Retroscoop - Virtuele wandeling in en rond de Koloniale Hogeschool in Antwerpen RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Koloniale Hogeschool
in Antwerpen
Een virtuele rondwandeling

Benoit Vanhees

 
Foto: Jan Vanoosterweyck
Kepi behorend tot het uniform gedragen door

de studenten van de Koloniale Hogeschool

Aansluitend op het artikel over Norbert Laude, directeur van de Koloniale Hogeschool van Antwerpen van 1926 tot 1958 in werd deze virtuele rondleiding aan de hand van foto´s en postkaarten uitgedokterd. Beide artikels werden gemakkelijkheidshalve in de rubriek Maatschappij ondergebracht, hoewel deze rondleiding net zo goed in de afdeling Architectuur paste. Het fraaie hoofdgebouw van de (voormalige) Koloniale Hogeschool heeft immers heel wat verrassends aan te bieden !


1) De toestand voor de brand van 1929


de gebouwen waren verbonden door padjes, die doorheen
een park en moestuintjes kronkelden


Van links naar rechts: het hoofdgebouw,
het internaat en de directeurswoning

De "koloniale campus" bevond zich aan de Middelheimlaan in Berchem, Antwerpen. De Liberale Antwerpenaar Louis Franck, Minister van Koloniën had zijn politiek gewicht in de schaal gelegd, om de nieuwe hogeschool in Antwerpen te mogen vestigen. De havenstad reageerde enthousiast op het voorstel, en schonk een groot stuk grond in Berchem voor dit doel. De eerste promotie, die van 1920 kreeg ten voorlopige titel les in een aantal houten barakken, die voorheen gebruikt werden voor de Antwerpse floraliën. (1)

Het was een geheel van verschillende gebouwen, met elkaar verbonden door onverharde wegjes. Na verloop van tijd werd de wild groeiende natuur tussen de gebouwen vervangen door goed onderhoude percelen, gebruikt als moes- of siertuin.

Naast het hoofdgebouw was er tevens een groot internaatsgebouw, dat evenwijdig liep met het academisch gebouw. Er was verder een directeurswoning, een gebouwtje voor inspecteurs (later voor de sportleraar en wapenmeester) en de portier, een kleine bakstenen constructie die een transfo herbergde en een garage.

a) het hoofdgebouw

Het hoofdgebouw was een ontwerp van ingenieur-bouwmeester Walter Van Kuyck (1876-1934). Van Kuyck was eerder belast met een nieuw ontwerp voor de Koninklijke Stapelplaatsen in Antwerpen Noord, nadat de oude gebouwen in 1900 door een brand verwoest waren. Ook het Sanatorium Marin (Institut Georges Born) in Wenduyne was één van zijn creaties. Van Kuyck was tevens docent en uiteindelijk directeur van de Nijverheidsschool. (1)(2)

Zijn ontwerp uit 1921 voor het hoofdgebouw van de Koloniale Hogeschool had een H-vormig grondplan. Telde de hoofdvleugel slechts 1 verdieping, dan werden er twee voorzien voor de zijvleugels. Dit resultaat werd bereikt door het gebouw op een lichtglooiend terrein te plaatsen. Door het gebouw te bekronen met mansardedaken, kon een extra zolderverdieping gecreëerd worden. Oude foto´s uit de 1920´s laten vermoeden dat deze zolderruimte niet werd gebruikt, blijkbaar zelfs niet als stockeerruimte.

Het hoofdgebouw bevatte een ontvangstruimte, een (klein) auditorium, leslokalen, een bibliotheek, een sport- en wapenzaal, een refter en keuken en ondermeer ook nog een soort kapel. Een centrale gang liep van zijvleugel tot zijvleugel, dwars door de centrale as. Oude postkaarten tonen een nog zeer sobere inrichting,ondermeer voor wat betreft de vloer. Er werden over de hele lengte wandkastjes opgesteld, waarin later de collectiestukken meegebracht door ondermeer missionarissen in werden ondergebracht. Ook aan de muur werden systematisch voorwerpen uit Belgisch Kongo aangebracht.

De collectie bevatte ondermeer wapens, maskers en tropische vlinders met indrukwekkende afmetingen. Tijdens de grote brand en later tijdens de sombere oorlogsjaren werden heel wat collectiestukken beschadigd of gestolen. De tweede postkaart toont de uitbreiding van de verzamling, en dat er een loper in het midden van de centrale gang werd gelegd. Een kleine ingreep die voor iets meer allure zorgde.

Vanuit het hoofdgebouw kon men zich via een korte verbindingsgang naar het internaat begeven.

 

 b) het internaat

 

  

Net zoals de directeurswoning was het internaat in koloniale stijl opgebouwd, met zogenaamde "barza´s". Dit zijn balkonnen die helemaal rondom een gebouw lopen, zoals men ze bijvoorbeeld ook zag aan het ABC-hotel in Kinshasa.

De bovenste postkaart toont nog een savanne-achtige tuin, waarin enkel nog een schichtige gazelle of een niets goeds voorspellende leeuw in ontbreekt. Op de postkaart daaronder werd het terrein volledig vrijgemaakt. Later werden sier- en moestuinten aangelegd op deze weer op de natuur heroverde terreinen.

De studenten van de Koloniale Hogeschool verbleven verplicht in het internaat, wat geïnspireerd was op de Engelse traditie. Dit voortdurend bij elkaar zijn van de studenten moest de onderlinge kameraadschap en esprit de corps in de hand werken, elementen die van cruciaal belang waren bij een latere koloniale loopbaan.

Geen studenten zonder krasse verhalen over zotte fratsen: in de jaren ´50 waren er jaarlijks altijd wel een paar malloten, die er niets beters op gevonden hadden om met een brommer of moto tot op één van de verdiepingen te rijden, en dan "toerkes" op de barza´s te draaien, tot grote ergernis van de bewaker.

Het totaal afgeleefde internaatgebouw werd omstreeks 1955 volledig afgebroken. Wat er met de inboedel van de kamers gebeurd is, is één groot vraagteken. Het ziet er echter naar uit dat de oude postkaarten en de straffe verhalen van ex-studenten het enige zijn die aan dit gebouw herinneren.

Om de overgang vlekkeloos te laten overgaan, werd pas met de afbraak begonnen, toen een nieuw internaatsgebouw afgewerkt was. Die nieuwbouw was in de eerste plaats een functioneel gebouw, maar o.i. niet meteen sierlijk te noemen. Liefhebbers van naoorlogse architectuur zullen het evenwel hier wellicht niet mee eens zijn. Ook dit gebouw komt zowat aan het einde van haar levenscyclus, en zal op zijn beurt in de nabije toekomst worden afgebroken. Het ligt niet in de bedoeling om op die plek een nieuw, groot gebouw aan te leggen, enkel maar een paar kleinere constructies. Daarmee zou het hoofdgebouw dus op een vrij grote open ruimte komen te staan, zonder storende elementen voor (amateur-)fotografen.

2) De grote brand van 1929 

In 1929 woedde een zeer felle brand in het hoofdgebouw van de Koloniale Hogeschool. De brandweer kon weliswaar verhinderen dat de brand oversloeg naar het grotendeels uit hout opgetrokken internaatgebouw, maar een groot deel van de inboedel van het hoofdgebouw ging in de vlammen op. Er werden na de bluswerken tal van foto´s getrokken, die allemaal aantonen dat de vlammen en instortend puin voor zeer veel schade hadden gezorgd. Het mansardedak ging volledig verloren, tonnen puin vielen daarbij tot de gelijkvloerse verdieping. De verwoestingen vonden plaats van zijvleugel tot zijvleugel. De inhoud van de bibliotheek werd blijkbaar gered. Zoals bovenstaande foto aantoont, staat het borstbeeld van de eerste directeur, Commandant Lemaire ongeschonden tussen de povere resten van de voormalige bibliotheek. 


Het standbeeld van de
Commandant
in betere tijden

Over de oorzaak van de brand hebben we geen informatie gevonden: een incident in de keuken, een uit de hand gelopen chemie-experiment, een achteloos weggeworpen brandende peuk... Feit is dat er amper 3 jaar nadat Norbert Laude directeur was geworden van de Koloniale Hogeschool, enkel nog de muren van de school recht stonden. Toch zou hetzelfde gebouw -in licht gewijzigde vorm- snel weer als een feniks uit zijn assen herrijzen.

3) De heropgebouwde Koloniale Hogeschool

Bij de heropbouw van het afgebrande hoofdgebouw werd besloten om niet opnieuw een Frans dak aan te leggen. In de plaats werd geopteerd voor een plat dak, dat afgezoomd werd met sobere Art Deco-sierelementen. Het ontwerp van deze louter decoratieve omheining was van Mabel Ravert. Zij was de dochter van de baas van het steenkappersbedrijf, die de sierelementen leverde.

Die Mabel Ravert moet in die tijd een creatieve jongedame zijn geweest, die ook als kunstschilder actief was. Verrassend genoeg hadden verschillende van die werken het maanlandschap als onderwerp, lang voordat Armstrong in 1969 "one giant leap" voor de mensheid maakte. Mabel Ravert heeft steeds geweigerd om haar doeken te verkopen: om het geld moest ze het niet doen. Ze schonk slechts twee doeken weg: de rest van haar collectie schonk ze aan de stad Aarschot.

Het verdwijnen van de Franse daken gaf het gebouw meteen een veel slanker, en o.i. ook eleganter uitzicht. De rechtopstaande daken gaven het immers een wat meer gedrongen indruk. Ook het vervangen van de daken op de toren en zijvleugels door koepelvormige structuren oogt bijzonder geslaagd. De kleine kapel werd ondergebracht onder de koepel van de rechtertoren.

In de 1980´s lieten de verantwoordelijken van dit universiteitsgebouw als denkoefening een foto retoucheren, om te zien hoe het gebouw eruit zou zien, zonder Mabel Ravert´s sierelementen. Wie deze geretoucheerde foto te zien krijgt, ziet meteen dat er ergens iets aan de compositie wringt, het "evenwicht" in het architecturaal geheel op de één of andere manier zoek is. Vreemd hoe kleine details soms zo´n impact kunnen hebben op een totaalbeeld. De sierlijsten werden dan ook -wijselijk mogen we wel zeggen- op het dak gelaten...

 


Vooraan de T-vormige vijver, centraal de directeurswoning, 
uiterst rechts de portierswoning, die haar Frans dak wel behield.

Het interieur van het hoofdgebouw

a) de ingang en de centrale gang

Wie vandaag via het "perron" naar binnen stapt, loopt onder een plat afdak, ondersteund door twee Dorische zuilen. Eens binnen, zijn aan de ingang nog steeds een aantal opvallende Art Deco-elementen waar te nemen.

   

Wat meteen ook opvalt in de inkomhal en de centrale gang is het intens gebruik van marmer van verschillende kleuren. Over de onderstaande drie treden liepen ooit koningen, kardinalen, hoge officieren, Luftwaffe-personeel, studenten, leden van de Weerstand en het Geheim Leger, bezoekers uit Belgisch Kongo, waaronder Lumumba...


 

 

Op bovenstaande ongedateerde groepsfoto van studenten in uniform kan men reeds het dambordpatroon in rood en wit marmer op de vloer bemerken. Ook de zijwanden werden tot ongeveer 1 m hoogte van marmer voorzien. Hiervoor werd donkerrood à paars marmer met witte nerven gebruikt, die mits wat fantasie aan bladeren van rode kool doen denken.

Daaronder de gang in 2011, en een detailfoto, getrokken in een hoek. Deze foto toont links de originele marmersoorten, en rechts een later toegevoegd stuk rond een nieuwe nooddeur. Bij deze restauratie werd getracht om zoveel mogelijk de oorspronkelijke decoratieve stijl te respecteren. Het rood-grijze marmer onderaan werd blijkbaar niet meer gevonden. Dezelfde foto toont meteen ook, dat er naast wit, rood, donkerrood à paars en donkergroen marmer hier en daar zelfs de okerkleurige variant van de delfstof werd verwerkt. Toch krijgt men helemaal geen gevoel van ´trop is teveel´. Het grote voordeel van marmer is natuurlijk de duurzaamheid van deze delfstof, het nadeel is dat heel wat moderne onderhoudsproducten de kalkverbinding kunnen aantasten.

Naast het enthousiast gebruik van marmer valt ook het kleurrijk hout van de paneeldeuren in de gang op. Deze werden vervaardigd uit tropische houtsoorten, waaronder limba.

Heel wat deuren waren oorspronkelijk voorzien van een bovenpaneel, versierd met een vijfpuntige ster, de ster van op de vlag van het toenmalige Belgisch Kongo. Vandaag de dag is er nog slechts één van deze bovenpanelen overgebleven: 

Enkele deuren zijn ook nog uitgerust met het origineel beslag, de oorspronkelijke Art Deco klinken, voorzien van krullende schelpmotieven.

     

b) het auditorium

   

Gezien het beperkt aantal werkaanbiedingen op het hoogste administratieve echelon in Belgisch Kongo, was ook het totaal aantal toegelaten studenten per academiejaar erg beperkt. Het Ministerie van Koloniën wilde waakte er door middel van een streng toegangsexamen op, dat enkel zij die uiterst geschikt waren om succesvol in de Belgische kolonie te dienen, aan de opleiding konden beginnen. Geen auditorium dus, met honderden studenten in verschillende stadia van verveling, maar een select groepje dat goed doordrongen werd van de moeilijkheden en beperkingen die aan hun toekomstige baan verbonden was.

De lessenaar op bovenstaande postkaart bestaat uit verschillende soorten tropisch hout, en overleefde zowel de bewogen geschiedenis van de Koloniale Hogeschool als de moderniseringsdrift van na het UNIVOG. Het taaie meubelstuk, van  waarachter docenten al de toekomstige gewestbeheerders uit onze vroegere kolonie hebben toegesproken, leek ons alleen daar al om een aantal foto´s verdiend te hebben... Een van de soorten hout die gebruikt werd was limba-hout. Op de onderste foto ziet men ook een gedeelte van de originele vloertegels.

In hetzelfde lokaal als waar deze ongewone lessenaar te zien is, werden ook lambrizeringen en Art Deco lampen samengebracht, om een zo goed mogelijk idee te geven van hoe het auditorium eruit moet gezien hebben. Die lambrizeringen zijn nog niet op de oude postkaart te zien.

Vandaag de dag worden er zo goed als geen lessen meer gegeven in dit lokaal, en in feite in heel het hoofdgebouw, dat thans de diensten van de rector groepeert. Pour la petite histoire: in het verleden heeft een onbekende hand ook nog eens de "koloniale" lessenaar met schunnige tekeningen opgesmukt. Het is een heel werk geweest om het vlak boven de vijfpuntige ster weer enigszins presentabel te krijgen. 

c) de andere leslokalen 

In het hoofdgebouw zijn vandaag de dag verschillende burelen ondergebracht, die deel uitmaken van de diensten van het Rectoraat. In een aantal van deze bureau´s zijn nog interessante details te zien, waaronder lambrizeringen, enkele oude kasten in dezelfde stijl en houtsoorten, en fraai parketwerk. We noteerden ook afschermende elementen over de verwarming. De vormen van de roosters herinneren duidelijk aan de vormen op de panelen van de oude deuren, wat ons doet vermoeden dat ze eveneens uit de vroege 1930´s kunnen dateren.

 


d) de bibliotheek

Nadat de Universiteit voor Overzeese Gebieden (UNIVOG) in 1962 de deuren sloot, werden de boeken van de bibliotheek verkocht, en de interessante collectie verspreid. Eén van de afgestudeerden van deze instelling die ons zijn herinneringen doorstuurde sprak zijn diepe verontwaardiging uit over de gang van zaken daarbij. Zijn brief parafraserend komt het erop neer dat niet alleen een zeer waardevolle collectie uit elkaar werd gerukt, maar de manier waarop een aantal mensen daarbij profijt zouden gehaald hebben, is niet meteen erg netjes te noemen.

e) de sport- en wapenzaal


(onbekend of de foto van voor of na de brand dateert)

Foto´s uit 1920 van de eerste promotie van studenten van de Hoogere Koloniale School zoals de instelling toen heette, tonen hoe de jongelui de basisbeginselen van het schermen worden bijgebracht.

Volgens Prof. Cornelis was er ook nog in zijn studententijd in de vroege 1950´s aan de UNIVOG nog steeds een wapenkamer en een wapenmeester, een zekere Antoine Loriot. Hij was gedurende de periode 1943-1962 aan de Koloniale Hogeschool en latere UNIVOG verbonden. Net als zijn voorgangers en collega´s combineerde hij deze functie met die van leraar Lichamelijke Opvoeding. Deze voorgangers waren ondermeer:

  • Adjudant Arthur Van Put (1935)
  • Majoor Felix Darien (tussen 1938 en 1957)
  • Césat Hanlet (1938-1940) (er is ook al ind e 1920´s sprake van een Hanlet)
  • Gustaaf Verryke (1939-1941) weerstander, gearresteerd, naar Duitsland afgevoerd en spoorloos verdwenen

De postkaarten van de turnzaal geven een idee van waaruit de opleiding L.O. bestond. Tevens hielden de studenten loopwedstrijden in het nabijgelegen Nachtegalenpark.

De lessen schermen en L.O. waren evenwel niet verplicht. Enkel wie zin had om mee te doen, vervoegde de sporters. 

e) de eetrefter en de keuken


noteer de portretten van Albert 1 en koningin Elizabeth aan de muur

De refter bevond zich in de linkervleugel van het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw van de Koloniale Hogeschool was één van de eerste gebouwen in België, waarbij betonnen balken werden gebruikt. Op de bovenste postkaart van de eetrefter zijn deze goed te zien.

In de 1920´s was het blijkbaar de gewoonte dat de professoren mee in dezelfde refter kwamen eten als de studenten, dit om het gevoel van korpsgeest extra te verstevigen. In de 1950´s was dit voor een deel nog het geval, maar blijkbaar toch al een stuk minder gebruikelijk. Er waren speciale ereplaatsen voorzien voor de studenten die het beste resultaat van hun promotie hadden neergezet, de zogenaamde "chefs de proms". 

 f) het bureau van de directeur (?)

  

We hebben geen zekerheid over waar deze opname gemaakt werd, maar de legende vermeldt dat het om het bureau van Norbert Laude zou gaan, de man die tussen 1926 en 1958 directeur van de Koloniale Hogeschool was (zie apart artikel). Werd deze opname misschien in de Directeurswoning gemaakt ?

Een andere foto toont Laude immers in een wel heel andere setting, waarop de eerder getoonde lambrizeringen herkenbaar zijn, net als de paneeldeur, samengesteld uit donker en honingkleurig hout. De soberheid van onderstaand bureau contrasteert ook fel met de haast frivole decoratie hierboven. Dit bureau zou zich in de centrale toren hebben bevonden. Laude zou ook een privé-lift hebben gehad, waarmee hij zich naar zijn bureau kon begeven.

  

Buitenopnames / huidige situatie

 

  

  

de garage en het transfogebouwtje

Zie verder ook de   website met andere foto´s van het huidig universiteitsgebouw

De directeurswoning (Villa Laude)


De weelderige plantengroei en de glazen kwartbol boven
de toegangsdeur werden later verwijderd

 

De huidige situatie:

 

De directeurswoning is in feite een exacte copie van het huis die Commandant Lemaire als militaire bevelhebber in Coquilhatville betrok. Blijkbaar had de vrijgezel de bouw van zo´n copie als voorwaarde gesteld, indien men wou dat hij de leiding op zich zou nemen van de nieuwe Hoogere Koloniale School. En zo gebeurde. Hij verbleef er tot zijn dood in 1926, waarna Norbert Laude er tot zijn emeritaat in 1958 zijn intrek in nam. Volgens Prof. Cornelis, die vanaf 1953 aan de UNIVOG studeerde, was de echtgenote van Laude zeer discreet, en zagen de studenten haar nauwelijks.

De derde en laatste directeur van de instelling die sedert 1949 in UNIVOG was herdoopt, de Luxemburger Georges Schmit vond de woning maar niets, en verkoos een modern appartement in de Van Putlei. Later zat er ondermeer nog een biologieprofessor in dit gebouw, die zowaar tsé tsé-vliegen in de kelder kweekte, en zich bijzonder interesseerde voor de kwestie van waterzuivering.

Vandaag de dag zit de Personeelsdienst van de Universiteit Antwerpen in dit gebouw. Geen enkel element van de inboedel herinnert nog aan de Laudes.

Vooraan in de tuin van het Middelheim-complex, rechts ten opzichte van het hoofdgebouw bevindt zich nog de sokkel van een standbeeld, dat Baron Dhanis afbeeldde. Het beeldhouwwerk was eigenlijk een verheerlijkende allegorie, die een fiere negerin toonde, die in een dankbaar gebaar een bay richting Dhanis omhoog bracht, terwijl een wel heel verdacht uitziende Arabische slavenhandelaar zich in zeven haasten uit de voeten maakte. De stad had dit beeldhouwwerk naar de Koloniale Hogeschool verplaatst, omdat het op haar vorige ligging in de weg stond. Een nabij groeiende boom werd op een nacht door de bliksem getroffen, en viel met volle gewicht op het standbeeld, dat in verschillende brokstukken uiteen spatte. Deze brokstukken werden weliswaar bij elkaar gebracht en in een stedelijk depot ondergebracht, maar het is zeer de vraag of ooit een bedrijf of de Nationale Loterij of zo bereid zal gevonden worden om de restauratie van het beeld te financieren. Hetzelfde geldt voor een blauwe steen nabij deze sokkel, die nauwelijks nog leesbaar een 80-tal namen van pioniers vermeldt, die in Kongo Vrijstaat het leven lieten.

Tot slot, pour la petite histoire: geloof het of niet, maar er werd ooit een olifant in de tuin van de Koloniale Hogeschool begraven. Toen in 1932  bij een hevige brand alle olifanten van circus Sarrasani de dood hadden gevonden, had circusdirecteur Hans Stock-Sarrasani één van de dode dieren aan Prof. Hasse, een veearts aangeboden.

Deze was zeer opgetogen over het aanbod, omdat het een unieke kans was om eens een dissectie van zo´n zwaargewicht in de Koloniale Hogeschool te laten uitvoeren. Na afloop van deze ongetwijfeld boeiende gebeurtenis, was de vraag natuurlijk, wat er met de restanten van Jumbo moesten gebeuren. Het Museum van Tervuren had al olifantenskeletten genoeg, dus zat er niets anders op dan een bulldozer te laten afkomen, en een groot gat te laten graven om de trieste restanten van de flapoor in te begraven. 

Leestip

Wie meer details wil over de geschiedenis van de Koloniale Hogeschool, de vakken die er gegeven werden, het professorenkorps, de namen van de verschillende promoties en studenten, vindt zeker zijn gading in volgend tweetalig boek:

Middelheim: Gedenkboek ban het Universitair Instituut van Overzeese Gebieden
Uitgegeven in beperkte oplage door Rossel Editions en het Vriendenfonds van het UNIVOG in 1987 314 pag. Rijk geïllustreerd

Dit werk is een absolute "Must Read" voor iedereen die er meer over wil weten ! 

Voetnoten en dankbetuigingen

Graag wil ik mijn erkentelijkheid tot uitdrukking brengen voor de hulp die ik kreeg bij het schrijven van dit artikel. Mijn dank gaat uit naar dhr. Eddy Smets, die me in het voormalig hoofdgebouw rondgeleid heeft, en interessante weetjes wist toe te voegen. Tevens ook dank aan Prof. Eddy Borghers, om dit contact te hebben vergemakkelijkt. Tot slot ook heel veel dank aan Prof. Werner Cornelis, die eveneens het verhaal rond dit gebouwencomplex met zeer interessant feitenmateriaal en grappige anecdotes wist aan te vullen.

(1) De Poorter, Roger: Kommandant Charles Lemaire Pionier en pedagoog (1863-1926) p. 8 (Antwerpen, Koninklijk Vriendenfonds van het UNIVOG, 1985) 

 
 
database afsluiten