Retroscoop - In de ban van de fles: de Frank Heuten-collectie RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

In de ban van de fles
De Frank Heuten-collectie

Benoit Vanhees
Juni 2013

   

Voor de gemiddelde sterveling is een fles een fles, waarbij de variaties zich hooguit beperken tot kleur, grootte en inhoud. Van de zeer uitgebreide familie “fles” kent de doorsnee leek dan ook doorgaans enkel de neefjes limonade-, water-, bier-, wijn-, jenever- en misschien medicijnfles.

Niet zo voor Antwerpenaar Frank Heuten. Voor hem is het woord ´fles´ zoiets als ´sneeuw´ voor Eskimo´s: iets met ontelbaar meer variaties en schakeringen dan u en ik zouden vermoeden. Als trotse eigenaar van een bijzonder rijke collectie van honderden flessen in alle maten, gewichten en vormen weet de man dan ook als geen ander waarover hij praat. Tijdens een bijzonder interessant gesprek regende het al snel begrippen en “vakjargon” waarvan u waarschijnlijk en ik alleszins nog nooit eerder van gehoord had. Of wat te denken van bv een “slijkfles”, een “kelderfles” of nog, een “knikkerfles” ?


"Mood indigo", een stilleven door F. Heuten...

Met de terechte trots van de rozenkweker die zijn nieuwste geslaagde kruising laat bewonderen, toonde de man bereidwillig zijn werkelijk adembenemende collectie van flessen in doorzichtig, geelbruin, donkerbruin, smaragdgroen of het fraaie “indigo” glas. Opvallend misschien: rood- of paarsgekleurd glas wordt maar zeer zelden gebruikt voor de productie van flessen.

De verzameling toont ondermeer enkele bataljons inktflesjes en een divisie bierflessen afkomstig van een bonte collectie thans vaak verdwenen brouwerijtjes. Zijn legioen jeneverflessen zou het museum in Hasselt ongetwijfeld doen watertanden, en zijn kokette mengelmoes aan medicijnflessen is groter dan die van Merlijn en de Grote Smurf samen... Dan hadden we het nog niet over de prachtig gedecoreerde parfumflessen die elitaire leveranciers uit de Belle Epoque aan de niet altijd even snoezige “Beau Monde” versleet.


Zoals Romeinse centurions het graag zagen: compacte gelederen
Hier een zeer fraaie collectie inktflessen, met gleuven waarop de pen kon rusten


Flesjes Odol mondwater, poederdoosjes, opbergdoosjes... 

Heuten heeft er een hele kamer van zijn huis voor opgeofferd, onder het (min of meer) welwillend en (enigszins) vertederd oog van zijn echtgenote. Hier staan de flessen in speciaal vervaardigde rekken als de befaamde Chinese terracotta-legers in zeer compacte rijen en gelederen opgesteld. Zijn oudste glazen flessen dateren van omstreeks 1908, mogelijk zelfs wat ouder. De exemplaren in aardewerk doen nog beter: sommige exemplaren dateren nog van voor de Duitse eenmaking, die in 1870 plaatsgreep !

In alle opzichten, zelfs letterlijk en figuurlijk is de collectie van Heuten bijzonder “aardig” te noemen. Geen enkele fles is afkomstig van een rommelmarkt of veiling: elk stuk werd namelijk... opgegraven ! Het ontstaansverhaal achter deze unieke collectie gaat terug naar 1976, toen Heuten vooraan in de dertig was. Heuten trok er toen regelmatig op uit naar het Antwerpse platteland. Het viel hem daarbij op, dat wanneer boeren specifieke velden omgeploegd hadden, er allerlei dingen aan de oppervlakte leken te blinken, te weerkaatsen bij het minste straaltje zon. Die vaststelling maakte niet alleen kraaien en eksters nieuwsgierig, maar ook de wakkere man. Want inderdaad, welk mysterie verklaarde nu dit vreemde fenomeen ?

 
Flesjes flesjes aan de wand, wie heeft er het meeste van het land ?


Kruikflessen met een oor, parfumflesjes, mosterdpotjes...

Het bleek alras dat deze velden zich bevonden op voormalige stedelijke stortplaatsen, sedert lang in onbruik geraakt. Daar waar tijd en micro-organismen het bio-afbreekbaar deel van de tonnen gestorte huisvuil hadden doen vergaan, was glas en aardewerk daartegen bestand. Nadat de storten in onbruik waren geraakt, waren ze overdekt geworden met een dikke laag aarde, en werd de omgeving voor akkerbouw in gebruik genomen. Door regenval, verschuivingen in de aardlagen, het jaarlijks omploegen enz. geraakten sommige potjes en flessen uiteindelijk weer aan de oppervlaktelaag. Sommigen raakten vernield door de ploegen, door tractoren. Het waren deze scherven die de bucolische variant van het blingbling-effect veroorzaakten. Maar op een iets kleinere diepte, voldoende beschermd tegen de schoepen van ploegen, tegen paardenhoeven en de inkepingen van grote tractorbanden wachten vaak ongeschonden exemplaren enkel maar op een eerlijke vinder....

En zie... Door voorzichtig met een harkje de bovenste halve meter rond de plekken waar veel schreven bijeen lagen om te woelen, haalde Heuten op zo´n 40 jaar tijd een ongelofelijk rijke en diverse verzameling doorgaans intacte flessen en andere curiosa naar boven. Bijna niet te geloven, maar de flessen, die soms meer dan 100 jaar oud zijn, hebben jaren en jaren van ploegen en onder de grond liggen probleemloos overleefd. Na een grondige spoelbeurt leken de eeuwelingen nog steeds even jeugdig als toen ze voor het eerst op de schappen van een winkelier pronkten.

"Achteloos" gestelde vragen naar waar precies die gronden vol onvermoede bodemschatten gelegen zijn, werden behendig door onze gastheer uit de weg gegaan. En laten we eerlijk zijn, is dat niet zoiets als de goochelaar vragen hoe dat nu zit met dat trucje met die witte duif of de ogenschijnlijk doorgezaagde assistente ? Wat Heuten wel kwijt wou, was dat zijn “jachtseizoen” slechts enkele maanden duurde. Deze was immers beperkt tot het moment waarop de boeren hun grond omploegden en de maïsplantjes enkele centimeter hoog waren geworden. Het is evident dat hij -uit respect voor de boeren- zich daarna niet meer op de velden begaf, tot de nieuwe “jachtperiode” weer lonkte. Het hoogseizoen voor hem was dus eind april, begin mei.


Een "inktgieter", waarmee men de inktpotjes
in schoolbanken kon bevoorraden


Een zonderlinge versiering voor een bierfles... Een Davidster !

Aan elke fles die hij gevonden heeft, hangt een hele geschiedenis vast. Een historiek , die verzamelaar Frank Heuten op boeiende wijze weet over te brengen. Neem nu zijn eigenaardige flessen in aardewerk, waarin twee afzonderlijke stempels prijken, die van een Duitse waterproducent en die van Nederlandse jeneverstokers... Ergens in de tweede helft van de 19de eeuw brachten enkele Duitse exploitanten van een “Quelle” bruiswater op de markt, verpakt in flessen van aardewerk. Wellicht was hier de verpakking ettelijke malen duurder dan de inhoud, wat ons mag doen vermoeden dat het bestemd was voor een erg elitair publiek. De uitbaters van de bron lieten duidelijk zichtbaar een eivormige stempel in het aardewerk aanbrengen, die klanten meedeelde om welk Selzerwasser het ging. Op zeker ogenblik kwamen die fraaie flessen onder de aandacht van enkele schrandere Nederlandse jeneverstokers. We plagen onze Noorderburen graag met hun soms legendarische zuinigheid. Ook in dit geval zagen ze de kans schoon om de productiekosten aardig te drukken. Prompt besloten ze om de afgedankte waterflessen in te zamelen en systematisch te hergebruiken, ditmaal voor jenever. Op de één of andere manier brachten ze gewoon een tweede stempel in de fles aan, en klaar was kees... Heel fraaie collectiestukken ! En wellicht een wetenschappelijk bewijs, dat er toch wel een zekere kern van waarheid in onze plagerijen verscholen ligt.


No passeran ! een legertje gekleurde flessen bewaakt
vastberaden het raam dat uitgeeft op de tuin... 


Wie van afstoffen houdt zou hier zijn / haar hartje
dagelijks kunnen opluchten...

Heuten wees er ook op, dat echte verzamelaars van flessen in aardewerk zichzelf altijd snel verraden. Altijd en overal, of het nu op een rommelmarkt of een veiling is, is hun eerste, bijna instinctmatige reactie steeds de fles om te draaien... Dit laat hen toe om te zien of op de bodem van de fles een soort ringen zichtbaar zijn, die wat lijken op de jaarringen van een boom. De aan- of afwezigheid van dit zonderling patroon vertelt hen immers meteen of de fles ambachtelijk – door een pottenbakker - of industrieel vervaardigd werd. Wanneer een ambachtsman een fles op een draaitafel gevormd had, gebruikte hij immers een touw om zijn schepping van het draaiend platform te verwijderen. Het is dit manoeuvre dat de kenmerkende lijnen op de bodem van de fles veroorzaakte. Iets dat meteen ook toelaat om de fles wat beter te dateren: met de machinale productie van flessen in aardewerk werd immers pas omstreeks de 1920´s begonnen.


Een reeks flesjes van bouillonproducenten
Centraal een zeldzame 1 literfles van OXO, met rechts de
twee kleinere varianten. Vooraan rechts een fles van Bovril

Gelijkaardige weetjes bestaan er ook voor glazen flessen. Zo vertelt een naad die een fles in de hoogte in twee helften verdeelt meteen dat deze van na ca. 1927 dateert. Ook specifieke oneffenheden in de bovenzijde van de fles laten kenners toe om te bepalen dat de flessen door glasblazers gemaakt zijn geworden, en niet machinaal. Eens de fles geblazen, verbond enkel nog een dunne glazen draad de fles met de blaaspijp. Deze werd daarop doorgeknipt, waarna de oneffen bovenrand van de fles in enkele snelle bewegingen enigszins gepolijst werd. Het eindresultaat was echter nooit zo glad als een machinaal geproduceerde fles. Ook de stop laat soms toe om de flessen enigszins te dateren. Experts ter zake weten zonder falen dat glazen draaistoppen op medicijnflessen maar tot een welbepaalde periode gemaakt werden, terwijl beugelstoppen niet voor een specifiek jaartal bestonden.


Een slijkfles...


... en enkele knikkerflessen

O ja, eerder vielen reeds de termen ´slijkfles´, ´kelderfles´ en ´knikkerfles´. De eerste zijn zeldzame flessen met een spitse bodem, ideaal voor soldaten in loopgraven en op het slagveld, die de spies onderaan gewoon ergens in de modder konden prikken. Kelderflessen kenmerken zich dan weer door het feit dat de bodem smaller is dan het breedste punt van fles. Knikkerflessen bevatten -zoals de naam het aangeeft- een glazen knikker en een rubberen ring in een speciaal voorziene uitholling. Ideaal voor het uitschenken van gashoudende dranken. De knikker voorkwam dat er teveel kostbare drank uit de hals vloeide, wanneer de fles in een te grote hoek werd gehouden.

Een fles met een duidelijk zo bedoeld gat centraal in de bodem bleek dan weer een mysterie te zijn. De hypothese van Heuten was dat het misschien ging om flessen, die omgekeerd op een toog opgesteld stonden, voorzien van een kraantje. Om de drank gemakkelijker te laten lopen, werd dan een gaatje aan de bovenkant voorzien. Misschien kon dit gatje bij niet-gebruik met een soort rubberen stop afgesloten worden, om ongewenste microscopische of fruitvliegjes uit de fles te houden. Een zelf wat schuchter gelanceerde hypothese zoekt het in een andere richting. Misschien ging het om flessen die op handelsbeurzen, tentoonstellingen, bij winkeliers enz. goed zichtbaar opgesteld op een soort statiefje of spies opgesteld werden. Door de lege fles zoals een kaars op een kandelaar via het gaatje vast te prikken, verhinderde men dat onvoorzichtigen het exemplaar zouden omstoten. Zo´n fles kon ook bv. in een schuine hoek op een muur enz. bevestigd worden.

    
Een zeer fraai Brits doosje voor cherry tandpasta, "patronized by the Queen"
en een luciferhouder, met een zijwand als strijkvlak

 
Misschien wel om zijn "Ware Jacob"-pijp mee aan te steken...
Rechts: nog meer meerschuim...

Heuten vond overigens niet alleen flessen op zijn mysterieuze jachtvelden. Ook schoteltjes van jeneverstokerijen, reclameglazen, vleespotten (!), luciferhouders uit cafés en taksplaten voor fietsen uit 1908-1910 verdringen elkaar in zijn pronkkasten. Verder behoren een stel fraaie meerschuimen pijpenkoppen tot zijn trofeeën. Heel amusant zijn bijvoorbeeld de pijpenkoppen met een gebeeldhouwde tekst “Je suis le vrai Jacob”. Door deze ostentatief in drankgelegenheden aan te steken, werd “subtiel” de boodschap naar de aanwezige dames uitgezonden dat de eigenaar ervan – net als ondergetekende overigens- nog een jonkman was. Mooi toch ?

 
Twee taxplaten voor fietsen. We klagen nu vaak over teveel belastingen,
maar vergeten wel dat er vroeger ook op fiietsen, honden enz... waren

  


Bal en Meeus, twee bekende Antwerpse stokers

Wie hoopt om de verzamelaar in hart en nieren te vermurwen met klinkende munten, of eerder ritselende bankbiljetten zal van een kale reis weer huiswaarts keren. Heuten is erg verknocht aan zijn opgedolven bodemschatten, en zeker niet bereid om zelfs maar een deel van de collectie te amputeren. Geldzorgen heeft de man niet, en de flessenverzameling was nooit bedoeld als een soort investering die op gegeven moment ook moest opbrengen. Mogelijk eindigt de verzameling op een dag in een verre toekomst in een museum, maar daarover ligt Heuten vandaag zeker niet wakker. Zolang het kan, blijven zijn flessen en andere curiosa levensgezellen, waarover hij met de nodige trots en enthousiasme kan vertellen. Wellicht kunnen enkel maar andere pur sang verzamelaars -zoals ikzelf- dit echt goed begrijpen... 

  

 

Nog meer glas van onder de grond

Wie nog meer leuke vondsten van onder de grond wil zien kan ook eens een kijkje gaan nemen naar de Nederlandse website gevondenvondsten

 

 

 
 
database afsluiten