Retroscoop - Wonen in stijl: Résidence Palace (Brussel) RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Wonen in stijl

Residence Palace (Brussel):
“Où l’hôte est roi” 

Benoit Vanhees, 2012

     

In de 1920’s verrees in Brussel een monumentaal en luxueus complex van appartementen aan de Wetstraat, niet ver van waar zich thans het Berlaymont-gebouw bevindt. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was het een microcosmos, waar een zeer welstellend publiek in moderne luxe en stijl vertoefde.


1) Een promotor van moderniteit en een Zwitserse architect

Bouwheer van dit prestigieuze project was Lucien Kaisin, Administrateur-Directeur van de Crédit Général Hypothécaire et Mobilier. Daarnaast was er ook nog Felix Kaisin (1879-1948), een geoloog en professor aan de universiteit van Leuven, die belast was geweest met een voorafgaandelijk bodemkundig onderzoek.

Met zijn Résidence Palace mikte Lucien Kaisin op een zeer kapitaalkrachtig publiek van zakenmensen en edellieden. Eén van de grote troeven die hij in zijn “kleine moderne stad binnen de grote stad” aan deze welstellende klanten kon aanbieden, was huispersoneel. Na de Eerste Wereldoorlog was het hoe langer hoe moeilijker voor de sociale elite om geschikte kamermeisjes of butlers te vinden. Door welstellende lieden op één zeer prestigieuze plek te concentreren, kon Kaisin een oplossing voor dit hoe langer hoe nijpender probleem aanbieden. Op een aandeel van 1924 staat dat het maatschappelijk kapitaal van de NV 94,5 mio Bfr. bedroeg. De investeringsmaatschappij achter het project bracht volgens een reclamefolder opgesteld in het Frans, het Engels en het Spaans 29 miljoen Bfr. bijeen door de verkoop van obligaties.


Een aandeel van 1924

Het was de Zwitserse architect Michel Polak (1885-1948) die de opdracht voor het ontwerp binnenhaalde. Het complex van verschillende gebouwen waaraan Kaisin en andere investeerders aan dachten, moest onderdak bieden aan:

-       160 luxeappartementen en in totaal 2200 kamers. Het hoogste gebouw zou 11 bovengrondse verdiepingen tellen
-       een restaurant
-       een prachtig Art Deco-zwembad met als annex een Turks bad
-       een theaterzaal
-       conferentiezalen
-       een bank en postkantoor
-       een coiffure voor dames en één voor heren
-       een rooksalon / club
-       verschillende luxewinkels
-       een ondergrondse garage 

Het heuvelachtige en moerassige bouwterrein van 13 000 m² diende evenwel eerst bouwrijp te worden gemaakt. Het bevond zich in de vallei van de Maalbeek, en vertoonde belangrijke niveauverschillen. Zo daalde de Chaussée d’Etterbeek maar liefst 13 m ten opzichte van de Wetstraat, terwijl de Justus Lipsiusstraat zo’n 11 m lager dook. Gezien de omvang van het project was dan ook een terrasbouw noodzakelijk.

De grond was ook heterogeen qua eigenschappen. Er was een zeer goed deel, voornamelijk gelegen op het hoogste punt, nabij de Wetstraat. Er was een deel dat middelmatig goed was, en een laaggelegen deel dat bijzonder slecht was. De grond was er zeer drassig, met ondermeer turflagen, die met de tijd samengedrukt riskeerden te geraken door het enorme gewicht van het gebouw dat er zou opgetrokken worden. (het was er zo drassig, dat tijdens de opstartfase van de bouwwerken een paard tot aan de onderbuik in vastraakte !) Heel wat kopbrekers voor de hoofdingenieur van het project, Alexandre Sarrasin. Om de problemen met het drassig karakter van het terrein te overwinnen werd de Luikse firma Franki ingehuurd. Deze had een patent op speciale palen (“pieux Franki”), waarop de eigenlijke constructie gebouwd kon worden. Om het sterk versimpeld uit te leggen: men plaatst een (telescopische) metalen buis vertikaal boven de grond, waarna een bodem in beton gegoten wordt. Dit geheel wordt vervolgens in de grond geklopt. De betonnen bodem voorkomt dat de buis zich vult met aarde. Wanneer de buis op voldoende diepte is geraakt, laat men een zwaar gewicht een deel van de betonnen bodem uit de buis kloppen, deel die zich aan de onderkant van de buis zal verzamelen. Vervolgens vult men beetje bij beetje de buis met (gewapend) beton, waarna de buis ook telkens beetje bij beetje omhoog gehaald wordt. Op deze wijze wordt de schacht door de buis gevormd stelselmatig vol beton gegoten. Aan de ingenieurs om te berekenen hoeveel van zulke palen er nodig zijn, hoe diep en breed ze moeten zijn enz. In het geval van de Résidence Palace bleken er maar liefst 2458 nodig te zijn, met lengtes van 6 of 15 meter. (1) Tijdens de eigenlijke bouw werkten maar liefst 1200 bouwvakkers op de grote werf !


Deze tekening laat goed zien dat de Résidence Palace
in zekere zin echt wel een paalwoning was

De architect moest tal van complexe problemen overwinnen, zoals hoe heel dit gebouw te ventileren, te verwarmen en alles wat met rookafvoer te maken had. Voor dit laatste werd beroep gedaan op de Tuileries & Briqueteries du Progrès enerzijds, deze de la Lesse anderzijds. Zij hadden heel wat ervaring op het vlak van vuurvaste schouwkanalen. Ettelijke kilometers daarvan dienden in de Résidence Palace te worden aangelegd.

  

De eerste steenlegging vond plaats op 30 mei 1923. In 1926, toen Brussel een internationale Handelsfoor organiseerde, kon het grote publiek kennis maken met een aantal reeds afgewerkte type-appartementen, om een beter idee te hebben van hoe het er allemaal in de toekomst uit zou zien. Het entreegeld dat betaald moesten worden (3 fr in de voormiddag, 1,50 Fr in de namiddag), werd vervolgens geschonken aan het Rode Kruis.




2) Een stijlvol complex

In 1927 konden de eerste eigenaars hun intrek nemen in het sober maar erg monumentaal Art Deco-pand, en vanaf 1928 functioneerden alle collectieve dienstvoorzieningen. Het complex telde vier vleugels en een aantal blokken, die met een letter werden aangeduid (A tot E). Er is ondermeer een V-vormige en een U-vormige blok. Er was een opvallende erekoer of patio, met een kleine maar kokette fontein, versierd met abstracte mozaïeken van gele, licht- en donkerblauwe steentjes. Deze inspireerde zich op Andalousische voorbeelden. Tevens liep er een private éénrichtingsstraat doorheen de site, die de Wetstraat met de Justus Lipsiusstraat verbond.

Klanten konden zowel gemeubelde als niet gemeubelde appartementen aankopen en huren.

a) Niet gemeubelde appartementen

 

-       bestaande uit 8 tot 22 (!) kamers

-       14 verschillende types mogelijk

-       elk van deze appartementen beschikte over 2 of 3 salons, een eetkamer, van 1 tot 7 vakkundig afgewerkte slaapkamers (“chambres à coucher de maitre”), een badkamer, 2 of 3 WC’s, een keuken, een koele voorraadkamer, een bureau, een “terasse de service”, kamers voor het dienstpersoneel met warm en koud water, centrale verwarming, een volledig ingerichte badkamer

-       blijkbaar bezat elk appartement twee luxueuze liften (ascenseurs de maître) en nog eens een dienstlift. Er was ook een aparte ingang voor de eigenaars en hun voorname gasten en een aparte dienstingang (personeel, leveringen…)

 

b) Gemeubelde appartementen

b.1) Voor 1 persoon of een koppel

-       bestond uit een salon, een slaapkamer, een “antichambre”, een vestiaire, een badkamer maar dus geen keuken

-       zo gewenst kon de bewoner steeds zijn maaltijden door het restaurant laten brengen

-       in de huurprijs was ondermeer inbegrepen: de wasdienst, het onderhoud, verwarming, koud en warm water, een bewakingsdienst en de concièrge, het gebruik van de lift, een dienstmeisje per verdieping en allerlei taksen en belastingen.

-       Deze gemeubelde appartementen werden verhuurd per week, 15 dagen of per maand 

b.2) Voor een familie

-       bestond uit een salon, een eetkamer, een bureau, een rookkamer en 3 slaapkamers

-       verhuur enkel per maand

 

c) Gemeubelde kamers

-       enkel bedoeld voor de gasten van de bewoners

 

Naast deze woongelegenheid en semi-hotelfunctie waren er nog een hele reeks andere collectieve diensten ondergebracht in het gebouwencomplex:

 

1) Het Restaurant “Le Pergola”

 

Het restaurant bevond zich op het 11de verdieping, en bood als allereerste van Brussel een mooi panoramisch zicht over de “benedenstad”. Men kon er galadiners en “thés dansants” organiseren. Er was eveneens een bar aan het restaurant verbonden. Zoals het beeldmateriaal laat zien, kon men bij mooi weer gerust ook op het dak een charleston of een foxtrot dansen...


De Thonet-stoelen op de voorgrond zijn misschien
wat bizar in een Art Deco-tempel...

 

2) Het Theater


de foyer

Vierkante zaal, waarin “permanent” voorstellingen werden gegeven door “les troupes de théâtre de Paris”

3) De Foyer / de Club

Was een zaal waarin men conferenties kon organiseren, of projecties vertonen. Er was eveneens een zaal, die aangeduid werd met de benaming Club, wellicht alleen toegankelijk voor de heren.

4) Vergaderzalen

Bestemd voor feesten, banketten, vergaderingen van bedrijven, raden van beheer enz.

5) Zwembad en Turks bad

Ongetwijfeld het paradepaardje van de Résidence Palace was het kleine maar uiterst elegante zwembad in Art Deco-stijl. In de hierboven afgebeelde reclame werd het omschreven als “le rendez-vous de la Belle Société Belge et Etrangère”. De kleedkamers waren op het verdieping gesitueerd, zodat wie wou een zeer opgemerkte entrée kon maken bij het afdalen van de trappen.

Naast het frivole zwembad was er ook een Turks bad en een massagesalon. Men kon er ook aan binnenkamersport doen (“mécanothérapie”), er was een scherm- en gymnastiekzaal onder medische controle geplaatst. In deze sportzaal kon men ook boksen. In het gebouw waren ook tennisvelden, die zich naar verluidt boven de ondergrondse garages bevonden.

Het zwembad en de sportzalen waren tijdens bepaalde uren ook toegankelijk voor niet-bewoners van de Résidence Palace, zoals in de bovenstaande reclame te zien is.

6) Bank

Meer bepaald een Société Financière Belgo-Canadienne, waar men niet alleen alle gewenste bankverrichtingen kon uitvoeren, maar eveneens een koffer kon huren.

7) Garage

De garage bood plaats aan 200 auto’s, die in die tijd nog vrij zeldzaam waren. Er was ook een onderhoudsdienst aan verbonden, waar men kon bijtanken, banden laten wisselen, accessoires kopen enz. Tevens kon men er auto’s huren, dit per kilometer of tegen een vast bedrag.

 

8) Coiffure en luxewinkels

 

In het gebouwencomplex bevonden zich een coiffure, een verkooppunt voor kranten en tijdschriften, een winkel van rookartikelen, een exclusieve bloemenwinkel en een verkooppunt van dure chocoladeartikelen. Er waren ook vitrines geplaatst, waarin andere luxewinkels allerlei koopwaren tentoon stelden. Daarnaast waren er eveneens een aantal winkels met vooral luxueuze voedingsartikelen.

Uiteraard vergde het een vrij complexe installatie om al deze appartementen en zalen te verwarmen en te ventilleren. Logischerwijze werd dan ook met deze indrukwekkende machinekamers uitgepakt in promotiemateriaal. De zalen hadden net zo goed kunnen behoren aan een grote fabriek of een titanesk passagiersschip...

Het geheel was omringd door een mooie tuin, die door elegante ballonlampen verlicht kon worden. Vandaar dat een promotiebrochure uit de 1920’s het complex onomwonden aanprijst met de leuze: “Où l’hôte est roi”. (2) Helaas staan er nergens in de geraadpleegde documenten en promotiemateriaal prijzen vermeld. Het zou wel interessant zijn geweest om een idee te hebben over hoeveel duiten men moest beschikken om zich tot de happy few te mogen rekenen die in dit moderne paleis woonden.

Wanneer de economische crisis begin 1930’s evenwel genadeloos toesloeg, bleken ook tal van to dan toe welstellend bewoners het moeilijk te hebben om hun dure levensstandaard hoog te houden. De huurappartementen geraakten niet meer even vlotjes aan nieuwe bewoners. Naar verluidt was de sfeer tussen de leden van de “Beau Monde” ook niet altijd even vlekkeloos, en werd de sfeer soms grondig verknoeid door geroddel en onderlinge jaloezie. Mensen zullen altijd wel mensen blijven, met alles wat dat ook aan minpunten betreft, ondanks hun afkomst, fortuin of faam.

Kaisin van zijn kant zou nog een aantal andere immo-projecten in het Brusselse gestalte geven, ondermeer het Pavillon Français, een pand van 15 verdiepingen in Schaarbeek en de Résidence de la Cambre, dat er reeds 17 telde, wat in die tijd als erg hoog gold. Architect Polak bleef in België wonen, en ontwierp ondermeer nog de hotels Atlanta (1924-’28), Albert I / Terminus (1928-’29) en Plaza (1929-’30), de Villa Empain en het COOVI in Anderlecht. Hij overleed in 1948.

 

3) Het definitieve keerpunt en het einde van een periode

In 1940 vielen de Duitsers ons land binnen, en één van de gebouwen waarop ze hun oog hadden laten vallen was de prachtige Résidence Palace. Een deel van het majestueuze complex werd aangeslagen, en een aantal diensten van de bezetter werden in het mooie gebouw ondergebracht. Dit verstoorde grondig het mondaine leven, dat zo tot bloei was gekomen in de late 1920’s en 1930’s.

De mondaine biotoop hervond na de Tweede Wereldoorlog geen tweede jeugd. Het gebouw werd in 1947 aangekocht door de Belgische overheid, die er een reeks administraties in onderbracht, waaronder de dienst belast met de uitreiking van nummerplaten. In 1953 werd er zowaar nog een verdieping aan het gebouw toegevoegd !

Op gegeven moment werd met het idee gespeeld om het glamourvolle complex volledig met de grond gelijk te maken, en er saaie kantoorgebouwen in de plaats te zetten. In 1988 gebeurde dit overigens met de vleugel “Justus Lipsius” en een deel van de vleugel “Jubelpark”.

Voor Blok C werd op aandringen van de toenmalige Premier Verhofstadt een nieuwe bestemming gevonden. Hij verzette zich tegen het opnieuw invoeren van woongelegenheid in de Palace Résidence, en pleitte in de plaats voor de oprichting van een internationaal perscentrum aldaar. Deze moest onderdak kunnen bieden aan zo’n 800 internationale verslaggevers die de Europese topconferenties in Brussel komen volgen. Het nieuwe perscentrum werd in gebruik genomen in 2001, toen België het voorzitterschap van de Europese Unie waarnam. Het was allemaal wel in een ijltempo gebeurd, en heel wat tegenstanders waren bijzonder ontstemd over hoe het dossier werd aangepakt. Zo was het al lang bekend wanneer België het voorzitterschap op zich zou nemen, en kwam de toenmalige Premier rijkelijk laat met zijn op zich interessant idee aandraven. Het perscentrum omvat ondermeer redactie- en montagezalen.

In 2004 stelde België voor om de Europese Raad onder te brengen in Blok A, een voorstel dat werd goedgekeurd door de instelling. Het gebouw zal daartoe helemaal moeten worden gerenoveerd, hetgeen op hevig protest stootte van ondermeer bewonderaars van het architecturale werk van Polak. In 2013 zou het vernieuwde gebouw klaar moeten zijn.

 

Voetnoten

(1) Ongedateerde brochure van de firma Franki (uit de 1930’s): artikel getiteld: Le Résidence Palace de Bruxelles: 2458 Pieux Franki de 6 à 15 m pp 61-66

(2) Promotiebrochure van de NV Résidence Palace. De meeste zwart/wit opnames opgenomen in dit artikel zijn uit deze brochure afkomstig. Daarnaast werd blijkbaar de postkaartenuitgever Nels aangezocht om een hele reeks opnames van de Résidence Palace te maken. Deze postkaarten werden voorzien van een nummer, en de reeks blijkt uit meer dan 30 verschillende opnames te bestaan. Een aantal hiervan werden ook in dit artikel verwerkt. 

 

 

 
 
database afsluiten