Retroscoop - VéGé Bondige kroniek van de Verkoop Gemeenschap in België RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Kom mee naar de VéGé !
Bondige kroniek van de
Verkoop Gemeenschap in België

Benoit Vanhees

 

Heel wat mensen herinneren zich ongetwijfeld nog de VéGé kruidenierszaken die vanaf het midden van de 1950´s her en der in ons land als paddenstoelen uit de grond waren opgeschoten. Zo ook in Boxbergheide, een aangename tuinwijk gebouwd door de Kleine Landeigendom tussen Bokrijk en Winterslag in de 1950´s, waar ik mijn kinder- en jeugdjaren doorbracht. De VéGé aldaar, gelegen in de Landwaartslaan werd uitgebaat door het echtpaar Van Minsel-Molemans tot omstreeks 1978. Vervolgens verhuisde de lokale bibliotheek, tot dan toe ondergebracht in het voormalige postkantoor naar de vrijgekomen winkelruimte.

In de 1960´s waren er zo duizenden VéGé buurtwinkels verspreid op het grondgebied van België. 


Végé winkel te Lo (Ooststraat)


Bron: Westhoek verbeeldt
Végé winkel te Oostvleteren


Links: de VéGé winkel te Westouter

Wat wellicht minder bekend is, is dat deze kruidenierszaken niet alleen in ons land wijdverbreid waren, maar in verschillende Europese andere landen. Deze losse groepering van buurtwinkels was -zoals verder zal blijken- ook niet van Belgische oorsprong.


Boven (rechts onder): de VéGé in het Duitse Halen
Hieronder (links onder): de VéGé in Kempenich 


Een exemplaar in Italië: De "supermercato VéGé
in Mareno di Piave

Ook in Figueras, Spanje kon men een VéGé aantreffen...

Ondertussen zijn deze in ons land -in tegenstelling tot die van concurrent Spar bijvoorbeeld – allemaal uit het straatbeeld verdwenen. Gezien er echter in zowat elke Belgische stad één of meerdere VéGé´s geweest zijn, leek het ons zeker de moeite waard om eens de weinige informatie die erover voor handen is bijeen te brengen. Temeer daar er tot hiertoe nog geen specifiek online artikel over deze winkeltjes lijkt te bestaan en gegevens erover maar zeer sporadisch terug te vinden zijn.

Het is voorlopig niets meer dan een eerste poging om het ontstaansverhaal in grote lijnen te schetsen. Uiteraard hopen we zoals steeds, dat dit nog prille en partiële verhaal op zijn beurt naar nieuwe informatie zal leiden. Wie weet zitter er wel onder de lezers mensen, die zelf nog gerant(e) of werknemer van een VéGé zijn geweest, of die familieleden hebben die er meer over zouden kunnen vertellen. Wie weet misschien wel mensen die op de centrale administratie in Brussel gewerkt hebben ?

Alle bijkomende informatie over het onderwerp is dan ook zeker erg welkom. Enkel op die manier kan dit artikel met de tijd gaan groeien. Contact opnemen kan zoals steeds via het e-mailadres info@retroscoop.com.

 

Onstaan in de 1930´s

Alles was nog voor WO 2 op gang gekomen, toen de Nederlandse Professor Johan Frederik ten Droesschate (1904-1964) het idee lanceerde dat buurtwinkels zich op vrijwillige basis in een “filiaalorganisatie” zouden moeten groeperen. Dat was dus volop in de nasleep van de zware economische crisis die omstreeks 1930 de Europese economieën dooréén geschud had, en de werkloosheidcijfers schrikbarend de lucht in had gejaagd. Blijkbaar vond de hoogleraar zijn inspiratie in de situatie in de VS, waar men reeds volop met zulke losse structuren experimenteerde.

Wellicht niet toevallig was Prof. ten Droesschate in die periode behalve academicus tevens de secretaris van de Nederlandse Grossiers Bond. Volgens hem zou zo´n filiaalorganisatie toelaten om samen producten aan te kopen, een eigen productengamma op te bouwen, gelijkaardige winkeluitrusting aan te kopen om de herkenbaarheid te verhogen, expertise uit te wisselen, gezamenlijk reclame te maken en de boekhouding te centraliseren bij specialisten. Andere mogelijke voordelen waren bv. een onderlinge financiering voor het verbouwen of uitbreiden van winkelpunten, of het uitgeven van spaarzegels. Iets waar zowel kruidenierszaken als grossiers wat aan zouden kunnen hebben. Het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven schreef in dit verband:

Door deze constructie konden winkeliers en grossiers zich onder één naam presenteren en ook eigen merkartikelen voeren. De winkeliers verplichtten zich een zeker minimum van hun omzet bij een grossier in te kopen. De grossiers verzorgden in ruil daarvoor bijvoorbeeld de boekhouding, het reclamemateriaal en de etalageverzorging tegen kostprijs. Het voordeel van deze samenwerking was voor de grossiers de grotere inkoopkracht bij de fabrikant en de afnamezekerheid door de aangesloten winkeliers.” (1)

Een “win-win situatie” dus, zoals men dat vandaag de dag zo graag noemt. Belangrijk om het systeem werkbaar en succesvol te maken was wel dat de zelfstandigheid van de aangesloten kruideniers gewaarborgd zou blijven.

Het artikel kreeg al snel veel bijval en navolging. In 1932 leidde dat tot de oprichting van Spar, twee jaar later gevolgd door Centra. Grossier Theo Albada Jelgersma uit Breda stelde de daaropvolgende jaren vast dat die twee eerste vrijwillige filiaalorganisaties een succesvol experiment genoemd kon worden. Tevens was hij er van overtuigd dat er nog steeds ruimte was voor een nieuwe speler op dat vlak. In 1938 lanceerde hij daarop de Verkoop Gemeenschap, wat al snel naar de afkorting VéGé leidde. Zijn organisatie zou zich daarop vooral op de Nederlandse provincies Limburg en Brabant concentreren. Reeds in 1939 waren er zo´n 2400 kruidenierswinkels bij de VéGé aangesloten. Er zou nog één grote filiaalorganisatie volgen, toen VIVO -de Vrijwillige Inkoop- en Verkooporganisatie- in 1942 werd opgericht. Deze vier organisaties zouden de daaropvolgende jaren samen in zeer belangrijke mate op de Nederlandse markt gaan doorwegen.

 


Twee Delhaize´s uit de vroege jaren: deze van Bree (postkaart 1908)
en deze van Grimminge (1930´s)

In ons land was er voor WO 2 blijkbaar nog niets vergelijkbaars. Wel was er een uitgebreid netwerk van kleine Delhaize-kruidenierswinkeltjes. In die tijd waren de winkelpunten van deze firma inderdaad nog geen grootwarenhuizen. Die zouden er pas na de oorlog komen. Voor de oorlog waren er in tal van steden, stadjes en zelfs dorpjes kleine, vaak zeer bescheiden winkelpunten van Delhaize. Omstreeks 1939 waren er zo´n 1500 kruidenierswinkels die volledig afhingen van de centrale aankooppunten van Delhaize. Het ging dus niet om zelfstandige winkeliers, noch om een vrijwillige filiaalorganisatie zoals in Nederland.

 

Over de grenzen na WO 2

De succesvolle Nederlandse formule stak na WO 2 al snel de landsgrenzen over. Het eerste land om belangstelling te vertonen was Groot-Brittannië. Wellicht was de rol van Britse troepen bij de bevrijding van Nederland daar niet helemaal vreemd aan.

In 1946 kwam een delegatie ter plaatse kijken hoe het systeem werkte. Blijkbaar was het bezoek erg overtuigend, want zonder dralen werd besloten om een gelijkaardig VéGé-netwerk aan de overzijde van het Kanaal op te richten. De Nederlandse naam werd daarbij trouwens gewoon overgenomen, ook al betekende de afkorting niets in het Engels.

Het was wachten tot in 1955, toen ook in België en Frankrijk overgegaan werd tot de opgerichting van een gelijknamig netwerk.


Boven collectie Retroscoop, midden ZWN Transport VéGé Den Haag (bewerkte foto)
Enkele items van VéGé Nederland

Ondertussen had de groep Spar reeds goed voet aan wal gekregen in ons land. In 1947 had de Belgische Bond van Grootverdelers een studiereis naar Nederland ondernomen, om er de werking van de Spar-winkels onder de loep te nemen. Ook hier weer was men blijkbaar snel overtuigd van de voordelen, hetgeen leidde tot de oprichting van een Spar netwerk. Ook Duitsland was snel gewonnen voor het idee, waarbij door een gelukkig toeval overigens de naam van de winkels “sparen” betekende. In 1952 volgde Denemarken. In datzelfde jaar verschenen ook de eerste Vivo-winkels op Belgische bodem.

Pas drie jaar later dus, in 1955 zette VéGé zijn eerste stappen in ons land, in Luxemburg en Frankrijk. VéGé´ was dus eerder een laatkomer op de Belgische markt.


In 1960 nam de groep contact op met een Amerikaans bedrijf, om voor alle aangesloten kruideniers gelijkaardige en herkenbare winkelpuien in aluminium te maken.

Om de cruciale betekenis van Nederland bij het fenomeen van vrijwillige filiaalorganisaties te illustreren, misschien even volgende cijfers. In 1961 waren er 170 000 winkeliers in West-Europa aangesloten bij zo´n organisaties. Daarvan waren er maar liefst 100 000 aangesloten bij groepen van Nederlandse origine.


Nederlandse reclame 1960´s

Wat VéGé betreft, in 1961 waren er 28.900 kruideniers uit 10 verschillende landen aangesloten bij de organisatie. Behalve in Nederland waren er ook in o.a. GB, Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië en Spanje. Interessant, reeds in 1961, amper 6 jaar na de lancering in België en Luxemburg waren er in deze twee landen samen al meer VéGé´s dan in Nederland. VéGé moest enkel Centra laten voorgaan voor wat betreft het aantal aangesloten kruideniers.

(2)

Wanneer precies VéGé geel en blauw als herkenbare kleuren weerhield, hebben we niet kunnen achterhalen. Door een gelukkig toeval (?) waren dit nu net de kleuren die ook de Europese instellingen voor hun vlag weerhielden.

Eigen productengamma

De vrijwillige filiaalorganisatie van de Verkoop Gemeenschap lanceerde een hele korf met producten die onder de merknaam VéGé gecommercialiseerd werden. Om in te spelen op de lokale markt en smaken lijkt dit een puur nationale aangelegenheid te zijn geweest, niet iets dat bv. vanuit Nederland werd opgedrongen. Niettemin bestaan er items waarop de uitleg in verschillende talen op vermeld staat, zoals VéGé lucifers met uitleg in het Frans, Italiaans en Duits, en lijken dus in verschillende landen verkocht te zijn geweest.

Het is onmogelijk om alle VéGé producten per land op te sommen. We beperken ons dus tot enkele typsiche voorbeelden. De landen die tussen haakjes staan zijn deze waarvan we zeker zijn dat de ervoor vermelde producten er ook effectief gecommercialiseerd werden. Niettemin is het best mogelijk dat deze producten, bv. de Camenbert ook in andere landen te koop werd aangeboden. Alleen werd daarvoor vooralsnog geen bevestiging voor gevonden in bv. reclamemateriaal.

Spijzen


Franse Camenbert, Belgische groenteconserven en margarine,
daaronder Nederlandse pepermuntjes

 

Kazen (Camenbert) (Frankrijk)
– Margarine (Nederland, België...)
– Groentenconserven o.a. Fijne Erwtjes en Groentenmacédoine. Niet goed te zien of deze dozen effectief het VéGé logo droegen, maar de “10” (waarover verder meer) staat er wel duidelijk op (België) Het zou zeer interessant zijn om te weten wie deze conserven voor VéGé produceerde, als aanvuling op de Retroscoop-bijdrage over de Belgische conservenindustrie
– Fruitconserven o.a. Ananas (Nederland)
– Deegwaren
– Vleeswaren bv. Salami, Fricadelles, Hors d´Oeuvre worstjes in blik, .. (VéGé)
– Beschuiten
– Koekjes, speculoos
– Snoepgoed: bv. Pepermunt (Nederland)
– Confituur
– Meel voor het maken van patisserie
– Vanille suiker

 

Dranken

 

  
Links: Belgisch en Nederlands VéGé bier,
rechts Duitse Fruitsappenen productenmand

Melk (België, “gratis 1/2 l bij aankoop 2 dozen Corn Flakes P.M.”)
– Cacao
– Koffie en koffiemelk
– Bier (Pils, Bock...) zowel in flessen als blik (België, Nederland...)
– Wijnen
– Siropen , o.a. Grenadine, Aalbessen Fantasie...(België)
– Fruitsappen (?) (Duitsland)

 

Varia

  (3)
  

Lucifers
– VéGé Waspoeder (Nederland 1950´s) 
– Toiletzeep (Nederland)
– Speelgoed: Rallye code: een spel om de verkeersregels te leren. (België) werd ook verkocht in Seca tankstations
- VéGé verhalenboek "Vaar je mee naar sprookjesland" (Nederland)
– Zakatlas Nederland en Europa (Nederland)
– Postkaarten (thema Kinderen)

 

In een VéGé publicatie waarover verder meer werd ook reclame gemaakt voor Sainor tafelolie en margarine, met de geruststellende boodschap: “Entourez-vous de garanties / de la garantie VéGé et de la garantie donné par la “Ligue pour la Prévention du Cancer”qui controle la fabrication des huiles et margarines “Sainor”. Men wou de klanten dus vooral op het hart drukken dat in de VéGé gezonde kwaliteitsproducten geleverd werden. (Hoe waterdicht die garanties waren is een andere zaak)

Behalve de eigen producten werden ook andere klassieke merken verkocht in de kruidenierswinkels van de Verkoops Gemeenschap. Een verkoopfolder uit 1960 vermeldt ondermeer Ca Va Seul Negri, Lipton Tea, Habi zuurkool, Aeroxon vliegenvangers... In de VéGé in Boxberg kocht ik medio 1970´s mijn eerste Matchbox modelbouwvliegtuig, een Folland Gnat van het Britse stuntteam The Red Arrows...

Spaaracties


Discontoboekjes uit België (boven) en Italië

De VéGé-winkels probeerden zoals zovele andere winkeliers klanten aan zich te binden, door de uitgave van spaarboekjes. Bij de aankoop van sommige producten kreeg men een ristorno van 10 % in de vorm van zegeltjes. Dit cijfer “10 (%)” vond men dan ook op een heleboel VéGé documenten terug, net als op de winkels en op sommige verpakkingen. (De Nederlandse winkels schreven ook in sommige reclames dat V-G ook kon staan voor “Voordeel en Garantie”.)

Eens het boekje gevuld kreeg de vlijtige Belgische spaarder 25 fr, een niet onaardig bedrag. (Het valt echter nog wel te zien of het echt een voordeel was, of een “broekzak vestzak” operatie: eerst wat te veel betalen, het dan terugkrijgen, alsof het een cadeau was ?) Op de vol te kleven bladen van het zegelboekje vond men allerlei korte commentaren, waarmee de winkeliers de vertrouwensband met hun klanten nog eens extra wilden aanhalen.

de kwaliteit van de producten 10 staat onder voortdurend toezicht van de internationale VéGé vereniging”.

Uiteraard werd het puur commerciële nooit uit het oog verloren, en werd de klant aangepord om bepaalde geselecteerde producten aan te kopen:

10 % korting op uw 1/4de kg Koffie 10 en de bladzijde zal reeds volgeplakt zijn.”

Wie vaak op rommelmarktjes verkeert zal zo nu en dan half volgeplakte VéGé boekjes vinden, die dus nooit verzilverd werden. Winst natuurlijk voor de VéGé groep.

  

Een andere manier om aan klantenbinding te doen was het uitgeven van verschillende reeksen van educatieve prentjes voor kinderen. Deze konden los in schoolschriftjes geplakt worden, of in speciaal daarvoor bestemde albums. Zo verschenen series getiteld België Luxemburg (afbeeldingen van belangrijke gebouwen in steden), Folklore, die over volksgebruiken, folkloristische optochten zoals reuzenstoeten enz. gaat. Voorlopig hebben we evenwel nog niet kunnen achterhalen hoe men deze prentjes kon bekomen. Ze lijken niet in producten zelf gezeten te hebben, maar werden samengebundeld in kleine enveloppes geleverd. Mogelijk moest men er dus punten voor verzamelen, of kon bv. het VéGé spaarboekje ingeruild worden voor een aantal enveloppes met prentjes ?


Luciferdoosjes uit de 1960´s, toen nog deels in hout vervaardigd

In dezelfde lijn lag het voorzien van de luciferdoosjes van etiketten die reeksen vormden, en dus al snel verzameld werden. Door bv. alle vlaggen in de wereld af te beelden, -goed voor meer dan 200 verschillende doosjes- kon men handig maar ook didactisch inspelen op de verzamelwoede van kinderen. Ook de wapenschilden van Belgische gemeenten (voor de fusie !) en historische Belgische auto´s (Minerva, Imperia, Frenay...) waren lonende thema´s. (4)

  
Het kartonnen luciferhoesje rechts had Franse, Italiaanse èn Duitse opschriften
Midden: VéGé bracht ook een reeks postkaarten uit, met kinderen als thema

Er verscheen eveneens een reeks over muziekinstrumenten. Ook dit soort van acties werd een nationale invulling gegeven. Zo zal het wellicht niemand verbazen dat in Nederland een reeks van 60 fietsenmodellen werd gelanceerd... (5)

 

Eigen publicatie


Collectie Retroscoop
Links een VéGé krant uit Nederland, vroege 1950´s
Rechts: VéGé Magazine uit België (1960)

In Nederland bestond er vanaf 1949 een “VéGé krant”, bedoeld om klanten in te lichten over allerhande promoties en nieuwigheden. (“De krant voor de klant”). Zo was er in elk nummer bv. “het hoekje van het koekje”. Naast die puur commerciële inhoud was er ook plaats voor laagdrempelige artikels van algemeen nut.

Ook in België zou er zo´n publicatie komen, een twee wekelijkse publicatie die hier “VéGé Magazine” heette. Het eerste nummer verscheen begin april 1960. Als redactieadres werd Keizerlaan 14 te Brussel opgegeven. Op de laatste pagina achteraan staat evenwel ook de naam van een verantwoordelijke uitgever, G Polfliet uit Ohain. Deze “magazines” telden 8 bladzijden, en maten ongeveer 28x20 cm. Ook hier een mix van enerzijds promotie-acties rond bv. ristornozegels en kortingen en anderzijds humor, huishoudtips, uitleg over wijnen, het geluk van de vrouw enz. In het ene nummer trof men wel eens een kort stripverhaal aan (Willie), in een ander een horoscoop... Op welke schaal deze magazines gedrukt werden is niet geweten. Ze lijken bijzonder zeldzaam te zijn, en waren misschien slechts het initiatief van enkele VéGé´s, onder controle van de centrale administratie in Brussel ? Ook hoe lang deze publicatie het heeft volgehouden is een vraag waarop momenteel niet geantwoord kan worden.

 

Het einde ?

In België lijken alle VéGé´s ondertussen uit het straatbeeld verdwenen te zijn. Wanneer dit precies gebeurde, werd voorlopig nog niet uitgeklaard. De oorzaak echter ligt voor de hand: de steile opkomst van de grote zelfbedieningswinkels (1°: Delhaize omstreeks 1957 op het Flageyplein) en vervolgens supermarkten en overdekte shoppings waren hier zeker niet vreemd aan. Zij konden immers door hun grotere aankopen de prijzen drukken, en beetje bij beetje buurtwinkels wegconcurreren.

In 1961 was het marktaandeel van grootwarenhuizen en coöperatieven in ons land nog zeer beperkt. Was dat in Engeland ongeveer 48 % en in de VS om en bij de 44 %, dan was dat in België amper 17 %. Maar in de tweede helft van de 1960´s begon het tij te keren, en kregen de supermarkten en later hypermarkten gaandeweg de bovenhand. Tegelijkertijd kochten ook steeds meer en meer mensen een eigen wagen, wat de uitstap naar de supermarkt aanzienlijk vergemakkelijkte.

Toch verklaart dit niet alles. Daar waar de VéGé´s immers terrein verloren, lijken de kruideniers van de Spar winkels wel stand te hebben kunnen houden. Het zou veel meer bijkomend onderzoek vragen om te achterhalen hoe het komt dat de VéGé filiaalorganisatie in België blijkbaar wel volledig opgedoekt werd of in een andere groep is opgegaan.

De VéGé groep leefde trouwens wel verder in andere landen, al valt dit wat buiten de context van dit artikel. In Nederland werd de groep eerst in VG herdoopt, om vervolgens met VIVO samen te smelten. Dit leidde tot de oprichting van een nieuwe retailgroep, die Super heet. Vervolgens begon een zeer ingewikkeld verhaal van samensmeltingen en reorganisaties, iets waar we hier niet verder op zullen ingaan. (6) In 2004 bestond het "VG" merk blijkbaar ook nog steeds in Noord Ierland. Het artikel “Symbols of Supercool Confidence” in The Grocer bijvoorbeeld maakte er immers melding van dat de merken Spar, Vivo en VG aldaar gerund werden door de firma John Henderson. (7) Hoe het in de andere Europese landen gesteld is waar VéGé ooit actief is geweest, zou veel diepgaander onderzoek vereisen. Misschien een tip voor een thesisonderwerp voor Geschiedenis- of Economiestudenten ?

Voetnoten

(1) Verkoop Gemeenschap Regionaal Historisch Centrum Eindhoven

(2) Vrijwillig filiaalbedrijf: Meer dan 100 000 kruideniers in Europa Dagblad voor Amersfoort 11/12/1961 p 8

(3) De vrijwillige filiaalorganisatie verkocht in Nederland ook “Dix” waspoeder. In een Nederlandse VéGé reclame werd op gegeven moment gewag gemaakt van een winkel, die een event organiseerde, waar ook mensen van "Persil" (=Henkel) demonstraties zouden komen geven. We nemen dan ook aan dat Dix in feite de VéGé-versie van Dixan was. Of dit waspoeder ooit ook in de Belgische winkels verkocht werd, kon voorlopig niet achterhaald worden.

(4) Labels Luciferdoosjes Heraldiek

(5) Een andere Nederlandse reeks bestond uit 60 verschillende stoomtreinen

(6) Company History Laurus

(7) Symbols of Supercool Confidence The Grocer 11 sept 2004


Zie ook

- Kruidenierswinekls van Vroeger Amstersdam
- Edah museum
- Dorpsarchief Schalkhaar VéGé winkel van Carel Voskuilen 

 

 
 
database afsluiten