Retroscoop - Marie Thumas en haar concurrenten Deel 3 RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

 De rivalen van Marie Thumas

Deel 3: Concurrenten en sectorgenoten

Vanhees Benoit
i..s.m. Michel Duran, Karel Meertens, Rik Van Tyghem e.a.

      

1) Inleiding: iets meer over de werkwijze

In dit derde en laatste deel van de trilogie over de geschiedenis van de Belgische producenten van groenteconserven passeren de concurrenten of sectorgenoten van Marie Thumas de revue. Naar verluidt telde Vlaanderen ooit een 60-tal conservenfabrieken van zeer uiteenlopende grootte. Ook deze soms veel minder bekende spelers hebben interessante bedrijfsgeschiedenis geschreven. Als belangrijke verschaffers van doorgaans seizoenarbeid hadden ze een hele impact op het sociale weefsel van een dorp, stad of zelfs streek. (In 1965 verschafte de sector nog FT werk aan zo´n 3500 mensen) 

Het leek Retroscoop dan ook interessant om te proberen zoveel mogelijk actoren uit de sector van de productie van groenteconserven in kaart te brengen, en beetje bij beetje zoveel mogelijk informatie en beeldmateriaal over hen op één stek bijeen te brengen. Zoals eerder duidelijk afgebakend, worden producenten van zuur-, fruit-, vlees- en visconserven hier slechts behandeld, indien er ten minste een vermoeden bestaat dat ze ook op het vlak van groenteconserven actief zijn geweest. Producenten van groentesoep in blik (bv. Arvebo) werden wel opgenomen.

Een oude “Indicateur de l’Industrie et du Commerce Alimentaire” uit 1953 diende als vertrekpunt. (5de uitgave, Annuaires Lesigne Editeurs, Brussel). Het principe van de Indicateur lijkt enigszins op dat van de Gouden Gids: 

  • - Enkel bedrijven die ervoor betaalden, werden er in opgenomen. De erin voorkomende lijsten zijn dan ook (erg) onvolledig, en niets meer dan een vertrekpunt voor verder onderzoek
  • - Van de meeste bedrijven worden enkel de firmanaam en (soms)adresgegevens vermeld.
  • - Slechts enkele bedrijven hebben geïnvesteerd in een reclamekadertje, of, zoals Marie Thumas voor een volledige pagina in het boek en dan nog eens op de binnenflap. Helaas leverden deze reclames geen bijkomende interessante informatie op over productiecijfers of het geproduceerde gamma

Voor wat betreft de conservenindustrie splitst de Indicateur de bedrijven op in een aantal kleinere rubrieken:

- Voedselconserven in het algemeen ("Conserves alimentaires")
- Champignonconserven
- Fruitconserven
- Groenteconserven
- Tomatenconserven
- Visconserven
- Vleesconserven

Zoals echter de volledige naam van de “Indicateur” het aangeeft, neemt het document zowel bedrijven uit de “Industrie Alimentaire” als uit de “Commerce Alimentaire” op. Niet alle bedrijven vermeld in deze rubrieken zijn met andere woorden producenten. Sommige opgesomde firma´s zijn groothandelaren, importeurs of exporteurs. Alleen: dit wordt nergens uitdrukkelijk erbij vermeld.

Achteraan in de Indicateur staan echter ook een aantal lobbygroepen opgesomd. De meeste bedrijven, actief in de sector van groentenconserven waren lid van de “Groepering der fabrikanten van ingelegde groenten van België”. Deze v.z.w. werd opgericht in 1942, onder de Duitse bezetting, en had volgens Dhr. R. Vantyghem (zoon van de stichter van het West Vlaamse conservenfabriekje Ste Dorothea) zijn zetel in Wezembeek-Oppem. De ledenbijdrage hing af van de omzetcijfers. De organisatie werd van meet af aan gedomineerd door de firma die de grootste bijdrage stortte, Marie Thumas.

Helaas garandeert ook deze ledenlijst evenmin volledigheid:

- a) niet alle bedrijven die in die periode groenteconserven produceerden waren ook effectief lid van deze Groepering. Zo komt de firmanaam Talpe (noch Star of Aurora) uit Kortemark er blijkbaar niet in voor.

- b) deze ledenlijst uit 1953 zegt ons niets over de groenteconservenbedrijven die voor dat jaartal al hadden opgehouden met te bestaan. (bv. Jacobs Frèreres, Heverlee)

Daarom diende nog in zoveel mogelijk andere richtingen naar sporen gezocht worden. Zo werd ondermeer heel systematisch ettelijke maanden gezocht naar allerhande bedrijfsdocumenten, reclame enz. op een aantal al dan niet gespecialiseerde veilingsites. Dit leverde een aantal extra bedrijfsnamen op, maar zeker geen ware schat aan informatie. Informatie over de kleinere oude conservenbedrijven blijkt dan ook bijzonder schaars te zijn. Af en toe komt een nieuwe naam naar boven drijven, bv. wanneer een kleine lokale fabriek afgebroken wordt (bv. Le Verger), en de plaatselijke pers hierover bericht.

Voorlopig werden volgende bedrijven geïdentificeerd en in dit springmenu verwerkt:

Alfabetische Lijst Belgische Conservenindustrie

Opgelet, gezien de zwaarte van dit document verspringt het tijdens het opladen, nadat men op een naam uit dit springmenu heeft aangeklikt.

Chronologie van de Belgishe conservenindustrie

Deze chronologie zal gaandeweg nog worden aangevuld. De bedrijven waarvoor de nodige gegevens nog ontbreken werden onderaan deze lijst opgesomd.

1886: Marie Thumas (Leuven)
1887: Le Semeur (Mechelen) zie ook 1967
1892: Le Soleil (Mechelen)
1896: Abeille (Itegem)
1899 (?): La Flandre (Egemkapelle)
1899: La Corbeille (Wespelaar)
1900 (?): Jacobs Frères (Heverlee) 1900: La Légumière / J.E. De Wolf (Anderlecht)
1901: La Campinoise (Grobbendonk)
1902(?): La Couronne / De Kroon a.k.a. Conservenfabriek van Wingene (Wingene)
1905: Van de Poel a.k.a. Picolo (Stabroek)
1907: Aurora / Star Talpe (Kortemark)
1907: La Merveille (Ledegem)
1910´s ?: Libby´s
1921: Aldia (Oudenaarde)
1922: (La) Leguma (Zedelgem)
1923: Optima (Rumbeke)
1925 (?): Nuca Proba (Westmeerbeek) zie 1977
1925 (?): Alibel (Eernegem)
1926 (?): Ste Dorothea (Egem-Pittem)
1930: Culina (Thorembais-les-Beguines)
1930´s: Essor (Itegem)
1933: Mon Jardin (Geer, nabij Hoei)
1947: De Polder (Zandvliet)
1950 (?): Liebig (Antwerpen) groenteconservenlijn
1959 (?): Le Verger (Lennik)
1960: Scana (Westmeerbeek)
1960 (?): Dino Conserven (Pittem)
1964: Noliko (Bree)
1966: Gerdo (Meulebeke)
1967: Le Semeur (St Katelijne Waver)
1977: La Corbeille (Westmeerbeek) op de site van het voormalige Nuca Proba

Oprichtingsdatum onbekend:

? Agniez Frères (Brussel): zou opgericht zijn rond 1850, maar geen info over wanneer met groenteconserven begonnen
? AKI (Algemene Konserven Industrie (Boortmeerbeek)
? Arvebo (Oostende / Mechelen)
? Glenzo (J. Gelens) (OLV Waver/St Katelijne Waver)
? Jacobs & Beyers
? Lamberts (Brussel)
? ReNa (Heist-op-den-Berg)
? Rovana
? Rucher, Le (Van Cauwenberghe) (Wortegem) 
? Veco (Zandhoven)
? Vincentelli (Antwerpen) voor W0 1
 

Onduidelijk of het gaat om een groenteconservenbedrijf of een ander type van conservenfabriek:
- Dumortier, Mechelen (Lakenmakersstraat): "conservenfabriek" waarvan het bestaan vermeldt wordt in "100 jaar parochie St-Libertus Mechelen Nekkerspoel en Pasbrug (1888-1988)". Hierin wordt melding gemaakt van een arbeidsongeval in 1903 in de conservenfabriek van de heer Dumortier. Het historisch werkje noteert ook dat er nadien geen berichten meer verschenen zijn over dit bedrijfje.

- Delicatesse DS: (zie hieronder): Groenteconserven in glazen potjes, meer bepaald Asperges Hors d´oeuvre "Door uw beenhouwer aangeboden" vermoedelijk 1950´s of 1960´s tekefoonnummer: 015-zone (vraagprijs bokaal met asperges: 40 fr): onbekend wie de asperges voor DS inmaakte.

   

Naast producenten waren er ook tal van importeurs zoals bv. François Wellens Fils Antwerpen Fruits secs, conserves alimentaires: Import en export 

Gegevens over de kleinere spelers in deze industrietak zijn vaak schaars. Dit geldt deels voor informatie, maar soms vrij uitgesproken voor wat betreft beeldmateriaal.

Voor dit artikel werd zo veel mogelijk kwalitateitsvol beeldmateriaal bij elkaar gebracht. Gezien de rariteit van foto´s van of over een aantal bedrijven,  werd in een aantal gevallen toch besloten om ook beeldmateriaal van wat mindere kwaliteit te gebruiken, in afwachting dat betere afbeeldingen in de toekomst zullen opduiken. Dit was bijvoorbeeld het geval voor de bedrijven Talpe, Merveille en Optima. 

2) Een zeer voorlopig resultaat ! 

Hetgeen in juni 2012 op Retroscoop geplaatst werd, was niets meer dan een zeer voorlopig resultaat ! In 2012 (Essor), 2013 (De Polder, Ste Dorothea) en okt. 2014 (Leguma, ReNa, Talpe...) werden belangrijke aanvullingen toegevoegd.

De lijst van groenteconservenbedrijven is zonder enige twijfel nog lang niet volledig, en in zowat elke fiche ontbreken gegevens. De steekkaart van een aantal bedrijven is zelfs nog compleet in te vullen. Zelfs dit voorlopig resultaat heeft echter heel zeker zijn (online) merites: tot hiertoe had nog geen enkele website zo´n poging ondernomen.

Bovendien is het de bedoeling om de fiches aan te vullen, naarmate er meer informatie gevonden wordt, of ons door lezers wordt toegestuurd. De lijst brengt reeds een minimum aan structuur aan, en identificeert een heleboel zones waar verder onderzoek ondernomen zal moeten worden.

Een voor de hand liggende piste is uiteraard "archieven". Nochtans moet men zich niet te veel illusies maken over bedrijfsarchieven. Heel wat materiaal werd gewoon vernietigd, of is ondertussen over ettelijke verzamelaars verspreid geraakt. Niettemin kan verder onderzoek bij lokale afdelingen van het Kadaster alsook bv. Staatsbladen (statuten !) nog heel wat bijkomebde informatie opleveren. Het is ook de bedoeling om nog een aantal Heemkundekringen aan te schrijven. Iedereen die bijkomende inlichtingen, getuigenissen of beeldmateriaal wil laten toekomen, kan ons contactern via info@retroscoop.com. Iedere bijdrage, hoe klein ook, wordt ten zeerste gewaardeerd !

Om het overzicht enigszins te bewaren werden de bedrijven per provincie opgesplitst. Er werd ook een andere achtergrondkleur per provincie gebruikt. In de toekomst zal het zeker nodig zijn om dit lange artikel in delen op te splitsen. 

3) Nog iets over A-, B-en C-merken

Collectie Karel Meertens

We stelden dhr. Michel Duran (zie Leguma en Star Talpe) de vraag wat er nu precies onder A/B/C merken verstaan moet worden. Hij antwoordde ons in de tweede helft van oktober 2014 zeer uitgebreid. We hebben hier een aantal van zijn antwoorden samengebracht, hier en daar een beetje herwerkt, maar voor het overige werd de essentie ervan volledig behouden:

A merk

Het merk dat nationaal erkent wordt als de leading brand en het meest verkoopt.

Was in de jaren 70/90 zonder twijfel Marie Thumas voor blikgroenten en ReNa voor bokalen. Alhoewel Marie Thumas ook bokalen verkocht, werd het merk Marie Thumas nooit erkend als A merk in de bokalen markt. Voor de consument was Marie blik !

B merk en distributiemerk

Een merk dat meestal regionaal erg in trek is bij de consument

Was in de jaren 70/90 zonder twijfel Star. In Vlaanderen was Star in feite op vele plaatsen in feite erkend als een A merk en volgde de winkelier zelfs geen Marie Thumas. Vb vele Unic/Nopri winkels hadden in hun aanbod groenteconserven : Star en daarnaast het merk Unic of Nopri en voerden zelfs geen Marie Thumas

Het distributiewerk of private label is het huismerk van de winkelketen vb merk GB, Delhaize, Match, etc.

C merk

Het merk dat de onderkant van de markt vertegenwoordigt of discount merk of premier prix. 

Toen Aldi (afkorting voor Albrecht Discount) zich omstreeks 1973 in Belgie kwam vestigen, wisten de fabrikanten in het begin niet goed hoe te reageren, want ze kregen van klanten zoals de GB en van de middenstand te horen “als ge bij Aldi levert, dan stop ik met uw producten te verkopen”.

Sommige fabrikanten namen dit dreigement zeer serieus, zoals tafeloliefabrikant Vandemoortele. Tot groot jolijt van de oliefabriek Debeil uit Staden overigens, die met Aldi een dikke klant binnenhaalde.

Andere fabrikanten waren inventief en plaatsten een schuilnaam op het etiket. Materne levert appelmoes aan Aldi en tot op vandaag onder de schuilnaam S.A.P.A.R. BP 2 5310 Eghezee. Voor wat betreft de conservenindustrie leverde het West-Vlaamse Talpe wel aan Aldi België maar onder het merk Abeille packed by Vlaams conserven, St Denijs Westrem.

Michel Duran, die toen bij conservenfabriek Leguma werkzaam was, kon zich niet voorstellen dat er in St Martens Latem een conservenfabriek was en controleerde het opgegeven adres. Hij belandde op die manier... op de parking van E 5 mode. De link was rap gelegd: Griet Talpe, dochter van Mr Joseph Talpe, was immers mede eigenaar van E 5 mode ! Talpe lanceerde nog een tweede schuilmerk, nl. Pit´s. 

Enkele andere conservenfabrieken volgden, en lanceerden hun eigen schuilmerken, zoals bv. 

- Leguma : Bonne Cuisine
- Marie Thumas : Le Soleil
- ReNa : Renox
- Bonduelle: gebruikte vanaf 1986 jaren het label Primeurope

Uiteindelijk draaiden GB en consoorten bij, en kwamen ze zelf af met hun eigen goedkoop merk: de Grand Bazar lanceerde in 1976 haar Witte Producten (later vervangen door N° 1), Delhaize volgde met Derby (later opgevolgd door 365)

Anno 2014 is er veel veranderd en levert Bonduelle nu aan Aldi en vermeldt als fabrikant gewoonweg Bonduelle. Bij Lidl is het eenvoudiger: de fabrikant moet zijn naam niet vermelden op het etiket, want er staat "hergestellt für Lidl" en zo weten ook de concurrenten niet bij wie Lidl zijn goederen koopt. Het huidige huismerk van Aldi voor groenteconserven noemt King´s Crown.

In de jaren 70/90 volgende sommige supermarkten alle merken 

A merk : Marie Thumas en in glas Rena
B merk : Star en daarnaast hun eigen label vb Unic
C merk : vb bij Unic, het "wit product" van GB

Maar de plaatsen in de rayons worden duur en nu is er voor conserven, enkel nog plaats voor één A één B en één C merk. Dus Marie Thumas (nu Bonduelle) in blik Hak in glas, want ReNa is failliet en als B merk hun eigen label en als C merk een wit product of bv bij Delhaize 365.

B merken van fabrikanten verdwijnen stelselmatig en daarom is Bonduelle Belgium ook twee jaar terug (in 2012) gestopt met de verkoop van het merk STAR. Een ander voorbeeld: Marie Thumas glas en nu Bonduelle glas hebben de strijd verloren om een A merk te worden tegenover HAK uit Nederland. Hak is al jaren op de Belgische markt. In de beginperiode enkel bij de beenhouwers en na het faillissement van Rena via de F2 ook bij de F1 (de voornaamste supermarktketens) binnegeraakt en is nu de onbetwiste nummer 1 in glas. Bonduelle wist haar glasconserven enkel nog bij Colruyt kwijt te krijgen.

Bonduelle heeft het na de overname van Marie Thumas niet aangedurft om het merk Marie Thumas (blik en glas) onmiddellijk te vervangen door het merk Bonduelle. In de sector van diepvriesgroenten daarentegen hebben ze onmiddellijk het merk Marie Thumas door het merk Bonduelle vervangen. Het resultaat was vrij goed te noemen en op een bepaald ogenblik werd er 3500 ton diepvriesgroenten onder het label Bonduelle verkocht o.a. bij F1 Delhaize, Mestdagh, Cora en Match. Maar niettemin bleef  de challenger  IGLO de onbetwiste n° 1, en bleef Bonduelle een B merk.

Anno 2014 heeft IGLO de strijd volledig gewonnen en zijn alle supermakrten gestopt met Bonduelle diepvries. In het diepvriesvak zijn de plaatsen immers nog duurder dan in de rayon en is er nu zeker geen plaats meer voor een B merk !

Op onze vraag of bv. de doperwtjes van een A-merk beter zijn dan die van een B-, C- of private label antwoordde Dhr. Duran:

"Delicaat natuurlijk. Maar groentenconserven is eigenlijk een banaal product en doperwtjes zijn rond en groen en veel verschil zul je niet bemerken tussen A of B merk. Star had op een bepaald moment een slogan , onder Star koop je bij ons enkel “ Het topje van de oogst” en inderdaad ‘t is toch maar normaal dat een fabrikant wel tracht het beste onder zijn label te stoppen !  Maar wat doe je met fabrikanten, die geen A merk hebben: Noliko, Corbeille, Leguma, Coroos in Nl, etc.  Deze fabrikanten maken enkel Private Label (PL) en de distributeurs zijn hun enige afzetmogelijkheid ! 

Dus leveren ze een kwaliteit, meestal gelijkwaardig aan een kwaliteit (van het A merk) Marie Thumas (dat dan verkocht wordt) onder het label van GB, Delhaize, etc. en dit aan heel scherpe prijzen. (…) Het prijsverschil tussen A merk en PL is rond de 30/40% en bij de discounters Aldi nog veel groter.  Alle winsten gaan naar de Distributie(sector) ! Daarenboven werd de Distributie(sector) al maar moeilijker en stuurde quality controllers naar de bedrijven en (hanteerden) een eigen cahier de charge.

Daarbij kwam nog dat Marie Thumas, Rena geen budgetten hadden om op TV te komen.  De verkoop van A merken staat/stond onder serieuze druk en PL´s nemen meer en meer de plaats in (van A-merken)."

4) Iets meer over de "F1 / F2 /F3" klanten

Iedere sector heeft zo zijn eigen jargon. In de verkoopbusiness bijvoorbeeld heeft men een onderscheid gemaakt in F 1 / F2 / F3 klanten. Het was het onderzoeksbureau Nielssen die dit onderscheid lanceerde. De indeling is o.a. gebaseerd op de gemiddelde oppervlakte van de verkooppunten. Michel Duran splitste dit als volgt voor Retroscoop uit in een e-mail uit oktober 2014:

F1 een beperkt aantal Distributeurs 

- GB nu Carrefour
-
Delhaize
-
Colruyt
-
Mestdag (nu Champion winkels)
-
Cora
-
Match
-
Sarma

In de 1970´s en 1980´s kochten GB, Delhaize, Colruyt hun groenteconserven vooral bij Belgische producenten, zoals bij Marie Thumas, Talpe, Corbeille, Picolo of Leguma. Vanaf de 1990´s gingen ze hoe langer hoe meer internationaal en kwam er concurrentie uit Nederland (Coroos) en vooral uit Frankrijk (met merken als d’Aucy, Peny, Avril.) Voor de overgebleven Belgische conservenbedrijven betekende dit een toenemende concurrentie en winstmarges onder druk. Temeer daar ook diepvriesgroenten aan een steile opmars bezig waren.

F2 

F2 A Geintegreerd (centrale aankoop) 

- Unic (inmiddels Carrefour)
-
Nopri(inmiddels carrefour)
-
Edi (inmiddels opgedoekt)
-
AD Delhaize (zelfstandigen) 

F2B Niet geintegreerd (zelfstandigen, gegroepeerd in een inkoop formule) 

- Alvo (nu Colruyt)
-
Samgo (opgedoekt)
-
Noord en Zuid (nu Alvo)
-
Simul (opgedoekt)

F3  de kleine buurtwinkel, die zich bevoorraadde via grossiers 

- Spar
- Végé (zie elders op Retroscoop)
- Welvaart
- A én 0
- Ifa
- Louis Delhaize etc

5) De concurrenten en sectorgenoten:
uitsplitsing per provincie

- Antwerpen
- Limburg
- Oost-Vlaanderen
- West-Vlaanderen
- Vlaams Brabant
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

- Wallonië
  

Provincie Antwerpen

l´Abeille (Itegem)
(Itegem maakt sedert 1977 deel uit van Heist-op-den-Berg)

Adres: Karel Govaertsstraat 62-64 
Oprichtingsjaar: 1896 
Bestond tot: 1963 ??? (cf. verkoop bepaalde machines) of later ? 
Oprichters: Gust Heylen (1859-1931) De man was tussen 1921 en 1930 ook burgemeester van Itegem. Op voorstel van ex-BRT topman Cas Goossens, eveneens van Itegem werd een straat naar de voormalige ondernemer en politicus genoemd. (Overigens was ook Karel Govaerts, de stichter van koffiebranderij naar wie de straat genoemd is waarin l’Abeille gevestigd was een oud-burgemeester van Itegem, meer bepaald van 1939-1946).
Directie- en kaderleden:


Paul-Emile Broos

-   Gust Heylen (1859-1931) Beheerder
-   Ludovic Heylen (neef van Gust) (1891-1967)
-   Max Geimeke: Hoofdingenieur van Duitse afkomst in de beginfase van het bedrijf
-   Jules Van Loo
-   Paul Emile "Poully" Broos (1924-2008) laatste eigenaar. Nadat hij het bedrijf verkocht, werd hij de vertegenwoordiger van het West-Vlaamse Star Talpe (Kortemark) in de provincies Antwerpen en Limburg
 

Sleuteldata: 

1896: Gust Heylen nam de Duitse ingenieur Max Geimeke in dienst als bedrijfsleider. Oorspronkelijk was de fabriek gevestigd in een oud gebouw, dat voorheen een olieslagerij was geweest. Het had dan ook meer weg van een boerderij met een hoge schouw

Na de Eerste Wereldoorlog: meestergast Jules Van Loo (bijgenaamd "van Beddekes") werd de spilfiguur op de werkvloer van v.an l´Abeille.

1930´s: het oude gebouw met hoge schouw werd vervangen door een moderner ogend geheel

Na WO 2: het bedrijf werd geleid door de familie Broos. Als opvolger van de toenmalige directeur Broos werd gedacht aan zijn neef.

Paul Emile Broos zag echter geen toekomst meer voor het bedrijf, en besloot in ruil om voor het West-Vlaamse Talpe te gaan werken. Hij werd de vertegenwoordiger voor de provincies Limburg en Antwerpen, waar Talpe nog niet goed was kunnen doordringen. Hij slaagde erin om het West-Vlaamse merk in deze provincies op de kaart te zetten. Hij bracht ook het merk Abeille naar Talpe over, iets waarvan de West-Vlaamse producent ook effectief van gebruik zou maken. (zie aldaar)

1963: het bdrijf verkoopt zijn staande erwtendorsers, die door Gerdo uit Meulebeke opgekocht werden.

Productengamma: 
Merknamen: 
Bijzonderheden fabriek: 

-   Gegroeid uit een olieslagerij
-   Gelegen in dezelfde gemeente als de firma Fort Producten (o.a. koffie, specerijen)
-   Thans zijn er –het viel al te raden in deze Vlaamse context- lofts en bedrijven in het deels aangepaste fabrieksgebouw 

Varia (cijfergegevens enz.): 
Bronnen en verdere literatuur: : 

-   Familie Heylen GVA 16.03.2007

-   Informatie over de familie Broos en de overstap naar Talpe afkomstig van Dhr. Michel Duran in e-mails aan Retroscoop uit okt. 2014. Voor Duran´s carrière in de branche van groenteconserven, zie de firma´s Leguma en Talpe

Extra beeldmateriaal:

     

Arvebo (Mechelen)
Zie Arvebo Oostende

 

La Campinoise / Materne (Grobbendonk)

Adres: Nijverheidsstraat 
Oprichtingsjaar: 1901 (toelating productie verkregen op 18 dec.) (hun reclames houden het echter op "1900" 
Bestond tot: 1946 Vanaf dan tot 1970 deel van Materne 
Oprichters: Hendrik Cassiers 
Directie- en kaderleden: 
Sleuteldata: 

1898: Hendrik Cassiers richt in de huidige Nijverheidsstraat een diamantverwerkend bedrijf op, inspelend op de Belgische aanwezigheid in Kongo werd uitgebaat door Hendrik Cassiers.

1901: Cassiers beslist amper 3 jaar later niettemin een ommezwaai. Gelegen in een streek bekend om zijn tuinbouwactiviteiten schakelde de ondernemer over op groenteconserven. Hij richtte een fabriekje op, dat in december 1901 toelating kreeg om tot produceren over te gaan.

Voor WO 1: Installatie stoommachines en verhoging productie

Tussen twee wereldoorlogen: aanleg van een spoorweg, die een betere distributie toeliet

Tijdens WO 2: productie van groente- en fruitconserven onder de merknaam “La Campinoise”.  Leveringen aan de Duitse bezetter. Installatie van (één van) de eerste industriële diepvriezer in ons land.

1946-1970: overname door confiturenfabrikant Materne.

1955: Ten minste vanaf dit jaar verschijnt de naam Frima, verwijzend naar Frozen Foods Materne, een nieuwe afdeling die instond voor de productie van diepvriesgroenten. Deze techniek van bewaren van groenten vereist een nog snellere verwerking van de verse groenten, waardoor een maximum van de voedingswaarde (bv. vitamines) mee ingevroren wordt. Van zodra groenten immers geoogst zijn, begint al snel de afbraak van deze meest voedende bestanddelen, om soms na amper 1 dag nog maar de helft te bedragen.

1956: naast conserven worden nu ook groenten in glazen bokalen geproduceerd

(Jaartal ?): Lanceert zich ook in de sector van diepvriesgroenten. Deze werden gecommercialiseerd onder de naam ‘FRIMA’ (Frigorifères Materne).

1970: Naamswijziging: wordt ‘NV Universal Foods’, en onderdeel van de Generale Maatschappij van België.  Start met de eerste aardappelspecialiteiten

1978: fusie met diepvriesbedrijf NV Viking uit Oostende tot ‘NV Frima-Viking’. Belangrijke uitbreiding van de aardappelspecialiteitenlijn.

1986: overname door de Canadese McCain groep: de vestiging in Grobbendonk heet voortaan McCain Frima, dat belangrijke investeringen doet

1990: stopzetting productie van diepvriesgroenten, en volledige concentratie op aardappelspecialiteiten, met ondermeer de in gebruikname van een tweede productielijn.

1994: Een nieuwe naamswijziging drong zich als gevolg ook op, en werd vanaf dan ‘McCain Foods Belgium NV Frozen Foods Division’. Het productiegamma omvat ondermeer kroketten, smiles, pommes duchesse, pommes noisettes 

Productengamma: Mechelse erwten, selder...
Merknamen: 
Bijzonderheden fabriek: 

-   Omvatte ondermeer een los- en laadkade en een eigen blikslagerij

-   Het bedrijf was via een aftakking tot 1951 verbonden met een in 1904 aangelegde tramspoor. Dit tramspoor werd gebruikt door een stoomtram, die Itegem via Herenthout, Bouwel, Grobbendonk, Pulle, Pulderbos met Zandhoven verbond. Deze tram trok naast drie reizigerswagons ook een goederenwagon. 

Varia (cijfergegevens enz.): 
Bronnen en verdere literatuur: 

-   Voorgeschiedenis van de McCain vestiging in Grobbendonk: McCain tastes good in every country
-   Over het tramspoor: De stoomtram in Grobbendonk en Bouwel 

Extra beeldmateriaal:


Loskade voor groenten


De blikslagerij


De soldeerzaal (tussen de spoelbakken)


Controle van de productie


Reclame uit 1951 in Sélection (Reader´s Digest),  niet voor
"La Campinoise", maar voor de sterkere merknaam "Materne"
 

La Corbeille (Westmeerbeek)

Zie voor voorgeschiedenis:
La Corbeille Wespelaar (Vlaams Brabant)

Adres: Stationsstraat 92 2235 Westmeerbeek deelgemeente van Hulsthout / zie Nuca Proba
Oprichtingsjaar: 1977 (?) voor wat betreft deze vestiging
Bestond tot: 2011
Oprichters:
Directie- en kaderleden:
-   Laatste directeur: Roger Deboutte (laatste directeur) nam ook deel aan A.V. bij Vandepoel Picolo

Sleuteldata:
Voor verhuis: zie La Corbeille Wespelaar
1977-1978: cruciale wijzigingen

  • Overname van Le Semeur in St. kat. Waver) en van NUCA PROBA in Westmeerbeek.
  • Verlaat historische site te Wespelaar (zie Vlaams Brabant) en verplaatst hoofdkantoor naar Westmeerbeek

2000: Breidt de fabriek in Westmeerbeek uit, en sluit vervolgens Le Semeur in Sint-Katelijne-Waver. Overname van Rovana te Rijkevorsel en Picolo Van de Poel in Stabroek. Activiteiten: de helft van de omzet wordt behaald dank zij de productie van groenteconserven (jaarlijks 100 000 ton), de rest dank zij diepvriesgroenten en de verkoop van onverwerkte groenten.

2008: Deze constructie wordt zelf in haar geheel overgenomen door de Franse groentenverwerker Bonduelle. Op dat moment werkten er 272 mensen, en werd er een omzet gerealiseerd van 67 miljoen euro realiseren. Bonduelle verkocht meteen Rovana (Rijkevorsel).

2010-2011: Van de Poel (Stabroek) werd twee jaar later gesloten, het jaar daarop volgde de sluiting van La Corbeille in Westmeerbeek. (130 mensen) Door verschillende fabrieken te sluiten wou Bonduelle iets doen aan de Europese overproductie, dat het zelf (?) op 110 000 ton inschatte. (cijfers die door de vakbonden betwist werden). Ter zelfde tijd ontdeden de Fransen zich uiteraard ook van een aantal concurrenten. De aankoopprijzen van groenten liggen in Frankrijk lager, vanwege een hogere graad van mechanisatie. Bonduelle wees ook op de stijging van de prijs van blik, en de daling van het conservenverbruik in Duitsland en de Benelux, de voornaamste markten van de getroffen Belgische bedrijven.

Productengamma:
Merknamen:

-   La Corbeille
-   Panier d’Or (productie voor Delhaize)

Bijzonderheden fabriek:
Varia (cijfergegevens enz.):
Bronnen en verdere literatuur:

-   Corbeille overgenomen door Bonduelle (Belga 15.09.2008)
-   130 jobs bedreigd bij sluiting Bonduelle Westmeerbeek (LN 11.02.2011) 

Extra beeldmateriaal: 

Essor (Itegem)

Adres: Pannenhuisstraat. Er bestaan aanwijzingen dat het eerste gebouw van deze firma -vermoedelijk voor WO 2- in het centrum van Itegem lag.
Oprichtingsjaar: 1930´s (?) De oudste bekende wikklels lijken inderdaad te suggeren dat de oprichting van voor WO 2 dateert
Bestond tot:
Oprichters: Mogelijk een zekere Janssens, later overgenomen door de gebroeders Van Hove
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:
Productengamma:

- half fijne erwten (mogelijk in glazen potten, te oordelen aan de etiketten (zie hieronder)
- doperwten (zeer fijn) conservenblikken
- witte bonen conservenblikken
- snijbonen conservenblikken (eigen productie en voor Fort Itegem)
- princessebonen (voor Fort Itegem)

Merknamen: Essor, Fort (?)
Bijzonderheden fabriek: Kleine familiale onderneming van zeer beperkte omvang. Op het moment van sluiting lagen er ook nog wikkels van de groothandel Fort Itegem, dus blijkbaar werd er ook in opdracht van deze firma geproduceerd
Bronnen en verdere literatuur: e-mail Dhr. Michel Breugelmans naar Retroscoop 23 dec. 2012
Extra beeldmateriaal:

 

  

Glenzo (J Gelens en Zoon) (OLV Waver)

Adres: OLV Waver St Katelijne Waver
Oprichtingsjaar:
Bestond tot: Minstens tot 1979 (is één van ondertekenaars BBM document opgesteld door Albert Degeest
Oprichters: J. Gelens of Geelens ?
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:
Productengamma: Belgian baby carrots in 3/1 blikken, erwten...
Merknamen:
Bijzonderheden fabriek: exporteerde agressief naar Duitsland (Aldi bv.) en de VS
Bronnen en verdere literatuur: 
Extra beeldmateriaal:

Jacobs & Beyers (Kapellen)

Van deze firma weten we vooralsnog enkel maar dat het vruchtenconfijt en conserven produceerde: het is vooralsnog onduidelijk of het ging om opgelegde groenten en zuurconserven (wat zou betekenen dat deze firma niet in deze lijst thuishoort) of conserven geproduceerd door middel van appertisatie. Het symbool van de zaak was op gegeven moment een soort Pegassus.

Adres: Mogelijk Kapellen
Oprichtingsjaar: Alleszins voor maart 1940 (zie afbeeldingen)
Bestond tot:
Oprichters: Jacobs & Beyers ?
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:
Productengamma:
Merknamen:
Bijzonderheden fabriek:
Bronnen en verdere literatuur: 
Extra beeldmateriaal:

   

Libby’s (Antwerpen, Brussel)

Het is vooralsnog onduidelijk of de Belgische afdeling van Libby in de 1950´s de groenteconserven in ons land heeft geproduceerd, die het onder haar merknaam op de Belgische markt heeft gebracht. Het ging om een vrij uitgebreid assortiment, dat evenwel slechts enkele jaren gepoogd heeft om een plaatsje op de Belgische markt te veroveren. Mogelijk heeft een ander conservenbedrijf dit voor Libby´s geproduceerd, maar wat zeker is, is dat deze productie in België heeft plaatsgevonden. De van oorsprong Amerikaanse firma onderstreepte dit duidelijk in haar reclame en zelfs op bestelwagens. Mogelijk was die productie dus uitbesteed, en wilde het merk profiteren van haar naambekendheid op het vlak van fruitconserven. Libby verkocht eveneens vleesconserven (corned beef) en ingeblikte melk, maar blijkbaar met eerder matig succes in België.


Een oude reclame voor vleesconserven van Libby´s Antwerpen
wellicht uit de late 1910´s of vroege 1920´s (?)

Adres:

-   Antwerpen: Huidevettersstraat 54 Alg. Depot ?
-   Verkoopsbureau: bureau 9 Rue des Plantes in Brussel

Oprichtingsjaar:

-   In VS: 1868 als fabriek voor het inblikken van rundsvlees gevestigd in Chicago (hun befaamd trapeziumvormig blikje van corned beef verscheen in 1875. Tussen 1888 en 1920 eigendom van Swift & co., vervolgens Wards Cove Packing en Nestlé
-   In België: 1910’s ?

Bestond tot:
Oprichters:

-   In VS: door Archibald McNeill en de gebroeders Arthur & Charles Libby
-   In België: ?

Directie- en kaderleden:

-   Edward E Willkie (Amerikaan, die de vestiging tot 1938 leidde en dan naar de VS terugkeerde

Sleuteldata: (België)

1900’s: start productie van groente- en fruitconserven in de VS door Libby

1910’s (?): Libby opent ook een vestiging in België

1950’s: Ook in België verschenen nu groenteconserven verkocht onder de merknaam Libby’s. Een ongedateerde reclame uit de vroege 1950’s vermeldt: “Aussi les deliciseuses Conserves de Légumes Libby’s sont fabriquées à présent en Belgique, sur les lieux mêmes de production”. Op de bestelwagens van Libby’s groentenconserven werd eveneens vermeld dat het ging om een “Belgische productie”, maar het is niet duidelijk welke fabriek deze produceerde

1970’s: werd eigendom van Nestlé. Blijft één van de grootste producenten ter wereld van ingeblikte voedingswaren

Productengamma (uitsluitend groenteconserven):

Het gamma in de vroege 1950’s werd gecommercialiseerd onder de slogan “Aussi frais que frais”. Ook het feit dat het om een Belgische productie ging werd onderstreept in reclame’s en op bestelwagens. Net als de blikjes met fruit en melk waren de groenteconserven voorzien van de herkenbare blauwe driehoek, en de naam Libby´s in het rood. (Uitzonderlijk werd ook wel eens een rode driehoek gebruikt, zie beeldmateriaal)

  • bonen met tomatensaus,
  • erwten
  • erwten en jonge wortelen
  • gehakte spinazie
  • bonen
  • princessebonen,
  • triple tomatenextraat,
  • primeurwortelen
  • groentenmacedoine
  • asperges
  • schorseneren
  • selder 

Merknamen:

-       Libby’s

Bijzonderheden fabriek:
Varia (cijfergegevens enz.):
Bronnen en verdere literatuur:

-       De Amerikaanse voorgeschiedenis van Libby

Extra beeldmateriaal:

 

 


Collectie Retroscoop
Zeldzame afbeelding van een duidelijk zwaar geladen Renault-bestelwagen
van Libby´s. Let op de duidelijk vermelde "Belgische Productie"
 

 Liebig (Antwerpen)

 
De burelen op de Meir (ter hoogte van de Wapper)
en de fabriek in de Lange Klarenstraat 19
 

 
Collectie Retroscoop
 

Net als Libby´s heeft ook Liebig België gedurende enkele jaren gepoogd om van haar naambekendheid te profiteren, om een plaats op de nochtans reeds druk bezette markt van groenteconserven te verwerven. Liebig had net als Libby een stevige reputatie, maar dan op het vlak van vleesextracten, bouillons (OXO !) en soepen (zowel ingeblikt als in poedervorm).

De poging met de groenteconserven door te breken lijkt te dateren van medio jaren ´50. Daartoe nam Liebig het conservenfabriekje De Polder te Zandvliet over. (zie ook verder in deze rubriek) Deze diversificatie werd na enkele jaren echter alweer opgegeven.

Adres: 

Fabriek:

° Lange Klarenstraat 19 Antwerpen: tot in de late 1950´s ?
° in 1960 verhuisd naar de Liebiglaan / Metropoolstraat in Schoten. (vooralsnog niet geweten hoe deze laan heette voor de komst van Liebig)
° Liebig nam ook in de vroege 1950´s tot ongeveer medio 1950´s het conservenfabriekje De Polder te Zandvliet over (Putse Baan) Deze overname duurde maar enkele jaren.

Kantoren: "Dépot Général" later "Cie. Liebig": Meir 59 Antwerpen 

Oprichtingsjaar: Liebig Antwerpen gaf in de brochure Popote Recettes d´Après-guerre aan, dat het zich in 1945 reeds 75 jaar in de koekenstad bevondt. Dit zou dus betekenen dat de Duitse firma reeds in 1870 een vestiging in Antwerpen opende.

Bestond tot: Enkel de merknaam bestaat nog, resorteert onder Campbell´s. Niet langer geproduceerd in België. Op de voormalige site in Schoten is thans de Franse firma Roberter Savoury gevestigd. Hoewel ook in de voedingssector actief, concentreert dit bedrijf zich op B2B

Oprichters: De Belgische ingenieur Giebert, in samenspraak met Justus von Liebig, die zijn naam aan het bedrijf "uitleende"

Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:

1951: Het reclameblad Liebig Echo (Speciale uitgave juni-juli 1951)  maakt gewag van het "voorbereid Liebig-gerecht" bonen met tomaat.

1953: De brochure "Conseils et Recettes Diététique uitgegeven door Liebig Antwerpen toont op een afbeelding die het gamma aan producten van de firma voorstelt een eerste blikje met groenteconserven. Het gaat om een doosje met witte bonen

1954: De brochure "Recueil: Petit Manuel du Gourmet Econome" bevat op de binnenzijde van de achterflap, net boven de inhoudstabel een aankondiging, waarin het gamma aan groenteconserven opeens heel uitgebreid blijkt te zijn, en uit  12 soorten te bestaan. (Zie verder: productengamma). Dit geeft ergens aan dat de firma toch heel wat verwachte van deze diversificatie-oefening.
heeft nog steeds een filiaal in België, maar is thans uitsluitend een groothandel die de Benelux-markt bevoorraadt.

1955: Liebig maakt meermaals reclame in tijdschriften als het Rijk der Vrouw / Femme d´Aujourd´hui, nu eens voor haar soep in blik, dan weer voor bereide maaltijden, in mindere mate voor de groenteconserven. In tegenstelling tot concurrent Knorr deed het dat niet met full page advertenties, maar slechts met bescheiden 1/4-tjes, nu eens met een dubbele 1/4de (voor 2 verschillende producten). Ondanks het klein formaat werden ze -door een zekere regelmaat van publiceren- op den duur wel herkenbaar.

2012: De gebouwen van de firma in de Liebiglaan bestaan nog steeds, maar behoren nu aan de Franse firma Robertet-Savory, die allerhande aroma´s maakt voor de voedingsindustrie.

De naam Liebig lijkt ondertussen beetje bij beetje uit de winkelrekken te verdwijnen. We verwijzen naar de artikels over Liebig in dezelfde rubriek "Industrieel Patrimonium" op Retroscoop voor meer informatie over die evolutie.

Productengamma (uitsluitend i.v.m. groenteconserven, soepen en sauzen):

-   Bonen met tomaat (1951)
-   Witte bonen natuur (1953)
-   Erwten
-   Wortelen (1954)
-   Worelen en erwten (1954)
-   Schorseneren (1954)
-   Voetselderj (1954)
-   Gesneden selder (1954)
-   Gesneden bonen (1954)
-   Princessebonen (1954)
-   Flageoletten (1954)
-   Spinazie (1954)
-   Groentemelange (macédoine) (1954)
-   Bonen met tomatensaus
-   Dubbel tomatenconcentraat
-   Bereide schotels:
        -  
Spaghetti met tomaat en kaas
        -   Bonen met spek en tomaat

-   Soepen: (reeds in de vroege 1950´s) champignonsoep, aspergesoep, kervelsoep, oxtail, tomatensoep en groentensoep zie reclame 1950’s. Onduidelijk of deze in België werden geproduceerd of geïmporteerd
-   Sauzen: 5 soorten sauzen waaronder madeira-saus, Italiaanse en Amerikaanse saus enz.

Merknamen: Liebig
Bijzonderheden fabriek:

-   Het gebouw in de Lange Klarenstraat bestaat nog steeds, al bevindt het zich links van het huidige nr. 19. In dit grote gebouw zijn thans een aantal scholen gehuisvest, waaronder een talenschool, een nijverheidsschool en een technische middelbare school. Wie goed kijkt naar de (vroegere) hoofdingang (thans een ingang voor leveranciers) ziet boven de deur nog vaag de restanten van de naam Cie. Liebig. Men kan ook zien dat er vroeger koperen borden langs weerszijden van de hoofdingang hebben gehangen. Mogelijkerwijze stond dit gebouw in verbinding met het kantoorgebouw aan de Meir, dat deel uitmaakt van hetzelfde huizenblok. Wie naar een doorgang tussen de vroegere nr. 19 (Liebig-gebouw) en de huidige nr. 19 in deze straat kijkt, kan zien dat er zich hoge gebouwen in het midden van dit huizenblok bevinden, die min of meer evenwijdig lopen met de Lange Klarenstraat, en zo richting Meir.

Uitgeverij Nels gaf in het interbellum een reeks postkaarten uit, getrokken binnen de Liebig-fabriek in Antwerpen. Dit interessante beeldmateriaal toont de productiefasen van de Oxo-bouillonblokjes. (zie Retroscoop artikel over Liebig)

Hoewel Le Soleil in Mechelen zich ook wel in het stadslandschap bevond, bracht de vestiging in de Lange Klarenstraat moeilijkheden met zich mee zoals gevaar op geurhinder, afvalwater en problemen die samenhangen met de aan- en afvoer. Er was evenwel ook simpelweg geen mogelijkheid meer om het bedrijf aldaar uit te breiden. Daarom verhuisde Liebig de bouillonblokjesfabriek naar Schoten.

De Liebig-kantoren bevonde zich aan de Meir, ter hoogte van de Wapper. Het hoge gebouw bestaat overigens nog steeds, net als de Napoleontische buur rechts ("Office Suisse"). De gevel van de voormalige Liebig-kantoren werd ondertussen wel grondig gemoderniseerd. Het smalle hoge gebouw biedt thans onderdak aan de winkel Sportstaff.

Varia (cijfergegevens enz.):
Bronnen en verdere literatuur:

-       Het artikel "70 jaar geleden" in de SIWE Nieuwsbrief van april 2011 vertelt over hoe het Antwerpse Liebig-filiaal tijdens de oorlogsjaren aardappelen liet planten opdat haar personeel voldoende te eten zou hebben. De Antwerpse vestiging verschafte ook hulp aan een aantal onderduikers. 

Extra beeldmateriaal: 

 

   

Materne: zie La Campinoise (Grobbendonk)

Picolo (Stabroek): zie Van de Poel (Stabroek) 

 De Polder -  N.V. Konservenfabriek (Zandvliet)


Foto
©  ! Heemkundekring Zandvliet

Voor een uitgebreide beschrijving en meer beeldmateriaal, zie een apart hoofdstuk in het artikel over Liebig (deel 2) in dezelfde rubriek op deze website.

Adres: Putsebaan nabij de Oud-Noordlandpolder ?
Oprichtingsjaar: 1947
Bestond tot: Eind 1970’s
Oprichters:
Directie- en kaderleden: Y. Kerckx
Sleuteldata:

-   1958: de firma treedt toe tot Semcol, een coöperatieve gevestigd in Wezembeek-Oppem, die voluit Société Cooperative de Multiplication des Semences heette. 11 conservenproducenten waren betrokken bij dit initiatief.

Productengamma:
Merknamen:
Bijzonderheden fabriek:

-   Eind jaren ´50 werd een belangrijk deel van het landbouwareaal in de omgeving opgeofferd voor de uitbreiding van de haven. Dit zal ongetwijfeld ook zijn invloed hebben gehad op de werking van de conservenfabriek. (Concurrent Picolo Van de Poel uit Stabroek bv. ging over de Nederlandse grens kijken om de bevoorrading in groenten veilig te stellen zie aldaar  

Varia (cijfergegevens enz.):
Bronnen en verdere literatuur:

-   Bijzonder Plan van Aanleg Bedrijf ATF: Toelichtingsnota 

Extra beeldmateriaal: 

  NUCA PROBA (Westmeerbeek)

Er waren 2 conservenbedrijven in Westmeerbeek, nl. Proba en Scana. In een later stadium verscheen de afkorting NUCA voor de naam Proba. Dit stond voor Nouvelle Usine de Conserves Alimentaires.

Adres:
Oprichtingsjaar: 1925 ? 1927 ?
Bestond tot:
Oprichters:
Directie- en Directie- en kaderleden:

-       In de 1950’s vertegenwoordigd in de Groupement des Fabricants door Baron Jacques van der Straten-Waillet

Sleuteldata:


Foto Eddy Van Leuven
"Blik" tentoonstelling Groentemuseum St. Katelijne Waver
(´t Grom) juni-sept. 2011

-   1931: deelname aan de Exposition Coloniale Internationale te Parijs, waar de firma ook een erediploma en gouden medaille ontving.

-   Overgekocht door La Corbeille, dat er in 1976 (?) haar HK vestigde. La Corbeille kocht toen: Le Semeur (St Kat waver, Mechelen), Proba, Picolo Stabroek en Rovana in Rijkevorsel. Deze laatste werd aan Scana Noliko doorverkocht. Le Semeur ging in 2000 definitief dicht, nadat La Corbeille in Westmeerbeek een tweede fabriek had gebouwd.

-   Eind juni 2011 gesloten, 130 arbeiders verloren toen hun baan

Productengamma:

Dank zij ondermeer een reclamefoldertje uit de 1950´s (men spreekt over het straalvliegtuig Shooting Star) kon volgend productengamma worden samengesteld:

-   aspergen
-   fijne erwtjes
-   fijne erwten en jonge wortelen
-   hele pricessebonen
-   witte bonen met tomatensaus en spek
-   groene boontjes
-   groen flageolets
-   gemengde groenten
-   voetselder
-   spinazie
-   schorseneren
-   kampernoeliën
-   ontsteende Noordse krieken op siroop
-   soepen: aspergen-room, gehakte kervel, groen-, lente-, juliennesoep

Merknamen: Proba
Bijzonderheden fabriek:
Varia (cijfergegevens enz.)
Bronnen en verdere literatuur:

-   Van der Veken, Joris: Monographie van de conservenfabriek S.A. Nouvelle Usine de Conserves Alimentaires "Proba" te Westmeerbeek, KUL, Faculteit Economische & Sociale Wetenschappen, 1952

Extra beeldmateriaal: 

 

 

Pluco (Merksplas) / Maritta

Adres: Gevangenis Merksplas Landbouwkolonie
Oprichtingsjaar: eind 1960´s
Bestond tot:
Opgericht door: Willy Pluim, overgenomen door Mariette Hendrickx
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:
Productengamma: champignons, bonen, augurken, rode kool, appelmoes
Merknamen:
Bijzonderheden fabriek:

Het bedrijf is een beetje een vreemde end in de bijt. Het vervaardigde weliswaar zuurconserven (augurken) en appelmoes, maar blijkbaar niet echt groenteconserven door middel van autoclaven. (?) Niettemin blijkt het wel in deze sector actief te zijn geweest, maar met het heretiketteren. Karel Govaerts van het Gevangenismuseum van Merksplas, die na onze vraag voor informatie van 30 nov. 2014 navraag deed bij een aantal cipiers, zond ons volgende informatie:

"Eind de jaren ’60, begin jaren ’70, was er in Merksplas-Kolonie een bedrijf genaamd PLUCO. Dit bedrijf werd beheerd door Willy Pluym, wonend in Weelde. In het bedrijf werden conserven ingemaakt, zoals augurken, rode kool, appelmoes. Buiten het seizoen werden door de gedetineerden bij gevulde conservenblikken de etiketten verwijderd en er werden nieuwe etiketten aangebracht."

Het is niet duidelijk of deze activiteit een eigen initiatief was of gebeurde in opdracht van derden. Zo kwamen er scheepsvrachten met blikken champignons uit China en boontjes uit Brazilië aan in de havens van Hamburg, Le Havre of Antwerpen. Deze werden dan met vrachtwagens naar Merksplas gebracht. "Champignons uit China" werden "Champignons premier choix de Paris". De boontjes uit Brazilië kregen dezelfde behandeling. Deze conservenblikken vertrokken daarna met hun nieuwe etiketten terug naar het land van herkomst.

Later werd het bedrijf overgenomen door Mariette Hendrickx. Het bedrijf verliet Merksplas-Kolonie en veranderde de naam Pluco naar: Maritta. Deze naam was de eerste jaren van overname regelmatig te zien in de Ronde van Frankrijk.

Varia (cijfergegevens):
Bronnen en verdere literatuur:
Extra beeldmateriaal: 

ReNa Konserven (Heist-op-den-Berg) 

Adres: Wiekevorstse Steenweg ?
Oprichtingsjaar: 1950´s aanvankelijk in Mortsel (Lierse Steenweg 127-133, thans een Carrefour. In 1964 verhuisde de firma naar een nieuwe fabriek in Heist-op-den-Berg
Bestond tot: maart 1996
Oprichters: René Naenen ( > Re-Na) Hij werd later opgevolgd door zijn zoon Jan Naenen (1928-2015)
Directie- en Directie- en kaderleden:

-   Ignace Sysmans: Algemeen Directeur (later overgestapt naar het Nederlandse Hak, thans op pensioen.
-   Chris Naenen: (dochter van Jan Naenen) marketing directeur

-  
Rikie Ternier: (dochter van Jan Naenen) Quality Manager (periode ?) bron: LinkedIn

Sleuteldata: 

Late 1950´s: de conservenfabriek Leguma te Zedelgem werkte samen met een net startend bedrijf uit dezelfde sector. Dhr. Eric Flamen (zie Leguma Zedelgem) schreef ons hetvolgende over dit aparte hoofdstuk (lichtjes herwerkt) 

"Eind jaren ´50 maakten André (Maertens) en René Naenen een afspraak. Léguma zou extra fijne erwtjes in vrak, t.t.z. gedorsen, getrieerd, geblancheerd, gekoeld, gesteriliseerd en klaar om in bokalen te doen aan Naenen leveren. Iedere morgen om 7.30 h stipt kwam Naenen in Zedelgem aan, met zijn lange Ford Fairlane grand luxe met ik weet niet juist hoeveel…maar een grote hoop vrouwen…ik schat wel een stuk of zeven…. Daarna kwam zijn camion aan met lege bokalen, en die dan terug reed met de volle bokalen van de dag ervoor. Zij vulden en sloten zelf met eigen personeel hun eigen bokalen. Léguma steriliseerde ze dan en Rena zette ze in hun eigen kisten.

Naenen moest altijd de “beste” extra’s hebben, als ze niet naar zijn goesting waren mochten ze naar Léguma… s’avonds vertrok Naenen dan weer met al zijn vrouwen naar Mortsel.

Veel keren hebben wij André getracht te overtuigen om daar een punt achter te zetten, te meer dat Léguma zelf een groot te kort had aan extra fijne erwtjes. Die praktijk heeft zo toch verschillende jaren geduurd. Ik weet (niet) wie er van dat systeem eigenlijk beter geworden is..."

1964: Verhuis van Mortsel naar een nieuwe fabriek in Heist-op-den-Berg

Eind 1970´s: na failliet van Marie Thumas was concurrent Star Talpe uit West-Vlaanderen er als de kippen bij om het systeem van Artis-punten van deze firma over te kunnen nemen. Artis was in die tijd bijzonder geliefd bij verzamelaars van chromo´s en albums. Al dan niet Artis-punten op de wikkel dragen maakte dan ook een zeer belangrijk verschil in de verkoopcijfers. De politiek van Artis was dat het slechts met één bedrijf per bedrijfssector een commerciële link aanging. Aanvankelijk was dat dus Marie Thumas. De Franse overnemer Bonduelle kende blijkbaar het promotiesysteem niet, en toonde zich niet meer geïnteresseerd. De negatieve impact op de verkoopcijfers van Marie Thumas was alles behalve gering, in die mate dat de Fransen zich die keuze achteraf beklaagd hebben. Bij Talpe kende men de waarde van die punten maar al te goed, en stond men dus te popelen om het te kunnen overnemen.

Artis toonde zich echter geen gemakkelijke potentiële bruid, en wou haar huid duur verkopen. Aangezien Marie Thumas zowel groenteconserven in blik als in glas verkocht, maar Talpe alleen in blik, deed Artis moeilijk. Bij Talpe had men echter al vlug een overeenkomst met ReNa -dat uitsluitend groenten in glas verkocht- weten af te sluiten. ReNa bekwam daarbij dat Talpe schriftelijk beloofde nooit groenten in glas op de markt te zullen brengen.

Uiteindelijk ging ReNa toch ten onder, ondanks het feit dat het de onbetwiste leider in België was op het vlak van groenteconserven in glazen bokalen. Vreemd eigenlijk, want het segment van groenten in glazen potjes won beetje bij beetje terrein ten opzichte van groenteconserven in blik. Eén van de belangrijkste factoren daarbij was de snelle opgang van het Nederlandse Hak. Dit bedrijf wist eerst een stevig bruggenhoofd uit te bouwen, door aan slagerijen te leveren. Eens het daar voet aan wal had, werd doorgestoten naar de F3 en F2 winkels.

1995: Einde van de productie. De curator verkocht het bedrijf in drie delen. Het machinepark werd overgekocht door Scana Noliko (zie Limburg). Op dat moment werkten er 165 mensen bij ReNa. De productie werd volledig naar Bree overgeheveld. Voorlopig hebben we niet gevonden hoeveel van de 165 mensen hun job behielden, en in Bree begonnen te werken. De naam ReNa werd door de Nederlandse concurrent Hak overgekocht.

1997: Het ontmantelen van de apparatuur duurde toch enige tijd. De gebouwen van ReNa werden daarna aangekocht door Impextraco, die er vitaminen en mineralen voor in veevoeders begon te produceren.

2017: 22 jaar na de sluiting komen de curatoren tot de slotsom dat de werknemers bij de sluiting teveel geld hebben gekregen. Die som was snel gestort geworden, met de boodschap dat dit een voorlopige betaling was, die nog voor herziening vatbaar was. In 2017 ontvingen de voormalige awerknemers opeens een brief, waarin de curatoren geld terug eisten, met als uitleg dat de BTW die het bedrijf nog moest betalen hoger uitviel dan verwacht. De terugbetaling van bedragen tussen de 200 tot meer dan 1200 Euro werd opgeëist. Zeker voor echtparen die beide voor het bedrijf hadden gewerkt, kwam dit hard aan. De curatoren eisten zelfs die sommen geld aan nazaten van ondertussen overleden werknemers op. Wellicht zal dit conflict verder voor de rechtbank uitgevochten worden, waar de handelsrechter zal moeten betalen of 22 jaar na datum niet de "redelijke termijn" overschrijdt.  

Productengamma:
ReNa verkocht uitsluitend conservegroenten in glas

Renox was een schuilmerk van ReNa, dat zich richtte op discounters

Bijzonderheden fabriek: 
Varia: Cijfergegevens enz.:


Bron: De Nieuwe Kantine 2 jan 2011
 

- Vanaf 1972-´73 sponsorde ReNa conserven de voetbalploeg KV Mechelen. De Koninklijke Belgische Voetbalbond had net de deuren opengezet voor reclame op voetbaltruitjes, en ReNa was er als de kippen bij om op deze manier in de kijker te lopen (in de stad van Le Soleil). Het bedrijf handhaafde deze investering gedurende drie seizoenen.

Ook een "scholierenclub" van KV Mechelen werd op die manier gesponsord. Deze club werd zelfs Belgisch kampioen op het einde van het voetbalseizoen 1975-76. Daartoe versloeg het in een memorabele wedstrijd op het terrein van AA Gent de scholierenclub van Club Brugge.

- De firma bracht een aantal stickers op de markt met Walt Disney-figuur Goofy, alsook het logo van de Olympische Spelen. Mogelijk gaat het om de O.S. van Los Angeles in 1984.

Bronnen en verdere literatuur:

-  Scana Noliko zet groei voort en neemt Rena Konserven over  De Tijd 23 feb. 1995
-  KVM shirtsponsoring door de jaren heen De Nieuwe Kantine 2 jan 2011
- Deze fiche werd aangevuld met heel wat informatie die ons werd toegezonden in okt. 2014 door Michel Duran (zie voor diens carrière de fiches van Leguma / Talpe in West Vlaanderen)
 

Rovana (Rijkevorsel) 

Voorlopig is niet duidelijk of deze firma naast zuur- en fruitconserven ook groenteconserven produceerde, via de methode van Appert. De klemtoon zou evenwel op fruit in glas hebben gelegen. 

Adres:
Oprichtingsjaar: Onbekend, maar het bedrijf bestaat minstens sedert 1963
Bestond tot: 
Oprichters: Fam. Van Aperen, o.a. Jozef Van Aperen, de liberale burgemeester van Hoogstraten
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:

1970: Van Aperen betrokken bij verkiezingsintriges, waardoor zijn bedrijf in financiële moeilijkheden raakte.

Jaren ´70: fusie (niet overname) met Le Semeur uit Mechelen, Picolo uit Stabroek en La Corbeille. Deze fusie behoudt de naam La Corbeille als firmanaam. De "Corbeille-groep" behoorde aanvankelijk aan Albert Degeest. (zie La Corbeille Westmeerbeek)

2008: La Corbeille-groep overgekocht door Bonduelle, dat Rovana meteen afsplitste van deze aankoop, en doorverkocht aan Scana Noliko. Rovana paste blijkbaar niet in het productengamma van de Fransen

Productengamma:
-   Zuurconserven: augurken, ajuintjes
-   Fruitconserven: krieken.
-   Appelmoes 

Merknamen:
Bijzonderheden fabriek:
Bronnen en verdere literatuur:

- Degeest als blikjesvanger bij Marie Thumas (Knack, 25 jan. 1978) 

Scana Belgium (Westmeerbeek)
Zie ook: Scana-Noliko (Bree)

Adres:
Oprichtingsjaar: 1960 
Bestond tot: 1980: productie vervolgens overgedragen naar Bree (Limburg) 
Oprichters:
Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:

1980: samengaan met Noliko Bree, een constructie die tot 2000 in handen was van de Zwitserse familie Hilti (zie Limburg / Noliko)

1989: productie volledig naar Bree overgebracht

Productengamma:
Merknamen:
Bijzonderheden fabriek:
Varia: Cijfergegevens enz.:

Procentueel aandeel van de totale productie
van groenteconserven: Scana

1960    3,80
1965    -
1970    3,32
1971    4,59
1972    5,84
1973    5,22

1974    3,87
1975    3,92
1976    4,29
1977    4,77

Bron: Groepering der Fabrikanten van Ingelegde Groenten

Bronnen en verdere literatuur:

-       VILT 11.02.2011 Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw 

Le Semeur (Mechelen en St Kat. Waver)


Collectie Luc Croonen
Een zeer zeldzaam kiekje van Le Semeur in Mechelen
Iets verderop dan de watertoren lag de Dossin-kazerne


Cultuurdienst Gemeente St. Katelijne Waver
De vestiging te St Katelijne-Waver, waarin Le Semeur
omstreeks 1967 vanuit Mechelen-centrum naar toe verhuisde

Afbeeldingen fabriek:

-   Vestiging Mechelen: zie hierboven
-   Vestiging St Katelijne Waver: Verschillende foto’s van de buiten- en binnenkant te bezichtigen op de Regionale Beeldbank Mechelen
Adres:

-   Mechelen: Zwartzustervest 38 (nabij de Blokstraat) tot 1966 of ´67
-   St Katelijne-Waver: Dokter Laenenstraat (Dreefvelden)

Oprichtingsjaar: 1887
Bestond tot: 1999
Oprichters: August Mathieu Gustave Cremer uit Luik richt een conservenfabriekje te Mechelen op in een voormalige wasserij
Directie- en kaderleden:

Directeurs
-   (minstens 1953-1977): Henri Montariol, een Fransman afkomstig uit Bergerac, die uitstekend Nederlands sprak
-   (1977- ?): Raymond Vandeput
-   (?-1999)
: Geert Cloet werd de laatste directeur van Le Semeur, tot de fabriek in St.Katelijne Waver door Corbeille gesloten werd. Hij is de zoon van Paul Cloet, de directeur van Dino Conserven te Pittem. De familie Cloet was tevens aandeelhouder in de Corbeille-groep.

Kaderleden

Productieleider

-   (?-1963): Jef Verbi(e)st
-   (1963-1996):
Frans Jacobs (brugpensioen)

Aanvoer en aankoop groenten

-   (?-1977): Raymond Vandeput

Personeel

In hoogseizoen, meer bepaald op het moment van de witte selder (veel handwerk) een maximum bezetting van om en bij de 120 mensen. Bij de verhuis naar St. Katelijne-Waver is dit aantal min of meer constant gebleven. Wel werd de productiviteit verhoogd, en diende deze bezetting voor verschillende groenten tegelijkertijd.

In tegenstelling tot bij Le Soleil / Marie Thumas Mechelen werd het personeel van Le Semeur en La Corbeille niet gechronometreerd.

Sleuteldata:

1905: overlijden van dhr. Cremer: de conservenfabriek die nog niet Le Semeur noemde werd overgenomen door La Manna, Azema et Faray, een firma uit Parijs.

1932: De firma komt onder leiding van Paul Montariol, die er officiëel Le Semeur van maakt. Hij werd later opgevolgd door (zijn zoon ?) Henri Montariol.  

Voor 1967: de firma zat geprangd in de Mechelse stadskern, waardoor uitbreiding uitgesloten was. Wanneer tot een verhuis naar St Katelijne Waver precies besloten werd is onduidelijk, maar de firma investeerde jaren daarvoor al niet meer in de plaatsing van nieuwe machines in Mechelen. De site heeft dus nog jaren met verouderde machines gewerkt. Zo werden bijvoorbeeld tot 1967 de nog handgeplukte erwten in de fabriek zelf gedorst in dors- of peulmachines.

1967: verhuis naar de nieuwe vestiging in St Katelijne Waver. De oude fabriek in Mechelen werd in een onbekend jaar afgebroken, en vervangen door appartementen. Volgens productieleider Frans Jacobs werd er bij zijn aanwerving in 1963 nog niet gesproken over zo´n verhuis. De beslissing hiertoe zou dus tussen deze periode en de aanvang van de werken in St. Katelijne Waver moeten gevallen zijn.

Het machinepark kon in deze nieuwe vestiging grondig gemoderniseerd worden. Een aantal bewerkingen gebeurden vanaf dan ook niet langer in de fabriek zelf, zoals het dorsen van de erwten. Deze werden voortaan rechtstreeks op het veld gelijktijdig gemaaid en gedorst door zogenaamde "bateuses". De erwtjes kwamen dus in de fabriek aan in de vorm van ongesorteerde bolletjes. De eerste bewerking in de fabriek bestond dus uit het "bufferen" of sorteren van de erwtjes per grootte.

Op de foto´s in de late 1960´s getrokken in de nieuwe fabriek van St Katelijne Waver kan men zien dat een deel van de autoclaven, meer bepaald de enkelvoudige (toestellen met 1 mand) nog uit de oude fabriek werden overgenomen. Rond 1969 waren ze afgedankt, en vervangen door moderne exemplaren met twee manden. Er stonden toen 10 autoclaven van het dubbele type in St Katelijne Waver opgesteld.

1978: 13,5 miljoen BFr. verlies, vooral op de Amerikaanse markt (verkocht er vooral worteltjes van dezelfde grootte.

1979: fusie (geen overname) met La Corbeille uit Westmeerbeek. De productie van ingelegde groenten in glazen bokalen door Le Semeur was een duidelijke meerwaarde voor La Corbeille. Albert Degeest nam een participatie van 64,77 % in Le Semeur, terwijl 35,23 % in handen bleef van de familie Montariol.

Vanaf nu leverde La Corbeille de groenten aan Le Semeur, die geteeld werden op het tuinbouwareaal van La Corbeille zelf. (zo werden de erwten vanaf dan door La Corbeille geleverd).

Albert Degeest, die Le Semeur overgekocht had, constateerde al snel dat de glaslijn van Le Semeur niet op zijn maximum capaciteit gebruikt werd. Hij trachtte daarop groenten in bokalen onder de naam Marie Thumas op de markt te brengen, om tegen die van ReNa te laten concurreren. ReNa was hèt A-merk op dat vlak, en Degeest hoopte dat de sterke naam Marie Thumas wonderen zou doen. De hele operatie werd echter overhaast georganiseerd, en onvoldoende ondersteund door een uitgekiende mediastrategie. Bovendien bleek niet de kwaliteit bereikt te worden die ReNa kon voorschotelen. De groenten in bokalen van Marie Thumas, geproduceerd door Le Semeur werden dan ook niet de grote concurrent voor ReNa. 

1999: Na een uitbreiding van La Corbeille in Westmeerbeek werd de afdeling in Sint-Katelijne-Waver opgegeven. De productie van Le Semeur wordt verdeeld over La Corbeille (Westmeerbeek) en Rovana (Rijkevorsel). Op de site van Le Semeur vestigt zich een bouwbedrijf (Jacobs Beton).

Indien machines uit de fabriek van St Katelijne Waver al naar Westmeerbeek zijn overgebracht, dan betreft het de vul- en sluitingslijnen van bokalen. In Westmeerbeek werd heel het proces van het vullen van de "cages" (kooien of manden) van autoclaven, het sterilisatiegebeuren, het ledigen van de manden en het paletiseren volledig geautomatiseerd. 

Productengamma:

-   Oorspronkelijk conserven, vooral bedoeld voor de uitvoer naar de Verenigde Staten en Canada. Er waren ondermeer grote 3 Literblikken. Typische producten bestemd voor de Noord-Amerikaanse markt waren:

          * Baby carrots: gesneden wortelen
          * Cauliflower: halve bloemkool
          * Boiled onions: gekookte zilveruien

-   Alle standaardgroentenw erden verwerkt, inclusief bloemkool, witloof, spruiten, prei en zelfs hopscheuten.

-   In de 1970´s werd meer en meer overgestapt op ingelegde groenten in glas. Omdat een belangrijk deel daarvan voor de Franse markt bestemd was, werd te Parijs een verkoopskantoor geopend.

-   Vanaf 1977 begint de naam Le Semeur stilaan te verdwijnen, na de fusie met La Corbeille. Het productengamma wordt ingekrompen, en de klemtoon ligt meer en meer op groentemixen van erwten+wortelen  in glazen bokalen, vooral bestemd voor de Duitse markt.

Merknamen: Produceerde voor klanten, die er eigen labels op lieten aanbrengen, of zelf aanbrachten (privat labels)

Bijzonderheden fabriek:

-   De aankoop van de groenten gebeurde op de Vrije Mechelse Groentemarkt en Mechelse Tuinbouwveiling. Daarnaast waren er ook rechtstreekse contacten met tuinbouwers voor wat betreft de kweel en levering van bv. witte selder. Via groothandelaars werden ook gesneden wortelen aangekocht.

Mechelen

-   Vanaf wanneer dit precies een probleem is geworden is niet duidelijk, maar de firma zat geprangd in het Mechelse stadskern. Uitbreiden was niet mogelijk, en de fabriek was noodgedwongen in de hoogte opgetrokken. Dit resulteerde in ondermeer moeilijkheden aan de loskade, waar een niveauverschil van ongeveer 90 cm. met de werkvloer moest overwonnen worden. Kisten moesten één voor één op een transportband gezet worden, die ze dan naar de lager gelegen werkvloer bracht. Enkel spinazie werd en vrac aangevoerd.

-   De afvoer van de afgewerkte conserven gebeurd via een uitgang in de Lange Heemgracht, die evenwijdig loopt met de Zwartzustervest.

-   Op de Zwartzustersvest lagen treinsporen. Het betrof een spoorlijn welke ging tot aan het douanedepot aan het keerdok. (Er lagen blijkbaar ook tramsporen: Er reed blijkbaar ook een tram op de Zwartzustersvest, nl de lijn 52 (Rumst - Boom - Antwerpen). Deze sporen werden in 1963 nog door de Douane gebruikt, maar niet door Le Semeur. Als dit transportmiddel al werd gebruikt, dan gaat dit alleszins naar een verder verleden terug.


St.Katelijne Waver

-   Horizontale bouw met voldoende ruimte voor overzichtelijke productielijnen

-   Meer en meer arbeidshandelingen werden geautomatiseerd: dat gold ondermeer voor de aanvoer van de lege recipiënten naar de productielijnen, het plaatsen van de gevulde en afgesloten recipiënten in de korven van de autoclaven, de sterilisatie, het ledigen van de korven en het paletiseren. Deze automatisering ging zoals reeds vermeld niet gepaard met een daling van het personeelsbestand.

-   Accentverschuiving: de conservengroenten maakten meer en meer plaats voor groenten in glazen verpakkingen.

-  Na de fusie met La Corbeille verdween de naam Le Semeur geleidekijk aan. De verkoopdienst van de firma werd van St.Katelijne waver verplaatst naar Westmeerbeek. De groenten werden vanaf dan ook geleverd door La Corbeille, dat een eigen tuinbouwareaal bezat.

-  Bezat in de 1970´s 37,7 % van het Franse Conserverie de Caville

Varia (cijfergegevens enz.):

-   Transport: Le Semeur had een korte periode 1 vrachtwagen  (van ongeveer 1964 tot ongeveer 1970 ) voor kleine binnenlandse leveringen en transport. Verder werd er beroep gedaan op transporteurs en containers voor de scheepvaart. Van zodra Le Semeur binnen de schoot van La Corbeille werd opgenomen, werden ook de groene vrachtwagens van deze firma ingezet

-   Er is geen verband tussen de conservenfabrikant en het oude merk van schoolschriften met dezelfde naam.

-   Cijfergegevens:  

Procentueel aandeel van de totale productie
van groenteconserven: Le Semeur

1960          1,70
1965          1,70
1970          3,13
1971          3,05
1972          3,64
1973          3,75
1974          3,80
1975          3,76
1976          5,45
1977          4,93 

Bron: Groepering der Fabrikanten van Ingelegde Groenten

Bronnen en verdere literatuur:

-   Finoutremer verkoopt Le Semeur aan Degeest (De Tijd, 11 aug. 1979)

Extra beeldmateriaal:


Cultuurdienst Gemeente St. Katelijne Waver
Een batterij autoclaven. De toestellen op de voorgrond zijn nog van
het enkelvoudige type (met 1 mand), en kwamen nog uit de oude fabriek
in Mechelen.  Achteraan staan grotere toestellen, voorzien van 2 manden. Deze
werden boven elkaar opgestapeld. De autoclaven staan in een soort "gracht"
opgesteld. Opdat de enkelvoudige toestellen even hoog als de dubbele zouden
uitsteken, staan ze zoals een paalwoning op poten.
(Zie Deel 1: autoclaven)


Cultuurdienst Gemeente St. Katelijne Waver
Als Edmond Thumas dit had kunnen zien...
 

Le Soleil (Mechelen)


Collectie Jan Douwen
Een mooie maar voor een deel gefantaseerde afbeelding van de
fabriek Het tramspoor dat naar het fabrieksterrein afbuigt werd
gebruikt voor de aanvoer van steenkolen


Zo te zien onderging de fabriek tussen 1912 (tekening) en de
1930´s grondige veranderingen. Werden de installaties misschien
beschadigd tijdens W0 1 ? Gewoon het gevolg van een
snelle expansie en regelmatige moderniseringen ?

Adres: Nekkerspoelstraat 445 (Vrouwvliet).

Naar verluidt nam de conservenfabriek de site over van de zeepziderij Fam. Van Bouwel F.-Segers M., die van 1857 tot 1887 actief was geweest. (Of er gebouwen van die zeepfabriek bewaard waren gebleven of een compleet nieuwe fabriek gebouwd werd is voorlopig niet geweten. Enkel diepgaand archiefonderzoek zou dit kunnen verduidelijken)

Een zijstraat van de Nekkerspoelstraat, de Zonnestraat werd naar verluidt genoemd naar de fabriek Le Soleil. De aanwezigheid van die laatste - in de volksmond gekend als de erwtenfabriek of eitefabriek - zorgde mee voor de bevolkingsaangroei en verstedelijking in de volksbuurt Nekkerspoel, die door de eeuwen heen een wijk van ambachtslieden en hoveniers was geweest en sinds de middeleeuwen via Pasbrug een overgang vormde naar het nabijgelegen platteland in Sint-Katelijne-Waver. De tuinbouw van de omliggende regio voer er wel bij.

Oprichtingsjaar: 1892
Bestond tot: 1957 als Le Soleil, tot 1991 als (Nieuwe) Marie Thumas (sedert 1945 reeds samen, maar de merknaam le Soleil bleef nog 12 jaar behouden)
Oprichters:




Collectie Jan Douwen
Georges Morel en zijn fraaie villa
(in afwachting van een beter kiekje)

De Mechelse conservenfabriek Le Soleil werd opgericht door de familie Wittouck, de eigenaars van de Tiense suikerraffinaderij. De dagelijkse leiding ervan kwam van bij het oprichtingsjaar in handen van Georges Morel (1862-1936). Deze had reeds zijn sporen verdiend in de Tiense suikerraffinaderij, en was tevens Regent bij de Nationale Bank van België.

Hij liet de prachtige villa Les Sapins in Bonheiden ten midden van een groot park optrekken. Op dit domein bevonden zich ook drie artesische putten, van waaruit het water van uitstekende kwaliteit naar de fabriek werd gepompt. Helaas werd het mooie kasteeltje tegen de vlakte gegooid, om plaats te maken voor een aantal minder somptueuse villa´s. De drie putten bestaan nog steeds, maar zijn militair domein geworden. Het Belgisch Leger liet inderdaad de drie putten afschermen door een 3 m hoge draad, om onbevoegden weg te houden van de putten.

Een briefhoofd uit 1929 vermeldt onder de bedrijfsnaam Conserves Alimentaires "Le Soleil" à Malines (Belgique): ´commandite Morel & cie.´

Directie- en kaderleden:

a) Le Soleil:

- 1893-1936:Georges Morel was beheerder van Le Soleil tot aan zijn dood.

- 1936-1944: Zijn schoonzoon Louis Bégault, die in de 1920´s beheerder was geworden van Marie Thumas in Leuven, volgde zijn schoonvader op tot aan het uitbreken van de oorlog. Na als artillerieofficier te hebben gediend tijdens de 18 daagse Veldtocht, speelde Bégault een vooraanstaande rol in het Geheim Leger (o.a. ontsnappingsroutes vliegtuigbemanningen). Hij werd evenwel gearresteerd door de Duitsers, en in 1945 terechtgesteld. 

b) Marie Thumas Mechelen

- Albert Degeest (biografie zie deel 2) 1978-1980
- José Hennebil ("le préfect de Malines" zoals hij in een brochure van Bonduelle genoemd werd.
Michel Duran, vanaf 1989 directeur van Bonduelle Belgium en hem goed gekend heeft omschreef hem als volgt:

"José Hennebil (ingenieur van vorming) was kaderlid bij Bonduelle. Toen André Bonduelle Marie Thumas uit het faillissement kocht, werd José de patron van Marie Thumas en kwam zelf in Belgie wonen. Hij was direct een geliefd persoon bij de Belgische distributie en paste zich als Nordist wonderwel aan in Vlaanderen.

Bij de omvorming van de Groep Bonduelle in 4 métiers (Merk, distributie-merk, catering en diepvries) werd José de Directeur van de afdeling distributie merk (fabrieken en verkoop) en dit tot op zijn pensionering in 2001. De laatste drie jaar van mijn carrière was ik verantwoordelijk voor de verkoop huismerken in Benelux en José was mijn directe baas !  Een Fransman, die de belgische/vlaamse  mentaliteit verstond en wist te apprecieren !!! en zo zijn er niet veel ! Hij is momenteel 74 j maar niet in zo´n goede gezondheid."

c) Eurocan

-   Leonard De Bleeckere was er lange tijd Technisch Directeur (1925-2010) 

 

     

Sleuteldata:

1865: Op de site waar later de conservenfabriek Le Soleil zou verrijzen werd een kleine zeepziederij opgetrokken. de eigenaars hiervan waren Franciscus Van Bouwel en Marie Thérèse Segers. Dit fabriekje aan de Vrouwevliet Nekkerspoel bleef bestaan tot 1887.

1889: Een kleine conservenfabriek wordt onder de naam Carpentier & Cie. in één van de leegstaande gebouwen van de zeepfabriek opgestart. De Initiatiefnemer vroeg datzelfde jaar de toestemming aan het stadsbestuur aan om een stoommachine in zijn fabriek te mogen installeren. Rond die periode doken ook investeerders op, nl. de familie Wittouck (eigenaars van de suikerraffinaderij In Tienen), August Heremans de Favereau en dokter Jos Thyskens. Dank zij hun inbreng kan het conservenfabriekje meermaals uitbreiden.

1892: De fabriek plaatst een stoomketel en zelfsluitende autoclaven. De firma heette op dat moment "Maatschappij in Collectieven Naam Heremans de Favereau August".

Wat er vervolgens precies gebeurd is, is niet helemaal duidelijk, maar blijkbaar nam de familie Wittouck de hele fabriek over. De namen Heremans de Favereau en Thyskens doken vanaf dan immers niet meer op. De nieuwe eigenaars plaatsten de dagelijkse leiding in handen van Georges Morel, één van hun veelbelovende kaderleden tot dan toe werkzaam in de Suikerraffinaderij van Tienen. De naam van de firma wordt veranderd in Le Soleil.

In het eerste jaar van haar bestaan produceerde de Mechelse N.V. 200 000 blikjes met conservengroenten. Dit resultaat werd bereikt met een ploeg van 200 seizoensarbeiders. Ter herinnering: Marie Thumas was in 1886 begonnen met ongeveer 25 mensen !

1893: Reeds 1 jaar later neemt het bedrijf "hors concours" deel aan de Internationale Tentoonstelling van Chicago. De firma zou aan een hele reeks van zulke internationale of universele tentoonstellingen deelnemen, vaak als jurylid. Zo waren er deelnames in 1895, 1897 in Brussel, 1900 in Parijs, 1905, 1910 in Buenos Aires en Brussel, 1911 in Charleroi... Het eerder vermelde briefhoofd uit 1929 onderstreept ook dan nog: "Grand prix et Membre du Jury aux Expositions Internationales". Ook het receptenboekje die de firma in de 1930´s uitbracht komt hierop terug. Geen wonder: voor een zeer exportgerichte sector was deze piste van internationale tentoonstellingen zeer belangrijk om zich binnen en buiten de landsgrenzen te profileren. Dat belang dat gehecht werd aan profilering vertaalt zich ook in de hoeveelheid beeldmateriaal die men over Le Soleil kan vinden.

1894: Installatie van een stookcentrale De Naeyer & Cie. uit Willebroe

1898-99: Installatie stoommachine en stoomketels

1900: Introductie van een elektromotor: installatie van 2 dynamo´s

1910: Manuele productie conservenblikjes in een hal die met de term souderie wordt aangeduid

1912: Le Soleil produceert op basis van gasrijke steenkolen eigen electriciteit (110 V gelijkstroom) door middel van een gazogene en gasmotoren van het type Winterthur van 80 PK. De mensen die de gazogene bedienden werden doorgaans niet oud: het was bijzonder slecht voor de longen om deze installatie draaiende te houden.

Er werden ook 4 bakovens in baksteen opgericht. Er kwam een drukkerij van het type Voirin waarmee men de conservenblikken kon bedrukken. Tot in 1941 werden de blikjes niet voorzien van papieren wikkels, maar werd het etiket rechtstreeks op het blik gedrukt. De gebruikte inkt was resistent aan de hoge temperaturen waaraan de conservenblikken achteraf in de autoclaven onderworpen werden. De drukclichés (lithodrukstenen)werden in de fabriek zelf ontworpen en gemaakt. De blikken platen om conservenblikjes van te maken kwam voornamelijk uit de VS, meer bepaald van U.S. Steel co. De 600 à 700 ton die Le Soleil jaarlijks gebruikte werd door de firma Hendrickx en Verhaegen vanuit de VS ingevoerd. 

Er kwam ook vernismachines. Bij sommige groentesoorten zoals spinazie en selder wordt de binnenkant van conservenblikjes gevernist met Zinatine, om chemische reacties met het blik te vermijden.

1913: De N.V. Le Soleil wordt omgezet in een "Commandite Morel & co."

Voor WO 1: Le Soleil is uitgegroeid tot de grootste Europese fabrikant van erwtenconserven


Foto: Luc Croonen

1912: Eén van de prijzenlijsten uit dat oogstjaar vermeldt dat het kapitaal van het bedrijf 3 miljoen BFr. "entièrement versés" bedraagt.

1913: Georges Morel neemt zijn Leuvense concurrent Marie Thumas over van Edmond Thumas. Vanaf dan begon een industriële fusie, terwijl beide firma´s wel commeciële zelfstandigheid behielden.

WO 1: Schaarste aan blik, de buitenlandse markten zijn onbereikbaar en bovendien werd de fabriek zwaar beschadigd door de Duitse veldartillerie

1929: Topjaar: totale productie met 28 mio conservenblikjes en glazen recipiënten. (Dit aantal ligt hoger dan de productie van Marie Thumas, (20 mio.) maar in Mechelen werden eveneens vleesconserven en confituren gemaakt en wellicht meegerekend. Het aantal arbeiders lag ook veel hoger dan dat van Marie Thumas, en zou volgens het receptenboekje dat Le Soleil in de 1930´s uitgaf de 1000 (net) niet hebben overschreden.

1945: Fusie of overname door Marie Thumas: de nieuwe maatschappij wordt een coöperatieve vennootschap. De twee firma´s vormen ook samen met Alibel de "Commerciale des Conserves" om een aantal kosten te drukken. Alibel hield evenwel in 1950 op te bestaan.

1957: Merknaam Le Soleil verdwijnt, vervangen door Marie Thumas

1958: Deelname aan Expo ‘58

1962: opsplitsing Marie Thumas / Eurocan

1977: De productie van Marie Thumas in Leuven wordt volledig stopgezet, en beperkt tot Mechelen en Geer

1980: Marie Thumas overgenomen door het Franse Bonduelle

1991: Einde productie in Mechelen: de fabriek wordt door Bonduelle gesloten, en in 1994 (?) afgebroken. De fabriek werd volledig gesloopt, met uitzondering van een kantoorgebouw, de directeurswoning, de huisjes van een aantal meestergasten en twee portierswoningen (uit 1922 en ’29). "Il est mort, le soleil", zoals een bekende Franse zangeres ooit zong... Of toch niet helemaal, als men "Mechelen blogt" eens raadpleegt... 

Productengamma: zeer uitgebreid gamma !

Een factuur uit 1903 vermeldde dat de firma toen reeds behalve groente-conserven en soepen in blik ook vlees-, zuur- en fruitconserven en confituren produceerde. (Dat laatste is iets waarmee Marie Thumas blijkbaar pas in de 1950´s begon).

Dit artikel beperkt zich evenwel tot het gamma aan groenteconserven en soepen. Dat van Le Soleil omvatte (ondermeer)

-   erwtjes: deze uit de streek rond Mechelen werden onder de naam Soleil gecommercialiseerd, deze uit de Antwerpse Kempen werd verkocht onder de naam François Petit. o.a. half fijne erwtjes, fijne erwtjes, extra fijne erwtjes, huishouderwtjes, petits pois étuvés 
-   Mechelse asperges / (gewone) asperges
-   gedraaide wortelen (carottes tournées) en jonge wortelen
-   seldervoet
-   gesneden selder / selderij
-   spinazie
-   jonge worteltjes
-   groene bonen
-   gesneden bonen
-   princessebonen
-   schorseneren (zowel onder de naam Le Soleil als François Petit)
-   rapen (navets)
-   groentemix (macédoine) gelijke delen bonen, erwten, flageolets, wortelen
en rapen (navets)
-   hop (jets de houblon) zie afbeeldingen hierboven
-   augurkjes (cornichons fins à la paysanne, zie afbeeldingen hierboven)
-   tomatenconcentraat (tomate triple extrait)
-   ingeblikt tomatensap
-   lentesoep
-   tomatensoep
-   selderijsoep (crême de séleris)
-   juliennesoep (zie afbeeldingen hierboven)
-   gemarineerde haringen (zie afbeeldingen hierboven)


Het overtuigen van het Vlaams publiek
gebeurde soms een tikkeltje klungelachtig...
Publibels verschenen op gele briefkaarten

Bij het extra beeldmateriaal tonen we een collectie aan "wikkels" zoals de etiketten van conservenblikken doorgaans genoemd worden.

Le Soleil produceerde reeds vroeg in de 20ste eeuw eveneens confituren. Het is vermeldenswaardig dat Le Soleil haar licentie hiervoor in (jaartal ?) kwijtspeelde, toen bleek dat er teveel pectine inzat en te weinig fruit !

Merknamen:

-   Le Soleil
-   François Petit: erwtjes uit de Antwerpse Kempen, schorseneren...
-   Globe: goedkopere lijn (vnl. bestemd voor het buitenland): de wikkels vermelden wel Mechelen, maar niet Le Soleil. Het wordt op het vagere "Fabrique de Conserves Alimentaires" gehouden. (Marie Thumas kwam van haar kant af met Maribel)

Bijzonderheden fabriek:

-   net als de installaties van Van de Poel / Picolo in Stabroek liet de breedte van het bedrijfsterrein, dat gericht was naar de straatkant niet vermoeden hoe diep het wel niet was. In totaal: 65 000 m²

- 20 peulmachines verwerkten in de 1930´s dagelijks 400 000 à 500 000 kg. erwtjes. (Ter herinnering: een kleine vrachtwagen heeft een laadbak met een laadvermogen van ongeveer 4 ton... Het tafereel in het hoogseizoen moet dan ook vergelijkbaar zijn geweest met die rond suikerraffinaderijen. (Soleil Receptenboekje 1930´s)

-   9 artesische putten voor water; de firma verbruikte 100 000 liter water per uur: mechanisch wassen om contact met handen te vermijden. (Le Soleil Receptenboekje, 1930´s)

-   eigen waterzuiveringsstation

-   zou lange tijd eigen electriciteit hebben opgewekt door gasverbranding, met 2 circuits met een spanning van +-120 en 220 volt

-   de blikslagerij van Le Soleil had in de 1930´s een dagelijkse kadans van 300 000 conservenblikjes ! De fabriek had buiten zijn conservenafdeling en blikslagerij, ook een drukkerij met een drukmachine Voirin en een vernislijn met twee bakstenen ovens uit 1910/1911. Per uur werden hierin 300 à 400 blikbladen geproduceerd.  Meestal was de binnenzijde gewoon "blank". Uitzonderlijk werden voor sommige voedingswaren niettemin een soort vernislaag aangebracht, die men "Zinnatine" noemde. In 1962 werd deze afdeling zelfstandig als Eurocan. Ook deze divisie kwam in Franse handen, nl. van de groep Carnaud.

-   Bonheiden: Villa "Les Sapins" Edit. J. Van Uytven. Phototypie Préaux Frères, à Ghlin 147 Gelegen op het domein "Morel" tegenover de Sint-Annakapel. Morel was één van de directeurs van de conservenfabriek “Le Soleil” en hij liet deze villa bouwen rond 1896.

-   In de Zonnestraat 2-6 bevonden zich een directeurswoning en woningen voor bedienden

Varia (cijfergegevens enz.)
Bronnen en verdere literatuur: :

-   Conserves Le Soleil Malines Receptenboekje met verschillende interessante foto´s van het interieur van de fabriek en van het productengamma (ongedateerd, vermoedelijk 1930´s
-   Directeurswoning in Zonnestraat VIOE
-   Nekkerspoelstraat VIOE
-   Huisvesting bij de Fabriek Le Soleil VIOE

Extra beeldmateriaal

A) De fabriek en blikslagerij: interieuropnames
B) De producten (wikkels enz.)

A) De fabriek en blikslagerij


De machines waar de erwten gepeuld worden


De ontpeulde erwten worden voorgekookt (geblancheerd), alvorens
met een licht gesuikerd sap in conservenblikjes te worden gestopt


Hier worden de blikjes gevuld. Vervolgens worden de blikjes hermetisch
afgesloten en in autoclaven tot op hoge temperaturen gebracht
(zie ook: Deel 2: Marie Thumas)


Autoclaven bij Le Soleil (1913 ?)
Op het rechtse exemplaar kan men goed het
tegengewicht voor het zware deksel zien


De hal waar onderhoudstechnici mankementen verhelpen
 


De productie van conservenblikjes


De productie van deksels voor de conservenblikjes


Het bedrukken van de conservenblikken
rechts een bakstenen oven, in het midden de Voirin-drukkerij

De Soleil-site aan de Nekkerspoel, anno 2012: enkel een onderbreking
in de stoep  en een stukje oprit herinneren nog aan de toegangspoort van de fabriek
 

B) De producten

    


Speelgoedblikjes voor in een kinderwinkel
 

François Petit

  

Van de Poel & Co. (Stabroek)
Ook bekend als: Picolo (Stabroek)

Adres: Laageind 1-3
Oprichtingsjaar: 1905
Bestond tot: 2009
Oprichters: Victor Van de Poel (1856-1931), een handelaar in granen. Hij werd opgevolgd door Stanislas Van de Poel (1895-1965)
Directie- en kaderleden: In het lijvige werk ´t Erwtenfabriek van Ward Mous wordt hier uitgebreid bij stilgestaan, op basis van heel wat bewaard gebleven archiefmateriaal. Gezien het bestaan van dit rijk gedocumenteerd naslagwerk beperken we ons hier tot slechts enkele namen: 

Directeur:
-   Leon Habets (vanaf 1906-1908) zie ook Union des Flandres (Egem-Pittem, W-Vl): hij kwam op nog jonge leeftijd om het leven na een ongeval
-   Vanaf dan: ?

-   Pol of Paul Van De Poel was de laatste directeur voor de firma de deuren sloot

Verkoop
-   België: ?
-   Nederland: De firma werd tussen 1957 en 1974 op de Nederlandse markt vertegenwoordigd door de zelfstandige firma van Karel Meerten sr., die daarvoor drie jaar lang het Belgische merk Culina (Thorembais) in Nederland aan de man had gebracht.

Personeel: Het personeelsbestand bedroeg maximaal 250 mensen: een verregaande automatisering bracht dit terug tot 100 
Sleuteldata: 

Voor 1905: jeneverstokerij. In de strijd tegen alcoholisme gaf de overheid financiële vergoedingen aan stokerijen die met hun productieactiviteiten stopten. Victor en Edoaurd Van de Poel maakten van deze maatregelen gebruik om zich op een ander domein te gaan toeleggen. De keuze voor groenteconserven werd ingegeven door de nabijheid van de zeer vruchtbare Potpolder

1905: Oprichting van de "Fabrique de conserves Mertens-Van de Poel S.A."

1906: In werking gesteld waarbij een stoommachine voor de energievoorziening zorgde. Deel materiaal nog afkomstig uit jeneverstokerij. In deze beginperiode was kinderarbeid nog niet volledig uit het bedrijfslandschap verdwenen: ook de conservenindustrie verschafte werk aan jongelui, die eigenlijk -volgens de wet- op school hoorden te zijn.

1907: De firma beslist om een N.V. te worden (maar zou later nog enkele malen van statuut veranderen)

1918: Na WO I werd een meerderheids-participatie in de "Heusdensche Conservenfabriek in Nederland genomen.

De bewuste conservenfabriek werd in 1914 gebouwd door de Heusdense aannemer Van Rijswijk, op een terrein net buiten de vesting Heusden. Het eerste product dat op 18 maart 1911 geconserveerd werd zijn soepen.  De oprichters  van de fabriek A.H.G. de Jong-Verhagen, L. Hollander en commissaris F.A. von Oven geven vanaf dan leiding aan de Heusdensche Conservenfabriek. In 1918 komt de fabriek in Belgische handen met als eigenaar Victor van de Poel uit  Stabroek bij Antwerpen, ook daar eigenaar van een conservenfabriek Mertens en Van De Poel Co. De Heusdensche Conservenfabriek werd later herdoopt in Jonker Fris.

In 1922, 1924 en 1943 werden nog stoomketels geplaatst. Energievoorziening verzorgd door armgasmotoren in 1936, door semi-dieselmotor in 1937.

1935: De firma wordt een “PVBA”, wat zekere fiscale voordelen met zich meebracht

1937: De blikslagerij wordt afgestoten, wellicht wegens plaatsgebrek en beperkte mogelijkheden tot uitbreiding. De productie van conservenblikken gebeurt vanaf dan door de maatschappij SOBEMI, een samenwerking die 50 jaar zou duren. (Zie apart afsluitend hoofdstuk gewijd aan de blikslagerijen in België)

1939: De naam Picolo en het ermee overeenstemmend logo verschijnt voor het eerst op briefhoofden

1943: Modernisering door plaatsing van groentedroogmachines en electromotoren

1947: Energievoorziening door mazout

1950: De firma wordt opnieuw een NV

1952: Uitbreidingen met o.a. een automatische autoclaafinstallatie en afkoeler

1957: Van de Poel wordt op de Nederlandse markt vertegenwoordigd door het zelfstandig bedrijf van Karel Meertens Sr., dit tot 1974

1960´s: ten gevolge van de annexatie van de teeltgebieden in de omgeving van Stabroek door de Antwerpse haven, zag Picolo zich genoodzaakt om andere gronden te vinden voor bijv. de erwtenteelt. Die werden gevonden in  Zeeland (Noord- en Zuid Beveland, Tholen) maar ook in Noord-Brabant, de Zuid-Hollandse eilanden en de Hoekse Waard. Daardoor kwamen ze wat inkoop betreft in concurrentie met Coroos,  Jonker Fris en Hak. Maar ook in Vlaanderen zal ongetwijfeld ingekocht zijn, dat ging overigens altijd via commissionairs, dus niet rechtstreeks met de boeren. (e-mail Karel Meertens, nov. 2014) 

Medio jaren ´70: fusie (geen overname) met Rovanna uit Rijkevorsel, Le Semeur uit Mechelen en La Corbeille uit Westmeerbeek. De leden van de fusie gebruiken vanaf dan enkel nog de naam La Corbeille

1972: Picolo levert zoutarme conserven voor de Nederlandse markt, bestemd voor ziekenhuizen en rusthuizen, nadat hiertoe een Koninklijk Besluit werd goedgekeurd. Bedrijven konden een goedkeuring voor 5 jaar bekomen, die uiteraard vernieuwd kon worden. In het geval van Picolo werd deze goedkeuring aangevraagd door de Nederlandse importeur.

1980: koopt de inboedel van een in faling gegane soepfabriek uit ´s Hertogenbosch op. Niet alleen de machines, maar ook 2 faïencetableaus verhuizen daarop naar Stabroek. Deze tegelwanden kwamen in de vergaderzaal van de conservenfabriek te hangen.

1988: Eurocan wordt na SOBEMI de nieuwe leverancier van blik

2008: De fusiegroep La Corbeille wordt overgekocht door Bonduelle

2009: De Franse eigenaar zou op geen enkel moment zijn naam op de muren van de nieuwe aanwinst laten aanbrengen: Van de Poel werd het jaar na de aankoop van La Corbeille gesloten, waarbij 82 jobs verloren gingen. Bonduelle argumenteerde dat de Europese markt nu eenmaal met een overcapaciteit zat, en schoof daarbij cijfermateriaal naar voren, dat dan weer door de vakbonden als demagogisch werd afgewimpeld. Het mocht niet baten.

2010: Afbraak van de fabriek. Het feit dat de relatief oude fabriek geconfronteerd werd met geurproblemen en logistieke moeilijkheden versnelde de beslissing van het Franse Bonduelle. Op het bedrijfsterrein van 10 ha verrijzen een aantal typische moderne appartementen zoals men ze blijkbaar graag in Vlaanderen ziet.

De twee faïencetableaus die in 1980 uit Nederland werden overgebracht werden oorspronkelijk aangeboden aan een landbouwschool, die ze niet wou hebben. Sus Dingemans, een ex-werknemer van de conservenfabriek kreeg het akkoord van de directeur om deze kunstwerken in de parochiezaal Rosmolen onder te brengen.

Productengamma:

De firma hing zeer sterk af van export, en verkocht tot in Australië. In de 1950´s bestond het gamma ondermeer uit: 

Picolo: 

    • Vroege doperwtjes
    • Boontjes
    • Zilveruitjes
    • Groentenmixen
    • Soepen (lentesoep…)  kocht op gegeven moment de HAMIDO soeplijn in Nederland over. HAMIDO groepeerdede productielijnen voor een winkelketen die de Gruyter heette, maar failliet ging
    • Tomatenconcentraat
    • (?) Rijst met vanillesaus in 1/2 blikken Bon-Ri
    • Zoutarme conserven voor in ziekenhuizen en bejaardentehuizen (vanaf de vroege 1970´s) bonen, spinazie, gebroken selder....

Stella: Doperwtjes
Victor: Groentenmixen

In 1974 bestond het productengamma volgens een prijzenlijst van de firma uit:

   

Merknamen:

 

-   Yacht en Sloop: opstartfase bedrijf
-   Planter’s Pride en Starbrook: merknamen gebruikt in Engelstalige landen
-   Picolo (vanaf 1939)
-   Stella: was wellicht vanaf de 1970´s het merk bestemd voor discounters, het tegengewicht van Picolo voor bv. Le Soleil / Maribel van Marie Thumas, Bonne Cuisine van Leguma of Abeille van Talpe. Verschillende conserven-fabrieken verkochten hun producten ook onder een andere naam, om geen ruzie en dus minder contracten te krijgen met grootwarenhuizen en de middenstand. Tot ook grootwarenhuizen op de kar van de goedkopere merken sprongen.
-   Victor 

Bijzonderheden fabriek: 

-   In de diepte gebouwd. De breedte aan de straatkant was relatief beperkt, maar de diepte bedroeg uiteindelijk zo´n 427 m. 

Varia (cijfermateriaal enz.): 

Procentueel aandeel van de totale
productie van groenteconserven: Van de Poel
 

1960    7,60
1965    5,76
1970    6,99
1971    6,51
1972    6,51
1973    4,40
1974    6,19
1975    9,70
1976    12,81
1977    10,08 

Hing voor de toelevering van groenten in sterke mate af van de Scheldeschorren en de Potpolder.

Het ging om zeer vruchtbare grond, waar tot einde jaren ´50 voornamelijk erwten, prinsessenbonen en worteltjes voor de conservenfabriek Picolo van Stabroek werden geteeld. Deze polder stond dan ook bekend onder de naam polderke Van Poele. Begin jaren ´60 werd het gebied -in het kader van de uitbreiding van de Haven van Antwerpen ondergespoten met zand.

Bronnen

- Tentoonstelling “de Jonker ... Fris ingeblikt”  bezoekerscentrum Heusden 29/12/2011 met dank aan Karel Meertens

Extra beeldmateriaal


Collectie Karel Meertens

Bronnen en verdere literatuur:

-   MOUS, Ward: ‘t Erwtenfabriek 175 p Themanummer Heemkring Molengalm (Stabroek-Hoevennen-Putte). Wie geïnteresseerd is kan nog steeds een exemplaar bestellen tegen 10 Euro plus portkosten bij deze heemkundige kring. Het is een zeer goed gedocumenteerd werk, met heel wat interessant (z/w) beeldmateriaal ! Een "must have´ voor wie zich in het onderwerp wil vastbijten !

-   GEERTS G. : Nijverheid te Stabroek (Themanummer "Zoeklichtjes op Stabroek"), Koninklijke Heemkundige kring van de Antwerpse Polder v.z.w., 1976, p. 2426).

-   PAA, VI, Stabroek, doss. 29, 34/1941, 35/1943, 39/1952.

-   Conservenfabrieken Picolo VIOE-fiche

-   Fabriekskunst Picolo verhuist naar zaal Rosmolen Gazet van Antwerpen 5 dec. 2010 artikel van Erik Vandewalle

Extra beeldmateriaal 


Foto´s met dank aan Ludo Aertssen
Derde dame links Josephina Bogaerts, 4de Maria Van Tiborgh
6de Antoinette Bogaerts, alle drie uit Berendrecht. Wie nog andere
mensen kan helpen identificeren, graag een e-mailtje naar info@retroscoop.com


Foto Karel Meertens
De situatie in 2009 (voor de afbraak)


Foto Karel Meertens


Omslag onder de bezetting in 1918

  


Foto:
www.scheldeschorren.be


Een triest "schouwspel"... Het einde van een tijdperk !
Zonder een alerte heemkundekring was ook
het bedrijfsarchief  voorgoed verloren geweest
 

Veco (Vereenigde Conserven) te Zandhoven

Adres: Vierselbaan
Oprichtingsjaar:
Bestond tot:
Oprichters:
Directie- en Directie- en kaderleden:
Sleuteldata:
Productengamma: 
Bijzonderheden fabriek: 
Varia: Cijfergegevens enz.: op hoogtepunt tot 200 seizoenarbeiders (?)
Bronnen en verdere literatuur:
Extra beeldmateriaal:

Dank zij Renzo De Bondt, kleinzoon van de oprichter kon volgend interessant en uiteraard zeer zeldzaam beeldmateriaal aan dit artikel toegevoegd worden:


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt
in tegenstelling tot wat op de vorige foto te zien is, dragen
alle arbeidsters hier een charlotte. Let op de 2 opzichters (?)


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt


Collectie R. De Bondt
Twee foto´s van personeelsleden in de refter
Wie iemand meent te herkennen kan ons steeds contacteren via info@retroscoop.com

Tot slot voor wat betreft de Provincie Antwerpen

Over volgende bedrijven werd vooralsnog geen bijkomende informatie gevonden. We weten dus niet of het producenten waren of groothandelaars, importeurs, exporteurs, actief op het vlak van zuurconserven of via de Appert-methode enz.

 

  • De Weerdt & De Cleef BVBA: Vrijhandelsstraat 36-38 Merksem
  • Conserves de légumes Lile: Jodenstraat 24 Antwerpen
  • Vincentelli: Kleine conservenfabriek in de Lozanastraat, verwoest tijdens WO 1. Geen inforlatie over het productengamma (vlees ? vis ? groenten ? tomatenconcentraat ?), enkel een postkaart die de totale vernieling in okotber 1914 illustreert (zie hierboven). In dezelfde straat werden toen nog andere gebouwen getroffen.
  • Zuco: Antwerpen  
 

Provincie Limburg

Wie aan Limburg denkt, zal wellicht eerder beelden zien van heidelandschappen vol zoemende bijen en hommels, berken en dennen, met hier en daar wat zanderige vlaktes dan aan weelderige moestuinen, die bulken van verse groenten en fruit. Terecht, want het grootste gedeelte van Limburg bestaat uit veel te arme grond, om er van tuinbouw ee, erg lucratieve bezigheid van te maken. Dit kwam al eerder op Retroscoop ter sprake, toen in het artikel over de speeltuin van Bokrijk over de proefboerderij van de Boerenbond werd gesproken.

Niettemin, de grenzen van geografische streken lopen niet volledig parallel met de provinciale. Zo is de streek rond St Truiden bijvoorbeeld befaamd voor zijn fruitbomen. Ook in het noorden van de provincie is de grond veel rijker dan in de rest van Limburg. Het is daar, dat begin jaren ´60 de Noord-Limburgse Konservenfabriek (Noliko) van start ging, en de eerste hoofdstukken van een succesverhaal neerschreef. 

Noliko / Thans Scana-Noliko (Bree)

Adres: Industrieterrein Kanaal-Noord 2002

Oprichtingsjaar: 1964

Bestond tot: in 2012 een bloeiend bedrijf

Oprichters:

Directie- en kaderleden:

-   Dominiek Stinckens, CEO

Sleuteldata:

-   1964: Oprichting van de Noord Oost Limburgse Konservenfabriek door een aantal belangrijke groentetelers

-   1980: Begin van de samenwerking met Scana Belgium (Hulshout)

-   1989: Samensmelting van de twee bedrijven. De productie werd volledig geconcentreerd in een nieuwe fabriek te Bree

-   1996: Integratie van Rena Conserven (Heist-op-den-Berg): ook hun assortiment wordt voortaan in Bree geproduceerd. Er werkten toen 165 mensen

-   2000: Scana-Noliko realiseert met 475 medewerkers een omzet van 3,4 miljard frank. Ondanks uitstekende groeivooruitzichten vinden er in die periode belangrijke verschuivingen op het vlak van de aandeelhouders plaats. De Zwitserse familie Hilti, die tot dan toe meer dan 60 % van de aandelen bezat, doet die van de hand. Ook de Vlaamse Investeringsvennootschap de investeringsgroep LPM-Investco trekken zich terug. De preciese reden voor die verschuivingen zijn ons onbekend. 

De aandelen werden opgenomen door:

- het management
- de Limburgse Reconversiemaatschappij en
- het NeSBIC Investment Fund II uit Nederland, waarvan Fortis 1/3de van het investeringskapitaal inbracht

Ongeveer 600 aandelen, wat goed is voor zo´n 13 % van het totaal was in handen van groentetelers, die aan Scana-Noliko leveren.

-   2004: andermaal grondige verschuivingen op het vlak van de aandelen. De Vlaamse Gewestelijke Investerings Maatschappij GIMV investeert neemt bijna de helft van de aandelen op.

-   2007: De 540 medewerkers realiseren een omzet van 135 mio. Euro

-   2008: Scana-Noliko koopt Rovana in Rijkevorsel van Bonduelle over. De GIMV verdubbelde haar participatie, en bezat toen meer dan 96 % van de aandelen. De firma werkt samen met zo´n 300 Belgische, Nederlandse en Duitse telers.

-   2011: De Belgische groep Pinguin-Lutosa koopt Scana-Noliko over. Deze groep is actief in de sector van aardappelen (Lutosa) en diepvriesgroenten (Pinguin). Voor deze groep betekende deze aankoop dan ook een diversificatie van de activiteiten. Pinguin-Lutosa betaalde een bedrag van 117,36 mio Euro voor deze overname. Een belangrijke figuur binnen deze Pinguin-Lutosagroep was Hein Deprez: een aparte korte biografie werd dan ook hieronder binnen deze fiche opgenomen (zie varia)

-   2012: In mei 2012 werden tegenvallende resultaten bekend gemaakt. Scana Noliko is thans de enige grote firma in Belgische handen die (ondermeer) nog groenten en andere voedingsmiddelen inblikt 

Te noteren valt dat NOLIKO de hoofdsponsor is van de succesvolle Limburgse volleybalploeg Maaseik. (samen met Lutosa)

Productengamma:

Het productengamma van Scana-Noliko omvat meer dan 100 verschillende producten: het gaat daarbij om

- fruit en conserven in blik en in glas
-
deegwaren
- sauzen
- soepen (o.a. in kunststof zakjes of grote "bidons" voor in grootkeukens)
- kant-en-klare maaltijden / convenience food (dipsauzen, soepen, pastaschotels...)

80 % van de productie is bestemd voor export, vooral binnen de EG. Op het vlak van de zogenaamde convenience-voedingsmiddelen staat het bedrijf op n° 1 in de Benelux en op 4 binnen de EG.

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

- ten midde van weidse landbouwzone
- in tegenstelling tot oudere fabrieken zoals Marie Thumas of La Corbeille werd hier zoveel mogelijk horizontaal gewerkt, en dus niet in de hoogte. Dit betekent een veel groter bedrijfsterrein, maar ook flink wat kostenbesparingen. Gedaan ook met sierlijke bedreijfsgebouwen met pronkgevels zoals La Corbeille in Wespelaar, en een puur praktische architectuur, die net zo goed bij Ford Genk had kunnen passen. Op de website van de firma (zie hieronder) zijn doorheen een aantal foto´s te zien hoe het bedrijf op 40-50 jaar tijd systematisch heeft uitgebreid.

Varia (cijfergegevens enz.) :

Procentueel aandeel van de totale productie
van groenteconserven: Noliko

1965    2,25
1970    4,44
1971    6,62
1972    7,90
1973    7,98
1974    9,37
1975    8,90
1976    11,53
1977    11,19 

Bron: Groepering der Fabrikanten van Ingelegde groenten

- Over de figuur van Hein Deprez 

In 30 jaar van champignonkweker naar “Captain of Industry”

1983 Hein Deprez begon zijn carrière met de teelt van champignons en dan met het wassen, snijden en verpakken van verse groenten. In 1987 kreeg zijn bedrijf de naam UNIVEG.

1990-2005 Univeg gaat de internationale toer op. Een tiental bedrijven werden in de groep opgenomen. We bekijken afzonderlijk de evolutie op het vlak van verse groenten en fruit enerzijds, conserven en diepvriesgroenten anderzijds

a) Verse groenten en fruit

2005 overname van het Nederlandse BAKKER, Barendrecht (omzet 450 miljoen euro) en in 2006 een fusie met de Italiaanse BOCCHI Groep (omzet 900 miljoen euro) en de instap in CVC Capital

2007 toetreding van de Franse groep KAPOTE (omzet 230 miljoen euro), een teler en verdeler van exotisch fruit. In het zelfde jaar wordt het Turkse ALARA ingelijfd, de grootste exporteur van verse vijgen in de wereld en de belangrijkste leverancier van kersen in Europa.

2008 overname van de Duitse logistieke divisie van Chiquita bananen (omzet 950 miljoen euro)

2009 hoogtepunt en begin van het verval. Hein Deprez wordt als CEO door CVC Capital vervangen door Rudi De Becker.

2011 er volgen enkele desinvesteringen

2013 Hein Deprez komt terug en koopt CVC Capital terug uit en wordt terug Ceo van UNIVEG

6.1.2014 overname van Empire World Trade uit UK voor 100 miljoen euro.  Deze firma is een van de grootste verdelers van appels en peren in UK.

27 jaar na de oprichting heeft UNIVEG logistieke dochterondernemingen in heel Europa en is aanwezig in 26 verschillende landen. 

b) Naast de uitbreiding van Univeg, investeerde Mr Deprez ook in de DIEVRIES wereld met de aankoop van PINGUIN en later LUTOSA en Pinguin-Lutosa kocht dan op zijn beurt de CONSERVEN fabrikant SCANA NOLIKO.

27.10.2005 Pinguin is in handen van de familie DEJONGHE ( 3 Neven Herwig, Koen en Jan Dejonghe). Jan, die Financieel Directeur was besloot zijn aandelen te verkopen aan Hein Deprez.  De drie neven bezaten elk een derde in de vennootschap, die 38% bezat van Pinguin.  Hein Deprez doet een kapitaalinjecie van 5 miljoen een wordt meerderheidsaandeelhouder van Pinguin.

27.6.2007 koopt Pinguin/Deprez de firma LUTOSA uit Leuze voor 175 miljoen euro aan de familie Vandenbroecke.  De familie Dejonghe participeert met 65 miljoen. De afdeling LUTOSA was de money maker binnen de groep Pinguin-Lutosa. 

14.3.2011 Pinguin-Lutosa koopt het Limburgse konservenbedrijf Scana NOLIKO  voor 115 miljoen euro. Noliko draaide een omzet van 180 miljoen. De financiering gebeurt als volgt: Hein Deprez deed een kapitaalverhoging van 44 miljoen euro, de GIMV bracht 24 miljoen euro bij.

1.9.2011 Pinguin-Lutosa koopt de diepvriesafdeling van het Franse CECAB over. Er werd een nieuwe firma in het leven geroepen: GREEN YARD FOODS – Hein Deprez: Afgevaardigde Bestuurder – Dominique Stinckens CEO Noliko – Hedwig Dejonghe: CEO Pinguin-Lutosa

Er treden terug signalen op dat Hein Deprez zich een beetje vergaloppeerd heeft en er wordt, achter de schermen, naar een koper gezocht voor LUTOSA.  Lutosa was duidelijk de money maker binnen de groep : Pinguin-Lutosa-Noliko en toch werd het paradepaard in de vitrine gezet.

Begin 2012 werd Marlene Vaesen (ex Sara Lee) aangetrokken als nieuwe CEO Green Yard Foods. Mr. Deprez zette daarbij dan ook een stap op zij.

19.10.2012 is het zo ver en wordt Lutosa aan McCAIN verkocht !

Na de fusie tussen Ardo en Dujardin is PINGUIN de 2de grootste diepvriesproducent in Europa en NOLIKO wordt aanzien als de 5de grootste producent van groenten in blik en glas. Er wordt aan een integratie van deze 2 bedrijven gewerkt en overnames zijn niet gepland. Mevr Vaesen geeft wel toe, dat het haar spijt dat ze afdeling Lutosa uit handen heeft moeten geven. 

Bronnen en verdere literatuur:

- Bedrijfspresentatie op Youtube

- Officiële website van Scana Noliko met foto’s van fabriek in 1972 en de latere uitbreidingen

- Pinguin-Lutosa-groep: aanvraag voor de toelating tot verhandeling van 3 731 827 nieuwe aandelen met VVPR-strip op Eurnext Brussels 29.03.2012

- Pinguin-Lutosa gaat beurs niet verlaten Boerderij 16 mei 2012

- Biografie Hein Deprez opgesteld door Michel Duran op 26.11.2014 op basis van o.a.: De Standard 3 augustus 2013: Hein Deprez over de terugkoop van zijn fruitgroep Univeg 

Provincie Oost Vlaanderen

Le Rucher / Armand Van Cauwenberghe (Wortegem)

Adres: vreemd, maar noch bestelbonnen, noch reclamekaartjes of de hieronder afgebeelde metalen reclamekaart vermelden het adres. Er wordt evenmin verduidelijkt of de firma nu een fabriek is geweest, of louter een importeur. Het onderstreept wel graag dat het "beroemd" was om haar "prima waren", hetgeen in het Frans zelfs "spécialités alimentaires de luxe" werd

Oprichtingsjaar:

Bestond tot: facturen tonen aan dat de firma minstens tot in 1958 heeft bestaan

Oprichters: Arman Van Cauwenberghe

Directie- en kaderleden: Gebroeders Van Cauwenberghe

Sleuteldata:

Productengamma: De metalen reclameplaat hieronder afgebeeld toont een blikje met erwten. Een bestelbon uit 1958 somt volgende soepen op: Aspergeroom, Julienne, lentesoep en soep van gehakte kervel. Wel wordt nergens duidelijk gemaakt 

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

Bronnen en verdere literatuur:





 Provincie West Vlaanderen

De grondslag voor de conservenindustrie in West Vlaanderen werd gelegd in het dorpje Egem, met het familiebedrijfje La Flandre, omstreeks 1899. Toch wist het plaatsje deze pioniersrol niet echt te verzilveren. "Een gemiste kans om uit te groeien tot een gespecialiseerd nijverheidscentrum", zo noemt Valère Arickx het in zijn Geschiedenis van Egem. In 1907 richtte de familie Talpe in Kortemark een concurrerend bedrijf op, dat spoedig tot het grootste in de provincie uitgroeide.

Alibel (Alimentaire Belge) (Eernegem)
(deelgemeente Ichtegm)


Alibel Eernegem, 1950´s

Adres: Stationsstraat 127

Oprichtingsjaar: 1925 (mei)

Bestond tot: 1950

Oprichters: Alidor Roelens (olieslager), Karel Demuynck (groenteteler), Maurice Vanderheyde. Een aantal boeren uit de omstreken investeerden eveneens in het project.

Directie- en kaderleden:

Personeel:

Hoogseizoen tot max. 600, tijdens de winter 60. Een deel van het overige personeel kon in Oostende aan de slag in de visconservenfabriek Ostendia, tot deze tijdens WO 2 door een bombardement beschadigd werd. Toen werden ook deze activiteiten naar Eernegm verplaatst.

Sleuteldata:

-   1930: opende heel kortstondig bijhuis in Houthulst, maar na 10 maanden werd het project stopgezet (zie bronnen) Rond 1928, met de uitbouw van de nieuwe gemeente, werd er een bijhuis van de Eernegemse firma “L’Alimentaire Belge” (Alibel s.a.) gevestigd op de hoek van de Eugène de Grootelaan en de Stadenstraat. De firma, die goede samenwerking voorop stelde, stelde zich tot doel op georganiseerde wijze groenten te laten telen bij de lokale landbouwers, deze zelf te laten verwerken en in te blikken. Op deze wijze wilde de lokale gemeenteoverheid een lokaal alternatief creëren voor de seizoenarbeid.  Het project te Houthulst mislukte, de fabriek werkte slechts enkele maanden (1 januari - 1 oktober 1930). De Fabrieksput is het enige dat herinnert aan deze firma.

-   1931: fusioneert met de visconservenfabrikant Ostendia. De naam Alibel wordt daarbij behouden.

-   1936: stopzetting productie van koekjes

-   1941: Alibel wordt eigendom van de aandeelhouders van Marie Thumas

-   1945: werd lid van de coöperatieve vennootschap La Commerciale des Conserves, een coöperatieve vennootschap waarin ook Marie Thumas en Le Soleil zaten. Doel was o.a. bepaalde kosten te kunnen drukken. Tijdens de oorlogsjaren en de daaropvolgende jaren van rantsoenering kon het personeel gemakkelijker aan voedsel en aan steenkolen geraken dan de doorsnee Belg. Ook de lonen lagen blijkbaar relatief hoog

-   1950: Marie Thumas besloot om de productie-activiteiten in Eernegem te stoppen. De reden hiervoor was een niet zo gunstige geografische ligging. (Vreemd genoeg maakt de "Indicateur" in de ledenlijst van de Groepering der Fabrikanten in 1953 nog steeds melding van "usines à Eernegem" Blijkbaar werd er echter niets meer ingeblikt, wel opgeslagen. Ook werden er erwten geselecteerd. Politieke beloften dat de fabriek weer zou openen bleken loos.

Productengamma:

-   half fijne, fijne en extra fijne erwtjes, middelsoort
-   princesseboontjes
-   asperges (asperges en branches)
-   spinazie puree
-   selderij (céleris pieds)
-   gehakte kervel
-   witte peulbonen (flageolets)
-   tomaten (tomates concasées)
-   groene soep
-   (...)

Behalve groenteconserven produceerde de firma ook vleesconserven (Pré Salé St. Germain vegetable & mutton stew, zijnde 100 gr schapenvlees, erwtjes, een niet nader gespecificeerde "groentemix" en aardappelen), koekjes en chocolade

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   De aanleg van een spoorweg in 1867 stimuleerde vanaf de tweede helft van de 19de eeuw een zekere industrialisering van de omgeving.

-   Bezat een eigen watertoren. Voorts waren er in de diverse bedrijfsgebouwen op het terrein ondermeer een stokerij, een elektriciteitscentrale, een keuken, magazijnen en een conciërgerie ondergebracht.

-   Oorspronkelijk maakten ook enkele bedrijfsgebouwen op het einde van de Glazenstraat deel uit van Alibel.

-   Er waren ook twee Alibel-fabrieken in Noord-Frankrijk, namelijk te Boistrancourt en te Bailleul. Enkel deze laatste lijkt een band te hebben gehad met het Belgisch bedrijf in Eernegem.

Het had niet alleen dezelfde naam, maar ook hetzelfde logo. Deze vestiging bestond ten minste sedert januari 1940 (dus voor WO 2), maar voorlopig is het onduidelijk of het toen ging om een fabriek of een verkoopspunt. Op geen enkel document dat we tot op heden vonden verwijst de Belgische Alibel naar deze in Bailleul of vice versa. Van zodra Alibel in de groep Marie Thumas opgenomen werd, maakte echter ook de vestiging van Bailleul er deel van uit.

Op het tweede reclamekaartje (vloeipapier) hierboven wordt het productengamma van Alibel Bailleul opgesomd. Daartussen bevonden zich ook erwten "Vatel". Misschien is dit een aanwijzig dat het Vatel-wikkel hierboven afgebeeld in feite ook van Alibel Eernegem was (?)

De Alibel fabriek in Boistrancourt lijkt uit 1963 te dateren, en werd opgericht door de familie de Guillebon.


De Alibel fabriek in Boistrancourt... blijkbaar geen band met
de Belgische firma in Eernegem of met de Marie Thumas groep (?)
De afbeelding dateert vermoedelijk uit de vroege 1960´s 

Deze exploiteerde aanvankelijk een proefboerderij en vervolgens een suikerfabriek in Bailleul. Of ze ook de oprichters van de conservenfabriek waren, of deze in de plaats kwam van de suikerfabriek of hieraan complementair was wordt momenteel nog uitgezocht. Waarom het dezelfde naam gebruikte als een andere firma is voorlopig evenmin geweten. Deze tweede Franse Alibel sloot in 1979, en werd in 1980 overgekocht door Philipon, een Franse conservenfabriek die vreesde dat Bonduelle ermee aan de haal zou gaan. Geen chance, in 1987 kocht Bonduelle Philipon in zijn geheel over...

- Alibel Eernegem verkocht conserven tot in N-Afrika (Tunesië), Zwart-Afrika (Zuid-Afrika), het Midden Oosten (Palestina/Israel), de Caraïben (Cuba) en Azië (Nederlands Indië)

- Het personeel richtte een toneelkring en een orkest op, dat ABOS noemde. Dit was een samentrekking van letters uit Alibel en Ostendia. Er kwam zowaar ook een "Marsch Alibel Ostendia" van...

Bronnen en verdere literatuur:

- NAERT Urbain: ALIBEL, over worsten en pasteien, in: Ernigahem, dl. 1 (1987), nr. 2, p. 27-39

- BONDUELLE, Bruno: Bonduelle 1853-2003: Une famille, une entreprise, une marque (150 ans d´Agroalimentaire)

- Eernegem VIOE-fiche
- Over de mislukking in Houthulst
- De Fabriekeput 
- Lied van de Alibel

Extra beeldmateriaal: 




Fotograaf: Hentjes


Collectie Karel Meertens
"Miss Alibel" werd in de vroege 1940´s gelanceerd
en was prominent aanwezig tijdens het Kerstdiner voor het personeel dat jaar


Collectie Karel Meertens
Roastbeef in 1942... Heel wat aanwezigen zullen het spijtig gevonden hebben
dat dit feest maar 1 x per (oorlogs)jaar gevierd kon worden... Al hoorden zij
nog bij de gelukkigen


Collectie Karel Meertens
Miss Alibel op de zuilen... en op de planken ?


Miniatuurblikjes voor in een poppenhuis of kinderwinkel
Hieronder: reclame voor Ostendia, 1933

  

ARVEBO (Oostende / Mechelen)


De briefhoofden van ARVEBO waren erg sierlijk (zie verder)

Aangezien het hoofdgebouw van ARVEBO zich in Oostende bevond, wordt deze fabrikant van ingeblikte soepen alhier behandeld. De producent had evenwel ook een vestiging in Mechelen, en organiseerde in het interbellum een aantal PR-activiteiten in deze stad.

Adres: Brusselsesteenweg 322

Oprichtingsjaar:

Bestond tot:

Oprichters: A. Verhaeghe (Arthur ?) Waarvoor de "BO" in de naam van het bedrijf stond is niet duidelijk, misschien de eerste letters van de naam van zijn echtgenote ?

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

Veel sporen heeft het bedrijf niet nagelaten: niettemin werden toch een aantal gegevens bijeengebracht.

-   1936: Gratis soepbedeling in Maldegem. De firma belooft om ook volgend jaar aanwezig te zijn.

-   1937: Opnieuw demonstraties en deelname aan een “reklaamstoet” waarbij het “geachte publiek van Maldegem en omgevig” wordt uitgenodigd door “de ARVEBO soepfabrieken van Oostende” om gratis soep te komen proeven

In hetzelfde jaar nam de firma deel aan het Salon d’Alimentation te Brussel, waar het een ere-diploma en een gouden medaille behaalde. Dit gegeven werd duidelijk vermeld op de briefhoofden van de firma (zie hieronder)

-   1939: Op 7 augustus organiseerde de soepenproducent haar Grote Prijs Arvebo in Mechelen, een wielerwedstrijd

Productengamma:

-       (Tomaten)soep in blik (“Potage Arvebo, Fabrication belge”)

Bijzonderheden fabriek:

-       Mogelijk is er een link met Arvebo Meats van ene Arthur Verhaeghe, dat in 1962 een “retail outlet” opende in Wallacetown (Canada ? Noordelijk VS ?), waar ondermeer runds- en varkensvlees in allerlei vormen verkocht werden, alsook kaasproducten

Bronnen en verdere literatuur:

-       ’t Getrouwe Maldegem 27 sept 1936 waarin verteld werd hoe de firma een gratis soepbedeling organiseerde op de handelsfoor van Maldegem, waarbij 5768 tassen gratis soep werden uitgedeeld

-       ’t Getrouwe Maldegem 19 sept 1937: gratis soepbedeling 1937

-       Arvebo Meats Wallacetown

-       Arvebo Grote Prijs 1939: Vermeld in de Kalender van de “Belgische Wielrijdersbond, Officiële Mededeelingen van het Sportkomiteit” (Wielerarchieven)

Extra beeldmateriaal 

 

Aurora (Kortemark): zie Talpe (Kortemark)

  Couronne (La) – Kroon (De)
/ Conservenfabriek van Wingene (Wingene)

Adres: De Hille 144-146 / Molenaarsstraat 5 (loodsen) in de deelgemeente Zwevezele

Oprichtingsjaar: 1900’s (mogelijk 1902)

Oprichters: De gebroeders Breemeersch. De firma werd later overgekocht door Prof. L. Isebaert en zijn echtgenote, die het tot de sluiting runden.

Directie- en kaderleden:

Bestond tot: vroege 1970´s

Sleuteldata:

-   1902 (?): Oprichting van de ‘Stoomfabriek van ingelegde groenten” : voorheen was het een stokerij (ca. 1834) en een brouwerij (ca. 1841)

-   1909: installatie van een stoommachine en bouw van een ronde schoorsteen

-   1911: bouw van 5 aaneengeschakelde loodsen in de Molenaarsstraat. Deze zijn uitgerust met een zadeldak in golfplaat.

-   1913: tijdelijk samengegaan met de firma "La Flandre" uit de aangrenzende gemeente Egem (thans een deelgemeente van Pittem), dat in financiële moeilijkheden zat. De samengestelde firma noemt "l’Union des Flandres" maar lijkt uiteindelijk weer ontbonden te zijn geweest, aangezien La Couronne later weer als aparte firma opduikt

-   1923: uitbreiding activiteiten naar vleesconserven

-   1927: aanvraag om een verdiep aan het hoofdgebouw te mogen toevoegen

-   1930: de stoommachine wordt vervangen door drie electrische motoren

-   1939: de Union des Flandres-fabriek in Egem (Egemkapelle) stopt ermee. La Couronne in Wingene ging daarna blijkbaar alleen door, want de firma wordt nog in 1953 als lid van de "Groupements des Fabricants" vermeld, zij het onder de naam “Conservenfabriek van Wingene"

-   1970:  overgeschakeld op het opleggen van kleine aardappelen en ook gestopt in de jaren 1970

Productengamma:

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   Zowel het hoofdgebouw als de loodsen bleven bewaard (situatie in 2009)

Bronnen en verdere literatuur:

-   Hoofdgebouw van De Kroon-La Couronnne VIOE-fiche

-   Loodsen van De Kroon- La Couronne VIOE- fiche 

Dino Conserven (Pittem) 

Adres: Koolskampstraat 7

Oprichtingsjaar: 1967

Bestond tot: 1997

Oprichters: Paul Cloet ? De familie Cloet zat van oorsprong in de groothandel van verse groenten.

Directie- en kaderleden:


Collectie Michel Duran
Paul Cloet (afbeelding op overlijdensbericht)

-    Directeur / Beheerder: Paul Cloet (zijn zoon Geert werd later directeur van het conservenbedrijf Le Semeur in Mechelen, zie aldaar)
-    Productieleider: Dirk Cloet
-    Dagelijkse administratie:Eliane Lindeboom (echtgenote van Paul Cloet)
-    Boekhouding: André Cloet (broer van Paul Cloet)

-    Roger Deboutte: bestuurder Zie La Corbeille Westmeerbeek
-    Machteld Degeest: bestuurder

Personeel

-    20 vaste arbeiders en een bediende
-    tijdens het hoogseizoen studenten voor de verwerking van bonen en krieken

Sleuteldata:

  1967:  Opgericht door Cloet en Albert "Georges" Degeest, de man die later Marie-Thumas in 1978 zou opkopen. Beide ondernemers brachten 50 % van het maatschappelijk kapitaal in. Geert Cloet liet ons in een e-mail in november 2014 weten dat de inspiratie voor de naam Dino zowaar de Flinstones waren, die een gelijknamige hond hadden. Het lag goed in de mond, kort, krachtig, gemakkelijk te onthouden en over de (taal)grenzen heen bruikbaar.Men notere dat de "o" in de naam lichtjes hellend geschreven werd.

Degeest liet begin 1970´s een deel van het machinepark van La Corbeille (?) naar Pittem overhevelen om er nevenactiviteiten op te starten (opleg van Krieken, Schorseneren).

Dino was dus een deel van de groep Degeest, die in 1972 ook Corbeille overkocht, 50 % van Rovana, 50 % van Picolo (Stabroek) en Marie Thumas. In 1979 nam Degeest ook een meerderheidsparticipatie in Le Semeur (St Katelijne Waver). Daardoor controleerde hij een tijdje 2/3de van de conservenproductie in België. Dino was geen merkartikel, La Corbeille wel. Daarom begon Dino al snel aan La Corbeille te leveren, van zodra dit bedrijf deel uitmaakte van de "Groep Degeest".

Volgens Rik Vantyghem, zoon van de oprichter van het West-Vlaamse conservenfabriekje Ste Dorothea snoepte de nieuwkomer op de markt meteen ook hun beste werkkracht af. In een e-mail uit begin december 2013 aan Retroscoop schreef hij in dat verband:

"Paul Cloet (heeft) in de tijd toen hij het bedrijf opstartte, onze beste werknemer afgesnoept om de geheimen van mijn pa te bemachtigen. Maar mijn pa bereidde altijd de sauzen zelf en zo kon (Cloet) de kwaliteit niet nabootsen door onze goede werknemer een dubbel loon te betalen, ik denk van 35 Bfr naar 75Bfr. (In die tijd werd er op en neer geboden, totdat mijn pa stopte met die biedingen. En het was juist enkele dagen voor het hoogseizoen dat (die beste werknemer) (...) werd afgesnoept. Later had die werknemer er wel spijt van en hij zou nooit meer ons bedrijf verlaten hebben, maar het kwaad was gebeurd. Die man is daar verder blijven werken tegen zijn goesting om later dan te vertrekken als werkman bij de gemeente. Dit was een foutieve aanwinst in zijn bedrijf, want die kon niets overbrengen naar dit nieuw bedrijf. Regelmatig bracht die man uit heimwee nog een bezoek bij ons."

Cloet liet volgens dezelfde bron meteen duidelijk verstaan dat hij Ste Dorothea wou kapotconcurreren. Een dreigement die hij dank zij de steun van Dhr. Degeest, opkoper van verschillende noodlijdende conservenbedrijfjes ook hard kon maken.

Thans runt Dirk Cloet een zaak van fonteinen en aquariums in de voormalige gebouwen van Dino.

Productengamma: verkocht in de 1970´s vooral wortelen en schorseneren aan de VS en champignons aan Frankrijk

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   Er is sprake van een N.V. Homarium, waarover vooralsnog niets meer gevonden werd

Bronnen en verdere literatuur:

-   Degeest als blikjesvanger bij Marie Thumas (Knack 25 jan 1978)

-   e-mails van dhr. Rik Van Tyghem (2013), Marc Arnauts en Michel Duran (nov. 2014)

Flandre (La) - (Egemkapelle)



De twee foto´s: Collectie E. Vandecaveye (+) met dank aan mevr.
Marie-Louise Vandecaveye, 
dhr. Rik Vantyghem en dhr. Paul Lambrecht (Schepen)

Adres: Kasteeldreef

Oprichtingsjaar: feestelijk ingehuldigd op 14 juni 1900, en als zodanig een pionier op het vlak van groenteconserven in West-Vlaanderen, nog voor Talpe (1907).

Bestond tot: 1939 ? (er is sprake van beschadiging tijdens WO 2 tgv een bombardement, maar voorlopig vonden we hiervoore nog geen waterdicht bewijs.

Oprichters:

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

-   Zomer 1899: In de herberg "De hert" worden voordrachten gehouden "met het inzicht hier eene fabriek te bouwen bestemd tot het inleggen van groenten, fruit enz." De drijvende kracht achter dit initiatief was Hector de Vriese, apotheker in Hoboken, maar geboren in Egem.

-   November 1899: hoewel de officiële bouwvergunning van de gemeente nog niet verkregen was, wordt met de voorbereidingen voor de bouw van de nieuwe conservenfabriek begonnen. Het werd opgetrokken op een perceel van 1 ha. te Egemkapelle dat behoorde aan Edgar van der Gracht d´Eeghem, een lokale aristocraat. Deze woonde wat verderop, in een kasteel. Hij werd de voorzitter van de Raad van Beheer van "La Flandre", zoals de nieuwe fabriek zou noemen. Het gebouw mat zo´n 50 m breed aan de straatzijde (de steenweg naar het dorpscentrum), en was ongeveer 100 m diep.

-   23 nov. 1899: Jonkvrouw Simonne van der Gracht d´Eeghem kreeg de eer de eerste steen van de conservenfabriek te leggen. De kosten voor de bouw ervan werden geschat op 70 000 fr. Ook dit voltrok zich nog voor de officiële bouwvergunning verkregen was. Deze volgde enige tijd later weliswaar.

-   4 dec 1899: de gemeente levert de officiële bouwvergunning af. De bouw van de fabriek werd uitgevoerd door de firma Labarre uit Ruddervoorde.

-   Maart 1900: aankomst van de stoomketel, geleverd door de Weense firma Gilain. De installatie werd toevertrouwd aan een specialist ter zake, Sabbe-Masselis uit Roeselare

-   14 juni 1900; plechtige inhuldiging van de nieuwe fabriek. Zoals dat in die tijd courant was werd dit een feestelijk evenement, compleet met muzikale omlijsting. De genodigden kregen een soepkom met "La Flandre" gedrukt in het voetstuk. In Egem leidde de aanwezigheid van de conservenfabriek op 10 jaar tijd tot een verdubbeling van het areaal bestemd voor tuinbouw / groenteteelt, vooral erwten en asperges

-   1901: begon met de productie van confituur

-   1913: in financiële moeilijkheden: gaat samen met La Couronne uit Wingene. De nieuwe firma heet tijdelijk l’Union des Flandres

-   1939: de conservenfabriek in Egem stopt ermee

-   1951: verkoop en gedeeltelijke afbraak van de fabrieksgebouwen (omgebouwd tot woningen)

Productengamma: Begon als erwtenfabriek

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   Het ging om een constructie die 52 m breed was en 100 m diep

Bronnen en verdere literatuur:

-   Arickx, Valère Geschiedenis van Egem Deel 2 (Egem sedert de Franse Rebolutie), 1982, uitgegeven door de auteur zelf, Kortrijk (met dank aan Dhr. Rik Van Tyghem voor het ter beschikking stellen van de tekst over de industrie in Egem
-  
Kasteeldreef en omgeving te Egem-Pittem VIOE-fiche

Gerdo (Meulebeke)

Adres: Pittemse Steenweg te Meulebeke

Oprichtingsjaar: omstreeks 1963 ?

Bestond tot: omstreeks 1973

Oprichters: Gerard Dobbels, wiens naam ook als inspiratie voor de firmanaam diende, was aanvankelijk een handelaar in groenten, die aan conserven-fabrieken leverde. Op gegeven moment heeft hij zelf een poging ondernomen om op die reeds druk bezette markt door te dringen met een eigen kleinschalig bedrijfje. Het verhaal wil dat Jacky Maertens van Leguma in Zedelgem wat had zitten opscheppen over wat hij verdiende met zijn conservenbedrijfje, en dat dit aanstekelijk gewerkt heeft. Toen de Antwerpse firma Abeille failliet ging, kocht hij staande erwtendorsers... voor de neus van Eric Flamen, in opdracht van... Leguma. De conservenactiviteiten van het bedrijfje werden gerund door zijn zoon Carlos

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

Productengamma: legde zich vooral toe op schorseneren. Later werd gediversifieerd, en bouillonblokjes aan het gamma toegevoegd.

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

- Exporteerde eveneens verse groenten, hun specialiteit was schorseneren. De zoon van Carlos Dobbels heeft het groot exportbedrijf van de groenten verder gezet.

- Begon ook met de productie van Gerdox bouillon. Deze activiteit werd gerund door Gerdo-stichter Gerard Dobbels. De bouillon werd gecommercialiseerd in blauwe dozen.

Bronnen en verdere literatuur: 

- e-mail van Dhr. Rik Vantyghem (zie St Dorothea)
- e-mail van Dhr. Michel Duran en Karel Meertens 21 november 2014
 

(La) Leguma / Gustaaf Maertens (Zedelgem)

   
Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
de conservenfabriek in de beginperiode en stichter Gustaaf Maertens

Adres: Ruddervoordsestraat 36

Oprichtingsjaar: 1922

Bestond tot: 1989 (de PVBA legde toen de boeken neer)

Oprichters: Gustaaf Maertens (1892- 1953)

Directie- en kaderleden:

  
Collectie & foto´s Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens) / Michel Duran
André Maertens in zijn jonge jaren en op het einde van zijn leven

- CEO: Mr André Maertens (1922-1999) (zoon van Gustaaf) van 1953 tot 1987, opgevolgd door zijn zoon Philippe Maertens (1956-2009) tijdens de twee laatste jaren van het bedrijf, van 1987 tot 1989

- Directie fabricatie

Eric Flamen: Maertens runde zijn bedrijf tesamen met zijn begaafde schoonbroer Eric Flamen. (Later begon deze de zaak Flaminex, een zaak die handelde in 2° handse machines voor de conservenindustrie)

Arsène Maertens: Meestergast tot aan zijn pensioen in 1963 (ondanks wat zijn familienaam laat vermoeden was hij niet verwant met de oprichters van Leguma. Als zodanig was hij de rechterhand van Eric Flamen. Zijn functie bestond uit het opstellen van de planning voor het personeel, de aanvoer van verse groenten en de goede gang van zaken op de werkvloer in het algemeen

Roland Verhaeghe: verantwoordelijke etiketering, magazijn en logistiek

- Directie verkoop

Jacky Maertens, de 7 jaar jongere broer van André Maertens, tot zijn vroegtijdig overlijden in 1960. Hij stierf op amper 31 jarige leeftijd na een ziekte.

Michel Duran (1970-1984). Deze ging vervolgens over naar Star Talpe en vervolgens naar Bonduelle Mechelen. In 1980 had hij de pas afgestudeerde Danny Debruyne aangeworven als zijn rechterhand. Na het vertrek van Duran nam Debryuyne zijn functie 2 jaar over, om uiteindelijk -na een tussenstop bij Ijsboerk- ook naar Bonduelle over te stappen

Zie hieronder extra beeldmateriaal

Personeel: max. tijdens hoogseizoen: 120

Handelsregisternummer: BRUGGE onder nummer 000280

Sleuteldata:

1922: Oprichting: Gustaaf Maertens was handelaar in granen en meststoffen en startte met enkele landbouwers een conservenbedrijf aan het station van Zedelgem in 1922. De fabriek heette aanvankelijk La Leguma, de "la" liet men pas in de 1970´s vallen. Er kwam een NV Maertens, fabrikant van blikken en een bedrijf dat La Leguma heette, het verkoopkantoor van de conservenfabriek. De fabriek bevond zich recht tegenover de ouderlijke woning van Gustaaf Maertens.

Briefhoofden uit de 1930´s tonen aan dat Maertens de conservenactiviteit bleef combineren met de verkoop van aardappelen en meststoffen. Noteer ook dat er gesproken wordt van "Usines à Ledegem et Zedelghem", en dat deze van Ledegem als eerste wordt vermeld. Wel wordt nergens gesuggereerddat het eveneens om een conservenfabriek gaat, het zou dus bv. om een fabriek van meststoffen of cichorei kunnen gaan. De precieze betekenis hiervan wordt nog onderzocht. Of is er toch een band met de conservenfabriek La Merveille ?

1930: Blijkbaar ging Leguma in 1930 of de vroege 1930´s failliet. Het was toen volop economische crisis, en heel wat boeren verloren geld in de Boerenbond. De familie Maertens besluit de fabriek weer herop te starten, ditmaal zonder de inbreng van een aantal boerenfamilies. Naar verluidt werd de fabriek in de 1930´s uitgebreid. Dit gebeurde nog eens in 1953, 1955, 1957, 1959 en 1960. 

1953: overlijden van Gustaaf Maertens. ZIjn twee zonen namen de zaak over.

  
Collectie Mevr. Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
De twee zonen Maertens, 
links de benjamin Jacques "Jacky" en rechts de enkele jaren oudere André. Centraal staan Mr en Mevr. Gustaaf Maertens.
O ja, en de hond van het gezin natuurlijk, die ook mee vereeuwigd wou worden

- André Maertens (31): verantwoordelijk voor: administratie, financien en verkoop.
- Jacky Maertens (24): verantwoordelijk voor aankoop, productie, verkoop.

medio 1950´s: In die periode was de katholieke kerk nog een instelling van gezag. De inhuldigin van een nieuwe pastoor, net als die van een (katholieke) burgemeester vormde de aanleiding voor een parade. De lokale industrie kon daar niet wegblijven, en dus ook Leguma was dus van de partij:


Leguma bezat toen reeds een kleine vrachtwagen van 3 of 4 ton.
Misschien herkent één van de Retroscoop-lezers het merk ?

1960: Tragisch overlijden van de amper 31 jarige Jacky (1929-1960).


Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Jacky Maertens

De extroverte Jacky was enorm geliefd door het gehele personeel, terwijl de oudere André eerder introvert en gesloten overkwam. André stond er plots alleen voor. Gelukkig studeerde zijn schoonbroer Eric Flamen af als technisch ingenieur en kwam in dienst als productieverantwoordelijke.

1963 of ´64: In die periode werden de uit 1939 daterende magazijnen en een huis van het Werkhuis Excelsior van E. Hessels overgekocht. Het ging om een firma die landnouwmachines produceerde/verkocht, maar failliet ging. Het woonhuis werd een tijdje verhuurd door de familie Maertens, om uiteindelijk afgebroken te worden om plaats te maken voor een parking. (zie rubriek "extra beeldmateriaal" van deze fiche).


Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)

Dat jaar worden ook nieuwe burelen in de Ruddervoordestraat in Zedelgem geopend. Dienst -wederdienst: aangezien Leguma niet afwezig was wanneer een nieuwe pastoor of burgemester ingehuldid werd, waren de twee lokale zwaargewichten op hun beurt aanwezig op de plechtige inhuldiging. Het gebouw werd eerst met kwast en wijwater ingezegend door de pastoor, toen E.H. Vandermarlière. Burgemeester Lievens mocht het lintje doorknippen en een korte speech houden. Ook dat jaar werd een nieuwe vrachtwagen gekocht, de eerste Scania. 


Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
De Scania vrachtwagen werd in 1963 aangekocht, en zou 1 miljoen km. op de teller verzamelen. Net zoals de Mercedes-treintjes in Domein Bokrijk hieronder deee Ford Taunus-bestelwagens van devertegenwoordigers voor Oost- en West-Vlaanderen

 
Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens) 

Meestergast Arsène Maertens ging in datzelfde jaar op pensioen (zie extra beeldmateriaal hieronder)

1968: André Maertens koopt de failliete conservenfabriek La Merveille uit Ledegem op. De infrastructuur uit dit bedrijfje wordt daarop naar Zedelgem overgebracht.

1970: In 1970 kwam Michel Duran, sedert 1965 afgestudeerd als Licentiaat Handels en Financiele Wetenschappen, in dienst als verkoopleider. Hij nam in die hoedanigheid een aantal taken van André Maertens over.

  


Van links naar rechts: Michel Duran, André Maertens en
de "twee Thérèses", Thérèse Flamen, de echtgenote van Maertens
en Thérèse Soubry, de echtgenote van Eric Flamen. 

De verkoop werd vooral uitgebreid naar Duitsland en USA. Op aandringen van Duran bevond de firma vanaf 1971 tijdens de onpare jaren op de Anuga handelsbuers te Koeln, tijdens de pare jaren werd de Sial-beurs in Parijs aangedaan. Alle deelnemende Belgische bedrijven beschikten er over een zelfde oppervlakte, nl. 15 m². Bedoeling van de Anuga-beurs was niet om te verkopen, maar om zich als bedrijf voor te stellen, en kennis te maken met potentiële klanten.

1974: Tot dat jaar brachten de boeren uit de streeks jaarlijks in kolonnen hun oogst aan erwten, om in de vaste erwtendorser te worden verwerkt. Dat jaar echter kwam er een mobiele erwtendorser, die voor Leguma ingezet werd, maar niet van het bedrijf zelf lijkt geweest te zijn. Deze mobiele dorser verwerkte de erwten op de akkers zelf. In de 1980´s kwam er een nog gesofisticeerdere machine.


Tot in de vroege 1970´s brachten de boeren hun erwten naar de fabriek


Collectie Mevr. Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Vier foto´s van de vaste erwtendorser achter de Leguma-fabriek


Collectie Mevr. Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Een indrukwekkende en kleurrijke mobiele erwtendorser van het type
"opraap-dorser" in 1974 aangekocht. Toestel gebouwd door Franck Van Remoortere


Collectie Mevr. Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Mobiele erwtendosser van het tye "plukker-dorser"
aangekocht in 1982, gebouwd door de firma Herbort

1977-´78: In 1978 startte Michel Duran een divisie import op. In 1977 waren daartoe extra loodsen opgetrokken op een aanpalend stuk bouwgrond dat aan de firma Hessels had behoord. Er werd vanaf dan een gamma fruitconserven uit Zuid Afrika en Italie, tomatenproducten, asperges uit Taiwan, champignons,  toegevoegd aan het gamma zelf gerproduceerde blikgroenten. De divisie werd een succesverhaal.  De klassieke importeurs (Charlier, Boost...) uit het Antwerpse zagen het niet graag gebeuren.

1979Kort daarop verliet Eric Flamen de zaak om een eigen zaak “Flaminex” van verkoop van machines voor de conservennijverheid op te starten.

1982: In 1982 kwam de zoon Philippe in de zaak en trok vader André zich meer en meer terug. Philippe, gesteund door zijn moeder Thérèse Flamen, wou starten met de productie van diepvriesgroenten. Het succes van de talrijke Westvlaamse diepvriesbedrijven (Pinguin, Ardo, Westfro, Horafrost, Dicogel, etc) inspireerde hen of stak hen wat de ogen uit en in 1983 werd met de bouw van een nieuw complex gestart. Er werd een totaal nieuwe zaak gebouwd, achteraan de conservenfabriek met geleend geld. Mr André, eerder conservatief, wilde zijn spaarcenten liever niet in dit project steken. De start verliep moeizaam, zowel op het gebied van fabricatie als verkoop. De markt was al ingenomen en de laatste nieuwkomer kreeg het moeilijk.

1985: In oktober 1985 verliet ook Michel Duran Leguma en vervoegde Talpe conserven (Star) in Kortemark als Sales Mannager BeNeLux en Duitsland.  Een nieuwe klap voor het bedrijf.

1989: Het bedrijf geraakte stilaan in moeilijkheden en in november 1989 werd het faillissement aangevraagd. De familie Maertens  zag geen toekomst meer in hun bedrijf en planden het faillissement.

De firma was een NV, de gebouwen en gronden waren eigenlijk privé bezit die verhuurd werden aan de NV en het machinepark verouderd. In feit verloor de familie dan ookj weinig geld, en kon zelfs uit het faillissement de nieuwbouw diepvries voor een appel en een ei terugkopen, bij gebrek aan andere bieders. De zoon Philippe startte in 1990 met Freeze & Store, een nieuwe zaak : diepvries-, koel en droge stockage met aanvullende service staat er op zijn website. Op een fietsuitstap met vrienden op 5 augustus 2009 kwam Philippe Maertens echter tragisch om het leven in Houtave. Zijn echtgenote runt nu de zaak verder.

Productengamma:

NV Maertens was een kleinere speler op de Belgische markt met het accent vooral op het grootverbruik (3 en 5kg blikken) en export. Als zodanig leverde het bedrijf o.a. aan het Belgisch leger (via Mevr. Demeese uit Gent). De wikkels van deze firma leren verder dat er naasten groenten als doperwten en jonge worteltjes ook bv. kervelsoep en appelmoes geproduceerd werd 

Merknamen:

- De blikgroenten en later de diepvriesgroenten werden verkocht onder het merk Leguma, ontleend aan "légumes Maertens". Aanvankelijk werd in feite de naam "La Leguma" gebruikt (zoals La Corbeille), maar op voorstel van Michel Duran werd dit versimpeld tot Leguma.
- Voor discounters werd het merk Bonne Cuisine gebruikt.
- Daarnaast produceerde de firma ook voor de goedkope merken van de grootwarenhuizen, zoals "Witte Producten" (GB), Derby (Delhaize) en vooral voor Aldi Duitsland.
Dit gebeurde samen met Schulte & Tatenhorst, een agent die zich had gespecialiseerd in beide Aldi’s Noord en Zuid. De behoeften van Aldi in groenteconserven waren zo groot en Schulte verkocht dan ook voor verschilllende firma’s: Leguma, Mon Jardin en voor de Franse firma´s La Semeuse en Avril 

Bijzonderheden fabriek:

- Gebouwd langsheen de spoorweg Brugge-Kortrijk. Geocaching schreef in dit verband: "Omstreeks 1900 waren er een twintigtal herbergen (waaronder nog het huidige Breughelhof, waar je hartelijk ontvangen wordt door een jonge cafébaas, Matthias) en woningen. Het station van Zedelgem was een van de actiefste van de streek en dag in dag uit was het een laden en lossen van de wagons: kolen, aardappelen, vlas, stro... Langs de Ruddervoordsestraat in de nabijheid van het station kwamen de eerste werkplaatsen van de landbouw-machinefabriek van Leon Claeys in 1906. In 1923 (sic) de conservenfabriek Leguma van Gustaaf Maertens; in 1929 de gieterijen van Alidor Claeys." (citaat)


De oude autoclaven en de etiketeerafdeling

- Leguma bezat in de 1970´s 6 staande en 1 semi-automatische liggende autoclaaf van FMC St. Niklaas. Deze vervingen de oude standaard autoclaven met grote korven.

- Had een klein labo, maar dat stelde nauwelijks iets voor, zeker in vrglijking met bv. dat van provinciegenoot Talpe

- Beschikte over een Scania camion die pas vervangen werd nadat hij 1 miljoen km. op de teller had. Aangezien het bedrijf zeer tevreden was over het merk werden twee andere, modernere vrachtwagens van dit merk gekocht. Het bedrijf had ook enkele Ford Taunus bestelwagens voor de vertegenwoordiges. Zie extra beeldmateriaal hieronder

Bronnen en verdere literatuur:

- De korte geschiedenis van de firma (sleuteldata) werd grotendeels opgesteld door ex kaderlid Michel Duran en ons toegezonden in een e-mail op 22 okt 2014

- Leguma faillissement kan leiden tot verdere uitverkoop Vlaamse konserven De Tijd 23 dec 1989

- De informatie over Dhr. Flamen is afkomstig uit een e-mail die ons begun december 2013 werd toegezonden door Dhr. Rik Vantyghem, zoon van de stichter van de conservenfabriek "Ste Dorothea" (zie verder)

- Genea.be: fiche Gustaaf Maertens

- Geocaching: Nabij het station van Zedelgem: de spoorweg Brugge-Kortrijk

- VIOE-fiche van de Ruddervoortsestraat

Extra beeldmateriaal:

  
Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Links, de oudste ons bekende foto van Leguma, rechts, een iets recentere.
De luiken voor de vensters zijn verdwenen, de twee rechtse traveeën flink verbouwd

Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
Weer enkele jaren later, niet alleen toenemend verkeer, maar ook uitbreidingen
achter het huis. Op de achtergrond kan men de loods zien, die hieronder andermaal
zijn opwachting maakt, nu in 2014

  
Foto´s Michel Duran
De oude Excelsior fabricatiehal toont sporen van drie ramen boven de poort. Deze gebouwen werden in 1964 door Leguma aangekocht. Onder de nieuwe naam kan men nog sporen van de oude ontdekken. Rechts de nieuwe burelen, gebouwd in 1962

  
Foto´s Michel Duran
Boven: (1) Nieuwe burelen uit 1962-63 (2) en (3) voormalige magazijnen Excelsior landbouwmachines (4) woonhuis Excelsior afgebroken ten gunste van parkeer-mogelijkheid (5) Station Zedelgem (lijn Oostende Brugge Kortrijk) (6) Woonhuis
Hessels (7) Magazijn voor stockage blikken en (8) de zogenaamde “keuken” van de fabricage met de vulmachines en staande autoclaven


Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)
De nieuwe los- en laadkaaien


Collectie Marie Thérèse Flamen (Mevr. André Maertens)


Collectie Roland Verhaeghe
personeelsfeest 1963. Meestergast Arsène Maertens gaat op pensioen

van L naar R: Mevrouw André Maertens ( Marie-Thérèse Flamen),
André Maertens, Arséne Maertens en zijn echtgenote
, Eric Flamen


Bedrijfsfeest n.a.v. de 60ste verjaardag van de firma in
Feestzaal De Otter te Zedelgem, 1982

 
(1) Véronique Maertens (2) Philippe Maertens (3) Mevrouw André Maertens 
(Marie-Thérèse Flamen) (4) André Maertens (5) Carine Maertens 
(6) Christophe Maertens (7) Mevrouw Michel Duran (Willy-Anne Dhaene) 
2 de rij: Michel Duran (juist achter zijn echtgenote)


Minivoetbalploegje van Leguma, hoewel de eigenaar van de firma geen geld wou steken in een eigen outfit. Meteen zien we ook verschillende kaderleden van de kleine firma. Van links naar rechts Danny Sap (administratie & facturatie) Daniel Buffel (boekhouding, oom van Thomas Buffel van Genk), Michel Duran, Roland Verhaeghe (verzending – etikettering, gehuwd met Marleen en trainer van Ruddervoorde)

  


Boven: "La Leguma"-wikkel uit de vroege 1970´s
Onder: "Bonne Cuisine" was bestemd voor de markt van discounters

 

La Merveille (Ledegem)


Foto´s met dank aan dhr. Michel Duran

Adres: Sint-Eloois-Winkelstraat 73-75

Oprichtingsjaar: 1907

Bestond tot: 1968

Oprichters: Jean Soete senior (+ 1912)

Directie- en kaderleden:

-   De beheerder was een zekere Gentil Copeleu (1895-1972), later opgevolgd door zijn zoon Roger Copeleu (1926-1982)
-   Jean Soete (junior) werd in 1953 vermeld als de vertegenwoordiger van het bedrijf in de Groupement des Fabricants

Sleuteldata:

-   1907: De kroniek van La Merveille begint met twee tragische gebeurtenissen. Stichter Jean Soete verloor veel te jong zijn echtgenote, die de prozaïsche naam Pharailde Pype had gedragen. De weduwenaar vestigde zich daarop met zijn zoon Roger en zijn drie dochters (Avila, Augusta en Godelieve) in Ledegem, waar hij in 1907 met zijn conservenfabriekje begon. 

-   1912: amper 5 jaar later sloeg het noodlot weer toe, toen Jean Soete (senior) het leven liet bij een ongeval met zijn paard en koets. (Zonderling genoeg gebeurde dit ongeluk in een Ledegems gehucht met de naam "Het Peerdeke", gelegen langs de weg Roeselare-Menen) De kleine fabriek werd de volgende jaren naar alle waarschijnlijkheid gerund door 2, mogelijk meer kinderen van de stichter.

-   1923: Het lijkt vooral dochter Avila (°1887) te zijn geweest die een cruciale rol heeft gespeeld. In 1923 trouwde ze met Gentil Copeleu (1895-1972), en het echtpaar lijkt een sleutelrol te hebben gespeeld in het familiebedrijfje. Ook hun twee kinderen -Georgette en Roger Copeleu- alsook de echtgenote van deze laatste, Mariette Cardoen versterkten de rangen.

De "Indicateur" die we als centrale leidraad hebben gebruikt in dit artikel over de concurrenten van Marie Thumas vermeldt eveneens een "Jean Soete" in de 1950´s. Het moet naar alle waarschijnlijkheid gaan om de zoon van Georges Soete, die zijn zoon vernoemde naar de stichter van het bedrijf. Dit laat dus vermoeden dat naast Avila ook George in La Merveille werkzaam was. Of ook Augusta en Godelieve in het bedrijf van hun vader gestapt zijn is voorlopig niet geweten.

-   1928-´29: Het bakstenen fabrieksgebouw zou uit deze periode dateren (VIOE-fiche)

-   Voor WO 2: het productengamma bestond uit de klassiekers erwten, bonen, selder, spinazie, schorseneren en wortelen.

-   WO 2: Tijdens de oorlogsjaren werd er ook haring ingelegd, op vraag van de zus van Avila  Soete (Augusta of Godelieve) omdat dit in Oostende niet langer mogelijk was. De Duitse bezetter had immers belangrijke delen van de Kuststad tot Spergebiet uitgeroepen.

-   Tweede helft 1960´s: koopt (o.a. ?) erwten bij sectorgenoot Ste Dorothea (zie veder), om ze vervolgens met eigen wikkels te verhandelen (mogelijk onder de naam "La Meilleure", dit moet nog worden uitgeklaard)

-   1968: De firma stopt ermee. De infrastructuur werd opgekocht door Gustaaf Maertens van Leguma uit Zedelgem, die deze in zijn fabriek in Zedelgem liet overbrengen. Het definitieve einde van La Merveille was hiermee een feit.

Productengamma:

-   erwtjes, bonen, wortelen, spinazie, schorseneren, selder...

Bijzonderheden fabriek:

-   In de omgeving van Ledegem sprak niemand van La Merveille maar werd deze fabriek naar verluidt met de term "het boontjeskot" aangeduid

-   Complex bestaande uit twee burgerhuizen en rechts een aanpalende fabriek

-   Bakstenen fabrieksgebouw onder zaagdak, dat zou dateren uit de periode 1928-1930. Boven een soort schuifpoort was een puilijst, waarop nog lang een vervaagd opschrift "Conservenfabriek La Merveille" leesbaar was. Vanop de straat kon men ook een ronde, geringde schoorsteen zien, die achteraan was opgetrokken.

-   Leverde o.a. aan Sarma

-   Afgebroken en vervangen door een 40-tal sociale woningen

Bronnen en verdere literatuur:

-   VIOE-fiche van de Merveille-fabriek

-   Oud-Ledegem (Torhout, Davidsfonds Ledegem, 1987). Verzameling oude prentbriefkaarten met korte commentaar, z.p. 

-    Over de Copeleu´s en de opstartfase van La Merveille: e-mail van Willy Vanneste, voormalig KBC directeur Ledegem aan Michel Duran dec 2014.Dhr. Vanneste stond zelf in dat verband in contact met de heemkundekring van Ledegem.

Extra beeldmateriaal:

 
Collectie Sophie Vandenbroucke
Met dank aan Aline Verbeeck, Erfgoedcel Terf, Roeselare
 

N.V. Optima (Rumbeke)
(thans deelgemeente van Roeselare)


Fotograaf onbekend / Stadsarchief Roeselare

Adres: Stationsstraat

Oprichtingsjaar: 1923

Bestond tot:

Oprichters: Onder de oprichters was o.a. (!) Joseph Delbaere (1887-1972), Vlaams auteur, gemeenteontvanger, verbonden aan de voorloper van het OCMW, heemkundige en ook betrokken bij de bouw van sociale woningen ("Eigen Heerd"), die bewust niet in een wijk, maar verspreid over heel het grondgebied van Rumbeke.

Directie- en kaderleden:

-   Theo Van de Loock (zelfde familie had later ook een bedrijf voor het reinigen van vensters) 

Sleuteldata:

-   WO 2: Luchtfoto van omgeving toont aan dat de fabriek blijkbaar als ziekenhuis gebruikt werd: op het dak is een zeer goed zichtbaar rood kruis te zien

-   Leverancier van de Welvaart-winkels uit Antwerpen

-   in 1970’s blijkbaar stopgezet, want dan is er sprake van een meubelwarenhuis, ’t Casteelken genaamd (verwijzend naar oud baljuwhuis)

Productengamma:

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   Opgericht op de terreinen van een voormalige brouwerij en kolendepot, zowat op het dorpsplein van Rumbeke

-   Oud gebouw: 6 bouwlagen

-   Nieuw gebouw in twee fasen gebouwd tussen 1930-35 n.o.v. J. De Bruycker Het oud deel van de fabriek werd geïntegreerd in het modernere deel zie foto’s

Bronnen en verdere literatuur:

Rumbeke VIOE-fiche

Extra beeldmateriaal:

 

Star a.k.a. Aurora (Kortemark): Zie verder: Talpe (Kortemark)

SteSte Dorothea (Egem-Pittem)
Zie ook: Union des Flandres


Collectie E. Vandecaveye (+) met dank aan mevr.
Marie-Louise Vandecaveye, dhr. Rik Vantyghem en dhr. Paul Lambrecht (Schepen)
 

Adres: Kolonel Naessensstraat 7 Dit was een voormalige Rijkswachtkazerne die op gegeven moment te koop stond, en door de oprichter werd aangekocht om er de firma in onder te brengen

Oprichtingsjaar: 1926

Bestond tot: 1976,  kort na het overlijden in 1975 van Dhr. Sylvain Vantyghem

Oprichters: Camiel Sylvain Vantyghem, onder de vorm van een S.V. (samenwerkende genootschap). (De oprichter verkoos zijn tweede naam) Ook een boer / gebuur (Honoré Dejonghe?) stapte mee in het St Dorothea-bedrijfsverhaal.

Vantyghem kreeg ook raadgevingen van de familie Breemeersch, stichters van de conservenfabriek La Couronne uit Wingene, o.a. tips met betrekking tot export naar Schotland. Een andere raadgever was een zekere Gustaaf Dejonghe, die in "La Flandre" gewerkt had, de groenteconservenfabriek te Egemkapelle.

Zoon Rik Vantyghem schreef ons in verband met zijn vader, oprichter van Ste Dorothea

"(hij) heeft tot zijn dood naarstig gewerkt in zijn bedrijf, maar nooit gemoderniseerd zoals het moest".

Toen er later dan toch bijkomende machines werden aangekocht was het eigenlijk al te laat.

Directie- en kaderleden:

Stichter Sylvain Vantyghem had 6 kinderen, waarvan er 3 in het conservenbedrijfje werkzaam waren.

-   Marc Vantyghem: De oudste zoon (...) 
studeerde af als  lic. Economische Wetenschappen in Gent. Omstreeks 1961 (mogelijk 1960 of ´62) produceerde hij een thesis over de groenteverwerkende bedrijven in België, waarin hij dus (ook) de conservenindustrie onder de loep nam. Zijn jongere broer Rik schreef over hem: “Hij was altijd een bekwame, intelligente raadgever en was als bestuurder aangeduid in de firma, na de dood van papa..“ Wel was zijn wil ook wet, ook al werd zijn visie niet altijd door andere familieleden gedeeld. De man was verder bijzonder pro-Europese eenmaking, al is het de vraag of hij had voorzien hoe die ééngemaakte Europese markt de Belgische conservenindustrie ernstig op haar grondvesten zou doen daveren. Hij overleed op relatief jonge leeftijd in 1990
-   Rik Vantyghem:  (o.a. productie van bouillon)
-  
Irene Vantyghem: Administratie

Sleuteldata:

1926: oprichtingsjaar. De firma gaat vrij snel op zoek naar buitenlandse markten

WO2: tijdens de oorlog werden ook uit de schulp gebroken eieren, hazenpaté, kippelvlees enz. ingemaakt

Productengamma:

- In mei werd er gestart met het inblikken van spinazie, daarna erwten , bonen en princessebonen, wortels, selder, groentemacedoine, schorseneren, flageolets of erwten met wortelen.

- Bij een lage prijs van tomaten werden er ook tomaten opgelegd.

- Soms werden tussendoor ook pruimen in 2 liter blikken verwerkt. (dit was zoals 2 éénliterdozen opeen gestapeld.)

- Zoals in het beeldmateriaal te zien produceerde de firma op gegeven moment ook groentesoep.

Merknamen:

-   "Ste Dorothea": Rik Vantyghem schreef ons in dit verband: "in het binnenland was dit merk heel gegeerd bij de kenners van fijne groenten en kwaliteit. Men vroeg in de winkels naar “dat madammeke” en ook de hoteliers aan de kust waren vaste klienten.  (…) ons merk werd zeer geprezen door de fijne en verzorgde kwaliteit. Zo hadden we etiketten met de vermelding : sur-extra fijne erwten, extra fijne princessebonen extra fijne worteltjes. Zeer geëerd aan de kust in de restaurants en hotels. Dit waren de fijnste groenten op de markt. Die erwten waren prachtig om een hors d’œuvre mee te versieren en ook die fijne boontjes en worteltjes (als stopnaaldekes) .De rest was voor ons massaprodukt voor de witte produkteen van GB of export Duitsland." Oorspronkelijk werden de gewone Ste Dorothea-wikkels met Franse en Nederlandse omschrijvingen gebruikt, tot besloten werd om gelijkaardige wikkels met Duitstalige teksten te gebruiken.

-    "Dory": Bouillon (1970´s)

-   "St Hubert" merknaam bedacht door Alfons Vandeputte, een zakenman uit Antwerpen, die groente-conserven aankocht, maar er dus zijn eigen (niet zo decoratieve) wikkels op liet aanbrengen

-   "Flanders´ Beauties" en "Bright Cheer" waren merknamen voor de Engelse markt, meer bepaald voor een opkoper uit Londen. Deze merken waren erg gegeerd bij kenners. De Engelse markt was zeer kieskeurig voor wat kwaliteit betrof

-   "Dorothy": Voor de Schotse markt (Glasgow) en later Italië

-   "Vanda": merknaam bedacht door Alfons Vandeputte, een zakenman uit Antwerpen, die groente-conserven aankocht, maar er dus zijn eigen (niet zo decoratieve) wikkels op liet aanbrengen

 Bijzonderheden fabriek:

-   De naam van deze conservenfabriek verwijst naar de patroonheilige van de groenten. Het bedrijf was gevestigd in een vroegere Rijkswachtkazerne, die in 2001 werd afgebroken

Aantal werknemers

Gemiddeld een 12-tal arbeiders, een aantal dat tot 25 kon oplopen tijdens het hoogseizoen (inclusief studenten), maar ook tot 2 kon terugvallen in de wintermaanden

Gebruikte groenten

Rik Vantyghem, de zoon van stichter Sylvain Vantyghem schreef ons m.b.t. de groenten die in de firma gebruikt werden; " De meeste groenten werden gekweekt door plaatselijke boeren of mensen die een bijverdienste erin zagen en de laatste jaren van onze productie werden we meer afhankelijk van groothandelaars uit de streek. Onze specialiteit : de fijnste groenten sur extra fijne erwten, extra fijne boontjes, extra fijne worteltjes gegeerd door restaurants en hotels aan de kust voor hors d’œuvre. De fijnste bonen werden in de omtrek rondgedeeld naar mensen die een bijverdienste wensten en die deze per kg topten. Iedere dag reden we met deze bonen rond en haalden (ze afgetopt) terug op. We hadden een speciale machine om die bonen te triëren."

Activiteitenkalender

Hierover schreef Dhr. Vantyghem ons: 

- "Groentenopleg startte met spinazie, erwten, erwten en wortelen, princessebonen (Widosa soort, minder vatbaar voor blauwziekte), selder, schorseneren, flageolets bonen, groentemacedoines tot einde van het jaar. In de wintermaanden werd het machinepark nagezien en de meeste  bestellingen dan voorbereid voor verzendingen. Tussen de seizoenen door legden we ook tomaten op , bij gunstige prijzen op de markt en ook pruimen in 2Liter dozen Dit zijn zogezegd  literdozen op elkaar. Ook hadden we een machine om dozen te herbruiken. Mijn pa kocht de dozen terug op en deed er maakte er nieuwe dozen van." en:
-  "D
e productie begon in Mei en we stopten de activiteiten gewoonlijk een week voor Kerstmis. In de wintermaanden tot mei waren er 2 personen constant in het bedrijf om de machines te repareren, bestellingen klaar te maken. Maar soms hervatten we ook  de werkzaamheden voor een paar weken in Januari, indien nodig."
-   Begon in 1970 ook met de productie van bouillonpasta onder de naam "Dory":  Rik Vantyghem herinnert zich in dit verband:
Inderdaad ben ik begonnen in 1970 denk ik met soeppasta te bereiden in dozen van 5kg , 1 kg en 300gr. (…) Dat was heel winstgevend, maar geen heel grote productie. (…) Dit product werd meestal verkocht op jaarbeurzen die ik zelf deed (geholpen door) welbespraakte vrouwen."

Verpakkingsmateriaal

-  Ook daarover wist Dhr. Rik Vantyghem meer te vertellen: "onze blikken werden vervaardigd door blikslagerij  André Declerck uit Brugge, de leverancier van de (meeste) West-Vlaamse bedrijven. (Onze kartonnen verpakkingen kwamen van) Catala, Pacapim."

Machinepark:

in haar bestaan beschikte de fabriek ondermeer over

- drie autoclaven. Ze beschikte over nog 5 andere exemplaren in reserve, bedoeld om de productie op te drijven. Zo ver zou het evenwel nooit komen, de 5 extra toestellen werden nooit in gebruik genomen op de site van Ste Dorothea

- een grote en een kleine erwtendorsmachine. De kleine was reeds voor de oorlog in het bezit van het bedrijf. De frima Talpe restaureerde ze helemaal, en wou ze op gegeven moment ook overkopen. In 1980, zo´n 4 jaar na de stillegging van de productie door Ste Dorothea kocht Talpe uiteindelijk de grote erwtendorsmachine op. De kleinere, naar verluidt een mooi museumstuk eindigde wellicht als oud ijzer...  
- een machine om de bonen te triëren
- autoclaven
- een oude sluitmachine. 
- een etiketteermachine afkomstig van een producent van visconserven  
uit Oostende (mogelijk "Ostendia" ? Arvebo ?), die er in 1965 mee stopte wegens ouderdom van de oprichters.

Transport

- Op onze vraag met betrekking tot de transportmiddelen van de firma deelde Dhr. Vantyghem ons het volgende mee:

"We hadden één bestelwagen, om kleine bestellingen thuis te voeren, ook om de extra fijne boontjes te laten toppen moesten we die aan huis brengen bij oudere mensen. (...) het grote vervoer werd gedaan door een transportfirma die naast ons bedrijf gevestigd was."


Technische fiche van de Gutbrot bestelwagen


Afbeelding uit de reclamefolder


Foto "Magirus 1"

De bestelwagen in kwestie was eentje van het weinig bekende Duitse merk Gutbrot, goed voor het transport van zo´n 800 kg nuttige lading. Deze camionette, een "Atlas 800" was oorspronkelijk versierd met het vrouwenfiguurtje dat men ook op de wikkels terugvindt, en Ste. Dorothea moet voorstellen. Na een gemiste bocht in 1958 belandde het wagentje evenwel recht in een huis. Na dit incident werd de Gutbrot heropgespoten in een volledig beige livrei, met uitzondering van een bruin dak. De Gutbrot werd later opgevolgd door VW´s en Ford-camionettes.

Opleiding van het personeel

De verschillende productiefasen in het bedrijf waren de volgende:

1)      Voorbereiding en wassen van groenten
2)      Koken of blancheren
3)      Vullen van dozen
4)      Sluiten van dozen, steriliseren
5)      Opstapelen en etiketteren.

Enkel de mensen die zich met fase 4 bezig hielden volgden een opleiding buiten de firma, de anderen werden ter plaatse opgeleid. Dhr. Vantyghem merkte in dit verband op:

"Een opleiding was wel vereist voor de sluitmachines. De sluiting moet heel correct gebeuren en de machines moesten juist ingesteld worden. Een technieker werd naar de blikslagerij Declerck in Brugge (vroegere voorzitter van club Brugge) gestuurd om een opleiding te volgen, (ook) om alle sluitmachines te (kunnen) onderhouden."

Klantenbestand

Ook hierover wist dhr. Vantyghem ons meer informatie te verschaffen:

"We leverden (…) veel (aan) scholen, klinieken en grote restaurants.Ook deden we aan particulier verkoop"

- Het voortbestaan van het bedrijf hing in belangrijke af van export. De voornaamste exportlanden waren GB, Italië en Duitsland
- Verkocht ook erwten aan sectorgenoot La Merveille, wellicht enkel in de laatste jaren van het bestaan van deze firma (ca. 1965-1968). Een andere klant die iets dergelijks deed was Degroote uit Brugge. Deze familie had een winkel in de West-Vlaamse hoofdstad, en produceerde zelf in een klein fabriekje zurkel en confituren. Ook Degroote kocht dus erwten bij Ste Dorothea aan, om deze vervolgens met eigen wikkels te commercialiseren

Het einde van het bedrijf

Over het einde van Ste Dorothea schreef  Mr. Vantyghem ons het volgende:
- "De grote oorzaak van onze stopzetting was de daling van de marktprijzen, met als leider Bonduelle die onder de kostprijs verkocht. (…) Ons cliënteel was gemaakt, maar verdween door die scherpe prijzen van andere bedrijven. (…) De Engelse markt werd onhaalbaar door 2 devaluaties op korte termijn en de Duitse kopers (Metro , Kaufhaus) kwamen in het begin van het jaar (…) contracten (afsluiten). Maar de laatste jaren was er geen prijsofferte meer mogelijk. Zij bepaalden onze verkoopprijs. .En zo was het nog onmogelijk om nog winsten te maken op onze productie. Met de productie van de selder was er nog  veel manueel werk en  deze opleg was dan ook meer renderend. Ook was het moeilijk om werkkrachten te vinden. Vrouwen gingen liever naaien, dan altijd in water te staan bij ons. (Ze) werden aangeschreven door Bekaert, Siemens; Renault, (werden) thuis afgehaald, (hun kledij werd) gewassen en hun loon was hoger, (gecombineerd met) nog betere verlofvoorwaarden (…) Toen ik in het bedrijf kwam, hebben we veel machines aangeschaft (om het personeelstekort op te vangen), maar het was al te laat."

- Daarnaast was de familie ook niet eensgezind over de te volgen lijn, hetgeen de relatief kleine speler evenmin goed heeft gedaan, ook al was het einde ervan veeleer een gevolg van een zich zeer sterk wijzigende markt, van  de opkomst van zeer machtige nieuwe spelers zoals het Franse Bonduelle enerzijds, en van onstuitbare verschuivingen op het vlak van het verbruik van meer diepvriesgroenten ten koste van groenteconserven bij de bevolking. 

- De leegstaande fabrieksgebouwen werden op zeker moment (1980´s) door de gemeente onbewoonbaar verklaard. Een lokale ondernemer wou een parking op het bedrijfsterrein aanleggen, maar een juridische procedure voor de Raad van State verhinderde deze gang van zaken. Omstreeks 2001 werd de voormalige rijkswachtkazerne van Egem-Pittem dan toch afgebroken.

Varia (cijfergegevens enz.):

Bronnen en verdere literatuur:

-   Gemeente Egem (Pittem) VIOE Fiche 

Extra beeldmateriaal:


Collectie Retroscoop
Hoewel bestemd voor de Britse markt werden de namen van de groenten op de Dorothy en Bright Cheer-blikjes vreemd genoeg in het Frans of in het Nederlands vermeld, niet in Engels. Op deze van "Flander´s Beauties" (sic) werd dit commerciële euvel dan weer rechtgezet


Etiketten bestemd voor een Antwerpse opkoper
 

Talpe / Aurora - Star (Kortemark)


Bron: Focus-WTV artikel (Met toestemming)

Collectie Michel Duran
Rondleiding fabriek

1. oude magazijnen, waar blikken (ongeetiketterd) en getetiketteerde stock stond
2. uitbreiding magazijn (in gebruik genomen op 75ste verjaardag)
3. blikslagerij
4 6 7 "keuken" : waar vulmachines stonden
5 liggende autoclaven en de torenautoclaaf
8 voorbereiding groenten (wassen – triëren erwten - pellen wortelen schorseneren, etc)
9 diepvries productie en kleine stockage (grote stockage diepvries op zone Noord niet op foto)
10 Waterbekke

niet op de foto) bevond zich nog een diepvries stockage plaats in de "zone Noord". Deze diepvriesstockage wordt op vandaag nog gebruikt door Dujardin Foods en er worden daar bereide schotels gemaakt.

Van het afgebeelde schiet vandaag de dag enkel nog (1) en (2) over, de rest werd afgebroken 

Adres: Amersveldstraat

Oprichtingsjaar: 1907

Bestond tot:

Oprichters:

-  Aimé Talpe (1880-1964) (Zijn broer Honoré (1867-1949) was een chicoreiproducent in Roeselare, die dank zij zijn reeksen van kleurige chromo’s heel wat bekendheid verwierf. In 1950 werd de zaak overgenomen door de zonen André en Joseph.

-   Aimé Talpe’s kleindochter Margriet Talpe was één van de oprichtsters van E 5 Mode)

-   De familie Talpe woonde geruimde tijd in de Kortemarkse Stationsstraat, het herenhuis Aurora genaamd. (gebouwd in 1889 voor de brouwersfamilie Bonte-Rommelaere). De gemeente Kortemark kocht enkele jaren geleden dit huis op, en bracht er het Gemeentehuis in onder.


Collectie Karel Meertens
wijlen Joseph Talpe

-     2 zonen namen de zaak van hun vader over , Joseph (1921-2002) en André (1923-1971). Een ruzie bracht hen naar de justitie. André Talpe is op een dag op de trappen van het Justitiepaleis van Leuven overleden. Onder Joseph kende het bedrijf een enorme groei.

-    Aanvankelijk was het de bedoeling dat zoon Peter de zaak zou overnemen. De Bonduelle-saga besliste daar anders over... Hij runt nu de succesvolle chocolaterie Albert I

Directie- en kaderleden: (situatie 1980´s) 

- CEO: Joseph Talpe
-
Algemeen Directeur: Dirk Decoster
-
Directeur Fabricatie: Boudewijn "Boddy" Talpe
-
Techniek: Joseph jr Talpe
-
Algemeen verkoop Directeur: Walter Leveugele (Planning & Budgetten)
-
Verkoop Frankrijk en UK: Peter Talpe
-
Verkoop Benelux en Duitsland: Michel Duran (1985-1988) Zijn functie combineerde die van zijn voorgangers Mr. Delanghe (Star België) en Walter Leveugele (Star Nederland Luxemburg en Duitsland)
- Verkoop Nederland: Karel Meertens jr. (Star en private labels, diepvries) de firma Meertens vertegenwoordigde als zelfstandige firma Talpe in Nederland. Meertens was actief van 1974 tot 1988 voor Talpe en van 1988 tot 1989 voor Nieuwe Talpe (Talpe + Marie Thumas > Bonduelle). Vanaf dan ging Meertens jr. over naar het Franse merk Peny, maar dit valt buiten het bestek van dit artikel.
(zie ook Culina, Thorembais en Picolo Van de Poel te Stabroek voor Karel Meertens sr.)
-
Verkoop overzeese gebieden en marketing Star: Katrien Bousson (ze is de echtgenote van zoon Peter Talpe, en is thans country manager bij Campina)
-
Key Account Star: Pol Broos en later Lucien Demoor
-
Verkoopkantoor Duitsland Talpe Gmbh in Hennef: Harry Heinz

-   Robert De Meulemeester Amerikalei 82 8530 Harelbeke was 10 jaar vertegenwoordiger voor Star Talpe. Verzamelt wikkels
-   Urbain Cremery van de "Agrodienst" was belast met het opstellen van contracten met landbouwers uit de omgeving. Conservenfabriek Talpe / Star had geen eigen tuinbouwareaal.

Personeel:

-   In de vroege 1980´s: tijdens het hoogseizoen om en bij de 550 mensen

Sleuteldata:

-   1907: Opgericht als Aurora, maar later herdoopt in Star.

-   WO 1-1926: De fabriek werd volledig verwoest tijdendµs de Eerste Wereldoorlog. (Het front lag op amper 14 km) Het duurde tot omstreeks 1926-´27 eer alles heropgebouwd was. In de naoorlogse periode volgde een kleine bloeiperiode. De relatief dure groenteconserven werden aanvankelijk voornamelijk naar Engeland geëxporteerd.

-   1936: In gebruikname van een eigen blikslagerij

-   WO 2: verloor de Britse markt ten gevolge van de oorlogssituatie, een zeer belangrijke afzetmarkt voor het bedrijf. Ook de eerste jaren na W0 2 diende doorgebeten te worden, het waren magere jaren. Eén van de redenen hiervoor was het Marshall-plan. Om de populariteit van communistische partijen een halt toe te roepen overspoelde de VS West-Europa toen met tonnen goedkope hulpgoederen waaronder groenteconserven overspoelde.

-   1950: Aimé Talpe wordt opgevolgd door zijn twee zonen André en Joseph

-   1960´s: Bloeiperiode, die nog mooier had kunnen zijn, mochten sommige vbbuurlanden geen protectionistische maatregelen hebben genomen. Daar waar Franse bedrijven wel naar België mochten exporteren, werd een omgekeerde handelsstroom bemoeilijkt. In Duitsland was er dan weer de "Berliner Einlagerung." Daarbij werden in de Duitse hoofdstad stocks van levensmiddelen aangelegd met het oog op een nieuwe Russische blokkade. Deze stocks mochten alleen door Duitse bedrijven geleverd worden. Om de twee drie jaar was er dan de "Auslagerung", waarbij deze stocks terug op de markt gegooid werden aan dumpingprijzen. Deze werden dan vooral opgekocht door de opkomende discounters.

-  1970’s: In de tweede helft van de 1970’s groeide Talpe uit tot de 2°de  belangrijkste in de sector. Door te weigeren om het plan voorgesteld door Coopers & Lybrand (zie Deel 2: Marie Thumas) goed te keuren, kwam er dan toch geen eengemaakte Belgische firma dat onder de merknaam Marie Thumas groenteconserven commercialiseerde. Er was teveel onenigheid over wie CEO van zo´n nieuwe MT zou worden, over wie welk deel van de markt toegewezen zou krijgen enz.

-   Eind 1970´s: na failliet van Marie Thuma was concurrent Star Talpe uit West-Vlaanderen er als de kippen bij om het systeem van Artis-punten van deze firma over te kunnen nemen. Artis was in die tijd bijzonder geliefd bij verzamelaars van chromo´s en albums. Al dan niet Artis-punten op de wikkel dragen maakte dan ook een zeer belangrijk verschil in de verkoopcijfers. De politiek van Artis was dat het slechts met één bedrijf per bedrijfssector een commerciële link aanging. Aanvankelijk was dat dus Marie Thumas. De Franse overnemer Bonduelle kende blijkbaar het promotiesysteem niet, en toonde zich niet meer geïnteresseerd. De negatieve impact op de verkoopcijfers van Marie Thumas was alles behalve gering, in die mate dat de Fransen zich die keuze achteraf beklaagd hebben. Bij Talpe kende men de waarde van die punten maar al te goed, en stond men dus te popelen om het te kunnen overnemen. Artis toonde zich echter geen gemakkelijke potentiële bruid, en wou haar huid duur verkopen. Aangezien Marie Thumas zowel groenteconserven in blik als in glas verkocht, maar Talpe alleen in blik, deed Artis moeilijk. Bij Talpe had men echter al vlug een overeenkomst met ReNa -dat uitsluitend groenten in glas verkocht- weten af te sluiten. ReNa bekwam daarbij dat Talpe schriftelijk beloofde nooit groenten in glas op de markt te zullen brengen.

-   1980: poging om het noodlijdende Marie Thumas over te kopen mislukte. Mocht Talpe zijn slag hebben thuisgehaald was het niet de bedoeling om de fabriek in Mechelen open te houden. De infrastructuur aldaar was naar verluidt te verouderd. Bedoeling was dus eerder de klantenportefeuille over te nemen, en dus voor extra productie in West Vlaanderen te zorgen. Dit scenario ging evenwel niet door, toen de groep Degeest (La Corbeille) voor Bonduelle koos.

-   1982: Talpe produceert 70 000 t conservengroenten per jaar. 65 % daarvan was bestemd voor de export. Het West-Vlaamse bedrijf was daarme goed voor ongeveer 1/3de van de Belgische export in dit segment.

In het jaar dat de 75ste verjaardag van het bedrijf gevierd werd, investeerde de firma 160 miljoen Bfr (4 miljoen Euro) in het segment "diepvriesgroenten". Het magazijn werd uitgebreidt tot 80 000 m², er kwamen (extra ?) laadperrons, nieuwe diepvriesinstallaties...

-   1988: Talpe wordt zelf opgekocht door Bonduelle: produceerde toen 70 000 t conserven en 20 000 t diepvriesgroenten. Aanvankelijk gebeurde dit in een 50/50% overeenkomst, maar toen alle boekhoudkundige operaties afgerond waren werd besloten tot de volledige doorverkoop aan het Franse bedrijf.

-   1998: Het produceren van conserven onder Bonduelle duurde nog tot omstreeks 1998.

-   2001: Verkoop van de Afdeling diepvriesgroenten aan Unifrost in 2001
Bonduelle houdt tot op de dag van vandaag een 40-tal mensen in dienst in een logistieke afdeling te Kortemark, hieronder te zien. Het gaat om de
opslag- en distributieplaats voor Bonduelle Noord Europa: Benelux, UK en de Scandinavische landen.


Foto Michel Duran, 2014

In 2013 zijn de gebouwen van Talpe verdwenen. Op de vrijgekomen terreinen zullen huizen gebouwwd worden. De nieuwe straten die daarbij worden aangelegd verwijzen naar het historisch verleden van de plek: zo komt er naast een Talpestraat ook een Conservenstraat, een Fabrieksstraat en een groentestraat. Alleen de Autoclaafstraat ontbreekt dus nog... (zie bronnen)

Productengamma:

- Geen informatie omtrent het vooroorlogs gamma.
- In de 1980´s omvatte het gamma o.a. Bonen in tomatensaus, doperwten, wortelen, groentemacedoine, diepvriesspinazie...

Merknamen: Aanvankelijk Aurora, later Star, Talpe, twee B-merken die regionaal soms in feite de status van een A-merk hadden. Daarnaast lanceerde het bedrijf ook de C merken voor discounters Pit´s en Abeille. Dit waren aanvankelijk schuilmerken waarmee het bedrijf sancties van belangrijke aankopers van de B-merken trachtte te ontlopen. 

Star was bestemd voor de Belgische markt. Als zodanig, goed voor 10 % van het totale productievolume. Bovendien kwam daar nog eens 25 % van het totale productievolume bij, dat bestemd was voor private labels van klanten. 

Het merk Star zou uiteindelijk Marie Thumas overleven. Bonduelle schafte de naam Marie Thumas af in 2002.2003, terwijl Star nog tot in 2012 in ons land gecommercialiseerd werd. 

In de 1970´s waren er drie A-merken: Marie Thumas, Star en ReNa. Marie -Thumas verkocht zowel groenteconserven als groenten in glas, en had hierme in België een marktaandeel van 20 %., terwijl Star goed was voor een marktaandeel van 12 %.

Daar waar Marie Thumas verschillende F1 klanten had, had Star enkel Delhaize. Het West-Vlaamse merk was dan wel weer marktleider bij de F2-winkels, zoals de Unic, Nopri, Spar, Alvo, Samgo. Nadat Marie Thumas door Bonduelle was overgekocht, en de merknaam uiteindelijk verdween om plaats te maken voor die van Bonduelle, wist Star tijdelijk meer te verkopen aan bijkomende F 1 winkels zoals aan de GB. Wel werd er dus in deze winkels verkocht onder private wikkels (GB, Nopri, Unic, Delhaize, Colruyt...) 

Talpe: bestemd voor export, goed dus voor 65 % van het totale productie-volume van het bedrijf. Er werd geëxporteerd naar Nederland, Frankrijk, Duitsland, GB en andere overzeese gebieden.

Gedurende een hele periode werd de merknaam "Star" gebruikt. Tijdens een voorlopig niet nader gespecificeerd productiejaar werd volgens 1 bron  blijkbaar met vervuild water gewerkt. Of dit tot zieke gebruikers heeft geleid is onduidelijk, maar vanaf dan zag de firma zich alleszins vooral op de Duitse markt verplicht om de naam "Star" te vervangen door de naam "Talpe" verder te zetten. De juistheid van de informatie over de vervuiling wordt nog nagetrokken.

Aanvankelijk werd ook in Italië de naam Star gebruikt, tot er klachten kwamen van een Italiaanse firma met dezelfde naam. Hierop werd ook hier overgeschakeld op de naam Talpe. Ook niet 100 % een gelukkige keuze, want in de laars van Europa betekent "talpe", meervoudsvorm van talpa zoiets als "mollen".

De merknaam Pits -gebruikt voor discounters- was dan weer wat idioot in Denemarken. In dat kleine landje verwijst het woord naar de "edele delen" van de man. Ten slotte bracht het West Vlaamse bedrijf op gegeven moment ook nog conserven onder de merknaam l´Abeille op de markt. (Voorheen gebruikt door de gelijknamige firma in Itegem (Prov. Antwerpen, zie aldaar) 

Bijzonderheden fabriek:

- Kocht in 1980 de grote erwtendorsmachine van sectorgenoot Ste Dorothea af (zie verder). Deze conservenfabriek uit Egem had er in 1976 de brui aan gegeven

- De firma bezat alvast in de 1980´s geen eigen vracht- of bestelwagens, het transport werd verzekerd door expditeurs

- Had een goed uitgerust labo, waar 2-3 personeelsleden in werkten

Varia: (cijfergegevens etc.):

Procentueel aandeel van de totale productie
van groenteconserven: Talpe

1960    9,80
1965    13,46
1970    13,23
1971    14,30
1972    16,76
1973    15,64
1974    16,56
1975    18,99
1976    18,38
1977    23,75

Bron: Groepering der Fabrikanten van Ingelegde Groenten 

Marktaandeel

1960: 9,80 %, 1977 23,75 %, in heel deze periode een groei qua aandeel meegemaakt. Had in 1960 reeds 2° belangrijkste aandeel, na Marie Thumas, maar toen reeds groter dan La Corbeille. 

Bronnen en verdere literatuur:

-   De informatie over de juridische twist tussen de twee zonen is afkomstig uit een e-mail van begin december 2013, ons toegezonden door Dhr. Rik Vantyghem, zoon van de oprichter van het West-Vlaamse conservenbedrijfje Ste Dorothea.

-  
Kortemark: Statiestraat (Westhoek verbeeldt.be)

-   Sanders, D.: Konserven Talpe NV, Kortemark Westhoekbedrijf valoriseert landbouwproducten, West Vlaanderen Werkt jg. 14, 1972 pp 177-183

-   Kortemark krijgt binnenkort een Talpestraat en een Conservenstraat,  "FJA" artikel van 19 nov. 2013 op de website van Focus WTV 

Extra beeldmateriaal:

 


Collectie Karel Meertens
Onder de factuur, een deel van het productengamma in 1982
De derde Star wikkel toont voor het eerst Artis-punten (1987), daarvoor
een Marie Thumas exclusiviteit. Onder: diepvrieszak uit 1983

Collectie Karel Meertens
Twee extra wikkels, ééntje van het A merk Talpe,
daaronder ééntje van het 
C-merk PIT´s


Collectie Karel Meertens
 


Collectie Karel Meertens met dank aan Michel Duran
De laatste muurreclame ontworpen voor Star Talpe
tweede helft 1980´s. De slogan is natuurlijk meteen ook
een ondeugende knipoog naar het Franse Bonduelle,
dat "onze" Marie Thumas geschaakt had...
 

Union des Flandres ????

Alles omtrent deze firma is momenteel een groot vraagteken,
zelfs indien het effectief ooit bestaan heeft, uit wie precies die
Union bestond en hoe lang ze bestaanheeft

Adres:

Oprichtingsjaar: 1913 als tijdelijke samensmelting van La Flandre en La Couronne ?

Bestond tot:

Oprichters:

Directie- en kaderleden:

-       Leon Habets (zie ook: Van de Poel, Stabroek (prov. Antwerpen)

Sleuteldata:

Productengamma:

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

Varia (cijfergegevens enz.) :

Bronnen en verdere literatuur: 

Armand Van Cauwenberghe: Zie Le Rucher 

Provincie Vlaams Brabant

AKI - Algemene Konserven Industrie NV
(Boortmeerbeek, wijk Haacht-Station) 

Bestaan voorlopig enkel bevestigd via lidmaatschap Groepering der Frabrikanten van Ingelegde Groenten. Dit lidmaatschap wijst erop dat de firma wel degelijk een producent moet gweest zijn.

Adres: Wespelaarse Baan 67 D, Boortmeerbeek

Oprichtingsjaar:

Bestond tot:

Oprichters:

Directie- en kaderleden: Joseph Caudron tot 1944

Sleuteldata:

Productengamma:

Bijzonderheden fabriek:

De fabriek was voor de oorlog in financiële problemen. Eigenaar Joseph Caudron (°1901) werd in 1937 lid van het VNV. Vanaf 1940 wist Caudron dank zij zijn goede relaties met de Duitse Bezettende Macht, en dan vooral met de Kommandantur te Leuven de precaire situatie van zijn bedrijf om te buigen. Van economische collaboratie kwam echter ook nog ernstige politieke collaboratie, waaronder betrokkenheid bij de selectie van gijzelaars na een bomaanslag door de Weerstand.

Na de oorlog werd AKI tijdelijk gesloten, na de arrestatie van Caudron en zijn al even fanatieke en gevreesde vrouw Curillas Josepha Van Roey (°1905). Caudron werd ervan beschuldigd om met de Gestapo te hebben samengewerkt, en (mede) verantwoordelijk te zijn geweest voor de dood van "tientallen" weerstanders en gijzelaars. (Zie hieronder). Ook hun chauffeur werd na de oorlog voor het gerecht gebracht. (We vermoeden dat het echtpaar wegens de zware feiten terecht gesteld werd, maar zoeken nog bevestiging)

Het feit dat de firma weer wordt vermeld als lid van de Groepering geeft echter aan dat het bedrijf begin jaren ´50 blijkbaar (kort ?) opnieuw aan de slag is gegaan.

Varia: 

-    In Haacht (Wespelaar) had men ook La Corbeille (zie aldaar) 

Bronnen en verdere literatuur:

-   Krijgsraad van 13 juni 1946 in: Vrij Volk 22 juni 1946, p. 25

Extra beeldmateriaal:


Met dank aan Jan Gordts (blog Tilloenk)
De naam is hier verkeerdelijk met "ou" gespeld

Corbeille, La (Wespelaar, Haacht)

Zie ook: La Corbeille Westmeerbeek voor de situatie na 1977


Een lichtjes geïdealiseerde illistratie met wel heel veel spoorwegen...
deze worden op de afbeelding hieronder bevestigd. In werkelijkheid
waren er steeds twee spoorwegen 


Foto: Benoit Vanhees

Adres: Dijkstraat 54 (vlak bij de treinhalte te Wespelaar)

Oprichtingsjaar: 1899

Bestond tot: 1977 (?) op deze site. Voor de latere geschiedenis, zie La Corbeille Westmeerbeek

Oprichters:
- Dhr. Snaeyers uit Rillaar
- Burggraaf Ad. (??) de Spoelberch (of gaat het om de toen 25 jarige Guillaume de Spoelberch, die tussen 1933 en 1947 burgemeester van Wespelaar ?

Directie- en kaderleden:

- Firmijn Graftiau: Ten tijde van de Wereldtentoonstelling in Gent was deze landbouwingenieur de bestuurder van NV La Corbeille. In een lijst van aandeelhouders uit de 1920´s wordt voorts melding gemaakt van ene Jean Graffiau, misschien zijn zoon ?
- Edmond Burlion was gedurende een voorlopig onbekende periode directeur van de firma. Hieronder zijn visitekaartje:

"Vandepoel": In dezelfde lijst van aandeelhouders wordt een zekere Julien Vandepoel vermeld, gaat het om dezelfde persoon ? En is er een verband met de oprichters van Picolo Vandepoel in de provincie Antwerpen
- Dhr. J. Solias (?)
- Dhr. Burli (?)

Sleuteldata:

  • 1899: Oprichting van de fabriek
    1913:
    Deelname aan de Wereldtentoonstelling te Gent (Firmijn Graftiau)
  • Volgens een reclamekaartje werd voor WO 2 een productie van 8, later (?) zelfs 10 miljoen blikjes per jaar bereikt. Of dit serieuze cijfers zijn is niet na te gaan. Feit is dat bij de voorstelling van de fabriek op deze reclame wel heel frivool te werk werd gegaan, de dingen veel belangrijker voorgesteld dan ze waren. (bv. 4 spoorwegen, die er nooit waren)
    1914: In september werd een (groot ?) deel van de fabriek door het oorlogsgeweld
    1920´s: Van de 30 voornaamste aandeelhouders zijn er 9 van adellijke afkomst.
  • 1935: Grote Prijs op de Wereldtentoonstelling in Brussel
  • Werd in (jaartal ?) Hofleverancier aan het Groot-Hertogdom Luxemburg.
  • 1944: Volgens een aandeel (afbeelding toegevoegd in de rubriek extra beeldmateriaal) bezat de firma toen een sociaal kapitaal van 40 miljoen BFr.
  • 1972: Albert Degeest koopt de firma over van de Raffinerie et Sucreries du Grand Pont, zelf een onderdeel van de Tiensche Suikerraffinaderij. Vanaf dat moment begint een ander bedrijf van zijn groep in opbouw, Dino Conserven uit Pittem groenteconserven aan La Corbeille te leveren, die dan onder die merknaam verkocht werden. Het bedrijf werd "gesaneerd" en weer winstgevend gemaakt. 
  • 1977: de historische site in Wespelaar wordt verlaten, en werd naar Westmeerbeek verplaatst (zie aldaar). Op de oude vestiging in Wespelaer werd omstreeks 1978 een Massamarkt opgericht, hetgeen later een Spar-winkel werd. Het grootste deel van de oude site (Nieuwstraat) wordt ingenomen door de firma Waterleau. (actief in o.a. de sector van waterzuivering) Ook de Kringwinkel opende er een vestiging waar mensen hun oude spullen kunnen komen afgeven.

Productengamma:

   
Rechts: Foto Eddy Van Leuven
"Blik" tentoonstelling Groentemuseum St. Katelijne Waver
(´t Grom) juni-sept. 2011 / Collectie Jan Douwen

 

Het gamma zal zonder twijfel uitgebreider zijn geweest, maar voorlopig werd enkel bevestiging gevonden voor

- Fijne erwtjes
- Tomatenconcentraat

Merknamen

- La Corbeille
- Panier d´Or: "premier prix"-merk   voor Delhaize= onderkant van de markt = wit product = nu 365 bij Delhaize

Bijzonderheden fabriek:

-   In de volksmond bekend als de "Eitenfabriek"

-   Gelegen in de driehoek gevormd door de spoorweg, de Dijkstraat (aan overzijde spoorweg wordt dit de De Coster straat) en de Nieuwstraat

Varia (cijfergegevens enz.):

Procentueel aandeel van de totale
productie van groenteconserven: La Corbeille

1960    8,30
1965    11,98
1970    9,08
1971    5,61
1972    5,44
1973    4,95
1974    5,53
1975    5,41
1976    6,97
1977    5,40 

Bron: Groepering der Fabrikanten van Ingelegde Groenten

- In Boortmeerbeek (wijk: Haacht) had men ook nog de A.K.I. (zie aldaar)

Bronnen en verdere literatuur:

- Degeest als blikjesvanger bij Marie Thumas (Knack, 25 jan 1978)

- Wereldtentoonstelling Gent: Belgische Afdeeling

- Vernieuwingsplannen voor de site Corbeille Wespelaar

Extra beeldmateriaal:


Overgenomen met dank aan Jan Gordts uit blog Tilloenk / archief
Een prachtige foto van een aantal arbeidsters

van La Corbeille, belast met het voorkoken
Boven, van L > R: Jeanne Pues, Theresia (Bertha) Nackaerts (Sussenhoek, Tildonk), Maria L. Roelants ("Wis van Moe Lees", Lipsestraat, Tildonk)
midden: Té De Backer (Wespelaar), Palmyre Gordts (Bertrodestraat, Tildonk), Marie Engelborghs (gehuwd met ´Tist Sik´, Mortelstraat, Tildonk)
onder: ?, Teke Van Espen (Wespelaar)


Collectie Retroscoop
Aandeel 1944


Foto´s: Benoit Vanhees
De "pronkgevel" die uitgaf op de spoorweg


De naam van de ooit zo trotse firma is aan het vervagen...

 

   Hierboven: enkele trieste relicten liggen voor de pronkgevel te roesten:
een koker met ladder en wellicht het bovenste deel van de ´frames´ van de
vroegere boogvensters, waarvan al het glas gesneuveld lijkt.


De situatie links van de "pronkgevel": een grote los- en 
laadkade, met de restanten van een smalspoor


De situatie voor WO 1 (ca.1912), met links de hoge schouw.
Deze lage gebouwen werden vervolgens 
afgebroken, en vervangen
door het hoge gebouw met zijn opvallende pronkgevel


Andermaal een nog gefantaseerd spoorwegtafereel...
Op de binnenkoer bv. een kruisvormig smalspoor
te bevinden, met een soort draaischijf op het snijpunt ?


Gerestaureerd gebouwtje (portierswoning ?) dat toegang gaf
tot de los- en laadkade (en opslaggebouwen hierboven afgebeeld ?)


De veel minder charmante gevel aan de Nieuwstraat
Een recenter en puur functioneel gebouw, relatief hoog en smal
Op onderstaand briefhoofd (1941) is de positie op de site goed te zien:

    
De foto links laat goed zien hoe smal dit gebouw
wel niet is, ten opzicht van de hoogte.


Ook de gevel die uitgaf op de Dijkstraat straalde
ooit zelfvertrouwen en vooruitgangsoptimisme uit


Het thans verdwenen stationnetje van Wespelaar, met een
later toegevoegd sein(wachters)huis "Block 25"
Links achter het station een deel van de pronkgevel van La Corbeille

 


Factuurhoofd uit 1950

 

Jacobs (Frères) (Heverlee)

Adres:

Oprichtingsjaar: Eind 19de eeuw (beschreef zichzelf als “l’Une des plus importantes du pays”)

Bestond tot: omstreeks 1914

Oprichters: De gebroeders Jacobs (?) (op gegeven moment wordt het woord "Frères" op de correspondentie doorstreept)

Directie- en kaderleden: gebroeders Jacobs

Sleuteldata:

Productengamma:

-   Vnl. peulvruchten

-   Volgens een ongedateerde reclame (1900-1914) die hierboven werd afgebeeld was de fabriek gelegen in een streek befaamd om zijn erwten, asperges, diverse soorten bonen, groene kool, bloemkolen, schorseneren, andijvie, flageoletten, fèves de marais (?), tomaten, selderij, spinazie, wortelen, rapen, porei enz enz.: hoewel het niet met zoveel woorden gezegd wordt suggereert de reclame dat alle deze soorten groenten met de hoogste zorgen ingeblikt werden.

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

-   Volgens dezelfde ongedateerde reclame (1900-1914) besloeg de fabriek een oppervlakte van 5000 m²

Varia: de firma bracht een reeks chromo´s uit met op de achterzijde uitleg over wat vandaag de dag een onderdeeltje van een "marketing strategie" genoemd zou worden. (zie hieronder)

Bronnen en verdere literatuur:

Extra beeldmateriaal:

 

 

 

Le Verger (Lennik)


Foto: http://www.persinfo.org/
Met dank aan Freddy Kempeneer


Foto: http://www.persinfo.org/ getrokken vanuit gerestaureerde kerk
Met dank aan Freddy Kempeneer


Foto: http://www.persinfo.org/ getrokken vanuit gerestaureerde kerk
Detailopname bovenstaande afbeelding  Met dank aan Freddy Kempeneer

Adres: Karel Keymolenstraat 59 te St Kwintens-Lennik, het "kloppend hart van het Pajottenland"

Oprichtingsjaar: Europages Nl geeft 1959 op als oprichtingsjaar, maar de Franstalige versie vreemd genoeg als 1960

Bestond tot: Volgens Gogle opzoekingsresultaten verwijzend naar betalende websites die juridische informatie aan de leden verschaffen over bedrijven die in faling zijn gegaan legde Le Verger blijkbaar in 2008 de boeken neer, een faillissement die in 2010 als volledig afgerond wordt opgegeven. De relatieve laatkomer op de markt zou dus net geen 50 jaar bestaan hebben

Oprichters:

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

Productengamma: Zoals de firmanaam het aangeeft (vertaald: "Boomgaard") produceerde de firma (vooral ?) fruitconserven, mogelijk appels

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

- relatief kleine fabriek, bestaande uit een woonhuis en enkele loodsen. Het ging om een N.V. Volgens Europages lag het aantal personeelsleden niet hoger dan 10 (mogelijk volledig familiebedrijf ?)

- Volledig afgebroken tussen 2011 en 2012 om plaats te kunnen maken voor een privé-rustoord gebouwd door de Mechelse investeerder Armonea 

Bronnen en verdere literatuur:

- Armonea bouwt eerste rustoord in Lennik door Freddy Kempeneer, Persinfo.org 21.10.2011 

Extra beeldmateriaal: 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Agniez Frères (Brussel) 

Adres: 91 Blvd de la Révision

Oprichtingsjaar: Het bedrijf dateert uit 1850. Gezien marie Thumas (1886) als het allereerste Belgische conservenbedrijf gezien wordt, moet de firma in de aanvangsjaren andere activiteiten hebben gehad dan groenteconserven via de Appert-methode maken. (Zuurconserven ?)

Bestond tot: zeker tot 1957 (zie factuur, extra beeldmateriaal), maar vermoedelijk nog enkele jaren langer

Oprichters:

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

-   Jaartal ?: Op gegeven moment wordt C. Vandekerckhove als “succ.” vermeld, maar de naam Agniez blijft gewoon verder bestaan. Dit moet wellicht in de vroege 1900’s zijn geweest, want de wikkels waarop deze naam voorkomen tonen ook medailles met “Leopold II, Roi des Belges”, zonder dat er wordt uitgelegd of het betekend dat de firma een gouden medaille heeft gewonnen, hofleverancier is enz.

-   1910: 2 grands prix op de Wereldtentoonstelling van Brussel.

-   1939: Omvorming tot een N.V.

Productengamma:

-   Produceerde zowel vleesconserven als groenteconserven

  • Spinazie
  • Champignons
  • Extra fijne erwten
  • Groene soep

-   Maakte in de 1950´s blijkbaar geen deel uit van de Groupement des Fabricants, wel van de Fédération Nationale des Fabricants des Conserves de Viandes. Mogelijk waren hun activiteiten volledig of grotendeels naar vleesconserven verschoven, of werd het niet nodig geacht om ook van de Groupement lid te zijn.

Merknamen: Agniez Frères

Bijzonderheden fabriek:

Bronnen en verdere literatuur:

Extra beeldmateriaal:

  

J.E. De Wolf / La Légumière Anderlecht)

Het is vooralsnog onduidelijk of deze firma wel thuishoort in dit rijtje, of uitsluitend zuurconserven is blijven produceren. Zolang de geschiedenis van deze conservenfabrikant in nevels gehuld blijft, wordt de naam voorlopig toch opgenomen.

Adres: Avenue de Scheut 198 202 Anderlecht

Oprichtingsjaar: 1900

Bestond tot: minstens tot 1953

Oprichters: De Wolf

Directie- en kaderleden:

Sleuteldata:

-   1911: Gouden Medaille behaald tijdens de Tentoonstelling van Charleroi

Productengamma:

-       Zuurconserven / bewaring in azijn

Merknamen: La Légumière (?)

Bijzonderheden fabriek:

Bronnen en verdere literatuur:

Extra beeldmateriaal:

 

Lamberts (Brussel)

Voorlopig nog geen bijkomende gegevens 

 

Wallonië

Vreemd genoeg waren er in Wallonië maar weinig conservenfabrieken actief. Dit is in die zin merkwaardig, dat de tuinbouwsector er op gemiddeld grotere arealen kan werken, wat dus meer mechanisatie toeliet. Minder personeels-kosten betekenden ook goedkopere groenten. Deze groenten werden dus maar in zeer beperkte mate in Wallonië verwerkt, en gingen in belangrijke hoeveelheden naar Vlaamse conservenfabrieken. 

Culina (Thorembais-les-Beguines)

Collectie Karel Meertens

Adres: Rue de Glatigny (zonder nummer) te Perwez (maatschappelijke zetel)

Oprichtingsjaar: 1929

Bestond tot: 1976 ?

Oprichters: Maurice Lambret sr. (° 1890)

Directie- en kaderleden:

-   Maurice Lambret jr. (°1939): hij werd later topman bij het Franse visconservenbedrijf Saupiquet in Nantes
-   Georges Lambret (°1928-omstreeks 2010) . Deze was in de 1960´s ook gedurende één mandaat burgemeester van Thorembais. Hij had geen kinderen. Hij was Chef du Service de Fabrication, dus productieleider.
-   Een andere zoon van Maurice Lambret sr., André (°1932) baatte de boerderij "Ferme de Cocquiaimont" vlak naast de conservenfabriek uit. We nemen aan dat hij één van de leveranciers van "grondstoffen" aan de conservenfabriek was.
-   Op de website van FOD Economie wordt ook gewag gemaakt van een zekere Xavier Lambret. Het gaat om de jongste zoon van André Lambret. Hij was nog minderjarig op het moment van de sluiting van de conservenfabriek, dus als hij inderdaad op zeker moment een mandaat uitgeoefend heeft, dan staat dit los van Culina
- Anne-Marie Lambret (°1921): ze stond lang bekend als "mademoiselle Lambret", ze huwde pas op 37 jarige leeftijd. Zij is een dochter van Maurice Lambret Sr. Zij was werkzaam als verkoopleider. Ze werd later eveneens verkoopleider van het enige andere Waalse conservenbedrijf, Mon Jardin te Geer. Sedert 1958 was ze gehuwd met Raymond Feyaerts.
- Een zekere Henius (?) mogelijk gaat het om een (ex ?) pater, die sommige bronnen in de fabriek in de 1950´s situeren.

De firma werd tussen 1952 en 1957 op de Nederlandse markt vertegen-woordigd door Karel Meertens sr., die er optrad als zelfstandige firma. Vanaf 1957 stapte dit Nederlands bedrijf over op Picolo Van de Poel te Stabroek (zie aldaar)

Personeelsbestand: begin 1970´s werkten er volgens  Joseph Delmelle 400 mensen tijdens het hoogseizoen. De maximale bezetting zou op sommige momenten zelfs 600-650 mensen hebben bedraagd, maar gemiddeld ging het om 350-400 mensen. Daarbij werd zeer veel met jobstudenten gewerkt.

Productengamma:

-   Voornamelijk erwten, maar ook wortelen, bonen, macedoine
-   Later ook in beperkte mate: kervel, spinazie, selder, asperges, schorseneren, tomaten, champignons, fruit en soepen
-   Er was ook een band met de Franse visconservenfabrikant Saupiquet. (Mogelijk was Culina de Belgische importateur van dit merk ???)

Merknamen: Culina

Sleuteldata

1920: Daling graanprijzen o.a. ten gevolge van dumping Amerikaanse stocks. Naar voorbeeld van heel wat Vlaamse landbouwers schakelt Maurice Lambret over op de erwtenteelt. Dit levert hem in de volgende jaren aardige winsten op. Probleem was wel voldoende mensen te vinden voor de oogst. Daarom besloot de man om dit machinaal te doen, zoals in de VS.

1929: Lambret besloot na heel wat rekenwerk en voorzichtige planning om een kleine conservenfabriek op te richten, en zijn erwten zelf in te blikken. Hij vond een Frans conservenbedrijf en een aantal andere landbouwers bereid om geld in het project te steken. De fabriek werd Culina gedoopt.

1931: Economische crisis: Frankrijk treft protectionistische maatregelen, en de Franse markt sloot zich voor buitenlandse bedrijven. De Franse investeerder besloot om zich terug te trekken uit Culina. Niettemin weet Lambret deze situatie te overleven. Aan de vooravond van WO 2 produceerde hij 1,25 miljoen kg. groenteconserven.

Na WO 2: Culina besloot om meer kapitaal bijeen te brengen, en te investeren in nieuwe productielijnen voor o.a. bonen, wortelen, macedoines. Het bedrijf had overeenkomsten met een aantal belangrijke afnemers afgesloten. In 1947 begonnen de Amerikanen echter met hun Marshall-plan, en werd de Belgische markt overspoeld door Amerikaanse conserven aan dumpingprijzen. De afnemers van Culina zeggen hun contracten daarop op. Niettemin weet het Waals bedrijf deze tegenslagen te overleven. Het produceerde ongeveer 2,5 miljoen kg. groenteconserven.

1953: Culina begint zich ambitieus op de export te storten. De verkoop trekt zeer goed aan, het bedrijf produceert 20 miljoen kg. groenteconserven, waarva, de helft voor de buitenlandse markt bestemd was.

1954: Begon te exporteren naar Nederland via het bedrijf K. Meertens. Deze verkocht de Culina conserven o.a. aan de Bijenkorf en Vroom & Dreesmann

1957: De Nederlandse importeur had zoveel klachten gekregen over de kwaliteit, dat hij besloot over te schakelen op een andere firma. De keuze viel op Picolo Van de Poel in Stabroek.

1950´s-1960´s: Exporteerde naar de Amerikaanse firma Bruno Scheidt Inc uit New York. Deze voedselimportzaak werd later overgenomen door Charles Scheidt, de zoon. Op gegeven momemt werd de naam van de firma blijkbaar American Roland. De export naar de VS bestond bijna uitsluitend uit blikken van 3 kg baby carrots, met zorg geselecteerde worteltjes van dezelfde grootte, zeer belangrijk voor de Amerikanen.

Het gamma verwerkte groenten werd gaandeweg uitgebreid.

1971: de firma produceerde nog steeds zo´n 2500 ton conserven met 400 werknemers.

1972: Verkocht aan het Nederlands-Zwitsers Hero (Breda). Vier jaar later trok het bedrijf zich terug uit Culina. Het werd verkocht aan Saupiquet uit Nantes, maar ging niet lang daarna failliet. Volgens een document van de ABVV verloren toen 300 mensen hun job

Bijzonderheden fabriek:

- Deze firma bracht op gegeven moment erwten in conservenblikken op de markt. Het behoorde volgens Dhr. Karel Meertens (ex vertegenwoordiger van Talpe in Nederland) aan de rijke familie Lambret, die een kasteelje in Thorembais bewoonde. 

- De firma stond oorspronkelijk bekend als Maurice Lambret, en werd vervolgens Culina. Er was aanvankelijk ook een apart bedrijf die de gebouwen van de firma in beheer had, nl. Immothor. Er stonden in totaal 600 motoren in het bedrijf, die samen 12 500 KW/dag verslonden. De firma bezat vertikale en continue autoclaven. Per uur werd ook nog eens 600 m³ water verbruikt (er waren daarvoor o.a. 3 arthesische putten). Er was een magazijn waar 1 miljoen standaard dozen gestockeerd konden worden (12 blikken van 4/4, 24 van 1/2, 48 van 1/4 of 6 van 3 liter)

- De firma had geen eigen areaal, maar huurde dit van boeren in een straal van 20 km rond het Haspengouws bedrijf. De boeren moesten eigenlijk alleen zaaien. Culina leverde de zaden, de meststoffen, zorgde voor de besproeiingen met insecticiden en pesticiden, zorgden voor het oogsten en het transport naar de conservenfabriek. In de 1970´s stonden boeren en bedrijf met elkaar in verbinding via zendapparatuur.

- Saupiquet is van origine een Franse maatschappij, die in 1891 door Arsène Saupiquet in Nantes werd opgericht. De firma is van oorsprong een inblikker van vis, en is als zodanig nog steeds prominent op de markt aanwezig. (Mogelijk kochten de Fransen Culina over, louter voor de machines in het bedrijf ?)

Bronnen en verdere literatuur:

- Indicateur- Informatie bekomen van Dhr. Karel Meertens via e-mail op 27 okt. 2014, zoon van de Nederlandse Culina-importateur in de 1950´s.

- Jubileumboek “100 jaar Hero” waar over groente trouwens nauwelijks wordt gesproken), met dank aan Karel Meertens

- Yves Vander Cruysen: Un Sicècle d´Histoires en Brabant Wallon p 66

- We danken van harte dhr. Gautier Maniquet van de Cercle Historique de Perwez, die ons na archiefonderzoek infomatie verschafte over de familie Lambret. Dank zij zijn inspanningen kreeg "Mademoiselle Lambret" eindelijk een voornaam en een geboortejaar. 

Extra beeldmateriaal: 

Mon Jardin (Geer, nabij Hoei) 

 

 

Adres: Rue de Waremme, 36 Hollogne-sur-Geer

Oprichtingsjaar: 1933

Bestond tot: 1977 (als onafhankelijk bedrijf)

Oprichters: E. Lejeune. De zaak werd later overgenomen door zijn dochter Madeleine Lejeune en haar echtgenoot Roisin.

Directie- en kaderleden: 

-   Mevrouw Feyaerts: verkoopleider (née Lambret, zie Culina)
-   Ronald Vandeputte: verkoop

Sleuteldata:

-   1973: Overname door Marie Thumas

?: De firma bezat ook installaties in Italië, meer bepaald te Mirandola en Medola. Het echtpaar Roisin-Lejeune zou deze gedurende een onbekende periode ter plaatse hebben gerund.

-   1980: Wanneer Marie Thumas door de Handelsrechtbank van Mechelen failliet verklaard wordt, worden de fabrieken van Mechelen en Geer opgekocht door het Franse Bonduelle. De Fransen ontdeden zich echter meteen van Mon Jardin, dat werd overgekocht door de Waalse Regering. Na enkele jaren stilte kwam de firma terug als Hesbaye Frost: zoals de naam het al aangeeft, werd van de productie van groenteconserven afgestapt, en de kaart van diepvriesgroente getrokken.

Productengamma:

Merknamen:

Bijzonderheden fabriek:

Varia (cijfergegevens enz.):

- had ook een filiaal in Noord Italie (streek  Ravenna) dat zich bezighield met de productie van fruitconserven (perziken, peren, fruitcocktail)  en groenteconserven (doperwten en extra fijne sperziebonen). Het ging (wellicht) om de Valfrutta fabriek in Barbiano. De Antwerpse firma Ronald Vandeputte heeft jarenlang dit merk in België vertegenwoordigd en verkocht. Later werd het bedrijf opgekocht door Conserve Italia, maar Vandeputte kon verder zijn handel drijven onder het Mon Jardin etiket.

- de straat waarin het bedrijf zich bevond werd genoemd naar de stichter van de fabriek E. Lejeune.

Bronnen en verdere literatuur:

- e-mails Michel Duran en Karel Meertens 15 nov. 2014

Extra beeldmateriaal: 

 

*   *   *   *   *
Jean Stauffer & Cie. (Enghien)

Een document uit 1903 leert dat nog een "fabrique de conserves" actief was in Wallonië. Het ging om Jean Stauffer & Cie. Voorlopig kon echter niet met zekerheid achterhaald worden of het ging om een verwerker van groente of van fruit. De firma bestond ten minste sedert 1892, en produceerde of commercialiseerde toen "Washington´s Strawberry Pudding Powder". Wellicht omstreeks de 1920´s was het bedrijf blijkbaar overgeschakeld op melkpoeder. Deze vermelding is terug te vinden op een aantal postkaarten van kunstwerken die duidelijk na WO 1 werden uitgegeven. Op de achterzijde vindt men de melding:

In de late 1880´s schreef een zekere Jean Stauffer een aantal boeken over gistingsprocessen voor brouwerijen op basis van eigen experimenten, maar ook hier weer dient te worden uitgeklaard of het om dezelfde Stauffer gaat. 

Blikslagerijen 

In deel 1 van deze trilogie bleven we al stilstaan bij de doorbraak van het conservenblik. Deze heeft heel wat voordelen maar ook enkele nadelen ten opzichte van de glazen recipiënten die Nicolas Appert had gebruikt, toen hij de basis voor de conservenindustrie gelegd had.

Hoe zat het nu met de blikslagerijen in België ? Michel Duran schreef ons in dat verband: In de jaren 1970 bestonden er nog 6 blikfabrikanten in Belgie en waren er zelfs twee conserveurs, die een eigen blikslagerij hadden:
 

-Blikslagerij Declercq, Brugge: Kleine speler (Mr Declercq was jarenlang voorzitter van Club Brugge), thans opgedoekt. Behalve aan de sector van de groenteconserven leverde dit bedrijf ook aan bedrijven die vlees- en visconserven maakten, maar evengoed aan de verfindustrie. Wat groenteconserven betreft leverde de firma o.a. aan Leguma, Ste Dorothea en Dino. Leguma kocht evenwel ook van Sobemi 

-Eurocan, Mechelen:


Fotograaf onbekend
Brand bij Eurocan, eind 1970´s

Opgericht in 1927 door Marie Thumas. De blikslagerij maakte zich in 1962 los van Marie Thumas. Het groeide uit tot een bloeiend bedrijf, dat uiteindelijk conservenblikken voor heel de Europese markt produceerde. De reden voor deze verzelfstandiging had te maken met de weigerachtigheid van een aantal potentiële klanten om conservenblikjes te kopen bij een bedrijf dat zo nauw verbonden was met hun voornaamste commerciële rivaal Marie Thumas.

Het bedrijf werd aangekocht door Carnaud Metalbox toen Marie Thumas werd overgekocht door Bonduelle. Eind 1970´s brandde de blikslagerij fabriek op de Marie Thumas-site in de Nekkerspoel(straat) volledig af. In 1980 werd een nieuwe en grotere site te Mechelen Zuid in gebruik genomen. Het mocht echter niet meer baten. 

-Blikslagerij Talpe, Kortemark: (eigenaar Star Talpe) Opgericht in 1936. Talpe maakte het grootste deel van zijn conservenblikken zelf, indien hij meer nodig had, kocht hij meestal bij Sobemi. Bij de overname door Bonduelle in 1988 werd deze afdeling meteen gesloten.

-CMB, Hoboken: verkocht aan Carnaud 

-Sobemi, Lint: was de grootste. Het bedrijf werd in 1964 overgenomen door TDV Thomassen & Drijver –Verblifa uit Deventer, NL en is inmiddels gesloten. Albert Degeest had er ook nog geld in gestoken, omdat hij bevriend was met de eigenaar. Roger Deboutte was er op gegeven moment verkoopdirecteur, tot hij overging naar La Corbeille  

-Crown Cork, Deurne: (hoofdzetel Philadelphia, USA) gesloten in 2012 

Of er ooit meer blikslagerijen zijn geweest is een punt dat nog uitgeklaard zou moeten worden. Zoals al aan bod kwam leverden sommige  van deze bedrijven ook aan andere sectoren, zoals bv. verfbussen, jerrycans of de metalen verpakking van batterijen.

Ook belangrijk is iets te zeggen over de gebruikelijke maten van de conservendozen bestemd voor de groenteinblikkers:

- 1 liter blik of 4/4 of 850 ml
-
1/2 liter blik of 1/2 of 425 ml ( hoog formaat zonder tir up en later laag formaat met tir up) easy opener of ouverture facile
-
1/4 liter blik of 1/4 of 212 ml
-
3/1 liter blik of 2550 ml (Belgie gebruikte meestal dit blik voor catering)
-
5/1 liter blik of 4250 ml (Frankrijk gebruikte standaard dit blik voor catering)

Vandaag is er geen enkele fabrikant meer van blik in Belgie. Bonduelle sloot dus twee blikslagerijen met als hoofdreden “pas le coeur de notre métier” !Maar in 2014  installeert Bonduelle een eigen blikslagerij in zijn fabriek in Rusland ! Die investering leidde er al snel toe dat andere blikslagerijen lagere vraagprijzen aan Bonduelle begonnen te vragen. 

Tot slot...

Oprechte dankbetuigingen gaan uit naar ondermeer:

- De moderator van Mechelen Blogt, om een oproep voor beeldmateriaal van Le Semeur in Mechelen te hebben opgericht, en aan al wie hierop reeds reacties heeft geplaatst ! Zeer in het bijzonder onze dank aan Luc Croonen, die uiteindelijk met het zeer gezochte beeldmateriaal van Le Semeur Mechelen op de proppen is gekomen !

- Frans Jacobs, jarenlang productieleider bij Le Semeur verschafte ons heel wat waardevolle en preciese informatie, zowel over Le Semeur als over het productieproces van groenteconserven.

- Ook Jan Douwen (Le Soleil / Marie Thumas / Eurocan) maakte er een punt van om ons heel preciese informatie over te maken, en wist op deze manier een hele reeks van mijn vraagtekens weg te wissen,

- Eddy Van Leuven, Cultuurfunctionaris van St. Katelijne Waver, voor een aantal zeer interessante stukjes informatie, die hopelijk het beginpunt zullen blijken te zijn van interessante pistes naar meer feiten- en beeldmateriaal... Retroscoop ontving tevens heel erg waardevol beeldmateriaal van hem, ondermeer van de tentoonstelling Blik in ´t Grom in 2011.

- Heemkundekring Terf (Aline Verbeeck) i.v.m. het wikkel van Merveille uit de collectie van Sophie Vandenbroucke

- Florence Ghys, communicatie-assistente bij Bonduelle voor het laten toekomen van het boek Bonduelle 1853-2003, Une famille, une entreprise, une marque.

- Jan Gordts, die ons verschillende afbeeldingen van de fabriek van La Corbeille in Wespelaar doorstuurde.

- Michel Breugelmans verschafte ons de schaarse gegevens die bekend zijn over Essor in Itegem.

- Freddy Kempeneer van Persinfo.org gaf ons de toestemming om een zeldzame afbeelding van Le Verger te Lennik te gebruiken, en spoorde nog een tweede afbeelding op, die een zeer goed beeld geeft van de (beperkte) grootte van de installaties

- Begin november 2013 werden we gecontacteerd door Renzo De Bondt, wiens grootvader stichter was van het conservenbedrijfje VECO in Zandhoven. Hij bezorgde ons een zeer interessante en zeldzame reeks van foto´s getrokken in dit fabriekje.

- In oktober 2014 werden we dan gecontacteerd door Michel Duran, die zijn hele loopbaan bij verschillende conservenfabrieken doorliep. Hij bezorgde ons o.a. scans van wikkels van het West-Vlaamse bedrijf Star Talpe. Zijn voormalige Nederlandse vertegenwoordiger Karel Meertens droeg eveneens een karrenvracht aan steentjes bij bij het tot stande komn van deze trilogie

 

 

 
 
database afsluiten