Retroscoop - De wijk "Oud Antwerpen" tijdens de wereldtentoonstelling van 1894 Deel 4 RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De wijk "Oud Antwerpen" tijdens
de wereldtentoonstelling van 1894

Deel 4: Kleine en grote evenementen
in "Oud Antwerpen"

Tekst en Afbeeldingen:
Hugo Cuypers

Een verhaal over reconstructies van grote feestelijke stoeten uit het verleden met veel pracht en praal, over ontvangsten van eigentijdse machthebbers en over wat er daar nog zoal gebeurde.

Er was in Oud Antwerpen heel wat moois te bekijken en heel wat vertier. Grote en kleine gezelschappen hielden er banketten. In de hoofdstukken 2 en 3 hebben we al enkele van die feestmalen vermeld. Verder werden er door het “Comiteit” en door de bewoners ook grote en kleine evenementen georganiseerd die door iedereen konden bijgewoond worden. Nu eens moest er iets extra betaald worden, dan weer niet, maar meestal waren het heuse publiekstrekkers. Alle gebeurtenissen bespreken is onbegonnen werk, maar laten we alvast beginnen met de grote.

1) Grote evenementen 

Reeds bij het de planning van de Wijk was het de bedoeling om er spelen te organiseren en stoeten te laten uitgaan. Uiteindelijk werden het drie grote evenementen: het “Steekspel”, de “Ommegang” en de “Intrede van Keizer Karel”. Elk van deze spektakels was meermaals te bekijken.

Max Rooses was telkens de man die zorgde voor de geschiedkundige achtergrond en voor de noodzakelijke grafische documentatie. De bibliotheek van het museum Plantin-Moretus, waarvan hij conservator was, bevatte veel informatie over de gekozen onderwerpen. (1)

Vele kostuums en attributen werden gehuurd, maar er moest nog heel wat bijgemaakt worden door vakbekwame mensen (o.a. schrijnwerkers, decorateurs, beeldhouwers, kleermaaksters). Frans Van Kuyck tekende de nieuwe attributen en kleding, organiseerde en controleerde ook de aanmaak en was tevens regisseur en hoofdorganisator. Hij kreeg natuurlijk heel wat hulp bij die taken. In het “Comiteit” zaten er immers nog mensen die ervaring hadden met het opzetten van stoeten en grote feesten. Verder waren er ook nog een aantal kunstenaars die een handje kwamen toesteken. (2)

Voor de uitvoering was altijd veel figuranten nodig en dan werd er een beroep gedaan op allerlei verenigingen, militairen en ook familie en kennissen. De rol van de Eekhof bij het bergen van de wagens en attributen en de vorming van de stoeten werd reeds in hoofdstuk B belicht.

 

1.A) Het Tornooi of Steekspel

Het eerste grote spektakel dat in Oud Antwerpen plaats had was een heropvoering van het steekspel dat in 1594 te Antwerpen op de Meir gehouden werd ter gelegenheid van de feestelijke Intrede van Aartshertog Ernst van Oostenrijk (3), landvoogd der Nederlanden.


Titelpagina van het boek van Joannes Bochius en Aartshertog
Ernst van Oostenrijk geschilderd door Martino Rota

Voordat het steekspel of tornooi van start ging was er een indrukwekkende stoet. Die stoet en ook het tornooi zelf hadden plaats op de beperkte ruimte van de Merckt van Oud Antwerpen. Hier werd een renbaan uitgetekend met een gravure van Peter van der Borcht als voorbeeld. (4)


Gravure van het steekspel op de Meir (Peter van der Borcht)

Max Rooses waakte zoals steeds over de geschiedkundige correctheid, Frans Van Kuyck ontwierp kledij en versieringen en ook Donners was erg actief bij de organisatie. Heel wat kledingstukken, wapens en harnassen kwamen van kostuumverhuurders uit Brussel en Antwerpen. Voor het tornooigedeelte werd beroep gedaan op een artilleriekorps van het leger. Kolonel Baesens had de supervisie, terwijl luitenant Lecointe en zijn onderofficieren zorgden voor de praktische uitvoering. (5)


(SAA - archief Frans Van Kuyck)
Tekening uit een drukproef voor een boek over de stoeten
in Oud Antwerpen 1894
(archieven Van Kuyck)

Gezien de hoge kosten voor het spektakel en het beperkt aantal toeschouwers dat er op de Merckt kon plaatsnemen was de inkomprijs sterk verhoogd en eigenlijk alleen te betalen door de “hoogere klasse”. De algemene inkom bedroeg 1 fr, de voorbehouden omheining aan de kant van het Toneel 2fr, kant Stadhuis 3 fr en de gaanderij tussen het Godshuis en den Dorstigen Hert kostte 5fr. Het tornooi werd slechts driemaal ingericht.


Plan met de verdeling van de Merckt tijdens het Tornooi of Steekspel


Officieel programma van het steekspel uit het dagblad De Koophandel

Kort na 3 uur kon men klaroenen en trommels horen vanaf “den Eekhof”, het signaal dat het spektakel ging beginnen. Eerst was er de intrede van de magistratuurvan Oud Antwerpen, de voorzitters of rechters van het steekspel en de overhandiging van de “uitdaging”. (6)

      
(SAA - FOTO-ALB#922) en (SAA - FOTO-ALB#919)
Links: Intrede van de vier voorzitters of kamprechters.
Rechts: Aartshertog Ernst en zijn gevolg in Romeinse klederdracht

Dan volgde de mooie stoet met vele paarden met daarop prachtig geklede ruiters, kemels, kinderen op ezeltjes, draagstoelen, dames te paard, soldaten, slaven, enz. Tweemaal kronkelde de stoet over de markt en keerde dan terug naar zijn vertrekplaats.


(SAA - FOTO-ALB#917)
De stoet – De Oosterse ridders


(SAA - FOTO-ALB#916)
De stoet – Achteraan Jacques de Pimentel en zijn Spaanse ridders

Daarna begonnen de eigenlijke spelen met ringsteken, gevechten te paard met het zwaard en met de lans alsook lanswerpen. Tot slot was er de prijsuitreiking.

 
(SAA - FOTO-ALB#925)
Kamp met het zwaard

Volgens een krantenbericht hadden sommige toeschouwers wel op realistischere gevechten gehoopt, maar de journalist vond dat onterecht: men mocht “elkander toch niet zeer doen”. Hij vertelde dat er integendeel met zoveel vuur geacteerd werd dat heel wat wapens na de opvoering verwrongen waren. Het waren natuurlijk maar toneelwapens.


(Bodleian Library – Oxford)
Uit een andere uitgave van het werk van Joannes Bochius


1.B) De Antwerpse Ommegang

In de middeleeuwen had elke stad haar “ommeganck” of ommegang die onderdeel was van de kerkelijke processie. De oudste vermelding uit Antwerpen is te vinden in de stadsrekening van 1324. Maar de Antwerpse Ommegang ging al veel langer uit. De eerste beschrijving die men kon terugvinden dateert van 1520. Ze is van de hand van Albrecht Dürer die ze optekende in zijn dagboek bij zijn bezoek aan Antwerpen. De kunstenaar was duidelijk onder de indruk. (7)


Dürer als toeschouwer van de Antwerpse Ommegang
in 1520 (schilderij Hendrik Leys)

In de stoet die jaarlijks uitging stapten ook de verschillende ambachten mee op. Stilaan kwamen er ook meer uitbeeldingen van religieuze verhalen (bijv. Sint-Joris met de draak) en zelfs profane onderwerpen. Met de groei van de rederijkerskamers werd het aantal groepen die “iets wilden uitbeelden” steeds groter. De kerkelijke autoriteiten waren niet onverdeeld gelukkig met die uitbreiding en na de calvinistische republiek werd het evenement verdeeld in een geestelijke stoet (de processie) en een profaan gedeelte (de ommegang). (8) Beide uitgangen hadden op een ander moment plaats.


Gravure van Gaspar Bouttats – De Ommegang op de Meir in 1685

In de loop der jaren kwamen er in die ommegang figuren bij en sommige verdwenen. Ook ging de stoet lang niet meer jaarlijks uit. In Oud Antwerpen tijdens de Wereldtentoonstelling van 1894 wou men de feestelijke optocht evoceren zoals die er in de 16de eeuw had uitgezien.


(SAA - archief Frans Van Kuyck)
Tekening uit een drukproef voor een boek over
de stoeten in Oud Antwerpen 1894
(archieven Van Kuyck)


Parcours van de Ommegang en ook van de stoet van de
Intrede van Keizer Karel in Oud Antwerpen

Op dinsdag 19 juli was het dan zover: in de namiddag reed de Ommegang driemaal uit. De inkom in de wijk werd op 50 centiemen gesteld.


(SAA - FOTO-ALB#898)
Muziek en vaandrig van het Markgraafschap Antwerpen


Officieel programma van de Ommegang (Gazet van Antwerpen)

 Een leukerd in de optocht was zeker Cupido die van op zijn walvis een straal water richtte op de toeschouwers. In Oud Antwerpen was er wel een aanpassing die de toeschouwers ten zeerste apprecieerden. Cupido spoot geen gewoon water, maar Eau d’Anvers het “welriekende water” van Auguste de Marbaix uit het winkeltje “In de Roos” op de Merckt.

   
(SAA - FOTO-ALB#911) en (SAA - FOTO-ALB#899)
Links: De walvis en cupido Rechts: Het Schippersambacht

Voor de Ommegang in Oud Antwerpen werd ook gebruik gemaakt van materiaal dat in het stadsmagazijn was opgeslagen sedert de laatste uitgang die voor de wereldtentoonstelling plaatsvond. Daar dit al even geleden wasmoest er wel een en ander opgeknapt worden. De reus en de reuzin, sinds lang een vaste waarde in de stoet, konden echter niet mee uitrijden. Zij waren voor een manifestatie aan de stad Parijs uitgeleend en kwamen totaal verhakkeld terug.


(SAA - FOTO-ALB#901)
Het Ambacht van de beenhouwers met voorop deken Emiel Raes,
ook binnenburgemeester van de Wijk Oud Antwerpen

    
(SAA - FOTO-ALB#909) en FOTO-ALB#912)
Links: Het Schip Rechts: De Maagdenberg

 Later in de maand juli, in augustus en ook in september waren er nog uitgangen van de Ommegang. Telkens gebeurde dat driemaal op een namiddag, ten minste als de weersomstandigheden dat toelieten. Op aandringen van de handelaren uit de wijk (de poorters) werd de inkomprijs nu op 20 centiemen gebracht.


(SAA - FOTO-ALB#905)
De Maagd van Antwerpen / De vlucht naar Egypte 

Bekende personen die de stoet kwamen bewonderen waren onder andere Koningin Maria Hendrika en prinses Clementine en later ook Sir George Tyler, Lord Mayor van Londen. (9)

 
(SAA - FOTO-ALB#906)
Sint-Margriet en de draak


1.C) De Intrede van Keizer Karel

 Het derde grote spektakel dat in Oud Antwerpen vertoond werd was zeker het meest succesvolle. Het was een heropvoering van de feesten die op 23 september 1520 te Antwerpen doorgingen bij de Intrede van Keizer Karel.


Gravure uit het werk van Remy DuPuys
(De triomfantelijke intrede Prins Karel van Spanje in Brugge – 1515)

Er zijn geen gravures of andere afbeeldingen van deze gebeurtenis in Antwerpen teruggevonden, maar wel de aantekeningen van Albrecht Dürer in zijn dagboek. Toch geeft ook dit bericht weinig nauwkeurige informatie over de feestelijke stoet. Max Rooses heeft bij de voorbereiding daarom o.a. gebruik gemaakt van beschrijvingen van de Intrede van toen nog Prins Karel in 1515 te Brugge (10) en meer nog van die van Keizer Karel en paus Clemens VII in 1530 te Bologna. (11) Al deze teksten en de bijbehorende gravures vond hij in de bibliotheek van “zijn” Plantin-Moretus.

 
Fragment van de platenreeks over de Intrede van Keizer Karel en
paus Clemens VII
in Bologna – 1530 (Nicolaas Hogenberg)


Fragment van de platenreeks over de Intrede van Keizer Karel en
paus Clemens VII
in Bologna – 1530 (Robert Péril)

Ook de praktische voorbereiding onder leiding van Frans Van Kuyck was een enorme klus. Costumiers en naaisters maakten wel 250 gewaden in 5 weken tijd. De dameskostuums waren van kostbare zijde en ook het hermelijn op de mantel van Keizer Karel was een fortuin waard. Harnassen werden gefabriceerd in Antwerpen en in Venetië.

   
(SAA - FOTO-ALB#896) en (SAA - FOTO-ALB#893)
Links: Leo Possemiers, de zoon van een lid van het “Comiteit” in de rol van Keizer Karel. Rechts: De eredames van Margaretha van Oostenrijk, moeder van Keizer Karel


(SAA - FOTO-ALB#895)
Geharnaste ridders van de Keizerlijke wacht 

De pers vond unaniem dat de stoet de prachtigste, de meest luisterrijke en daarenboven de meest geschiedkundige was die er al ooit in Antwerpen uitging. Op 23 augustus in de namiddag kon men het spektakel voor het eerst bewonderen met wel drie uitgangen. Tot eind oktober werd dit evenement meermaals herhaald, telkens met groot succes. Zelfs de Koning kwam op 2 oktober een kijkje nemen.


(SAA – archief Frans Van Van Kuyck)
Tekening uit een drukproef voor een boek over de stoeten
in Oud Antwerpen 1894
(archieven Van Kuyck)

Wat er juist allemaal te zien was in de stoet kunnen we best illustreren door een programmaoverzicht uit de pers te tonen.

 
Programma van de Intrede van Keizer Karel (dagblad “De Koophandel”)


(SAA - FOTO-ALB#873)
De trommelaars en trompetters van de Stad Antwerpen

Toch vond Roses een stukje bruikbare informatie in het verslag van Dürer. Deze laatste vertelde dat hij bij zijn bezoek in 1520 van dichtbij een groep mooie meisjes uit de stoet was gaan bewonderen. Die waren haast geheel naakt en slechts bedekt met een dunne sluier. Deze studie was volgens hem uitsluitend ingegeven door de belangstelling die een kunstenaar moet hebben voor de anatomie.

   
Links: De meisjes die bloemen strooiden (tekening Frans
Van Kuyck) Rechts: Margaretha van Oostenrijk

In 1894 werden die schoonheden uitgebeeld door jonge meisjes die juist voor de Keizer opstapten. Ze waren in het wit gekleed, hadden bloemenkransen op het hoofd en strooiden bloemen. Naakt waren ze niet, ze droegen roze maillots en gespleten klederen zodat hun benen onder het gaan zichtbaar werden.

   
De wapenbode die muntstukjes werpt (links tekening Frans Van Kuyck)


(SAA - FOTO-ALB#890)
Keizer Karel onder een baldakijn



2) Kleine evenementen

Niet alle geplande activiteiten waren zo grootschalig als de drie die we hierboven besproken hebben, maar ook bij de kleinere waren er erg succesvolle. We bespreken er enkele, ook eentje dat niet gepland was.

2.A) Muziek – Zang –Dans - Toneel

Bijna dagelijks zorgden de vaste groep muzikanten van Oud Antwerpen voor concerten, dikwijls op de Merckt (het Toneel) maar soms ook in de vorm van een wandelconcert. In de Borse speelde er het Italiaans orkest Recchia ingehuurd door van Ommeslaeghe en nu en dan kon men in de kapel de organist Aloïs Berghs beluisteren. (12) Zoals we reeds in hoofdstuk B vertelden, werden op het Toneel ook oude Vlaamse liederen en muziek uit de 15de en 16de eeuw ten gehore gebracht. (13) Dit concert door het Quator Vocal Anversois was zo succesvol dat het wel achtmaal ingericht werd. Het viertal bestond uit Maria Soetens-Flament, haar zuster Jeanne Flament en de heren Henri Fontaine en Carl Berckmans.


Van links naar rechts: Berckmans, Soetens, Flament en Fontaine

In vorige hoofdstukken werd ook al aangehaald dat er op het Toneel op de Merckt ook verschillende cluyten of kluchten werden vertoond onder de algemene leiding van Gust De Lattin. De acteurs waren artiesten van de “Vlaamsche Schouwburg” of leden van de rederijkersverenigingen. (14) Nog meer volks toneel was er elke dag te genieten in de Poesje.

Een andere bijzonder gesmaakte voorstelling op het Toneel was de opvoering van de zogenaamde schouwspeldans met teksten van Emmanuel Rosseels (15) op muziek van Emile Wambach. (16) Dit spektakel, bestaande uit dans en zang en uitgevoerd door de rederijkersvereniging “De Jonge Vlamingen”, was oorspronkelijk geschreven voor de feesten van het Landjuweel in 1892 en toen reeds opgevoerd in de Handelsbeurs. (17)


2.B) Verkiezing

Op zaterdag 19 mei gingen de bewoners van Oud Antwerpen over tot de “kiesinghe van den buyten-borghemeester, de binnen-borghemeester, de scout en de scepenen”. Alle bewoners of poorters konden zich kandidaat stellen voor de verschillende functies.


De uitslag van de verkiezing en het menu van de maaltijd die na de
bekendmaking vanzelfsprekend volgde in den Aenghenaemen Hof


2.C) Doop en Huwelijk

Op woensdag 4 juli was er een feestelijke stoet ter ere van de eerst geborene in de Wijk, de kleine Emelia Dymphna Antverpia Recchia, dochtertje van een Italiaanse zangeres die optrad bij van Ommeslaghe in de Beurs. (18) Een orgelconcert in de kapel, ontvangst op het Schepenhuys en uitdeling van suikergoed en herinneringen, dat alles lokte weer veel volk. Na zo’n “doopfeest” zou een huwelijksfeest ook wel veel sfeer brengen. Maar buiten onderstaand bericht is er geen verder nieuws over hoe dat afliep …


(SAA - FOTO-OF#7875)
Een berichtje in de Gazet van Antwerpen van 23 juli 1894 en een
groepsfoto van de serveuskes voor” den Aenghenaemen Hof”.
Maar wie van deze dames is nu
Josefientje?


2.D) Duivenfeesten

Op 30 september was er een prijsvlucht uit Etampes met meer dan 1000 duiven. (19) Voor de winnaars waren er vele prijzen, o.a. een zilveren koffieservies geschonken door de koning. Voor de zogenaamde “monsteroplating” op 7 oktober in Oud Antwerpen waren zeker 30 000 duiven ingeschreven en vele Antwerpse duivenliefhebbers woonden dit evenement bij.


(SAA - GP#6030)

 

3) Brand in de Wijk

In de namiddag van 5 oktober brak brand uit in de wijk tegenover de kapel. De pompiers moesten verschillende brandende gevels neerhalen. Acht huisjes met een deel van hun inhoud (o.a. heel wat tekeningen van Frans Van Kuyck) werden vernield.


(SAA - 15#391)
De dag na de brand...

In den Aenghenaemen Hof was het volk dat zich in de herberg bevond blijkbaar in paniek gaan vluchten zonder eerst zijn gelag te betalen. Arme “serveuskes …


MAS Antwerpen
Schilderij van Constant Cap

Eigenlijk was het maar enkele weken voor de sluiting van de wereldtentoonstelling, maar toch werden de vernielde huisjes heropgebouwd. De poorters van Oud Antwerpen dachten er niet aan nu al hun Wijk te verlaten.

 

4) Bezoekers

De wereldtentoonstelling van 1894 werd door ongeveer 1,5 miljoen mensen bezocht. Hoeveel daarvan ook in Oud Antwerpen langs kwamen is ons niet bekend, maar het zullen er zeker veel geweest zijn. Op heel wat zondagen werden er wel 20 000 bezoekers geteld. Onder die bezoekers waren er uiteraard ook heel wat bekende personen. Hun komst werd dikwijls vooraf aangekondigd en dat trok weer andere bezoekers aan. Het bezoek van de koning en de andere leden van de koninklijke familie werd in de vorige hoofdstukken al vermeld. Leopold II kwam verschillende malen naar de wereldtentoonstelling en liep dan ook even Oud Antwerpen binnen. Ook over het bezoek van de Lord Mayor van Londen werd al gesproken. Andere voorname gasten waren o.a. koning Karel van Roemenië (20), Prins Frederik Leopold van Pruisen en koningin Carola van Saksen. (21)

Uiteraard kwamenook de leden van het stadsbestuur met burgemeester Jan Van Rijswijck en de provincieraadsleden met gouverneur Osy van Zegwaert wel eens langs in Oud Antwerpen. Ook heel wat ministers kwamen een kijkje nemen, al dan niet samen met leden van het koningshuis.

5) Sluiting en Afbraak

Op 6 november 1894 sloot de wereldtentoonstelling de toegangsdeuren. Oud Antwerpen echter bleef nog bijna een volledige maand open, tot zondag 2 december. Nog voor de sluiting die dag werd er hulde gebracht aan de leden van het “Comiteit” van Oud Antwerpen. Zeker Frans Van Kuyck kreeg heel wat lof toegezwaaid. De heer de Beukelaer hield uit naam van alle poorters een toespraak die afgesloten werd met de uitroep: “Leve Frans Van Kuyck!


(SAA - FOTO-ALB#980)
Frans Van Kuyck en zijn familie

Oud Antwerpen was zonder twijfel een succesvolle onderneming geweest, ook financieel. De totale uitgaven bedroegen 491 869, 18 fr waarvan 188 588,89 fr voor de feesten. Aan de kant van de ontvangsten noteerde men 617 981,41 fr waarvan 252 019,30 fr aan inkomgelden. Van de winst van 128 112,23 fr werd krachtens het bij het begin van de tentoonstelling afgesloten contract 87 822,28 fr uitgekeerd aan de zes leden van het “Comiteit”. Er waren helaas ook enkele poorters voor wie het resultaat niet zo positief was. Zo had kunstschilder Charles Félu heel wat geld verloren. (22)

   

De poorters en poorteressen van de Wijk vonden het blijkbaar leuk om in hun 16de eeuwse klederdracht rond te lopen. Ze stichtten een vereniging en kwamen bij verschillende latere gelegenheden opnieuw in die klederdracht samen.

Er circuleerden geruchten dat de wijk na de tentoonstelling elders in duurzame materialen weer zou opgebouwd worden, maar dat is nooit gebeurd. Wel heeft aannemer Victor Merckx-Verellen in Bornem (Buitenland) de Kipdorppoort geplaatst en enkele gebouwen in steen laten optrekken. Al wat niet in steen was is daar ondertussen al lang vergaan. Vandaag de dag blijven dan ook enkel nog de Gildekamer en de Sint-Jacobstoren over.


Rechts de nog bestaande Sint-Jacobstoren en daarvoor
de reeds verdwenen
afdakjes van de ingang


De nu verdwenen Kipdorppoort en achteraan de nog bestaande
ingang van den Aenghenaemen Hof en de Gildekamer

Toch bleef in Antwerpen de droom bestaan om ergens dat Oud Antwerpen te zien herrijzen. Maar niet iedereen, zelfs niet elke Antwerpenaar, was zo enthousiast over de “erfenis” van Oud Antwerpen. Zo schreef de Antwerpse dichter en criticus Victor J. Brunclair in 1929 bij de voorbereiding van de Wereldtentoonstelling van 1930 te Antwerpen:

Dan neemt de seniele droom van Oud Antwerpen weer gestalte en krijgen wij het amechtig gebazel te horen van impotente grijsaards die menen dat hun laatste tand de tand der wijsheid is. Daarom willen zij herstellen wat de tand des tijds kapot geknaagd heeft en voorbije marmerglorie van de Renaissance herbouwen in stukpaleizen. De Antwerpenaar is de man van de retrograde geesteshouding bij uitnemendheid. In het heden is hij niets, de toekomst schuwt hij en hij streelt het verleden als een dode bruid.


Herinneringsmedaille

En uiteindelijk werd het in 1930 niet Oud Antwerpen, maar Oud België. In alle wereldtentoonstellingen na 1894 in België, ook in de laatste van 1958, waren er reconstructies van gebouwen uit het verleden. Nostalgie inderdaad, maar wat is daar nu mis mee? Buiten kijkplezier was er ook altijd leute en vertier.


Oud België op de wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen

 

Voetnoten

1) Die bibliotheek bevat nu nog ongeveer 20 000 werken van voor 1800. Max Rooses bracht ook een verzameling grafiek en tekeningen bij elkaar en samen met zijn privé-collectie vormde dit de basis van wat nu het Prentenkabinet heet.

2) Bij de leden van het “Comiteit” vermelden we zeker de heren Alfons De Wolf en Florent Donners.Bij de kunstenaars waren de medewerkers o.a. bouwmeester Eugène Geefs, de kunstschilders Gerard en Edward Portielje, Herman Timmermans, de beeldhouwer Jules Weyns, de ornamentist Jan Kerckx en de decoratieschilder G. Verkuylen.

3) Ernst of Ernest van Oostenrijk (1553 – 1595) was de zoon van keizer Maximiliaan II en Maria van Spanje en werd opgevoed aan het Spaanse hof. Filips II stelde hem in 1593 aan als landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden.

4) Joannes Bochius of Jan Boghe (1555-1609) werd in 1585 door Alexander Farnèse aangesteld als stadssecretaris van Antwerpen. Hij was ook een belangrijk auteur en schreef in het Latijn. In 1595 liet hij bij Christoffel Plantijn een gedenkboek verschijnen over de Blijde Intrede van Ernst van Oostenrijk. In dat boek staat o.a. de gravure van Peter van der Borcht (1545-1608) die het steekspel of tornooi op de Meir voorstelt. Deze schilder-graveur werkte in Antwerpen en Mechelen.

5)Georges Lecointe (1869 -1929), later een bekend astronoom, volgde als onderluitenant van de artillerie een stage aan een militaire manege. Later ging hij bij de marine en was in 1897 eerste stuurman op de Belgica tijdens de Zuidpoolexpeditie van Adrien de Gerlache.

6) Blijkbaar wou aartshertog Ernst zelf ook iets bijdragen aan de festiviteiten bij zijn Intrede. Volgens Joannes Bochius liet hij aan de poort van zijn paleis een aankondiging van een tornooi aanplakken en voegde daar een mooi verhaal aan toe. Een vreemde ridder die in Antwerpen aankwam zou te weten gekomen zijn dat er geruchten verspreid werden dat hij de edelvrouwen niet met de nodige eerbied behandelde. Hij was bereid in het strijdperk te treden en met de lans in de hand bewijzen dat men hem onterecht beschuldigde.

7) Dit dagboek is eigenlijk een reisverslag met een nauwkeurig overzicht van inkomsten en uitgaven door Dürer opgetekend tijdens zijn reis door de Nederlanden.

8) Bedoeld wordt hier de periode 1577-1585 waarin de stad Antwerpen bestuurd werd door zgn. calvinistische opstandelingen. In 1585 werd de stad ingenomen door de Spaanse landvoogd Alexander Farnèse en hadden de rooms-katholieken het terug voor het zeggen.

9) George Tyler was Lord Mayor van Londen in 1893-1894.

10) In 1515 deed de 15-jarige Karel zijn intrede in Brugge als graaf van Vlaanderen en hertog van Brabant. Een beschrijving hiervan en ook enige gravures staan in een boek met een erg lange titel van de hofhistoriograaf Remy Dupuys uitgegeven in Parijs in 1515 (La tryumphante et solemnelle entree sur le ... aduenement de ... Monsieur Charles, prince des hespaignes ... en sa ville de Bruges 1515, le …).

11) Na zijn verkiezing door de keurvorsten werd Karel in 1520 in Aken tot keizer over het Rooms-Duitse Rijk gekroond. Keizer van het Heilige Roomse Rijk werd hij “officieel” eigenlijk maar door de kroning in 1530 door de paus in Bologna. Nicolaas Hogenberg (1500 – 1539) een beroemd graveur die veel in Mechelen werkte en ook Robert Péril (circa 1485 – na 1540) een Antwerps graficus, toonden die gebeurtenis in een hele reeks gravures.

12) Over de Gentenaar Leon van Ommeslaeghe die de hele Borse had gehuurd hebben we het al in hoofdstuk C gehad.

13) Enige titels van liedjes die gezongen werden: “Het kwezelken”, “Ave Maria”, “Jesuken en Sint Janneken” en “Gequets ben ick”. Buiten een orkest was er ook harpspel door Bertha Snieders met begeleiding van orgel.

14) Het gezelschap huisde sinds 1874 in de schouwburg aan de Kipdorpbrug en in 1903 nam het de naam KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg) aan. Toen die KNS in 1929 naar de Bourla verhuisde kreeg hun vroegere schouwburg de naam Huurschouwburg. In 1960 werd dit gebouw afgebroken.

15) Emmanuel Rosseels (1818 – 1904) was een Vlaams toneelschrijver uit Antwerpen.

16) Emile Wambach (1854 – 1924) was een in Aarlen geboren dirigent, componist en musicus. Hij gaf les aan het Antwerps Conservatorium en werd er in 1912 directeur.

17) Zie hoofdstuk 1

18) De Antwerpse levensverzekeringsmaatschappij Antverpia gevestigd aan de Zuiderlei schonk 200fr aan de pasgeborene, som die het meisje bij haar meerderjarigheid zou ontvangen.

19) Een duif van Gustaaf Dujardin vloog 12u en 53 min over de ongeveer 330 km tussen Etampes (Frankrijk) en Antwerpen. De heer Dujardin ontving daarvoor de prijs van de koning.

20) Karel Eitel Frederik Zephyrinus Lodewijk van Hohenzollern-Sigmaringen (1839 – 1914) was eerst vorst en daarna tot aan zijn dood koning van Roemenië.

21) In 1894 was keizer Wilhelm II het staatshoofd van het sinds 1870 eengemaakte Duitsland. Koningen, prinsen en prinsessen uit de deelstaten bleven wel hun adellijke titels en privileges behouden. Zo was koningin Carola de echtgenote van Albert de koning van Saksen. Wilhelm II was zelf koning van Pruisen.

22) Zie hoofdstuk 3.

 

 

 
 
database afsluiten