Retroscoop - De Solo-margarinefabriek in Merksem Deel 2 RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Solo-margarinefabriek in Merksem

Deel 2: 1890´s- 1930´s: aanloopfase en groei


   

© 2010, 2012 Benoit Vanhees
aanvullingen okt. 2014

Structuur

1) Jurgens vestigt zich in Merksem
2) De expansie van een fabriek (1900´s-1930´s) en de transformaties van een wijk
3) Het productieproces in enkele woorden en beelden
4) Enkele afdelingen onder het vergrootglas
5) Een multinational krijgt vorm

 

1) Jurgens vestigt zich in Merksem

In 1895 richtte de familie Jurgens na vestigingen in Nederland en Duitsland nu ook in België een productie-eenheid op. Net zoals dat het geval was geweest met de oprichting van een fabriek in Goch, Duitsland lag het omzeilen van nieuwe tolbarrières in ons land aan de grondslag van deze beslissing. En net zoals de vestiging in Duitsland net over de grens met Nederland lag, werd ook in ons land voor een locatie gekozen, die gemakkelijk vanuit Nederland bereikbaar was. Blijkbaar twijfelde de firma aanvankelijk waar het deze nieuwe fabriek in België wou optrekken. In 1894 werd zowel in Anderlecht als in Merksem bouwpercelen aangekocht. De keuze viel uiteindelijk op deze laatste gemeente, toen nog niet samengevoegd met Antwerpen. Het stuk grond in Anderlecht werd in 1899 opnieuw verkocht.


Geen bedrijf zonder "bureaucratie": één van de allereerste correspondentie-
stukken van Jurgens & Printzen in "Merxem" (1895) ivm een "locomobile",
geadresseerd aan de Gouverneur van Antwerpen. (Het gaat niet om een voertuig
van het Amerikaanse merk Locomobile, dat pas van 1898 dateert). De margarine-fabriek verkreeg eveneens toestemming om water uit het kanaal te gebruiken

De nieuwe fabriek werd in de Borrewaterstraat opgericht, in de onmiddellijke nabijheid van het Kempisch Kanaal. Op 1 maart 1896 produceerde Rudolf Jurgens, één van de telgen van de ondernemersfamilie de eerste margarineklomp in voorlopige installaties. Op 14 mei bekwam de Nederlandse ondernemersfamilie een "machtiging tot het daarstellen van een fabriek van kunstboter (margarine) op het grondgebied der gemeente Merxem". (1)

Deze firma heette oorspronkelijk -net als de Duitse firma- Jurgens & Prinzen. De twee families bezaten inderdaad beide 50 % van de aandelen, tot de familie Jurgens in 1906 het volledige aandelenpakket van Prinzen overkocht.

Naar verluidt werd 20 miljoen kg. margarine per jaar in deze nieuwe productie-eenheid gemaakt, wat meer was dan het gehele margarineverbruik in Nederland. Laten we dit wat beter proberen te kaderen: op een briefhoofd uit 1900 werd vermeld dat de vier margarinefabrieken van Jurgens en Prinzen (Merksem, Oss, Helmond en Goch samen 700 000 kg. per week produceerden. Als we deze gegevens naast elkaar leggen betekent dat dus 36,4 miljoen kg. margarine per jaar voor de 4 fabrieken samen, waarvan meer dan de helft in Merksem gemaakt werd.

Rond de eeuwwisseling ging het blijkbaar wat minder goed met de verkoop van margarine. In Nederland begon de Jurgens-familie aan diversificatie te denken. In 1899 werd er geld opzij gezet voor de eventuele ontginning van steenkolen in Hoensbroek en Heerlen, een project dat echter weer werd afgeblazen. Ook werd onderzocht of het de moeite loonde om geld te steken in de exploitatie van een landgoed in Elsoo, een plaatsje in Nederlands Limburg. Daartoe werd de NV Theodora opgericht, dat over een kapitaal van 250 000 gulden kon beschikken. (2)

In 1902 werd de naam van de margarinefabriek in Merksem veranderd in N.V. Union, een wijziging die in een akte bij notaris Fiocco werd vastgelegd. (3)  Mogelijk verwees dit naar de "union" tussen Jurgens en Prinzen, die tot 1906 bleef duren. Op de factuur hieronder verschijnt de nieuwe naam, met daaronder de vermelding van de oude naam van de fabriek. 

Met het verschijnen van de naam Union komen we wel een eerste grote stap dichter bij het "Solo moment", een naam die verder wordt uitgelegd, en die als titel voor dit artikel weerhouden werd... In het boekje "Het Gouden Boek: 70 jaar Solo in de keuken" lezen we immers:

"In 1929 ontstaat (...) de eerste margarine van een Belgisch merk, Solo(4)

Het klinkt mooi, zeker in patriottische oren, maar hier wordt toch wel enigszins een loopje genomen met de historische werkelijkheid. De merknaam Solo werd immers al in 1890 ingevoerd, en als zodanig verhandeld in onder meer Duitsland. Wie bijvoorbeeld goed naar de decoraties op de Duitse factuur van Jurgens afgebeeld in Deel 1 heeft gekeken, zal gezien hebben dat het document uit 1914 afbeeldingen bevat van pakjes Solo en Cocosa. Hieronder nog een verder bewijs dat Solo niet in 1929 ontstond, en ook al elders dan in België werd geproduceerd. De foto toont een mooi gerestaureerde muurreclame voor Jurgens´ Solo in ... Dreischor, Nederland:

 
Foto: Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland


Duitse reclamezegels

Solo was dus noch Belgisch, noch uit 1929, noch de eerste margarine die in België geproduceerd werd. Maar... wat werd er dan wel tussen 1896 en 1929 in de fabriek in Merksem gemaakt ? Margarine natuurlijk, maar dan onder de merknaam Axa. Later kwam daar ook nog eens de margarine Merveille bij. Bovendien, toen Solo ook in België geïntroduceerd werd in 1929 ging de productie van Axa en Merveille nog een zekere tijd door. 

    

Eigenlijk is dit alles best wel vreemd. Om de één of andere redenen verkiest Jurgens er dus voor om zijn fabriek in België niet Jurgens te noemen, en de margarine die er geproduceerd wordt heeft een andere merknaam dan hetgeen in Nederland en Duitsland verhandeld wordt. Eveneens vreemd: de Solo die in Nederland en Duitsland geproduceerd en gecommercialiseerd werd had een andere verpakking dan deze van de "Belgische Solo". En om het verhaal nog wat ingewikkelder te maken: de pakjes Axa die in Merksem geproduceerd werden hadden een verpakking die erg leek op deze waarin Solo vanaf 1929 in ons land werd verkocht. Om de vergelijking te kunnen maken hebben we zo´n verpakking vergeleken met een metalen spaarpot van Solo in de vorm van een margarinekubus. In feite was het inpakpapier van zowel Axa als Solo wit, maar de goudgele kleur van de margarine was doorheen het speciale inpakpapier enigszins zichtbaar: 

        
Links een Axa-pakje uit een reclame, rechts: een metalen spaarpot van Solo
De Belgische Solo-verpakking (vanaf 1929) verschilde van deze waarin
de Jurgens-familie Solo in Nederland en Duitsland commercialiseerde (rechts)

 

       
Een oude doos Solo Margarine (wellicht 1950´s) met op de bodem het embleem
van de Union Margarinière Belge. Was het nu puur toevallig dat deze Solo-
dozen al die tijd de kleuren van de Nederlandse vlag droegen ?
 

Wie de merknaam Axa nu voor het eerst gelanceerd heeft, en wanneer dit gebeurde, is voorlopig onopgehelderd. Wie echter een beetje vertrouwd is in het wereldje van chromo´s en reclamekaartjes weet echter, dat er heel wat items van dat margarinemerk uit Frankrijk afkomstig zijn. Wijst dat er misschien op dat het merk van oorsprong Frans was ? Maar wat dan te denken van dit reclamekaartje ?

Op dit Axa-item uit de vroege 1900´s ziet men vreemd genoeg wel de wapenschilden van België, Holland en Duitsland, maar niet van Frankrijk. Dit kaartje compliceert dus jammer genoeg de zaken:

a) Axa kwam als merknaam voor in België en Frankrijk. De enige chromo´s of reclamekaartjes van Axa die ons bekend zijn komen uit Frankrijk en België: gelijkaardige Axa-items uit Nederland en Duitsland zijn ons niet bekend.

b) Uiteraard verwijzen de drie wapenschilden naar de landen waar Jurgens fabrieken had. Maar was er ondertussen dan geen band meer tussen Jurgens en Frankrijk ? Per slot van rekening had deze familie toch een meerderheidsparticipatie gehad in een fabriek in Aubervilliers ? En als Axa inderdaad van oorsprong een Franse merknaam was, die ook in Merksem gebruikt werd, waarom bevindt het Franse wapenschild zich dan niet op het kaartje ? Voorlopig werden deze zonderlinge verhoudingen niet verder uitgeklaard, en passen een aantal puzzelstukjes uit dit verhaal nog niet naadloos in mekaar...


Een receptenboekje van Axa Frankrijk uit de 1950´s: tenminste tot in die
periode werd AXA in Frankrijk gecommercialiseerd
en mogelijk geproduceerd,
zowaar in de oorspronkelijke verpakking, vergelijkbaar met de Belgische
 

:
Het is moeilijk om te bepalen of Axa-verzamelobjecten uit
Frankrijk afkomstig zijn, voor het personeel van de fabriek in
Merksem was of voor de klanten van deze binnenlandse producent

Naast Axa werd er in Merksem eveneens margarine van het merk "Merveille" geproduceerd. Waarom precies een tweede merk gelanceerd werd, en wat het verschil tussen Axa en Merveille dan wel was, is vooralsnog onduidelijk. was bijvoorbeeld Merveille bestemd voor de export ? Of voor een andere soort klanten ? Zoals de kartonnen kaft hieronder afgebeeld laat zien, werd Merveille alleszins ook nog na 1929, jaar van de lancering van Solo nog geproduceerd. Hetzelfde geldt ook voor Axa, dat tot de eerste helft van de 1930´s in ons land verhandeld werd. 

     

Andere elementen die we nog niet volledig hebben kunnen uitklaren zijn:

  • - in welk jaar precies begon men in Merksem met de productie van "Merveille"
  • - tot welk jaar werden Axa en Merveille geproduceerd
  • - werden Axa en Merveille nog in andere landen geproduceerd

Maar wat alleszins zeker is, is

  • - dat de fabriek in Merksem deel uitmaakte van de Jurgens groep, en dus niet echt Belgisch genoemd kan worden, ondanks een mogelijke autonomie. Union was zeker niet Belgisch in de zin dat Ca va seul of Marie Thumas Belgisch was. Zelfs de naam Union Margarinière Belge die op gegeven moment gebruikt werd, veranderde daar niet echt iets aan. (Is het trouwens toeval dat de dozen van Solo en de sierstrips op de Solo-pakjes de kleuren van de Nederlandse vlag hadden ?
  • - dat Axa en Merveille al in Merksem geproduceerd werden, nog voor Solo in 1929 op de Belgische markt gelanceerd werd.

De fabriek van Jurgens was overigens niet de enige in Merksem die margarine produceerde. Aan de hand van oude reclamekaartjes hebben we kunnen vaststellen, dat er zich in de loop van de volgende jaren nog een aantal andere margarinefabriekjes in deze gemeente kwamen vestigen. Een zelfde fenomeen als in het Nederlandse Oss of het Duitse Cleve / Kleef. Deze lijst is mogelijkerwijze niet eens compleet, maar het geeft wel al een idee van de activiteitsgraad in Merksem en omgeving: 

1) Fabriek Ch Van den Busche: produceerde Columba Margarine: 


2) Bal & co. produceerde naast jenever (Oude Klare) en gist ook margarine (zie postkaart hieronder). Na een tijd in Merksem te hebben geproduceerd, lijkt de fabriek op een onbekend tijdstip naar Schoten te zijn verhuisd. We hebben evenmin informatie over de merknaam waaronder de margarine van Bal gecommercialiseerd werd.

 


3) S.A. des Usines Raymakers bevond zich oorspronkelijk ook in Merksem, maar verhuisde later naar Lier, en werd Raymakers-Hustinx en co. Deze fabriek produceerde onder meer de merken
 

  • Regina
  • Sociale
  • Belgica 


Interessant historisch stuk: Een postkaartje van de firma Usines Raymakers
-toen al in Lier gevestigd- aan Lodewijk van der Grinten, de man die de
margarine een boterkleur kon meegeven

4) Brunita: In de Klamperstraat 40 (Anc. Ets. Verschure) Niet meer op het grondgebied van Merksem, maar in de buurt van de Solo-fabriek.

De aanwezigheid van verschillende producenten in dezelfde streek zorgde ervoor dat deze bedrijven de beste medewerkers van elkaar konden afsnoepen. Niet al deze firma´s waren echter concurrenten. Zo waren de banden tussen Brunita en de Jurgens familie uitstekend. Wanneer de Solo-fabriek dus op bepaald ogenblik een ex-directeur van Brunita aantrok, was dit min of meer een onderonsje.

Ook Jurgens´ concurrent van den Bergh was aanwezig op de Belgische margarinemarkt, met zijn merk Blue Band / Era. Deze firma heette Etablissements Belges van den Bergh Ltd. We hebben echter nog niet kunnen achterhalen of ze ook een margarinefabriek in ons land bezat. In de 1920´s gaf de firma een geïllustreerd jongerentijdschrift uit, dat Era-Blue Band magazine heette. Het was eerst een tweewekelijkse, later een maandelijkse uitgave. De firma investeerde ook heel wat geld in chromo´s en ´gratis´ gezelschapsspelen voor kinderen, om de verkoop aan te zwengelen.

Globaal blijkt dat van den Bergh aanvankelijk de krachtigste van de twee Europese rivalen was. De verkooppolitiek van Jurgens was echter agressiever, en gaandeweg werd de achterstand weggewerkt. Deze situatie moest ofwel naar de knieval van één van de twee firma´s leiden, ofwel naar een commerciële "rapprochement". Het is dat laatste scenario dat later doorgedrukt werd door de nazaten van beide bedrijfsleiders.

        
Jongerenmagazine van Era Blue Band: Links: n° 2 van 15 maart 1925,
midden n° 3 van 1 maart 1928. Rechts een emaille reclamebord in

Belgische kleuren, iets waar ook Marie Thumas op lette


Tot slot nog even vermelden dat in de buurt waar de Solo-fabriek lag, een heus bedrijventerrein ontstond. Gaandeweg vestigden zich onder andere Welvaart Dandelooy, de Drie Molekens en de Boerenbond zich in Merksem. Wat verderop, eveneens langs het kanaal ligt nog steeds de kandijsuikerfabriek Candico.

 

2) De expansie van een fabriek (1900-1930´s) en de
transformaties van een wijk

Keren we nu dan terug naar de fabriek in Merksem. Hoe zag deze er eigenlijk uit ? Doorheen een aantal afbeeldingen waartussen telkens een aantal jaren liggen, kan men zien hoe deze productie-eenheid gaandeweg uitbreidde in de periode voor WO 1. Jammer genoeg is het gissen uit welk jaar elk van de afbeeldingen dateert.

De oudste afbeelding toont een nog klein fabriekje met twee grote productiehallen, een rij huizen, een melkerij met twee bescheiden opslagtanks, en een aantal kleine opslagloodsen. Op het bedrijfsterrein liepen een aantal (smal ?)sporen. Omdat het terrein te klein was om de spoorwegen bochten van 90° te kunnen laten maken, werden draaibruggen gebouwd, waarop men telkens 1 wagon of loc kon plaatsen en 90° draaien. De omgeving rond de fabriek lijkt nog zeer "agrarisch" te zijn. De waterloop die op het kaartje te zoen is werd in de 1930´s een onderdeel van het Albertkanaal.

 

De loodsen links op de bovenstaande reclamekaart zichtbaar werden al snel als onvoldoende groot ervaren, en afgebroken. Zoals op onderstaande afbeelding te zien, werd het bedrijfsterrein aanzienlijk uitgebreid verder weg van het kanaal. Dit nieuwe terrein werd volledig volgebouwd, zoals in de gele rechthoek te zien. De naam Axa is rechts onderaan opgedoken boven een toegangspoort voor treinen. Opmerkelijk ook is de transformatie van Merksem op vrij korte tijd: het ziet er allemaal al heel wat minder bucolisch uit...

Al snel bleek deze nieuwbouw niet meer te beantwoorden aan de snel evoluerende noden. Het gebouw met het afgeronde dak links werd weer afgebroken, en vervangen door een administratief gebouw met een binnenkoer. (Verder meer over dit gebouw) De naam Axa duikt ondertussen ook op de gevels van de productiehallen die uitgeven op het kanaal, op de 2 opslagtanks van de melkerij en zelfs op de schouw. Ook op de wagons rechtsonder is de naam prominent aanwezig. De naam Union daarentegen is nergens te bespeuren.

Zoals zo typisch in die tijd werd alles op deze tekening veel groter afgebeeld dan het in werkelijkheid was. Niettemin is de expansie van de margarinefabriek onmiskenbaar.

Let op de afspanning links onderaan, die zo uit een film over Napoleon lijkt te komen. Hieronder een uitvergroting van dit "Estaminet", dat geen lang leven meer beschoren was:

In de volgende jaren ging de expansie blijkbaar onverminderd voor. Op de volgende afbeelding is te zien hoe het estaminet verdwenen is, en plaats heeft gemaakt voor bedrijfsgebouwen. De fabriek is ook in de andere richting langs het kanaal uitgebreid met een nieuwe sector. Het binnenplein van het administratief gebouw lijkt ondertussen ook plaats te hebben gemaakt voor extra gebouwen. De site telde ondertussen 4 hoge schouwen, en de naam Axa staat nu in koeien van letters op twee daken langs het kanaal, en ook op het administratief gebouw prijkt de naam. Men kan ook zien dat het verkeer ondertussen is toegenomen, en vooral, bijna volledig gemotoriseerd. De paarden en karren hebben inderdaad plaats gemaakt voor vrachtwagens en tractoren. Ook de structuur van de spoorwegen op de site kende een aantal belangrijke ingrepen. Er liggen kanaalschepen voor de fabriek geankerd, maar er lijkt geen infrastructuur aanwezig te zijn om deze te lossen en laden.


afgaande op het koetswerk van de wagens tonen deze tekeningen de 
situatie in de 1920´s of vroege 1930´s. Of alle gebouwen die erop voorkomen
ook effectief gebouwd werden, is niet helemaal duidelijk. Deze bedenking
slaat vooral op het gedeelte dat zich op de huidige Boerenbond-site (bovenste
gele kader) zou hebben bevonden.


In een latere fase werd de fabriek zeer grondig verbouwd.
Links is nog een onderdeel van de "oerfabriek" te zien. Ook
dat deel zou uiteindelijk in de 1930´s (?) verdwijnen. Let ook op
de installatie om scheepsladingen naar binnen te pompen (?)

 

3) Het productieproces in enkele woorden en beelden

Doorheen de chronologisch gerangschikte fotoalbums die de Solo-directie systematisch heeft laten maken en inventariseren krijgt men een goed idee van de evolutie van het bedrijf doorheen de 20ste eeuw. Retroscoop is alvast fier een voorsmaakje van dit beeldmateriaal te kunnen tonen.  

Om diverse redenen is het evenwel onmogelijk om heel het productieproces van margarine in detail te bespreken. Noch in Deel 2 (1900-1930´s) noch in Deel 3 (1940´s-1970´s) zal hierbij in detail worden blijven stilgestaan. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend. Vooreerst ontbreekt het ons aan de nodige technische kennis en bagage om het toenmalige of het huidige productie-proces volledig te begrijpen. De fabricage van margarine is misschien niet zo complex, maar bevat een eigen en uitgebreid vakjargon. Het is een productieproces waarin ook allerhande machines en installaties met exotische namen een rol spelen. Oordeel zelf:
- ontzuringsketels
- puntkegels
- komplectoren met hun koeltrommel
- Votathoren en Zenathoren
- in Merksem ontworpen Merksatoren
- homogenisatoren
- zuurwaterbekkens
- stikstoftanks en Sulzer ammoniakcompressoren voor koelprocessen
- speciale persen en bleekaardesilo´s

En dan hebben we het nog niet over de multiplex walsen en tafelwalsen, hetgeen in de verste verte iets met romantische dansen en balzalen te maken had... Of wat te denken van "geraffineerde charges", die absoluut niets te maken hadden met het één of ander spitsvondig verleidingsoffensief. En overal in de fabriek een wirwar aan buizen, kranen en metertjes, kabelbanen en transportbanden allerhande...

Het zou dan ook deze bescheiden online bijdrage werkelijk overstijgen om ons daaraan te wagen. Bovendien zouden we wellicht te zeer afwijken van het opzet van deze website. Voor hen die zich echter in sterke mate in dit domein interesseren, weet dat de archieven van CSM Merksem, de huidige eigenaar van de voormalige Solo-fabriek een goudader aan informatie qua beeldmateriaal bevat. Geen meters en meters archieven met verkoopstatistieken of personeelregisters, maar enkele historisch zeer waardevolle fotoalbums, waarin het productieproces van A tot Z aan bod komt. 

We tonen hier en daar echter een aantal foto´s van het productieproces, meer om een idee te geven van wat deze fotoalbums allemaal bevatten. Deze artikels zullen bij tal van andere aspecten van het bedrijf blijven stilstaan, maar niet bij elke productiefase, noch bij de precieze functie en werking van elk toestel. 

Het productieproces begon natuurlijk steeds bij het beschikken over de nodige ingrediënten. De voornaamste in het geval van margarineproductie waren dierlijke en later plantaardige vetten enerzijds, melk anderzijds. Jurgens diende vanuit de verste hoeken dierlijke vetten aan te voeren, tot en met vanuit de gigantische slachthuizen in Chicago. Door installaties aan te kopen op 4 continenten, zorgde hij ervoor om gaandeweg zoveel mogelijk onafhankelijk te geraken voor wat betreft de levering van grondstoffen nodig voor de productie van margarine.

In de beginfase van de margarinefabriek in Merksem gebeurde de receptie en opslag grotendeels manueel en stuk per stuk. In die tijd dus geen vorkheftrucks, geen paletten, geen racks maar pure spierkracht en een legertje aan toen nog goedkope arbeidskrachten. 


Voor WO 2 bleven tal van taken puur manueel


De tonnen met runds- en varkensvet werden
in dit
grote magazijn opgestapeld
 

Aan het begin van de 20ste eeuw waren er een aantal nieuwe ontwikkelingen op het vlak van de scheikunde, die een belangrijke impact op de margarine-productie zouden hebben. De Duitse chemicus Wilhelm Normann speelde daarbij een sleutelrol. Deze vernieuwingen lieten toe om vloeibare plantaardige oliën te laten harden, wat op zijn beurt de weg opende naar het gebruik van plantaardige vetten in de productie van margarine. Op het kaartje hieronder zien we dan ook Axa plots omschreven worden als "de koningin der vruchtenmargarines". De producent wilde hiermee onderstrepen dat ze niet langer met dierlijke vetten afhing, maar werkte met palmolie uit kokosnoten. Ook uit aardnoten, maïs, zonnebloemen en koolzaad kunnen plantaardige oliën gewonnen worden. 

 

Daardoor werden installaties voor de raffinage van plantaardige oliën nodig. In 1912 richtte van den Bergh een zeepfabriek op in Zwijndrecht, waar men ondermeer met het vruchtvlees van kokosnoten (kopra) en soja-olie zou werken. Ditmaal was hij zijn eeuwige concurrent Jurgens voor.

Pas in 1914 volgde Jurgens zijn voorbeeld. Ook hij koos Zwijndrecht uit als vestigingsplaats voor zijn raffinaderij, die Jurgens´ Olie- en Veekoekenfabriek gedoopt werd. (Uit deze twee raffinaderijen zou in 1927 de Maatschappij der Vereenigde Oliefabrieken NV ontstaan, de voorloper van Unimills (zie verder). 


De kruiken met melk


De melkkamer in 1922 met grootvader ´Charel´ Wellens
Ook zijn zonen Door en Frans zouden in deze fabriek tewerkgesteld worden

Naast dierlijke en plantaardige vetten had de margarinefabriek melk nodig, véél melk... Vanaf 6 u in de morgen reden karren, later vrachtwagens gevuld met kruiken af en aan met kruiken melk. In een later stadium werd de melk dan in speciale tankwagens aangevoerd. Van de aangevoerde melk werden stalen genomen, en in een oorspronkelijk bescheiden labo (zie verder) geanalyseerd. De leverancier werd betaald volgens de roomgehalte van zijn melk, die binnen zekere grenzen kon variëren.

De ingrediënten dienden naar de eigenlijke productiehallen te worden gebracht, waar ze nog een aantal voorbereidende bewerkingen ondergingen. Zo diende de melk eerst nog gepasteuriseerd en dan weer afgekoeld te worden.

Wat typisch is in fabrieken uit de vroege 20ste eeuw zijn de aandrijfassen langs de wanden van de productiehallen. Elke machine kreeg zijn nodige kracht via een aandrijfwiel en -riem van deze assen. Pas in de 1930´s ziet men deze installaties verdwijnen, en waren de afzonderlijke machines elk voorzien van een eigen motor, in plaats van te moeten worden gevoed door een gemeenschappelijke energiecentrale, de grote stookketel. Dit was een hele verbetering, omdat de aanwezigheid van sneldraaiende aandrijfwielen en -riemen altijd gevaren op kwetsuren met zich meebrachten, zoals een afgerukte of verbrijzelde arm.


Het smelten der vetten


de bereiding der melk


Het mengen der vetten en de melk


Het kneedlokaal
 


Het karnen der margarine


Het rusten van de margarine

Het bedrijf bezat einde 19de, begin 20ste eeuw ook een groot mandenmagazijn. De "biezen korven" werden naar verluidt zowel gebruikt voor het productieproces als voor transportdoeleinden. De margarine, die na het productieproces in "klompen" zwom in een waterige vloeistof werd in deze manden uitgelekt. Er werden ook droge manden gebruikt voor de verzending van margarine. De margarine die in kleine pakjes moest worden ingepakt, werd daarentegen in grote bakken verzameld.

Rond 1900 was de fabriek in Merksem goed voor 16 % van de totale margarineproductie in België. Het was daarmee de grootste fabriek van het land in dit segment. In 1921 stond de meermaals vergrootte fabriek in voor zowat 30 % van de margarine die in België geconsumeerd werd. 

Op 27 april 1927 werd overigens ook de eerste steen gelegd van een raffinaderij, die op de site in Merksem werd gebouwd. De familie Jurgens was nog steeds zeer nauw betrokken bij het reilen en zeilen van de fabriek in Antwerpen. De toenmalige "PDG", zijn vrouw, zijn zoon en dochter waren dan ook bij dit evenement aanwezig. Het was dochter Elly die het truweel in een wiegje met cement moest steken, en de eerste steen metsen. Ook aanwezig was Georges Hoefnagels, die er al van 1896 bij was, en uiteindelijk directeur van de fabriek in Merksem werd. Eveneens geïdentificeerd op de foto hieronder is Willem van Eupen (1890 St. Oedenrode-1955 Antwerpen), een "administrateur" die later mee aan de wieg zou liggen van de oprichting van de UMB, de Union Margarinière Belge, waarover verder meer. (5)

De nieuwe installaties werden vanaf de ingebruikname al snel kortweg "Raffi" genoemd.


Op 1 persoon na werd iedereen op deze foto in de fotoalbums van de Solo-
fabriek geïdentificeerd. Op de bovenste rij zien we van links naar rechts:
wellicht Willy Wright, G. Vandenbussche, F. Van Eupen, W. Van Eupen,
?, Kerckhofs en R. Hendrickx
Op de onderste rij, ook weer van links naar rechts:
G. Hoefnagels, E. Raeymaeckers, J. Libotte, H. Jurgens jr., H. Jurgens sr.,
Elly Jurgens gewapend met een truweel en haar moeder, Mevr. Jurgens sr.
(De niet geïdentificeerde persoon is misschien Willem Ludwig, hoofd van
de administratie in Merksem, of een ander lid van de Raad van Beheer)

Deze plechtigheid kan misschien meteen worden aangegrepen om ook mee te geven dat er zich van H. Jurgens senior en zijn latere opvolger als CEO van de fabriek, zijn zoon H. Jurgens junior ook twee bronzen (?) reliëfbeelden op de huidige site in Merksem te zien zijn. Ze meten ongeveer zo´n 80-100 cm lang op zo´n 50 cm hoog, en werden aan de wand van een met zorg onderhouden gang aangebracht. Wat verderop staat overigens ook nog een prachtig glas-in-loodraam, waarop verder nog wordt teruggekomen.


Jurgens sr. bleef tussen 1905 en 1939 voorzitter van de
Raad van Beheer van de margarinefabriek van Merksem


Zijn zoon nam net voor WO 2 de fakkel over, en
stond tot 1954 aan het hoofd van de Raad van Beheer
(In feite hebben beide reliëfbeelden dezelfde kleur, maar
de lichtinval in de gang was niet overal dezelfde)

 

4) Enkele afdelingen onder het vergrootglas

4.a) Burelen

Vanuit het administratief gebouw werd de hele verkoopsadministratie en de correspondentie met bv. leveranciers geregeld, de loonadministratie, de aanwervingen enz. (Dit gebouw bevond zich naar alle waarschijnlijkheid in de St Bartholomeusstraat 136-138) 


de ramen dienden duidelijk enkel voor
lichtinval, niet om te dagdromen...


een nog niet geëmancipeerde afdeling... wat ook opvalt: nog nergens telefoons


De typistes waren dan weer overwegend vrouwen
 


Of dit archief, dat vandaag wellicht volledig in een krachtige laptop zou
passen zich in het hierboven afgebeelde gebouw bevond is -gezien de
hoogte ervan- niet helemaal duidelijk. Evenmin zeker is of de hieronder

afgebeelde bureaus van de directieleden zich erin bevonden. Indien dat het
geval was suggereren de ramen dat deze zich op het gelijkvloers bevonden.


Het bureau van de Directeur-Beheerder... (zou dat een afbeelding
van Mège-Mourriès zijn aan de muur ? Of van één van de Jurgens-en ?)


en dat van de technische beheerder (mogelijk Jan van Bruggen)
 

In de 1930´s kreeg het administratief gebouw langs de binnenzijde een nieuwe "look". Zeker vermeldenswaardig in dit verband is de nieuwe trappenhal die in een soort art deco stijl werd gebouwd, erg typisch voor die periode. Het feit dient des te meer aandacht, omdat er ook een link is naar een ander bewaard gebleven pronkstuk op de huidige site: een prachtig glasraam.

Zoals de foto´s hieronder aantonen moet de trappenhal op zijn minst twee verschillende glasramen hebben bevat, of waren er twee trappenhallen. De twee glasramen tonen taferelen die verband houden met de productie van margarine. Het bewaard gebleven exemplaar toont hoe vethoudende vruchten als kokosnoten in Afrikaanse kolonies vergaard worden, om dan naar Merksem gebracht te worden. Het andere glasraam was zo mogelijk nog indrukwekkender, en toont de fabriekssite in Merksem. Het is het eerst vermelde glasraam dat tot op de dag van vandaag nog op de site in Merksem bewaard wordt.

Benieuwd trouwens waar dat andere exemplaar thans hangt... Naar alle waarschijnlijkheid zal zo´n pronkstuk wel bewaard zijn gebleven, misschien wel bij één van de voormalige directieleden of wie weet bij de familie Jurgens. (wie ons hier meer over weet te vertellen kan steeds contact opnemen met Retroscoop.)


de vernieuwde trappenhal in typische 1930´s stijl.
Centraal het glasraam, rechts een niet geïdentificeerde
"bas reliëf" met een sierlijke vrouwenfiguur


Het prachtige glasraam met de fabriek in Merksem siert vandaag
misschien wel de één of andere herenwoning of villa ?


Wat dit reliëfbeeld in de trappenhal voorstelde
is vooralsnog niet opgehelderd. Mogelijk ging het
om de één of andere allegorie, bv. "de Nijverheid"


Het op de CSM-bedrijfsterrein bewaard gebleven glasraam
met de aanvoer van koloniale waren als thema
 


het lichtdoorlatend plafond suggereert dat deze kantoortuin
zich in
een later toegevoegde vleugel bevond. Dateert de foto misschien uit
dezelfde periode als de modernisering van de trappenhal ?
 

 

4.b) Reclame-afdeling

 

4.c) Laboratorium


Het Labo in 1922 en Katho van Bruggen

     
Aan de muur reclames van Jos Verfaillie en Axa
 

In het Solo-archief bevindt zich een foto uit 1922 van de laborante, die in de legende geïdentificeerd werd als Katho van Bruggen. Het toont een vrij primitief laboratorium, met een vloer die niet kraaknet oogt. Het mag misschien verbazen een jongedame in het interbellum aan te treffen in het labo. Men mag echter niet vergeten dat tijdens WO 1 de meeste mannen aan het front waren, en zo de weg hadden geopend voor vrouwen op heel wat functies die tot dan toe voor mannen voorbehouden waren. In deel 3 hoofdstuk 6 van deze artikelenreeks gaan we dieper in op de andere leden van de familie van Bruggen, die voor Jurgens gewerkt hebben.


4.d) Verpakking

Rond de eeuwwisseling gebeurde het inpakken van de margarine nog volledig manueel. De klompen werden stuk voor stuk door arbeiders ingewikkeld. De kartonnen dozen werden eveneens manueel geplooid en gestikt, hetgeen minstens zo bleef tot in de 1930´s. Dat gold eveneens voor het vullen en sluiten van kartonnen dozen of houten kisten, alsook het vullen van de huifkarren en later de eerste gemotoriseerde bestelwagens. 


Tenminste tot in de 1930´s werden de kartonnen dozen
manueel geplooid en gestikt. Hier een foto uit 1932

 
Hier worden de margarineklompen individueel
ingepakt, en in dozen gestapeld.


Het sluiten van de dozen


Een deel van de hierboven zichtbare gewelfde plafonds en stalen balken
met klinknagels is ook nog anno 2012 op de site in Merksem te zien

Omstreeks 1926 werd een eerste inpakmachine aangeschaft, die echter nog niet automatisch "gevoed" werd. In de 1930´s verscheen eveneens een soort kabelbaan voor het transport van de kartonnen dozen. 


Een eerste inpakmachine in 1926 met een
capaciteit van 40 pakjes per minuut


De "kabelbaan" of beter "schommelliftkettingtransporteur"  -jawel- in 1932
 

 

4.e) Drukkerij


De drukkerij in 1922

 

4.f) Stockage / Expeditie


De paarden en huifkarren die op een eerder afgebeelde reclame-
kaart te zien waren, werden vervangen door deze bestelwagens (1910´s ?)
(merk vooralsnog onbekend). Noteer de opschriften enkel in het Frans


Vanaf 1929 produceerde de fabriek in Merksem de nieuwe margarine Solo.
In de vroege 1930´s kwamen er ook camions met opleggers en modernere bestelwagens. Jammer genoeg bevatte het fotoarchief geen beelden
van de trucks die bij deze opleggers hoorden. Niettemin, een aardige foto.
Hieronder de twee types transportmiddelen uitvergroot:


Drie bestelwagens, en meteen ook drie van verschillende merken...
Werden misschien een aantal modellen uitgetest, om vervolgens
een grotere bestelling te kunnen plaatsen ?
 


De opleggers lijken wel allemaal van hetzelfde type te zijn
 

Zoals op het eerder gereproduceerd beeldmateriaal over de Axa-fabriek te zien was, werd op de site ook in sterke mate van het spoorwegvervoer gebruik gemaakt. Dit bleef eveneens zo ten tijde van de opstartfase van Solo.


Rijen AXA-wagons rollen de fabriekssite binnen

 
De zware locomotieven (links) dienden om volledig samengestelde wagonrijen te trekken, de kleinere rangeerlocs (rechts) voor het transport op de site zelf


De vroege 1930´s: de treinen reden nog steeds tot op de site binnen. In de
grote overdekte hallen konden de wagons zonder vrees voor regen volgeladen
worden. Niet iedereen op deze foto lijkt te zijn gekomen om te werken.


In 1919 bezat Jurgens 14 kanaalschepen van 450 ton die voor verbindingen
over water in Europa zorgden. Hier een foto uit 1932, waarop de lichter
Unilever 5 te zien is, wellicht in Merksem. 

In de 1930´s maakte de margarinefabriek van Merksem meer en meer gebruik van het nabij gelegen kanaal. Of de kade-infrastructuur op de achtergrond van bovenstaande foto van de Solo fabriek was, is niet duidelijk. Wellicht verzorgden deze kanaalschepen de verbinding met de installaties in Zwijndrecht (Nederland). Ook de aanvoer van aardnoten voor Huile Impériale (zie Deel 4) gebeurde vanaf een onbekend jaartal via kanaalschepen. 

 

4.G) Veiligheid

In een fabriek waar dingen verhit worden, of hoogspanningscabines opgesteld staan, kan natuurlijk ook wel eens brand ontstaan. Reeds in de 1930´s blijkt de fabriek over een eigen klein brandweerkorps te hebben beschikt. (Misschien was dit een wettelijke verplichting ?) Het fotoarchief van de Solo-fabriek bevat slechts één afbeelding van deze dienst voor de periode tussen de 1900´s en 1930´s:


Brandweerwagen 1932

 

4.H) Vermaak

Te noteren valt dat er binnen de schoot van Axa reeds in 1921 een eigen voetbalploeg werd opgericht. De heer Bruno van Bruggen zond ons in dat verband een scan van de onderstaande prachtige foto.

 

5.) Een multinational krijgt vorm

In 1902 werd de naam van de Stoomboterfabriek gewijzigd in de Anton Jurgens Margarinefabriek NV. In 1921 verhuisde Anton Jurgens naar Engeland, waar hij tot aan zijn dood in 1945 zou wonen.

Ook het bedrijf van Simon van den Bergh was ondertussen in handen gekomen van een nieuwe generatie.

Na elkaar gedurende bijna 50 jaar zwaar beconcurreerd te hebben, besloten de twee firma´s in 1927 om de strijdbijl te begraven, en te fusioneren. De nieuwe firma werd Margarine-Unie gedoopt. Vermoedelijk werd in hetzelfde jaar de naam Union in Antwerpen vervangen door Union Margarinière Belge of afgekort UMB. Deze naam zou tot het begin van de 1960´s behouden blijven. Men vond de afkorting wel terug op de kartonnen dozen, maar eigenlijk sprak iedereen van de Solo-fabriek, uitzonderlijk van de Union-fabriek.

Het samengaan van de twee concurrenten betekende niet, dat hun oude merknamen plotseling verdwenen. Zo was van den Bergh´s Blauw Band een sterk merk in Duitsland. Het merk heette aldaar Blau Band, en zou tot minstens eind jaren ´50 zo blijven heten. (We hebben nog geen informatie tegengekomen over wat er met de firma´s van de van den Berghs -een Joodse familie- gebeurde tijdens het bewind van de NSDAP in Duitsland.) 

Twee jaar later, in 1929, besloot Margarine-Unie om ook in Merksem, Antwerpen met de productie van Solo te beginnen. Vanaf de vroege 1930´s verschenen de eerste boekjes met kooktips, die al snel erg populair werden... (Daarover meer in Deel 4)

 

Voetnoten en bedankingen

We zijn zeer veel dank verschuldigd aan CSM, het bedrijf dat de voormalige Solo-site van Unilever overnam, en meer bepaald aan Dhr. Denis Vercammen. Hij nam het zeer lovenswaardige initiatief om Retroscoop te contacteren na het lezen van de eerste versie van het Solo-artikel uit 2010, en bracht ons op de hoogte van het bestaan van de fotoalbums over het Solo-verleden van de site.
Uiteraard diende hij geen twee maal te vragen of het ons interesseerde om deze ter plaatse te raadplegen. De boeken bleken een ware schat aan informatie te bevatten. We danken zeer uitdrukkelijk CSM en dhr. Vercammen in het bijzonder voor het vriendelijke onthaal, en het ons mogelijk te maken deze rijke bron te kunnen inzien. Dit initiatief maakte het mogelijk om het oorspronkelijk artikel zeer gevoelig uit te breiden. Het resultaat van het bezoek aan de CSM-site is vooral in Deel 2 en 3 van dit vierluik evident. Het merendeel van het aldaar opgenomen beeldmateriaal is afkomstig van het beeldarchief van de vroegere Solo-fabriek.

We twijfelen er geen moment aan, dat heel wat lezers hier zeer veel aan zullen hebben, en niet eens enkel en alleen ex-werknemers.

We zijn verder ook veel dank verschuldigd aan Dhr. Bruno van Bruggen, die ons meer informatie verschafte over Katho van Bruggen, de laborante alsook van haar familieleden, eveneens werkzaam bij UMB Solo Merksem

(1) Geciteerd in: 1895-1995 Union Merksem 100 (jaar) Korte historiek opgesteld voor de firma Hartog Union, de Unilever-divisie waaronder de margarinefabriek in Merksem toen ressorteerde.

(2) Anton Jurgens opstel

F.J.M. van de Ven: Anton Jurgens Hzn (1867-1945): Europees ondernemer, bouwer van een wereldconcern Uitgeverij Waanders, Zwolle

(3) Idem 1

(4) Het Gouden Boek: 70 jaar Solo in de keuken p. 5 Unilever div. Hartog-Union 1999

(5) overlijdensbericht Libre Belgique 17.11.1955
 

 

 
 
database afsluiten