Retroscoop - De SAMVA-site in Etterbeek RetroScoop
 
   Industrieel Patrimonium
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Société SAMVA in Etterbeek
Van boen- en kuismiddelenfabriek tot
atelier van klassevolle glas-in-lood creaties

Tekst & foto´s: Benoit Vanhees
Versie 1: september 2019

   

Inleiding

Deze website probeert om niet enkel aandacht te hebben voor de “grote kleppers” op welk vlak dan ook. Evenzeer de kleinere spelers of zelfs de quasi-figuranten zijn vaak interessante onderzoeksonderwerpen. Die aanpak werd bijvoorbeeld reeds toegepast op de conservenindustrie en die van de producenten van wasmachines.

In deze bijdrage hebben we het nog eens over de sector van boen- en kuismiddelen. Nog eens, want eerder al verscheen op Retroscoop een lange bijdrage over de grootste naam op dat vlak in ons land, Ca va seul uit Vilvoorde. Naast deze grote speler met zijn lucratieve contracten met het Leger waren er echter ook nog een aantal kleine(re) Belgische spelers actief. Zo was er bijvoorbeeld het bedrijfje Iniaxa, gevestigd op het nr. 52 in de Leon Theodore-straat in Brussel of de Leuvense firma Boston, waarover verder nog iets meer.

In dit kort artikel willen we dan weer de zeldzame en erg verspreide stukjes informatie van de “Société SAMVA” uit Etterbeek bijeen brengen. Dit bedrijfje lag in de buurt van de "Jacht", beter gekend als "La Chasse".

Aanvankelijk was de Avenue d´Auderghem nog omzoomd met bomen, die echter (ook hier) uiteindelijk sneuvelden. Het caféétje op beide postkaarten is "Le Bon Coin". Als de Waversesteenweg en de Oudergemlaan de benen van een "A" vormen, dan vormde de Jachtlaan het streepje van die A, en passeerde dus juist voor het café aan dit druk kruispunt.

Helemaal toevallig is die keuze voor dit bedrijfje halfweg tussen de “Chasse” en het Acaciapleintje niet. In de 1990’s woonde de schrijver gedurende meer dan 10 jaar in deze buurt. Toen reeds raakte hij danig geïntrigeerd door de wat mysterieuze naam die hij in een afsluitmuur gebeiteld zag.

Dit was evenwel voor het internet de uitgebreide opzoekingen van thuis uit toeliet die vandaag wel mogelijk zijn. En inderdaad, op het internet vallen wel degelijk heel wat elementjes bijeen te sprokkelen. Samen-gevoegd met informatie verkregen bij de huidige bewoners van de SAMVA-site kon de bedrijfsgeschiedenis alvast gedeeltelijk gereconstrueerd worden. Indien later nog nieuwe elementen mochten opduiken of door lezers aangebracht worden, dan kunnen deze gemakkelijk in dit "kapstokartikel" toegevoegd worden.

De kernboodschap van Retroscoop was altijd al dat men historische informatie over een bedrijfje niet uitsluitend in archieven moet gaan zoeken, en dat ook zonder getuigen toch nog heel wat teruggevonden kan worden. Beter nog, door alternatieve bronnen aan te boren waar klassiek geschoolde historici soms wel eens de neus voor ophalen, duiken soms weetjes op die men in geen enkel archief of andere klassieke informatiebron (Handelsrechtbank, bedrijvengidsen…) zal vinden. Die alternatieve aanpak is niet "beter" dan de meer traditionele, ze is er gewoon complementair aan.

Hoe dan ook, enkele doorheen de jaren gevonden SAMVA-verpakkingen lieten destijds alvast toe de juiste bedrijfssector aan die intrigerende naam te koppelen. Twee-drie decennia later wordt die draad nog eens opgepakt, om te zien waar deze ditmaal naar toe leidt. En -zoals gezegd- de bedrijfsgeschiedenis kan alvast al gedeeltelijk worden gereconstrueerd, met nog een zeker groeipotentieel in de volgende jaren.

Toegegeven, er ontbreken ook nog altijd heel wat (basis)gegevens uit de saga van deze kleine fabriek. Niettemin kan hier al een eerste aanzet gegeven worden, de geschiedenis van dit bedrijfje alvast doorheen een aantal artefacten en relicten deels gereconstrueerd worden. Wie weet pikt ooit een student(e) geschiedenis of lokale heemkundige hier verder op in, en leidt diepgaander onderzoek tot een boeiende thesis over dit Etterbeeks stukje lokale en industriële geschiedenis. Of -zeg nooit nooit- komt dit artikel onder de aandacht van nazaten der stichters of van ex-werknemers, die ons vervolgens extra informatie kunnen verschaffen. Zoals bijvoorbeeld gebeurde met het artikel over de conservenindustrie, de hippodromen enz.

Zoals altijd, iedereen die wat extra informatie of bijkomende afbeeldingen kan aanleveren, kan concact met ons opnemen via info@retroscoop.com. Met alvast nu reeds onze welgemeende dank daarvoor !

1) De gestage groei van een familiebedrijfje

 

Keren we eerst eens terug tot het Brussel van voor WO 1. Toen liet een zekere Antoine Goudailler zich een huis bouwen in de Jachtlaan / Avenue de la Chasse nr. 64 in Etterbeek. De plannen van de architect tonen een woning met een smalle maar best wel sierlijke voorgevel. Het plattegrond toont dat er achter het huis op dit lange, smalle perceel met onregelmatige vorm een binnenkoer was. Daar nog achter werd ook een magazijn van 18 m diep en 6,50 m breed gebouwd.

Jammer genoeg vermelden geen enkele van de voor dit artikel gebruikte plannen de naam van de architect. Het gaat om versimpelde plannen, bedoeld voor het gemeentebestuur van Etterbeek.


Links de kelderverdieping en rechts de begane grond van het woonhuis. 
In het oranje, een doorgang voor paarden met kar naar de binnenkoer


In het blauwig paars, het woonhuis, in het oranje de passage voor de paarden met kar en de binnenkoer, in het paars de paardenstal, in het groen het magazijn en in het rood het glazen afdak voor dit magazijn

Dit magazijn was een gebouw met drie bouwlagen: een kelderverdieping, de begane vloer en een eerste verdieping. Interessant, tussen het woonhuis en dit magazijn bevond zich eveneens een “écurie”, zeg maar paardenstallen. Wanneer men het plattegrond van de drie bouwlagen van het magazijn erbij neemt, ziet men dan ook dat er zich op het kelderverdieping een mestput bevond.


Het plattegrond van de drie bouwlagen van het magazijn en de paarden-stallen. Links het kelderverdieping, centraal de begane grond en rechts
de situatie op het eerste verdieping. In het zwavelgeel de ateliers, in het groen de volledige oppervlakte van het magazijn, in het rood het afdak

Interessanter wellicht is dat er zich ook een aantal “ateliers” bevonden in dit magazijn.

- kelderverdieping: atelier van ca. 6 m lang en 3,30 m breed
- 1ste verdieping: twee ateliers van respectievelijk
         2,70 m x 3,89 m
         3,58 m x 3,89 m.

De rest van de ruimte diende wellicht voor de opslag van grondstoffen, afgewerkte producten en verpakkingen. Op het gelijkvloers bevond zich ook een klein “bureau” van 2,30 m x 2,24 m.

De voorgevel van het huis laat een dubbele deur zien, langs waar men met paard en kar door kon (“entrée cochère”), zo naar de binnenkoer, richting bureautje, paardenstallen en het magazijn. Tussen het magazijn en de paardenstallen was een glazen afdak waaronder een kar bij regen uitgeladen of volgeladen kon worden.

De eigenaar lijkt zich dus toen reeds met de één of andere productie-activiteit te hebben beziggehouden. Helaas leveren noch dit plan, de legendes erop noch enkele andere geraadpleegde bronnen het antwoord op de vraag wat er in die ateliers toen vervaardigd werd. Evenmin werd er een handelsregisternummer geïdentificeerd. Dit laatste punt lukte wel verder in de chronologie, zonder dat geweten is of dat nummer ook al in 1911 gebruikt werd. Niettemin is de naam Antoine Goudailler zeker een startpunt voor verder onderzoek bij bv. de handelsrechtbank. Archiefonderzoek overstijgt momenteel echter de ambities van deze website en bezieler. Het is zeker niet uitgesloten dat Goudailler toen al actief in de sector van boenproducten, maar voorlopig is dit niets meer dan speculeren. De aanwezigheid van paarden en “ateliers” laat alleszins een “commerce” vermoeden.

Wat wel vast staat is dat Goudailler er vrij warmpjes bij moet hebben gezeten. Niet alleen de elegante gevel van zijn smal huis bewijst dit, maar ook de omvang van het magazijn. En blijkbaar volstond dit op gegeven moment niet meer. Enkele jaren later breidde hij uit op het perceel links van zijn huis. Dit liet meteen ook toe om niet langer meer door de “entrée cochère” te moeten rijden. Dit was een wat eigenaardige en wellicht tijdelijke oplossing op een relatief smal bouwperceel, waarbij paarden en karren in feite doorheen de trappenhal van het woonhuis reden.

Bewaard gebleven architectuurplannen uit 1920 leveren eindelijk het eerste concrete spoor naar “la Société SAMVA” op. De plannen geven inderdaad aan dat deze firma de eigenaar van het bouwperceel links van het woonhuis was, en dat A(ntoine) Goudailler en G. Mortier op hun beurt eigenaar waren van dit bedrijf. SAMVA bestond dus zeker al voor de bouwactiviteiten op dit extra perceel. Maar meer dan dat kan voorlopig niet met zekerheid gezegd worden. De wat cryptische naam was vermoedelijk een verbastering van het Franse “ça me va” eerder dan een afkorting. Of G. Mortier zijn echtgenote was of een zakenpartner, is momenteel evenmin duidelijk.

De verschillende architectenplannen geven een idee hoe er op de site in de periode na WO 1 tot 1934 systematisch werd bijgebouwd. Ze geven meteen ook mooi de gestage groei van het familiebedrijfje tijdens het interbellum weer.

1920: werkzaaamheden op het perceel links van het woonhuis

- Fase 1:

Bouw van een afsluitmuur van 22,55 m breed die de site van de Jachtlaan afscheidde, maar met een toegang van 3,50 m breed. In elk van de vier “panelen” van deze muur, drie links en één rechts van de toegang werd een steen gemetseld, met telkens de woorden “Sociéty SAMVA” hierin gegrifd.

- Fase 2

Bouw van een dubbele garage (een andere aanwijzing dat Goudailler niet slecht boerde) rechts vooraan op het perceel, evenwijdig met de Jachtlaan en met de achterkant tegen de zijwand van het huis van de buren. Deze familie wordt op één van de plannen geïdentificeerd als “les enfants Mostinck”. Het was een constructie van 6 m diep en 8 m breed, met dus aan de voorkant twee dubbele deuren in ijzer.

Blijkbaar werd in die periode dus overgestapt van vervoer met paard en kar naar auto’s ? (misschien kon men na de oorlog vrij goedkoop overtollige legervoertuigen zoals camions of bestelwagens kopen, net als na WO 2)

-Fase 3


Op dit plan van het perceel links van het woonhuis ziet men in het rood de dubbele garage, in het lichtpaars de afsluitmuur en in het groen de te bouwen hangar

Constructie van een “hangar” van 12,50 m diep op 6,15 m breed, achteraan op het bouwperceel gebouwd, tegen de gemeenschappelijke muur met Goudailler’s huis op het nr. 64. De hangar had een aflopend dak, het hoogste punt was rechts van de ingang, wat overeen kwam met het punt waarop de balken tegen het huis van Goudailler bevestigd waren, het laagste punt was 3 m hoog, en was de zijde links van de ingang. De architectuurplannen geven aan dat deze constructie bedoeld was “à remiser des caisses”.

- Fase 4

Op het plattegrond uit 1921 (zie verder) kon men voorts zien dat de binnenkoer tussen het woonhuis (nr. 64) en het magazijn ondertussen met een “toiture vitrée” overdekt was. Wel diende nog een daarmee evenwijdige overkapping gebouwd te worden die de ruimte tussen het woonhuis en de paardenstallen zou overbruggen.

1921: werkzaamheden achter het woonhuis 

Links achteraan het "magazijn" achter het woonhuis uit 1911. Centraal met thans nog twee ramen, het stuk dat bovenop de paardenstal gebouwd werd. Het gebouw in het midden van de foto waarvan alleen het dak ziet is, is een constructie bij de rechter buur. Hierin was vroeger het bedrijf Supplex in gevestigd (zie verder) 

– Gedeeltelijke ombouwing van de paardenstal (oranje) , die zijn zadeldak en hooizolder verloor. Tussen het woonhuis en het magazijn wordt vervolgens een atelier met 1 verdieping gebouwd (zwavelgeel), blijkbaar over de restanten van de paardenstal heen. Op het 1ste verdieping geven drie ramen uit op hetgeen overblijft van de vroegere binnenkoer. Het atelier is iets minder dan 4 m breed (het bouwperceel ongeveer 6 m) en de lengte is ca. 8.80 m en kreeg een zinken dak. Op onderstaand plattegrondje kan men de werkzaamheden tussen 1911 en 1921 samengevat zien: 

Uit een kaartje gedateerd uit 1921 blijkt dat de firma op bepaald moment het H.R. nummer 67 477 toegewezen kreeg door de Handelsrechtbank. Dit nummer plus de naam van de aanvrager, dhr. Antoine Goudailler kan als startplatform dienen voor een diepgravender onderzoek naar SAMVA, bv. bij het Rijksarchief.

Heel belangrijk ook: dit kaartje is tot nu toe het oudste indicatie voor wat er door het familiebedrijfje gemaakt wordt: begonnen werd dus met vloeibare metaalglans, een productengamma dat gaandeweg werd uitgebreid, zoals in het tweede hoofdstuk zal geïllustreerd worden.

1924: Bouw van een kleine hangar op het perceel links van het woonhuis

Drie jaar later werd nog eens een kleine uitbreiding doorgevoerd, met de bouw van een extra kleine hangar, voorzien van een sheddak met 2 “tanden”. Het was 8,75 m diep en 6 m breed. De geleidelijke uitbreiding van het bedrijf is als een barometer die goed weer aanduidt op commercieel vlak. Op onderstaand plattegrond ziet men de exacte ligging van de nieuwe expansie in het zwavelgeel:


De twee sheddaken uit 1921 zijn deze met de open voorkant
(situatie in augustus 2019)

1932: Laatste uitbreiding van de productiesite links van het woonhuis

Hoewel Europa langzaam aan de economische gevolgen van de beurscrash in de VS in 1929 werd blootgesteld, vond SAMVA het begin jaren ‘30 blijkbaar nog steeds opportuun om de site verder uit te breiden. In 1934 werd de ruimte tussen de dubbele garage uit 1920 en de uitbreiding in 1924 opgevuld met een extra gebouw. Ook deze extensie werd voorzien van een sheddak, ditmaal met drie “tanden”, zodat optisch een geheel van vijf gelijkaardige daken ontstond.

 

Het perceel links van het woonhuis werd blijkbaar huisnummers van 54 tot 62 toegekend. Op facturen uit 1931 werd enkel het nr. 54 als adres opgegeven, in 1937 vermeldden die facturen de nrs. 54 tot 62.

Met deze laatste uitbreiding was het bedrijfje eigenlijk min of meer aan zijn limieten gekomen wat betreft expansie in Etterbeek. Ondanks die verschillende huisnummers was de eigenlijke site al bij al niet zo heel groot, toch niet wanneer vergeleken met de zeer ruime ateliers van Ca va seul in Vilvoorde.


Het schuurtje voor de White Spirit

Verrassend is ook dat dit fabriekje -dat toch brandbare producten gebruikte tijdens het productieproces- in het midden van een woonwijk stond. Zo stond tegen de wand van hun eigen woonhuis een schuur, waarin 4 vaten van 200 liter White Spirit werden opgeslagen. Mocht dit ooit vuur hebben gevat... Maar goed, ook pompstations etc. hadden reservoirs met brandbare stoffen.

Ook de buur van SAMVA was overigens een bedrijfje, zij het in een heel andere sector. Het dak van hun gebouw is op één van de eerder getoonde foto´s te zien.

Voor het overige laat een luchtzicht van dit woonblok geen andere bedrijfsgebouwen verscholen achter woonhuizen zien.

2) Groeiend productengamma

Wat werd er nu doorheen de jaren allemaal in de ateliers van SAMVA geproduceerd ? Tot hiertoe werden alvast volgende producten geïdentificeerd: 

SAMVA

  

Metaalpoets, metaalglans. Noteer hoe de reclame plots een nieuw gezicht introduceert, zijnde SAMVA´s "negerin", waarover later meer. Opeens werd deze grijnzende figuur zoiets als een SAMVA-garantie: “Le veritable SAMVA se vend avec cette image sur chaque étiquette”.

Belangrijk, de reclame hierboven licht ook een klein beetje de sluier voor wat betreft de verkooppunten van de SAMVA producten. Onderaan wordt namelijk verwezen naar de Grand Bazar Anspach in Brussel en naar wellicht een gelijkaardige winkel in Mechelen. Helaas was deze reclame ongedateerd.

  

SAMIR Cream Wax

Vloeibare boenwas voor parketten, balatums, meubels in eiken- en notenhout, piano´s, radio´s, marmer, koelkasten (met houten onderdelen ?) en lederen clubzetels. Noteer dat het busje hierboven aangaf dat SAMVA een N.V. was (zie verder) en dat het type product op dit potje in het Engels was vermeld ("Cream Wax"). Was dat gewoon omdat het chiquer of zoveel doeltreffender klonk, of ging het om busjes die geëxporteerd werden ? Voorlopig moeten we het antwoord schuldig blijven.

Vermoedelijk geven de kleuren van de bus hieronder een wat vertekend beeld: wellicht was ze in werkelijkheid geel en rood zoals het oudere busje hierboven, niet oranjeachtig.(?) 

  

SAMIRA

   

Meubelpoets op basis van “zuivere terpentijn olie” / “ a base de cellulose”. Bestond in blikken doosjes van 1/4de, 1/2de kg en 1 kg, mogelijk nog in andere gewichten.
- zwarte: voor zwart marmer en wit plaatijzeren oven
- witte: voor marmer en witte meubels
- gele en bruine: voor vloeren, linoleums en getinte meubels

 

  

SAMIX

  
Collectie Retroscoop

“Echte Corindon”: een soort schuurpapier voor de bovenplaat van geëmailleerde stoven. De instructies op de achterzijde van het zakje leggen uit dat men eerst een stukje met grove korrel moet gebruiken, en uiteindelijk moet afwerken met een stukje met fijne korrel.

LEPLUNOIR

 

Product voor het kuisen van fornuizen verpakt in een tube. Andermaal versierd met een wat groteske "negerin".

 

PARTOU

  

Dit was een "poudre à récurer”, een schuurmiddel type "VIM". Helaas ontbreekt op dit moment nog een afbeelding van deze verpakking. De Retroscoop-collectie bevat evenwel twee reclames, die alvast al een idee geven van hoe de bus eruit zag. Het ging om een kartonnen bus, vergelijkbaar met die van VIM. Ook belangrijk, deze reclames werden gedateerd: ze werden in 1929 gepubliceerd. Dit doet vermoeden dat dit misschien wel het tweede product van SAMVA was, na het poetsmiddel voor metalen (?).

MARBREMAIL

  

Marmer- en emailpoets. De afbeelding van de frigo op het reclamebord situeert dit ofwel einde 1940´s, ofwel in de vroege 1950´s.

FLOR-LAK

Zelfglanswas voor vloeren. Het metalen busje in Belgische kleuren is op de bovenstaande kartonnen reclame redelijk goed te zien, maar afbeeldingen van het eigenlijke busje zouden zeker een meerwaarde betekenen. Mochten er dus verzamelaars zijn die zo´n busje bezitten....

SAMTAQ (?)

Product voor het kuisen van "taques de cuisine" of fornuisplaten. De verpakking op bovenstaande foto toont niet geheel de naam van het product, maar het woord "taques" maakt het waarschijnlijk dat de laatste letter een "q" was. Ook de groteske "negerin" tekende andermaal present, profetisch bijna, want een "négresse verte" zoals die van de muziekgroep. 

SAMVA Eclair Rénovateur

 

Vernieuwer (in busjes van 1/4de liter) voor het voeden van gepolijste of half gepolijste meubelen.

SAMVA Super Renovator

 

In welke zin dit product superieur was ten opzichte van de gewone vernieuwer is nog niet duidelijk. Aanvankelijk verscheen dit product in een metalen bus met metalen dop. In een later stadium kregen de bussen een plastieken schroefdop, en werd de naam van de Brusselse concurrent Mononk in het klein op de verpakking toegevoegd (zie blauwe pijl). Hoe zij in dit verhaal passen, leggen we verder in deze saga uit.

*   *   *   *   *

De oude facturen leren voorts dat verschillende producten in een aantal “nummers”, met telkens een andere prijs besteld konden worden. Ook hier weer is bijkomend onderzoek nodig om te weten te komen of ze slaan op bussen of blikjes van een andere grootte of met lichtjes andere toepassingen.

Over de specifieke verschijningsdata van de verschillende producten is voorlopig ook weinig geweten, behalve dan wat betreft de vloeibare metaalglans uit ca. 1920 en Partou, dat zeker al in 1929 bestond. Marbrémail was wellicht uit de late 1940´s, vroege 1950´s.

Wat wel opvalt bij de verschillende verpakkingen is het ontbreken van een gemakkelijk herkenbare huisstijl zoals bij de fabrikant Merly uit Zwijnaarde met hun blauwe dozen. Bij SAMVA kwamen weliswaar de kleuren geel en rood meermaals voor, maar de busjes SAMTAQ werden dan weer in het wit, licht- en donkergroen uitgevoerd, de SAMIX-zakjes hadden een lichtblauwe achtergrond...

Iets anders dat opvalt: hoewel de firma tot in de 1970´s actief is geweest, behielden de verpakkingen een retro-achtige "look". Wellicht moesten deze vertrouwenwekkend werken, onderstrepen dat er niets veranderd werd aan de geliefde oude formule. De klanten mochten op hun twee oren slapen, ze bleven echt dezelfde beproefde kwaliteit aantreffen in de blikken dozen en bussen die ze hadden gekocht.

3) Bedrijfsstuctuur en reclamecampagnes

Volgens de inscripties op het busje SAMIR was SAMVA een "Société Anonyme". Voor wie diepgaander onderzoek wil doen naar dit bedrijf is dit goed nieuws. Wie "N.V." zegt, zegt immers oprichtingsstatuten en dus meer informatie die gevonden kan worden in bv. de bijlagen van het Staatsblad. Ook de hoofding van facturen uit de 1930´s heeft het over een "Société Anonyme". Vreemd genoeg wordt zowel op de afsluitmuur als op de andere producten enkel gesproken van een "société" (zonder "anonyme") of "maatschappij" (zonder "naamloze"). De reden voor die variatie is niet helemaal duidelijk.

De firma lijkt niet echt een stevig budget opzij te hebben kunnen leggen voor grootse reclamecampagnes. Een stroom aan publiciteit in tijdschriften van nationaal belang type Le Patriote Illustré zou erg handig geweest zijn bij de recreatie van de chronologie van het productengamma. De verpakkingen zijn immers niet van die aard dat zij toelaten conclusies te trekken qua datering.

Tot hiertoe werden dus enkel kleine à zeer kleine reclames van de KMO gevonden. Zo liet SAMVA in de 1930’s zeer kleine advertenties plaatsen in het Franstalig tijdschrift Pourquoi Pas. In die periode werd dit weekblad nog op zeer goedkoop papier gedrukt, en dit enkel in zwart/wit. Om een idee te geven, de bewuste publiciteit nam misschien maar 1/16de van een pagina in beslag. De reclame blonk ook zeker niet uit in originaliteit.

 

De reclames voor Partou waren iets groter, toonden een huisvrouw of dienstmeid die de badkamer of zilverwerk reinigde, en een “joli cadeau” beloofden aan de mensen die etiketten en verpakkingen opspaarden. Wel werd niet de moeite genomen om te specificeren hoeveel er nodig waren, eer men zo’n mysterieus mooi geschenkje zou ontvangen. Of zo’n reclames veel geholpen hebben om extra nieuwe klanten binnen te rijven is maar zeer de vraag, maar de naambekendheid zal ongetwijfeld zijn toegenomen. Iemand die we al tegenkwamen op verpakkingen, verscheen ook in (helaas ongedateerde) reclames: de grotesk getekende "negerin".

Voorts liet de firma een aantal fraaie, zij het kleine reclames op karton produceren voor in drogisterijen enz.

  

Op bepaald moment verschenen ook jojo’s (hierboven rechts), spaarpotjes (centraal) en zelfs asbakken (links) van SAMVA. Een andere commerciële acties was het uitdelen van koperen penningen, die recht gaven op een vermindering van 25 centimes bij aankoop van een busje metaalpoets.

Waar deze kleine metalen schijfjes werden uitgedeeld is niet geweten. Waren het winkeliers en drogisten die ze uitdeelden ? Marktkamers die “vuile” exemplaren gebruikten om aan te tonen hoe doeltreffend hun metaalglans was, en daaropvolgend zo’n penningen aan potentiële klanten uitgedeeld ? Voorlopig is niets meer over deze reclameactie geweten. Ook ontbreekt nog elk spoor van eventuele deelnames aan lokale, nationale of internationale handelsbeurzen door SAMVA. Waren ze bv. aanwezig tijdens de Expo 1935 in Brussel, of waren de kosten voor deelname te hoog gegrepen voor deze fabrikant ? En in 1958 ?

Zoals bij de beschrijving van het productengamma duidelijk bleek, verkocht SAMVA ondermeer haar producten aan grootwarenhuizen in Brussel en in Mechelen. Of er ook geëxporteerd werd is niet geweten. Wel zagen we één verpakking met de aard van de inhoud in het Engels vermeld, nl. "Cream Wax".

Zoals al gezien gebruikte SAMVA in meerdere van haar reclames wat grotesk getekende Afrikaanse figuren. Zo was er de "negerin" met een wat stupide glimlach, een beetje het Josephine Baker type. De zwarte man die op de eerder getoonde kartonnen reclame een blikje Samira omhelst, heeft dan weer een neus die gorilla’s jaloers zouden hebben kunnen maken.

Heel wat fabrikanten van poetsmiddelen vonden blijkbaar inspiratie in “negertypes”. Zo ook bijvoorbeeld het merk “l’Ebène” uit Bordeaux. Meer onschuldige inspiratiebronnen waren dieren met strepen (zebra’s) of vlekken (luipaarden), hoewel sommige merken zelfs dat niet nodig achtten. Maar zelfs dan kwam “zwart” toch nog vaak via een omweg terug in het verhaal, zoals bij “Lion Noir” of “Cygne Noir”. (Ook verschillende zeepfabrikanten bewandelden dit pad, waarbij “negers” proper zouden worden, indien ze hun zeep zouden gebruiken. In tijden dat zelfs die goeie ouwe Zwarte Piet onder vuur ligt, zouden maar weinig firma’s zich nog aan zo’n weinig flatterende illustraties wagen. Ook al omdat er financiële sancties aan verbonden zouden zijn, naast imagoschade bij een deel van de klanten.

SAMVA bracht ook verpakkingen uit, waarbij niet toevallig de drie kleuren van de Belgische vlag gebruikt werden. Ook dat is alles behalve een unicum. In de collectie “Made in Vlaams-Brabant” in de erfgoed-databank Erfgoedplus zijn bv. de verpakkingen van het Leuvens bedrijfje Boston terug te vinden. Boston produceerde eveneens boen- en kuisproducten.

Blijkbaar waren dit kleuren die goed de aandacht trokken: zo waren er ook Franse firma’s actief in dezelfde sector, die voor deze drie kleuren opteerden, zoals men eerder al kon zien bij het blikje van l´Ebène.
 

4) SAMVA legt de boeken neer, verkoop van de site

De firma wist het uiteindelijk tot 1974 uit te zingen. Toen werd het merk door sectorgenoot Mononk overgekocht. Dit bedrijf gevestigd in de Emile De Becolaan 81-83 in Elsene wist veel langer het hoofd boven water te houden, onder meer door het overkopen van enkele sukkelende concurrenten, zoals SAMVA. De nieuwe eigenaar bracht nog een tijdje SAMVA Super Rénovateur uit, waarbij de bussen tevens het logo van Mononk pvba droegen.

In Etterbeek werden de machines uiteindelijk weggehaald, en bleven de gebouwen enkele jaren leeg staan, zodat het onkruid overal hoog begon op te schieten. De toen bijna 90 jarige eigenaar, dhr. Goudailler wou ze niet zo maar verkopen, maar ging op zoek naar een overnemer die bereid was om de site zo intact mogelijk te laten. De man bleef dus erg gehecht aan wat hij in de voorbije decennia (?) op deze site verwezenlijkt had. Hij wou de afbraak en de vervanging door lucratieve appartementsblokken zeker niet meemaken.

Uiteindelijk vond hij ca. 1980 in meester-glazenier Pierre Majerus (°1941) een koper naar zijn hart. Majerus was in 1965 begonnen met een atelier in de Waversesteenweg. De talentvolle ontwerper en glazenier wist stelselmatig zijn cliënteel uit te breiden, en was thans aan uitbreiding toe. Hij nam daarop zijn intrek in de voormalige SAMVA-fabriek, met de plechtige belofte de site zo veel mogelijk te bewaren.

Een belofte die zeker gehouden werd. Wie vandaag op de site rondloopt, herkent vrij veel van de gebouwen uit de eerder besproken architectenplannen. Zeker, het woonhuis kreeg andere deuren en ramen, de afsluitmuur lijkt ook een aantal ingrepen te hebben ondergaan, de dubbele garage werd op gegeven moment afgebroken enz. Niettemin, mochten er destijds foto’s of ansichtkaarten van de site gemaakt zijn geweest, dan zou men weinig moeite hebben om de band met het heden te leggen, de grote overeenkomsten te zien.

Zo werden de inscripties in de afsluitmuur niet verwijderd. Momenteel is één nog goed zichtbaar, de andere (identieke) zijn verstopt achter panelen die de huidige bewoner liet aanbrengen. Wie echter op Google streetview kijkt naar de opnames die in 2014 gemaakt werden (men kan eenvoudig de oudere versies oproepen via een schuifbalk) ziet dat in die tijd alle inscripties zichtbaar waren. Ook de gebouwen met de sheddaken uit 1924 en 1932 bestaan nog, net als het licht verbouwde verdiep boven de paardenstal, met thans 2 bredere in plaats van 3 smalle vensters. Zelfs de stenen drinkbakken van de paarden zijn nog aanwezig.

Op een zolder werden echter nog verschillende houten kisten met het “SAMVA”-logo teruggevonden: de overnemers besloten ze op het binnenplein te plaatsen, en er bloempotten in te plaatsen. Anno 2019 staan ze er nog altijd, samen met een karretje en een oude steekkar, koppige getuigen van een ver industrieel verleden. Zelfs het bordje “Bureaux” en een fabrieksbel hangen er ook nog steeds.

 

Op de site zijn ook nog een aantal metalen platen, waarop de inscripties en achtergrondkleuren voor nooit gerealiseerde verpakkingen gedrukt zijn. Of hieruit mag afgeleid worden dat de metalen busjes ter plaatse werden geproduceerd is evenwel niet duidelijk.

  

Majerus bouwde hier dus zijn bedrijf voor de productie en restauratie van van glas-in-lood en brandglasramen. Ruimtes voor de stockage van allerlei soorten glas werden ingericht, er kwam een atelier waar vakmannen gevormd of verder gevormd werden in het glasblazen, kleurstoffen samenstellen en toevoegen, reliëf aanbrengen in nog gesmolten glas met behulp van speciale rollen enz.

  

Ook werd systematisch gespecialiseerde literatuur aangekocht of verzameld en in een vakbibliotheek samengebracht.

Pierre Majerus bedacht allerlei sensuele creaties, waarvan er vandaag de dag nog heel wat te zien zijn in de toonzaal. Deze gaven klanten een zeer goed idee van de mogelijkheden. De zaken marcheerden zeer goed, en Majerus was goed op weg om zich een stevige reputatie op te bouwen.

Op de Franstalige website www.majerus-vitraux.be wordt op onderhoudende manier over het moeilijke begin, de eerste successen en vervolgens de belangrijkste contracten verteld. Naast verschillende opdrachten in religieuze gebouwen in voornamelijk het Brussels hoofdstedelijk gewest, waaronder de basiliek van Koekelberg waren er bvb. ook een aantal realisaties voor prestigieuze restaurants, zoals voor de Comme chez soi, die van het Conrad hotel en deze van de Hilton.

Helaas sloeg het noodlot voor hem veel te vroeg toe. In 1994 werd hij met gezondheidsklachten in het ziekenhuis opgenomen, waar hij enkele dagen later op amper 53 jarige leeftijd overleed. De zaak werd daarop verdergezet door zijn weduwe Marcelle Majerus – Nizet en twee medewerkers van haar echtgenoot. Onder haar leiding werden de werken in de basiliek van Koekelberg correct afgewerkt. Daarnaast creëerde ze glascomposities voor o.a. het restaurant Bonsoir Clara, de patisserie Au Vatel in Etterbeek of nog, voor verschillende religieuze gebouwen. Zij houdt tevens de artistieke en ambachtelijke erfenis van haar echtgenoot in leven via een v.z.w. Vandaag de dag ligt de klemtoon meer op het vormen van nieuwe glazeniers in een opleidingscentrum, en vindt men op de site eveneens een documentatiecentrum met tal van werken over het maken van glas-in-lood ramen of de techniek om creaties uit gekleurd glas en beton tot stand te brengen. De zeer degelijke website vertelt er “alles” over.

Volgend jaar zal het dus een eeuw geleden zijn, dat de SAMVA-site in gebruik genomen werd. Na de aanvankelijke industriële activiteiten kende ze een tweede jeugd, ditmaal eerder gelinkt met ambachtelijke en artistieke werkzaamheden. De fabrieksgebouwen bleven dank zij een speling van het lot – een bezorgde ondernemer en een bereidwillige ambachtsman uiteindelijk grotendeels bewaard. Daar waar de indrukwekkende site van Ca va seul in Vilvoorde ondertussen al lang voorgoed met de grond gelijk gemaakt werd.

Bedankingen

Graag bedanken we Mevr. Marcelle Majerus-Nizet voor de toelating om naar hartenlust foto’s te maken van de voormalige SAMVA-fabriekssite, voor de scans van de architectenplannen alsook voor het bereidwillig beantwoorden van onze vragen. We hopen met haar hulp in de toekomst ook nog een aantal recepten van SAMVA-producten toe te kunnen voegen. Mogelijk ging het om "geheugensteuntjes" voor het personeel bij de bereiding van de producten. Ook in het artikel over Ca Va Seul werden zulke items toegevoegd, neergepend op de achterzijde van kartonnen reclames van de firma uit Vilvoorde. 

 
 
database afsluiten