Retroscoop - Het Militair Hospitaal van Antwerpen: een tweede leven voor een eeuweling RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

Het Militair Hospitaal
van Antwerpen
Een tweede leven voor een eeuweling

© Tekst en foto´s: Benoit Vanhees
Versie 1: 2011
Verise 2 met aanvullingen: 2018-2019

Foto genomen vanuit het hoofdgebouw.
Centraal de kapel, met daarrond 11 paviljoenen. Achter de kapel verrijst
de schouw van de stookinstallatie


Deze fraaie smeedijzeren toegangspoort  is helaas niet meer...
Links het hoofdgebouw, rechts het "parallel gebouw"

Geklemd tussen de Lange Leemstraat, de Boomgaardstraat en de Marialei bevond zich tot in de vroege 1990’s een groot militair domein. Dit “stadje binnen de stad” bevond zich dus pal in de Haringrodewijk. Vanaf het einde van de 19de begin 20ste eeuw verrezen er één na één de rood bakstenen gebouwen van een "Krijgsgasthuis", later herdoopt in Militair Hospitaal. Met de jaren werd ook veel groen tussen dit complex aangeplant.

De bouw van dit in architecturaal opzicht interessante complex werd in 1899 aangevat. In 1888 was al in Elsene een groot militair hospitaal opgericht, in navolging van een oudere site in Luik. De werken in Antwerpen zouden in totaal 12 jaar duren. Na Antwerpen (1911) werd ook in Oostende (1913) een nieuw militair hospitaal in gebruik genomen. 

De site in Antwerpen had eigenlijk twee compleet verschillende bestemmingen. Enerzijds waren er vanaf 1907 een aantal opslagplaatsen, die samen het zogenaamde “Arsenaal” vormden. Dit groeide later uit tot Logistiek Centrum 2 (Arsenaal Noord), en bestond tot 1995. Anderzijds was er dus een groot militair hospitaal. Vrij verrassend ergens, om deze twee totaal verschillende functies in elkaars nabijheid aan te treffen. We willen in dit artikel kort een rondleiding maken in dit hospitaal voor militairen aan de hand van oude postkaarten.


Het hoofdgebouw en paviljoen G. Noteer de constructie met een
piramidevormig dak, dat toegang gaf tot het onderaards gangenstelsel
 
Het "Noord-zuid" gebouw. Blijkbaar liep er een soort tramspoor op de site (?)
In de lagere gebouwen was ondermeer de wasserij ondergebracht

1) Groei en verval van het MHA

Plattegrond: KLM Brussel / met dank aan dhr. Johan Proot

Het bovenstaande plattegrond toont de verschillende onderdelen van het Militair Hospitaal

- een langwerpig Hoofdgebouw

- daarmee evenwijdig lopend, de Centrale Apotheek. Op zeker moment werden hier medicijnen voor heel het leger, niet alleen het hospitaal geproduceerd en gestockeerd.

- daarop aansluitend vier statige herenhuizen, waarvan één voor de hoofdapotheker (thans nr. 8 van de Albert Claudestraat) en drie voor gehuwde onderofficieren (thans nr. 6, 4 en 2)

- een centraal gelegen kapel. In de kelders van dit gebouw werd steenkolen voor de stookinstallatie opgeslagen. Beide gebouwen waren met elkaar verbonden door een onderaardse gang, waarin een smalspoor voor kolenwagentjes liep.

- 11 paviljoenen. Vier daarvan werden ondertussen afgebroken. Deze staan op het plan in het roze aangeduid. Het gaat om het grote paviljoen 6 (met een half verdiep) dat gebruikt werd voor patiënten met een besmettelijke ziekte, en de paviljoenen met een standaardgrootte 7 en 8. Daarnaast werd ook het kruisvormig paviljoen 3 afgebroken. Hier stond destijds o.a. de Röngtenapparatuur opgesteld.

De maximale capaciteit van het Militair Hospitaal in vredestijd bedroeg 475 bedden. Het hoeft geen betoog echter dat in oorlogssituatie elke vierkante meter gebruikt diende te worden, en er dus heel wat meer gewonden verzorgd werden.  Elk paviljoen was ook voorzien van een overdekt terras, waarop bij mooi weer een aantal bedden op konden worden gerold.

- verbindingsgangen en een "winterwandeling" die de paviljoenen met elkaar verbonden. De "winterwandeling" is de lange galerij tussen het groen en het roze ingekleurd deel van de site. Noteer dat van de nog bestaande paviljoenen, het nr. 2 blijkbaar niet aangesloten was op het stelsel verbindingsgangen.

- een gebouw met de stookinstallaties en een machinekamer met een stoomgenerator voor het opwekken van elektriciteit en accu´s. Zoals eerder gemeld stond deze via een onderaardse gang in verbinding met de kelder van de kapel, waar steenkolen werd opgeslagen. Het MHA werd verwarmd via een complex stelsel van onderaardse gangen en buizen, waardoor krachtige pompen stoom bliezen.


De stookplaats bevond zich lager dan de begane grond. Er liep een smalspoor
voor kolenwagonnetjes, compleet met een kleine draaischijf. De stoomketels
waren mogelijk van het type Babcoc-Wilcox, een nog bestaand Brits bedrijf uit 1867)


De machinekamer bevond zich boven de stookplaats.

Daarnaast was er een deel in dit gebouw dat bekend stond als de "machinekamer". Hier stonden 2 stroomgeneratoren met een groot vliegwiel (of tandwiel, zie de eerste ansichtkaart hierboven). Daarnaast was er ook een aparte zaal waar accumulatoren stonden. Zij moesten voor stroom zorgen in geval van een stroomonderbreking, bv. omdat er iets mis was met de generatoren. De zaal met accu´s moest goed verlucht worden, omdat de ontsnappende gassen blijkbaar brandbaar waren.

- kleine constructies met een piramidevormig dak: op het plattegrond is te zien dat er ettelijk van deze gebouwtjes (vierkantjes op het plan) rond de paviljoenen en op andere plaatsen op deze militaire site verspreid lagen. Ze boden toegang tot de onderaardse galerijen waar leidingen voor elektriciteit, gas, water en stoom liepen. Deze onderaardse galerijen kwamen grotendeels overeen met de kelderverdieping van de verbindingsgalerijen tussen de paviljoenen. Men kon zich dus ondergronds van de apotheek naar bv. de kapel of naar het paviljoen 11 verplaatsen. De piramidevormige dakjes stonden als een paraplu boven de bakstenen constructie opgesteld, zodat zuivere lucht tot in het gangenstelsel kon binnendringen.

- het "Noord-Zuidgebouw" (verder afgekort tot NZG)  Dit is de lange aaneenschakeling van gebouwen dat evenwijdig loopt met de onderzijde van het plattegrond. Het bestond op zijn beurt uit vier delen. Achter de woning en tuin van de directeur begon het eigenlijke NZG

a) het "kazerne"-gedeelte had een verdieping en een zolder, en komt vandaag de dag overeen met de nrs. 2 tot 10 in de Artsen zonder Grenzenstraat.
b) de keuken, een ruimte om aardappelen te schillen, refters
c) een badinrichting voor hydrotherapie met stortbaden
(deze delen komen overeen met de nrs. 12 tot 18 in de Artsen Zonder Grenzenstraat) 
d) een wasserij met strijkplaats, een ontsmettingsplaats, een naaiplaats

In het NZG vond men ook enkele kantoren, vestiaires enz. Daar waar deel a één volwaardig verdieping had, waren de delen b, c en d anderhalf verdieping hoog, met kleine venstertjes boven de grote. Dit is goed te zien op de ansichtkaart van de wasserij, die in dit artikel gereproduceerd werd. Dit binnenzicht toont dat het gelijkvloers gewoon doorliep tot het hoogste punt van het zadeldak.

(Het lijkt erop dat dit een uitzondering was, en dat in de andere stukken ook echt een half verdieping met een eigen vloer was. In een later stadium werden ze echter even hoog gemaakt als het kazerne-gedeelte. De wasserij werd na het vertrek van de militairen helemaal afgebroken en vervangen door een appartementsgebouw waarin o.a. de Broodnatie zetelt.

Tussen de verschillende gebouwen was veel groen voorzien. Op het centrale plein tussen het hoofdgebouw en de kapel was een fraai aangelegde tuin, opgetrokken rond een fontein en een “aquarium”.

De verzorging van het personeel gebeurde door militaire artsen, geassisteerd door hospitaalzusters (Augustinessen). De voertaal blijkt uitsluitend Frans te zijn geweest, wat al in 1911 tot opmerkelijke spotterijen bij Vlaamsgezinden leidde. (1Zoals bekend zouden de gebeurtenissen aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog de taalkwestie gevoelig aanscherpen.

De mis werd naar alle waarschijnlijkheid opgedragen door een militaire aalmoezenier. Een lezeres van de Gazet van Antwerpen herinnert zich nog dat het meisjeskoor waarvan ze deel uitmaakte de Middernachtmis in de kapel opluisterde. Een andere getuige herinnert zich dat de kinderen van militairen op die dag getrakteerd werden op koffiekoeken en chocomelk. Tevens sprak hij over optredens in de late 1950’s en 1960’s van Will Tura, Adamo, Will Ferdy, John Larry en Jacques Raymond. (2) (3)


Een blijkbaar wat beperkt publiek, en maar 1 Zuster...
Mogelijk werd de mis in deze kapel opgevoerd door een aalmoezenier.
De hospitaalzusters hadden een eigen, kleinere kapel in het kloostergedeelte.

In 2017 contacteerde dhr. Luc Gowie ons per e-mail, en deelde volgende informatie mee: 

"De grote kapel van het krijgsgasthuis werd door Jacques Coomans Senior
voorzien van kerkelijke kunst o.a. een kruisweg. De kapel werd onder  schutspatroon van het H.Hart gewijd." Hij gaf ons voorts nog informatie over zijn voorouders, die in de buurt leefden, waarover verder meer.

Naast de paviljoenen met bedden waren er de typische installaties die men in elk modern ziekenhuis aantreft: een operatiezaal, een afdeling psychiatrie (“battle fatigue” en “post traumatic stress” kwamen ook al in die tijd voor, al sprong men er toen anders mee om), een recreatieruimte... Het ziekenhuiscomplex omvatte ook een wasserij, een naaiatelier, een grote keuken, één of meerdere eetrefter(s) en een machinekamer. De ligging van deze laatse is ons niet bekend.

In feite zou men nog tot omstreeks 1970 aan de infrastructuur blijven bouwen en verbouwen. Het deel zonder verdieping van het Noord-Zuidgebouw -waarin ondermeer de wasserij was gevestigd- werd op gelijke hoogte gebracht met het deel dat wel al een verdieping had. Andere investeringen betroffen de vervanging van de stoomverwarming door een CV-installatie. Eén van de paviljoen werd ingericht voor militairen met een besmettelijke ziekte had.


Zo zagen de paviljoenen er aan de binnenkant uit


Mogelijk werd ook dit kiekje in het Militair Hospitaal getrokken, al
kon vooralsnog niets dit onomstotelijk bewijzen. Hieronder de
achterkant van bovenstaande foto:

  


De "Winterwandeling"

Amper drie jaar na de ingebruikname barstte Wereldoorlog I uit. Voor het nog zeer recente hospitaal zou een zeer hectische periode aanbreken. Helaas zouden tal van Belgische soldaten er hun laatste adem uitblazen. 

In de periode tussen de twee wereldoorlogen begon de militaire aanwezigheid een gunstig effect te hebben op de lokale middenstand, zoals bloemen- en fruitwinkeltjes, horeca en zo meer. Heel wat (militaire) personeelsleden kochten of huurden een woning in de buurt.

Het feit van in een ziekenhuis te werken, behoedde helaas dokters er niet voor om vroegtijdig te overlijden. Dat leert alvast het overlijdensbericht van Dr. Joseph Willems (1888-1938), die hoofd was van de Oftalmologische Dienst van het Militari Hospitaal. Zat zijn aanwezigheid aan het front tijdens WO 1 er misschien voor iets tussen ?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog herhaalden zich scènes zoals die van tijdens de Groote Oorlog. Blijkbaar werden er in april 1943 ook een aantal slachtoffers van het tragische bombardement van Mortsel verzorgd. Amerikaanse bommenwerpers misten compleet hun eigenlijk doelwit, de ERLA fabriek (voorheen de Minerva autofabriek), en de bommen kwamen ongelukkigerwijze op het centrum van Mortsel terecht. Onder de honderden slachtoffers waren er ook heel wat kinderen, omdat ook schoolgebouwen geraakt werden. (4)

Voor deze jongeman stopte het
leven in 1947 in het MHA

In de 1960’s besloten de uitdunnende kloostergemeenschappen zich vooral te gaan toeleggen op de verpleging van bejaarden. Daardoor viel hun zeer welkome hulp in ondermeer militaire hospitalen weg. Dit betekende dat het Departement Defensie een hele denkoefening moest ondernemen. In de eerste helft van de 1970’s begon het leger meer en meer diensten in het Militair Hospitaal van Neder-over-Heembeek samen te brengen. In Antwerpen bleef men ondermeer de dienstplichtigen uit de provincie medisch keuren. Rita Jacobs stuurde ons in dit verband in sept. 2914 volgende e-mail met deels droevige, deels amusante herinneringen:

"Beste, ik ben dochter van kolonel Karel Jacobs, die in de jaren 60 hoofd was van het militair hospitaal te Antwerpen. Hij is er zelf ook op 53- jarige leeftijd gestorven in 1976, nadat hij eerst de bouw van het hospitaal van Nederoverheembeek mee opstartte en nadien op de generale staf van de medische dienst (gezondheidsdient) op de Place Dailly werd tewerkgesteld. Hij is ook verantwoordelijk voor de donkergroene kleur van de uniformen van de medische dient, wij hebben nog mee mogen kiezen. Als kind herinner ik me inderdaad de koffiekoeken en cholcolademelk die we kregen bij het bezoek van Sinterklaas, en de middernachtmis met kerstmis in de Kapel, waar ik met mijn zussen engeltjes mochten vertolken die Jezus om 12 uur naar de kribbe brachten. Wij kwamen dus ook in het hospitaal. Vriendelijke groeten, Rita Jacobs" 

In de 1980’s en 90’s werden verschillende militaire ziekenhuizen definitief gesloten. Dat was ondermeer het geval in Elsene en Luik. In Antwerpen trokken de laatste militairen in 1993 uit het Militair Hospitaal. Daarop zouden de gebouwen ettelijke jaren leeg blijven staan, en vandalen heel wat ramen doen sneuvelen. Maar alles bij elkaar bleven de gebouwen in vrij goede toestand bewaard. 

De keuken en een eetrefter (N-Z gebouw)


De smalle vorm van het lokaal doet ons vermoeden dat deze
refters zich in de paviljoenen zelf bevonden.

Het naaiatelier en de wasserij (N-Z gebouw)


Het zou interessant zijn om te weten of de dames
burgerpersoneel waren, vrijwilligster, echtgenotes en dochters
van militairen. Tot hiertoe doken alvast nog geen bronnen op
die hierover duidelijkheid kunnen verschaffen.


De wasserij was ondergebracht in het lage gedeelte van het
Noord-Zuidgebouw (let op de bovenste kleine vensters van het halve verdieping)
 

2) Fotoreportage

Om enigszins overzichtelijk te werk te gaan nemen we het plattegrond er weer bij. We tonen gebouw per gebouw een aantal opvallende details of overzichtsfoto´s.

Uit sommige commentaren die men op het internet kan lezen, blijken sommige mensen dit oude complex niet echt te mogen, en het zelfs "sinister" te vinden. Vrij verbazingwekkend eigenlijk, want wie zijn ogen de kost geeft, zal heel wat vrolijke noten ontdekken, onverwachte Spielerei-tjes, die je niet meteen zou verwachten op een militair domein. Dit gaat dan over het speelse gebruik van drie kleuren bakstenen (waarmee de Belgische driekleur gevormd wordt), sierstenen, een slank torentje en diens meer. 

a) de paviljoenen en verbindingsgangen

 


Op deze foto zijn de voormalige terrasjes van de
paviljoenen D en E goed te zien

In de voorste travee van elk paviljoen bevonden zich rechts een kleine badkamer met een ligbad en vier lavabo´s. Centraal was een smalle gang, die uitgaf op de wandelgalerij (gelijkvloers). Vanuit deze galerij kon men ofwel deze centrale gang betreden, ofwel de linkse deur nemen, die naar een vierkantige trappenhal leidde. Wie deze trap nam naar bv. het eerste verdieping kwam niet in contact met de zieken op het gelijkvloers, wat de kansen op besmetting zo veel mogelijk beperkte. 

laatste travee van het eigenlijk paviljoen bevond zich links een kamertje
voor een patiënt die geïsoleerd moest worden ("malade isolé"), en rechts een kamertje voor een soldaat op wacht ("salle de garde")

Aan de achterzijde van  elk paviljoen was voorts een kleine "uitstulping", waarin zich een toilet en een wasplaats voor het reinigen van verpleegmateriaal bevonden.

    


De restauratie van de paviljoenen in overeenstemming met de huidige 
energienormen betekende het trieste einde van de originele ramen


De "Winterwandeling" anno 2017

b) de kapel 

    

   

 

   

c) het hoofdgebouw

 

   


 
Links, een toegangsdeur met fraai ijzersmeedwerk.
Rechts: Een "Barbie"-toetsje in het MHA, en deuren in heel mooi hout !


De vroegere receptie

 
Een gebouw waar geschiedenis werd geschreven...
herinneringstablet aangebracht in één van de hallen


Een intacte schouw


Oude tegels in de toiletten

Wie in de lage kelderverdieping afdaalt, komt terecht in de voormalige stockeerplaats van geneesmiddelen. In de lengte van het gebouw loopt een smalle gang, waardoor een smalspoor loopt. Aan weerszijden bevinden zich kleine lokalen, waar geneesmiddelen en ziekenhuismateriaal als desinfecteerschaaltjes enz. werden opgeslagen.

  


Een van de opslaglokaaltjes. De vochtgheid slaat
ondertussen genadeloos toe...


Een zonderling stilleven...

d) de Centrale Apotheek

 
Een fraaie en alles behalve "sinistere" klokgevel
De afwisseling van baksteenlagen en "soeklagen" van zandsteen
doen enigszinds "Maaslandse stijl" aan


In deze brievenbus valt ondertussen weer post binnen
 

 

 

e) het Noord-Zuidgebouw


Benieuwd of ze in Frankrijk bleu blanc rouge-motieven zouden gebruiken...


f) het klooster-gedeelte

Het kloostergedeelte bestond uit een dienstgebouw, een kapel, een groot huis waar de Zusters Augustinessen sliepen. Het telde twee verdiepingen met 7 traveeën plus een zolderverdieping.

Per verdieping waren er maar 7 "cellen" zoals de kamers van de hospitaal-zusters ook wel genoemd werden. Daarnaast was er per verdieping ook een infirmerie, een centrale gang, een dienstlokaal en een trappenhal. Op het gelijkvloers was er een ontvangstplaats, een vestibule, een keuken, een refter, een wasplaats, een kabinet voor de hoofdzuster, een dienstlokaal. Tevens was er een trappenhal die toegang verschafte tot de twee verdiepingen. De zusters beschikten ook over twee aparte moestuinen.

Sommige bronnen menen te weten dat er op het hoogtepunt van het MHA, zo´n 100 zusters op de site werkten. (wellicht wordt bedoeld tijdens de Wereldoorlogen ?) Het klooster op de site was te klein om al deze hospitaalzusters te herbergen. Wellicht verbleven ze elders in de stad. In 1920 echter waren er maar 16 zusters en 14 lekenzusters.

   
Vreemd genoeg een niet centraal geplaatst kruis als om
aan te geven dat de toegang tot deze kapel voorbehouden is

g) De ingangen

    

3) Een nieuwe bestemming...

In 2000 toonden metingen aan dat het grondwater op de site ernstig vervuild was. Het is niet helemaal duidelijk of deze vervuiling samenhangt met de aanleg van de ondergrondse TGV tunnel in de buurt, of met de vroegere medische activiteiten op de site. Hoe dan ook, een gespecialiseerd bedrijf, de firma Ecorem werd belast met het saneren van het terrein. Het jaar daarop kocht de Stad Antwerpen de site over van het Departement Defensie, dat opdraaide voor de saneringskosten. De Antwerpse schepen Ann Coolsaet merkte toen op dat de toekomstige bewoners van de site het grondwater maar best niet gebruikten, er meteen aan toevoegend dat dit een typische situatie is in een stad. (5) (6)

Tot in 2005 maakten een aantal verenigingen gebruik van lokalen in de gebouwen, inclusief oud-militairen. Toen hen de toegang tot de site werd ontzegd, leidde dit tot een aantal protesten, die evenwel zonder gevolg bleven. (7)

In 2006 kreeg een team bestaande uit 1 archeoloog en twee gespecialiseerde arbeiders gedurende drie maanden toegang tot de site. Deze werd immers gebouwd op de plek waar tot in de 19de eeuw Fort IV stond. Er werden ondermeer enkele oude schoenen gevonden, scherven van een servies, een manchetknoop van het 5de Linieregiment en een koperen munt. (8) (9)

In dezelfde periode schreef de Stad Antwerpen een project uit om deze historisch waardevolle en groene plek om te vormen tot een nieuwe woonwijk, waarvoor de naam “’t Groen Kwartier” werd bedacht. De site zal immers niet alleen autovrij zijn, maar tevens over een gemeenschappelijk en publiekelijk toegankelijk park (“stadstuin”) van 2 hectaren beschikken. (10)

Het is blijkbaar de bedoeling om er een 350 tal bomen aan te planten, waaronder laagstammige fruitbomen. Men kan het echter wat betreuren dat gekozen werd voor een “strak raster” in plaats van voor een avontuurlijkere "Engelse" insteek. (11) (Zoals eerder al opgemerkt in het artikel over het Albertpark, dromen een aantal tuinontwerpers er ook van om dit lieflijke mooie oude park op eenzelfde manier onder handen te nemen.)

Het waren de firma’s Vanhaerents en Wilma die tot winnaar werden uitgeroepen. Beiden gingen vervolgens een joint venture aan met het Autonoom Gemeentebedrijf AG Vespa (Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen) (12)

Op het grondgebied zullen in totaal zo’n 400 woningen worden opgetrokken. Bedoeling is om er een sociale mix tot stand te brengen, door woningen voor uiteenlopende budgetten ter beschikking te stellen. Het Groen Kwartier zal dus zowel uit dure lofts en luxeappartementen bestaan, als uit eengezinsflats en een 60-tal sociale woningen. De dure lofts gingen alleszins al vlotjes van de hand, ondanks de lauwe economische situatie. (13)

De beschermde delen van het Ziekenhuis zullen (min of meer) bewaard blijven, maar de opslagplaatsen van het arsenaal werden in september van dat jaar al met de grond gelijk gemaakt. Oude ramen worden vervangen door beter isolerende exemplaren, en verschillende oude gebouwen werden voorzien van een extra verdieping. Tussen de charmante oude gebouwen komen ook zeer contrasterende ultramoderne gebouwen, wat met de dure formule "typologische variatie" omschreven wordt.

Voor de ene een gedurfde mix, voor de andere nog maar eens een professioneel om zeep geholpen architecturaal geheel, dat best ook een compleet andere bestemming had kunnen krijgen. De stad Antwerpen argumenteert echter, dat de 400 nieuwe woningen nodig zijn, om tweeverdieners uit de rand van de stad (terug) naar het centrum te lokken. Het is ook een manier om meer autochtonen terug naar de stadskern aan te trekken. 

In 2008 werd tijdelijk een restaurant geopend in de oude kapel van het Militair Hospitaal. Dit paste in het kader van een breder programma, dat een mix wou aanbieden van lekker eten, cultuur en design. Het was de Nederlandse topkok Peter Lute die het culinair gedeelte verzorgde. Een artikel uit die periode leert ons dat de kapel een capaciteit heeft van 80 couverts ! (14)

Zeer recent werd bekend dat een andere Nederlandse topkok, de driesterrenchef Sergio Herman –bekend van ondermeer het Oud Sluis- eveneens zijn oog zou hebben laten vallen op de voormalige kapel. Een restaurant in een indrukwekkende kapel, het is misschien wel een gedroomd decor. Toch is het geen primeur voor Antwerpen, ook het Jamaicaanse Carribbean Inn koos al voor zo’n locatie. (15)

Het is nu afwachten tot 2016, wanneer de laatste werkzaamheden afgerond zullen worden. Het oude Militaire Hospitaal kreeg dank zij de herbestemming een tweede leven. De meningen zullen echter ook na 2016 verdeeld blijven of het bereikte compromis en opzet van het project geniaal is of een gemiste kans. Ondertussen kent ook het Militair Hospitaal in Oostende een gelijkaardige evolutie, terwijl dat in Elsene al jaren geleden tot een woonzone werd herbouwd.

 
Het Groen Kwartier weleer...

Nog even iets over de buurt rond het Militair Hospitaal. Eerder gaven we al aan dat dhr. Luc Gowie ons in 2017 een e-mail toezond met meer informatie over de kapel. Hij voegde daar verder nog volgende interessante informatie aan toe:

"In de Boomgaardstraat schuin over de monumentale toeganspoort had de familie Isidoor Leyers -Apers (N°93) een beenhouwerij en aan de overzijde was de bouwsmederij van de familie Jean Gowie -Van Aarle
gevestigd. (Hij was) een tijdlang de voorzitter van de kamer van bouwsmeden (...) Hij leverde diverse monumentale poorten in de omliggende straten, mogelijk ook die van het militaire hoofdingang. Deze familie´s zijn mijn overgrootouders.

Met vriendelijke groeten
Luc Gowie
Heemkring Breesgata

Tot slot: 

Ga zeker ook eens een kijkje nemen naar de twee interessante websites.

- Fotocollectie Nieuwsblad Militair Hospitaal Antwerpen

- l´Hopital Mitaire d´Anvers Collection Nicau 

Deze bevatten soms pakkende foto’s van het leegstaand militair hospitaal, onder andere een foto van de ziekenzaal (te zien op één van de postkaarten), de ondergrondse gangen, de kapel…

Bedankingen

We willen dhr. Johan Proot van harte bedanken voor zijn diverse mails met aanvullingen op de eerste versie van het artikel. Deze -samen met het plattegrond dat hij ons eveneens ter beschikking stelde, lieten toe om verschillende vraagtekens eindelijk door antwoorden te vervangen. Dhr. Proot doet zelf onderzoek naar het leven in het MHA in het interbellum. 

 
 
database afsluiten