Retroscoop - Kroniek van de Cie. Liebig in België: Deel 2: De verschillende Liebig sites in ons land RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Kroniek van de
Cie. Liebig in België

 Deel 2: De verschillende Liebig-sitesin ons land

Benoit Vanhees 

   

Versie 1 (19.03.2013)
Versie 2 (09.04.2013)

In deel 1 van deze artikelreeks zagen we hoe vanaf de 1860´s spoorwegingenieur Giebert een grote fabriek voor de productie van vleesextract van nul af aan te Uruguay liet optrekken. Hij had bovendien het fiat gekregen van de beroemde Duitse chemicus Justus von Liebig om diens naam en faam als kwaliteitsgarantie voor het product te gebruiken. Voor de verdeling van het vleesextract over de wereld was de keuze gevallen op de havenstad Antwerpen. Om die distributie in goede banen te kunnen leiden, waren ten minste twee dingen nodig: een fabriek waar men de ladingen van vleesextract uit Uruguay na enkele simpele bewerkingen in kleinere potjes kon verpakken, en een kantoorgebouw, waar men de bestellingen van A tot Z kon opvolgen.

De firma Cie. Liebig ging officieel in 1865 van start. Na aanvankelijk op de Antwerpse Beurs te zijn genoteerd, werden in 1866 de aandelen naar deze van Londen verhuisd. Ondanks het feit dat het bedrijf opgestart werd door de Duitse spoorwegingenieur Giebert (zie Deel 1), draaide heel de commercialisering rond de illustere professor Justus von Liebig. Nergens op oude facturen, briefhoofden of reclameitems wordt Giebert´s naam vermeld. De man is zo op de achtergrond gebleven, dat vooralsnog geen afbeelding van hem gevonden werd.

Structuur

1) De oprichting van een Algemeen Depot & fabriek in Antwerpen
2) De burelen aan de Meir
3) Een oorlogsintermezzo: het ontginningsproject in Meer
4) De installaties in Walem
5) De conservenfabriek in Zandvliet en de productie van groenteconserven
6) De nieuwe Liebig site in Schoten
7) Identificatie van het Liebig personeel doorheen de jaren (voor 1980) Een project op zeer lange termijn


1) De oprichting van een Algemeen Depot en een fabriek in Antwerpen

In de 1860´s zag het centrum van Antwerpen er sterk anders uit dan rond de 1900´s. Er was nog geen Centraal Station, geen Keyserlei, geen Grand Boulevard. Al deze grote en ingrijpende werken zouden zich in snel tempo in de daaropvolgende decennia gerealiseerd zien. Sommige gedeelten van de Meir daarentegen leken al in sterke mate op wat we vandaag kennen. Wel was er bv. nog geen Stadsfeestzaal of geen Grand Magasin Leonhard Tietz; die uit het begin van de 20ste eeuw dateren.

De Liebig Extract of Meat Co. of simpelweg de Cie. Liebig zoals de firma in ons land bekend zou worden, ging meteen op zoek naar een geschikte locatie voor een fabriek in de Scheldestad. Uiteindelijk werd besloten om een voormalig klooster van de Arme Klaren (Clarissen) in het centrum van Antwerpen als uitvalsbasis aan te kopen. Het klooster nam een belangrijk deel van een vijfhoekig huizenblok in, gevormd door de huidige Meir, de Lange Klarenstraat, de Lange Nieuwstraat en de Eikenstraat. Deze keuze verrast eigenlijk een beetje: het was al een eindje van de dokken en er was geen spoorweg in de directe omgeving. Ongewoon toch voor een site die opgericht werd met de bedoeling om vleesextract over heel de wereld te verdelen.

 
Het klooster van de Clarissen

De geschiedenis van het klooster ging terug naar 1446. Een aantal jonge dames lagen toen aan de basis van een orde, die zich aan de strenge leefregels van de Heilige Clara wilden onderwerpen. Na de goedkeuring door de Paus volgde ook het patronaat van  Isabella van Portugal, de gemalin van Filips de Goede, Markgraaf van Antwerpen. Vanaf de 15de eeuw werd het klooster beetje bij beetje uitgebreid met de klassieke onderdelen van elk klooster, zoals een kerk, een keuken en refter, woongelegenheid, een moes- en kruidentuin, een kerkhof. 

In 1578 werden de in afzondering levende kloosterlingen met hun kenmerkend bruin gewaad een eerste maal uit hun gebouwen verdreven. De opstandelingen veranderden prompt de kerk in een paardenstal. Zeven jaar hadden de Spanjaarden het weer voor het zeggen in de Scheldestad. De Clarissen konden weer hun intrek nemen in hun klooster, dat zwaar toegetakeld bleek te zijn. Gelukkig voor de religieuzen brachten enkele rijke mecenassen soelaas. In de 18de eeuw waren onze contreien nog maar eens in handen van een invaller, ditmaal de Oostenrijkers. Hun vorst, Jozef II vaardigde een decreet uit, dat ondermeer de afschaffing van het klooster van de Clarissen in Antwerpen inhield. De zusters kregen weliswaar een soort pensioen uitbetaald, maar de kloostergebouwen kwamen leeg te staan. Na de Oostenrijkers was het nu eens de beurt aan de Fransen om ook eens onze gebieden te komen bezetten. Hun bewind zorgde opnieuw voor hoefgetrappel in de voormalige Clarissenkerk, die opnieuw omgetoverd werd tot een paardenstal. Volgde Waterloo, een Hollands intermezzo van 15 jaar en uiteindelijk de onafhankelijkheid van België. In 1850 kocht de Stad Antwerpen het deel van de kloostersite dat uitgaf op de Eikenstraat op, waarin een middelbare school werd ondergebracht. Of er in de rest van de voormalige site van de Clarissen activiteiten werden ontplooid is niet helemaal duidelijk. In 1867 liet de Cie. Liebig dan haar oog vallen op de overgebleven gronden en gebouwen. Een nieuw hoofdstuk kon een aanvang nemen. (1)

Doorheen de jaren zal deze Cie. Liebig de site regelmatig verbouwen, uitbreiden, gebouwen deels of geheel slopen, verhogen... Bijna jaarlijks kreeg het Antwerps stadsbestuur aanvragen van de firma om de één of andere aanpassing te mogen maken. Sommige jaren ging het om nauwelijks zichtbare werken, op andere jaren waren de geplande werken dan weer zeer ingrijpend.

Enkele aanpassingen aan de gebouwen geven een idee van de drukte op de site 

1881: bouw van een atelier en magazijnen
1890: verbouwing van magazijnen
1895: veranderingen aan de gevel gelijkvloers, afbraak van de kapel
1902: bouw van een kelder in de koer
1904: afbraak bestaande gebouwen en oprichting van werkhuizen
1905: afbraak van de laatste 15de eeuwse kloostergebouwen
1906: afbraak en verbouwing werkhuizen op de koer
1908: aanleggen van een riool
1909: aanleggen van een overdekte koer
1911: bouw van twee extra verdiepingen kantoorgebouw
1912: kelder onder de koer (nieuwe ?)
1922: binnenveranderingen
1923: gevel- en binnenveranderingen
1925: verbouwing huis
1926: verbindingsbrug
1928: benzineput, veranderingswerken
1929: binnenveranderingen en bouw van een hangar
1947: gevel- en binnenveranderingen, herbouw vierde verdieping: verhoogd van halve naar hele verdieping  (2)


De situatie omstreeks 1910. De foto toont de gebouwen
in de Lange Klarenstraat, en de toegangs
poort tot de binnenstraat.
Centraal op de foto is
de ingang tot dit gebouw zelf te zien.
 

Helaas werden tot op heden slechts enkele chromo´s gevonden, die een idee geven van hoe de fabriek er in die pioniersdagen moet hebben uitgezien. De oudste foto die gevonden werd dateert uit omstreeks 1910, dus bijna 50 jaar na de opstartfase. Daarop kan men zien dat zich in de Lange Klarenstraat toen reeds een hoofdgebouw bevond, dat men vandaag de dag nog steeds goed in de huidige bebouwing kan herkennen. Het gebouw in kwestie telde op dat moment weliswaar maar 3 ½ verdiepingen. De eigenlijke gebouwen waar het ingevoerde vleesextract werd getransformeerd en opnieuw verpakt in kleine “porseleinen” potjes bevond zich evenwel achter dit zichtbare gedeelte. Op welke wijze de nationale en internationale distributie van vleesextract in die tijd precies gebeurde werd vooralsnog niet achterhaald.

Al snel was de vraag naar vleesextract zo groot geworden, dat Antwerpen niet lang het enige verdeelcentrum met een fabriek in Europa kon blijven. Er zouden in de loop der jaren nog fabrieken volgen in Nederland (Rotterdam), GB (Londen), Duitsland, Frankrijk (Parijs), Italië (Milaan)... Beetje bij beetje beperkte de fabriek in Antwerpen zich dan ook tot de binnenlands markt, deze van Luxemburg en van Belgisch Congo. Gezien dit echter sterke groeimarkten waren, betekende dit alles behalve een daling van de productie of van het personeelsbestand.

We kunnen de geschiedenis van de site -enigszins arbitrair natuurlijk- opdelen in drie periodes.

1.a) Voor einde WO 1

Het is vooralsnog onduidelijk met hoeveel personeelsleden de Liebig-fabriek in Antwerpen in de 1860´s opstartte. Dat de zaken alleszins prima verliepen, blijkt wel uit het feit dat er rond 1880 reeds zo´n 100 mensen op de site werkzaam waren. Dit hoge aantal hing uiteraard samen met het feit dat heel wat van de taken nog niet gemechaniseerd waren geworden. In deel 1 vielen reeds de namen van Joseph Bennet (Bennett ?), die als eerste de leiding had over de installaties, en die van ene Fink of Finck. Deze laatste werkte vrij onafhankelijk van de fabriek, als vertegenwoordiger van Justus von Liebig in Antwerpen. De man nam stalen van het ingevoerde vleesextract, en zond deze naar het laboratorium van Liebig en von Pettenkofer.

Het enige beeldmateriaal van de Liebig site uit die periode waarop we gestoten zijn, zijn 6 chromo´s, uitgegeven door het bedrijf zelf. Of beter: het gaat om de achterkant van chromo´s. Het is ons onbekend of ze op alle reeksen op de achterkant verschenen. Wij vonden deze afbeeldingen alvast op de reeks "Nos aïeules" ofte onze voorvaderen, waarvan hierboven één exemplaar afgebeeld werd. De illustraties op de achterkant van deze chromo´s zijn in verschillende opzichten zeer interessant en leerrijk. Ze geven toch al een zeker idee van hoe de installaties eruit zagen en van de machines die in die tijd gebruikt werden.


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)

Het opwarmen en weer vloeibaar maken van het
geïmporteerde vleesextract


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)

Het uitwassen van de potjes voor vleesextract


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)

Het vullen en afsluiten met een kurken stop van de potjes met vleesextract


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)

Inkapselen van de potjes vleesextract (hermetisch afsluiten ?)
Let op de machines tussen en onder de tafels


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)

Het verzegelen van de kisten met vleesextract
 

De belangrijkste conclusie is echter dat er in die tijd blijkbaar alleen of zo goed als alleen mannen in de firma werkten. Deze vaststelling is in die zin belangrijk, dat in de periode tussen de twee wereldoorlogen dit compleet zal veranderen, zoals verder zal blijken. Wellicht zag de firma zich tijdens WO 1 verplicht om op vrouwelijke arbeidskrachten over te schakelen, en stelde men vast dat zij voor veel taken net zo goed, zo niet beter dan mannen presteerden.

Het productengamma was in de eerste decennia van de firma nog beperkt. Naast vleesextract werd er vanaf de eeuwwisseling ook vloeibare OXO-bouillon geproduceerd. Het hoogtepunt van de productie van vleesextract lijkt zo rond 1908-1910 bereikt te zijn geworden. De introductie van het goedkopere bouillon op basis van vleesextract maakte niet alleen dat nu ook nieuwe, armere lagen van de bevolking bereikt werden, maar ook dat een deel van de vroegere gebruikers van vleesextract overschakelden op het goedkopere alternatief. Ook omstreeks 1910 deden de OXO-bouillonblokjes hun intrede. (zie Deel 3)

Tot een vooralsnog niet achterhaald jaartal diende de Liebig-fabriek stalen van het vleesextract naar München te sturen, opdat een constante kwaliteit gegarandeerd kon worden. Mogelijk stopte dit na de dood van Liebig of van zijn medewerker Max von Pettenkofer. De Antwerpse firma richtte dan ook op een nog niet juist in de tijd gesitueerd moment een eigen labo voor kwaliteitscontrole op. (Zie verder: 1.b)

Vanaf de aanvangsfase van de firma werd het belang van deelname aan internationale tentoonstellingen om vleesextract beter kenbaar te maken bij de hogere lagen van de bevolking erkend. Zo was de firma present op de wereldtentoonstellingen van 1885 en 1894, die beide te Antwerpen doorgingen.


Wereldtentoonstelling Antwerpen 1885: Zoals links te zien is,
had de firma toen reeds een trits onderscheidingen behaald.
´Hors concours´ betekende dan weer dat het niet langer naar
zo´n onderscheidingen meedingde. 

De bekende beeldhouwer Jef Lambeaux (1852-1908) en zijn leerling Jules Lagae slaagden er toen in “to overcome the difficulties of combining art and commerce” zoals de Illustrated London News van 20 oktober 1894 het omschreef. Ze ontwierpen een monument dat rustte op een sokkel van zwart marmer. Op een halve wereldbol waren Europa en de twee Amerika´s te zien. Bovenop deze halve bol droegen drie levensgrote bronzen ossen een potje vleesextract op de horens. Daar nog bovenop was nog eens een borstbeeld van Baron Justus von Liebig opgesteld. Het geheel was ongeveer 8 m hoog, en mat zo´n 6 m in de doorsnede.


Noteer hoe ook hier weer replica´s van de eerder behaalde
onderscheidingen trots rond het potje vleesextract opgehangen werden

Of de aanwezigheid van Liebig zich beperkte tot dit monument, of zo er documentatie en reclame werd uitgedeeld, misschien kopjes met vleesextract geproefd konden worden is ons niet bekend.

Lambeaux had voorheen al het Brabo-standbeeld op de Antwerpse Grote Markt ontworpen. Hij was ook de man achter de leeuwen op de erg sierlijke De Smet de Naeyerbrug in Oostende De ossen van 1894 werden blijkbaar nog enkele malen “van stal gehaald”, zoals verder zal blijken, o.a. in 1930. Liebig was ook weer van de partij op de Wereldtentoonstelling van 1897 en 1910, die beide in Brussel doorgingen. Ons toen zeer welvarend landje met haar centrale ligging mocht in die periode blijkbaar zeer vaak gastheer voor dit evenement spelen. Uiteraard waren er toen nog lang niet zoveel deelnemers als in de edities na WO 2, te meer daar veel landen nog kolonies waren.


De Liebig-opstelling in Brussel 1897...


...en in 1910

Hoewel Justus von Liebig als de uitvinder van een praktische methode om vleesextract te maken geldt, was de firma die zijn naam droeg alles behalve de enige speler. Vleesextract werd aanvankelijk vooral voor geneeskundige doeleinden gepromoot. Tal van ziekenhuizen kochten het product in grote hoeveelheden aan, omdat het ideaal bleek te zijn om verzwakte patiënten voedzaam eten toe te dienen. Weliswaar barstte in de wetenschappelijke wereld vanaf de 1870´s maar vooral in de 1880´s een heftige discussie los over de ware merites van vleesextract. Beetje bij beetje werd aangetoond dat het geen alternatief was voor vers vlees, omdat het extract niet alle voedzame bestanddelen in vlees wist los te weken. Niettemin kon niemand ontkennen dat het verzwakte patiënten vaak wel degelijk ten goede kwam. Niettemin werd vleesextract gaandeweg meer en meer voor culinaire doeleinden gepromoot. Het producten kon soepen extra op smaak brengen, sauzen nog meer pit geven. Ondanks het gebakkelei tussen wetenschappers pro of anti Liebig nam de vraag naar vleesextract jaar in jaar uit maar toe. Het moet dus geen verwondering wekken, dat heel wat andere bedrijven hun graantje wilden meepikken.

Zo waren er ook in ons land verschillende merken erg actief. De firma van Dr. Edouard Kemmerich bijvoorbeeld had eveneens in Antwerpen (Kipdorp 53) een vestiging geopend. Het is vooralsnog onduidelijk of het louter om een import- en verdeelcentrum ging, of zo er ook een werkhuis aan dat adres verbonden was. Ook de Antwerpse koffie-importeur Van Leckwyck (Rode Pelikaan) verdeelde in deze periode vleesextract, meer bepaald van het merk Shipbrand, vervaardigd gemaakt uit Australisch rundsvlees. Een andere Antwerpse importeur, Van Geetruyen & Co. was dan weer de alleenverdeler van het merk Cibils voor België, terwijl zijn stadsgenoot Maurice Keller hetzelfde deed voor het Amerikaanse Armour (Chicago). In Brussel waren er dan nog eens invoerders van de La Plata Extract of Beef Co. Ltd actief. Dat waren J.A. Demot (Rue de Ruisbroeck 28) en later de cacao-importeur Ch. Delacre uit Elsene. Naar alle waarschijnlijkheid waren er nog wel een aantal kleinere merken actief.


Cibils chromo, omstreeks 1894

Deze concurrentie lijkt niet zo erg succesvol te zijn geweest. Uiteindelijk lijken de andere spelers inderdaad de duimen te hebben moeten leggen voor de Cie. Liebig. We komen hier nog op terug in Deel 3, waarin een aantal belangrijke binnen- en buitenlandse concurrenten van Liebig meer in detail voorgesteld zullen worden.

De firma moest overigens deze concurrentie goed in het oog houden, en zo nodig juridisch ingrijpen. In de 1880´s probeerden een aantal andere producenten bij de keuze van een merknaam of in hun reclame van de populariteit van de naam Liebig misbruik te maken. De Cie. Liebig had evenwel een exclusiviteitsrecht op het gebruik van de naam van de scheikundige. Het verwierp om verstaanbare redenen de argumentatie dat diens naam ondertussen publiek domein was geworden. Dit leidde tot een aantal juridische processen, wat goed aantoont hoe belangrijk de inzet wel niet was.... (3)


Collectie Sylvia Wentzlau
Sylvia´s Puppen und Bärensammlung
(met toestemming)
De binnenkoer van de site, die in verbinding stond met de binnenstraat
Let op de "speklagen" van het gebouw, ze komen later nog terug opduiken

Eén van de eerder vermelde reeks Liebig chromo´s over het “Algemeen Depot” in Antwerpen geeft ook aan dat de distributie in die tijd blijkbaar vooral via paard en kar verliep. Het is evenwel onduidelijk of deze bestuurd werden door personeel van de firma, of zo het om zelfstandige transporteurs ging, of ze bv. enkel de verbinding met de Antwerpse spoorwegstations en de haven maakten, of bv. ook aan winkels gingen leveren.

Het is evenmin duidelijk of er nog voor WO 1 op gemotoriseerd vervoer overgestapt werd. Een andere zaak die nog uitgeklaard moet worden is of er op de kleine potjes waarin vleesextract werd verkocht, statiegeld stond en herbruikt werden. De legende van één van de chromo´s luidt immers “het wassen van de potten”, waarbij blijkbaar kleine potjes in een  waskuip gereinigd worden. Gaat het om weer ingezamelde potjes, of werden de potjes bij de levering door de fabrikant voor alle zekerheid voorafgaandelijk uitgewassen. De potjes waren wit, met een kurken stop. Het zou zowel om een soort porselein kunnen gaan, als om bv. melkglas.

   
Collectie Retroscoop

 

1.b) Interbellum


Foto met dank aan Marc Bruyneel
De Liebig site in het interbellum. Noteer de grote letters op het dak
Rechts de Meir met de Stadsfeestzaal en Tietz in de bocht

Qua hoeveelheid beeldmateriaal begint het verhaal van de Cie. Liebig in België pas echt interessant te worden vanaf de periode tussen de twee wereldoorlogen. Blijkbaar gaf de firma toen, net als bedrijven als de chocoladeproducent Martougin en brouwerij Wielemans de opdracht aan postkaartenuitgeverij Nels om een reeks postkaarten van de binnen- en buitenkant van de gebouwen te maken. Deze interessante reeks toont een aantal fasen van de productie van vleesextract en van bouillonblokjes, het laboratorium en de buitenkant van de fabriek. (voor de twee postkaarten over het kantoorgebouw: zie hoofdstuk 2) Deze postkaarten leren ondermeer dat het inpakken van de bouillonblokjes ondertussen deels gemechaniseerd werd.


collectie Retroscoop


De stoomketels van het merk De Naeyer (detail)
een bekende producent uit Willebroek


collectie Retroscoop


collectie Retroscoop


collectie Retroscoop
Let op de rechthoekige schuiven op de voorgrond. Werden ze
in verschillende "verdiepingen" in de machines achteraan geplaatst ?


collectie Retroscoop


collectie Retroscoop


collectie Retroscoop

Wat ook opvalt is het groot aantal vrouwen die ondertussen in de firma werkzaam zijn. Zoals eerder geopperd, is het waarschijnlijk dat dit tijdens WO 1 noodzakelijk was geworden, en dat de firma het experiment zeer gunstig geëvalueerd heeft. De taakverdelingen tussen de mannen en vrouwen doet sterk denken aan deze bij conservenbedrijven als Marie Thumas.

De vrouwen werden vooral ingeschakeld voor de eenvoudigere, zeer repetitieve taken, al is toch ook een jongedame in het laboratorium te zien. Mannen bedienden de zware machines, zoals de stoomketels, of waren afdelingsverantwoordelijke. Dit was ondermeer het geval voor Ivo Keulemans (1882-1957) Zijn kleinzoon zond ons volgende twee prachtige afbeeldingen door, waarop deze afdeling aan het werk te zien is. Let vooral op het “uniform” van de dames...


Collectie Ivo Keulemans


Collectie Ivo Keulemans
Zijn grootvader, afdelingsverantwoordelijke  Ivo Keulemans
staat rechts achteraan, met de handen op de rug

Eén van de postkaarten die tijdens het interbellum uitgegeven werden in opdracht van de firma toont eveneens één van de vrachtwagens van Liebig. Het ging wellicht om een Minerva-truck uitgerust met een wat ongewone oplegger. Zoals de afbeelding toont, was de bodem ervan niet plat, maar V-vormig. De "karrewielen" van de oplegger duiden op vervoer over korte afstanden, bijvoorbeeld van de kaden van de Antwerpse haven tot de fabriek in het centrum van de stad.

 

Wat het gecommercialiseerd productengamma betreft, deze kende een gevoelige uitbreiding in deze periode. Het aandeel van vleesextract in de totale omzet van de firma begon in die periode blijkbaar gestadig te dalen. Dat het goedkopere bouillon een steeds belangrijkere rol begint te spelen, kan onrechtstreeks afgeleid worden uit het feit dat omstreeks het einde van de 1920´s het karakteristieke potje vleesextract dat tot dan toe op alle Liebig chromo´s afgebeeld werd opeens verdween. Voortaan werden nu eens enkel de naam vleesextract of OXO vermeld.

 
Collage Retroscoop

Vanaf de 1930´s commercialiseerde de Cie. Liebig naast vleesextract (1) en vloeibare en vaste OXO (2) reeds verschillende andere producten. Uit het helaas ongedateerde boekje “Les nouveaux conseils de Popote” (duidelijk uit de vroege 1930´s) blijkt dat volgende nieuwe producten ondertussen hun opwachting hadden gemaakt:

– Libox: (3) Bijna het tweelingsbroertje van Liebig´s vleesextract, maar met de aroma´s van groenten, die het product een aparte, zeer aangename geur verlenen.

– Liebig blokjes: (4) worden omschreven als de laatste telg in het productengamma. Elk bloje bevat twee tabletten, een geheel waarmee 1 liter bouillon gemaakt kan worden

– Liebig Ossenvet: (5)  Een balkvormig pakje, dat “constitue le produit idéal pour la friture”

– Liebig Corned Beef: (6) net als de Fray Bentos-variant in een trapeziumvormig blikje. Wordt als voedzamer als vers vlees omschreven, omdat dit laatste een belangrijk deel van haar voedzame bestanddelen verliest tijdens het bakken

– Fray Bentos Ossentong: (7) een product “pour les gourmets”

– Oxo Selderij-Zout: (8) Een rond, smal toelopend potje in bruin glas, dat enkele decennia in dienst zou blijven. Et product zou echter (na WO 2 ?) van Oxo naar Liebig hernoemd worden.

– Carlo ERBA Tomatenconcentraat: (9) beschikbaar in een klein en een groot conservenblikje: door een Italiaanse producent gemaakt, maar met dezelfde kwaliteitswaarborgen als de eigen Liebig producten.


Blog: La philosophie dans le buvard
Wellicht een Franse reclame op vloeipapier voor een product dat
ook in België te koop werd aangeboden (omstreeks 1933). Zonder succes...

Niet al deze producten zouden echter het verhoopte commerciële succes kennen. Zo lanceerde Liebig in de 1930´s ook een verfrissende drank Oxade. (mogelijk een product bedacht door de Cie. Française des Produits Liebig CFPL) Ondanks reclames op ondermeer gele briefkaarten (“publibels”) lijkt deze diversificatiepoging niet met succes bekroond te zijn geweest. Nog voor WO 2 verdween Oxade weer met de stille trom uit de winkelschappen. (zie verder Deel 3)

Ondanks het feit dat er over deze periode al veel meer beeldmateriaal bestaat dan over de pioniersjaren en de decennia voor WO 1, blijft de vraag omtrent hoe de distributie gebeurde vooralsnog onbeantwoord. Voorlopig werden dus geen afbeeldingen gevonden van bestelwagens, vrachtwagens of treinwagons van de Cie. Liebig.  Mogelijk werd er in die tijd dan ook met transportfirma´s gewerkt, hoewel ook wat dit betreft nog geen concrete aanwijzing -bv. correspondentie of een factuur- werd gevonden. 

Wat die administratie overigens betreft, wellicht in de 1930´s werd in de Meir het woonhuis met nr. 59 omgevormd tot een smal, hoog kantoorgebouw. Hier werden ondermeer de facturatie en de reclameactiviteiten ondergebracht. Ook de talrijke verzamelaars van chromo´s kenden maar al te goed dit adres. (zie verder: Hoofdstuk 2)


Foto E. Sergysels op www.worldfair.info  (met toestemming)
Een paviljoen dat een beetje doet denken aan de befaamde
Citroen-garage aan het Saincteletteplein in Brussel

Ook in het interbellum gaf de Cie Liebig andermaal acte de présence op de twee grote wereldtentoonstellingen die ons land toen organiseerde, die van Antwerpen in 1930 (Honderdste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid) en die van Brussel in 1935. Rond het paviljoen in Antwerpen stonden andermaal drie ossen ontworpen door Jef Lambeaux opgesteld. Mogelijk ging het om dezelfde exemplaren als deze uit 1897, ten minste als ze WO 1 en de Duitse opeisingen overleefd hebben. (Benieuwd overigens wat er met deze beelden gebeurd is)


Collectie Retroscoop
Prachtig documentje van de Cie. Liebig
met een uitgesneden "Popote"-figuur
roept op om de "bouchées" van deze fictieve cordon bleu te komen proeven
op de Expo 1935 te Brussel
 

Voor wat betreft de Expo 1935 in Brussel weten we enkel dat Liebig er het publiek liet kennismaken met de "bouchées Popote".

 

1.c) Van WO 2 tot de verhuis naar Schoten

Tijdens WO 2 startte de Cie. Liebig een ontginningsproject in het uiterste noorden van de provincie Antwerpen op. Dank zij dit project kon de firma vanaf 1942 haar personeel extra aardappelen aanbieden. We komen in hoofdstuk 3 terug op dit weinig gekende oorlogsintermezzo.


collage: Retroscoop


collage: Retroscoop


collage: Retroscoop

De gloriejaren van de Cie. Liebig liggen echter in de 1950´s en 1960´s. Zo werd het gamma aan gecommercialiseerde producten gevoelig uitgebreid met onder andere soepen, groenteconserven, fruit- en visconserven, levermousse. Een aantal producten uit het interbellum lijken ook weer uit het gamma verdwenen te zijn, zoals de eerder vermelde Oxade en het ossenvet. Ook over Libox werd blijkbaar niet langer gesproken, al zou de naam enkele decennia later wel weer opduiken.

Wat opvalt bij dit gamma is dat Liebig nooit veel werk heeft gemaakt van een zekere uniformiteit in de verpakkingen. Dit zou nochtans de herkenbaarheid zeker ten goede zijn gekomen. De naam Liebig staat nu eens op een groene, dan weer op een gele achtergrond, en bij de introductie van het nieuwe logo medio 1950´s werd het zowaar een rode achtergrond.

Een andere belangrijke opmerking is dat de Liebig fabrieken in de andere landen vaak compleet andere producten lanceerden, of dezelfde maar dan onder een andere naam. Ook dit werkte de herkenbaarheid niet in de hand. Zo werd er in Frankrijk Viandox geproduceerd, en in Italië vleesextract onder de merknaam Sapis en een product met graangewassen dat Vegedor noemde. Deze producten speelden uiteraard in op de lokale keuken in deze landen, maar het kwam de internationale herkenbaarheid van het merk niet altijd ten goede. 

Dit optimisme van de firma in de 1950´s komt goed tot uiting in een zeldzaam Franstalige bedrijfsdocumentaire van ongeveer een kwartier, daterend uit de 1950´s. Op de tonen van triomfantelijke muziek krijgt de kijker afwisselend allerlei weetjes over het bedrijf, het productengamma en de bereiding van gerechten gepresenteerd. Mogelijk werd de film als inleiding getoond tijdens georganiseerde bezoeken in het bedrijf. Wat er ook van zij, dit filmpje liet ons toe om over deze periode met heel wat interessant en nooit eerder op het internet getoond beeldmateriaal af te komen. Omdat het filmpje meer dan 50 jaar oud is, en de foto´s tijdens een projectie op een computermonitor getrokken werden, is er logischerwijze een zeker kwaliteitsverlies. De zeldzaamheid van deze leerrijke beelden compenseert dit ongemak echter volkomen !


Liebig documentairefilm
In de 1950´s bezat de Cie. Liebig 15 000 m² bedrijfs
oppervlakte in dit
huizenblok. Men herkent het hoofdgebouw,
de binnenstraat en het binnenplein.
De letters op het dak zijn ondertussen verdwenen

Wat leert de documentaire ons aan feitenmateriaal ? In de 1950´s werkten in totaal ongeveer 400 mensen op de site in Antwerpen. In dit aantal zitten echter zowel de arbeiders van de fabriek als de bedienden werkzaam in het kantoorgebouw aan de Meir. (zie 2) Het totale bedrijfsoppervlakte bedroeg in die periode meer dan 15 000 m². De documentaire begint met de aankomst van een schip in de haven van Antwerpen, met aan boord een lading vleesextract.

De open laadbak van twee kleine blauwe vrachtwagen van zo´n 4 ton wordt vervolgens volgeladen met relatief kleine houten kisten, en rijden van de kades naar de Lange Klarenstraat. Men mag daarbij niet vergeten dat de Meir in die tijd nog geen voetgangersstraat was. Niet alleen auto´s, maar ook trams reden tot in de 1970´s doorheen de brede straat, voor deze tot een paradijs voor shoppers werd omgetoverd. We zien vervolgens de vrachtwagen doorheen een poort in een soort binnenstraatje op de Liebig-site binnenrijden. Deze vroegere toegang en de binnenstraat zijn nog steeds herkenbaar op de site, ondanks de 6 decennia die ondertussen voorbij gegaan zijn. In feite gaat de geschiedenis van dat binnenstraatje overigens terug naar de periode dat de site een klooster was, en dus eeuwen terug !

De documentaire toont vervolgens beelden uit een aantal afdelingen van de fabriek, waar het geleverde vleesextract zal halt houden. Zo worden op gegeven moment een aantal stalen in het laboratorium aan een kwaliteitscontrole onderworpen. Uiteraard is de tijd in deze afdeling sedert de eerder getoonde Nels-postkaart niet blijven stilstaan.

 
Liebig documentairefilm
Kwaliteitscontrole in het labo

Vervolgens wordt de goedgekeurde lading naar de afdeling gebracht, waar het vleesextract na enkele transformatieprocessen in bouillonblokjes worden omgezet. Niet getoond wordt hoe het vleesextract eerst verwarmd dient te worden, om hem een meer vloeibare structuur te geven. Er worden ook geen bedrijfsgeheimen verklapt over wat er allemaal in de bouillon verwerkt wordt.


Liebig documentairefilm
De mengmachine

De documentairefilm toont meteen een mengmachine, waarin de verschillende ingrediënten reeds gegoten zijn, en nu tot een homogene massa worden gemengd. Een arbeider opent zo nu en dan de deksel van deze “malaxeur”, een toestel van de firma Werner & Pfleiderer dat wat weg heeft van een grote diepvriezer. Met een soort kwast roert hij met wijde maar voorzichtige bewegingen doorheen de roodachtige brij.


Liebig documentairefilm
De korrels, alvorens ze nog eens gemengeld zullen worden

Deze wordt vervolgens ingedampt, waarna een soort korrels ontstaan, die nog eens tot een homogene massa gemengeld in een machine met draaiende schoepen. Een volgende machine zet de korrels vervolgens om tot bouillontabletten die steeds exact hetzelfde gewicht hebben. Op geen enkel moment worden de ingrediënten of afgewerkte tabletten door het personeel met de handen aangeraakt.


Liebig documentairefilm
De volautomatische verpakking van de
bouillonblokjes
en de "croisillons"

Deze worden vervolgens volledig automatisch per twee verpakt in een soort aluminiumfolie en een kartonnen, geel-groen kruisvormig doosje, die volgens de commentator “croissillons” genoemd worden. Deze kleine kubussen van telkens twee tabletten worden vervolgens automatisch per 5 eenheden verpakt in cellofaan.


Liebig documentairefilm
Het vullen van de trommels


Liebig documentairefilm
Het sluiten van de blikken


Liebig documentairefilm
De verpakking in dozen van 6


Liebig documentairefilm
Het toevoegen van een kwaliteitsgarantie

Deze worden nog eens in blikken trommels verpakt, conserven die in het bedrijf zelf worden vervaardigd. Het vullen van de kleine (20 repen) en grote trommels (80 repen) gebeurde nog volledig manueel. Een transportband bracht vervolgens de gevulde trommels naar arbeidsters, die de trommels per 6 in een kartonnen doos plaatsten. In elke doos werd nog een garantiebewijs toegevoegd, waarna ze naar kruideniers en buurtwinkels gebracht konden worden. Klanten hoefden niet een hele trommel te kopen, maar konden repen of zelfs aparte kubussen kopen. Op de trommels was duidelijk aangegeven aan welke prijs de winkeliers deze producten mochten verkopen.


Liebig documentairefilm
De productie van de blikken trommels

Na een culinaire tussenpauze wordt vervolgens eventjes stilgestaan bij de productie van de Liebig chickensoup. Vooral het aspect verpakking komt daarbij aan bod. Men ziet hoe een arbeidster de zakjes met de soep in poedervorm per twee in een machine plaatst, die de zakjes vervolgens met een "opgewarmde kaak" luchtdicht afsluit.

Deze zakjes worden per zes in kartonnen doosjes verpakt en gecommercialiseerd. De documentaire toont hoe het karton voor deze doosjes in drie fasen bedrukt wordt, eerst de groene tekst, vervolgens de rode, en ten slotte de gele achtergrond. Een snijmachine zorgt er vervolgens voor dat de juiste vorm voor de doosjes uitgesneden wordt, waarna een plooimachine de doosjes hun definitieve vorm geeft.


Liebig documentairefilm
Enkele fasern uit de drukkerij

Vervaardiging van de dozen "Liebig Chicken Soup"

Verder wordt ook even stilgestaan bij de productie van OXO. Rijen flessen lijken als tinnen soldaatjes naar een machine te marcheren, die de flessen hermetisch afsluit met een speciale stop. Ook de fabricage van dubbel geconcentreerde Italiaanse tomaten en die van witte bonen met tomatensaus komt even aan bod.

 
De capsulering van de OXO-flessen


Witte bonen in tomatensaus

Op basis van bovenstaande kunnen we logischerwijze minstens volgende afdelingen binnen de Liebig-fabriek onderscheiden:

1) Laboratorium
2) Productieafdelingen
3) Drukkerij: drukken en snijden van kartonnen dozen – Doosjes voor zakjes soep: karton wordt eerst met groen, dan met rood, dan met geel bedrukt, vervolgens juist gesneden, vervolgens exemplaar per exemplaar in een bakje geworpen.
4) Blikslagerij
5) Verpakkingsafdeling
6) Verzending
7) Onderhoud van de machines

De documentaire toont alleszins zeer duidelijk aan hoezeer de automatisering in de 1950´s in de fabriek doorgevoerd was geworden. Omdat het bedrijf echter is blijven groeien, lijkt dit niet ten koste van het personeelsbestand te zijn geweest. Net als tijdens het interbellum is het grootste deel van de arbeiders vrouwelijk. Ze voeren vaak zeer repititieve, slopende taken uit, dag in dag uit hetzelfde...

De reclamefilm verstrekt ook nog over volgende twee facetten enige informatie:


Liebig documentairefilm
details van het Liebig uniform

De tijden waren drastisch veranderd sedert de postkaarten die uitgeverij Nels had uitgebracht en de foto´s van de afdeling van Mr. Keulemans. Hoewel de arbeidsters in de 1950´s nog steeds een soort werkuniform droegen, ging het niet meer om de bijna victoriaanse kostuums van weleer. De documentaire laat toe om de kleuren en enkele details ervan goed te zien. Hygiëne bleef evenwel centraal, en dus alle arbeidsters dragen dan ook een “charlotte”. De man die in het begin van het filmpje de mengmachine bedient, droeg dan weer een volkomen wit pak, een beetje zoals die van een kok in een grootkeuken.


Collectie Retroscoop
Het mooi setje dat in 1948 aan René De Clerq geschonken werd

De personeelsleden bleven zoals gebruikelijk in die tijd vaak hun hele carrière bij hetzelfde bedrijf. Wanneer een werknemer een zekere periode bij Liebig terwerk gesteld was, werd dit zeker niet vergeten. Hierboven zien we een medaille van een zekere René De Clercq, die in 1948 al 25 jaar in dienst was bij Liebig Antwerpen. We nemen aan dat het rood-wit lintje een verwijzing is naar het wapenschild van de Scheldestad. In die tijd was het zeker niet ongebruikelijk dat mensen hel hun carrière bij dezelfde werknemer doorbrachten. Soms waren er zelfs meerdere leden van één familie actief, of leden van verschillende generaties uit dezelfde familie. Het setje die De Clerq kreeg bestond naast de medaille van de Compagnie Liebig zelf uit een ereteken van de Arbeid. Rond een bijenkorf ziet men een passer, een hamer en een spade. Daarrond, in twee talen het vandaag de dag wat ouderwets en bizar klinkend opschrift "Habilité -Moralité / Bekwaamheid-Zedelijkheid." Thans zouden nog weinig werknemers in aanmerking komen voor zo´n medaille. Maar niet alleen zij ondergingen veranderingen in de voorbije decennia. Ook aandeelhouders en bedrijven zijn vaak niet langer de "goede huisvader" die heel wat bedrijven vroeger wel waren. Aandeelhouders willen vaak de gewone inhoud van de kan ledigen, maar dus ook het spreekwoordelijke onderste en waarom niet de kan zelf. Bij hen moet men ook niet langer naar veel "moralité" gaan zoeken: als een kille optelsom leert dat het zinvoller is om in een Aziatisch land te gaan produceren, is de beslissing vlug gemaakt. "Habilité" of niet, rendement is vaak nog het enige criterium. Niet elke verandering is vooruitgang, zoals we al vaak op deze website hebben onderstreept.

Naast het aspect "personeel" vertelt de instructieve documentaire ook iets over het voertuigenpark van weleer.


De twee vrachtwagens zijn niet eens van hetzelfde merk...

Uit de film kunnen we afleiden dat Liebig in die tijd ten minste twee soorten voertuigen gebruikte: lichte vrachtwagens van zo´n 3-4 ton (merk onbekend) en gesloten bestelwagens van het Amerikaanse merk Chevrolet. Deze waren allemaal uitgevoerd in een donkerblauwe livrei, met de firmanaam in grote witte letters goed zichtbaar op de flanken en de voor- en zijkant. Hoeveel zulke vrachtwagens en bestelwagens de firma bezat is nog niet uitgeklaard, noch of de firma nog andere type voertuigen bezat, bv. firmawagens voor de voornaamste vertegenwoordigers, grotere camions enz.

Op het vlak van PR kan men vermelden dat de firma in de tweede helft van de 1950´s haar logo moderniseerde, en een aantal verpakkingen onder handen nam. Dit geldt ondermeer voor de blikken trommels met bouillonblokjes. In de 1960´s zou deze tendens zich op een veel ingrijpendere manier verder zetten. Chromo´s waren nog steeds zeer populair, maar de firma trachtte ook op heel wat andere manieren de harten van kinderen te winnen. Zo kwamen er kartonnen maskers, boekjes over verkeersveiligheid, 3 D chromo´s over het huwelijk van Koning Boudewijn enz. Ook op de huisvrouwen zelf werd er gemikt, met bv. acties waarbij soepkommen of bestek gewonnen konden worden. We komen hierop uitgebreider terug in Deel 3 van deze trilogie.


Fotograaf onbekend / Cie. Liebig

Wat niet veranderde was de welwillendheid waarmee Liebig tot dan toe aan wereldtentoonstellingen deelgenomen had. De eerste naoorlogse wereldtentoontstellingvond pas in 1958 plaats, op een moment dat Duitsland en Frankrijk eerste verzoenende stappen hadden gezet in het kader van de EEG, de EGKS en Euratom.


De Cie. Liebig schakelde de befaamde modernistische architect Leon Stynen in om een paviljoen te ontwerpen. Deze werd in de “Moderne Tuin” van de Belgsche afdeling opgetrokken. Het ging om een self service restaurant met 200 zitplaatsen, waar de bezoekers konden kennismaken met de instantsoepen van de firma. Nogal wat bezoekers waren verbaasd over de verschillende smaken die ondertussen in het productengamma waren opgenomen. Instantsoepen werden ook wel spottend “luie wijvensoepen” genoemd, en raakten erg populair in de geïndustrialiseerde landen, waar meer en meer vrouwen uit werken gingen. Instantsoepen waren eveneens interessant voor picknickers en dagjestoeristen. De Liebig self service was maar één van de 70 restaurants die op de Expo bezocht konden worden.

In het paviljoen was eveneens een elektronisch bord te zien, waarop de activiteiten van Liebig in de wereld op voorgesteld waren. Tegelijkertijd werden dia´s getoond, waarop deze verschillende fabrieken in de wereld te zien waren. Voorts waren er 12 driehoekige tafels, waarop de productiemethodes van Liebig´s producten op werden uitgelegd. Ten slotte was er een paneel met 12 dia´s die uitleg verschaften over de productiesnelheid op het vlak van groenteconserven. (4)
Ook een aantal concurrenten van Liebig stonden overigens ook op de “World Fair”. Dat was het geval voor Marie Thumas, toen nog n° 1 op de Belgische markt van groenteconserven, dat eveneens de groeimarkt van instantsoepen aan het verkennen was. De Engelse firma Bovril (vleesextract, bouillons) deelde dan weer de documentatiefolder “Health & Food”  uit in het Britse Paviljoen.

Einde jaren ´50 bleek de historische site van de Cie Liebig in Antwerpen te klein te zijn geworden. Uitbreiden was er niet meer mogelijk, noch horizontaal, noch in de hoogte. Met een toenemend verkeer werd ook steeds meer tijd verloren door de vrachtwagens die de bevoorrading in grondstoffen en de distributie verzorgden. Daarom werd besloten een compleet nieuwe, moderne en overzichtelijke site te bouwen, op een perceel dat in de toekomst verdere uitbreiding nog mogelijk maakte. De keuze viel op een groot bedrijfsterrein in Schoten, langs het Albertkanaal. (zie hoofdstuk 6)

Rest de vraag welke sporen vandaag de dag, zo´n 50 jaar later nog aan het industrieel verleden van de Lange Klarenstraat herinneren.


1.d) Wat schiet er vandaag nog over aan sporen ?

De voormalige gebouwen van Liebig in het centrum van Antwerpen biedt sedert zo´n 50 jaar onderdak aan een aantal middelbare scholen. Het werd met het oog op deze herbestemming door de stad aangekocht, op initiatief van de toenmalige Schepen van Onderwijs Jos Van Elewijck. Er kwamen ondermeer afdelingen automechanica en diamantslijperij. (5)

Niettemin zijn er nog een aantal elementen terug te vinden, die aan het Liebig-verleden van de gebouwen herinneren.


Foto Benoit Vanhees

Aan de voorgevel van de gebouwen van 4 verdiepingen kan men boven de huidige hoofdingang nog een verkleuring in het arduin zien, waar zich ooit de metalen letters Cie. Liebig bevonden.

Wie vandaag rond de vroegere Liebig-site in de Lange Klarenstraat stapt, en het huidige gebouw met oud fotomateriaal vergelijkt, kan zien dat er een aantal veranderingen werden doorgevoerd. De meest in het oog springende is dat de travee boven de poort die toegang gaf tot de “straat” binnen de site afgebroken werd. Dit is ook goed te zien vanuit de zijgevel van het huidig schoolgebouw.

 
Foto rechts: Benoit Vanhees
Het deel boven de toegangspoort werd eerst
herbouwd, en nog later volledig
verwijderd.
Het lagere gebouw achteraan in de straat werd vervangen door een
gebouw van 4 verdiepingen ongeveer
in dezelfde stijl als het gebouw vooraan.
Op de foto rechts verraadt de meer recente baksteenlaag waar de verdwenen
travee boven de toegangspoort zich bevond.


Foto Benoit Vanhees
Uiterst links is de belangrijke verbouwing in vergelijking
met de situatie hierboven goed te zien.

    
Foto Benoit Vanhees
Het binnenstraatje, langs waar vroeger de karren,
later de vrachtwagens toegang hadden tot het binnenplein
De "speklagen" links zijn ook al op de oudste chromo´s te zien


Foto Benoit Vanhees

  
Foto´s Benoit Vanhees

Ook aan de binnenzijde zijn in de kelders van het huidig schoolcomplex zijn nog een aantal interessante overblijfselen te zien. Zo zijn er in de kelderverdieping nog enkele meters smalsporen te zien. Interessant genoeg komen deze sporen op gegeven moment  voorbij een gewelf, dat naar alle waarschijnlijkheid nog dateert uit de periode dat de site een klooster is geweest. De foto hieronder toont dus in feite elementen uit de twee eerdere levens van deze site, deze van klooster en van bedrijf. (Behalve het gewelf herinneren mogelijkerwijze nog een schouw en een dakgebinte nog aan het voormalige klooster, al zou dit diepgaander onderzoek vereisen). 

 
Foto´s Benoit Vanhees

Foto Benoit Vanhees
Een oude draaischijf voor smalsporen in de kelder

Men kan in het kelderverdieping eveneens nog enkele draaischijven zien voor smalsporen, waarop “normwagentjes” van rijrichting veranderd konden worden. We nemen nog eens een oude foto erbij, en herkennen meteen ook nog de typische steunpilaren en het golvend plafond van weleer in de huidige kelder. Er zijn ook nog enkele stukken van de originele zwart-gele tegelvloer bewaard gebleven.

 
Foto Benoit Vanhees

   
Foto´s Benoit Vanhees
Een restant van de originele tegelvloer. Ook het dakgebinte

van de huidige feestzaal dateert nog uit de Liebig periode.
Of gaat het nog verder in de tijd terug ?


Foto Benoit Vanhees
Mogelijk dateert deze schouw nog uit de

periode van het klooster (?)

Bij de verhuis naar Schoten werd eveneens een beeld van bezieler Justus von Liebig uit deze site mee verhuisd. Dit kleine borstbeeld op een sokkel bevindt zich thans nog steeds op deze site in Schoten, ook al werd het ondertussen overgekocht door het Franse Robertet Savory. Het beeld komt dan ook ter sprake in hoofdstuk 6.
  

2) De burelen aan de Meir

Wellicht omstreeks de 1930´s, mogelijk in de vroege 1940´s liet de Liebig Cie. het huis aan de Meir 59 verhogen tot een soort smalle toren van 5 (?) verdiepingen. Het ranke, sierlijke gebouw was gevestigd naast de Office du Tourisme de Suisse, tegenover de Wapper.

Van hieruit werd alle correspondentie van en naar de buitenwereld georganiseerd. Naast diensten als boekhouding en facturatie alsmede reclame zat mogelijk ook de dienst personeel (lonen, vakantie, afwezigheden...) in deze toren. Het werd meteen ook de maatschappelijke zetel.

Het valt niet meer na te gaan of deze opname in de "toren" werd getrokken, of nog in de vroegere burelen. Noteer het borstbeeld van Liebig in de rechterhoek op de achtergrond. Mogelijk gaat het om hetzelfde beeld dat later in Schoten belandde (zie verder)

Het gebouw bestaat anno 2013 nog steeds, maar de gevel werd bijna onherkenbaar gemoderniseerd. Enkel de in het oog springende algemene vorm van het gebouw herinnert vandaag nog aan het Liebig-verleden.

 

3) Een oorlogsintermezzo: het ontginningsproject
in Meer (6)


Fotograaf onbekend
de Liebig schuur in Meer

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen 1941 en 1944 nam de Cie. Liebig een areaal van zo´n 400 ha in in de Noorderkempen in bruikleen. Deze site bevond zich in Meer, een deel van Hoogstraten en strekte zich uit van Maxburg tot Meersel-Dreef. Het ging om een ontginningsproject van woeste grond, officieel opgestart op 18 februari 1941.

Wellicht lag het in de bedoeling van de Antwerpse firma om voor extra aardappelen voor het personeel te zorgen. Omdat de in gebruik genomen grond echter woeste grond was, moest deze eerst “landbouwrijp” gemaakt worden. Ter verrijking van de ondergrond werden dan ook oorspronkelijk lupinen op het areaal gezaaid. Dit leverde na de bloei twee dingen op

- organisch materiaal (stengels enz.): door deze in de ondergrond te verwerken werd deze niet alleen bemest maar ook beter verlucht
- lupinezaden: u
it 150 kg. zaden kon zo´n 20 liter olie voor huishoudelijk gebruik gewonnen worden. De zaden werden daartoe naar een olieslagmolen in Schoten gebracht.

Nadat de grond op deze wijze verrijkt was geworden, werden er dus ondermeer aardappelen op deze verbeterde grond geteeld. Over de aard van de andere teelten werd vooralsnog geen informatie gevonden.

 
De 400 ha woeste grond die Liebig tussen 1941 en 1944 beheerde,
bevond zich vlak bij de grens met Nederland

Op deze site te Meer bevond zich enkel een grote schuur in rode baksteen voor het opbergen en het onderhouden van de machines, waaronder een tractor. Deze dienden ter ontginning van een ruw gebied van heide en bossen. Deze schuur stond opgesteld tegen een aanpalende woning voor de siteverantwoordelijke.

De landbouwmachines werden onderhouden door Ferdinand Geudens, een werfmeester van de Minerva-fabriek. Hij was in feite ondergedoken, nadat hij uit een transport van verplicht tewerk-gestelden bestemd voor Duitsland was weten te ontsnappen. Voorts werkte er een landbouwingenieur van Liebig, een zekere Albert Adriansens. De administratie en de “HR” van de site werd waargenomen door een zekere Nest Mertens, de hoofdklerk van een lokale notaris. Met of zonder medeweten van de Liebig-directie in Antwerpen speelden deze mensen het klaar om tal van mensen voor verplichte tewerkstelling in Duitsland te behoeden. In feite waren er voor de exploitatie van het domein van 400 ha. maar zo´n 20 mensen nodig. De Duitse Bezetter had evenwel gestipuleerd dat mensen die een landbouwperceel van een minimum grootte bewerkten, vrijgesteld waren van tewerkstelling in Duitsland. De verantwoordelijken van de site van Meer slaagden er blijkbaar in om dezelfde percelen aan 4 verschillende mensen toe te wijzen, zodat er 80 mensen ingeschreven stonden, ook al werkten er maar 20.

Vandaag de dag bestaat de Liebig schuur nog steeds. Hij bevindt zich op de hoek van de Liebigstraat en de Vaalmoer, twee smalle betonnen wegen in een landbouw-omgeving. Uiteraard herinnert ook de naam Liebig-straat aan dit verleden...

 

4) De installaties in Walem

Liebig blijkt eveneens een productiesite te hebben gehad in Walem, een plaatsje in de Rupelstreek, ongeveer halfweg tussen Boom en Duffel. Het smalle straatje waarin deze fabriek gevestigd was, heette in het verleden Galgenstraat, maar werd later herdoopt in het neutralere Noordveld.

Wanneer Liebig precies deze installatie aankocht is vooralsnog onduidelijk. Voor deze aankoop was in de gebouwen de St Michel azijnfabriekje gevestigd geweest.

Mogelijk werd de site gebruikt voor de productie van bouillon of soepen, vooralsnog werd over deze weinig bekende site geen verdere informatie gevonden. Zo is het eveneens onduidelijk in welk jaar Liebig de site weer van de hand heeft gedaan. Het lijkt echter zeer waarschijnlijk dat de verkoop van deze site nog voor de vroege 1960´s gebeurde. Toen verhuisde Liebig van Antwerpen centrum naar Schoten, een nieuwe site met meer dan genoeg plaats om alle gebouwen te hergroeperen. Het was uiteindelijk Houthandel Walter Volkaert die de voormalige Liebig site overnam. (7) 

 

5) De conservenfabriek in Zandvliet en de productie van groenteconserven

In de 1950´s besloot de Antwerpse Liebig Cie. In het kader van de verdere diversificatie van de activiteiten over te gaan tot het produceren van groenteconserven. Daartoe werd de relatief kleine speler De Polder te Zandvliet opgekocht.


Met dank aan Hugo Vermeiren

De heemkundekring van Zandvliet, en meer bepaald Hugo Vermeiren bracht ons in contact met Jean Jacobs, die in 1947, op 16 jarige leeftijd beginnen werken in het pas opgerichte De Polder-conservenfabriekje. Voor de jonge man begon op die manier een interessante carrière van verschillenden decennia in diverse bedrijven uit de sector van groenteconserven. Ook zijn vrouw begon als 18 jarige aan een loopbaan in de conservenfabriek van Zandvliet. Aan de hand van hun herinneringen kon alvast een begin gemaakt worden van het doen herleven van de geschiedenis van dit fabriekje.

Het fabrieksgebouw dateert uit de periode van WO 2. De vorm doet wat denken aan een omgekeerde schoendoos, en de sobere bouwstijl maakte nauwelijks toegevingen aan ornamenten of frivoliteit. Het gebouw mat naar schatting zo´n 60 m lang, 40 m breed op 11,50 m hoog, en werd opgetrokken met de korte zijde evenwijdig aan de Putse Baan. Deze fabriek was een initiatief van een aantal tuinbouwers uit de streek. In de aanvangsjaren was het geen conservenfabriek, maar een drogerij voor groenten. De machines die er opgesteld stonden werden gebruikt voor het drogen van bv. ajuinen, witte en rode kool, wortelen en aardappelen. Daartoe werden de (knol)gewassen zo goed mogelijk uitgespreid op een soort zeven, en vervolgens zachtjes verwarmd door ovens van ongeveer 4 m op 2 m, tot ze heel wat vocht verloren. Hierdoor werden ze uiteraard veel lichter, wat het transport vergemakkelijkte. Eens verpakt (in papieren zakken) waren ze vervolgens bestemd voor de productie van soepen.

De productie van conserven ging pas na de oorlog, omstreeks 1947 van start. Enkele van de initiatiefnemers waren de heren Van Maagdenberg en Gabriels. Deze nieuwe speler op een nochtans al druk bezette markt werd “De Polder” gedoopt, en produceerde blikjes met dezelfde merknaam. Het feit dat het fabrieksgebouw van oorsprong een drogerij was, maakte wel dat de structuur ervan niet 100 % aangepast zou blijken te zijn voor de productie van conserven. De productie was voornamelijk voor de Belgische markt bestemd, al werd zo nu en dan wel eens een uitzonderlijke oogst op een buitenlandse markt afgezet. Dat was ondermeer het geval met wortelen, die naar GB vertrokken. De activiteiten van de oude drogerij werden evenwel niet volledig gestaakt. Ze verschaften een beperkt aantal arbeiders tijdens het “dood seizoen” van de conservenfabriek ander werk.

  
Henri Lambrechts (& echtgenote)

De apparatuur om de verschillende productiefasen van geplukte tot ingeblikte groenten te voltooien werden geïnstalleerd door de firma IMC uit St.-Niklaas. Die werken werden geleid door IMC-personeelslid Henri Lambrechts, die na de voltooiing ervan naar De Polder “overliep”, en er directeur werd. (8)

De meeste industriële apparatuur, zoals een tiental autoclaven en machines om conservenblikjes hermetisch mee te sluiten werden op het gelijkvloers opgesteld. De sorteermachines voor erwten daarentegen stonden deels op het 1°, deels op het 2° verdieping opgesteld. Doordat het machinepark jaarlijks grondig geïnspecteerd werd, zouden al deze toestellen tot aan de sluiting van de fabriek blijven fungeren. Op dezelfde bouwlaag, evenwijdig met de Putse baan bevond zich verder het labo, waar stalen van de geleverde groenten aan kwaliteitscontrole werden ontworpen. Deze werden in die periode uitgevoerd door dhr. Jef Hendrickx

Het 1° verdieping van het fabrieksgebouw werd gebruikt als opslagruimte voor verpakkingen, zoals papieren zakken, conservenblikjes en houten kisten. Ook het inpakken zelf gebeurde op dit verdieping, waar men ook de administratie aantrof. Het 2de verdieping deed dienst als keuken en refter voor het personeel. De kleedkamers voor de mannen en vrouwen ten slotte bevonden zich in de kelder. Hoewel deze niet voorzien waren van douches, beschikten ze wel over lavabo´s.


Tekening: Benoit Vanhees

Voor de fabriek, aan de rooilijn van de Putse Baan bevonden zich toen ook nog 4 thans verdwenen losstaande huisjes met een kleine achtertuin. Daarachter was een grasperk, dat door een concièrge onderhouden werd. Het gehele bedrijfsterrein was omzoomd met prikkeldraad en een grote toegangspoort. Voertuigen die kwamen leveren reden de oprijlaan op, en zo naar de weegbrug, die evenwijdig met het fabrieksgebouw opgesteld was. Deze installatie kon gewichten tot 30 ton meten. Er werden stalen genomen, die vervolgens in het labo geanalyseerd werden. Het resultaat van die kwaliteitscontrole en de weging bepaalden hoeveel geld de boeren en tuinbouwers zouden ontvangen.

Rechts van het fabrieksgebouw was er een stookruimte, die op steenkolen werkte. Ongeveer een tiental autoclaven waren hierop aangesloten. Juist daarachter verrezen een redelijk hoge schoorsteen, met daar dan weer net achter een ongeveer 6 m hoog waterreservoir. Het water was afkomstig uit een put, en diende ondermeer voor het wassen van de groenten, voor hun “hydraulisch transport” en voor het afkoelen van de hete conservenblikjes die uit de autoclaaf kwamen. Bij De Polder gebeurde dit niet door middel van een dompelbad, zoals bij Marie Thumas, maar onder een soort douche, zoals bij Picolo in Stabroek. (Zie Retroscoop / Marie Thumas Deel 4) Achter de fabriek bevond zich verder nog een loods op pilaren, die onderdak bood aan een dorsmachine. Hierin werden de erwten van hun peul ontdaan.


Met dank aan Hugo Vermeiren
Arbeidsters ten tijde van de Liebig periode

(zie kartonnen doos rechts)

Het laden en lossen gebeurde ook aan de achterkant. De conserven-fabriek beschikte over één heftruck, die gebruikt werd om de afgewerkte producten op vrachtwagens te laden. De Polder bezat geen eigen wagenpark, en moest voor de distributie dus beroep doen op een lokaal transportbedrijf.

Zoals de foto hierboven toont, droegen de arbeidsters een groene werkkledij met een witte charlotte, de mannen een blauwe werkbroek met al dan niet een bijhorend bovenstuk. Tijdens het hoogseizoen werkten er naar verluidt zo ongeveer 50 mensen, die voornamelijk erwten maar ook bonen, wortelen enz. verwerkten en inblikten. Sommige echtparen werkten beiden voor de conservenfabriek, en tijdens het hoogseizoen verrichtten ook wel eens studenten vakantiewerk in de fabriek. Het merendeel van het personeel woonde in de nabijheid van de fabriek, en kwam dan ook te voet. Na de oorlog verschenen geleidelijk aan meer fietsen. Links van de fabriek werd dan ook een zone vrijgehouden, die dienst deed als fietsenparking.

De naam “De Polder” stond nergens in het groot op het fabrieksgebouw vermeld. Qua uitstraling en imago was het in die tijd allemaal nog erg primitief: er werd gewoon een kartonnen bordje aan de ingang van de oprijlaan geplaatst, en dat was dan dat... Per slot van rekening leverden voornamelijk boeren en tuinders uit de nabijgelegen polders, en die wisten natuurlijk zo wel waar de fabriek zich bevond.

Wanneer het hoogseizoen was aangebroken stonden vanaf ´s morgens vroeg een lange file van paarden en karren op de Putse Baan opgesteld. De leveranciers reden de weegbrug op, en er werden stalen van hun productie genomen, zodat men kon berekenen wat men hen verschuldigd was. Omdat alles zeer vlug moest gaan, werden de tuinbouwers pas later uitbetaald, niet op de dag van de levering zelf. Vervolgens reden ze naar de achterkant van het fabrieksgebouw, en werd hun kar uitgeladen.

De Polder bezat geen eigen blikslagerij noch een drukkerij. Zowel de doosjes als de etiketten werden dus door externe leveranciers geproduceerd. Over de kleur van wikkels van de blikjes van De Polder werd geen informatie gevonden. Naast groenten in blik werden ook groenten in glazen potten door dit fabriekje verwerkt. Ook de distributie werd uitbesteed aan een lokale transportfirma.


Met dank aan Hugo Vermeiren
Het wegen van de geleverde groenten
(de afgebeelde arbeidsters zijn Julia De Backer en (?) Pauwels
 

Blijkbaar was de omschakeling naar de productie van conserven geen onverdeeld succes, wat blijkt uit het feit dat de fabriek tussen 1950 en 1953, net voor de enorme overstromingen stil lag. Toen werd de fabriek overgekocht door de Liebig Cie. uit Antwerpen.

Door middel van kleine maar frequente reclames in populaire (vrouwen)bladen poogde de Liebig Cie. in de daaropvolgende maanden tal van keukenprinsessen over te halen om ook eens haar groenteconserven uit te proberen.

 

Ook een deel van de soepproductie en bereide maaltijden werd naar Zandvliet overgebracht. Daardoor bleef het personeelsbestand gehandhaafd op zo´n 50-tal mensen, wat in feite ook overeenkwam met de maximum capaciteit die uit de opgestelde machines gehaald kon worden. Het zou met andere woorden een uitbreiding van het gebouw en het machinepark nodig hebben gemaakt om het personeelsbestand verder uit te breiden.

  

Na de overname door Liebig was er druk contact tussen de directie in Antwerpen en de leiding van de conservenfabriek in Zandvliet. Twee belangrijke namen in dat verband waren ingenieur Grégoire en een zekere Germes. In tegenstelling tot De Polder bezat Liebig wel een eigen wagenpark, en de Antwerpse firma verzorgde dan ook zelf de distributie.

De conservenfabriek van Zandvliet stond maar voor een deel van de productie van de groenteconserven voor Liebig in. Een deel van de activiteiten op dit vlak gebeurde namelijk in het hoofdgebouw in de Lange Klarenstraat. Dit is duidelijk af te leiden uit de eerder aan bod gekomen bedrijfsfilm: hoewel de commentator op geen enkel moment verduidelijkt waar de onderstaande beelden getrokken zijn, laat de werkkledij van de arbeidsters geen twijfel bestaan. Hier ziet men de selectie van witte bonen, bestemd voor in de "bereide maaltijden", witte bonen met tomatensaus. Men ziet eveneens het wassen van wortelen en de bereiding van champignons voor gebruik in roomsoep.

In deel 3 van deze artikelenreeks wordt uitgebreid stilgestaan bij het gamma van groenteconserven dien door Liebig gecommercialiseerd werden. Uiteindelijk bleek dit toch geen schot in de roos te zijn voor Liebig. Ook de gereputeerde fruitinblikker Libby´s waagde zich in dezelfde periode aan een gelijkaardige diversificatie, en ving eveneens bot in ons land. In die periode was het gewoon te moeilijk om op de Belgische markt op te tornen tegen het goed ingeplante en alomtegenwoordige Marie Thumas.

Het uitblijven van commercieel succes bleef niet zonder gevolgen voor Zandvliet. De Cie. Liebig besloot om zich op haar kernactiviteiten terug te plooien, waarna de conservenfabriek van Zandvliet andermaal enige tijd inactief bleef. Dit moet zo omstreeks 1960 geweest zijn, de periode waarin Liebig zich volop voorbereidde voor de verhuis naar Schoten.


 Collectie Jean Jacobs
Enkele arbeiders tijdens een personeelsfeest
Van rechts naar links: Free Wils, Jef Hendricks, André Wils,
Jean Jacobs, August Bastiaensen en Albert Hendricks

In Zandvliet zelf stond de tijd en de vooruitgang ook niet stil. Tot in de 1940´s had men er nog schorren omgevormd tot rijk landbouwareaal, dat met koolzaad eerst nog eens extra vruchtbaar gemaakt werd. Maar de Haven van Antwerpen breidde steeds maar uit, en vanaf het einde van de jaren ´50 werden hectaren uitstekende poldergrond opgeofferd voor meer doorwegende economische belangen.

Het conservenfabriekje van Zandvliet kwam vervolgens in handen van Marie Thumas, die er echter evenmin een onontbeerlijke pijler van haar structuur zou weten te maken. Uiteindelijk zag ook deze firma zich verplicht om zich begin jaren ´70 haar afdeling in Zandvliet te ontdoen. Het gebouw bleef daarop andermaal enige tijd leeg, waarna een Nederlandse investeerder er aardbeien kwam verwerken. Zo werd er ondermeer aardbeiensaus in glazen potjes voor bv. banketbakkersgeproduceerd. De Nederlandse grens ligt per slot van rekening zeer dicht bij Zandvliet. Het personeelsbestand viel daarbij zeer sterk terug, en er werkten nog slechts enkele mensen op de site. Ook dit initiatief bleek niet echt een succes, en werd een tweetal jaren later stopgezet.


Collectie ATF


Collectie ATF


Collectie ATF
Beelden uit de 1980´s
Onderaan, de ontmanteling van de fabrieksschouw

In 1979 kwam de oude fabriek in handen van de (industriële) wegenbouwer ATF, een in 1968 opgericht familiebedrijf. De site is thans een onderhoudscentrum voor rollend materiaal, en er worden in beperkte mate bouwmaterialen gestockeerd. (9)

Interessant is ook dat een belangrijk deel van het personeelsbestand van de conservenfabriek uit de vroege 1960´s dank zij de Zandvlietse heemkundekring geïdentificeerd kon worden. Een deel van de afgebeelde personeelsleden heeft dus ook ongetwijfeld de Liebig-periode meegemaakt.

  

1.- Ivonne Mous (°29/12/1936)
2.- Maria Van Wyk Maria (Wis –echtgenote van Jef (van ginne)Hendrickx)
3.- Jef Hendrickx (Jef Van Ginne)

 

1.- Lydia Wouters (echtgenote Henri Hendrickx of Rikske van ’t fabriekske, zoon van Jef Hendrickx)
2.- Lisette Hendrickx (° 23/1/1946)

1.- ?
2.- ?
3.- Julia Van Gemert
4.- Constantinus Jongenelen (°13/3/1933)
5.- Jacobs Joannes Baptista (°10/6/1931)
6.- Jef Hendrickx (Jef van Ginne)

1.- Ivonne Mous
2.- Alice Hendrickx
3.- Emiliene Sleymer (echtgenote "Herman Disco" = bakker Herman Blus)
4.- Franciscus Van Wellen (°13/2/1932)
5.- Johannes "Flap" Van Bouwelen

 

1.- Ludovicus Wouters (koster te Zandvliet) tussen ongeïdentificeerde arbeiders

1.- ?
2.- ?
3.- Rosalia Henderickx (°30/12/1931)
4.- Henriette Van Dorst (°18/5/1931)
5.- ?
6.- Julia Van Gemert (°15/4/1923)

 

1.- Leopold Van Gilsen (°2/5/1936) (echtgenoot van Slooven Paula)
2.- Paula Slooven (°20/1/1940) (echtgenote van Van Gilsen Leopold)
3.- Alice Henderickx (°14/9/1935)
4.- Emilienne Sleymer (°14/7/1939)

Bij Retroscoop hopen we natuurlijk dat de publicatie van dit artikel zal leiden tot de identificatie van de andere personeelsleden van de conservenfabriek van Zandvliet. In hoofdstuk 7 zouden we ook gaandeweg -in functie van reacties van lezers- ook het personeel van de andere Liebig vestigingen willen identificeren, zowel die van Antwerpen, Schoten, Walem en Meer.

Hoewel er in totaal zo´n 400 mensen werkzaam voor Liebig waren, mag men niet vergeten dat veel van die personeelsleden heel hun carrière bij dezelfde werkgever gebleven zijn. Helaas zullen ondertussen heel wat onder hen overleden zijn, en de overgeblevenen hebben niet altijd internet. Maar iedereen die zelf voor Liebig gewerkt heeft, of een familielid heeft gehad die er werkzaam is geweest, zou ons erg plezier doen door de namen van deze ex-personeelsleden en hun precieze functie door te sturen via info@retroscoop.com. Ook alle andere bijkomende inlichtingen zijn uiteraard steeds welkom.

 

6) De nieuwe Liebig-site in Schoten

Eind jaren ´50 had de fabriek in Antwerpen hoe langer hoe meer met plaatsgebrek te maken. Ook de aanvoer naar en afvoer uit het stadscentrum verliep steeds moeizamer, met de opkomst van de auto. De firma besloot dan ook om haar historische site op te geven, en een nieuwe te bouwen, op een plek waar nog bouwterreinen genoeg waren. De keuze viel op een groot bouwperceel te Schoten, een gemeente die qua aantal kastelen makkelijk met Kruishoutem kan concurreren.


Collectie Robertet Savoury
Foto uit de 1960´s door een onbekende fotograaf
getrokken vanop het dak van een nabijgelegen watertoren


Collectie Robertet Savoury
Foto getrokken vanop de andere oever van het Albertkanaal

Op de achtergrond de watertoren waarvan hierboven sprake

Het uitgekozen terrein lag nabij het Albertkanaal, geklemd tussen de Metropoolstraat, de Kruiningenstraat en de Liebiglaan. Geen van de huizen die thans in deze straat aantreft waren toen reeds gebouwd. Met de bouw van de nieuwe bedrijfssite werd in 1958 of ´59 aangevangen, werken die wellicht in 1960 voltooid werden. Ook de verhuis vanuit Antwerpen naar Schoten zou in dat jaar hebben plaatsgevonden.


Afbeelding: Benoit Vanhees

De site bestond uit een aantal lage gebouwen in rode baksteen, in twee rijen verspreid op een langwerpige, rechthoekige site. Het ging om puur functionele gebouwen, zonder enige toegeving aan frivoliteit of esthetiek. Het bovenstaand plattegrond geeft bij benadering de toenmalige situatie weer.

(1) Administratie
(2) Herstellingen
(3) Productie-afdelingen
(4) Bewaking
(5) Concièrge

De gebouwen die door Robertet Savoury werden overgenomen werden lichtgeel ingekleurd. De rode gebouwen werden overgenomen door een aantal andere bedrijven, en ook de VDAB heeft er een opleidingscentrum ondergebracht. De twee delen van de voormalige Liebig-site zijn vandaag de dag met afrastering van elkaar gescheiden.


Foto Benoit Vanhees
Het vroegere administratiegebouw in enkele beelden

     
Foto Benoit Vanhees
In deze inkomhal bevindt zich het borstbeeld
van Justus von Liebig, uit de historische site
in de Lange Klarenstraat (zie verder)


Foto Benoit Vanhees
Het administratiegebouw aan de Metropoolstraat


Foto Benoit Vanhees
De concièrgewoning en productiehallen. Een zekere René Stabel deed
jaren dienst als concièrge / portier.


Foto Benoit Vanhees
Men kan duidelijk zien dat sommige delen van de productiehallen
doorheen de jaren gewijzigd werden. Op andere plaatsen werden
voorts ramen of deuren toegevoegd, aangepast of opgeheven.


Foto Benoit Vanhees
Het duidelijk later gebouwd huisje van de bewaker aan de Metropoolstraat.
Weinig sierlijk, maar niettemin ondertussen reeds "een stukje geschiedenis"

Op het hoogtepunt werkten ongeveer 300 mensen op deze site.

Wat verderop in de Kruiningenstraat (Deuzeldwijk) bevond zich wel een bebouwde kom, met eveneens industrie (La Carbonique Belge). (10)

Liebig bleef bijna zo´n 50 jaar actief op dit bedrijfsterrein, dat vervolgens werd overgenomen door het Franse bedrijf Robertet Savoury. Deze produceert er thans smaakstoffen bestemd voor de voedingsmiddelenindustrie. Bij het afronden van het derde deel 3 van deze trilogie zal in wat meer details verteld worden hoe het uiteindelijk met de Antwerpse Cie. Liebig verging.


Foto Benoit Vanhees


Foto Benoit Vanhees

Vandaag de dag herinneren enkel nog een borstbeeld van een ernstig kijkende Justus von Liebig in de inkomhal van het ontvangstgebouw en wat straatnaamborden nog aan het Liebig-verleden van de site. Het borstbeeld van Liebig is nog afkomstig uit de historische site in de Lange Klarenstraat, in hartje Antwerpen.

  
Foto Benoit Vanhees

 

7) Identificatie van het Liebig personeel doorheen de jaren (voor 1980)

Uiteraard zal het zo goed als onmogelijk zijn om dit project ooit volledig af te ronden, al was het maar omdat het cijfer van 400 personeelsleden in het achterhoofd gehouden moet worden. Wel is het zo, dat heel wat personeelsleden heel hun carrière bij dezelfde werkgever zijn gebleven, hetgeen dan weer een vergemakkelijkende factor is. Dit project kan echter slechts vooruitgang boeken, indien er reacties van lezers in dit verband komen. Wie zelf voor 1980 bij Liebig heeft gewerkt, of familieleden heeft gehad die er gewerkt hebben, kan ons altijd een e-mailtje sturen naar info@retroscoop.com. Ook alle bijkomende informatie zoals een geboortejaar, de periode waarin de betrokkene bij Liebig werkte en in welke hoedanigheid, als wat precies, op welke afdeling, op welke site (Zandvliet, Meer, Walem, Antwerpen, Schoten, Brussel...) is zeer welkom. 

- Adriansens, Albert: Landbouwingenieur, in de 1940´s betrokken bij het ontginningsproject in Meer. Na de oorlog lesgever in landbouwschool geworden.
- Dillen, Emiel: uit Broechem
- Gijsels, (?): uit Pulderbos
- Heylen, Emiel: uit Broechem
- Keulemans, Ivo: Werkzaam vanaf de 1920´s in de fabriek van Antwerpen als Afdelingsverantwoordelijke
- Smits Alfons: Vader van Marcel, afkomstig uit Broechem
- Smits, Marcel: Zoon van Alfons, afkomstig uit Broechem
- Somers, Jozef: Afkomstig uit Ranst
- Stabel, Alfons: Vader van Leon, afkomstig uit Broechem
- Stabel, Leon: Zoon van Alfons, afkomstig uit Broechem
- Tops, Gaby: Afkomstig en woonachtig in Massenhoven
- Van Camp, (?): Afkomstig uit Ranst
-
Van de Ven, Jos: Afkomstig uit Broechem
- Van Hove, Jan August: (°1905) Werkzaam tussen ongeveer 1922 en 1970 als klusjesman (metselwerken enz.) ook actief geweest in Walem en Zandvliet. Afkomstig uit Massenhoven 

 

In deel 3 van deze trilogie zullen we het hebben over het productengamma van Liebig, reclameitems van de firma alsook over enkele historische concurrenten.

 

Dankbetuigingen

Bij het tot stand komen van dit tweede deel van deze trilogie zijn we heel wat mensen dank verschuldigd.

Dhr. Jean Gabriel, technisch adviseur Stedelijk Onderwijs was erg behulpzaam met zijn kleine rondleiding in de voormalige Liebig-fabriek in de Lange Klarenstraat, waar hij ons de laatste relicten van dit industrieel verleden wist aan te wijzen. We zijn hem ook erg dankbaar voor een publicatie, waarin de geschiedenis van het voormalige Clarissenklooster kort maar duidelijk in werd verteld.

Dhr. Philip Van den Broecke van de firma Robertet Savory, de huidige eigenaar van de voormalige Liebig site in Schoten bezorgde ons een copie van de zeer interessante Liebig documentaire uit de 1950´s. Dhr. Ivo Keulemansbezorgde ons twee zeer interessante scans van foto´s van de Liebig-afdeling waarvoor zijn grootvader verantwoordelijk was.

Dhr. Hugo Vermeiren van de heemkundekring van Zandvliet bezorgde ons het oude beeldmateriaal van de conservenfabriek De Polder. Hij bracht ons eveneens in contact met Dhr. Jean Jacobs, een ex-werknemer van deze conservenfabriek, die ons een zeer leerrijk interview toestond, en ons schriftelijke antwoorden op een aantal overgebleven vragen bezorgde. Een stagiaire werkzaam bij de firma ATF bezorgde ons enkele afbeeldingen uit de 1980´s, waaronder deze van de afbraak van de schouw van de conservenfabriek.

Dhr. Jos Vorsselmans was uiterst behulpzaam bij het verstrekken van de inlichtingen omtrent het niet zo bekende ontginningsproject in de Noorderkempen tijdens WO 2 van de Cie. Liebig. (Zie voetnoot 6 !) Zijn zoon Koen Vorsselmans fungeerde met brio als "liaison officer" !

Sylvia Wentzlau bedanken we voor de toestemming om de zeer zeldzame Liebig chromo´s van de fabriek in Antwerpen voor WO 1 te hebben mogen overnemen van haar fantastische website Sylvia´s Puppen und Bärensammlung.

Voor de foto´s uit de 1980´s van de conservenfabriek van Zandvliet, dat overgenomen werd door de bouwfirma ATF zijn we dan weer veel dank verschuldigd aan Tinne Clicteur. Ook onze dank aan de firma ATF voor de toestemming om deze foto´s te mogen gebruiken voor dit artikel.

Voorts onze welgemeende dank aan de Gazet van Antwerpen, die met een bijdrage over Retroscoop in hun weekendbijlage CittA voor heel wat interessante reacties in het kader van dit artikel hebben gezorgd. Ik denk ondermeer aan de reacties van Dhr. Donni Van Hove en Cyriel Van Mieghem. Uiteraard ook onze dank aan freelance journaliste Maria Groot, die het artikel schreef, alsook aan fotograaf Frederik Beyens, die voor smaakvol fotomateriaal bij dit artikel instond.

Wie een beetje bekend is met de zeldzaamheid van feiten- en vooral beeldmateriaal over dit onderwerp, weet dat er dank zij deze mensen voor de eerste maal op het internet een schat aan informatie bijeen gebracht werd over de Cie. Liebig.

 

Voetnoten

(1) 50 (jaar) Meistraat Stedelijk Instituut voor Technisch Onderwijs nr. 2 (zonder paginanummering) Hoofdtuk ´s Meyersstrate Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van het Stedelijk Instituut voor Technisch Onderwijs nr. 2 (gedrukt op 1500 exemplaren)

(2) Felixarchief Verbouwingen aan de Liebig site

(3) Pasicrisie belge. Recueil général de la jurisprudence des cours et tribunaux de Belgique en matière civile, commerciale, criminelle, de droit public et administratif, IIIe partie, Jugements des tribunaux, Bruylant-Christophe & Cie, Bruxelles, 1885, 421 p., p. 46, geciteerd in een Franstalig Wikipedia-artikel over vleesextract

In de VS verschenen in de 19de eeuw een aantal producten, die eveneens naar Liebig verwezen, zonder dat het duidelijk is of er een echt verband was met de Cie. Liebig. Zo werd er een Liebig Co. Coca Beef Tonic gelanceerd (1885), en een Liebig Malt Tonic, door de Liebig Malt Tonic Distribution Co. in New York. 


(4) Guide Officiel Exposition Universelle de Bruxelles 1958 - Desclée & Co

(5) Idem (1)

(6) Voor dit hoofdstuk vallen we volledig terug op informatie verschaft door:

Alfons Sprangers (Oud burgemeester van Meer voor de fusie),

Paul Fockaert Erfgoed Hoogstraten

We zijn ook zeer veel dank verschuldigd aan Dhr.Jos Vorsselmans, die ons naar aanleiding van het CittA artikel over Retroscoop heeft gecontacteerd, en attent gemaakt op deze weinig bekende episode. Hij heeft voorts gefungeerd als “Our man in Meer”, en al onze vragen aan de juiste mensen gesteld. Op deze wijze konden alle kerngegevens van dit hoofdstuk in dit Liebig-artikel verwerkt worden.

Er werd in sterke mate gesteund op het artikel Het Liebig Project: Ontginning van woeste gronden te Meer 1941-1944: aspecten in relatie tot de Tweede Wereldoorlog van Jan van der Beek (gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de vzw Erfgoed Hoogstraten, 2009)

(7) Beeldbank van de Stad Mechelen: Azijnfabriek St. Michiel

(8) IMC werd later FMC Food Technology Can Closers en nog later JBT, wat staat voor John Bean Technology. Het bedrijf bestaat nog steeds onder die vorm, en is nog altijd actief in het marktsegment van de voedingsindustrie.

(9) ATF in het Bijzonder Plan van Aanleg

(10) Voor meer foto´s van de Liebig site in Schoten uit de 1970´s zie Atelier 24 foto´s Liebig Fabriek begin 1970´s

 

 

 

 
 
database afsluiten