voor, dat het grote publiek op de hoogte was van deze investeringen, door een reeks vooruitgangsoptimistische postkaarten hierover in omloop te brengen.

Jean de Ligne ontwierp nog een tweede gebouw voor de Remy-fabrieken. In 1937-38 maakte “den Ba” (zie eerder) plaats voor de Ymeria. De naam was een anagram van Remy, aangevuld met “ia”. Deze “Foyer-Remy” zoals hij ook wel werd genoemd  werd volgens de ene bron op 1 april 1930, volgens een andere in 1933  in gebruik genomen. Het gebouw opgetrokken in een tuin van 3 ha. in vroeg-modernistische stijl, deed ondermeer dienst als feest-, repeteer- en toneelzaal voor het Remy personeel. Ook andere verenigingen konden over de zaal beschikken. Vooral de toneelkring “Kennis en Kunst” viel in de smaak van het cultuurminnend publiek. In de linkervleugel was er ook een afdeling waar de sociale en medische diensten van de Remy-fabrieken werden ondergebracht. In 1994 werd het gebouw aangekocht door de Rudolf Steinerfederatie. Deze richtten er de Steinerschool de Zonnewijzer in op. 

In de 1930’s werd de traditie van deelname aan internationale tentoonstellingen en handelsbeurzen in ere gehouden. Uiteraard kon het bedrijf niet afwezig zijn op de Wereldtentoonstelling van 1935, die dat jaar in Brussel doorging. De firma pakte uit met een modernistisch paviljoentje, zoals dat toen volop mode was. Afgaande op onderstaand detail van een toenmalige gele briefkaart behaalde de firma weer een "grand prix".


Binnenkant Remy-paviljoen
Brussel 1935

Het jaar daarop stortte het Remy-concern zich op een nieuw en sterk opkomend marktsegment, dat van kinder- en dieetvoeding. (cf “Entremets vanillés”). Als we even de belangrijkste producten die de “alimenta-afdeling” van het bedrijf vanaf die periode en in de volgende decennia allemaal voortbracht op een rijtje zetten, geeft dat een vrij uitgebreid assortiment. In deel III van dit artikel zullen we terugkomen op de verpakkingen van deze producten:

    

 

a) Graanproducten

  • Rijstgriesmeel (grof gemalen rijst)
  • Tarwegriesmeel
  • Tarwegrutbloem
  • Zelfrijzende bloem
  • Haver-, gerst- en maïskreem
  • Tapioca (maniokbloem)
  • Gluten-bloem (Farine de gluten)
  • Custard
  • Volkorenmeel “Fleur de gruau” 

b) Deegwaren

 

De productie van deegwaren werd vanaf de 1930’s aangevat. Het bleek vooralsnog onmogelijk om het startjaar van de productie voor de verschillende eetwaren nader te specifiëren: 

  • Macaroni
  • Spaghetti
  • Noedels 

In de 1960’s werd het gewoon assortiment van deegwaren uitgebracht gele verpakkingsdozen:

  • macaroni
  • spaghetti
  • noedels
  • vermicelli
  • horentjes
  • sterren
  • mignonnetten
  • letters en cijfers
  • rijstkorrels
  • engelenhaar 

Naast de gewone lijn was er ook het Allegro-assortiment, dat zowel macaroni, korte macaroni als spaghetti omvatte. Deze werden in rooskleurige verpakkingsdozen in de winkelrekken aangeprijsd.


c) Nagerechten

  • Puddingpoeder

d) Kinder- en dieetvoeding

  • Malto lactée (Vigmaltose)
  • Phospho-lactine 

De Poolexpedities van Dixie Dansercourt en Alain Hubert brachten aan het licht dat er deegwaren van Remy zelfs tot op Antarctica beland zijn. In de permafrost op het Zuidelijk halfrond vonden ze prima bewaarde dozen terug rond de Koning Boudewijnbasis. Deze basis werd in gebruik genomen ten tijde van het Internationaal Geofysisch Jaar (1957-‘58), en deed dienst tot 1961. Deze zullen worden tentoon gesteld in een gepland Poolmuseum.

Niet alle pogingen van Remy om het productengamma uit te breiden waren succesvol. Zo lanceerde de firma op zeker moment ook een waspoeder. Voor zover we kunnen natrekken was die poging maar een kort leven beschoren.

 

Toen Duitse troepen België in mei 1940 binnenvielen, werd de Remy fabriek en omgeving één van de strijdtonelen tijdens de slag om Leuven. De Remy-toren werd door Britse en Belgische artilleriewaarnemers als uitkijkpost gebruikt. Belgische en Britse militairen rond de fabriek wisten het Duitse offensief tijdelijk te vertragen. Toen Nederland zich echter overgaf, en de Britse troepen in en rond Leuven nu vreesden om omsingeld te worden door de Duitsers, lieten ze Leuven achter zich. Daardoor ontsnapte de stad wel aan zware bombardementen zoals deze in Rotterdam. Tijdens deze schermutselingen werd de fabriek van Remy door de Duitse artillerie getroffen. (9)

Net zoals tijdens WO 1 vertraagde de oorlogssituatie de verdere groei van de firma. Grondstoffen waren uiteraard schaars, en alle handelsactiviteiten waren onder Duitse controle geplaatst. Het was dus wachten tot de capitulatie van het Derde Rijk en het weer aantrekken van de economie, eer de vooroorlogse verkoopscijfers weer gehaald werden.

  

De Remy-fabrieken hadden echter te kampen met een kwetsbare achilleshiel. Ondanks de van de firma voor een belangrijk deel afhangen van de verkoop van stijfsel. Eind jaren ´50 werd op dat vlak nog het nieuwe merk "Presto" gelanceerd. Presto was niet bedoeld als opvolger van de klassieke rijststijfsel, maar als alternatief. Het werd in een wat moderner ogend blauw doosje gelanceerd, en zoals de naam het laat vermoeden moet het de inwerkingstijd van klassieke stijfsel inkorten.


Kartonnen reclamebord 1960

Met de doorbraak van synthetische vezels (tergal, dralon, polyester…) vanaf de tweede helft van de 1950’s en zeker in de 1960’s zakte deze markt echter in elkaar. De belangrijkste inkomstenbron van Remy droogde weliswaar niet geheel op, maar toch voldoende om de firma in een lastig parket te brengen. De reden hiervoor was dat de productie-infrastructuur ondertussen weer verouderd, achterhaald was. Nieuwe en zware investeringen drongen zich op, maar bleven uit. Niets nieuws onder de zon: de bedrijfsleiding zag zich verplicht om te proberen het tij te keren, door de verkoop van een aantal “assets”.

Tussen 1970 en 1975 behoorde Remy aan het bedrijf Ceres, van de familie d´Andrimont. Deze lieten een aantal gebouwen tegen de vlakte gooien, zoals het administratieve gebouw (zie deel II). Ceres was op dat moment de n° 2 op de Belgische markt van tarwebloem. Het ontmantelde de activiteiten van Remy op dat vlak, en verkocht de rest verder aan de Turnhoutse familie Coppens, de mensen achter de deegwaren Anco. Op haar beurt ontmantelde Anco de deegwarenactiviteiten van Remy, om in 1989 de restanten van de geamputeerde reus te verkopen aan een Duitse firma.

 
5) In Duitse handen: een tweede leven ?

In 1989 werd het Duitse chemiebedrijf Rütgers AG de nieuwe eigenaar van de overgebleven activiteiten. Dit bedrijf was medio 19de eeuw aan een steile opgang begonnen. In die periode was de kernactiviteit het produceren van teerproducten voor ondermeer het beschermen van dwarsliggers voor spoorwegen.

Ook de reeds eerder ingezette “asset stripping “ werd vervolgd, en leidde ditmaal tot de verkoop van een deel van de bedrijfsterreinen. Ondertussen was het aantal werknemers van Remy Wijgmaal teruggevallen van 400 in de topjaren tot ongeveer 70. Dit had deels te maken met automatisering, maar natuurlijk ook door de ontmanteling van een aantal belangrijke activiteiten in de periode 1970-1989.

Tegelijk werden echter ook zeer belangrijke investeringen in de overgebleven activiteiten gerealiseerd. Niettemin zag Rütgers zich in 2001 verplicht om de weer levendige restanten van het Remy-concern te verkopen aan Tiense Suiker, dat zelf een deel uitmaakt van Zudsücker.

Binnen deze sterke groep werd de firma Beneo opgericht. Deze nieuwe entiteit heeft drie “poten”

  • Beneo Orafti produceert chicorei-derivaten
  • Beneo Palatinit maakt suikerderivaten
  • Beneo Remy concentreert zich op rijstderivaten.

Het zou ons te ver van waarop Retroscoop zich focust, om op deze pagina’s de geslaagde verrijzenis van Remy in de 21ste eeuw te behandelen. We beperken ons tot het vermelden dat er zeer zware financiële inspanningen geleverd werden om de rijstactiviteiten van Remy weer op gang te trekken.

Voorts werden te Confienza, Italië -ten midden van rijstvelden- een nieuwe Remy-fabriek gebouwd. Het productengamma werd uitgebreid en geactualiseerd, de totale productiecapaciteit werd verdubbeld en de export behoorlijk aangezwengeld.

Deze inspanningen werden na een overgangsperiode beloond met een groeiende omzet en winst. 40 % van de productie wordt thans buiten de EG verkocht !

Er wordt nog steeds stijfsel geproduceerd, en zelfs in meer variaties dan vroeger:

  • kristal (stijfsel remy)
  • poeder (remymatic)
  • vloeibare substantie (remy instant stijfsel)
  • spray
  • Remy Conditioner

Wat daarbij opvalt is dat de firma (nog) niet is overgegaan tot het moderniseren van een aantal klassieke verpakkingen. Dit is een bewuste keuze, en past in het benadrukken van de “150 jaar traditie” van het product. Wel tracht Beneo Remy andere toepassingen voor haar rijststijfsel te promoten, zoals gebruik in het bad. Hun “tip voor de huid” vat het als volgt samen: “Remy Royal stijfsel bestaat uit natuurlijk rijst dat een heilzame, verzachtende werking heeft op de huid wanneer het toegevoegd wordt aan het badwater.” (10)

Badstijfsel is zeker geen nieuwigheid. Het werd al in de 19de eeuw (en mogelijk eerder) verhandeld: zo is er ondermeer al sprake van op een promokaartje van de Amidonnerie Bordelaise in de periode van de Expo 1900 te Parijs. Volgens sommige bronnen zou stijfsel ondermeer heilzaam zijn voor baby’s met kindereczeem. (11)

Zoals eerder benadrukt, was stijfsel lang dè blockbuster van de Remy groep. Vandaag de dag is het belang van het product in het totale resultaat van Beneo Remy teruggevallen tot amper… 2 % ! De klemtoon ligt vandaag dus veel meer op alimenta-activiteiten.

De coördinaten van de huidige fabriek van Beneo zijn:

Beneo-Remy

Remylaan 4
3018 Wijgmaal
016 44 01 44 

Blijkbaar werd de Remy stijfsel tussen 1975 en 2007 gecommercialiseerd door H.J. Heinz in Turnhout. Vanaf dan nam het bedrijf Peritus Brands NV/SA deze activiteit over.

 

Afsluitende opmerkingen en voetnoten

Heeft u zelf gewerkt bij Remy, schreef u ooit een thesis over deze parel aan de Belgische industriële kroon, of kan u aanvullingen verschaffen op dit artikel, of wil u bv. foto´s over verpakkingen enz. met de lezers delen, aarzel niet om Retroscoop te contacteren via info@retroscoop.com: enkel op deze manier kan dit artikel gaandeweg een goed overzicht geven over de Remy-fabriek. Alvast bij voorbaat dank !

Voetnoten

(1)    Werken in een stijfselfabriek Familie Rep

(2)    Luc Ponsaerts: Abraham Lincoln aan de Vaart op. cit.

(3)    Genealogie van de familie Honinckx

(4)    We danken de Franse heemkundekring Le Mercure de Gaillon voor deze informatie, en meer bepaald Dhr. Th. Garnier. Deze verschafte ons informatie die hij terugvond in het boek van Germain Villain: Aubevoye et son passé (Beaumont-le-Roger, 1965)

(5)    De Edouard Remyvest Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

(6)    Idem 1

(7)    M. Van Zavelberg: Van gymnase tot omnisportkring: Geschiedenis van de Koninklijke Turnkring Blauwput 1893-1993 p 11

(8)    Club foncier Haut-Normand, colloque: le recyclage foncier

(9)    Militaria Forum: Leuven tijdens WO 2

(10)    Remycare: Onze producten

(11)    Baby-forum: Stijfsel helpt tegen kindereczeem  Verrassend genoeg wordt deze eigenschap niet in de Remy reclame overgenomen

 

Werden eveneens geraadpleegd

Wie meer wil weten over de filantropische activiteiten van Edouard Remy vindt meer informatie in:

 
 
database afsluiten