Retroscoop - Historiek van Ca Va Seul in Vilvoorde RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

 Van familiebedrijfje tot economisch
kroonjuweel, en dan weer naar af
 

Ca-va-seul (Vilvoorde)

   

© Benoit Vanhees
Versie 1: 2012
Versie 2: okt. 2014

Structuur van dit artikel

1) Korte geschiedenis van een succesvol familiebedrijf
2) Productengamma
3) Merchandising

 

1) Korte geschiedenis van een succesvol familiebedrijf  

1.a) De pioniersjaren en het bescheiden begin


Collectie stadsarchief Diksmuide
www.westhoekverbeeldt.be’

Omstreeks 1892 baatte de toen 19 jarige Géry Boucquey (1873-1926) een winkel in onderhoudsproducten als amaril te Diksmuide uit. Oorspronkelijk bevoorraadde hij zich daarvoor bij een aantal groothandelaars. Langzaam aan groeide echter het idee om zelf zijn producten te vervaardigen. Hij begon met allerlei ingrediënten te experimenteren. Zo vroeg hij aan zijn buren om voor hem kachelroet bij te houden. Hij ontdekte dat door dit te mengen met een olieachtige substantie een beter schuurmiddel te bekomen werd dan amaril. Daar waar amaril alleen roest verwijderd, zou zijn nieuwe "stoofpommade" de kookplaat van kachels ook weer hun oorspronkelijke donkere kleur terug bezorgen. Het kuisen van de kookplaat van kachels met zijn "stoofpommade" werd plots zo´n makkie, dat de jongeman de productnaam Ca-va-seul (CVS) bedacht. 

Verdere proefnemingen leidden vervolgens ook tot zijn eerste soorten schoensmeer, en werd voorts uitgebreid met koperpoets, boenwas, paraffine en schoencrèmes. Nu hij een klein gamma aan producten had, werd in 1889 een bescheiden productieatelier opgericht, dat hij optimistisch Fabrique Nationale de Cirage / Nationale Blinkfabriek doopte. Deze bevond zich naast de brouwerij Vandenbussche aan de Kleine Dijk. Het lag dan ook aan de Handzamevaart, een deels gekanaliseerde zijrivier van de IJzer. (1)

Het begon allemaal heel kleinschalig. Hij ging op zoek naar een perfect tweetalige verkoper, en vond die in de zoon van een postbode. Een neef, zoon van een schoolmeester werd belast met de administratie.


Collectie stadsarchief Diksmuide
www.westhoekverbeeldt.be’

Het bovenstaande document geeft een perfect idee wat Boucquey allemaal produceerde of verhandelde. Noteer dat de lijst bijvoorbeeld ook producten als "Lustriana" bevat, "donnant au linge un brillant d´argent", maar ook minium of rood loodoxyde van het merk Red Star. Dit giftige product werd ondermeer gebruikt als kleurstof in de verfindustrie, bij de productie van glas en keramiek. Bouquey verkocht het echter als product om de pot van kolenkachels op te blinken. Zijn "Ami du cuivre" was een poeder om koper op te blinken. Later kwam daar ook nog een vloeibare versie van -Cito genaamd- en een soort pasta met de naam Gloria. Of al deze producten tot stand kwamen in het productieatelier of enkel verdeeld werden is niet geweten.

In 1903 huwde de ambitieuze ondernemer met de dochter van een zekere Vermeersch, die banketbakker was in een bekende Brusselse zaak, de Flan Breton. Het echtpaar zou 4 kinderen krijgen, Camille, Lucien, Suzanne en Josephine. Ook de productieactiviteiten groeiden gestadig. In 1906 besloot een andere industrieel, Camille Van Outryve om een aanzienlijk bedrag in het bedrijf van Bouquey te investeren. De firma werd daarop een "Société en nom collectif", meer bepaald Boucquey & Van Outrive.

De "Groote Oorlog" gooide evenwel roet in het eten, om het met een passende uitdrukking te omschrijven. Het offensief van de "Pruisen" liep voor een stuk vast in Flanders Fields, en daarbij werd ook de fabriek van Boucquey te Dismuide vernield. In afwachting op betere tijden en de heropbouw van zijn productieinstallaties vestigde Bouquey zich in zijn Brusselse opslagplaats, die in de Rue d´Ostende 107 te St Jans Molenbeek gevestigd was.

Toen de Duitsers in 1918 het pleit verloren hadden, kon de heropbouw van het land beginnen. Bovendien bleven heel wat militairen onder de wapens, ondermeer om een deel van Duitsland te kunnen bezetten. In 1919 wist Boucquey een lucratief contract in de wacht te slepen. Vanaf dan mocht hij immers het Belgisch leger bevoorraden met schoensmeer. De kwaliteit van zijn product sloeg aan. Al snel kwamen daar er ook nog eens lveringscontracten bij enkele ministeries bij. Volgens Adelijn Calderon, die zeer interessant onderzoek verrichte naar de industrie in Vilvoorde steeg de omzet tussen 1919 en 1928 van 300 000 fr naar 17 000 000 fr (x 57 !) en groeide de winst met een factor van... 17 ! Zelfs de Chinese economie zal maar zelden zulke groeicijfers kunnen voorleggen ! (2)

Omdat hij zoveel in het Brusselse mocht leveren zag hij af van de heropbouw van zijn fabriek in Diksmuide. Zijn oog viel toen op een bouwperceel in Vilvoorde.

Welke fabriek op bovenstaand briefhoofd precies afgebeeld is, is voorlopig een raadsel. Het zou zowel kunnen gaan  om de fabriek die "fondée en 1889" en "détruite en 1914-1918" werd, en dus die van Diksmuide. Maar mensen die deze stad door en door kennen twijfelen daaraan, op basis van het water en het kanaalschip op de voorgrond. Gaat het dan om de overgangsfabriek in Vilvoorde, die op het briefhoofd in de rechterbovenhoek vermeld wordt ? Of om de fabriek in Frankrijk ?

Het gaat alleszins om een intrigererend overgandsdocument. Oude tekst die nog betrekking had op de fabriek in Diksmuide zoals een telegraafadres werden in het rood doorstreept, de woorden "Usines de Vilvorde (Belgique)" werden in het cursief gezet, en iemand typte "Div." boven de rode tekts "Usine à Haunourdin (France)". Gaat het dan toch om een afbeelding van de Franse "division", hetgeen zou uitleggen waarom er "(Belgique)" achter "Vilvorde" staat ? Voorlopig is dit alles nog "mystère et boule de gomme"...

Volgens het eerder afgebeelde reclamekaartje commercialiseerde Boucquey aanvankelijk verschillende producten die de naam Red Star droegen. Die rode ster verschijnt eveneens op het briefhoofd, waarop ook een (iets kleiner) rood kruis te zien is. Suggereert dit misschien dat er ook een aantal producten onder de naam Red Cross verkocht werden ? (en waarom staat er in de linkerbovenhoek een symbool met twee slangen, die wat doet denken aan die van apothelers ?)

In deze aanloopperiode verschenen merken als Briol, Cito, Gloria, Ca-brille en Ca-va-seul.

In 1919 werden de activiteiten naar Vilvoorde verplaatst, en werd er een overgangsfabriek gebruikt, die in de Nieuwstraat 15 gevestigd zou zijn geweest. Er bestaan echter ook foto´s van installaties die zich in de doodlopende Aardestraat zouden bevonden hebben. Dit is dus een ander mogelijk adres van de voorlopige fabriek.

We schrijven "voorlopige", want het lag in de bedoeling van Boucquey om een compleet nieuwe fabriek uit de grond te stampen. Daarvoor moest zowel een goede architect als een ervaren bouwondernemer gevonden worden. Dit laatste had zeker zo zijn belang, want het stuk bouwgrond dat de ondernemer aan de Schaarbeeklei had aangekocht lag in een gebied waar de Zenne wel eens voor overstromingen zorgde. (3) Zoals onderstaand postkaartje laat zien, werd een zekere A. De Burbure als architect aangesteld, en werd het bedrijf van J. Declerq uit St. Amands-Puurs voor de bouwwerkzaamheden aangetrokken. Het kaartje geeft zelfs informatie over bepaalde bouwmaterialen die bij het oprichten van de nieuwe fabriek werden gebruikt. Deze fabriek zou zich in de volgende jaren uitbreiden tot de Havenlaan en de Chaussée de Haren.


Met dank aan Philippe Cornut


Boven de ingang rechts prijkt de naam G. Boucquey, alsook een bouwjaar (1926 ?). (Volgens sommige bronnen werd het gebouw pas in 1928, volgens de Vlaamse
Inventaris voor Onroerend Erfgoed zelfs pas in 1929 in gebruik genomen).


Zoals het briefhoofd hierboven laat zien, bevonden de eigenlijke
fabricagehallen zich wat verstopt achter het hoofdgebouw


Bureauruimte binnen de fabriek, afgebeeld op een reclamekaart voor "Chassis Clément" in gewapende kunststeen, vervaardigd in Zwijndrecht.


Collectie VilvoordeAnnobe
Ca Va Seul fabriek in Vilvoorde, mengzaal. De legende leest:
De mengzaal van het voormalige Ca-Va Seul aan de Schaarbeeklei.
Gezien de aaard der gebruikte grondstoffen kan niet veel reinheid
verwacht worden." Let ook op de houten klompen van 
de arbeiders.

 

1.b) Noodlot en troonopvolging


Foto: Philippe Cornut
Graftombe van Géry Boucquey en
drie andere familieleden te Vilvoorde

Rond deze periode produceerde of commercialiseerde Boucquey in deze periode maar liefst zo´n 125 verschillende producten, gaande van American Hair Restorer (alleenverdeler voor Europa) tot bv. Duitse terpentijn.

In 1926 sloeg het noodlot echter toe. Nog voor hij zijn intrek had kunnen nemen in de nieuwe fabriek, overleed Géry Boucquey. De dynamische ondernemer werd amper 53 jaar. 

De zaak werd overgenomen door zijn twee zonen Camille (Kamiel) en Lucien. De naam van de fabriek was niet langer enkel Fabrique Nationale de Cirages, maar kreeg ook de naam van de blockbuster Ca Va Seul.

Volgens de legende werd de amper 16-jarige Camille willens nillens gekatapulteerd in de volwassenheid en de zakenwereld. (Later zouden ook de verkoopschef en het hoofd van de administratie door hun zonen worden opgevolgd.) Op een briefhoofd uit 1930 (zie hieronder) wordt evenwel ook gesproken over "Vve" ofte Veuve Boucquey Sr. Het document vermeldt eerst de fabriek in Frankrijk, dan die te Vilvoorde. Mogelijk gaat het dan ook om een Frans briefhoofd, voor Franse klanten en leveranciers bedoeld. Wat niet duidelijk is, is of de Weduwe nu aan het hoofd stond van heel de Ca Va Seul of enkel van de fabriek in Frankrijk.

Blijkbaar deden de wel heel jonge ondernemers het uitstekend, of verkochten de goede producten zich als vanzelf. Rond deze periode werkten er om en bij de 150 mensen in de fabriek in Vilvoorde.


Reeds in juni 1930 werd melding gemaakt van de fabriek in Frankrijk

Het familiebedrijf vormde zich in 1929 om tot een Naamloze Vennootschap. In 1929 of 1930 werd besloten om een tweede fabriek te openen. Deze werd in Haubourdin, net over de grens opgericht. Besloten werd dat Lucien directeur van dit bijhuis zou worden. De fabriek in Frankrijk was ongeveer even groot als deze in Vilvoorde. Naar alle waarschijnlijkheid lagen tolbarrières aan de basis van deze beslissing. (Een belangrijk punt dat nog niet uitgeklaard werd is, waarom er op het eerder afgebeelde briefhoofd uit wellicht 1919 met de ongeïdentificeerde fabriek reeds sprake was van een "Usine à Haubourdin". Ging het om tijdelijke productie(?)installaties die tijdens WO 1 alhier werden opgericht ?)

De beslissing tot deze gewichtige stap werd dus in de periode genomen, dat ook West-Europa te maken kreeg met de nefaste invloed van de Amerikaanse Depressie.

Zoals reeds gezegd lag de fabriek ook in een gebied dat bekend stond voor zijn geregelde overstromingen. In 1937 was het dan ook prijs voor het bedrijf van Boucquey jr. Op briefhoofden uit die tijd wordt melding gemaakt van een productie-eenheid in Maastricht. De firma kreeg eveneens in de 1930´s te maken met een enorme brand, ontstaan in een opslagplaats van oplosmiddelen. (een precies jaartal ontbreekt voorlopig. De fabriek werd daarop in een recordtempo heropgebouwd.

     
reclame voor Ca Va Seul Noir-liquide 


Vreemd genoeg spreekt dit document uit 1952 van een fabriek in
Nogent-sur-Marne, hetgeen nabij Parijs ligt ! Waren er dus 2
fabrieken in Frankrijk, Haubourdin en Nogent ? 


Het uitstalraam van een Franse winkel helemaal in het teken
van Ca Va Seul. (Foto Lepine, St Quentin)

CVS probeerde voor en na WO 2 ook in Luxemburg door te breken. We hebben (nog) niet kunnen achterhalen of ook de Nederlandse markt ooit werd betreden. Mogelijk waren er aldaar voldoende lokale firma´s die te stevig ingeplant waren, om zo´n offensief te kunnen doen slagen. Niettemin werd Noord-Frankrijk wèl met een zeker succes bestreken.

In de 1930´s lanceerde CVS schoensmeer in een nieuwe presentatie. Naast in de klassieke ronde blikjes, werd de ledervoedende emulsie vanaf dan eveneens in knijptubes verhandeld.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de fabriek doorwerken, maar onder Duits toezicht. De productie van schoensmeer was dan ook bestemd voor het SDuitse leger. Naar verluidt probeerde Camille Bouquey de productie zoveel mogelijk te saboteren, te vertragen en slechte producten te leveren. Op 10 augustus 1944 viel er een bom op de fabriek. De schade als gevolg van de ontploffing en de daaropvolgende brand was andermaal zeer aanzienlijk. Camille Bouquey sloot zich aan bij het actieve verzet, en nam ook deel aan de bevrijding van Vilvoorde.


Rogierplein Brussel, WO 2
De laarzen van een Duitse soldaat worden door  een
Ca Va Seul-poetser onder handen  of beter borstels genomen
 

Na de oorlog brak eerst een periode aan van schaarste en rantsoeneringen uit. De markt van schoensmeer en onderhoudsproducten werd natuurlijk minder zwaar getroffen dan heel wat andere sectoren.

 

1.c) De gouden jaren ´50 en ´60 

Na de jaren van schaarste brak een nieuwe bloeiperiode aan. In de 1950´s overschreed het zakencijfer de kaap van 100 miljoen Bfr. De firma werd in ons land de topnaam voor wat betreft onderhoudsproducten voor leder, meubels, metaal, sanitair, vloeren en uiteraard schoenen. Het verhandelde meer dan 70 verschillende producten.


Aandeel uit 1950

De verkoop werd gestimuleerd door frequent reclame te maken, ondermeer in huis-aaan-huis verdeelde reclameblaadjes als Publipost. De klassieke methodes van kortingsbonnen in al hun vormen werden daarbij zeker niet over het hoofd gezien, zoals hieronder te zien is.

 
Hierboven: reductiebon uit 1957


Collectie Stefaan Eeckhout


Collectie Stefaan Eeckhout

Om de verkoop echter nog verder aan te zwengelen, bedacht de firma opvallendere promotie-stunts.

Zo toerde er tussen 1953 en 1956 een circus in ons land rond, dat ingehuurd was door de Vilvoordse firma. Het ging om de International Zoo Circus uit Frankrijk, dat geleid werd door directeur Alexis Robba. Deze ging op tournee doorheen heel België, waarbij 40 rolwagens betrokken waren. De enorme circustent had een capaciteit van 1500 zitplaatsen. Er was evenwel een belangrijk verschil met het circus dat door de Solo-fabriek in Merksem was ingehuurd. Daar waar de Solo Parade gratis was, moest men voor de Ca Va Seul Zoo-Circus 15 à 50 Bfr. inkom betalen, geen onaardige som in die tijd. Tijdens de show werden eveneens Ca va seul-spelletjes door Francimax gepresenteerd, zoals onderstaande affiche en het programmaboekje uit 1954 aantonen.


Bron: Website Huis van Alijn
(waar meerdere affiches van dit circus te zien zijn)

Sylvie Lausberg maakt in haar interessant artikel "Le roi du cirage cirait les pompes de l´Armée gewag van een andere goed doordachte verkoopstrategie. De directie van Ca Va Seul bezat namelijk jachtterreinen, en nodigde geregeld de bazen van de grootwarenhuisketens uit om er wild te komen schieten... (4) 

Een andere promostunt was de deelname aan de Wereldtentoonstelling in Brussel, die in 1958 plaats vond. De Vilvoordse producent liet weliswaar geen luxueus paviljoen op deze fameuze "Expo ´58" optrekken, maar organiseerde een kleine openluchtstand met stoelen. Standmedewerkers in een soort Robbedoes-pakje gaven er de schoenen van Expo-bezoekers een flinke poetsbeurt. (5) 

Een andere toen nog veelgebruikte vorm van reclame betrof muurreclames. Ook de naam van de Vilvoordse producent van schoensmeer en onderhoudsproducten dook op verschillende plaatsen in het landschap op, net als Sunlight, Lux en Persil. 


Edit. Nels
Muurreclame in Gosselies, nabij het monument
voor de gesneuvelden van 1914-´18
 

De firma zond eveneens vertegenwoordigers op pad in het G.H. Luxemburg, om te trachten ook daar een nog stevigere voet aan de grond te krijgen. Het moest daarbij het lokale merk Scarabee zien te overtroeven. 

In de 1960´s blijkt het Ca Va Seul-circus niet langer rond te toeren. Er kwamen evenwel andere opvallende promotie-acties. Zo zorgde de befaamde tekenaar Roba, bedenker van de personnages Billie en zijn beroemde viervoetig vriendje, de bruine flapoor Bollie voor de mooie reclame hieronder afgebeeld.

 

In de 1970´s volgde een andere promotie-inspanning, een piste die eveneens gevolgd werd door de pijnstiller-fabrikant Dr. Mann...

1.d) Sportploeg

   

Ca va seul waagde zich in 1979 korte tijd aan het co-sponsoren van de wielerploeg Ca-va-seul/Flandria. Fietsenfabrikant Flandria was eerder al een co-sponsorschap aangegaan met het Antwerpse farmabedrijfje Dr. Mann, waarover elders meer hier op Retroscoop.

De renners van Ca va seul / Flandria droegen rode truitjes. Het aantal renners die ooit voor deze ploeg zou rijden is redelijk uitgebreid. We vonden ondermeer volgende de namen van wielrenners terug:

- René Bittinger
-
Patrick Bonnet
- Joseph 
Bruyère
- Alain De Loo
- Jozef De Schoenmaeker
-
Marc Demeyer
-
Patrick Devos
-
Rudy Hendrickx
- Luc Leman
- René Martens
- Jacues Michaux
- Jean-Claude Rogge
- Patrice Thévenard
-
Herman Vanderslagmolen
- Alain Van Vlierberghe
- Jean Verfaille
- Pol Verschuere

Of de ploeg erg succesvol is geweest, is eerder iets voor sporthistorici. Geen enkele van de opgesomde namen lijken alvast hetzelfde aura als een Sercu of de status van een Merckx te hebben bereikt. Nog in de 1970´s ging Flandria failliet, en stopte dit sportavontuur van Ca va seul.

1.e) Vrije concurrentie en vrije val


Foto VilvoordeAnno.be webpagina over deze zware brand
De grote brand in 1973 kostte aan 2 mensen het leven

Uiteindelijk zou ook dit kroonjuweel van de Belgische industrie -net als Marie Thumas- in het oog van de liberaliseringsstorm terecht komen. Na nog maar eens een brand met twee dodelijke slachtoffers in 1973 en een sterke terugval in de verkoop trokken de zonen van Camille Boucquey zich in 1977 uit de zaak terug. Gedurende drie jaren kwam het noodlijdende bedrijf in handen van John Demuynck en de familie Suys. François Suys was aanvankelijk werkzaam op het postsorteercentrum X in Brussel. Hij zette een ingenieuze fraude op poten, waarbij hij de post voor miljoenen oplichtte. Dirk Robert legde ons in een e-mail het systeem uit. Stel, een firma wil 250 000 reclamefolders verspreiden via de post. Al deze folders dragen een "P P" stempel, wat staat voor Port Payé. De 250 000 poststukken werden naar de afdeling van Suys gebracht, die er een telmachine hanteerde. (Suys en zijn medeplichtigen noemden het toestel tijdens hun gesprekken "Georges") Alleen, in plaats van 250 000 stuks te tellen, werd het tellen van de poststukken na bv. 10 000 stilgelegd. De firma die de reclame wilde verspreiden betaalde Suys in ruil een grote som, die echter lager lag dan deze nodig om 240 000 extra stukken aan te rekenen. In totaal, zo wordt geschat, lichtte Suys de post voor 850 miljoen Bfr of meer dan 20 miljoen Euro op. Waarop het grote leven kon beginnen. Alle kinderen van Suys reden rond in opschepperige auto´s, en de kleine postbediende die op een strategische plaats binnen de posterijen werd de grootste aandeelhouder bij Ca Va Seul...

In 1980 volgde de doodsteek voor het ooit zo bloeiende bedrijf. Vooreerst werd een einde gemaakt aan het exclusief leveringscontract met het Belgisch Leger. Voortaan dienden alle kandidaten die aan de strijdkrachten of aan ministeries wilden leveren zich aan een procedure van openbare uitbestedingen te onderwerpen. De firma die met de meest concurrentiële verkoopsprijs afkwam, sleepte vanaf dan het leveringscontract in de wacht.


Een stille getuige: 1980´s reclame aan het voetbalveld van Vilvoorde

Erger moest nog volgen. François Suys liep tegen de lamp, en de politie omsingelde de Ca Va Seul fabriek. Gerechtsdeurwaarders sloegen de fabriek en heel de inboedel en stock aan. Daarop volgde een openbare verkoop ten voordele van de Posterijen, in de hoop zo toch nog een deel van de misgelopen inkomsten weer te kunnen recuperen. François Suys en 26 handlangers verschenen voor de rechter, en in 1985 werden er daarvan 14 veroordeeld. Suys pleegde echter zelfmoord in zijn cel voor de uitspraak van de rechter. Slechts een deel van zijn miljoenen werden gerecupereerd. Een belangrijk deel zat echter in Zwitserse kluizen, en ontsnapte zo aan de Belgische overheid. De kinderen Suys verloren weliswaar hun vader, maar sleepten alzo een aanzienlijke troostprijs in de wacht. (6)

Toen Ca Va Seul openbaar verkocht werd, was het de Amerikaanse firma Ralston-Purina die toehapte. Vreemd genoeg was dit bedrijf een producent van voedingsproducten voor mens en dier. Het bleek dan ook al snel geen ideale partner te zijn. Misschien kochten de Amerikanen de Belgische ex-parel gewoon voor een habbekrats op, in de hoop het later met winst te kunnen verder verkopen ? Ze toonden zich alleszins niet bereid om de zo broodnodige investeringen te maken. Of waren ze misschien misleid geworden door de Engelstalige slogan dat Ca va seul "works alone" ? Ralston kocht wel het Franse Baranne op, een firma die zeer vermaard is op het vlak van voedende onderhoudsproducten voor leer. Blijkbaar was ondertussen de Ca va seul-fabriek in Noord-Frankrijk al lang verkocht, want als voornaam argument voor de aankoop van Baranne werd ondermeer onderstreept dat hierdoor Ca Va Seul beter toegang zou krijgen tot de Franse markt. Niettemin, uiteindelijk raakten de Amerikanen gedesinteresseerd in hun wat vreemde zijsprongen, en boden ze de firma van Vilvoorde te koop aan. Op dat moment werkten er ongeveer 180 mensen.

In 1984 werd in de firma Benckiser uit het Duitse Ludwigshafen een nieuwe overnemer gevonden. Dit leek op het eerste zicht al wat beter in het plaatje te passen, synergie-mogelijkheden op te kunnen leveren. De Duitse groep was immers actief in het segment van onderhoudsproducten, met merken als het schoonmaakmiddel St Marc en het anti-kalkmiddel Calgon. In 1988 besloten de Duitsers een deel van de productie van ontkalkers voor WC´s en koffiezetapparaten aan Vilvoorde uit te besteden. Even was er weer hoop op een goede afloop.

In 1989 vierde CVS haar honderste verjaardag. Om de eeuweling in de bloemetjes te zetten, werd een herinneringsdoos uitgebracht, met daarin 5 verschillende doosjes schoensmeer en 2 borstels. We hebben niet kunnen achterhalen of deze voor het personeel bestemd waren, of echt in de handel verschenen.


Stadsarchief Vilvoorde
De fabriek aan de Schaarbeeklei in de 1970´s. Helemaal op de
achtergrond is ook een muurreclame van Ca Va Seul te zien

Uiteindelijk besloot de Duitse overnemer dat het niet langer loonde om te blijven produceren in Vilvoorde. Binnen de hele Benckizer-groep was Ca Va Seul maar een klein visje, dat voor slechts 3 % van de omzet instond. De fabriek in Vilvoorde werd uiteindelijk gesloten en in 2001 volledig afgebroken. Daarmee werd nog maar eens een hoofdstuk uit de "vaderlandse industriële geschiedenis" definitief afgesloten, net zoals dat ook met Marie Thumas en tal van andere bedrijven gebeurde.

Hoewel de legendarische merknaam nog steeds voortleeft, gebeurt alle productie thans in het buitenland. Zo wordt vandaag de dag het schoensmeer (ondermeer ?) in Brazilië geproduceerd. Ra ra... Zou de loonkost daar misschien voor iets tussenzitten ?

Voor Vilvoorde was deze sluiting nog maar een opwarmertje voor enkele andere sociale catastrofes die deze stad nog te wachten stond...

*     *     *     *     *

2) Productengamma

  

 

Ca-va-seul verkocht een uitgebreide reeks aan producten met slogans zoals "Ca va seul vaut de l´or" of "Le fard de la chaussure". Hieronder volgt een overzicht van het gamma, voor zover het aan de hand van verpakkingen en reclame weder samengesteld kon worden. Mogelijkerwijze ontbreken nog een aantal namen. Wie hierover meer bijzonderheden kan geven, kan Retroscoop steeds contacteren via info@retroscoop.com

 2.a Poetsmiddelen voor metalen voorwerpen 

 2.a.1) Poelblan / Stoofwit zilverpasta

Volgens de reclame is het product uiterst geschikt voor het onderhouden van de geëmailleerde bovenkant van fornuizen, en geeft een alu-uiterlijk aan alle voorwerpen in ´bruut´ gietijzer, zoals ondermeer de draagbare reservoirs voor steenkool. Tot slot wordt het product aangeprezen voor het weer levendig maken van de glans van gegalvaniseerde recipiënten, zoals waskuipen en metalen emmers.

 

 

2.a.2) Negrita (Chroomglans
voor gepolijste fornuisplaten)
 

 
voorgangers van Negrita of enkel in Frankrijk
in deze verpakking verschenen ?


Collectie Stefaan Eeckhout

        
Een tube en de beschermende omslag van een schoolschriftje uit de
tijd dat Negrita nog een "nouveauté sensationelle", een "révélation" was

     

 
In 1960 kostte een tube 14 fr in de VéGé
 

 

2.a.3) Negri polijstpoeder chroom (groen) 
en staalglans (wit)




Collectie Stefaan Eeckhout

  

        
De twee verpakkingsvormen van Negri, een papieren zakje en een
reclameplaatje, bestemd om goed zichtbaar aan deuren van winkels op te hangen.
Rechts onder, een reclame uit 1955, die bewijst dat het "ik-tijdperk" en
de ik-slagans niet in de 1980´s werd uitgevonden...

Eén van de populairste producten van Ca Va Seul waren de busjes Negri Groen. - Volgens een Ca Va Seul-reclame:  "Negri polijstpoeder verfijnt en geeft duurzame glans aan gepoetste keukenkachels". Kartonnen bus van 150 gr.

- Negri groen chroomglans ´Poetst warm en koud´: metalen busje van 120 gr. (n° 3) bedoeld voor fornuizen

In de 1960´s kregen de blikken busjes een nieuwe look. Ondermeer als gevolg van de dekolonisatiegolf in Afrika werden een aantal politiek niet langer als correct beschouwde versieringen eerst sterk verkleind, om later volledig te verdwijnen. De merknaam Negri werd evenwel vooralsnog behouden. 

     

Daarnaast was er ook nog Negri wit, bestemd voor het opblinken van aluminium en bestekken (nikkel, zilver, inox ?) 

      

Mogelijk is het een verdere ontwikkeling van een ouder product, Nickline genoemd. Het is vooralsnog onduiçdelijk of dit product alleen in Frankrijk werd geproduceerd, of ook in België. Nickline diende niet enkel om spiegels te kuisen, maar ook nikkel, zilver en aluminium.

   

Behalve de metalen busjes verscheen het product voorts in een fles op de markt. Mogelijk ging het om een nog krachtigere versie,  het etiket bestempelt het poetsmiddel alvast als "super" blanc. 


Collectie Stefaan Eeckhout
 

Op zeker moment werd eveneens Negror geproduceerd, maar we hebben geen verdere informatie over dit produkt gevonden: mogelijk zegt de merknaam het zelf, en was dit een speciaal kuisproduct voor goud.

Neem zeker ook eens een kijkje op deze Nederlandse website over poetsmiddelen, waarop tal van Ca Va Seul blikjes staan, o.a. Negri en Negrita-busjes.


2.a.4) Koperpoets

        

         
"Mini-busje" uit de Franse fabriek
(met de Franse driekleur in het etiket verwerkt)


Collectie Stefaan Eeckhout


Collectie Stefaan Eeckhout
De nieuwe look van de busjes in de 1960´s, nog steeds met metalen dop


2.a.5: Zilverpoets Uno

 

2.a.6) Ca Va Seul 4 en 4 B

Hoewel de onderstaande doosjes eerder aan schoensmeer doet denken, bevatte het een "pâte pour poeles". Dit product hoort dus thuis in deze categorie. Het precieze verschil tussen 4 en 4 B is vooralsnog onduidelijk.

 

  
Winkeldisplay: houten caroussel van 36 cm. hoog en blikjes

2.a.7) Andere 

Op zeker moment werd eveneens Negror geproduceerd, maar we hebben geen verdere informatie over dit produkt gevonden: mogelijk zegt de merknaam het zelf, en was dit een speciaal kuisproduct voor goud.

 

2.b Boen- en wrijfwas

   

 

In de 1930´s of 1940´s werd de boenwas -bij wijze van publiciteitsstunt- in bakelieten dozen uitgebracht, die na lediging als asbak gebruikt konden worden, door het centraal gedeelte van de deksel in te drukken.

De blikken doosjes na WO 2 waren oorspronkelijk wit, maar werden later in gele uitvoering gecommercialiseerd. Een metalen klepje hield het deksel ter plaatse, zodat de boenwas niet zou uitdrogen. 

    

In 1953 was de aanwezigheid van de thans controversiële insecticide DDT nog een beduidende meerwaarde en dus een valabel verkoopsargument. De insecticide werd toegevoegd om houtwormen en andere hout-onvriendelijke beestjes tegelijk met het voeden van het hout te doden. Pas later werd duidelijk dat het middel kankerverwekkend was, en verboden.

    

  
Rechts: Collectie Stefaan Eeckhout
Er werd blijkbaar wat geëxperimenteerd met de beste verpakkingsvorm

voor de boenwas. Naast ronde blokjes en busjes verschenen ook
de rechthoekige blikken en "kussentjes"

  

 

    
Rechts: Collectie Stefaan Eeckhout

   

Hernieuwer Dégrif: "Dégrif geeft aan uw meubels demi-poli of geverniste, hun oorspronkelijke glans terug en neemt aanstonds alle vlekken en schrammen weg. Dégrif met silicone voedt het hout en bedekt uw meubels met een beschermende laag, welke ze minder blootstellen aan vocht en schrammen." Metalen bus met schroefdop van 250 cc.

Er bestond ook de boenwas in poedervorm "Oui", voor parket, linoleum, marmer, meubels en tegels. We hebben niet kunnen achterhalen of dit produkt zowel op de Franse als op de Belgische markt werd aangeboden. Het verschijnt evenwel op onderstaande reclame:

 

2.c Behandeling textiel: Ontvlekker / Anti-mot

 


2.d Onderhoud machines: smeerolie

    
Surfine voor bv. naaimachines
 

2.e Staalwollen wrijftampons en schuurpapier

 Magic

 

  
Rechts: Reclame uit 1956

 
Boekje met onderhoudstips, uitgegeven
bij de lancering van de "Ruban Magic"


Primus


Collectie Stefaan Eeckhout


2.f Sponzen


2.f.1)Enka

 


2.f.2) Spontex

      

De firma maakte eveneens "coussinets encaustiques" Netto, maar we hebben geen bijkomende informatie over dit artikel.

 

2.g: cosmetica, huidverzorging

2.g.1: Babypoeder Alba

 

2.g.2: Geparfumeerde Vaselinecrème Paris

Naar verluidt werd dit product in drie verschillende uitvoeringen op de markt gebracht, namelijk witte, gele en roze vaseline.

 2.h Schoensmeer 

2.h.1) Ca-va-seul 

    


"Wetenschappelijke emulsie" voor schoenen

Uit de onderste afbeelding blijkt dat de blikjes met schoensmeer in drie verschillende groottes op de markt werden gebracht, en dit telkens in 8 kleuren: zwart, wit, bruin medium, donkerbruin, acajou, rood, geel en blauw.
 

2.h.2) The Rich

  
Ca va seul "Works alone"

  

   

 

2.h.3) Kid voor wit leder


 

2.h.4) Blanca

         
Rechts een origineel doosje met meegeleverd sponsje


Voor de behandeling van witte schoenen
in linnen,
zoals turnpantoffels

Op gegeven moment was eveneens sprake van Duo Blanca, dat eerst in flesvorm verscheen, en later eveneens in tube:

   
Hoewel de vorm van de fles grotendeels bewaard bleef
werden de etiketten in de latere jaren steeds saaier en saaier

Interessant om te weten, is dat CVS ook speciale potjes "Army Blanca" produceerde voor het Belgisch leger. Hiermee konden militairen bijvoorbeeld linnen gordels "vercoteren", een woord afgeleid uit het Franse "vercotage". Zeker de leden van de Militaire Politie mochten zich met de nodige regelmaat aan deze vervelende taak wijden, omdat hun uniform standaard witte gordels voorschreef. Ook in de aanloop naar de Nationale Feestadag, wanneer heel wat soldaten zich optutten om voor Koning en Landgenoten te defileren, werden pieken bereikt in het verbruik van Army Blanca.


Bron: ABL History Forum


2.h.5: Ca laque voor herstel alle soorten wit leder

 

 2.h.6) Rush

Schoensmeer in tubes uit de 1960´s, zie reclame op vloeipapier

     


2.i: Gele vaseline voor het soepel houden van leder


Collectie Stefaan Eeckhout


2.j Tot slot: vertegenwoordigersactiviteiten


Interessante kijk-tip !

Een collega-website, waarop men ook een heel breed assortiment van CVS en andere poets- en schuurmiddelen te vinden is, is de prachtige website van A.J.M de Jong uit Twente. Neem zeker eens een kijkje, het loont ab-so-luut de moeite !

  *   *  *  *   *

3) Merchandising

Behalve het verzamelen van producten, verpakkingen en reclame uit de geschreven pers van dit merk, is het ook wel interessant om andere CVS-items met verzamelwaarde op te sommen.

  • Herdenkingsdoos 100ste verjaardag 1889-1989: grote ronde doos, waarin 5 kleinere ronde doosjes met schoensmeer en twee borstels
  • Gratis monsters van nieuwe CVS-producten en bv. papieren zakjes waarop hiervoor reclame werd gemaakt
  • Speelkaarten: Er bestaat minstens 1 kaartspel van CVS, voor Negri Groen. 

   

    • Speelgoed: Goedkope plastieken speelgoedautootjes, herkenbaar aan een vierkantige stempel met de merknaam. Het hierboven afgebeelde rood vrachtwagentje meet 8 cm. 

  • Potloden: De Franse afdeling van CVS gaf in het interbellum (?) gratis potloden weg, bij aankoop van doosjes schoensmeer. We hebben vooralsnog niet kunnen achterhalen of deze actie ook in België plaats vond. Mogelijkerwijze hadden de twee fabrieken speelruimte om eigen marketing-acties te bedenken
  • Kaften van schoolschriftjes, ondermeer voor de tubes Negrita en vloeipapier

  • Er bestaan een aantal schaalmodellen van Renault 4 CV´s in de firmakleuren van CVS. Twee versies kunnen heel gemakkelijk op eBay gevonden worden, nl. één in rode en één in groene "livrei". De rode is van de speelgoedfabrikant Busch, en is op schaal 1/87. Ditkomt dus overeen met de HO schaal van miniatuurtreintjes. De groene versie is van Altaya; en toch al wat groter, nl. op schaal 1/43
  • Sleutelhangers: in de 1960´s werden een aantal sleutelhangers uitgegeven, ondermeer voor Pat Spray
  • Pins

  

  • Singeltjes: in onze zoektochten naar CVS items zijn we op een 45 toerenplaatje gestoten, waarop een CVS stempel staat. het betreft een opname van Louis Armstrong (Pretty little missy). Mogelijkerwijze werden er nog anderen als promomateriaal uitgegeven
  • Items m.b.t. de wielerploeg CVS-Flandria
  • Oude aandelen: zo nu en dan duiken er wel op, bv. op veilingsites als Delcampe.be

  • Aanstekers in de vorm van een gouden Napoleon III muntstuk
  • Heel duur zijn dan weer de emailleplaten voor bv. Negri Groen of Ca Va Seul Noot Polish Luxe. Daarnaast werden ook langwerpige plaatjes uit gelakt metaal uitgegeven. Ook voor deze stukken worden eigenlijk toch wel zeer hoge sommen voor gevraagd 


1946: let op het gebruik van de Belgische kleuren iets wat door
tal van andere Belgische maatschappijen werd gedaan (Belga...)

  
Links: 1930´s en rechts: 1950´s

 

Dankbetuigingen en voetnoten

Een deel van dit artikel bouwt verder op een artikel van Mark Van Luyk: "Ca-va-seul poetst de plaat" (ongedateerd krantenartikel, Belang van Limburg)

Ook onze welgemeende dank aan A.J.M. de Jong uit Twente. In het artikel werd een link naar zijn prachtige website opgenomen. De afbeeldingen van de circusaffiches zijn afkomstig van de website van het Gentse museum Huis van Alijn, en de informatie en foto over Army Blanca komen van een discussieforum voor (ex-)militairen, genaamd ABL History Forum.

We zijn voorts dank verschuldigd aan Jasper Verplancke, Projectcoördinator IGS Hout- en Blooteland, die ons de afbeelding van Géry Boucquey en van de reclamefolder van zijn bedrijfje in Diksmuide toezond. Philippe Cornut van vzw Grafzerk wordt evenmin vergeten: hij bezorgde Retroscoop een tweede afbeelding van de fabriek van Vilvoorde, de afbeelding van de factuur van de schoensmeerfabriek in Diksmuide en een foto van het graf van Mr. Géry Boucquey.

Ook een welgemeende dank u aan Stadsarchivaris Jona Broothaerts van Vilvoorde voor aanvullend beeldmateriaal en andere stukjes informatie. In november 2013 volgden tot slot nog een aantal interessante aanvullingen qua beeldmateriaal, dank zij Stefaan Eeckhout. Dirk Robert last but not least maakte ons in oktober 2014 attent op een interessant artikel van Sylvie Lausberg uit 1999, waarin de "Zaak Suys" en de lotgevallen van "George" uit de doeken werd gedaan. Ook aan hem onze dank.

Tip: wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Vilvoorde raden we zeker ook aan om eens te gaan kijken naar de website Vilvoordeanno.be


Voetnoten
 

(1) Deze brouwerij werd later de limonadefabriek Debackere zie: Demoen Herman: Het Diksmuidse van toen p. 45. (uitgeverij Marc Van de Wiele, Brugge, 1985)

(2) CALDERON, A. Bedrijven en Werkgelegenheid gedurende de XXste eeuw in Vilvoorde (1894-1994) (2 dln). Vilvoorde, 2000. Deel I, pag. 114-120. p. 115

(3) Idem (2)

(4) Lausberg, Sylvie schreef in de late 1990´s een interessante reeks van artikels over enkele iconen van de Brusselse bedrijfswereld onder de titel         "C´était au temps où Bruxelles inventait". Deze verschenen in de Franstalige krant Le Soir. Deel V (7 aug. 1999) handelt over Ca Va Seul, en heeft de lange titel: l´Etoile / Le roi du cirage cirait les pompes de l´Armée / "Georges", le bon ami du postier voleur.

(5) Voor een prachtig in elkaar gestoken website over deze Wereldtentoonstelling, ga naar François Van Kerckhoven´s privé collectie van de Expo´58

(6) Idem (4)


De schoen maakt de man (or so they say)

 

 

 

 
 
database afsluiten