Retroscoop - De wijk "Oud Antwerpen" tijdens de wereldtentoonstelling van 1894 Deel 1 RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De wijk “Oud Antwerpen” tijdens de
w
ereldtentoonstelling van 1894


Deel 1: Droom van een gegoede Antwerpse

burger over zijn Gouden Eeuw

Tekst en Afbeeldingen:
Hugo Cuypers


(Stadsarchief Antwerpen SAA-Foto OF#7442)
Heel wat beeldmateriaal in het artikel Oud Antwerpen is afkomstig uit het
SAA (Stadsarchief Antwerpen) waarvoor onze dank.
Luchtopname van de Wijk Oud Antwerpen
(wereldtentoonstelling Antwerpen 1894)

Inleiding

Negen jaar na de eerste wereldtentoonstelling van 1885 te Antwerpen en zes jaar na die van Brussel uit 1888, werd in 1894 in de Scheldestad opnieuw een wereldtentoonstelling georganiseerd. (1) Ze stond onder de hoge bescherming van “Z.M. den Koning der Belgen” en die koning was toen Leopold II.


De tentoonstelling werd geopend op 5 mei 1894 en sloot haar deuren op 5 november van dat jaar. (2) Zoals toen gebruikelijk was, toonde men er de nieuwste snufjes van de industriële revolutie en de producten en diensten geleverd door de belangrijkste Belgische en enkele buitenlandse handelsondernemingen.


(SAA – Foto-ALB#789)
1894 De stand van de diamantnijverheid


(SAA – Foto-ALB#800)
De volgepropte machinehal met zijn
talrijke standjes, locomotieven, papiermachine...

Toch was er een verschil t.o.v. 1885. In navolging van voorafgaande buitenlandse wereldtentoonstellingen was er nu ook plaats voor vermaak en vertier. (3) We vermelden hier o.a. het Congolees dorp, Pawnee Bill en zijn Wild West Show, de degustatiepaviljoenen en de Oosterse kwartieren met bijv. de “Rue du Caire”.

Net zoals de wereldtentoonstelling van 1885 vond ook die van 1894 plaats op het Zuid. Dit stadsdeel heette toen nog Nieuw Zuid, het was de plaats waar tot in 1881 het Zuidkasteel of Citadel gestaan had. (4)


Officieel plan van de Wereldtentoonstelling van 1894

Voor we in deze artikelenreeks ons verhaal over Oud Antwerpen vertellen, eerst nog even iets over de sociale situatie op het einde van de 20ste eeuw. Bij de bezoekers van de wereldtentoonstelling van 1894 waren er relatief weinig gewone volksmensen. Eén van de belangrijkste redenen was zeker dat die het zich financieel niet konden veroorloven. De inkomprijs van 1 fr en de bijkomende kosten (attracties of iets verbruiken) waren een echte barrière voor die mensen om samen met hun kinderen naar de tentoonstelling te trekken. Een geschoold industriearbeider verdiende toen ongeveer 2,50 fr per dag. (5)


Zicht op de tentoonstelling richting stadscentrum.
Helemaal rechts een stukje
Oud
Antwerpen en daarachter
het Museum voor Schone kunsten, ingehuldigd in 1890
 

A) De clou van de tentoonstelling

Rond de eeuwwisseling waren er in de wereld zeer veel grote internationale tentoonstellingen. Om zich duidelijk te onderscheiden van de concurrentie moesten de organisatoren een echt spraakmakend evenement of bouwwerk realiseren, de “clou” van de tentoonstelling.


De Eiffeltoren,"clou" van de Expo 1889


Het Château aérien van Tobiansky
moest die rol spelen voor Antwerpen

Het futuristisch project van de Belgische ingenieur Tobiansky bestond uit een constructie die café’s en restaurants zou bevatten opgehangen aan een reusachtige met kabels verankerde ballon die 200 à 300 m boven de expo zou zweven. Met een lift konden bezoekers op en neer reizen.

Helaas is het gevaarte nooit opgestegen. (6) Er was dus dringend nood aan een andere clou, en dat werd dan "Oud Antwerpen"…


Inkleuring van het gebied ingenomen door de wereldtentoonstelling
boven op het huidige stratenplan – het deeltje waarop de
Wijk Oud Antwerpen stond is geel gekleurd

 

 B) De start – Samenstelling van het “Comiteit”

Toen in augustus 1892 de Belgische Academie van Oudheidkunde haar vijftigjarig bestaan vierde richtte zij met vijftien maatschappijen een stoet in die de schitterende optocht evoceerde van de Intrede der Rederijkers die deelnamen aan het Landjuweel van 1561. Antwerpen heette in die tijd niet voor niks “stad der stoeten”!


(SAA – Foto-ALBUM#36)
Uit de stoet van 1892 - Aankomst van de Venetianen te Antwerpen
(Toneel- en letterkundige maatschappij “De Vrije Kunst” uit de Seefhoek


Jan Adriaensen, kantonaal inspecteur lager onderwijs, was zo enthousiast over deze stoet dat hij ervoor ijverde om binnen de Wereldtentoonstelling van 1894 zoals hij dat uitdrukte “de prachtige tonelen opnieuw te laten bewonderen”.

 
 SAA – Foto-ALBUM#36
Een groep rederijkers uit de stoet van 1892 
Jan Adriaensen is de man in het cirkeltje
 

Hij legde zijn plan voor aan de drie voornaamste inrichters van de manifestatie van 1892, Frans Van Kuyck, Max Rooses en August Possemiers.


Van links naar rechts: Frans Van Kuyck, kunstschilder, professor aan de
Koninklijke Academie en Antwerps gemeenteraadslid. Max Rooses was
conservator van het Plantin-Moretus-museum in Antwerpen.
August Possemiers ten slotte was bureelhoofd bij de Stad Antwerpen.

Samen met nog twee andere ijverige medewerkers van 1892, Alfons De Wolf en Florent Donners werd een comité opgericht, het “Bijzonder Comiteit van ANTWERPEN IN DE XVIe EEUW” (later kortweg het “Comiteit” genoemd). Als voorzitter koos men het best iemand van adel, het werd Burggraaf A. de Nieulant et de Pottelsberghe, tevens lid van het Bestuur van de expo van 1894.


Van links naar rechts: Alfons De Wolf, voorman van de Katholieke Burgerkring, Burggraaf Armand de Nieulant en Florent Donners, een gegoede handelaar

Na heel wat overleg kwamen de organisatoren tot een besluit. Ze wilden een synthese maken van de stad tijdens de 16de eeuw, met de uitbeelding van het dagelijks leven, handel en ambachten, toneel en muziek, stoeten en spelen. Dit was dus heel wat meer dan het oorspronkelijke idee van Jan Adriaensen.

 

C) De voorbereiding – Max Rooses en Frans Van Kuyck

Max Rooses was in 1894 al een bekend schrijver. Hij was degene die zorgde voor de historische achtergrond van het verhaal. Oud Antwerpen werd een romantisch teruggrijpen naar een “verloren wereld”. Tijdens de gouden 16de eeuw was Antwerpen één van de grootste en belangrijkste steden van Europa geweest, handelsmetropool en wereldhaven. Op het einde van de 19de eeuw kon echter alleen de haven Europees nog meetellen. Max Rooses droomde er van met Oud Antwerpen een stukje stad te creëren uit die gouden eeuw of om het met zijn woorden te zeggen … “een stadswijk heropgebouwd met hare houten en steenen huizen, hare kronkelende straten, haar grillige uithangborden, haar rijke of nederige, maar immer schoone wooningen en hare openbare gebouwen, meesterwerken van eigen kunst".


Houtsnede uit huldeboek bij Intrede in Antwerpen van Karel V in 1515

Frans Van Kuyck, in 1894 te Antwerpen zeker nog niet op het toppunt van zijn politieke carrière, was de man die de droom van Max Rooses gestalte gaf. Hij was zonder enige twijfel de grote bezieler en leider van het project, niet alleen door zijn ontwerpen voor de huizen en de kledij, maar meer nog door zijn onvermoeibaar organisatievermogen.


Voorbereidende tekening van Frans Van Kuyck uit 1893 met enige specimen van huizen. Bij de uiteindelijke bouw werd wel wat gewijzigd, ook aan de volgorde.

Het opbouwen van reconstructies van oude gebouwen in een grote tentoonstelling was in 1894 zeker geen nieuwigheid meer. Zo was er in 1889 op de Parijse wereldtentoonstelling o.a. een reconstructie in verkleind formaat van de Bastille te bewonderen. Ook op de tentoonstelling in 1893 in Chicago waren er “historiserende” reconstructies. (7)


Parijs 1889 - Reconstructie Bastille en rue Saint-Antoine 

Ook de uiteindelijke plannen voor de wijk werden getekend door Frans Van Kuyck. Bij de uitwerking werd hij bijgestaan door bouwmeester Eugène Geefs. (8)


(SAA – blauwdruk Frans Van Kuyck)

Enkele gebouwen of constructies zijn min of meer getrouwe nabootsingen van bouwwerken die tijdens de 16de eeuw in Antwerpen gestaan hebben (o.a. de Kipdorppoort en het Oud Stadhuis). Tijdens de wandeling door de wijk Oud Antwerpen zullen we dat gedetailleerd bespreken (hoofdstuk B). De meeste constructies zijn eerder opgebouwd in de stijl van huizen zoals die in de 16de eeuw in Antwerpen gestaan hadden.

 

Tijdens de wereldtentoonstelling in 1913 in Gent werd “Oud Vlaendren” opgebouwd en hier moest alles historisch exact zijn. Het moest een bonte verzameling worden van nog bestaande of reeds afgebroken gebouwen uit heel Vlaanderen uit de 16de en 17de eeuw. Om alles tot één geheel te smeden werd hier en daar echter wel wat aan de “historische exactheid” gesleuteld. Het geheel was immers ook belangrijk !

 

D) De constructie van de gebouwen

De meeste gebouwen, ook de paviljoenen die opgetrokken werden op de wereldtentoonstellingen, waren maar tijdelijke constructies. Eerst werd een geraamte geconstrueerd, meestal in hout. De zichtbare buitenkanten werden dan bekleed met aangepaste planken of met platen staff die zo gemodelleerd waren dat ze, eventueel na beschildering, allerlei steensoorten konden voorstellen. Een gelijkaardige werkwijze werd ook toegepast voor Oud Antwerpen. 


(SAA – detail blauwdruk Frans Van Kuyck)
Victor Merckx-Verellen tekende op 2 december alle blauwdrukken

Op 7 december 1893 werden de algemene bouwwerken van Oud Antwerpen toegewezen aan aannemer Victor Merckx-Verellen. Samen met zijn onderaannemers en een hele schare werklieden begon hij direct aan het werk alhoewel de weersomstandigheden zeker niet altijd ideaal waren.

  
 (SAA – GP#4868 en GP#6095)
Op 17 december 1893 stonden er al verschillende geraamtes van huizen recht. Enkele “belangrijke heren” kwamen het werk inspecteren.


(SAA – GP#4860)
Het geraamte van het Stadhuis, de Lakenhalle en enkele
andere huizen
(half januari 1894)

Staff is een bouwmateriaal dat voornamelijk bestaat uit een mengsel van gips en cement in water, versterkt met hennepvezels. Het wordt gegoten in mallen en na drogen ontstaat een stevige plaat die dan bijvoorbeeld (een deel van) een muur in baksteen kan vormen. Ook zaken zoals ornamenten of beeldjes kunnen in staff gemaakt worden. Staff werd reeds gebruikt voor een aantal gebouwen van de wereldtentoonstellingen van 1878 en 1889 te Parijs en van 1893 in Chicago.

De foto’s die we hieronder tonen over het aanmaken van platen staff zijn gemaakt tijdens de opbouw van de wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago.


De platen staff konden voor of na het plaatsen nog gekleurd en gepolijst worden tot in de kleinste details. Dit werk werd uitgevoerd door zgn. ornemanisten en decoratieschilders of “peintres-décorateurs”.


Decoratieschilders bewerken de staff

In Antwerpen gebeurde de buitenafwerking van de huizen door een beeldhouwer (Jules Weyns), drie ornemanisten (F. van Dievoort, J. van Stappen en L. Stynen) en twee decoratieschilders F. en A. Veranneman). Jan Kerckx, professor aan de Koninklijke Academie van Antwerpen, controleerde of alles het correcte uitzicht kreeg en natuurlijk was daar ook nog Frans Van Kuyck zelf.


Jan Kerckx

  
 (SAA – GP#9636 en GP#6101)
Links: De platen staff voor de gevel van een huis werden op het
geraamte genageld. 
Rechts: De staff op het geraamte van het
Stadhuis werd na het aanbrengen geschilderd
 

De niet zichtbare gevels van “de wijk” werden afgewerkt met gewone planken. Daken werden soms bedekt met schalies, maar als ze van op de grond niet zichtbaar waren dan werden het gewoon planken en een laagje om alles min of meer waterdicht te maken.


 (detail SAA – Foto-OF#7442)
Gewoon duimse planken aan de achtergevels van de
huizen aan de rand van de wijk


E) Afwerking van de straten en het plein

De inrichters zorgden voor een riolering en gasleidingen in de wijk. Ook de bedrading voor een telefoonaansluiting werd voorzien. Langsheen de openbare weg in de Wijk was ook een waterleiding met op enkele plaatsen kranen kosteloos ten dienste van de “bewoners” en het publiek. Aansluiting en verdere uitbouw van alle nutsvoorzieningen binnen in de huizen was voor rekening van de “bewoners” (zie punt g). Alle straten en het grote plein (de Merckt) werden gekasseid. Als het regende en dat gebeurde helaas nogal veel in 1894, moesten de bezoekers zo tenminste niet door het slijk ploeteren.


(SAA – Foto-OF#664)
Groepsfoto van de bouwers van Oud Antwerpen 

´s Avonds was Oud Antwerpen helemaal verlicht. Hiervoor gebruikte men “electriek licht”. In een geheel uit hout opgetrokken wijk was het gebruik van gas te gevaarlijk. De gloednieuwe uitvinding van het einde van de 19de eeuw werd verborgen in lantarens met gekleurde glazen uit de 16de eeuw waarvan er een 16-tal verspreid waren over de wijk. Sommige avonden werden er ook honderden kleine gloeilampen ontstoken wat het geheel een feeëriek zicht gaf. 

    (rechts: SAA – GP#6112)

De elektrische stroom voor Oud Antwerpen werd opgewekt met dynamo’s die in de machinehal van de wereldtentoonstelling geplaatst waren. Deze dynamo’s werden aangedreven door waterdruk, waarschijnlijk vanuit het Zuiderpershuis. (9) Het was de Compagnie Hydro-Electrique Anversoise, eigenlijk de voorloper van het huidige Electrabel, die voor de opwekking en aansluiting zorgde. Reeds in 1892 was die maatschappij gestart met een experiment op de Groenplaats.

 
Paviljoen op de Groenplaats met daarin de dynamo (1892)

 

F) Verdere afwerking van de huizen

Vele winkelhuizen hadden een benedenverdieping met houten luifels en vensterplanken om de waren uit te stallen. Soms waren die planken opklapbaar. Ze werden in het Antwerps “blaaikes” genoemd.


(SAA - uit de verzameling plannen Frans Van Kuyck)
Werktekening voor luifels en vensterplanken

Elk huis van Oud Antwerpen kreeg een naam, zoals dat in de 16de eeuw gebruikelijk was. Die naam werd meestal op de gevel of op een uithangbord vermeld.


(SAA – 15#365)
Het huis “In den Gulden Spin” met passend uithangbord

De binnenafwerking van de huizen was contractueel ten laste van de “bewoners” (zie punt g).

 

G) De bewoners van de wijk

Het “Comiteit van Oud Antwerpen” droeg zelf de kosten van het hele project. Om de uitgaven terug te winnen werd het plan opgevat om de wijk te bevolken met betalende huurders. Zo kregen reeds op 25 mei 1893, dus lang voor er ook maar iets gebouwd was, heel wat Antwerpse handelaren een brief vergezeld van een grondplan met de vraag een winkeltje of horecazaak in de wijk te openen. Een citaat uit de brief:

In dit Antwerpen der XVIe eeuw zullen zich bevinden, benevens taveernen, afspanningen en tooneelzaal, eene Markt en straten met woningen en met winkels voor den verkoop van eetwaren, suikergoed, koffie en thee, wijnen, tabak, juwelen, …; alsook de noodige inrichtingen voor menig ambachtsman, … en meer andere, die passen kunnen in den tijd der XVIe eeuw …”


Dit ontwerp van grondplan verschilt op heel wat punten van het definitieve plan

Uit een ander citaat van de brief blijkt “Antwerpen boven” of is het “Antwerpen eerst”?

Het ligt in de aard van ons plan, het is zelfs de eerste en voornaamste reden van ons ontwerp, dat Oud Antwerpen worde bevolkt door Antwerpenaars, en dat zij-zelven, liever dan vreemden, de verschillige voordeelen en winsten opstrijken, welke de volledige inrichting van Oud Antwerpen doet verhopen …”

De respons op het schrijven was zeker bevredigend te noemen en alle huizen vonden een huurder, de lijst van 28 april 1894 vermelde 74 contracten. Buiten de Provincieraad en de Gemeenteraad van Antwerpen zijn de concessionarissen overwegend Antwerpse handelaren. De concessie gold contactueel voor de hele duur van de tentoonstelling en het “huurgeld” was uiteraard afhankelijk van de oppervlakte en de aard van het gebouw dat men ging betrekken. De concessionarissen en hun familie werden de bewoners of poorters van Oud Antwerpen genoemd. Echt wonen was dat natuurlijk niet, direct na het sluitingsuur van de Wijk (gewoonlijk 10 uur) moesten ook de concessionarissen Oud Antwerpen verlaten. Overnachten in de huisjes was niet toegestaan.


 
(SAA – Archief Frans Van Kuyck – Jan Adriaenssen)

Door het tekenen van het contract verklaarde de concessionaris zich ook akkoord met de maar liefst 66 artikelen uit het lastenkohier. Een aantal van die punten hadden te maken met de inrichting van het gehuurde gebouw.

De inwendige versiering en meubilering moesten in de stijl “der Vlaamsche Renaissance van de 16de eeuw of in de gothieken stijl” zijn. Alles op kosten van de concessionaris en vooraf goedgekeurd door het “Comiteit”.


Binneninrichting van een herberg – Tekening van Frans Van Kuyck

- Het leggen van een waterleiding binnen de gebouwen voor het eigen gebruik van de concessionaris met al de bijkomende kosten voor het afvoeren van het afvalwater, viel ten laste van de concessionaris.

- Indien de concessionaris ook binnen over elektrische verlichting wou beschikken, moest hij zelf contact opnemen met de elektriciteitsmaatschappij en uiteraard waren alle kosten voor hem. Elk stelsel en elk toestel van verlichting moest ook vooraf goedgekeurd worden door het “Comiteit”.

- Het was uitdrukkelijk verboden vuur te maken binnen de gebouwen van Oud Antwerpen zonder daartoe op voorhand schriftelijk toelating verkregen te hebben van het “Comiteit van Oud Antwerpen”. Het gebruik van petroleum was streng verboden.


MAS (Antwerpen)
Het laatste keersken – Schilderij van Constant Cap
Deze plakkers hadden geen “electriek licht” nodig.

Belangrijk was zeker ook het artikel in verband met het inkomgeld. Dat bedroeg minimum 10 centiemen en kon in bepaalde omstandigheden verhoogd worden. Gewoonlijk gebeurde dat bij feesten of stoeten in de wijk of bij het bezoek van de koning. Maar het was de Maatschappij der Tentoonstelling en dus eigenlijk ook het “Comiteit” van Oud Antwerpen dat de inkomprijs vastlegde. Contractueel beschikten die twee ook vrij over de opbrengst van de inkomgelden. Dat zorgde dikwijls voor een belangenconflict met de concessionarissen. Als de inkom verhoogd werd kwamen er volgens deze laatsten minder bezoekers en daalde hun omzet. Op 22 september, toen er in de wijk een “Vlaamsche kermis” ingericht was, werd de inkomprijs vastgesteld op 20 centiemen. Als reactie gingen een aantal handelaren in staking en plaatsten op tenten en kramen het opschrift Gesloten uit oorzake van te hoogen inkoomprijs.” (10)


 (SAA – GP#11030 – Archief Jan Adriaenssen)
De Vlaamse Kermis in Oud Antwerpen

Blijkbaar hielden niet alle poorters zich aan hun aangegane verbintenissen. Het “Comiteit” zag zich verplicht om op 3 juni 1894, dus een maand na de opening, een brief naar alle concessionarissen te sturen met een herhaling van een aantal punten.

Dien ten gevolge verzoeken wij dringend ieder wien de zaak aangaat :

1. - Zich streng te beperken tot enkele artikelen, waarvan de verkoop is toegestaan door elk contract van Concessionnaris.

2. - Het huis open en verlicht te houden, alle dagen, van ten laatste 10 uren voormiddag tot 10 uren ´s avonds.

3. - Aan het “Comiteit” ter inzage te zenden al de prijstafels der Waren en de berichten in elk huis aan te plakken.

4. – Vóór elke andere de Vlaamsche taal te bezigen bij de bekendmaking en voor de opschriften ten gerieve van het publiek.


 (SAA – 15#396)
Kledij uit de 16de eeuw en opschriften in het Vlaams

5. - Den kuisch en de bevoorrading te eindigen om 9 uren, de uitstallingswerken ten 10 uren voormiddag.

6. - In elk huis ten dienste van het publiek, op elk uur van den dag, minstens éénen bediende bij de hand te hebben, die vloeiend Vlaams spreekt.

7. - Zich gedurende gansch den dag en zonder uitzondering te gedragen naar Art. 41, dat uitdrukkelijk zegt: “Het is streng verboden aan den Concessionnaris, aan zijne bedienden en boden, wie zij ook zijn mogen, hun bedrijf uit te oefenen binnen de WIJK OUD-ANTWERPEN in andere kleeding dan die der XVIe eeuw …”

8. - Vooraf de kleeding van elken persoon des huizes te onderwerpen aan de goedkeuring van het “Comiteit”.

 
Schetsen gemaakt in Oud Antwerpen door de tekenaar Mars (11) en op
9 juni 1894 verschenen in het Engelse geïllustreerde nieuwsblad “The Graphic”

 

H) De opening

Als heel de voorbereiding afgelopen was werd het tijd om de bezoekers te ontvangen, maar eerst moest Oud Antwerpen nog officieel geopend worden. Op 5 mei 1894 arriveerde Leopold II en koningin Maria-Hendrika (Marie Henriëtte) , de hele koninklijke familie, ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders om 13 uur in het Ooststation te Antwerpen. (12) Ze werden opgewacht door Jan Van Rijswijck, burgemeester van Antwerpen en baron Osy van Zegwaert, gouverneur van de provincie Antwerpen.

Langs de De Keyserlei en de leien begaf het hele gezelschap zich in stoet naar de wereldtentoonstelling op het Zuid waar de koning de tentoonstelling voor open verklaarde. De hoge gasten konden eerst nog genieten van de uitvoering van de openingskantate, waarna een bezoek gebracht werd aan de verschillende afdelingen. (13) Omstreeks 4 uur begaf de hele stoet zich dan naar Oud Antwerpen, want daar was nog een aparte openingsplechtigheid gepland.


(SAA – Foto-ALB#944)
Het “Comiteit” en hun dames in 16de eeuwse outfit
(Foto genomen in de Borse (beurs)

De leden van het “Comiteit” hadden zich getooid met de kledij van magistraten uit de 16de eeuw. Ook hun echtgenoten en kinderen waren aangepast gekleed. Voor de Kipdorppoort werd er samen met trompetters, trommelslagers, wapenknechten en hellebardiers gewacht op de komst van Leopold II.


 (SAA – FOTO-GF#692)
Wachten op de koning aan de ingangspoort van de Wijk

Als de vorst arriveerde, stelde Burggraaf A. de Nieulandt, de voorzitter van het “Comiteit” de inrichters voor. Frans Van Kuyck overhandigde dan de sleutel van de stad aan de koning terwijl hij een welkomstwoord uitsprak in het “Vlaamsch”. (14)


 (SAA – Archief Frans Van Kuyck of Jan Adriaenssen)
Tekst van de toespraak van Frans Van Kuyck zoals die later verspreid werd

En de koning antwoordde, blijkbaar ook in het Nederlands:


(SAA – Foto-OF#7406)
De openingsplechtigheid van Oud Antwerpen is in volle gang

De dochters van de leden van het “Comiteit” overhandigden nog witte en rode rozen aan de koningin en de prinsessen. Dan trok de koninklijke stoet Oud Antwerpen binnen en maakte een tocht door de verschillende straten. De koning sprak onderweg met vele bewoners die voor hun deur stonden.


(SAA – Foto-OF#7407)
De koning bij het verlaten van “Den Aenghenaemen Hof” (15)

In het “Schepenhuys” (15) werden de koninklijke gasten verwelkomd door de burgemeester Jan Van Rijswijck.  De hoge bezoekers zetten er ook hun handtekening op de eerste bladzijde van het Guldenboek van Oud Antwerpen.


(SAA – 818#41)
Het Guldenboek van Oud Antwerpen

Om het (politieke) evenwicht te behouden werd er tot slot ook een bezoek gebracht aan het “Markgravenhuis” (15), waar de ontvangst gebeurde door de gouverneur van de provincie Antwerpen. De koning had erg genoten van het bezoek en beloofde nog vele malen terug te zullen komen.
 

Ga verder naar Deel 2 van dit vierluik

 

Voetnoten en opmerkingen
Belanngrijke opmerking met betrekking tot het gebruikte beeldmateriaal: 
Bij het tot stand komen van deze bijdrage werd al het mogelijke gedaan om na te gaan of de gebruikte afbeeldingen niet aan auteursrechten onderworpen zijn. Mochten er ondanks dit toch afbeeldingen aan onze aandacht ontsnapt zijn, engageren wij ons er toe deze zo spoedig mogelijk te verwijderen. Gelieve elke correspondentie hieromtrent te richten naar hcuypers@pandora.be.

1) De tentoonstellingen in Antwerpen van 1885 en 1894 en die in Brussel van 1888 werden niet erkend als wereldtentoonstelling volgens de criteria van het
 Bureau International des Expositions (BIE) opgericht in 1928 om toezicht te houden op de inhoud en de frequentie van de tentoonstellingen en kregen ook geen kwalificatie. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldtentoonstelling)

2) De Antwerpse tentoonstelling van 1894 besloeg een oppervlakte van 46 ha met 30 deelnemende landen en trok 1,5 miljoen bezoekers. Ter vergelijking, voor Chicago 1893 waren die cijfers: een oppervlakte van 240 ha, 46 deelnemende landen en 27,5 miljoen bezoekers.

3) Parijs 1889 en Chicago 1893.

4) Het Zuidkasteel of Citadel was een dwangburcht gebouwd in opdracht van de Hertog van Alva om de Antwerpenaren in bedwang te houden. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Citadel_van_Antwerpen)

5) Eind juni kreeg het stadsbestuur naar aanleiding van haar vraag van het Bestuur van de Tentoonstelling 7000 vrije inkomkaarten om uit te delen aan bekwame arbeiders van de stad. Werklieden uit Antwerpen waarvan de naam voorkwam op de lijst van de kiezers van de Goedemannenraad en de Nijverheidsraad (voorloper van de arbeidsrechtbank) kwamen hiervoor in aanmerking.

6) Ballons waren in 1894 in Antwerpen duidelijk niet succesvol. Een project met een “Grand Ballon dirigeable” die geleid aan kabels heen en weer moest vliegen tussen de tentoonstelling en de Groenplaats werd na talrijke mislukte vliegpogingen stopgezet.

7) Zo was er The German Village (Deutsches Dorf) , een reconstructie van een middeleeuws Duits dorp met 36 gebouwen, voornamelijk uit Beieren en Old Vienna (Alt-Wien) dat eigenlijk fungeerde als een stemmingsvol kader voor de verkoop van allerlei waren (voornamelijk eten en drinken). Verder kon je er o.a. nog een Turks dorp en twee Ierse dorpen bewonderen. Ook hier was verkopen belangrijk.

8) Eugène Geefs was professor aan de Koninklijke Academie zoals Van Kuyck. Hij ontwierp o.a. het Douanehuis of Tolhuis aan de Sint-Pietersvliet in Antwerpen (gebouw afgebroken in 1977).

9) Het Zuiderpershuis dateert uit 1878. Het was een hydraulische krachtcentrale die vele kranen, sluizen, bruggen, rioolschuiven en kaapstanders in de Antwerpse haven van energie voorzag. Het was gebouwd naast de in 1967-1969 gedempte Zuiderdokken, dus dicht bij het terrein van de tentoonstelling van 1894.

10) In de Gazet van Antwerpen had men het over een “opstand in Oud Antwerpen”, een paardjesmolen die weigerde te stoppen en die met geweld tegengehouden werd en klappen die uitgedeeld werden. Het Handelsblad vond dat sommige bladen wel wat overdreven … Hoe dan ook, de volgende dag werd een compromis bereikt tussen het “Comiteit” en de poorters.

11) Mars is de pseudoniem van de Belgische tekenaar Maurice Bonvoisin (1849-1912). In 1894 verscheen ook van hem: “L’Album d’Anvers et de l´exposition: croquis humoristiques inédits”

12) Het Ooststation stond tot aan de eeuwwisseling op de plaats waar nu het Centraal Station staat.

13) Die openingscantate, “De Genius des Vaderlands”, was in 1880 getoondicht door Peter Benoit op een tekst van Julius De Geyter.

14) In 1894 was Frans de voertaal van de Antwerpse burgerij. In de wereldtentoonstelling waren de Nederlandstalige opschriften dan ook in de minderheid. Alleen in Oud Antwerpen was dat anders, in de 16de eeuw sprak men in Antwerpen geen Frans, dus om de authenticiteit te bewaren moest het Nederlands (Vlaamsch) vooraan staan.

15) De functie en ligging van de verschillende gebouwen wordt uitvoerig in de hoofdstukken B en C besproken (o.a. dus ook “Den Aenghenaemen Hof”, het “Schepenhuys” en het “Markgravenhuis”).

 

 

 
 
database afsluiten