Retroscoop - De Antwerpse saga van Dr. Mann en zijn wonderbare poeders RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Antwerpse saga van dokter Mann
en zijn
´wonderbare poeders´

Historiek van een controversiële klassieker

© Tekst en foto´s: Benoit Vanhees
tenzij anders vermeld

Structuur

Inleiding
1) De man achter Mann
2) Een commerciële voltreffer in de maak
3) Een gelukkig gezin
4) Controverse
5) Gebruik... en misbruik
6) Productie en verdeling
7) Een sport- en cultuurminnend Mann
8) Overal binnensluipende reclame
Epiloog

 

Inleiding

             

Als je aan Vlamingen die de jaren ’50 hebben meegemaakt zou vragen om één medicament op te noemen dat sterk  zijn stempel heeft gezet op deze periode, dan is de kans groot dat heel wat ondervraagden de “poederkes van Dr. Mann” zullen aanhalen. In menig Vlaamse huisapotheek en op tal van nachtkastjes trof men dan ook Mann-poeders, tabletten of cachetten aan.

Deze pijnstiller werd gecommercialiseerd via de niet bijzonder  vindingrijke maar duidelijke slogan "Poeders Mann stillen de pijn", of variaties hierop. Gaandeweg werd echter bekend, dat de pijnstiller ook voor andere doeleinden gebruikt kon worden. De hoge concentratie aan cafeïne in het geneesmiddel zorgde namelijk voor een verkwikkend effect, en verdreef het gevoel van vermoeidheid. Het gevolg was dat al snel nogal wat Vlamingen de dag met een pilletje van Dr. Mann inzetten. Het feit dat de poeders van Dr. Mann een plaatsje veroverd hebben in het collectieve geheugen, is dan ook het logische gevolg van de ware rage die het product ontketende. Gezien het snel stijgend verbruik gestimuleerd door publiciteitscampagnes mag men gerust van een maatschappelijk fenomeen spreken.

Zoals verder zal uitgelegd worden, was er een donkere keerzijde aan het commerciële succes. Sommige gebruikers raakten verslaafd aan deze poeders, en het overdreven gebruik ervan had een zeer schadelijk effect op hun gezondheid. Maar laten we -zoals dat hoort bij elk goed relaas- bij het begin van het verhaal beginnen... 

 

1) De man achter Mann

 
Foto op grafmonument

Het was apotheker Maurice Gemoets (1910-1952) die de pijnstillende poeders samenstelde. Hij werd op 3 maart 1910 te Waanrode geboren, de plaats waar de Gemoets-familie vandaan kwam. Hij voltooide met succes zijn studies voor apotheker. Gemoets kocht vervolgens een apotheek in Antwerpen, gevestigd in de Jan Van Rijswijcklaan n° 82, op de hoek met de Markgravelei. Volgens de Vlaamse Inventaris voor Onroerend Erfgoed ging het om een "winkelpand in beaux-artsstijl (...), een ontwerp van Vincent Cols en Jules De Roeck uit 1921." In feite ging het om een dubbelhuis, waarvan het tweede deel in de Markgravelei gevestigd was. De opdrachtgever was ene Henri Van Langendonck. De mooie constructie maakte helaas in 1972 plaats voor een "naoorlogs modernistisch" flatgebouw, dat het statige karakter van de Jan Van Rijswijcklaan eigenlijk grondig verstoort. De andere helft van het dubbelhuis in de Markgravelei 145 bleef wel bawaard, zodat men zich ten minste nog een idee kan vormen hoe het verdwenen hoekhuis eruit gezien moet hebben. (1)

Op 8 april 1944 huwde Maurice Gemoets te Brussel met Paula Vandenbosch (°1921), afkomstig uit St. Niklaas. Gemoets moet in sommige opzichten een nogal kleurrijk figuur zijn geweest, een echte ´commercant´. Indien dit verhaal klopt, zou hij tijdens de oorlog -behalve zijn normale commerce- zo nu en dan wel eens wat vis “onder de toonbank” aan dankbare klanten verkocht hebben. Het hoeft geen tekening, dat dit hem heel wat last hebben bezorgd zou hebben, mocht de Duitse bezetter hierachter zijn gekomen. De waarheid van het verhaal valt echter moeilijk te verifiëren.


In St. Niklaas had zijn collega Tuypens nog voor Wereldoorlog 2 zijn “Poeders Het Witte Kruis´ gelanceerd, geruggesteund door een grootscheepse reclamecampagne in allerlei tijdschriften. De oudste reclame waarop we gestoten zijn, dateert alleszins al van 1932. Zo werd in het tijdschrift "Ons Volk", waarin anders niet zo heel veel reclame verscheen, bijna in ieder nummer reclame voor Het Witte Kruis gemaakt, dat een kruis over de pijn kon maken. (Ook Bayer maakte er meermaals reclame in voor haar "Aspirine") 

   
De oudste tot hiertoe teruggevonden reclame voor Dr. Mann komt uit
een Libelle uit 1946. De "Dank zy toevoer uit Amerika thans in
alle apotheken" suggereert handig dat het pijnstillend middeltje
door de populaire Yanks in hoogst eigen persoon geleverd werd...

"

Uit de oude “logboeken” die hij heeft bijgehouden, blijkt dat hij vanaf de jaren ´40 is beginnen experimenteren met het samenstellen van wat later zijn populaire pijnstiller zou worden. Het verhaal wil, dat een aantal Antwerpse dokters apotheker Gemoets wat geplaagd moeten hebben, door er op te wijzen dat het toch niet kon dat de Sinjorenstad geen eigen pijnstiller bezat, terwijl er in St. Niklaas al een heel succesvolle was. In de buurt van de apotheek van Gemoets woonden inderdaad ongeveer 200 dokters, en verschillende van die heren ontmoetten elkaar in dezelfde kaartclub.


Reclame in Libelle, feb. 1947

Afgaande op bovenstaande reclame lanceerde Gemoets omstreeks 1946 zijn antwoord op “Het Witte Kruis”. Hij doopte zijn versie “Poeders Dr. Mann”. Niet de beroemde Duitse schrijversfamilie, maar de wat ongewone voornaam van Manille Gemoets diende daarbij als inspiratiebron. Manille was de oudere broer van Maurice Gemoets. Deze was leraar en vervolgens schoolhoofd geweest in het dorpje Winksele-Delle (thans bij Herent gevoegd), en stierf in 1942 op amper 43 jaar. Als eerbetoon aan zijn overleden broer gebruikte Maurice Gemoets een deel van de wat ongewone voornaam, verkortte het eerst tot Man, en "verduitste" het vervolgens, door er een tweede "n" aan toe te voegen.

     
Archief Jozef Hamels
Doodsbrief & foto uit 1928

Zo´n korte naam was gemakkelijk te onthouden, terwijl de  "dubbele n" voor een mooi meegenomen associatie met het land van Bayer, Merck en Hoechst zorgde. Als logo werd gekozen voor een vriendelijke, ernstig kijkende dokter met een witte puntbaard. Een vertrouwenwekkende vaderlijke figuur dus, een beetje à la Ernest Solvay.

Pour la petite histoire: Manille Gemoets had een zoon Frits, die eveneens voor apotheker gestudeerd heeft. Frits opende zijn apotheek in Gent. Volgens Guy Gemoets, de oudste zoon van Maurice werd deze neef later Dir.Gen. van een groot Frans farmabedrijf. Maar laten we het verhaal weer oppikken bij Maurice.

 

2) Een commeciële voltreffer in de maak 

 

Het poeder dat apotheker Gemoets had samengesteld, was al snel een verkoopssucces. In reclame uit die tijd werden de poeders aangeprezen als een doeltreffende familiale pijnstiller,“door de maag goed verdragen, onschadelijk, zelfs voor kinderen”.

Volgens de bovenstaande oude verkoopsbrochure waren de poeders “het meest radicale en gans onschadelijke middel” tegen hoofd- en tandpijn, reumatiek, lumbago, sciatiek, pijnen der maandstonden, vermoeidheid en moedeloosheid. Het wonderbaarlijk middel werd ook aangeprezen om griepen en verkoudheden te bestrijden. Een bladwijzer van dezelfde firma vermeldde tevens “overspanning” als één van de kwalen die door het medicijn  met succes bestreden kon worden.

  
Links: Publi Post 1956

De pijnstillers werden verkocht in de vorm van poeders, cachettes en tabletten. De doosjes, ongeveer zo groot als die voor grote lucifers, vermeldden trots, dat het product de zegen had gekregen van de “Dienst Geneesmiddelen Onderzoek”. De DGO controleert of de verhandelde producten wel degelijk bevatten wat er in de samenstelling wordt vermeld. Tevens wordt nagegaan of er zich geen bestanddelen in vinden, die op de zogenaamde giflijsten voorkomen. Sommige bestanddelen mogen ook maar in beperkte mate in medicijnen worden verwerkt. De DGO gaat dan na, of deze dosissen niet overschreden worden. Wat natuurlijk niet kan beletten dat mensen sommige medicijnen dan maar in verschillende apotheken gaan kopen.

Pijnstillers van als die van Dr Mann en concurrenten als het Witte Kruis waren niet zo goedkoop. In de 1950´s kostte een "familiaal" doosje Dr. Mann poeders 20 Bfr, in de 1960´s 35 Bfr. Omgerekend naar vandaag maakt dat deze producten best wel duur. (Om het één en het ander in perspectief te zetten: in 1957 verdiende mijn vader 6000 Bfr./ maand als korporaal in het Leger, een mixer kostte om en bij de 3000 Bfr., een kleine auto 50 000 Bfr.)


Een reclame uit 1961 vermeldt volgende prijzen: Cachetten,
tabletten en doosjes met 10 poedertjes: 19 FR, familiedoos: 35 Fr
 

Van zodra de verkoop begon aan te trekken, begon de firma het gamma uit te breiden. In de vroege 1950’s werd een hoestsiroop op de markt gebracht in flessen voor  volwassenen en een goedkopere versie voor kinderen. Volgens de reclame was ook deze siroop "de enige die de maag niet bederft". Geen idee wat de concurrenten van dit verkoopsargument dachten. De flessen zaten verpakt in een langwerpige kartonnen doos, geïllustreerd zoals hieronder te zien.

    


Collectie Paul Verelst

De derde pijler in het Dr. Mann-gamma waren de "gezondheidspillen". Deze werden gecommercialiseerd in kleine ronde doosjes in een soort lichtrood plastiek en donkerrood bakeliet. Op het deksel was het spijsverteringsstelsel in reliëf aangebracht. De ronde pillendoosjes waren op hun beurt verpakt in een lichtbruin of lichtoranje gekleurd kartonnen doosje. Deze gezondheidspillen waren een “nieuwe gelukkige ontdekking van de wetenschap” voor het bestrijden van verstopping, onzuiver bloed, gal en slijmen en overtollig vet.

      

    
Rood doosje: Collectie Paul Verelst
 

In 1952 overleed Maurice Gemoets op amper 42 jaar aan leukemie. Hij werd daarmee zelfs minder oud dan Manille Gemoets, naar wie hij zijn pijnstillers had genoemd.

Het bedrijfje dat hij uit de grond aan het stampen was, werd door zijn 31 jarige weduwe, moeder van 5 kinderen Paula Gemoets in handen genomen. Zij zou het bedrijfje gaandeweg uitbouwen tot een bloeiende KMO.


Paula Gemoets
 

3) Een gelukkig gezin

In de 1950´s begon de economie weer goed aan te trekken en steeg ook de koopkracht op zeer aanmoedigende wijze. De industrie stelde in snel tempo nieuwe producten en toestellen voor in het huishouden voor, de steeds vlottere verkoop zorgde voor meer en beter betaalde jobs.

Zoals alles had ook dit vooruitgangsoptimisme een schaduwzijde. Alles moest steeds sneller en sneller gaan, aan idereen en alles werden voortdurend hogere eisen gesteld. Hoewel de verkopers van bijvoorbeeld huishoudtoestellen de mensen meer vrije tijd en geluk beloofden, leek het er vaak op, alsof een deel van de bevolking juist meer en meer overspannen en gestresseerder raakten. Misschien een late nawerking van de traumatische oorlogsjaren ?

Bij de mensen van Dr. Mann was men tot de slotsom gekomen dat het geen slecht idee zou zijn, om in te spelen op het thema van het "gelukkige gezin". Zeker in het nog erg katholieke Vlaanderen bleef het gezin immers als de hoeksteen van de maatschappij gelden. Maar overspanning en stress bij een aantal familieleden, of het nu bij de kostwinnaar was, bij de vrouw des huizes of zelfs bij de opgroeiende kinderen, het kon de perfecte harmonie in het knusse nestje aardig verstoren.

Daarom werd het doelpubliek aangeraden om "bij de minst kleine stoornis" zijn "toevlucht" te nemen tot de wonderbaarlijke Produkten Dr. Mann. Harmonie in het gezin werd het centrale thema van een belangrijke reclamecampagne. Deze werd in de tweede helft van de 1950´s gevoerd in het gratis reclameblaadje "Publi Post" (bus-aan-bus), en liep verspreid over twee jaargangen. Er werd daarbij geopteerd voor kleurrijke reclames, waarbij soms verschillende volledige bladzijden per Publi Post aangekocht werden.

Weliswaar haalden de illustratoren niet het niveau van een Hans Borrebach, maar hun boodschap was niettemin duidelijk. Op heel handige wijze werd gesuggereerd hoe het perfecte familiale geluk met een wondermiddel als Dr. Mann waarlijk in ieders handbereik lag. Het leek er wel op, alsof het goedje in een mum van tijd onder- of bovenhuidse spanningen kon doen verdwijnen, in een oogwenk vervelende strubbelingen in het gezin in het niets doen oplossen. Niemand gaat natuurlijk graag door als naïeveling, maar tegelijkertijd hoopt iedereen er op om thuis rust en harmonie aan te treffen. De verkoop van het wondermiddel werd met zo´n sluwe campagnes dan ook duchtig aangezwengeld in bepaalde middens !

 

   

Dezelfde campagne rond een "gelukkig gezin" werd in die periode ook met een grote regelmaat gevoerd op de achterflap van de driestuiverromannetjes uit de Ivanov-reeks (minstens een 10-tal maal)

Overigens bespeelde de firma niet alleen het meer volkse deel van de Belgen via de Publi Post, met haar kortingsbonnen en haar meestal wel "sensationele aanbiedingen". Dr. Mann zocht ook om een eerder cultuurminnend publiek te bereiken. Zo plaatste het bedrijfje in dezelfde periode ook "full page" advertenties in het Gentse toneeltijdschriftje Podium.


Collectie Paul De Corte
Reclame uit Podium (tijdschrift van
de Gentse Multatuli-toneelkring)

4) Controverse

Het initiële succes van de pijnstiller sloeg echter gaandeweg om in negatieve berichtgeving, en uiteindelijk in een slechte reputatie van de pijnstillers. De controverse ontstond, nadat bleek dat het geneesmiddel bij overdreven gebruik tot onomkeerbare nierschade leidde.

Dit overdreven gebruik werd door twee redenen in de hand gewerkt. Eerst en vooral omdat mensen het als pijnstiller bedoelde middel eerder begonnen in te nemen als een soort stimuleringsmiddel. Ten tweede zat er in het product een bestanddeel, die verslaving en overdreven gebruik in de hand werkte. Dit was niet begonnen als een handige manier om de verkoop aan te zwengelen: de ravages die aan de nieren veroorzaakt werd kwam pas beetje bij beetje aan het licht, en het duurde een hele tijd eer men bewust werd van de oorzaak/gevolg relatie. Het verhaal doet een beetje denken aan dat van asbest. Een ander probleem was, dat het product tot in kleine dorpswinkels te koop aangeboden werd, en niet alleen in apotheken. Men moest met andere woorden geen voorschrift kunnen voorleggen om het te kunnen aankopen.

Naarmate bijkomend onderzoek die negatieve bijwerkingen aan het licht bracht, werd de wetgeving aangepast, en werden een aantal bestanddelen aan de giflijsten toegevoegd. De firma paste daarop dan ook de formule van de (Dr.) Mann-poeders verschillende malen aan. Telkens er een vermoeden ontstond dat een bepaald bestanddeel verantwoordelijk was voor negatieve bijwerkingen, werd het uit de formule gelaten of vervangen. De pakjes bevatten weliswaar het opschrift dat het product niet langer dan 10 dagen zonder een arts te raadplegen gebruikt mocht worden. Uiteraard had zulk een waarschuwing evenveel effect als die op pakjes sigaretten: weinig gebruikers zullen zich er ooit aan gestoord hebben...

Bij heel wat mensen bestaat de verkeerde indruk, dat de hoge dosis cafeïne in de pijnstillers de grote boosdoener was. Dit is echter niet correct.

 

De samenstellende formule op de lichtgroene doosjes vermeldt wel degelijk de aanwezigheid van 60 mg cafeïne. Cafeïne is zowat het meest gebruikte stimulerend middel ter wereld. Ter vergelijking, in één blikje Coca Cola zit ongeveer 50 mg cafeïne, in een blikje Red Bull 80 mg, in sommige kopjes koffie zelfs 85 mg. Volgens een artikel op InfoNu.nl wordt cafeïne aan pijnstillers toegevoegd, om het slaapverwekkend effect tegen te gaan. Zo lanceerde Bayer bijvoorbeeld Cafiaspirina, een speciale variant van haar bekende Aspirine, waaraan cafeïne wordt toegevoegd.

De Antwerpse apotheker Nauwelaers vult deze uitleg nog aan met volgende opmerking: "De cafeïne werd (en wordt tegenwoordig nog) gebruikt om de activiteit van de bestanddelen te versterken, zonder dat de dosis ervan moet opgedreven worden."

De cafeïne is er met andere woorden aan toegevoegd, om niet te veel van de krachtigere bestanddelen te moeten toevoegen. De cafeïneopname stimuleert de aanmaak van adrenaline, iets wat op zijn beurt de productie van de signaalstof dopamine opvoert. Neurotransmitters of signaalstoffen zijn de chemische stoffen, die de signaaloverdracht tussen zenuwen vergemakkelijken. Er bestaan er een 20-tal, waaronder ook adrenaline en acetylcholine. Dopamine is voornamelijk actief in de hersenen. Volgens een Wikipedia-artikel over het onderwerp kan het volgende over deze signaalstof gezegd worden: 

"Het speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. In de hersenen zijn zenuwbanen aanwezig die gevoelig zijn voor deze transmitter (...)" 

Er is enige gelijkenis tussen de werking van dopamine en cocaïne, met dien verstande dat het tweede ettelijke malen sterker reageert. Wanneer je vermoeid bent, is de hoeveelheid dopamine in je lichaam lager dan wanneer je klaarwakker bent, terwijl bij een prettige ervaring de hoeveelheid aangemaakte dopamine zowaar kan verdubbelen ! Het gevolg was dan ook, dat mensen de poeders begonnen in te nemen als een soort stimulerend middel, een soort doping. En inderdaad, thans wordt een te hoge dosis cafeïne in het bloed van sporters door het IAAF beschouwd als een vorm van doping.

Cafeïne is slechts in zeer grote dosis dodelijk. Enkel wie 150 gr. van het witte en lichtjes zure poeder in zuivere vorm naar binnen zou werken, zal aan de gevolgen sterven. Ter vergelijking: die hoeveelheid komt overeen met het drinken van 150 kopjes koffie zonder melk en suiker op 1 uur tijd, als dat al fysisch en mentaal mogelijk zou zijn. Met de hoeveelheid cafeïne in de Dr. Mann-poeders op zich was er niet echt iets mis. Er bleken echter andere bestanddelen in te zitten, die hun bijdrage zouden leveren aan de notoriëteit van het geneesmiddel.

Om te beginnen was er het bestanddeel codeïne. Het is dit ingrediënt, die de verslaving aan de poeders in de hand werkte, aldus apotheker Nauwelaers. Codeïne is het minder krachtig broertje van morfine: het helpt om lichte pijn te bestrijden, maar bij misbruik kan uiteindelijk gewenning ontstaan, en is een steeds hogere dosis nodig om nog effect te ondervinden. Een artikel op Wikipedia vertelt in dit verband: "(...) in geval van langdurig gebruik zijn de nadelen waarschijnlijk groter dan de voordelen; het ontstaan van tolerantie en misbruik (verslaving)."

Die "nadelen" werden bij sommige langdurige Dr. Mann-gebruikers goed zichtbaar. Sommige mensen namen op den duur het middeltje in bij de minste kleine tegenslag, bij het geringste vermoeden van vermoeidheid, als waren het snoepjes. Net zoals op sigarettenpakjes was er nochtans een waarschuwing op de doosjes aangebracht, die de mensen moesten aanzetten om “de aangegeven hoeveelheid” niet te overschrijden. Deze dosis werd begrensd tot 1 à 5 tabletjes per dag. Omdat sommige mensen echter het opbeurend effect niet meer voelden, begonnen ze soms eigenhandig, en tegen het advies van de producent in, de toegestane dosis te verhogen. 

En het is hier dat we dan een andere boosdoener moeten vermelden, namelijk fenacetine (fenazone). Dit is een pijnstiller, die eind 19de eeuw op de markt gebracht werd. Dit bestanddeel heeft een kalmerende werking op de zenuwbanen in het ruggenmerg, die in verbinding staan met de zintuigen, waaronder gevoel. Fenacetine kalmeert ook het hart, en heeft een koortsverlagende werking. De keerzijde van de medaille was echter zwartgeblakerd, iets wat pas decennia na de introductie ervan aan het licht kwam. Onderzoek bracht aan het licht, dat deze stof, die ook in heel wat andere pijnstillers gebruikt werd, kankerverwekkend is, en de nieren onherstelbare schade toebrengt. Fenacetine werd dan ook uiteindelijk verboden, en uit de handel genomen.

Janssen Pharmateutica spande een proces tegen Mann aan, wegens het gebruik van fenacetine. Met wetenschappelijk onderbouwde argumenten toonde het bedrijf de negatieve gevolgen hiervan aan. Bij Janssen gebruikte men daarom paracetamol. De rechter gaf Janssen Pharaceutica gelijk, en fenacetine werd op de lijst van de verboden producten geplaatst. Een aantal medicijnen, waarin fenacetine in voorkwam, werden dan ook uit de handel genomen. Net als Mann pasten ook een aantal andere producenten die tot dan toe fenacetine hadden gebruikt op paracetamol over. Uiteraard bezorgde deze episode negatieve publiciteit voor bedrijven als Mann. In het Antwerpse familiebedrijf werd de clash ervaren als nog maar eens een bewijs dat de grotere firma´s neerkeken op de kleintjes. Bij Janssen Pharmaceutica verweet men Mann een zeker populisme en semi-kwakzalverij.


Collectie John Schenkels Het Leven in en rond de Zwanengang 4(met toestemming)
Groepsbezoek aan de fabriek van Dr. Mann. De eerste vrouw van links is Julia Romain met haar zoontje. De vrouw naast haar is Liza Romain met haar dochter Francine. Rechts achter Liza staat Jeanine Van Diepenbeeck, met naast haar haar schoonbroer Jan Keirsebilck. Voor Jan zit Coisvan cafe De Parel in zijn rolstoel.
Zijn beide benen dienden op gegeven moment geamputeerd te worden. Het bezoek
van deze groep mensen aan Dr. Mann stond dan ook op de één of andere manier
in verband met (de financiering van ?) die rolstoel. Rechts achter Cois staat Maria
Van Diepenbeeck, echtgenote van Jan Keirsebilck, en voor haar de dochter Annie.
De namen van de andere mensen op de foto zijn onbekend.

Gebruikers van pijnstillers als Dr. Mann spraken ook wel over wat ze ervaarden als een verhoogde urineproductie. Dit is een beetje een foutieve interpretatie van wat er echt gebeurt bij opname van veel cafeïne. Een artikel over de nieren op Tiscali legt uit:

"In studies is (...) aangetoond dat cafeïne helemaal geen effect heeft op de hoeveelheid urine. Men kon geen verschil aantreffen tussen cafeïneproducten en water,(voor) wat betreft de urineproductie. Ook is men erachter gekomen dat het gebruik van cafeïne geen effect heeft op langdurige overproductie van de nieren. (...) Waarom moet je dan vaker naar de wc? Cafeïne zorgt ervoor dat de spier, die betrokken is bij de blaasfunctie, meer gespannen wordt. De druk op de blaas wordt dus groter, terwijl er niet meer urine in gaat. Daarom lijkt je blaas snel vol te zitten." Volgens hetzelfde artikel blijken er wat dit aspect betreft ook verschillen te zijn tussen de geslachten: "Een onderzoek van de universiteit van Providence in Amerika heeft uitgewezen dat vooral vrouwen een grotere kans hebben op een onstabiele blaas als zij meer dan vier koppen per dag drinken." 

Het is dus echter de fenacetine, en niet de cafeïne in de Dr.Mann-poeders, die bij heel wat gebruikers voor zware en soms dodelijke nierschade heeft geleid. Echte cijfers zijn er echter niet, en het is evenzeer moeilijk om precies te bepalen wat het aandeel van het medicijn in de nierschade was, en welk aandeel andere oorzaken had. Zo is overmatig alcoholgebruik ook niet meteen een vertroeteling van de nieren. Niettemin, langzaam kwam er toch een zeker patroon naar boven: bij navraag bleken heel wat mensen met beschadigde nieren overmatig producten van of vergelijkbaar met Dr. Mann te hebben ingenomen.

Bijkomend onderzoek leek steeds meer de negatieve bijwerkingen te bevestigen, en dit had een wijziging van de wetteksten en de giflijsten voor gevolg. Producenten van pijnstillers, die min of meer dezelfde ingrediënten gebruikten, zagen zich in de volgende jaren meermaals verplicht om de samenstellende formule aan te passen. Telkens men vermoedde dat een bepaald bestanddeel verantwoordelijk was voor negatieve bijwerkingen, werd het uit de formule gelaten of vervangen.

De waas van notoriëteit die zich met de jaren rond de poeders van Dr. Mann nestelde, leidde evenwel  niet tot een verbod. Per slot van rekening is nu eenmaal het overmatig gebruik van heel wat andere geneesmiddelen evenzeer schadelijk of dodelijk. (Arsenicum komt voor in sommige medicijnen, maar wie de voorgeschreven dosis zou overschrijden hengelt uiteraard naar een ontmoeting met de man met de zeis. Dr. Mann betaalde nu de prijs van de roem. Dat andere pijnstillers, die eveneens codeïne en fenacetine bevatten niet zo´n slechte naam in het collectieve geheugen hebben overgehouden, is immers te verklaren door het feit dat net het gebruik van Dr. Mann een soort rage was geworden. Maar in feite waren de poeders van het Witte Kruis bijvoorbeeld in die tijd even gevaarlijk bij overdreven gebruik. 

 

5) Gebruik... en misbruik 

Wie gebruikte zoal de "wonderbare poeders” ? In de eerste plaats zouden heel wat vrouwen het verkwikkend middel hebben ingenomen. Het medicijn werd vooral gebruikt om moedeloosheid en overspanning tegen te gaan, en een opbeurend effect te voelen. Volgens apotheker Dirk Nauwelaerts bedroeg het aandeel van de vrouwen in de totale groep van gebruikers misschien wel 80 %.

 

Bij de mannelijke gebruikers speelden eerder elementen als vermoeidheid mee. In de Wielerarchieven maakt F. Nauwelaerts -niet te verwarren met apotheker Nauwelaers- op 10 april 2004 bijvoorbeeld gewag van het overmatig gebruik van Dr. Mann-poeders bij diamantslijpers. Zij namen de stimulerende pilletjes in, om de vaak zeer lange werkdagen van soms wel 12 uur aan te kunnen. De firma droeg er zelf zorg voor, om in sommige van haar reclames zowel arbeiders als bedienden aan te spreken, zoals hierboven te zien is.  

Ook de man als echtgenoot en huisvader werd aangeraden om bij de minste koppijn Dr. Mann -poeder in te nemen, om de andere familieleden niet met "humeurgrillen of buien van zwartgalligheid" lastig te vallen. Dr. Mann als de behoeder van de familiale harmonie, dus.  

Hieronder nog een reclame, waarop een vrouw haar echtgenoot die op (zaken)reis gaat eraan helpt te herinneren omzijn poedertjes van Dr. Mann niet te vergeten. Per slot van rekening werken ze "5 x sneller", al wordt niet precies uitgelegd ten opzichte van wie of wat, noch wat er gemeten werd. (Het medicijn in poedervorm werkt veel sneller dan wanneer het in cachetvorm ingenomen wordt)

De Dr. Mann-poeders werden verkocht “in alle apotheken”. Er moet met de jaren echter blijkbaar ook een heel nevencircuit zijn ontstaan. Volgens sommige bronnen werden de poedertjes ook in kruidenierszaken “onder de toonbank” verkocht. Zo schreef ons een lezeres in januari 2013:

"Ik herinner me (...) dat ik als kind (vroege 1960´s) in Zurenborg in Antwerpen Poeders Mann kon kopen voor mijn ouders in een kleine hoekwinkel die sigaretten, speelgoed en school schriften verkocht."

Mensen konden het hier niet alleen per zakje kopen, in plaats van per relatief duur doosje, maar konden hier ook de zondagen terecht. Vooral mensen bij wie gewenning of beter verslaving ontstaan was, wipten wel eens na de hoogmis op zondag bij de kruidenier binnen, om zo het weekend te kunnen overbruggen, zo werd ons verteld. 

Volgens F. Nauwelaerts, zoals eerder vermeld één van de commentatoren op de Wielerarchieven, werd het goedje ondermeer via vrachtwagenchauffeurs van de voedingswarengroothandel Fort uit Itegem tot bij de kruideniers gebracht. Een aantal chauffeurs zou een aardige frank hebben bijverdiend, door in het zwart kruideniers aan hun voorraadje Dr. Mann te helpen. Dezelfde bron herinnert zich dat de vrachtwagens van Fort voor de gebouwen van Dr. Mann stonden aan te schuiven.

Een meer dan 90 jarige winkelierster uit Winksele-Delle, wiens dorpswinkeltje deel uitmaakte van de Fort-winkels, herinnert zich echter dat zijzelf gewoon door een Mann-vertegenwoordiger bevoorraad werd. Volgens haar getuigenis aan dhr. Jozef Hamels lag het hoogtepunt van de verkoop in de periode 1955-1965, waarbij verschillende doosjes per dag over de toonbank gingen. De verkoop gebeurde volgens haar evenmin "onder de toonbank", maar alsof het een alledaags blikje soep betrof. Zelfs kinderen werden uitgestuurd om doosjes poeder Mann te komen kopen voor hun ouders.

 

6) Productie en verdeling


Collectie Paul Verelst
François Cools, sportleider van de wielerploeg van (Dr.) Mann
voor het laboratoriumgebouw van de Mann-poeders (zie verder)
 

De productie van de (Dr.) Mann gebeurde in een “laboratorium” in Aartselaar. Dit bevond zich op de Antwerpse Steenweg, iets verder richting Boom dan de huidige trappenverkoper Lapeyre. Het werd lange tijd geleid door Corneel “Neel” Aerts uit Borgerhout. Deze was geen apotheker of laborant, maar boekhouder. Volgens Guy Gemoets, de oudste zoon van Maurice Gemoets heeft Aerts in belangrijke mate bijgedragen tot het groot worden van het familiebedrijfje.


Corneel Aerts
 

Een ex-werknemer, die er begin jaren ´80 aan de slag was, beschrijft de situatie in het laboratorium: "In Aartselaar gebeurde het samenstellen van de poeders  d.i. het vullen van de mengtrommels door de magazijnier en/of de concierge. (...) Begin jaren 80 werkten er: 1 laborante, een 20 tal inpaksters, 1 chauffeur/magazijnier, 1 concièrge, een 2-tal bedienden en 4 à 5 verkopers/sters. Deze laatsten werkten ook voor de firma Mediphar, welke ook van de familie Gemoets was. Deze hield zich toen vooral met de invoer van Caducee-producten bezig. (pampers, BVH)

Zoals verder zal blijken, heeft de firma gedurende een aantal jaren een wielerploeg telkens samen met een ander bedrijf gesponsord. Bij verschillende gelegenheden werden deze wielrenners rondgeleid in de fabriek, wat in die zin van belang is voor dit artikel, dat er telkens foto´s van die bezoeken werden getrokken. Dank zij Paul Verelst -groot verzamelaar van alles wat met de wielerploeg van (Dr.) Mann te maken heeft, kunnen we hier een aantal van deze foto´s publiceren, die zoals zal blijken zeer leerrijk zijn. Ze geven immers een zeer goed idee van hoe het labo in Aartselaar eruit zag, welke machines er stonden opgesteld, hoe de werkplek eruit zag, welke werkkledij de arbeidsters droegen. De foto´s dateren wellicht uit de late jaren ´60.

 

De productieafdeling


Collectie Paul Verelst /afb. 1
Bij de mengtrommels, mevr. Gemoets, Eddy Cools, 
François Cools, Milo Cools en Marcel Geeraerts

 

De inpakafdeling


Collectie Paul Verelst / afb. 2


Collectie Paul Verelst / afb. 3


Collectie Paul Verelst / afb. 4


Collectie Paul Verelst / afb. 5
Wim Van Est met opgeheven vingertje, Leo Vandaele en Mevr. Gemoets
Rechts van haar zien we Marc Gemoets, Jean Walschaerts en Theo Verschueren 



Collectie Paul Verelst / afb. 6
Uiterst links Herman Vanspringel, François ´Frans´ Cools,
Willy In ´t Ven en uiterst rechts Jos Boons. Let op de toen
hippe "beehive" van de arbeidster, duidelijk tevreden met de afleiding
die dit bezoek met zich meebracht.


Collectie Paul Verelst / afb. 7
Ludo Vandromme, Dewitte, Huysmans, Vanneste en Mevr. Gemoets


 
Collectie Paul Verelst / afb. 8
Inpakmachine, en rechts de oude verpakking van Dr. Mann

Later was er ook nog de firma Gemaric, die voorzichtig begon met de invoer van Top Ten, sportartikelen, zwembrillen e.d. Vandaag de dag houdt één van de broers Gemoets zich nog steeds bezig met sportartikelen en kledij onder de naam Gem."

De apotheek op de Jan Van Ryswycklaan waar Maurice Gemoets met de Dr. Mann-saga was begonnen, bleek al snel te klein. Daarop werd in eerste instantie verhuisd naar de Goemaerelei. Tijdens de topjaren van deze Antwerpse KMO gebeurde de commercialisatie vanuit de Lange Leemstraat. Het gebouw -dat nog steeds bestaat- ligt tegenover de snoepfabrikant Louis Roodthooft (bekend van de moka snoepjes met een Arabier op de verpakking).


Het vroegere verkoopskantoor van Dr. Mann
in de Lange Leemstraat te Antwerpen

Eind jaren zestig werd de lay out van de lichtgroene doosjes gemoderniseerd. We kunnen de evolutie zien aan de hand van reclames op gele postkaarten, zgn. Publibels (zie verder). Deze verandering vertaalde zich eveneens in een reeks nieuwe etiketjes voor luciferdoosjes.

van  naar  

 

 

7) Een sport- en cultuurminnend Mann... 

Het assortiment van Dr. Mann was zo´n verkoopssucces, dat de firma geld besloot te investeren in een eigen wielerploeg. Dit moest de zichtbaarheid en naambekendheid van de kleine firma aanzienlijk verhogen, maar was niet zonder risico. De firma had maar een beperkt gamma aan producten, en maakte niet echt werk van onderzoek naar opvolgers voor haar poeders, cachetten en tabletten. Een beleidskeuze die zich achteraf tegen het bedrijfje zou keren.

Ook Aspro had de sportwereld al ontdekt, en sponsorde ondermeer een ambulanceteam tijdens de Tour de France in bv. 1956 en 1957. De firma werkte in dit kader samen met het Rode Kruis van Frankrijk. Maar Dr. Mann  zou een stapje verder gaan, en een eigen wielerploeg uit de grond stampen, die heel wat successen zou boeken.

Volgens sommige bronnen zou het Stan Ockers zijn geweest, die de Antwerpse firma overhaalde om geld te steken in een sportploeg. Dit gebeurde wellicht in 1955 of 1956, het jaar waarin hij tragisch ten val kwam en overleed. De befaamde wielrenner zou zelfs de kleuren -geel en zwart- bedacht hebben voor de truitjes van de wielerploeg, die na zijn dood werd opgericht. Volgens andere bronnen was de hoofdkleur inderdaad geel, maar hadden de eerste truitjes blauwe, dan bruine, dan pas zwarte en vervolgens witte mouwranden.

Of Ockers inderdaad werkelijk de man achter de kleuren was, is evenwel niet 100 % zeker. Er doen heel wat theorieën daarover de ronde, zonder dat het altijd duidelijk is, wie ze ooit gelanceerd heeft, hoe ze een eigen leven zijn gaan leiden. Zo beweert een andere theorie dat de familie Gemoets zeer Vlaamsgezind was, en dat daarom voor geel-zwart geopteerd werd. Wellicht is de simpele uitleg dat geel zwart gewoon heel goed overkwam op de zwart-witbeelden op de eerste televisietoestellen veel aannemelijker. Feit is wel, dat er niet gekozen werd voor het groen van de Dr. Mann-doosjes. 

Wat wel zeker is, is dat Stan Ockers reclame begon te maken voor de pijnstillers, zoals op het onderstaande document te zien is.

  

"Wat ik de laatste dagen heb afgezien is niet te beschrijven. Het is alleen dank zij de poeders van Dr. Mann  dat ik het heb uitgehouden". Hij werd bijgetreden door Rik Van Steenbergen, die gestoken in een wielertrui omrand met de Belgisch driekleur plechtig verklaarde:"Bij de kleinste inzinking neem ik een poedertje van Dr. Mann", met daaronder de handtekening van de wielerlegende.

Met de kennis die we thans hebben over de pijnstillers, waren dit erg bedenkelijke verklaringen, zeker voor sportmensen. Alleen mag men natuurlijk niet vergeten, dat men zich op dat moment nog niet goed bewust was van de gevaarlijke bijwerkingen die de pijnstiller kon hebben.

De inbreng van de firma Dr. Mann in de sportwereld was halfweg de jaren ´50 nog beperkt. Het farmabedrijfje zou in die periode begonnen zijn  met geld te steken in Hoboken WAC.


De samenwerking tussen Libertas en Mann is op deze sticker samengevat
Links ziet men een vrijheidsstandbeeldje, rechts de "L" van Libertas
(Wel wordt er simpelweg Mann vermeld, niet Dr. Mann)

In 1958 werd dan de wielerploeg Libertas-Dr. Mann opgericht, een echt Antwerps onderonsje. Libertas was immers een fietsenbedrijf uit Niel, en de meeste wielrenners uit de ploeg waren "jongens uit de Rupelstreek". Eén van de eersten om bij deze ploeg te tekenen was Eddy Pauwels (°Bornem, 1935)

       
Eind jaren ´50 was het nog Dr. Mann, begin jaren 1960
verloor Mann zijn academische graad. De ploeg ging
later ondermeer ook nog als Labo Dr. Mann door het leven
 

Ook de legendarische maar niet meer piepjonge Briek Schotte bracht zijn twee laatste actieve koersjaren bij Dr. Mann door. In 1958 tekende hij bij Libertas-Dr. Mann, een contract dat in 1959 verlengd werd. In dat jaar werd een nieuwe co-sponsor gevonden in de fietsenfabrikant Flandria, die voor de koersfietsen zorgde.


Collectie Paul Verelst
Paula Gemoets en Briek Schotte
 

Deze aanvangperiode verliep op het vlak van co-sponsorschap nogal hobbelig, want in 1960 diende Dr. Mann alweer een ander bedrijf te vinden om de kosten te delen. Ditmaal kwam Dossche Sport in het verhaal, niet met geld maar eveneens met materiaal. In een latere fase volgde het elektrobedrijf Grundig. De grote naam uit die Mann-Grundig ploeg was Herman Vanspringel, die een prachtig palmares bij elkaar zou fietsen. In 1968 greep deze nèt naast de eindoverwinning in de Tour de France. Men kan zich gemakkelijk inbeelden wat voor een enorme publiciteit het voor Mann poeders zou zijn geweest moest hij deze overwinning daadwerkelijk hebben behaald. 

In zijn gehele wielrennerscarrière, dus ook in andere ploegen dan die gesponsord door Mann behaalde de man een heleboel ereplaatsen, maar ook talrijke soms spectaculaire overwinningen. Deze allemaal hier opsommen zou ons echter te ver van ons oorspronkelijk onderwerp. We beperken ons hier dan ook tot het verwijzen naar zijn overwinningen in een hele reeks ééndagskoersen. Hij won verder maar liefst 7 maal Bordeaux-Parijs !


Collectie Jozef Hamels
Herman Vanspringel

Oorspronkelijk werden deze sportieve nevenactiviteiten geleid door Frans Teughels, die later door François Cools als ploegleider werd opgevolgd. Cools was zelf een verdienstelijk renner geweest in de 1940´s. (Interessante aanvulling: de oudste zoon van Cools huwde met de jongste dochter van Maurice Gemoets en Paula Vandenbosch). 


Collectie Tom Cools
Een interessant tijdsdocument in het Antwerpse Sportpaleis: op de tribune
Paula Gemoets (tweede van links en de echtgenote van François Cools,
uiterst rechts de twee zonen van Cools.


De gerechtelijke uitspraak waarbij de Antwerpse KMO verplicht werd om de academische graad "Dr." uit haar firmanaam te schrappen, was ook van toepassing op de sportploeg. Deze werd dan ook in Sportgroep Mann herdoopt.

Gezien deze lange periode van sponsoren, zou het ons te ver van ons eigenlijk onderwerp afleiden, om alle wielrenners te noemen die ooit in een Mann-trui gekoerst hebben. Op basis van de bladwijzers kunnen we echter alvast gedeeltelijk deze lijst weer samenstellen:

Paarse achtergrond

Nederlands: Jos Haeldonckx, Wim Van Est, Jos Huysmans, Roger Cooreman, Leo Sebregts, Theo Verschueren, Rik Luyten, Gilbert Maes, Peter Post
Frans: Lode Troonbeeckx 

Oranjerode achtergrond 

Nederlands: Piet Oellibrandt, Lode Troonbeeckx, Etienne Vercauteren, Jos Haeseldonckx, Alfons Hermans
Frans: Jules Marinus, Rik Luyten, Leo Sebregts 

Oranje achtergrond

Nederlands: Marcel Van Den Bogaert, Roger Cooreman, Leo Proost, Jos Verachtert, Theo Verschueren
Frans: Norbert "Schotje" Kerckhove, Lode Troonbeeckx, Peter Post, Wim Van Est

Roze achtergrond 

Nederlands: Alfons Hermans, Peter Post, Lode Troonbeeckx, Jos Haeseldonckx, Leon Van Daele
Frans: Leo Proost 

Lichtblauwe achtergrond 

Nederlands: Gilbert Maes, Jos Verachtert, Roger Cooreman, Leon Van Daele, Norbert "Schotje" Kerckhove, Albert Covens, Jos Haeseldonckx, Jos Huysmans, Piet Oellibrandt, Etienne Vercauteren
Frans: Jules Marinus en Leo Sebregts 

Donkerblauwe achtergrond 

Nederlands: Theo Verschueren, Jules Marinus, Marcel Van Den Bogaert
Frans: 

Groene achtergrond 

Nederlands: Roger Cooreman, Norbert "Schotje" Kerckhove, Rik Luyten,Alfons Hermans,Leo Proost,  Leon Van Daele
Frans: Rik Luyten 

Grijze achtergrond 

Nederlands: Wim Van Est, Jos Verachtert, Alfons Hermans, Norbert "Schotje" Kerckhove
Frans: 

    
R. Vrancken, J. Vloebergs en Oscar Claeys.
Deze laatste bracht het niet verder dan "amateur"

      
Links: Collectie Jozef Hamels
Piet Oellibrandt, Belgisch kampioen
in 1959 bij de profs en K. De Laet

      
Collectie Jozef Hamels

Willy "Rupske" Lauwers verongelukt op 12 april 1959 op 22 jarige
leeftijd op de piste van Palma de Mallorca en Jos Boons, kampioen
van België in 1967 bij de profs (Ploeg Mann-Grundig)

Een aantal wielrenners verschenen dus op verschillende achtergrondkleuren. Mochten we op nieuwe informatie stoten, vullen we deze lijst verder aan. Wie ons in dit verband wil contacteren kan dit via info@retroscoop.com 

Zoals reeds aangehaald stapte Dr. Mann in het sponsoren van sportmensen, om de zichtbaarheid en naambekendheid van de firma te verhogen. Het is dus niet verwonderlijk dat de wielrenners niet alleen op chromo´s en bladwijzers verschenen, maar ook bv. op etiketjes van luciferdoosjes. Dit was bijvoorbeeld het geval voor Jos Huysmans.

Behalve de eerder vermelde namen van wielrenners bestaan er ook reclamefoto´s van:

Dr.Mann:
K. De Laet, Karel Clerckx (1960-´61), W. Butzen, R. Vindevogel,  en J. Deleye.

Mann:
Willy Maes

Flandria - Dr. Mann
Marcel Jansens, Alfons "Fons" Hermans

Mann Grundig
Roger Rosiers, Paul en Willy In ´t ven en Milo Cools

Op de Wielerarchieven kan men verder lezen: "er bestaan ook nog prentjes die uit tijdschriften (of kranten) konden uitgeknipt worden, 12,5 X 7, kleurenfoto 10 X 6,5 met daarondr een blauwe publiciteitsband Poeders Mann, op de rug wat afbeeldingen van Poeders Mann, en de vermelding Sportgroep Mann  en de naam van de renner."

 

Dankzij Tom Cools kennen we nu ook de achtergrond van bovenstaande mysterieuze reiskoffer. Onze oorspronkelijke hypothese van valiezen voor deur-aan-deur verkoop bleek niet de juiste: ze behoorden in feite aan de wielerploeg. Er zouden slechts twee zulke exemplaren bestaan hebben, waarvan eentje voor massageproducten en eentje voor fietsonderdelen.

De Sportgroep bereikte haar beste resultaten in de tweede helft van de jaren ´60. Na een eerste Belgische kampioen in 1959 (Petrus Oellibrandt) volgde nog een Belgische titel in 1967 met Jos Boons. De ploeg greep ook maar net naast de gele trui in de Tour de France in 1968. Verschillende websites zijn dan ook aan deze succesrijke wielerploeg gewijd.

Zoals al eerder aan bod kwam, kregen de wielrenners van de ploeg in groepjes een rondleiding in de fabriek. Er bestaan ook interessante opnames van co-sponsors, die zich naar de gebouwen in Aartselaar begaven, zoals deze delegatie van Grundig:


Collectie Paul Verelst / afb. 9
Op de voorgrond de toenmalige voorzitter van de Wielerbond met een onzichtbare wereldbol in de hand. Een goedgemutste Felix Levitan van het UCI schudt de
hand van François Cools, die wat moeite ervaart om zijn aandacht eerlijk te
verdelentussen de degelatieleden. Een trotse Paula Gemoets met voor haar een
fraaie wereldbeker, behaald in 1966



Collectie Paul Verelst / afb. 10
Speech van Felix Levitan, met op de achtergrond een besneeuwd landschap


Collectie Paul Verelst / afb. 11
poserend voor enkele Grundig-toestellen, de renners Messelis, Boucquet, Huysmans
en Willy In ´t Ven, vervolgens Dhr. Carpels, die directeur was van Grundig België, gastheer François Cools, de wielrenster Ivonne Reynders en Dhr. Vos, directeur van Grundig Nederland.


Collectie Paul Verelst / afb. 12
François Cools en Mevr. Gemoets voor de

nieuwe sporttrui en een trofee

Deze opmerkelijke sponsoring van een relatief klein familiebedrijf kwam ten einde, toen nieuwe, kapitaalkrachtigere spelers de renners een veel hoger loon konden aanbieden.

Het farma-bedrijf sponsorde ook andere sporttakken. Zo vinden we de naam van het bedrijf ondermeer terug op een affiche uit 1966 voor een internationale catchwedstrijd in Gent.

Het was natuurlijk wel duidelijk waar de firma naar toe wou, welke link het bij de bevolking wou inprenten. Door voortdurend een verband te leggen tussen "sport" en "Dr. Mann", moest de associatie "gezond" of toch tenminste "energiek" ontstaan. Eenzelfde verkoopstechniek werd ook toegepast door de 3 producenten van Colibri-limonade, die Paul Van Himst als ambassadeur ingeschakeld hadden. 

In sommige van de Dr. Mann reclames werd die link tussen Dr. Mann en sportief/fit ondubbelzinnig ingepakt: 


Collectie Paul De Corte
Grappig getekend strooibiljet voor een fimavond, 1960

Dezelfde reclame verscheen op de rugzijde van een programmaboekje van de Oost-Vlaamse turngouw van de Socialistische Turnbond van België. Het gaat om een publicatie met de naam "XXIVe gouwfeest te Maldegem", die dateert van het weekend van 6-7 juni 1959. Verrassend wel dat de firma zich waagt aan politiek getinte initiatieven: benieuwd wat de katholieke turnkringen daarvan vonden...

 

De firma sponsorde eveneens een aantal culturele happenings. Zo vond men verrassend genoeg een reclame voor de firma terug op de achterflap van een programma-boekje voor een opera in het Gentse... Of toch niet zo verrassend ? Dr. Mann hielp per slot van rekening toch tegen hoofdpijn...

Soms werd zowaar de brug gemaakt tussen sport en muziek, zoals in juli 1957. Toen sponsorde Dr. Mann het optreden van een DJ in het cafe De Sportman in Deurne Noord.

De firma sponsorde eveneens een reeks evenementen die in Hotel Billard Palace op het Astridplein doorgingen, zoals een drummer-festival en muziekkwissen.


Collectie Retroscoop

Ook een jazz-workshop in de Brasserie Dixieland in Borgerhout kreeg een financieel duwtje in de rug. Zoals eerder aangehaald was het hoofd van het Dr. Mann-labo in Aartselaar eveneens van Borgerhout. Mogelijkerwijze verklaart dit wel het één en het ander ?

 

8) Overal binnensluipende reclame

De opvallende reclamecampagne "Gelukkig gezin" kwam reeds eerder in dit artikel ter sprake. Dr. Mann vond verder nog tal van andere manieren om tot in de huiskamer binnen te dringen.

Zo werd het verbruik van de opbeurende poeders ook via een reeks bladwijzers gepromoot. Er verschenen zowel versies met een soort viltachtig oppervlak, alsook exemplaren met een doorschijnende plasticlaag.


Boven: 2 bladwijzers met "vilten" oppervlak: Rechts een variant uit de
periode in de Goemaerelei, links een versie uit de Lange Leemstraat-jaren
Onder: een reeks geplastificeerde bladwijzers

   

Tevens werd reclame gemaakt voor de verschillende producten van het Dr. Mann gamma op etiketjes van een reeks luciferdoosjes. Het precieze aantal variaties is ons onbekend: samen met de etiketjes die de nieuwe verpakking moesten promoten moeten het zo ongeveer 25 stuks bedragen.


Collectie Retroscoop

Een andere manier om reclame te maken waren de zogenaamde Publibel postkaartjes. Dr. Mann heeft verschillende malen deze manier van publiciteit maken gehanteerd. 

De eerste in de reeks was Publibel 2111 (F)/2112 (N), voor de poeders Mann. (De titel Dr. was na het proces al verdwenen). Deze eerste Publibel dateert van omstreeks 1965:

  

Dit werd nog eens overgedaan met Publibel 2174 (F)/2175 (N), die qua presentatie gelijkaardig is aan de oudere versie. Blijkbaar verwachtte de firma heel veel van deze investering, want met Publibel 2347 (N) was het al aan een derde reeks voor de poeders toe.

In de tweede helft van de 1960´s (1967 ?) was er een gelijkaardig initiatief met Publibel 2203 (N)/2305 (F), maar dan voor de cachets:

De derde Publibel, n° 2347 N (1969 ?) tenslotte toonde gemoderniseerde versie van de doosjes Mann-poeder.

Volledigheidshalve vermelden we nog, dat verzamelaars van zulke reclame-postkaartjes ook tuk zijn op zgn. "albino´s". Dit zijn versies waarop wel al de reclame gedrukt is, maar nog niet de lay out van de Post. De prijzen gaan werkelijk naar omhoog, als zo´n albino voorzien is van een perforatie met "annulé" of "geannuleerd" op. (30-40 Euro)

Een ander reclame-item dat vermeld moet worden zijn de zogenaamde kettingkaartjes. Door met de kettinkjes te spelen, kon men de vorm van de neus en kin danig wijzigen, met soms heel grappige resultaten als gevolg.


Collectie Paul De Corte

Op een bepaald ogenblik heeft de firma eveneens een elegant servies uitgegeven, met het logo en de firmanaam in goudkleurige letters erop gedrukt. Het zou echter niet gaan om een relatiegeschenk voor dokters of apothekers, noch de inzet van een spaaractie voor klanten, maar om een cadeau van het personeel van de firma aan Paula Gemoets. 

        
Collectie Nauwelaers


Collectie Paul Verelst

Werknemers

We zouden graag gaandeweg de namen van de mensen die in dit bedrijf gewerkt hebben willen identificeren. Iedereen die namen kan toevoegen kan ons steeds contacteren via info@retroscoop.com.

- Gemoets, Paula: bedrijfsleider
- Aerts, Corneel (Neel): boekhouder, verantwoordelijk voor het labo

- De Ryck, Marie-Louise (echtgenote van Theodoor Hagendorens)
- Hagendorens, Theodoor (echtgenoot van Marie-Louise De Ryck)


Epiloog

Mevrouw Paula Gemoets -de weduwe van apotheker Gemoets-, had de zaak na de dood van haar echtgenoot overgenomen. Als moeder van 5 kinderen nam als gedelegeerd bestuurder de handschoen op. Onder haar groeide het bedrijfje uit tot een bloeiende KMO. In welke mate dat zij zich direct inliet in het runnen van het bedrijf, is evenwel niet helemaal duidelijk. Volgens insiders liet ze deze taak over aan een aantal kaderleden, die vaak onvoldoende inzicht in de specifieke markt hadden, en vaak niet lang in het bedrijf bleven. Mevrouw Gemoets zou eerder het "gezicht" van het bedrijf worden, dank zij haar sponsoractiviteiten en opgemerkte aanwezigheid op heel wat sportevenementen.

Door al haar sponsoractiviteiten/mecenaat werd ze inderdaad een soort BV avant la lettre. Ze maakte deel uit van de jet set uit de wielerwereld, niet aarzelend om even in een vliegtuigje te wippen, om haar wielerploeg in de Tour de France te gaan aanmoedigen.

Toch zou de firma uiteindelijk om verschillende redenen ten onder gaan. Daar zijn verschillende redenen voor aan te halen, die elk op een moeilijk meetbare manier zo hun invloed hebben laten gelden:

a) er zijn geen waardige opvolgers voor de pijnstillende poeders gekomen, die op het juiste moment voor een tweede adem hebben kunnen zorgen. Daarbij aansluitend: geen van de kinderen van Maurice Gemoets heeft voor apotheker gestudeerd. De informatie valt nog te verifiëren, maar blijkbaar kregen de vijf kinderen niet de kans om hogere studies aan te vatten. De oudste zoon Guy bijvoorbeeld werd met te weinig technische bagage en marketingkennis op pad gestuurd, ondermeer op de Waalse en Nederlandse markt.

b) er waren geen echte kaderleden, die een coherent beleid uitstippelden. Zeker naar huidige normen waren de pogingen om de Waalse en Nederlandse markt binnen te dringen soms op het randje amateuristisch te noemen. Er was een manifest gebrek aan voldoende geschoolde of ervaren mensen, die de verschillen tussen de Vlaamse en Waalse, Nederlandse... markten herkenden, en overeenstemmend handelden. Eén van de reclamespots van Mann in Nederland ("als ik hoofdpijn heb, neem ik een man") was blijkbaar zo belachlijk, dat een bekende Nederlandse cabaretier het als mikpunt nam in één van zijn shows.

c) begin jaren ´70 viel de belangrijke PR-stunt van een eigen wielerploeg weg

d) een aantal concurrenten wisten hun positie ten opzichte van Mann te verstevigen. De naam Mann geraakte controversieel, nadat bij overmatige gebruikers onomkeerbare nierschade werd vastgesteld. Hoewel andere pijnstillers vaak gelijkaardige componenten bevatten, kristalliseerde de kritiek zich vooral rond Mann. In zekere zin werd het bedrijf dan ook slachtoffer van zijn eigen succes.

In 2002 verscheen er in De Standaard een artikel onder de titel “ Poeders Man en textielstof evenzeer oorzaak Denderdoden" (Foutieve schrijfwijze Mann overgenomen) Volgens CD&V kamerlid Greta D’Hondt zou het geneesmiddel één van de oorzaken zijn van het hoog aantal sterftecijfers in de Denderstreek. Daarnaast zijn ook het hoog alcoholverbruik, asbest en stof dat vrijkomt bij de textielproductie verklarende factoren. Het is ons vooralsnog niet helemaal duidelijk waarom de consumptie van Dr. Mann in de Denderstreek hoger zou hebben gelegen dan elders in Vlaanderen. Pogingen om Mevr. D’Hondt te contacteren bleven zonder gevolg.

In 2010 was er dan een interessante aflevering van het TV-programma Meneer Doktoor (Canvas), met deze controversiële pijnstillers als onderwerp.

Het bedrijf trachtte het tanend succes van haar pijnstillende poeders op te vangen door als invoerder van Top Ten op te treden. Deze drank is in feite een voorloper van energiedrankjes als Red Bull. Het management zou ook zijn overgegaan tot de oprichting van een tweede firma, die Caducée Pampers commercialiseerde. Dit kon het familiebedrijf echter niet behoeden voor de ondergang.

Mevrouw Paula Gemoets overleed in 2004, op 83 jarige leeftijd. De pijnstillers “Mann” bestaan nog steeds, maar werden overgekocht door SMB Laboratoire uit Brussel. Dit bedrijf, opgestart in 1953 nam trouwens ook de ´eeuwige concurrent´ van Dr. Mann, de Poeders Witte Kruis over.

 

*     *     *     *     *

 Het bovenstaande is uiteraard lang niet het definitieve verhaal achter deze succesvolle maar ook controversiële pijnstillerfabrikant. Het is niets meer dan een eerste aanzet, althans op het internet.

Wie nog aanvullingen kan verschaffen, kanttekeningen wil plaatsen, nuanceringen wil suggeren enz. kan ons altijd contacteren via info@retroscoop.com

Zo zoeken we nog steeds getuigenissen van mensen die Dr. Mann gebruikt hebben, of familieleden hebben gehad die de pijnstillers gebruikten zouden interessant zijn. Alvast op voorhand onze oprechte dank voor jullie reacties !


Dankbetuigingen

Voor de tot standkoming van deze historiek zijn we veel dank verschuldigd aan verschillende mensen. 

Apotheker
Dirk Nauwelaers, wiens "Apotheek Mann" gevestigd is op de plaats waar het Dr. Mann-verhaal begon, verschafte ons zeer interessante achtergondinformatie, en stelde een deel van zijn collectie bereidwillig ter beschikking voor dit artikel. Ook de mensen van de Koninklijke Apothekers Vereniging Antwerpen willen we hier uitdrukkelijk vermelden.

We danken ook Guy Gemoets, oudste zoon van Maurice Gemoets. Hij leidt thans een middelgroot bedrijf in China, gespecialiseerd in muurklemmen om LCD schermen aan te bevestigen. We danken eveneens Tom Cools, de kleinzoon van Maurice Gemoets en van François Cools voor een aantal interessante aanvullingen op dit artikel, ontvangen in de loop van 2011.

Ook zeer veel dank aan Dhr. Jozef Hamels, die zéér interessante aanvullingen op de eerste versie van het artikel wist toe te voegen. Samen met Herman Laitem schreef hij het boek "De Tricolore Trui", die handelt over al de wielrenners die ooit Belgisch Kampioen werden. De gegevens over dit boek werden in de Literatuurlijst van Retroscoop opgenomen. Tevens werd gebruik gemaakt van het artikel "De kracht van een vrouw" in Cyclosprint van juli 2004 van Herman Laitem.

De recentste bijdrage danken we enerzijds aan Dhr. Paul Verelst, die voor foto´s van het Mann labo, de interieurfoto´s, de foto´s van de Grundig-delegatie en die van Briek Schotte zorgde. Verschillende mensen actief op de Wielerarchieven gaven een eerste aanzet voor de identificatie van de verschillende wielrenners op de foto´s, waarop Helen Cools en haar vader Eddy Cools de nodige correcties, aanvullingen en bevestigingen aanbrachten. Ook aan hen mijn welgemeende dank !

Last but not at all least, Dhr. Paul De Corte bezorgde ons een scan van een interessant strooibiljet uit 1960, gesponsord door Dr. Mann. 

Zonder de hulp van al deze mensen zou dit artikel nooit het niveau bereikt hebben dat het nu heeft ! Wie dit niveau nog verder zou kunnen helpen optillen mag ons zeker contacteren via info@retroscoop.com

 

Voetnoten

(1) Flatgebouw in naoorlogs modernisme VIOE op.cit. 

 

 

 
 
database afsluiten