Retroscoop - Sporen van de Utrecht verzekeringsmaatschappij in België RetroScoop
 
   Maatschappij
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Utrecht verzekeringsmaatschappij
in Brussel

Relicten van een verdwenen naam

   

Augustus 2021
tekst en foto´s:
Benoit Vanhees

Voor hoog mikkende dienstverlenende bedrijven zoals banken of dito instellingen en organisaties zoals ambassades is het van het grootste belang om zich te vestigen in statige, “representatieve” gebouwen, bij voorkeur in een al even raak gekozen, welstellende omgeving. Het prestige van de fraaie architectuur lijkt als het ware op mysterieuze wijze op hen die er zich komen vestigen af te stralen. De zoektocht naar een geschikt pand wordt doorgaans dan ook met het grootste sérieux aangepakt.

Een gelijkaardige uitdaging stelde zich aan de verzekeringsmaatschappij Utrecht, in 1893 opgericht in de gelijknamige Nederlandse stad. Initiatiefnemer was ondernemer Willem Pieter “W.P.” Ingenegeren. (1) De firma concentreerde zich aanvankelijk op levensverzekeringen. De ambitieuze nieuwe speler trok daarbij al snel de kaart van internationale expansie om de hooggespannen verwachtingen van gestage groei en torenhoge winsten waar te maken. Er werden onder meer kantoren in Frankrijk (Parijs, 1889) en Denemarken geopend. Uiteraard werd ook snel gelonkt naar buurland België, en meer bepaald naar Brussel. Aanvankelijk werd een tijdelijk onderkomen gevonden in de Brabantstraat, die in die tijd uiteraard een heel andere uitstraling had dan de hedendaagse. (2)

Na enig prospecteren kwam het de firma ter ore dat zich een interessante opportuniteit voordeed in het hartje van de hoofdstad. Op een steenworp van theaters, restaurants en chique winkels bevond zich namelijk een opvallend gebouw, dat op een wigvormig perceel tot stand was gekomen. Eentje dat overigens gelauwerd was geworden omwille van de fantasierijke stijl en de hoogstaande kwaliteit van de details. In de periode 1872-1876 had de stad Brussel een wedstrijd uitgeschreven om architecten te stimuleren om zo fraai mogelijke gevels te bedenken voor de nieuwe hoofdas die het Noordtation met “Bruxelles Midi” verbond.

Het nogal frivole ontwerp “Printemps” uit 1875, van de hand van architect Adolphe Vanderheggen had daarbij beslag weten te leggen op een welverdiende vierde prijs, goed voor 8000 toenmalige Francs aan prijzengeld. (3) Het werd opgetrokken op de scherpe hoek gevormd door de Noordlaan (later herdoopt in Adolphe Maxlaan, nrs. 28-32), die een zeer uitgewerkte hoofdgevel toonde en de Bruidsstraat, waarin men de typisch sobere achtergevel aantreft. (4) Het driehoekig perceel leidde tot een Brusselse voorloper van het befaamde “Strijkijzergebouw” of “Flatiron Building” in New York (°1902).

  

De naam “Printemps” is wellicht afgeleid van de opdrachtgever of eerste "bewoner", de textielwinkel “Au Printemps Universel”. Deze verkocht o.a. damesmode, rouwkleding en gordijnen allerhande. Af en toe duiken nog chromo’s van deze befaamde 19de eeuwse handelszaak op gespecialiseerde veilingsites op. Later namen een café, een hoedenzaak en een kleine tabakswinkel hun intrek op het gelijkvloers van het opvallende gebouw.

Geen wonder dus dat er al heel wat artikels verschenen over het excentrieke gebouw met zijn 4 fraaie kariatiden, zwierig versierde hoofdingang en elegant koepeltje. Temeer daar het sedert 28 april 1994 ook het statuut van “definitief beschermd” verwierf. In deze korte laatste bijdrage op Retroscoop willen we het dan ook over een andere boeg gooien, en eerder eens zien wat er te vertellen valt over de jaren dat de Utrecht Levensverzekeringen aldaar gevestigd waren. Welke sporen vindt men daar vandaag nog van terug, welke interessante erfgoedobjecten herinneren nog aan die periode ?

Een goedgevulde immo-portefeuille

Toen het café ophield te bestaan, aarzelde Utrecht geen seconde, en kocht zonder veel gechicaneer deze toplocatie in een zeer herkenbaar, elegant gebouw over. Naast een kantoor op het gelijkvloers kwamen er rond 1900 ook bureaus op het eerste verdieping. Het duurde uiteindelijk nog tot 1908 eer de firma heel de “building” kon opkopen voor de best wel kokette som van 600 000 Francs, een zeer aanzienlijk bedrag in die tijd.

Een reclamekaart van de levensverzekeringsmaatschappij leert dat de firma de volgende nummers in de Noordlaan / Adolf Maxlaan opkocht: 28-30-32-34-36 en 44-46. Het nr. 34 werd in het interbellum een Sabena-kantoor, het nr. 38 was wellicht nog voor WO 1 de Basile, een winkel o.a. gespecialiseerd in Britse mode.

Wanneer men de ansichtkaarten van het Belgisch hoofdkantoor van Utrecht grondig analyseert, kan men zien dat er doorheen de jaren andere huurders opdoken. Zo toont één ansichtkaart een apotheek in de scherpe hoek, terwijl er op het tussenverdieping een zaak was die kant verkocht.

  

Dat zo’n “representatieve” kantoorgebouwen veel betekenden voor de verzekeringsmaatschappij, blijkt wel dat er niet alleen een aantal ansichtkaarten van de Brusselse vestiging verschenen. De Parijse afdeling van de firma ging zelfs over tot het publiceren van een boekje, waarin de al even imposante kantoren in andere Europese steden aan het publiek werden voorgesteld. Klanten werden daarbij aangemoedigd om vragen te stellen over het immo-patrimonium van deze internationale speler.

Uiteraard zat hier een diepere bedoeling achter dan de louter een didactische. De maatschappij wou op die manier aantonen hoe welvarend het was, en dat het heus tegen heel wat financiële reserves beschikte. De naam van de nieuwe eigenaar werd overigens ook nog eens trots in steen gebeiteld, vlak naast de ingang via de smalle hoektoren.

Die invalshoek van zich te profileren als een vermogende maatschappij beperkte zich overigens niet enkel tot hun kantoren. Utrecht Levensverzekeringen kocht in alle landen waar het actief was interessante gebouwen op, en pakte ook daar graag en uitdrukkelijk mee uit. Zulke potentieel lucratieve investeringen werden ook in Brussel gemaakt, en het publiek werd hierover op allerlei manieren van op de hoogte gehouden. De firma bezat (o.a. ?) immo in de:

Koningsstraat

 

nrs. 25-27: opvallend huis met een exuberant versierde gevel: bestaat nog steeds
nr. 111 (bescheiden huisje, voormalige buur van het Astoria hotel. De tijdsbalk van Google Streetview leert dat het tussen 2009 en 2013 werd afgebroken. In 2020 was er nog altijd niets in de plaats gekomen

Wetstraat

nr. 11, naast hun later kantoor op nr. 13 (zie ansichtkaart hierboven): dit huisje bestaat nog steeds, maar blijkbaar werd het aantal traveeën op gegeven moment van 3 naar 4 gebracht, en werd de toegangspoort afgeschaft. Wellicht werd vervolgens van de nrs; 9 en 11 één huis gemaakt.

Anspachlaan

nr. 52-54, met op het gelijkvloers de Taverne Lusitania)

De firma onderstreepte ook met een zekere gretigheid: “alle Belgische reserves worden in België belegd”. In Nederland bezat de firma naast een fraai hoofdkantoor in Utrecht (1902-1974) onder meer een fraai winkelcomplex in Amsterdam.

Niet alleen verschenen er ansichtkaarten van die nieuwe aanwinsten. Wie vandaag nog in de Brusselse Nieuwstraat kuiert (bij weinig volk) of laveert (op drukke dagen) kan ter hoogte van het nr. 59 (thans de kledingswinkel Jules) zien, dat Utrecht niet naliet om op de voorgevels wijd en zijd bekend te maken wie de destijds de trotse bezitter was.

In het interbellum opende Utrecht een tweede kantoorgebouw van drie verdiepingen in de Wetstraat nr. 13. Het vormde de hoek met de Regentlaan (nr. 35). Dit complex werd ontworpen door Paul Hamesse en zijn broers. De bouwplannen ervan bleven bewaard in het Brussels stadsarchief. (5) In tegenstelling tot het vlaggenschip in het centrum van Brussel ging het hier om een eerder sober ontwerp, zonder al te veel tierlantijntjes. (6) Het straalde eerder efficiëntie dan welvarendheid uit, de tijden waren duidelijk veranderd... De tijdsbalk op Google Streetview, die toelaat om oudere straatbeelden op te roepen leert dat dit gebouw ergens tussen 2013 en 2014 volledig werd afgebroken door de firma De Meuter.

 

Afgaande op de relicten die verband houden met dit adres, legde de medewerkers aldaar zich toe op “Allerlei Risico’s / Risques Divers”, naast op de klassieke levensverzekeringen.

Op de Publibel 804 (ca. 1949) werden die polissen "Allerlei risico" op een nogal zonderlinge manier gepromoot als “de enige belegging die nog nooit iemand geruïneerd heeft”. Op de oudere Publibel nr. 422 (uit ca. 1939) heette het nog geruststellend: “Sécurité en des temps incertains (Demandez un plan de protection”)

Wie toen had geweten dat ons land het jaar daarop zou worden binnengevallen door de Duitsers, zou zich allicht gerept hebben voor zo’n beschermplan, zeker met de vernielingen van WO 1 in het achterhoofd.

Reclamevoorwerpen

Om door te groeien in de verschillende landen waar de maatschappij filialen opende, diende natuurlijk ook een hele reclamestrategie bedacht te worden.

  

Utrecht werkte vooral rond het thema “Voorzorg – De Vruchten”, allegorische voorstellingen van een gezinshoofd die uit voorzorg een fruitboom plant, waarna zijn familieleden op zijn oude dag de vruchten van kunnen plukken. Wie het hoofdgebouw in Brussel binnenstapte langs de hoofdingang, werd meteen begroet door twee hoge tegeltableaus, rechts “Prévoyance” of Voorzorg getiteld, links “Fruits” of de vruchten. Ook deze twee fraaie relicten bleven gelukkig bewaard in het beschermde gebouw.

  

  

Dezelfde allegorie verscheen in de volgende decennia op allerlei reclamevoorwerpen, zoals kaartjes allerhande, op vloeipapier, luciferdoosjes, zakagenda’s enz.

 

Een ander geliefd thema van de maatschappij was die van een “beschermengel”. Dezelfde stille bondgenoot vond men ook terug op hun hoofdkantoor in Utrecht. Toen het waardevolle gebouw ondanks heel wat protesten in 1974 werd afgebroken, werd die engel overigens gered. Recent werd dat beeld weer goed zichtbaar in het stadszicht geïntegreerd, als eerbetoon aan deze belangrijke economische speler van weleer.

  

Echt origineel kan men die invalshoek van beschermengel niet noemen. Verschillende andere verzekeringsmaatschappijen kwamen daar ook mee af. Zo pakte ook de Prévoyance & Solidarité in de Nieuwstraat 88 uit met zo’n lieftallig gevleugeld wezentje dat met haar cape jong en oud tegen allerlei onheil beschermde. Dito voor l´Européenne, een verzekeringsmaatschappij in de Brusselse Bisschopstraat gevestigd.

  

Utrecht probeerde soms met wat pathetische reclames polissen te verkopen. Een treurend en bedelend dochtertje erbij sleuren bv. werd zeker niet geschuwd... Hierop bestonden een aantal variaties, de één al wat dramatischer geformuleerd of gefotografeerd dan de vorige.

Gelukkig werden de potentiële klanten niet voortdurend via zo´n tranendal geloodsd, om hen te overtuigen toch maar snel een polis te nemen bij de strijdvaardige Nederlandse firma. Soms werd zowar een frivolere toon aangeslaan, of werd er eerder cryptisch te werk gegaan. Het reclamefoldertje "Villa Félicité" probeerde een beetje tussen die twee mogelijkheden te laveren. De precieze boodschap hiervan is eigenlijk niet echt duidelijk, bijna een eeuw later... Kon men een villa winnen wanneer men een polis nam, of werden nazaten zo´n villa voorgespiegeld wanneer de ongelukkige klant jammerlijk voortijdig zou komen te overlijden ?... Het blijft allemaal wat mysterieus en wazig... Maar het zag er gelukkig al wat vrolijker uit dan die somber kijkende dochtertjes van schielijk overleden papa´s, onbarmhartig veroordeeld tot de bedelstaf. Ezels van een vaders die er niet aan hadden gedacht een levensverzekering te nemen, tussen ons gezegd en gezwegen...

Gelukkig zijn er ook Utrecht-relicten waarbij gissen overbodig is, zoals de hieronder afgebeelde fraaie kalender uit 1897, in de beginjaren van de firma.

Nabeschouwingen

Ook al was de firma al van voor WO 2 een N.V., ze bleef tot 1989 in handen van enkele families. Dat jaar werd de Nederlandse verzekeraar AMEV de grootste aandeelhouder. “Utrecht” werd in feite opgeslokt, want de naam verdween helemaal ten voordele van AMEV.

Wanneer de kantoren in de Adoplhe Maxlaan verlaten werden, werd vooralsnog niet achterhaald. Enerzijds ziet men op reclames en handelscorrespondentie na WO 2 systematisch “Wetstraat” vermeld. Anderzijds toont beeldmateriaal uit de late 1950’s, vroege 1960’s dat het “Printemps”-gebouw nog steeds aan Utrecht behoorde. Terwijl men op de achtergrond de bouw van de Rogier-toren ziet vorderen, kan men op het spits toelopend gebouw nog steeds de firmanaam Utrecht zien. Bovendien bleken in die tijd grote illustraties van de fameuze Voorzorg / Vruchten-allegorie op het koepeldakje van de hoektoren aangebracht.

Uiteindelijk ging het iconische gebouw toch over naar andere eigenaars, of alleszins huurders. Het oefende gedurende jaren blijkbaar een grote aantrekkingskracht uit op interimkantoren. Het was jaren lang één van de eerste uitvalsbasissen van Vera Interim, waar ook ondergetekende ooit een tijdelijke job in de wacht sleepte. Ook Ago interim zat er lange tijd. Hun nogal schreeuwerige “acte de présence” in de uitstalramen maakte het lang onmogelijk om nog deftige foto’s van het gebouw te trekken… Dank zij het beschermd statuut uit de 1990’s ziet de toekomst van het opmerkelijke gebouw er effectief verzekerd uit.

Voetnoten

(1) voor een zeer interessante achtergrondgeschiedenis omtrent de familie Ingenegeren zie: Grondlegger Ingenegeren van ´De Utrecht´ en ASR Verzekeringen

(2) Immeuble Le PrintempsExterieur van het gebouw Le Printemps aan de Boulevard du Nord te Brussel, gefotografeerd door Alexandre de Blochouse, 1875 (Collectie Rijksmuseum Nederland

(3) Voor hen die hun weg wel weten te vinden in het Brusselse, ontwerper Vanderheggen was eveneens de man achter de St. Gorikshallen, in een sinds jaren weer "hippe" uitgaansbuurt in de hoofdstad.

(4) Ook de achterzijde van het Brussels stadhuis bv. is een pak minder exuberant uitgewerkt als de pronkerige voorzijde.

(5) Bouwplannen van de "Cie. d´Assurances Vie Utrecht, Wetstraat 13-15 Brusselse Vijfhoek; Brussel, stad van architecten

(6) Regentlaan Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed, Brussels Hoofdstedelijk Gewest 

 
 
database afsluiten