Retroscoop - De Solo-margarinefabriek in Merksem Aanvullingen RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

 De Solo-margarinefabriek in  Merksem
Enkele aanvullingen op de bestaande artikelreeks

Benoit Vanhees
september
s 2017

De voorbije maanden ontving Retroscoop een aantal e-mails van mensen die direct of indirect een band hebben (gehad) met de margarinefabriek van Merksem. Hierin werden interessante aanvullingen op onze artikelreeks over “den Union”, UMB ofte Solo overgemaakt. Tevens leidde dit e-mailverkeer naar twee interessante en boeiend interviews van een voormalige werknemer, die eveneens heel wat nieuwe weetjes genereerden.

Om het allemaal zo overzichtelijk mogelijk te houden, worden deze nieuwe stukjes informatie gedurende enkele maanden in deze bijdrage apart gehouden. Op deze manier kan iedereen met belangstelling in het onderwerp volgen wat nieuw is. Tegen het einde van het jaar worden deze stukjes informatie dan in de bestaande artikelreeks geïntegreerd. Eveneens met overzichtelijkheid in het achterhoofd werd de nieuwe informatie in een aantal rubrieken onderverdeeld.

 

1) het belang van familiebanden

Een eerste aanvulling betreft aanvullingen in verband met het belang van familiebanden bij de samenstelling van het personeelsbestand doorheen de jaren. In sommige gevallen zag men twee, drie generaties achter elkaar die in dit bedrijf kwamen werken, in andere gevallen zag men op eenzelfde momentopname bv. twee drie broers of zussen die op de loonlijst stonden. Een combinatie van de twee situaties kwam eveneens voor. Dank zij de nieuwe aanvullingen kunnen we het belang van familiale relaties nog verder aantonen. Er was enerzijds de uit Nederland afkomstige familie Renkens, en anderzijds de familie de Lint. We laten deze twee families één voor één aan bod komen.

 

1.A Familie Renkens

De band tussen Solo Merksem en de familie Renkens gaat bijna 100 jaar terug, naar Willem Renkens, of voluit Josephus Wilhelmus Hubertus Renkens. De man werd geboren op 14 maart 1895 in het Nederlandse Grave als zoon van het echtpaar Jan Hubert Renkens en Huberdina Eckmans. Ondanks wat vandaag gezien zou worden als beperkte studies, zou hij een heuse hoogvlieger worden in het bedrijf, tot op de hoogste regionen van de piramide weten door te dringen. Zijn opleiding in Maastricht kwam inderdaad tot een halt na het uitbreken van WO 1 in augustus 1914. Al was Nederland een neutraal land en al bleven onze Noorderburen gespaard van de verwoestende oorlogsellende die ons land te beurt zou vallen, toch werden de Nederlandse (jonge) mannen uit voorzorg toch onder de wapens geroepen. Willem Renkens bleef op die manier gedurende de 4 jaren die de Groote Oorlog uiteindelijk zou duren in uniform.
In 1919 begon de jonge Nederlander zijn carrière in België, meer bepaald bij de margarinefabriek Axa in Merksem, de voorloper van de Solo-fabriek. Deze werd in de 1890’s door de Nederlandse familie Jurgens opgericht, om tolbarrières te kunnen vermijden. Renkens bleef er tot 1922 werken als bediende. Het was ook in deze periode dat hij met Maria Willemse huwde. Tussen 1923 en 1929 zette hij zijn loopbaan verder bij het vleeswarenbedrijf Hartog’s in het Nederlandse Oss. Dit vleeswarenbedrijf werd in 1929 door de Nederlandse maatschappij Margarine Unie overgekocht. In hetzelfde jaar kwam er een fusie tussen de Britse zeepproducent Lever Brothers (Sunlight,...) en deze Margarine Unie. Dit commercieel huwelijk leidde tot het ontstaan van de sterke multinational Unilever. Binnen deze groep werd het voormalige Hartog´s omgedoopt tot Unox. Axa was ondertussen UMB (Union Margarine Belge) geworden, en maakte ook deel uit van Unilever.

In 1930 kneep Renkens er toch weer tussenuit. Tussen 1930 en 1946 werd hij boekhouder of “accountant” bij het Nederlandse samenwerkingsverband Verenigde Zuivelbereiders. De vakkennis maar ook de informatie die hij daar opdeed was blijkbaar belangwekkend voor Unilever. Bovendien had hij in het verleden gewerkt bij twee bedrijven die tot de Unilever-groep behoorden: Axa was Solo (Union) geworden, en Hartog´s werd nog voor het ontstaan van Unilever door Margarine Unie overgekocht. Op die manier verzeilde Renkens na meer dan twintig jaar opnieuw in Antwerpen, opnieuw binnen de Unilevergroep.

Renkens senior werd inderdaad meteen aangesteld als bureeldirecteur bij de UMB, liefkozend “den Union” genoemd. De man was volgens zijn kleindochter een heuse workoholic, een inzet die naar waarde werd geschat door de directie. Willem Renkens klom gestadig op de sociale ladder, kreeg enkele mooie bevorderingen, om uiteindelijk door te stoten tot de topfunctie van directeur-beheerder en nationaal accountant van Unilever Belgium. In Merksem werd hij als bureauchef opgevolgd door dhr. Beens. Hijzelf verhuisde van Merksem naar de hoofdzetel van Unilever Belgium in Brussel, waar hij tot aan zijn pensioen in 1960 bleef werken. Hij werd in die functie opgevolgd door een zekere Van Tol.

Renkens Sr. genoot daarna van zijn pensioen in zijn woning op de Bredabaan 1165, een woning die ondertussen werd afgebroken. Hij overleed in 1973 in Kapellen, net geen 78 jaar. Zijn kleindochter Virginie Renkens wist ons mee te delen dat de Merksemse kerk van de Onbevlekte Ontvangenis afgeladen vol zat bij de afscheidsceremonie, en dat heel veel mensen er een laatste groet kwamen brengen aan een man die ze wel wisten te appreciëren.
Behalve Renkens Sr. kwamen ook zijn twee zonen in de Solo-fabriek van Merksem werken. Johannes (Jan), geboren op 9 augustus 1924 en de oudste van de twee ging er tussen circa 1947 en 1965 als “controler” aan de slag. Zijn functie bestond er wellicht uit om kwaliteitscontroles tijdens het productieproces van de margarine uit te voeren. Hij werd in Nederland geboren, en bracht er ook zijn jeugd door. Blijkbaar kreeg hij op gegeven moment heimwee, want in 1965 besloot hij te verhuizen naar het Nederlandse Zevenaar. Aanvankelijk weliswaar met een baan bij een ander Unilever-bedrijf in het vooruitzicht, maar om onduidelijke redenen ging die aanwerving in Tiel uiteindelijk toch niet door. Een carrière van 18 jaar bij de Brits-Nederlandse gigant kwam daarmee dus ten einde. Hij zocht daarop andere professionele uitdagingen op. Hij overleed in 2005. Hij liet twee dochters na, Virginia en Patricia: het was Virginia die Retroscoop contacteerde, en ons in contact bracht met haar oom Tim Renkens, nog steeds woonachtig in het Antwerpse.

Ook de jongste zoon Willem “Tim” Renkens (°3 maart 1930) startte in 1953 zijn carrière bij Solo, vier jaar na zijn oudere broer. Hij kwam eerst terecht bij de afdeling marktonderzoek. Dat zo’n afdeling in die jaren alles behalve als een prioriteit werd aanzien, blijkt wel uit het feit dat er naast hem nog slechts 1 andere persoon werkte, zijn diensthoofd en mentor Henri Ibens. Ondanks het feit dat beide heren vanop de site van de margarinefabriek in Merksem werkten, werd er evenzeer marktonderzoek gedaan over andere producten uit het Unilever-gamma, waaronder de Royco- en California poedersoepen en de Milkana smeerkazen. Dit gebeurde onder meer aan de hand van statistieken van het N.I.S. Op de één of de andere manier geraakte de firma aan deze cijfers, die eigenlijk niet voor buitenstaanders bestemd waren. Een praktijk die zonder enige twijfel ook door andere kapitaalkrachtige firma´s werd gebezigd. Voorts waren er de cijfers van Nielssen Food Index, een zeer betrouwbare maar niet erg goedkope bron. Er was ook een bedrijf dat Atwood heette, en die cijfers produceerde op basis van een “dustbin check” bij een betaalde controlegroep van consumenten. Aan de hand van een telling van de lege verpakkingen kwamen ook zij af met cijfers, die minder betrouwbaar waren als deze van Nielssen. Volgens Tim Renkens was de afdeling Marktonderzoek medio 1950´s helemaal niet uitgerust om adequaat onderzoek te kunnen doen. Ingewikkelde berekeningen moesten worden uitgevoerd met een “handgedraaid molentje”. Slechts heel af en toe kon de dienst beschikken over een elektrische rekenmachine, die dan bij de dienst Grondstoffen ontleend moest worden. Tim Renkens vond de job bij de afdeling Marktonderzoek niettemin vrij gemakkelijk, maar wel eerder saai. Het verbaast hem tot op de dag van vandaag dat dit cruciale marktonderzoek zo verwaarloosd werd, terwijl er kwistig werd omgesprongen met geld voor niet altijd even doordachte reclame-acties. Renkens´ eerste diensthoofd Henri Ibens werd later een “Algemene Directeur” binnen de UMB structuur. Een zoveelste “directeur”, zoals verder zal blijken.

Tijdens die periode zag Renkens telkens nieuwe mensen die benoemd werden tot product manager, en die allemaal gelijkaardige fouten maakten, niet echt van elkanders fouten en ervaringen leken te leren. Product managers moeten ideeën lanceren om koopwaren in het “juiste kleedje” stoppen om ze zo aantrekkelijk te maken voor de consument. Ze moeten ook een doordachte prijzenpolitiek t.o.v. de concurrentie uitstippelen enz. Vaak werden zulke mensen op nogal vreemde wijze aangesteld, alsof er een soort “loge” aan het werk was die achter de schermen voor hun aanwerving lobbyde. Want bij de meeste nieuwkomers ontbrak simpelweg de broodnodige ervaring. Vriendjespolitiek zal altijd wel bestaan, maar personeelsselectie was in die tijd duidelijk niet wat het vandaag is.

In 1956 werd Renkens jr. dan overgeheveld naar de verkoopafdeling. Naar eigen zeggen kreeg hij daarbij helemaal geen ruggensteun van zijn vader, die nochtans een hoge positie binnen Unilever bekleedde. Hij werd in de afdeling Marktonderzoek opgevolgd door een zekere Piet Sciettekatte.
De stiel van handelsreiziger aanleren gebeurde op de baan, te beginnen vanaf de onderste sport. Hij bleef drie jaar lang “reserve-agent” (1956-1959), waarbij hij begeleid werd door meer ervaren vertegenwoordigers. Zijn directe chef in die periode was een zekere Herman Melis. Deze laatste was een zogenaamde “pilootagent”, zeg maar de leider van een ploeg van 10 verkopers. De grote baas van de verkoopafdeling in de 1950’s was een zekere Louis Hoefnagels, zijn rechterhand of secretaris heette Leon Wouters. Ondanks het feit dat Renkens nauwelijks een woordje Frans sprak, moest hij als hulpagent mee naar Wallonië en in Brussel. Dat dit niet altijd van een leien dakje zal zijn gelopen, behoeft wellicht geen tekening. In Vlaanderen deed hij o.a. de provincie Limburg aan. Zo was hij in Hasselt, op de dag dat er een moord was gebeurd in de Dry Pistolen op de Grote Markt. Zijn commerciële loopbaan bracht hem zowel in contact met winkeliers als met industriële bakkerijen.

Een interessante aanvulling op het Retroscoop-artikel is het weetje dat er bij “den Union” in de 1960’s blijkbaar ook een verkoper was, die zich specifiek concentreerde op kloosters. Het zou om een zekere Raeymaeckers zijn gegaan, iemand die een priesteropleiding zou hebben onderbroken voor een meer "Aardse" loopbaan.

Terugdenken aan zijn carrière gaat bij Tim Renkens gepaard met tegenstrijdige gevoelens. Zo was hij erg verbaasd en ook wel wat gechoqueerd door de nogal wilde feestjes die gehouden werden om de grote klanten van industriële bakkerijen enz. te plezieren. Hij vond de werkwijze van de firma ook niet altijd even goed doordacht. Hij gaf als voorbeeld de zogenaamde terugnamepolitiek van de firma. Het betrof een verbintenis met de winkeliers, die hun onverkochte producten die de vastgestelde bewaartijd overschreden hadden mochten terug mee geven. Dit leidde soms tot absurde situaties, zoals een zware 20-tonner van transportfirma SBT die speciaal een hele omweg maakte, om ergens één of twee pakjes margarine terug mee te nemen. Zelfs al werd dit ongetwijfeld weer langs een andere kant weer teruggewonnen. Die interessante belofte had een keerzijde. De handelsvertegenwoordigers moesten de winkeliers overhalen om naast het verkopen van de Solo-producten ook promo te maken voor andere Unilever-producten. Dat gebeurde, wanneer nieuwe producten gelanceerd moesten worden. Tim Renkens somde tijdens een interview onder meer volgende producten op: de soepen Unox, Royco en California, Signal tandpasta, hairspray, Zwan TV-worstjes (Zwanenburg), Iglo diepvriesproducten... Wie aanvaardde om deze laatsten in zijn of haar buurtwinkel te koop aan te bieden moest er wel een erbij horende diepvriezers aanschaffen. Willy De Rudder zond Retroscoop eerder ook al informatie omtrent de druk op verkopers om zoveel mogelijk “pancartes” te plaatsen in buurtwinkels die daar vaak niet echt veel plaats voor hadden, en daar niet altijd even laaiend enthousiast over waren.

Neem nu de fameuze Camenbert-actie  Op gegeven moment werd besloten om ook Camenbert uit het Unilever-assortiment bij een aantal luxewinkels aan te brengen. Ook hierbij gold de eerder beschreven terugnamepolitiek. De handelsreizigers zagen zich daardoor soms verplicht om bedorven Camenbert in een niet daarvoor aangepaste autokoffer terug mee nemen. Zeker in zomertijd bestaan er plezantere olfactorische ervaringen…

De stress om de “targets” te behalen nam ook gestadig toe. De verkopers werden steeds strenger opgevolgd door een soort “inspecteurs”, zoals Pierre Courtens en René Florus. Hun taak was het om de verkopers voortdurend achter de veren te zitten om steeds maar weer het onderste uit de kan te halen. De maatschappij was stilaan grondig aan het veranderen, het meer gezapige werkritme uit de 1960’s maakte snel plaats voor “Amerikaanse verkoopmethoden”. Gewoon goed verkopen volstond daarbij niet langer, als ook “heel goed” tot de mogelijkheden behoorde. Het aantal dagelijks te bezoeken klanten was hoog: Renkens moest 60 verkooppunten per dag aandoen, de verkopers aan de Kust 100. De vertegenwoordigers moesten dus geen moeite doen om nieuwe klanten te werven, en hadden simpelweg geen tijd om een frivool verkoperspraatje af te steken in de hoop op een dubbel zo grote bestelling. Doorgaans was het gewoon snel-snel de bestellingen van bestaande klanten opnemen, en deze later op de dag allemaal per telefoon doorgeven. En dan maar hopen dat er in de winkels die ze moesten aandoen geen half dozijn weifelende of praatgrage klanten stonden aan te schuiven. In de 1960’s en 1970’s deden nog enkele andere veranderingen hun intrede:

– in de loop van de 1960’s verschenen ponskaarten in de afdeling facturatie van Solo. Voorheen diende alles met pen en papier te worden ingegeven. Het was een zekere mr. Ducaju die deze dienst van een 20-tal mensen leidde en die deze vernieuwing introduceerde. Tim Renkens omschreef deze ponskaarten als van het type "Hollerith".

– de invoering van de streepjescode. Deze EAN-code (European Article Numbering) werd in ons land voor de eerste maal uitgetest bij de keten van zelfbedieningswinkels van De Vedts uit St. Katelijne Waver. De keuze van een kleinere gemeente voor deze primeur was geen toeval.

Tim Renkens bleef tot zijn pensionering in 1985 voor de Solo-fabriek in Merksem werken. Interessant: vandaag de dag gebruikt hij zelf geen margarine meer... Hij wijst in dat verband op het feit dat er bij het “hardingsproces” van de oliën een structuurwijziging van de basisgrondstoffen optreedt, die niet goed zou zijn voor de gezondheid. In vergelijking met de tijd van Mège-Mourriès, de uitvinder van margarine is het prijsverschil tussen natuurboter en margarine ook quasi weggewerkt. Zijn voorkeur gaat vandaag dan ook uit naar de natuurboter.

 

1.B) familie de Lint.

Nog een voorbeeld van familiale banden binnen “den Union” betreft de familie de Lint. Adriaan de Lint -eveneens van Nederlandse komaf- werkte vanaf de 1930’s tot in de 1960’s als bediende binnen de schoot van het bedrijf in Merksem. Hij werd uiteindelijk hoofd van de afdeling die zich bezighield met het uitbetalen van de salarissen. Hij overleed in 1986. Ook zijn zoon Johannes de Lint ging als bediende aan de slag binnen het bedrijf, en bleef er vanaf de 1950’s tot in de 1980’s. (Van zodra het couranter werd bij Solo om elkaar bij de voornaam te noemen stond hij er bekend als “John”) In de schoot van de margarinefabriek was er een “Dienstenafdeling” met aan het hoofd Jef Van Hove. Die afdeling bestond op haar beurt uit 2 departementen:

(1) een departement drukwerk/archieven/post: deze stond onder leiding van Jaak Putteneers, en

(2) een departement dat zich bezig hield met verzekeringen / planning van de directiechauffeurs / reizen en bezoekers / boekingen hotels, vliegtuigtickets enz. voor directie- en kaderleden op verplaatsing of op bezoek / “couponing” (door consumenten opgestuurde Solo-punten voor bv. Solorama boeken of keukenrecepten. Dit departement stond onder leiding van Johannes ‘John’ de Lint, die later tevens chef veiligheid in de Antwerp Tower werd voor wat betreft de verdiepingen afgehuurd door de Solo-fabriek.

Zoals verschillende andere werknemers van Solo Merksem was de familie woonachtig in Merksem, onder andere op de Bredabaan. Kleinzoon Marc de Lint deed in de eerste helft van de 1970’s vakantiewerk in de firma, 1 maand in de postafdeling, het jaar nadien 1 maand in de fabriek op de afdeling waar o.a. de vervallen Solo-pakjes terug binnen kwamen en verwerkt werden, en het jaar daarna 1 maand in de afdeling “Huiles Impérial”, waar hij manueel flessen olie in kartonnen dozen moest steken. Blijkbaar was dit deel van het productieproces aldaar dus nog niet geautomatiseerd in die periode. Dat was wel het geval voor de etikettering: wel werd soms de band even stilgelegd om de Huiles Impérial-etikettes te vervangen door etikettes voor Fort, al ging het om exact dezelfde olie. Toch volgde hij uiteindelijk niet in de sporen van zijn grootvader en vader, en ging hij niet werken bij de margarinefabriek.


2) m.b.t. het productengamma

Doorheen de jaren bracht de Solo-fabriek verschillende producten op de markt. Deze kunnen worden opgedeeld in de merken voor de gewone markt en deze voor de ambachtelijke en industriële bakkerijen.

2.A) Productengamma bestemd voor de particuliere markt (consumer goods)

Solo (1929): margarine. Na WO 2 (het exacte jaartal wordt nog opgezocht) reageerde het West-Vlaamse Vandemoortele (°1899) met Fama. Het bedrijf in Izegem produceerde vanaf de tweede helft van de 1930’s tafelolie, maar profiteerde na WO 2 van de groeiende koopkracht om een assortiment andere producten te lanceren.
Planta (ca. 1952-’53) : In tegenstelling tot Solo – dat balein of walvisolie bevat- zaten er in Planta geen dierlijke vetstoffen. Zo werd er in Planta soja-lechitine gebruikt, naar verluidt een gezond maar relatief duur ingrediënt. Het was de succesvolle productmanager Roger Verstraeten, die het product Planta op de markt wist te positioneren en verankeren. Als beloning werd hij later benoemd tot Algemene Verkoopsdirecteur. In de late 1960’s of vroege 1970’s reageerde Vandemoortele met Lyra. Het exacte jaartal werd bij Vandemoortele opgevraagd, maar we ontvingen geen reactie van het West-Vlaamse bedrijf.
Planta Plus: (koelkast-smeerbaar, in een vlootje)
Becel: De naam is afgeleid van Blood Colesterol Lowering Vandemoortele reageerde met Vitelma
Natura: maïsmargarine: het antwoord van Unilever op de Roda / Reddy ? van Van de Moortele
Effi (2de helft 1980´s): minarine: Bevat minder calorieën
ORO (gezouten en ongezouten): grote verpakkingen

– tafelolie: Huile Impériale van de Nieuwe Antwerpse Olieraffinaderij of NAO. Deze tafelolie werd ook onder het Fort-label verkocht door de gelijknamige firma uit Itegem
– tafelolie: Becel
OZO: frituurvet (tegenhanger van Resi (1962 ?) van Vandemoortele)


Een interessante aanvulling op het Retroscoop-artikel is dat er eigenlijk twee categorieën van Solo-producten bestonden:

a) Solo kwaliteit:
b) UNICA-kwaliteit: deze was o.a. bestemd voor de merken Waeslandia en Fort. Dit laatste merk had echter ook “Super Forta”-producten, deze waren vergelijkbaar met de Solo kwaliteit. Verkoopdirecteur Hoefnagels was zeer bevriend met de baas van Fort Itegem Karel “Chareltje” Govaerts.


2.B) productengamma bestemd voor ambachtelijke en industriële bakkerijen

Voor de industrie werd er een aparte lijn van producten ontwikkeld, die aan hogere kwaliteitsverwachtingen voldeden. Daarvoor werd het bedrijf Brunita “ingelijfd”.

Deze firma werd opgericht als De Bruyn & co., en was gevestigd op een terrein begrends door de Klamperstraat, de Viséstraat en de tulpstraat (Seefhoek) Dit bedrijf met haar opmerkelijke vierkante schouw maakte producten voor bakkers. Kaderleden 1960´s:

- Directeur: Hubert Leclercq
- Onderdirecteur: Vanden Ende (naar verluidt verdronk hij in de Schelde ?)
- Verkoopdirecteur: De Visser

In 1972 werden de verkopers van deze firma toegevoegd aan de verkopersploeg van “den Union”.

De voornaamste producten uit het Debco-gamma (De Bruyn & Co.) waren

– Ixi: voor bladerdeeg
– Deb: voor gerezen deeg
– Flex: voor gerezen bladerdeeg
– Fourrure: (voor crèmevullingen)
– Bopanne (broodverbeteraar)
– Proba: soort margarine vergelijkbaar met Planta
– Mira: zoals Planta, maar dan zonder zout

Onder meer het Belgisch Leger was een belangrijke klant, goed voor 3 à 4 % van deze markt

2.C Binnenlandse concurrenten voor de UMB / Solo

– Vandemoortele: bij Union / Unilever was men bang dat dit bedrijf op gegeven moment in handen zou komen van het Amerikaanse Procter & Gamble, dé grote concurrent voor heel wat producten van Unilever. Uiteindelijk groeide Vandemoortele echter bijzonder snel, en was sterk genoeg om ongeveer 1/4de van de markt in te palmen. Het kwam nooit tot een overname door P&G.

– De Bijl-Bonte W-Vlaanderen (Bakkersproducten)

– ROMI (Antwerpen)

3) Identificatie van personeelsleden

Het e-mailverkeer en het interview van de voorbije maanden leverde een aantal nieuwe namen op van het personeelsbestand van Union Margarine Belge / Solo Merksem. Op gegeven moment zou dit bedrijf in heel België (dus inclusief de site in Baasrode (raffinaderij + Jacky + Ola ijs) naar schatting 2000 werknemers hebben geteld, aldus ex-personeelsleden. (?). Het zal onmogelijk zijn om iedereen doorheen de lange geschiedenis van deze firma te identificeren. Niettemin lijkt het ons zinvol om toch te trachten de namen en zelfs maar zeer gedeeltelijke informatie systematisch in een aparte lijst op te nemen. Misschien zal dit als een “trigger” werken voor de herinneringen van andere ex-werknemers.

Een andere moeilijkheid betreft het inschatten van de titels, vooral op directieniveau. Het wemelde precies van allerlei directeurs, algemene directeurs, bureelhoofden enz. binnen de Solo-fabriek en de Unilever-structuur. Over die structuur als die van een “Mexicaans leger” (met meer officieren dan gewone soldaten) deed overigens een mopje de ronde in de Solo-fabriek. Het draaide rond twee leeuwen die ontsnapt waren uit de zoo van Antwerpen. De ene leeuw stoefte tegen de andere dat hij een slachterij had gevonden, waar hij elke dag ongezien een varken kon binnenspelen. Waarop de andere, schouderophalend zei: “pffff, da´s nog niks: op de Solo-fabriek speel ik elke dag een directeur binnen, en niemand heeft tot nu toe iets gemerkt.” Het illustreert heel goed de situatie....

Voor een buitenstaander is het nogal onduidelijk hoe al die kaderleden zich precies tot elkaar verhielden, hoelang elk van die directeurs op post bleef, wie wat precies waarover en over wie te zeggen had. Wie volgde bv. de laatste Jurgens als baas in Merksem op ? Wie had deze opvolger allemaal onder hem ? Waren er nog mensen boven hem, bv. binnen Unilever Belgium ? Kon hij alleen grote beslissingen nemen, zoals de uitbreiding van de fabriek met dure installaties, of had hij daarvoor het fiat van “Brussel” of misschien Nederland nodig ? Voorlopig is dat allemaal nog koffiedik kijken. Misschien kunnen andere ex-werknemers hierover nog verduidelijkingen verschaffen.

Het ligt in de bedoeling om later ook alle namen reeds vermeld in de bestaande artikelreeks over Solo in de onderstaande lijst te verwerken. Het is dan ook de bedoeling om na het toevoegen van de hier bijeen gebrachte aanvullingen aan de bestaande artikelreeks de groepering van gepensioneerde werknemers van Solo te contacteren. Wie weet welke nieuwe weetjes of welk beeldmateriaal dat precies naar boven zal laten drijven. Vraagtekens in deze lijst wijzen erop dat we ofwel aan de schrijfwijze van de familienaam twijfelen of deze niet kennen, ofwel dat we de voornaam voorlopig niet hebben geïdentificeerd. (Wellicht tot in de late 1960´s spraken personeelsleden elkaar vaak aan met Meneer X of Mevrouw Y, het gebruik van voornamen zou minder frequent voorgekomen zijn, tenzij misschien tegen de dame in de keuken.

BEENS, Maurice: Directeur Administratie. Volgde Willem Renkens op, nadat deze vanuit de fabriek van Merksem naar Brussel overging, om daar bij Unilever Belgium te gaan werken.
BELCKX, Edouard: verkoopafdeling industriële bakkerijen: monitor, ging al deze klanten af, was een ongelofelijke moppentapper
BOUGE, (?): Depot Luxemburg ?
BUSKENS, Gebroeders (?): assistenten voor de opbouw van de Solo-parade – CEULEMANS, (?): Bankloper, de man die met andere woorden met geld van de bank naar de firma trok, bv. voor de salarissen uit te betalen.
CLAEYS, Julien: was op zeker moment verkoopdirecteur van Solo. Het was zijn vrouw (naam voorlopig onbekend) die het concept van “Solange Vital” uitbouwde. Dit fictief personage stond duizenden huisvrouwen bij, wanneer ze vragen hadden over hoet dit of dat recept te doen lukken. (het is niet duidelijk of zij ook het concept bedacht). Hij kwam uit het leger, waar hij de graad van majoor had bereikt. In de 1970´s werd hij samen met zijn rechterhand MAUS ontslagen wegens fraude. Beiden zouden vervolgens bij Sabena terecht zijn gekomen. Naar verluidt werd Claeys er zelfs één van de directeurs (?) Zie ook: Gilbert VAN BRUSSEL
- COURTENS, Pierre: was in de 1950’s een “inspecteur” die toezicht hield op de handelsvertegenwoordigers van Solo
DE BEUKELAAR, Peter: zoon van de koekjesfabrikant, die gedurende korte tijd ervaring kwam opdoen binnen “den Union” inzake de producten bestemd voor ambachtelijke / industriële bakkerijen.
DE CEULAERDE, Werner: Net als Raeymaeckers een verkoper die de nonnenkloosters aandeed.
  DE LINT, Adriaan: tussen 1930’s en 1960’s actief binnen de afdeling die zich bezighield met de salarissen. Klom op tot hoofd van die afdeling.
DE LINT, Johannes ‘John’: bediende, dan departementshoofd, tussen 1950’s-1980’s. Hij kwam uit de sector van scheepsverzekeringen. Mogelijk hield hij zich bezig met de aankoop van grondstoffen en met aspecten die te maken hadden met de veiligheid van het bedrijf. Zo was hij ook Chef Veiligheid in de Antwerp Tower voor wat betreft de verdiepingen afgehuurd door Solo.
DE POOTER, (?): ???
DENDOOVE, Daniel: handelsvertegenwoordiger in de 1970´s in W-Vlaanderen
DUCAJU, (?): Hoofd van de afdeling met de Hollorith ponskaarten (20-tal mensen)
FLORUS, René: was in de 1950’s een “inspecteur” die toezicht hield op de handelsvertegenwoordigers van Solo
FORTUIN, Martien: (> man !) leidinggevende van de afdeling Ola ijscrème op de site te Baasrode. Was gehuwd met Bep, die niet bij de Solo werkte, maar wel op foto´s van personeelsfeestjes te zien is. Woonden op het nr. 31/3 Parklaan te Aalst. Ze hadden 9 kinderen.
GEVAERT, (?): Reclamedienst, chef van de afdeling premies. Betrokken partij bij het collectief ontslag van bijna de gehele reclame-afdeling in de 1970´s wegens frauduleuze praktijken.
HAAREN, René: Eén van de pilootagenten van Tim RENKENS, die op gegeven ook... zijn schoonvader werd. (Zie ook: Herman MELIS)
HOEFNAGELS, Louis: net als CLAEYS een verkoopdirecteur
IBENS, Henri: sedert minstens de eerste helft van de 1950’s hoofd van de kleine afdeling Marktonderzoek. Hij kreeg tussen 1953 en 1956 bijstand van Tim Renkens. Hij zou later doorgegroeid zijn naar een directiefunctie binnen de UMB (Algemeen directeur, maar waarvan ?)
JACOBS, Jeanne: telefoniste. Ze was gehuwd met Leon JACOBS
JACOBS, Leon: functie ? Gehuwd met telefoniste Jeanne JACOBS
LAUREYSEN, Edouard: verkoopafdeling maar wat precies ?
MANPUIS, ?: functie ???
MAUS, Antoine (“Toineke”): een controversieel figuur, met een wel erg hobbelig parcours. Hij was bij Solo werkzaam als chef van de reclamedienst. Hij werd eind 1970´s samen met heel de reclame-afdeling het bedrijf verlaten, nadat aan het licht was gekomen dat deze ploeg prijsafspraken met drukkers hadden gemaakt, en dus hun werkgever hadden opgelicht. Hij kwam later met verkoopdirecteur Claeys terecht op een hoge post bij Sabena. Toen hij het daar blijkbaar ook te bont had gemaakt, werd hij andermaal ontslagen. Hij startte met een partner een parapluzaak, om vervolgens met de geldkas op de loop te gaan. Zijn zakenpartner pleegde daarop zelfmoord. 
MELIS, Herman: handelsreiziger en pilootagent van Tim RENKENS (Zie ook: René HAAREN). Vader: verantwoordelijke garage
ODDERIE, (?): Reclame-afdeling: Betrokken partij bij het collectief ontslag van bijna de gehele reclame-afdeling in de 1970´s wegens frauduleuze praktijken.
PATYN, (?): Hij toerde rond met een Royco reclamewagen: mensen die soep kwamen proeven kregen als Royco promostunt een bon om gratis naar de Solo-parade te gaan. In een tijd waarin er nog niet zo heel veel voor de mensen georganiseerd werd, betekende dat wel wat. Willy De Rudder, wiens vader de Solo-parade in elkaar geknutseld heeft (zie artikelreeks Solo op Retroscoop) schreef ons over hem: duivel doet al. Hij moet de bestuurder van het "cubeke" geweest zijn tijdens onze reis naar de kust. (maar wellicht niet de persoon die op de foto van het Cubeke staat in de artikelenreeks over Solo) Het was een echte “Knutselaar en uitvinder”.  Hij verliet de firma en opende een winkel in de Lange Koepoortstraat vol met elektrische rommel meestal afkomstig uit legerstocks. Niet lang daarna een winkel in Sint-Katelijnevest, straat indertijd gekend om de grote concentratie van elektronica, radio en TV winkels. Hij verkocht er geluidinstallaties en TV´s. Op dat gebied had hij niet het vertrouwen van mijn vader, die vond hem (…) veel te duur.  Zijn zoon opende tenslotte een luxueuze winkel op de hoek van het Kipdorp. (Ook) Zijn andere kinderen werkten tenslotte voor radio en tv in diverse posities.
PUTTENEERS, Jaak: Dienstenafdeling, belast met drukwerk, post, archieven. Zie ook Jef VAN HOVE
RANDAG, Rudolf: Technisch directeur van de Solo-fabriek (onder Jurgens), en later ook van de raffinaderijen in Baasrode. Hij wonnde in de Zegersdreef. Hij had twee hooggeplaatste broers, eentje in de beheerraad van Unilever in Londen, een andere in de beheerraad in Rotterdam. Goede connecties dus...

 – RAEYMAECKERS (?), (?): Handelsreiziger die de kloosters aandeed – RENKENS, Jan: Controler in de Solofabriek van 1949 tot 1965
RENKENS, Tim: Begon in de afdeling Marktonderzoek (1953-’56) onder IBENS, was vervolgens tot 1985 vertegenwoordiger op de baan voor Solo. (“commis-voyageur”)
RENKENS, Willem: bediende die opklom van boekhouder tot hoofdaccountant binnen de Solo-fabriek, om vervolgens door te groeien tot hoofdaccountant van Unilever Belgium. Tussen 1919-1922 werkzaam voor AXA. Kwam bij Solo vanaf 1946, nadat hij werkzaam was geweest voor Hartog’s (Oss) en de Verenigde Zuivelbedrijven. Gepensioneerd in 1963.
ROSA, (?): rechterhand van RANDAG op de site in Baasrode.
SCIETTEKATTE, Piet: volgde in 1956 Tim Renkens op in de kleine afdeling Marktonderzoek, geleid door Henri IBENS.
SOETENS, (?): voorganger van Willem RENKENS bij Unilever Belgium in Brussel (?)
SWAENEN, (?): zou één van de fabrieksdirecteuren geweest zijn in de 1950´s (?)
TASNIER, (?): Fabrieksdokter. Hij werd bijgestaan door een verpleegster – THYSEN, Rik: was in de 1970´s werkzaam in de “Tekenkamer”. Hij kwam van Cockerill
VAN BRUSSEL, Gilbert: een verkoopdirecteur, binnengehaald door CLAEYS
VAN EUPEN, (?): functie ? Een personeelslid zou hem ooit eens een poets hebben gebakken, door zijn tuin vol te kieperen met Royco rekjes.
VAN HOVE, Jef: hoofd van de “Dienstenafdeling (zie ook Jaak PUTTENEERS)
VAN KERCKHOVE, (?): Portier
VAN PUT, (?): Reclame-afdeling: Betrokken partij bij het collectief ontslag van bijna de gehele reclame-afdeling in de 1970´s wegens frauduleuze praktijken. Woonde in een bungalow in Schoten waar het vaak “vrolijk” aan toe moet zijn gegaan.
VAN TOL, (?): Opvolger van Willem RENKENS bij Unilever Belgium in Brussel – VUYLSTEKE, (?): functie ?
WEGGHE, Fons: verkoopafdeling maar wat precies ? MELIS ?
WELLENS, Isidore: verantwoordelijk voor de SBT camions: met een lening van Solo werden op z´n minst 12 camions geleased.
WUYTS, Raymond: Reclame-afdeling: Betrokken partij bij het collectief ontslag van bijna de gehele reclame-afdeling in de 1970´s wegens frauduleuze praktijken.
(?), Fientje: bediening in de keuken
– van één van de voormalige Solo-directeurs is geweten dat hij aan boord van een vliegtuig en route naar Japan is overleden. Momenteel kon dit kaderlid evenwel nog niet geïdentificeerd worden.

4) m.b.t. de site van Merksem


– het merk AXA bestond in België minstens tot 1924, en werd samen met Merveille margarine door het bedrijf Union in Merksem gecommercialiseerd. Marc Stevens bezorgde ons de bovenstaande afbeeldingen. Ze tonen afbeeldingen van de fabriek vertrekkend vanuit de Borrewaterstraat, ongeveer ter hoogte van de Bartholomeusstraat, en gaan dan systematisch in de richting van de Vaart. Op de afbeeldingen hieronder ziet men dat een deel van de installaties langs de Borrewaterstraat plaats hebben gemaakt voor een parking voor vrachtwagens. De naam Axa is in de 1930´s nergens meer te bespeuren. Op het dak van één van de gebouwen en rond de hoge schouw prijkt nu de naam "Solo".

– het bedrijf had een eigen werkplaats om machineonderdelen te maken,eigen metselaars, architecten met een complete tekenkamer, 4 advocaten, een arts en verpleegster, een eigen brandweerdienst, een onderhoudsgarage met benzinepomp.

– de “tekenkamer” werd niet gebruikt om reclame-affiches of zo te ontwerpen, maar uitsluitend door de mensen die verbouwingen op de site tot een goed eind moesten brengen. De plaatsing van nieuwe machines bv. vergde soms wijzigingen aan de bestaande structuur, er kwamen gebouwen bij en andere werden afgebroken. In de 1970´s werkte hier een zekere Rik Thysen, die voorheen bij Cockerill gewerkt had.

– er was een winkeltje aan de ingang van het bedrijf, waar het personeel producten kon kopen aan een voordelige(re) prijs. “Iedereen” sprak van “De shop”.

– reclame-afdeling: werd lang geleid door een zekere De Poorter, die als rechterhand Antoine Maus had. Er werkten in totaal een tiental bedienden. – In de 1970’s werden verschillende hooggeplaatsten van Solo Merksem tegelijkertijd wegens wanpraktijken ontslagen. Het incident was het gevolg van het bevoordelen van bevriende drukkers, die prijzen kunstmatig hoog hielden, en vervolgens een deel van de winst aan de Solo-bonzen teruggaven. Onder hen de verkoopsdirecteur Claeys en de reclamechef Antoine ‘Toineke’ Maus waren hierbij betrokken) Maus kon jarenlang doorgaan met die fraude. Hij was namelijk graag gezien bij de directie en de kaderleden, want als die iets duurs wensten te kopen (bv een wasmachine of TV) dan vroegen ze dat aan Maus. Die kon altijd “iets regelen” bij een of andere leverancier, waardoor de directie- en kaderleden aan sterk gereduceerde prijzen konden kopen. Maus paste het verschil wellicht bij. Maar zo hield hij “de bazen” wel te vriend. En wanneer de jaarlijkse interne audit zijn departement wou doorlichten, liep Maus naar de directie om te klagen dat hij te veel werk had en dat hij zich moeilijk met die controles kon bezig houden. De directie scheepte die controleurs dan af. Zo kon hij zijn fraude jaren verbergen. Let wel: de directie was wellicht niet op de hoogte van die fraude, maar waren wellicht te goedgelovig…

Deze reclame-afdeling mag niet verward worden met Lintas, een reclame-bureau dat in Nederland gevestigd was, en voor Unilever werkte. Zij verzorgden o.a. het drukwerk voor Solo.

– telefooncentrale met “opzwepers”: er was maar één telefoniste, gewoonlijk Jeanne Jacobs. Zij was gehuwd met Leo Jacobs, die samen met zijn broer ook bij Solo werkte.

– In de versie van 2015 van de Retroscoop-artikelreeks over Solo was ons de verhouding tussen NAO (Nieuwe Antwerpse Oliefabrieken, maar iedereen in de firma sprak over de NHA , Nouvelles Huileries Anversoises) (Huiles Impérial) en Solo “niet geheel duidelijk”.: Marc de Lint schreef ons hierover het volgende: “Mijn vader is formeel: deze fabriek werd eind jaren ‘60 / begin jaren ‘70 overgenomen door de Solo-fabriek. Op zijn minst enkele van de bedienden werden hierop tewerkgesteld in de administratie in de Solo-kantoren. De fabriek werd overgenomen door Union vooral voor de MERKNAAM: in de winkels vroegen de consumenten immers niet naar “een fles tafelolie” maar naar “een fles Impérial”, net zoals men van “een pakske Solo” sprak, en niet van “een pakske margarine”. Dezelfde fabriek maakte evenwel ook de tafelolie voor Fort Itegem. Het was exact hetzelfde product, alleen een ander etiket.

Hieruit mogen we dus afleiden dat de firma voorheen zelfstandig was. Wat voorlopig niet geweten is:

a) wanneer de NAO precies werd opgericht (en dat gaat zeker een hele periode terug in de tijd)
b) door wie
c) vanaf wanneer er zakenrelaties met Solo ontstonden, en hoe deze doorheen de jaren evolueerden, dan ´den Union" eind jaren ´60 / begin jaren ´70 besloot om dit bedrijf over te kopen. Het zou ook interessant zijn om te weten of deze aankoop een goede zaak is geweest of niet, in het licht van de uiteindelijke sluiting van de Solo-fabriek in Merksem.

Ligging van de site: wie in Google Street View de Borrewaterstraat opzoekt, ziet ter hoogte van de Minister Schollaertstraat een speeltuintje en een groene zone. Dat was de site van de Impérial voor de fabriek werd platgegooid. Aanvankelijk, als men met het Albertkanaal achter zich de Borrewaterstraat inwandelde had men rechts op de hoek de Union-fabriek, vervolgens het magazijn Kiekens, vervolgens het "Dokske" (dat op de één of andere manier in verbinding stond met het Albertkanaal) en dan de Huiles Impériale. Op gegeven moment kocht Union het magazijn Kiekens over, waarna er een soort verbindingsgang naar de Impériale gebouwd werd. Deze gang overspande het Dokske, dat later echter gedempt werd.

- Een deel van de administratie van smeerkazenfabrikant Jacky opereerde vanop de Solo-site in Merksem. Unilever had Jacky overgekocht en in haar complexe structuur opgenomen. De productie van de kazen gebeurde op de site te Baasrode, waar ook de Milkana-smeerkazen gemaakt werden.

– op zeker moment (wellicht vanaf 1947-1948 ergens) heeft er een “Solo Club” bestaan, ergens halverwege in de Ommeganckstraat . Nadien is die verhuisd naar de Bredabaan nr. 190 in Merksem (in het stuk dat de inwoners van Merksem de ‘Oude Bredabaan’ noemen). Het was opgevat als een soort Engelse club, compleet met een ruimte om te biljarten, eentje voor projecties en vanaf een onbekend moment ook één om te pingpongen. Alle personeelsleden, dus niet alleen de kaderleden bv. konden er elke avond van de week naar toe, maar ook tijdens het weekend. Men kon er ook pintjes drinken, meer bepaald Antwerps bier dat in de volksmond bekend stond als Krakskes. De bedienden hadden wel een aparte ontspanningszaal. De uitbaters waren eerst een zekere Jos Van Geyt en later een zekere Van Genechte.


Foto Willy Derudder
Hoewel niet 100 % zeker was dit wellicht het huis
waarin 
de Solo-Club gevestigd was

Het was een publiek geheim in de firma dat, indien men zijn kansen op promotie(s) wou verhogen, men dan best regelmatig naar de club ging om de contacten met de juiste personen te onderhouden. Daarnaast was er ook een “buiten-clubhuis”, gevestigd in ’s Gravenwezel, waar het personeel vooral ´s zondags veelvuldig gebruik van maakte: er was een groot grasveld met stoeltjes en tafeltjes, men kon daar een drankje krijgen (en ijscrème?) en een speeltuin voor de kinderen. De club is minstens tot in de 1970´s blijven voortbestaan.

Er moet ook een 3-maandelijks personeelsblad zijn geweest, dat ook naar de gepensioneerden verzonden werd.

– Een aantal personeelsleden kijkt vandaag met een wrang gevoel naar hun pensioenuittreksels. Helaas ging heel wat geld voor het aanvullend pensioen in rook op, wegens slechte beleggingen. Blijkbaar was de firma zelf betrokken bij die onvoorzichtige beleggingen. (?)

Zwan in Schoten was een “nevenbedrijf”, dwz ook een onderdeel van Unilever. Omdat ons artikel zich focust op de margarineproductie van Unilever in België en niet op het gehele moederbedrijf, werd dit bedrijf niet ter sprake gebracht, al lijkt het ons zinvol om alle stukjes informatie die we hierover kunnen vinden toch op te nemen.

  

  

Misschien toch even vermelden dat de firma op een gegeven moment een reclameactie met een Suske en Wiske-album en een sticker lanceerde. Marc de Lint heeft het over het album Vergeten vallei / Lollige lakens dat in 1983 verscheen, maar dat om de één of andere reden een “publicitaire ramp” geworden is. Tim Renkens schonk dan weer een aantal Suske- en Wiske-figuren aan Retroscoop, die blijkbaar ook samenhangen met een reclamecampagne van Solo, al is de naam van de margarinefabriek nergens op de fuguren of de verpakking te zien. De figuurtjes zijn van plastiek, ze zijn ook zacht, alsof er een soort mousse in zit.

 

5) m.b.t. de site van Baasrode

Hier stond de raffinaderij van Solo Merksem, waarheen de primaire producten (palmnoten) per rijnaak vanuit Antwerpen werden aangevoerd, en waar de geraffineerde palmolie vervolgens per rijnaak naar Merksem verscheept werd. Op dezelfde site bevonden zich evenwel nog enkele andere bedrijven die deel uitmaakten van de Unilever-groep, waartoe ook Solo Merksem behoorde:

Jacky: Marc de Lint, kleinzoon van Adriaan de Lint en zoon van John de Lint ondervroeg in dat zijn vader, en schreef ons in een e-mail hierover: “mijn vader is formeel: Jacky werd opgekocht door Unilever, en daarom zat een deel van de administratie op de Solo-site in Marksem. Jacky produceerde smeerkazen.”

Milkana smeerkazen: ook deze afdeling bevond zich op de site van Baasrode: was dit een aparte entiteit, of een onderdeel van Jacky (zelfde product). Deze afdeling maakte ook promotie met poppetjes van de Flinstones.

Ola-ijs: werd geleid door Martien Fortuin.  Er zou een foto van het echtpaar Fortuin op Retroscoop staan. Telde wellicht ca. 20 mensen.

Het zou interessant zijn, mocht een schets of plan van de site van Baasrode bij dit artikel toegevoegd kunnen worden. Waar bevond Jacky zich tov Milkana of Ola, hoe was ongeveer de verhouding qua grootte van de gebouwen ? Waren het allemaal rechthoekige gebouwen ? Met een plat dak of een zadeldak ? Schiet daar vandaag nog iets van over of is alles afgebroken ?

 

6) M.b.t. de uitgekiende reclamestrategie (zie Solo artikelreeks, deel 4)

 

– Marc de Lint bezorgde ons afbeeldingen van een schoolschriftje met op de voor- en achterflap tekeningen van de Vlaamse strippionier Eugeen Hermans alias Pink. Voorts wist hij ons omtrent deze tekenaar  mee te delen: “hij was voor de oorlog de man die alle illustraties en strips getekend heeft in Ons Volkske, een stripblad voor de jeugd.”) Na WO 2 vinden we hem terug bij o.a. ‘t Kapoentje, maar het was vooral als illustrator van boekomslagen dat hij bekend werd. Het schriftje dateert van na 1947, wat afgeleid kan worden uit het feit dat nieuwe spelling gebruikt wordt.

Hij ontwierp eveneens het ganzenbord, dat ook op Retroscoop ter sprake komt. Deze verscheen zowel in het Frans als in het Nederlands. Ook van deze laatste ontvingen we afbeeldingen van Marc de Lint. Op het einde van zijn leven woonde Eugeen Hermans aan het Antwerpse Stadspark.

– volgens Marc de Lint zaten de recepten die Solo op bepaald moment uitgaf in een blauwe fichebak, zoals bovenstaande foto ook aantoont. Niettemin menen we eveneens een zwart bakje in harde plastiek te hebben gezien, waarin zulke kaartjes zaten.

7) m.b.t. de strijd tussen boterfabrikanten en margarineproducten

– in de winkel moesten boter en margarine minstens 1 m van elkaar staan. Er moesten ook grote panelen staan, die duidelijke letters van 20 cm groot aangaven waar de afdeling margarine begon.

John de Lint vertelde zijn zoon Marc in dat verband dat het bij wet verplicht was om een minieme hoeveelheid olie toe te voegen aan de margarine (de solo), en hij is bijna zeker dat dit Sesamolie was. Reden: olie zat NIET in goede boter, maar indien malafide personen goede boter met margarine mengden om daarna het mengsel als goede boter te verkopen, dan kon men die fraude achterhalen. Sesamolie in zo´n mengsel kon immers getraceerd worden met “fecule” of aardappelzetmeel. Indien er sesamolie inzat, gaf dit een blauwe zweem, en wist men dat de natuurboter aangelengd was met margarine.

 

8) Extra beeldmateriaal

 
Stakers van de Christelijke vakbond in november 1920

Reclame op de Antwerpse "Boerentoren" tijdens de bouw hiervan

Tussen de oorlogsschade, een muurreclame van Solo

Bezoekers in de fabriek in 1948

De hierboven vermelde informatie werd verkregen van:

– Virginia Renkens
– Tim Renkens 
– Marc de Lint
– Daniel Dendooven
– Willy Derudder

Afbeeldingen werden ons toegezonden door Marc de Lint, Willy Deruddere en Marc Stevens

Retroscoop dankt hen bij deze elkeen voor deze gewaardeerde aanvullingen. Zo’n bijkomende informatie van rechtstreekse of onrechtstreekse getuigen wordt ten zeerste geapprecieerd, omdat enkel op deze manier kan het kwaliteitsniveau van de bestaande artikelreeks verder opgekrikt worden. Wie zelf nog extra informatie heeft, of de tekst zonder afbeeldingen als Word-bestand wil ontvangen kan contact opnemen met info@retroscoop.com

 

 
 
database afsluiten