Retroscoop - Het sanatorium van Bokrijk RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Het sanatorium van Bokrijk

Van Kneipp-inrichting tot TBC-behandeling

Benoit Vanhees
i.s.m. Alex Marut en Jan Zoons

   

Structuur

1) In den beginne...
2) Bockrijck-Kneipp
3) De exacte ligging van het sanatorium
4) Van Kneipp-inrichting tot TBC-sanatorium
5) De strijd tegen de tuberculose
6) Het einde van een kuuroord
7) Epiloog

 

1) In den beginne...


De Hasseltweg in 1904: in die tijd volstond nog 1 baanvak...

Het debat rond de aanleg van een steenweg van Hasselt naar Stokkem in 1841 vormde de aanleiding voor het Genks gemeentebestuur om overuren te presteren. Ook Genk zag immers de grote voordelen in van het verbonden zijn met een goed wegennet. De aanleg van de verbindingsweg tussen Hasselt en Genk ("Hasseltweg" in Genk en "Genkersteenweg" in Hasselt) gaat terug naar die periode. Rond 1843 was de weg klaar. Het ging om een 11 m brede weg, waarvan enkel de drie middelste meters geplaveid waren. Het tracé ging ook dwars door de uitgestrekte natuur van Bokrijk. De aanleg van spoor-, water- en verbindingswegen zwengelde vaak allerhande bouw- en nijverheidsactiviteiten aan. In het geval van de weg tussen Hasselt en Genk zou dit fenomeen zich pas in de 1870´s voltrekken. 

Eén van de eerste investeerders was F. Pollen, een Nederlander uit Scheveningen, die in 1873 geld stak in een landbouwuitbating voor porei en ajuin. Op het gebied van 23 ha. kwam voorts een boerderij en woning. De uitbating bleef tot 1885 in gebruik, maar werd geen echt commercieel succes.

Ook de rentenier Edgar Maris ontdekte de mogelijkheden die Bokrijk aanbood om er zijn droomkasteel op te trekken. In het artikel over de speeltuin van Bokrijk hier op Retroscoop is te lezen hoe de man na drie jaar zijn wat grootse plannen moest stopzetten. Zelfs het rooien van een flink aantal dennenbomen noch zijn fabriekje voor houtwol hielpen om het tij te keren. Uiteindelijk waren het zijn adelijke opvolgers die het kasteel zouden voltooien.

Sedert de 1880´s liep er eveneens een enkel spoor, dat Hasselt met Maaseik verbond. In die tijd werd de spporlijn overigens door een privé-maatschappij uitgebaat. De frequentie van treinen was beperkt, maar er kwam al snel ook een spoorweghalte in Bokrijk.


Collectie KADOC, Leuven


Collectie KADOC, Leuven


Foto: Benoit Vanhees
De "Geuzentempel" voor de oorlog en nu. Dit onroerend goed 
zou een eerder bewogen geschiedenis kennen

Dan was er nog de jager Simons uit Alken. Die liet in Bokrijk een kleine "villa" op een stuk grond van 6 ha. naast de Steenweg optrekken, die hij Geuzentempel noemde. Men vermoedt dat hij wellicht geïnspireerd was door een kasteeltje in Alken met dezelfde naam. Deze Geuzentempel zal verder weer opduiken in dit historisch relaas.

Niet ver van dit trotse woninkje, ongeveer ter hoogte van waar de huidige Kneippstraat achter de Queen of the South loopt, begon de ondernemer Vandam in 1886 met een zandwinning. De eigenlijke nijverheidsinstallaties -ondermeer een oven, een wasserij, een magazijn en burelen- werden opgetrokken waar zich thans het kerkhofje van de Broeders zich bevindt, voor wie bekend is met de omgeving.

Het zand van de Sablières de Bockryck bleek van uitstekende kwaliteit, en werd per smalspoor tot de spoorlijn Hasselt-Maaseik gebracht. Van daaruit vertrok het richting Wallonië. Stakingen in de glasindustrie rond Charleroi, en de vernieling van de fabriek van de belangrijkste afnemer betekende de doodsteek van de zandwinning. In 1892 werd dan ook gestopt, na 7 jaar graven.

Belangrijker in dit verhaal is dat de ondernemer eveneens een woning had laten optrekken, die in de streek bekend stond als de Villa Vandam. Het huis bevond zich op de plek, waar zich thans de schoolgebouwen van Bokrijk bevinden. Na de stopzetting van de zandwinning werd de "villa" de eerste infrastructuur van een gans andere bedrijvigheid.


2) Bockrijck-Kneipp


"Petit Versailles" of de "Grand Hornu"  in Bokrijk... Grootse plannen,
maar te weinig kapitaal. Let op de enorme ronde vijver bovenaan die in
de ambitieuze plannen was voorzien

Inderdaad, drie Hasseltse investeerders, de heren Theunis, Beckers en majoor Goetsbloets kochten de stilgevallen zandwinning op, en wilden een wel zeer groots opgevat Kneipp-instituut voor borstlijders in de bosrijke omgeving opstarten. (zie hierboven)

In die tijd stonden kranten en tijdschriften bol van berichten over Dr. Sebastian Kneipp (1821-1897), een Beierse priester en geneesheer, die een aparte methode had ontwikkeld om allerlei longziektes te bestrijden. Nadat hij als student zelf TBC had opgelopen, had hij zichzelf weten te genezen, vertrekkend van de waterbehandelingsmethode van Sigmund Hahn (1664-1742) en zijn zoon Johann Sigmund Hahn (1696-1779). Deze "Wasserhähne" waren samen de grondleggers van de hydrotherapie in Duitsland. Al snel werd ook Kneipp bekend als een Wasserdoktor.

Kneipp´s methode was een combinatie van veel beweging, gezonde voeding, autosuggestie en vooral hydro- en balneotherapie, of behandelingen met water. Dit laatste behelsde bijvoorbeeld dauwtrappen (blootsvoets in de dauw rondlopen), barrevoets in een beek waden, begietingen met water en baden, het gebruik van compressen, wandelingen en veel bewegen. Al deze aspecten moesten samen uiteraard toelaten om de bloedsomloop te stimuleren. Daarnaast was een gezonde voeding en ondermeer het gebruik van bepaalde kruiden ook zeer belangrijk. Hoewel zijn methode niet helemaal wetenschappelijk onderbouwd was, wist hij toch een zeker succes te boeken met patiënten die door de klassieke geneeskunde verloren gewaand werden. 

    

Spoedig ontstonden in heel Europa Kneipp-instituten, die zich bijvoorbeeld toelegden op rheuma. Zo waren er in België ook Kneipp-instituten in Eupen en Jette.

Eén van de mensen die geregeld over de exploten van Kneipp berichtte, was de katholieke schrijver, uitgever en drukker Nicolaas Theelen. (1848-1918). Uiteindelijk ondernam hij zelfs een reis naar Duitsland. Zijn verslag van die onderneming verscheen in een aantal episodes in de krant.

De grondlegger van het Belang van Limburg gaf een tiental kranten en andere publicaties uit, en raakte vooral goed op dreef tijdens de Schoolstrijd. Maar zijn belangstelling was gevariëerder dan alleen politiek en publiceren. Op de Hasel-website berichtte men als volgt over deze bedrijvige Limburger: (op.cit.)

"Hij was geïnteresseerd in hypnose, liet zijn kinderen muzieklessen volgen en volgde (sic) hen op volgens de principes van de Duitse Wasserdoktor Sebastian Kneipp, die hij overigens ging opzoeken en over wie hij in ´Het Algemeen Belang´ enthousiast berichtte. (Hij) stond ook achter de vestiging van een Kneipp-instituut in het Kempische Bokrijk in de jaren 1890."

Theelen reisde in opdracht van de drie Hasseltse investeerders naar Duitsland, waar hij ondermeer op zoek ging naar Kneipp-specialisten, die bereid waren om in Bokrijk te komen werken. De drie investeerders zagen het -zoals men hierboven al eerder kon zien- zeer groots. Er zouden verschillende paviljoenen komen, plus nog een reeks villaatjes verspreid in het groen voor de rijke patiënten.

Rond 1892 kochten ze de oude zandwinning op, en lieten de Villa Vandam uitbreiden. Links en rechts van het huis werden twee extra "vleugels" toegevoegd, en vervolgens kwam er nog een gebouw met patiëntenkamers.

De feestelijke inhuldiging vond plaats op 14 en 15 augustus 1892. Tijdens de inhuldiging werden allerlei volksspelen als (klei?)duifschieten en een wedstrijd voor "vélocipèdes" georganiseerd, en voor de kleintjes was er een carrousel. De vermakelijkheden werden door de beste harmonieën muzikaal omkaderd. Er werden luchtballonnen opgelaten, en in de avond was er vuurwerk en kunstverlichting. (Aankondiging in "De Onafhankelijke" van 31 juli 1892, geciteerd in Bokkesprongen). Officiëel ging het Kneipp-instituut pas open op 1 mei 1893.

De drie Hasseltse investeerders trokken hun stadsgenoot Dr. Van Emelen aan, een overtuigde Kneippist. Er is ook sprake van een Dokter Joan Dur of Duhr, die lessen bij Kneipp gevolgd had. Of Dur/Duhr zich werkelijk in Bokrijk is komen vestigen is trouwens onduidelijk. (Misschien werd zijn naam alleen voor publiciteitsredenen gebruikt)

Wie er wel enkele maanden verbleef was de Duitser Hippe, die van 16 augustus tot 12 december 1893 werkzaam was in het Kneipp-instituut als "opper-doucheur". Christiane Meus heeft het in haar eindwerk uit 1974 (zie bibliografie) voorts over ene Jan Dulow uit Luxemburg, een naam die wellicht door één van de geïnterviewde personen werd meegedeeld.

De gebouwen die tijdens de inhuldiging te zien waren, lieten nog niet toe te zien, welke grootse plannen de 3 heren uit Hasselt wel niet hadden. Er bestaat echter een oude afbeelding van de plannen die de investeerders hadden. Deze toont een veelheid van kleine gebouwen, opgesteld rond een aantal brede paden, die een soort U-vorm volgden. Het grootse complex zou uiteindelijk omringd moeten worden door een prestigieus opgevatte siertuin. Zoals verder zal blijken, zal het bij de indrukwekkende illustratie blijven...

De kosten per dag bedroegen 7 Fr. voor de 1° Klas en 5 fr voor de 2° Klas. Deze kosten sloegen op voeding en drank, medische zorgen, het gebruik van de douches enz. In de 1890´s -een periode waarin men vaak staakte voor een opslag van een paar centimes- kwamen de dagelijkse kosten ongeveer overeen met een weekloon van een arbeider. Daar bovenop kwam dus blijkbaar nog eens het bedrag voor de kamer zelf, al hebben we daar geen cijfer voor gevonden. 

 

De Kneippinrichting en het latere sanatoriumcomplex bestonden uit drie gebouwen, die in een soort C-vorm opgesteld stonden:

-Villa Vandam, de vroegere woning van de uitbater van de zandwinning lag evenwijdig met de Hasseltweg. Aan beide zijden van deze "Villa" werd een korte vleugel met plat dak bijgebouwd. (We zullen dit gebouw A noemen). In de linkervleugel waren een aantal patiëntenkamers, die aan de zijde van de wintertuin voorzien waren van een balkon.

- Een wintertuin (gebouw B) stond loodrecht ten opzichte van gebouw A, en fungeerde als verbindingsstuk met gebouw C. Hierin werd ondermeer een biljarttafel in geïnstalleerd.

- Het gebouw met de meeste patiëntenkamers (Gebouw C) was meteen ook het grootste. Aan de zijde van de wintertuin waren ze voorzien van een balkon. De achterzijde van het gebouw was voorzien van een veranda, die oorspronkelijk, over de ganse lengte van het gebouw liep, en ook doorliep tot het eerste verdieping. Nadat het gebouw een sanatorium werd, werd C met ongeveer 1/3de uitgebreid.

Daarnaast behoorde ook een boerderij en de "Geuzentempel" tot de infrastructuur van de inrichting.


gebouw B (wintertuin) en C (links)


Foto uit omstreeks 1905 genomen met de rug naar de Hasseltweg 

Wat betreft de specifieke ligging van de meeste vertrekken in het complex hebben we geen informatie gevonden. Uit het beeld- en tekstmateriaal weten we enkel dat er minstens volgende kamers waren:

- Eetzaal en een keuken groot genoeg om al de patiënten, hun begeleiders en het personeel van voedsel te voorzien: we tonen verder in dit artikel een binnenopname van de eetzaal: zoals verder zal blijken kunnen we aan de hand van één specifiek detail op deze foto de ligging van deze eetzaal precies bepalen.
- Patiëntenkamers (max. capaciteit: ongeveer 50-60): Zowel in Villa Vandam (gebouw A) als in gebouw C
- Kamers of slaapzaal voor de zusters (17-18 tal ?)
- Consultatiekamer en klein laboratorium
- Bureau voor administratie
- Ontspanningszaal (gelegen in de wintertuin, en o.a. voorzien van een biljarttafel
- Ontspanningszaal "pour les dames"
- Bibliotheek
- Badkamers, toiletten
- Mogelijk 
was er ook een wasserij (beddegoed...), al wordt daarover nergens gesproken.

Ook de "chalet" van jager Simons behoorde aan het Kneipp-instituut. Het werd ter beschikking van de directeur van de instelling gesteld. (Het werd later het zogenaamde Aalmoezeniershuis. Nog later, dan spreken we over de 1970´s en vroege 1980´s  werd het een soort nachtclub. Het behoorde toen aan dhr. Kutnar, dezelfde eigenaar als die van de H2 aan de overzijde van de Hasseltweg. Op een bepaald ogenblik brandde de inboedel af, maar het huis overleefde het incident. Vervolgens werd het een Horeca-zaak, die een aantal malen van naam en eigenaar wisselde. (o.a. Nelson, Brasserie Kneipp en thans: Lemoni) Het huis heeft een zware brand overleefd, en wist wonderwel grotendeels haar 19de eeuws karakter te bewaren, zoals de eerder toegevoegde afbeeldingen laten zien.). Het is daarmee één van de laatste stenen getuigen uit de periode van de Kneippinrichting en het sanatorium.


3) De exacte ligging van het sanatorium 

Maar waar lagen nu precies die gebouwen van het toenmalige Kneipp-instituut ? Een oude postkaart toont een rechthoekige vijver aan de achterkant van het gebouw. Hoewel er aan weerszijden van de huidige Kneippstraat zo´n rechthoekige vijvers liggen, gaat het niet om de waterplas die te zien is op de postkaart.


Let op de openstaande deur omgeven door ramen links, rechts en
erboven op het gelijkvloers, op de hoek uiterst recht: en hou dit detail
in het achterhoofd tot we het hieronder over de eetzaal hebben. Op de
voorgrond de kunstmatige vijver, veel bescheidener dan de grote
ronde vijver voorzien op de oorspronkelijke plannen.


Jan Zoons, hoofdredacteur van het Bokrijks tijdschrift Bokkesprongen, spitte een intrigerende en merkwaardige oude postkaart naar boven, die onomstotelijk aantoont waar het sanatorium precies lag, en hoe de gebouwen geöriënteerd waren. Zoals hieronder te zien, toont deze zonderlinge afbeelding zowel Villa Vandam (het gebouw rechts) en het gebouw met de wintertuin en patiëntenkamers, alsook de eerste (school)gebouwen die de Broeders lieten optrekken.


Collectie Jan Zoons
De Villa Vandam (rechts) is goed herkenbaar

     
De huidige situatie toont het gebouw, dat op de plaats
ligt waar eertijds het sanatorium lag. De eerste foto werd
met de rug naar de Hasseltweg getrokken (zie kaart hieronder)

De rechthoekige vijver op de eerder getoonde postkaart lag tussen de huidige school en de boerderij, en is thans een speelplaats. Er was trouwens ook al in die tijd een boerderij verbonden aan het sanatorium. Een deel van de huidige boerderijgebouwen dateert mogelijk nog uit die periode, maar het complex werd ettelijke malen verbouwd en omgebouwd.

Het plattegrond toont waar het sanatorium lag ten opzichte van de huidige gebouwen en infrastructuur. Het toont zowel Villa Vandam (A), de wintertuin (B), gebouw C als ook de uitbreiding van dat laatste gebouw. Op de site van het voormalig sanatorium waren er verder ondermeer ook:

- een kapel (1896) en een namaakgrot
- een kruidentuin
- een schuur

- 2 "lusthoven"
- wandelroutes met een aantal schuilhuisjes in riet
- "vlietende vijvers"
- grasvelden om te dauwtrappen
- grachten met water om barrevoets in te lopen
- ijskelders

 

 4) Van Kneipp-inrichting tot TBC-sanatorium

De drie investeerders lieten een brochure van maar liefst 32 pagina´s opstellen, waarin de merites van de gezonde boslucht van het toen nog afgelegen Bokrijk in wel zeer lyrische termen werden bezongen. Deze brochure vermeldt het bestaan van een kruidentuin en twee lusthoven.

De gebouwen uit die tijd konden wellicht onderdak bieden aan ongeveer 40 patiënten en/of begeleiders, die de keuze hadden tussen kamers van 1° of 2° klasse. Volgens de brochure waren de kamers met balkon gericht naar het zuiden, wat echter niet klopt. Wie met een kompas op de site rondloopt, zal vaststellen dat deze balkons in feite eerder noordoostelijk tot bijna oostelijk georiënteerd waren... Misleidende reclame is dus geen nieuwigheid... 


Collectie KADOC, Leuven
De gemeenschappelijke eetzaal. Let op de twee Christusportretten aan
de muur.
Tussen beide portretten is een geheel van een glazen deur,
omringd door vensters te zien. Dit detail laat toe om de ligging van
deze zaal exact te bepalen, omdat er slechts één zo´n deur was:

Er werd een voedzaam menu aan de patiënten aangeboden, met de klemtoon op vlees en melk. Deze laatste was afkomstig van de eigen boerderij, en was "gegarandeerd kiemvrij".

In de redelijk nabij gelegen boerderij Pannemans (uiteinde Zouwstraat), gebouwd in 1884 werd in dezelfde periode een geïmproviseerd "stationsloketje" gebouwd. Hier werd een nieuwe stopplaats voor de trein van Hasselt naar Maaseik ingelast, op amper drie minuten van de stopplaats Domein Bokrijk verwijderd. Deze nieuwe halte werd "Bokrijk Kneipp" (later "Genk Sanatorium") genoemd.

Het "loket" werd bediend door boer Pannemans. Men kon ook zijn diensten als koetsier inhuren: hij bracht bezoekers die dat wensten per koets naar het sanatorium. Er bestond zelfs de mogelijkheid om hem in te huren voor een koetswandeling in de natuur. De man zou in 1901 overleden zijn, waarna zijn zoon Jozef ("Jef van Wieske") deze taak verder op zich zou hebben genomen, mogelijk tot omstreeks 1908, toen het sanatorium ophield te bestaan. Een gerucht doet de ronde dat één van de Pannemansen zou bezweken zijn ten gevolge van zijn contacten met TBC-lijders, maar volgens geraadpleegde familieleden klopt die dramatische legende niet. 


Foto´s: Benoit Vanhees
De thans verdwenen boerderij Pannemans, en de gedenksteen van de oprichting.
Het enkel spoor liep ter hoogte van de struiken achter de boerderij

Uiteindelijk bleken de "zaken" van de Kneipp-inrichting toch niet zo´n vaart te lopen, als de drie Hasseltse geldschieters gehoopt hadden. De vaste kosten (personeel enz.) lagen hoog, ongeacht of er nu veel of weinig patiënten waren. De grootse plannen voor een uitgestrekt complex in een aangelegde tuin werden dan ook met de stille trom afgevoerd. Hun investeringen bleven beperkt tot de bescheiden uitbreidingen van de Villa Vandam. In 1894 trokken de drie Hasseltse dromers zich volledig uit de zaak terug. De Kneipp-inrichting werd overgekocht door een consortium van nieuwe investeerders, maar over de samenstelling ervan vonden we vooralsnog geen glasheldere informatie. Meus vond blijkbaar een bron, die haar toeliet om volgende mensen een rol in het instituut te laten spelen:

- E.H. Neuens (juiste schrijfwijze naam ?) uit Luxemburg: priester
- Wilhelm Vanduren: een Kneippspecialist uit Ludwigsfeld
- Phanie: een verpleegster afkomstig uit Trier

Blijkbaar werd ook deze uitbating geen succes. Driemaal is scheepsrecht: na deze twee vroeggestorven initiatieven verscheen in 1895 de NV Sanatorium de Bockrijck ten tonele. Deze vormden het voormalige Kneipp-instituut om tot een sanatorium voor TBC)-lijders. In het kielzog van deze nieuwe geldschieters verschenen tevens de Zusters van Dendermonde, ook bekend als de Zwartzusters of Augustinessen. Zij werden door de investeerders aangetrokken om de dagelijkse verzorging van de patiënten op zich te nemen, en werden eveneens mede-eigenaar. 


Een deel van de oude promotie-brochure suggereert de aanwezigheid van dennenbossen in de nabijheid van het sanatorium. Ook aan de kant van de
wintertuin werden blijkbaar zonneweringen voor de patiënten geplaatst.


 

De Zwartzusters - een orde die terug gaat naar voor de ontdekking van Amerika door Columbus- verwierven veel faam bij hun inzet tegen pest. (het woordje "zwart" verwijst in feite niet alleen naar de kleur van hun kledij, maar ook naar de Zwarte Dood, de andere naam van pest). Ze vormen een congregatie: vandaag zijn er in Vlaanderen (nog ?) 10 kloosters. 


Vermelding van de aankoop van een "gesticht" te Bokrijk
in het Memorieboek van de Zwartzusters van Derndermonde

In december 1895 verwierven de Zusters 20 aandelen van 1000 fr. in de N.V. Het "Memorieboek der Zwartzusters", waarin de voornaamste gebeurtenissen van de orde in vermeld worden, vermeldt in dat verband:

"1895: den 27ste December hebben wij met eenen Dokter Hottlet een gesticht gekocht. Stond in gebruik van een sociéteit dienende voor Kneipp gesticht of waterkuur, nu bestemd voor een sanatorium voor borstlijders".

In totaal zouden gemiddeld 17 à 18 Zusters tussen 20 en 60 jaar werkzaam zijn geweest op het sanatorium. De Zusters stelden in die periode zelf een lijst samen van hen die naar Bokrijk trokken. Hun burgerlijke namen en niet hun religieuse naam werd daarbij genoteerd: misschien was de lijst dan ook bestemd voor de Veldwachter of de Gemeente Genk. De volgorde waarin de namen op de handgeschreven lijst vermeld werden, wordt hierbij gerespecteerd: het is niet geweten of deze een bepaalde betekenis had, bv. een chronologische. De Zusters lijken niet in volgorde van "graad" opgesomd te zijn, daar het hoofd van de delegatie pas als 10de wordt vermeld. Niet alle namen waren jammer genoeg goed ontcijferbaar, ondanks of juist vanwege een zeer sierlijk handschrift. Daar waar we meer informatie over de opgesomde Zuster hadden, werd deze toegevoegd aan de lijst:

1) Van Langendonck, Anna Maria
2) Bieremans, Catharina
3) Schouppe, I (moeilijk ontcijferbaar)
4) Van Nijgem, Isabella
5) Van Nijgem, Berlindis
6) De Rom, Anna Maria
7) Verhaegen, Maria-Elisabeth
8) Van Santbergen, Joanna Catharina
9) Debroels (?), Maria Josina
10) De Vos, Melanie: (Zuster-Overste) Zuster Apoline of Appollonia was afkomstig van Uitbergen en leefde van 1837 tot 1920. Ze was Overste in Dendermonde van 1880 tot 1920. Het was zij, die het sanatorium namens de Zwartzusters aankocht, en er ook een zekere tijd heeft verbleven.

11) Peleman, Maria
12) Van Gijsegem, Joanna Catharina: Zuster Godelive was afkomstig uit Mijlbeek (Aalst) en leefde van 1841 tot 1918
13) De Witte, Theresia (?): op de lijst stond eerst Marie vermeld, een naam die vervolgens doorstreept werd en in een ander handschrift gewijzigd. Nochtans moet er ook een Marie De Witte hebben verbleven, zoals verder zal blijken. Van deze laatste weten we dat ze zich Zuster Christine of Christina liet noemen, en dat ze wellicht uit St. Ulriks-Kapelle kwam. Ze leefde van 1836 tot 1909
14) Van Lare, Maria Eleanora
15) Vanden Broeck, Maria Victoria
16) Vermeir, Joanna Catharina
17) Van Bogaert, Maria
18) Van Geel,Philomena
19) Engels, Joanna Maria
20) Verschraegen, Philomena
21) Walravens, Philomena
22) Bruylant, Jeanette
23) Schellens, Rosalie

In de volgende jaren zou er een zekere rotatie optreden. Er zouden ook een 5-tal knechten en meiden verbonden zijn geweest aan de instelling, en ondermeer in de boerderij gewerkt hebben.

   


Collectie KADOC, Leuven

In een nieuwe reclamebrochure werd uitgelegd wie met "borstlijders" bedoeld werd. Het ging om mensen met "rebelse bronchitis, chronische longontsteking en phtisie". Er werd uitdrukkelijk naar de successen van Dettweiler in Falkenstein, Meissen in Hohenhonnef en Turban in Davos verwezen. De mooie publicatie probeert zich meteen te positioneren als goedkoper alternatief, door erop te wijzen dat het instituut omgeven is door een park van 52 ha. doorkruist met vlakke wegen. Dat park werd aangelegd door tuinarchitect Gustave Michiels uit Scherpenheuvel, één van de investeerders. Her en der stonden schuilhuisjes met een rieten dak. Naar verluidt bleef er tot omstreeks 1954 zo´n exemplaar bewaard.


Collectie KADOC, Leuven
Eén van de schuilhuisjes

Er was eveneens een boerderij verbonden aan het instituut, met tegen tuberculose beschermde koeien. De boerderij leverde melk, die een prominente rol speelt in de voorgeschreven maaltijden. Een stoommachine zorgde voor helder bronwater. Er was een speelzaal en biljartzaal in de wintertuin. Verder waren er een muziekzaal en een leeszaal met bibliotheek. Gezien de patiënten vaak maanden in het sanatorium moesten verblijven, moest er op worden gewaakt dat ze zich niet gingen vervelen. Het instituut bezat verder ook een klein laboratorium.

Blijkbaar werden patiënten van de twee geslachten aanvaard, daar er in de promotiebrochure van het instituut ook sprake is van een "salon spécial pour dames". De kamers werden met stoom op lage druk verwarmd, en er was sprake van een ventilatiesysteem gebaseerd op "des appareils spéciaux".


De notariële akte, ondertekend door
Dr. Hottlet en Zuster Melanie De Vos

Twee notariële aktes, daterend van 7 augustus 1898 stipuleren dat volgende personen:

1) Charles Marie Pierre Albert de Broqueville, een 35 jarige "propriétaire" uit Mol (Postel). Het gaat om de latere politicus, die later, vanwege zijn verdiensten als Min. van Oorlog tijdens WO 1 tot de adelstand werd verheven.
2) Gustave Verriest, professor in Leuven
3) Alfred Hottlet, arts in Genk, Bokrijk
4) Emile Clement (?), industrieel in Dendermonde (Katoenfabriek La Dendre)
5) Gustave Michiels, tuinarchitect in Scherpenheuvel
6) Charles Carlens, apotheker in Scherpenheuvel
7) Marie Van Bolle, industriëel in Scherpenheuvel

samen de "Société Anonyme Sanatorium de Bockrijck" vormen.

In één document is sprake van de verkoop van het sanatorium en heel de inboedel voor een som van 145 000 fr, maar het is niet helemaal duidelijk of bedoeld wordt dat de bovenstaande 7 personen de aankoop voor die som deden, of zo de Zwartzusters het voor deze som van de 7 aandeelhouders kochten. Aangezien verder sprake is van de verkoop van 20 aandelen van 1000 fr door Dr. Hottlet aan de Zwartzusters, lijkt het eerste scenario waarschijnlijk. Mogelijk hadden de 7 aandeelhouders elk 20 000 fr. in de zaak gestopt, en verkocht Hottlet nu zijn deel aan de Zwartzusters.

In het document wordt het loon van Dr. Hottlet vastgelegd (niet goed leesbaar, ofwel "six mille" ofwel "dix mille"), met de opmerking dat hij nog eens een dagelijkse bonus van 75 c. zal krijgen voor iedere patiënt, op voorwaarde dat er minstens 30 patiënten in het sanatorium logeren. Hij krijgt voorts een nog te bepalen deel van de winst, en het recht om in dagelijks in de "chalet" te verblijven. (Vermoedelijk wordt daarmee de Geuzentempel bedoeld). De overeenkomst werd voor 10 jaar gesloten, en zowel de N.V. als Dr. Hottlet konden dit akkoord eerder opzeggen, mits een vooropzegperiode en het betalen van 10 000 fr.

N° 2 in de hiërarchie werd Dr. Thibault. Op 1 juli 1899 wordt in een andere notariële akte vastgelegd, dat Dr. Hottlet zijn 20 aandelen van 1000 fr. in de N.V. aan de Zwartzusters verkoopt. Het akkoord werd gesloten tussen hem en (Zuster Overste) Melanie De Vos.


Hierboven: Collectie Hospice de Chanay
De afbeelding toont zijn bureau in Chanay, omstreeks 1916.
We nemen aan dat de afgebeelde persoon Alfred Hottlet is


Rechts Villa Vandam, centraal de wintertuin (gebouw B), en links van
gebouw C is de uitstulping te zien, die de zijwand vormt van de veranda. De
bomen rond het complex zijn ondertussen flink gegroeid. De kaart werd
verzonden in het jaar dat het sanatorium ermee ophield te bestaan

In 1896 werd de eerste steen gelegd van een ruime kapel. Bij verbouwingswerken in 1912 werd een fles teruggevonden, waarin een document zat, die over deze gebeurtenis getuigt. Zo weten we dat deze eerste steenlegging op 16 mei 1896 plaatsvond, in het bijzijn van Dr. Hottlet en een aantal Zwartzusters. Het gaat om de zusters Apoline, Renelde, Christine, Godelive, Clara, Amalberga, Gerarda, Magella en Paula. Een aantal van deze namen hebben we kunnen identificeren aan de hand van de uitgebreide namenlijst, opgenomen in het boek van L. Pee over 500 jaar Zwartzusters. (zie voetnoten)

- Zuster Apoline of Appollonia: Melanie De Vos afkomstig van Uitbergen leefde van 1837 tot 1920. Ze was Overste in Dendermonde van 1880 tot 1920. Het was zij, die het sanatorium namens de Zwartzusters aankocht.

- Zuster Christine of Christina heette oorspronkelijk Marie de Witte en kwam uit St. Ulriks-Kapelle. Ze leefde van 1836 tot 1909

- Zuster Godelive was de naam die Catharina Van Gijsegem uit Mijlbeek (Aalst) had aangenomen. Ze leefde van 1841 tot 1918

- Zuster Clara kwam uit het verre Virton, en heette Florence Wathelet. Van haar weten we dat ze van 1855 tot 1927 leefde

De aannemer die de kapel bouwde was ene Louis Willems. Volgens de promotiebrochure die de aandeelhouders ooit lieten opstellen, blijkt dat deze deel uitmaakte van het complex, en toegankelijk was voor de patiënten. Een aalmoezenier verzorgde de misdiensten. Hieronder is ook een afbeelding van Zwartzusters te zien, die in knielende houding voor een namaakgrot en een Mariabeeld bidden. Mogelijkerwijze was dit een voorlopige constructie, in afwachting van de nieuwe kapel, al dient dit nog bevestigd te worden.

 
De  namaakgrot en kapel van de Zwartzusters


In 1899 werd het instituut volledig eigendom van de Zwartzusters voor de som van 102 000 fr. Gebouw C werd omstreeks die periode uitgebreid met ongeveer 1/3de. Deze uitbreiding liet toe om het aantal patiënten op te trekken tot 50-60 (Hetgeen ons tot een cijfer van 40 patiënten voor gebouw C voor de voltooiing van deze uitbreiding heeft gebracht).

De onderstaande postkaart laat wel duidelijk de uitbreiding zien, links van de veranda. Het gebouw is met 1/3de in lengte toegenomen, in vergelijking met de postkaart net onder de titel van dit artikel. Dit doet vermoeden dat de zaken goed gingen, of tenminste de ambities en het vertrouwen in de toekomst groot waren.

Gebouw C, met uitzicht op de vijver. De uitbreiding
links van de veranda is goed te zien. De veranda geeft uit op het zuiden

 

Hierboven: Collectie KADOC, Leuven
Nog steeds gebouw C: Het huishoudelijk reglement voorzag dat de
patiënten enkel mits toestemming van de behandelende geneesheer
van plaats mochten veranderen in de overdekte veranda.
 

De in dit artikel afgebeelde postkaarten dateren trouwens uit 1905. Er werden verschillende zichten van het sanatorium uitgebracht, gaande van foto´s van de gevouwen, de overdekte gang met ligbedden en -stoelen, de boerderij, het park... Ze waren blijkbaar in de eerste plaats bedoeld voor de patiënten, en het woordje "Bokrijk" stond dan ook al voorgedrukt bij de ruimte voorzien voor de datum.

Hottlet verhuisde wellicht in 1901 naar Mont-sur-Meuse. Hij zou er leiding geven aan een nieuw sanatorium, opgericht door de Pierpont. We hebben niet gevonden of Dr. Thibault mee met Hottlet trok, naar diens nieuwe instituut, maar zijn naam duikt achteraf blijkbaar niet meer op. De naam Alfred Hottlet kunnen we daarentegen volgen tot in het Hospice de Chanay in Frankrijk (Mont Blanc-gebied), waar hij in 1916 het hoofd werd van het Sanatorium Elisabeth.

In Bokrijk ging de wetenschappelijke leiding in het sanatorium nu over naar Dr. Louis Albert Loriers, geboren omstreeks 1875. Over deze dokter is verder niet zo heel veel bekend, tenzij dat hij in Bokrijk met zijn vrouw Marie Marchant woonde. (Later zou een straat in Bokrijk naar hem vernoemd worden)

We stootten verder ook op de naam van de vroeg gestorven Dr. Adhémar Goedertier (Lede 1875-Wetteren 1909) als één van de behandelende geneesheren. Deze Goedertier was de broer van Arsène, de man, die berucht werd door zijn diefstal van het schilderij de Rechtvaardige Rechters. De jonge dokter woonde in bij Dr. Loriers, in de voormalige "châlet" van jager Simons. De opzoekingen van Alex Marut in de bevolkingsregisters van Genk tonen aan dat hij over was gekomen uit de Zandstraat 15 in Wetteren, op 11 april 1906 in Bokrijk aankwam en er verbleef tot 17 december 1908. 

 

Er werkten dus ook meerdere dienstknechten en meiden in Bokrijk. Hun aanwezigheid diende aan de toenmalige Veldwachter worden bekend gemaakt, die deze informatie doorspeelde aan de Gemeente Genk. Deze nam de gegevens op in haar bevolkingsregisters. Dank zij doorgedreven archiefonderzoek kon Alex Marut heel wat interessante informatie in dat verband naar boven spitten voor wat betreft de periode 1900-1908. Zijn lijst, die© is, werd met uitdrukkelijke toestemming overgenomen.

 

Dienstknechten

Stulens, Peter (°Eygen Bilzen, 6.8.1872, uit Eigenbilzen op 5 april 1904, dienstknecht, vertrok op 26.05.1906

- Van Herreweghe, Jan Edward (°Wetteren, 11.9.1886), uit Wetteren op 30 juni 1905 dienstknecht, vertrok op 02.06.1908

- VAN WIELE Josef Hendrik (°Vrasene, 18.11.1877), uit Vrasene op 14 april 1904 dienstknecht, vertrok op 19.09.1905

 

Andere werklieden 

De functie van een aantal aanwezigen in het sanatorium werd ook omschreven als "Dienstbode" of "Bediener": omdat het niet helemaal duidelijk is of ze gelijksoortig werk verrichtten als de "Dienstknechten" hebben we ze in deze rubriek apart vermeld:

- Batselier, Petrus Gustave (°Denderbelle, 8.3.1863), uit Dendermonde in 1897, was een werkman en tuinier. Hij bleef tot 20.10.1902 en vertrok vervolgens weer naar Denderbelle (?)

- Reyskens, Pieter Jan (°Genk, 4.1.1876), uit Theux gekomen op 30 september 1902 Was dienstbode, vetrok op 18.02.1903 naar de Justus Lipsiusstraat 29 in Leuven

- Van den Bossche, Louis (Sint-Gillis, 10.3.1848), uit Sint-Gillis op 31 maart 1902 was dienstbode, vertrok op 21.02.1908

- Van den Brande, Jan Louis (°Antwerpen, 8.9.1857), uit Berchem gekomen op 30 april 1903 Hij was een beenhouwersgast, die op 15.01.1904 terug naar Berchem vertrok

- VAN MOL Arthur Frans (°Sint-Gillis Dendermonde, 23.12.1878), uit St.-Gillis Dendermonde  gekomen op 26 april 1904, werkzaam als bediener, en op 05.05.1905 terug naar St Gillis gegaan

  

Geestelijken

- De Gruyter, Louis Antoon Marie Lambert (Den Haag, 9.6.1879), uit Bilzen op 30.04.1904, was kapelaan, vertrok op 29.03.1905 naar Luik. De opzoekingen van Marut geven geen plaatsvervanger op, hetgeen erop zou kunnen wijzen dat de functie niet meer werd ingevuld.

 

Functie onbekend

- Kindermans, Jan Baptiste (°Meldert, 30.11.1869), uit Meldert op 17 januari 1902, vertrok op 03.05.1902 weer naar Meldert

- Van Gent, François Hubert (°Aerschot, 4.3.1861), uit Denée op 13 juni 1904, zonder beroep, vertrok op 12.07.1908 naar Houthalen

 

Zusters (?)

- Baerts, Augusta (°Kemseke, 24.5.1868)
- Bouts, Melania (°Desteldonck, 20.12.1858)
- Claesen, Anna Maria (°Diepenbeek, 28.2.1876), uit Zonhoven op 6 oktober 1901, vertrok op 18.01.1902
- D’hooghe, Bertha (°Schoonaerde, 11.12.1873) Van ambtswege geschrapt op 28.12.1911 (hiermeer wordt bedoeld dat de Veldwachter niet op de hoogte werd gebracht van het vertrek, en dat hij deze slecht later heeft vastgesteld en doorgegeven aan de Gemeente Genk
- De Waele, Maria (°Hamme, 18.2.1882)
- Janssens, Carolina (Saint-Nicolas, 3.12.1859) uit Dendermonde gekomen, 24.12.1908 weer naar Vlasmarkt Dendermonde
- Kop, Leonia (Beveren/Waes, 6.1.1860)
- Maes, Florentina (°Dendermonde, 17.7.1871), uit Dendermonde op 4 mei 1905
- Ouderaerde, Maria Louisa (°Moerbeke, 26.10.1862)
- Polissen, Idalia (Waesmunster, 14.8.1875)
- Symons, Elisabeth (°Schriek, 23.4.1865) uit Dendermonde gekomen, 1900
- Van den Berghe, Rosalia (°Kerken, 7.4.1851)
- Van Deum, Emilie (°Heerzele, 27.4.1858)
- Vangysegem, Maria (°Aelst, 26.12.1846)
- Van Ramdonck, Maria (°Gamix, 22.4.1864)
- Van Riet, Alix (Saint-Nicolas, 17.2.1878) Van ambtswege geschrapt op 28.12.1911
- Van Riet, Elisa (°Saint-Nicolas, 28.12.1873)
- Van Wiele, Coletta (°Vracene, 7.4.1880)
- Van Wiele, Joanna (°Vracene, 7.4.1880)

Van de Zusters die in 1896 het TBC-sanatorium mee hielpen opstarten is na 1900 geen enkele blijkbaar nog in Bokrijk aanwezig. De naam Van Gysegem duikt in de twee lijsten op, maar in 1896 ging het om een Joanna Van Gysegem, in de periode 1900-1908 om Maria Van Gysegem of Vangysegem.


5) De strijd tegen de tuberculose

Zoals gezegd, bestond het plan er nu uit, zich toe te leggen op de longziekte tuberculose of TBC. Jaarlijks stierven in die tijd nog om en bij de 13 000-14 000 mensen aan deze besmettelijke ziekte.

De eerste geneesheer, die tuberculose als een aparte ziekte identificeerde, was de Bretoen René Laënnec (1781-1826). Wel duurde het nog ettelijke jaren, vooraleer de ziekteverwekker zelf geïdentificeerd werd. De naam van Laënnec is vandaag de dag misschien wat vergeten, maar hij geldt eveneens als de uitvinder van de stethoscoop. Gezien zijn pioniersrol op het vlak van tuberculose, is het niet verwonderlijk, dat zijn beeltenis ook op zegels verscheen, die in de 20 ste eeuw in menig land verkocht werden om de strijd tegen tuberculose extra te financieren.

 

Het was de Duitse dokter Herman Brehmer (1826-1889) die ontdekte dat gezonde lucht een gunstige invloed had op tuberculosepatiënten. Hij was zelf ´teringlijder´ geweest, en was genezen teruggekomen van een reis in de Himalaya. Hij vestigde zich rond 1854 in Görbersdorf (toen Oost-Pruisen, thans Sokolowsko in Polen). Rond 1863 liet hij er het eerste sanatorium voor tuberculosepatiënten bouwen. Hij pleitte naast voor gezonde lucht ook voor beweging. Zijn opvolger Peter Dettweiler, een voormalige patiënt daarentegen pleitte voor veel rust.

Pas in 1877 identificeerde de Duitse geleerde Robert Koch -de vader van de bacteriologie- de dodelijke bacil die verantwoordelijk was voor de aandoening. Jaarlijks stierven in die tijd nog 13 000 à 14 000 Belgen aan de verschrikkelijke ziekte. We zullen in een later stadium en in een apart artikel op Retroscoop aandacht besteden aan de zeer interessante campagne die jaarlijks en in zowat alle Europese landen gevoerd werd, om geld bijeen te krijgen voor het onderzoek naar de behandeling van TBC te stimuleren. Posters, vignetten, anti-tering postzegels, folders... De grote middelen werden tijdens het interbellum ingezet ten bate van de grootmoeder van alle groots opgevatte gezondheidscampagnes.

Deze wijziging van bestemming (TBC) en eigenaar (Zwartzusters) veranderde niets aan de doelgroep van de instelling in Bokrijk, namelijk patiënten uit de eerder begoede kringen. Alex Marut, erg gepassioneerd door de lokale Genkse geschiedenis onderzocht de registers van de burgerlijke stand te Genk om na te gaan, of er in de periode 1893-1900 overlijdens te noteren vallen die gelinkt kunnen worden aan het sanatorium. Hij schreef ons in dit verband:

"Hieruit blijkt dat er drie overlijdens plaatsvonden van personen die niet in Genk woonden en op relatief jonge leeftijd daar stierven. Of zij er patiënten waren en welke de doodsoorzaken waren, konden wij niet achterhalen."

Wat echter een sterke aanwijzing is dat het om (TBC-)overlijdens ging in het sanatorium, is dat de aangifte telkens werd gedaan door Gerard Pannemans. Het resultaat van de opzoekingen van Marut leert ons (op.cit.): 

- Op 29 juli 1896 omstreeks 23 u overleed abt Ludovicus Ursmar Gravez, ongehuwd, 29 jaar oud, geboren te Houdeng-Goegnies, woonachtig te Strepy-Bracquegnies, zoon van Celestin Joseph Gravez en van Clementina Everard.

- Op 22 december 1897 omstreeks 22 u overleed advocaat Fréderic Delsaux, gehuwd met Louisa Maria Leopoldina Van Hoy, 30 jaar oud, geboren te Bergen, woonachtig te Bergen, zoon van Aimé Joseph Delsaux en van Antoinetta Josephina Guilielma Aumuller.

Op 27 december 1897 omstreeks 21 u overleed Adolph Collin, gehuwd met Julia Dubreux, 42 jaar oud, geboren te Couillet, woonachtig te Couillet, zoon van Louis Collin en van Maria Johanna Prische. 


De periode 1901-1908 wordt momenteel nog onderzocht. Wat zeker is, is dat in 1901 een nieuw overlijden te noteren viel, namelijk die van de kunstenaar Evert Larock  (1865-1901), zoon van een staatsveearts.

In het Retroscoop-archief bevond zich eveneens een doodskaartje van ene Richardus Mys uit Gent, in 1903 overleden te Genk-Bokrijk. Dank zij het opzoekingswerk van Alex Marut bestaat er ondertussen ook zekerheid over, dat ook de 22-jarige student geneeskunde met Napoleon III-snor zijn laatste momenten in het sanatorium aldaar doorbracht.

    .

6) Het einde van een kuuroord

In 1908 werd opeens met het initiatief gestopt, en werden de gebouwen verkocht.  De reden voor de plotse stopzetting van het initiatief had te maken met de activiteiten van ene André Dumont. Hoewel deze bedrijvige geoloog Limburg op de kaart van België zou zetten met zijn ontdekking van steenkolen in As in 1901, betekende zijn vondst tegelijkertijd ook de doodsteek voor de activiteiten van het sanatorium. In 1907 werden de Limburgse steenkoolmijnen -met uitzondering van Houthalen (°1923) officiëel opgericht. En dat men heel wat van deze ontdekking verwachtte in Limburg, was duidelijk merkbaar op de Provinciale Tentoonstelling die in 1907 in Sint Truiden georganiseerd werd. Deze tentoonstelling was opgevat als een miniatuur-wereldtentoonstelling, compleet met paviljoenen en bloemperken. Op deze tentoonstelling was de mijnbouwsector prominent aanwezig, ook al was er nog lang geen steenkoolmijn in Limburg actief. 

 
Heliotype De Graeve 12459

Het was niet alleen een kroniek van een aangekondigde economische expansie: er hing letterlijk en figuurlijk toen al iets in de lucht, en dat was nu net wat de Zwartzusters ongerust maakte... Cruciaal voor TBC-patiënten is immers een gezonde, heilzame lucht.

 Twee jaar later, in 1909 besloten ze het zekere voor het onzekere te nemen, en het sanatorium op te doeken. Een andere bestemming of doelgroep werd daarbij blijkbaar niet overwogen. De onzekerheid die samenhing met de gevolgen van de steenkolenproductie leidde dan ook tot de ontruiming van de gebouwen. De zusters lieten de inboedel van 60 kamers naar Dendermonde overbrengen, en er tijdelijk stockeren.

Of ook financiële overwegingen een rol hebben gespeeld, is onduidelijk. Hoewel de zusters zich uit Bokrijk terugtrokken, lag het wel degelijk in hun bedoeling om zo snel mogelijk naar elders uit te wijken, en opnieuw met een sanatorium te beginnen. De streek van Nijvel werd in dat verband overwogen. Uiteindelijk zou de Grote Oorlog er anders over beslissen. De Duitse bezetters staken het klooster van Dendermonde in brand, en ook de volledige inboedel uit Bokrijk ging daarbij verloren.

  


Het klooster van de Zwartzusters voor en na de Duitse inval...
De inboedel uit Bokrijk ging volledig verloren, net als een groot
deel van het archief. De twee torens van de kerk raakten hun spits kwijt.

In feite zou achteraf blijken dat de Zwartzusters misschien iets te snel zijn weggetrokken uit Bokrijk. Hoewel de steenkoolmijnen officiëel in 1907 opgericht werden, zorgden allerhande technische en politieke problemen voor een serieuze vertraging in de ontginning.

Zo bevond zich op alle plekken waar geologen met succes naar steenkool hadden gedolven, met uitzondering van Winterslag, een watervoerende bovenlaag. Hier delven naar steenkool vereiste eerst een aantal specifieke technische oplossingen, die echter niet meteen gevonden werden. Zelfs in Winterslag zou het nog tot 1917 duren, alvorens de steenkolenproductie op gang kwam.

De gebouwen en het terrein werden op 21 mei officiëel eigendom van een Broederorde uit Luik, die er een noviciaat en een rusthuis wilden oprichten. De aankoopakte opgesteld door de Dendermondse notaris Vermeersch spreekt van een aankoopsom van 238 000 fr. In 1909 werd fase 1 van de bouwplannen van de Broeders verwezenlijkt. Ze werden getekend door Broeder Joseph Mansuy, die Directeur was van het St. Barthomomy-instituut van Luik. Werfleider-opzichter was Broeder Macelis uit Leuven, en de twee aannemers, Louis en Frans Lenoir kwamen uit Orps-le-Grand. De vijver achter het voormalige sanatoriul werd in die tijd gedempt.

Wellicht maakten de broeders tijdens de bouw van hun klooster tijdelijk gebruik van de gebouwen van het sanatorium. Ze blijken immers al vanaf 27 juni 1908 op de site aanwezig te zijn, samen met een 10-tal eerste novicen. Omstreeks 1909 werd op de plek waar de loods en burelen van de zandwinning hadden gestaan met de aanleg van een kerkhof begonnen. Alex Marut vond volgende namen terug van Broeders die in de overgangsfase in het voormalig sanatorium hebben gelogeerd: 

- Coninx, Jean (°Lanklaer, 4.4.1885), uit Florennes op 5 februari 1909. Broeder die met nog 5 andere Broeders uit Florennes hun intrek in Bokrijk namen

- Gijbels, Jacques Henri (°Caulille, 24.9.1850), uit Chatelet op 24 december 1908. Hij was “bestuurder eener school”

- Hutin, Felix Joseph (Saukme, 22.8.1844), uit de Grande Route 464 te Jemappes . Hij was er directeur van het Institut Saint Fernand. Hij kwam aan in Bokrijk op 21 augustus 1908 en vertrok op 22 augustus 1910 naar de Pensionaatstraat 255 te Malonne

- Meyras, Félix (°Vazeilles, 13.1.1877), uit Leuven op 4 januari 1909 was een Franse kloosterling

- Wauters, Jean François (°Meysse, 9.7.1868), uit Binche op 5 februari 1909. Broeder van de Broeders der Christene Scholen.

De Franstalige Broeders die vervolgens aankwamen, hadden blijkbaar allemaal namen die met een M begonnen. Zo was de eerste Broeder die een eenvoudig graf kreeg op het privé-kerkhof als Maynard-de-Jesus bekend geweest. 

In 1912 werden aanpassingen aan de boerderij uitgevoerd, en werd ook de fles gevonden, die van de oprichting van de kapel in 1986 getuigde. De boerderij werd in 1927 nog veel grondiger onder hande genomen.

De gebouwen van het sanatorium werden niet meteen afgebroken, maar nog een tijdlang gebruikt. Van zodra de Broeders voldoende geld hadden om de volgende fase van hun bouwwerken aan te vatten, werd het ´oud´ sanatorium ontmanteld. Dit gebeurde wellicht omstreeks 1925. De oude gebouwen van het Sanatorium bleken in die tijd "vervallen" te zijn. De afbraak was noodzakelijk geworden, om fase 2 van de bouwwerken in Bokrijk aan te kunnen vatten. In de periode dat de Franstalige broeders in de gebouwen in Bokrijk verbleven, stierven er ook een aantal. Daarom werd ter hoogte van de vroegere zandgroeve een klein kerkhof aangelegd. Naar verluidt valt het op, dat de namen van de broeders die er begraven liggen steeds of zo goed als steeds met een M beginnen.

In 1937 namen Nederlandstalige Broeders de plaats in van hun Franstalige collega´s, en richtten er een Normaalschool voor Broeders op. Hieruit ontstond later het Sint Jozefsinstituut, de middelbare school die lang enkel voor jongens toegankelijk bleef.

 
7) Epiloog

Het sanatorium voor TBC-patiënten bestond al verschillende jaren, vooraleer er ook op nationaal vlak een aanpak van de ziekte kwam. Vanaf dan werd de strijd ook internationaal op een gecoördineerde manier aangebonden met deze zeer besmettelijke en gevaarlijke ziekte.

In de 1940´s werden er voor het eerst antibiotica op de mens uitgetest om de tbc-bacil te bestrijden. Dit leidde in eerste instantie tot streptomycine in 1944. Het zou echter nog 20 jaar duren, vooraleer een echt doeltreffende en succesvolle combinatie van verschillende medicijnen op punt werd gesteld. Vanaf dan was een progressieve afschaffing van de sanatoria en preventoria in België waarneembaar. Voor een interessante geschiedenis van de strijd tegen de TBC, zie ondermeer de curus van na- en bijscholing voor apothekers van SC Practidisc Special.

De Zwartzusters van Dendermonde, die op hun hoogtepunt met ongeveer 100 waren, zijn thans nog met 19. Behalve in Bokrijk waren ze nog op diverse andere plaatsen in het land aanwezig, ondermeer in het Kamp van Beverloo (Leopoldsburg). Ze zijn eveneens actief geweest in (Belgisch) Kongo.

 

Geraadpleegde bronnen en contactpersonen

Zeer veel dank gaat uit naar de Zwartzusters van Dendermonde, in het bijzonder Zuster Magda, die de nog bestaande documenten van deze episode bereidwillig ter beschikking stelde. Het betrof

- een reeks notariële oprichtingsakten uit de 1890´s
- het Memorieboek der Zwartzusters: intern ´logboek´ waarin de Zusters de belangrijkste gebeurtenissen omtrent hun orde in vermelden
- ongedateerde promotiebrochure voor het Sanatorium en promotie-postkaarten uit 1905
- artikel "Zeventig jaar geleden werd te Bokrijk prestigieuse Kneipp-inrichting gesloten Het Belang van Limburg 23 feb. 1979 door Clem Reynders

Men dient in het achterhoofd te houden, dat het merendeel van het archief van de Zwartzusters tijdens de brandstichting door de Duitse troepen tijdens WO 1 verloren is gegaan.

Verder onze oprechte dank aan voormalig Belang van Limburg journalist Clem Reynders voor de zeer interessante aanvullingen en tips. Dhr. Reynders is thans hoofdredacteur van het vakblad Pluimvee. Last but not least...

Dhr. Jan Zoons heeft ons op voortreffelijke wijze verder geholpen, door eens en voor goed de juiste ligging van het sanatorium vast te leggen. Zonder zijn zeer gewaardeerde hulp zou dit artikel niet zijn geworden wat het nu is. Het Retroscoop-artikel steunt in belangrijke mate op zijn volgende publicaties:

- Kroniek van bijna een eeuw aanwezigheid van de Broeders van de Christelijke Scholen in Bokrijk (1908-1997) Hoofdstuk 1 (KWB, 1997)

- Het Kneippkuuroord van Bokrijk in Bokkesprongen jg. 8 n° 29 jan-maa 2002. Het artikel werd verdergezet in de nummers 30 en 31.

- Een trein door Bokrijk in Bokkesprongen jg. 4 n° 16 okt-dec. 1998
 

Dhr. Alex Marut zorgde voor de bevestiging van ons vermoeden dat R-E Mys in het Sanatorium van Bokrijk overleden was, door zijn opzoekingswerk in de archieven van de Bevolkingsdienst van het Genkse gemeentelijk archief. Tevens verschafte hij ons de namen van drie personen, die naar alle waarschijnlijkheid in het sanatorium overleden in de periode 1893-1900. We zijn hem ook erg erkentelijk voor de toestemming om de resultaten van zijn opzoekingen omtrent de bewoners van het Sanatorium tussen 1900 en 1908 te mogen gebruiken in dit artikel. Bij dit laatste gebruikte hij als bron: S.A.Genk, Volkstelling 1901-1910, Boek 3 ff° 146-147 

Verder ook onze zeer oprechte dank voor de puike opvolging door het KADOC in Leuven van de aanvraag van Retroscoop in verband met de twee rode reclameboekjes uitgegevn door het sanatorium van Bokrijk. Dank zij Jan Zoons wisten we van het bestaan van deze boekjes, maar enkel fotocopies van de foto´s uit de brochures leken in zeer beperkte omloop te zijn. De boekjes maakten deel uit van het archief van de Broeders der Christelijke Scholen in Bokrijk. In de 1970´s verhuisden ze naar het klooster van Groot-Bijgaarden, waar deze broeders allerlei archieven uit verschillende instellingen samenbrachten. Enkele jaren geleden was het aantal broeders zodanig terug gelopen, dat het klooster van Groot-Bijgaarden verlaten werd. Het hele archief werd daarbij aan het Katholiek Documentatiecentrum KADOC in Leuven overgemaakt. Op het moment dat onze aanvraag het KADOC bereikte, diende heel het archief uit Groot-Bijgaarden nog te worden geïnventariëerd. Vanuit het KADOC kwam er echter een belofte om Retroscoop te waarschuwen, van zodra deze boekjes gecatalogeerd zouden zijn. Deze opvolving is werkelijk tiptop verlopen. Retroscoop brengt dus graag haar dankbaarheid tot uitdrukking hieromtrent ! 

We vonden ook relevante informatie in:

- Belgisch Nationaal Werk tot Bestrijding der Tuberculose: Een halve eeuw strijd tegen de Tuberculose in België 1997-1947

- Luyten Jo: Limburg voor Christus: Repertorium van kloosters, priorijen en abdijen van vrouwelijke religieuzen in Limburg (1822-2007)

- Meus, Christiane: Kuurtoerisme in de Provincie Limburg (Eindwerk uit 1974, raadpleegbaar in de collectie Limburgensia van de Provinciale Bibliotheek Limburg te Hasselt. (plaatsingsnummer: LA-E-370) Een zeer degelijk onderbouwde en zeer interessante thesis voor het behalen van een graduaat Toerisme

- Pee L.  e.a.: 500 jaar Zwarte Zusters te Dendermonde 1491-1991

- Vandenbosch G.: Monasticon van Zwartzusters-Augustinessen in België (Brussel 1998)

 

Vond je dit artikel interessant, laat dan zeker commentaar achter in ons gastenboek ! Ook wie meer informatie of afbeeldingen heeft over het sanatorium van Bokrijk en dit wil delen, kan ons altijd contacteren via info@retroscoop.com.

Alvast bij voorbaat dank.

 
 
database afsluiten