Retroscoop - IRHA Cat. 1.H: Victor Simon en zijn Passe Vite Retroscoop RetroScoop
 
   Toestellen
    
 
 
De ┬┤klik┬┤ naar je gedroomde Klassiekers

IRHA Cat. 1.H: roerzeven

Victor Simon en zijn Passe Vite

De kleine geschiedenis achter
een grote klassieker

Benoit Vanhees

   

Wie naar Belgische uitvinders gevraagd wordt, zal wellicht in eerste instantie denken aan mensen als Adolphe Sax (saxofoon), Zenobe Gramme (verbeterde dynamo) of aan Leo Baekeland (geestelijke vader van het bakeliet). Nochtans stond ons land aan de wieg van nog een hele reeks andere uitvindingen, zonder dat veel landgenoten daarbij stilstaan.

Dat geldt ondermeer voor één van die wereldberoemde toestelletjes, die men ooit in miljoenen keukens verspreid op 5 continenten kon aantreffen: de roerzeef (of voedselmolen). Een roerzeef is een simpel maar niettemin uiterst handig apparaatje, waarmee kleine hoeveelheden zachte voedingswaren zoals gekookte tomaten, appelen of aardappelen fijngemalen kunnen worden. Het toestel vormt in zekere zin de brug tussen gewone keukenzeven (vergieten) en de later verschenen elektrische mixers.

Het verhaal achter deze absolute kitchenalia-klassieker groeide uit tot standaard jurisprudentie op het vlak van patenten en octrooien. De Belgische uitvinder achtte zich immers veilig en wel beschermd nadat hij prompt nationale en internationale uitvinderspatenten had aangevraagd. Toch zou hij zich uiteindelijk van miljoenen aan inkomsten beroofd zien. De booswicht van dienst was een malafide maar handige concurrent uit la Douce France, waar men (natuurlijk) nog vaak de roerzeef als een Franse uitvinding voorstelt…  

Eureka !

   
Links: Coll. Francis Laurent

Het was de Waal Victor Simon, in 1888 geboren in het bescheiden Henegouwse dorpje Carnières, die eind 1927 de allereerste roerzeef bedacht. Simon woonde in die periode in de buurgemeente Morlanwelz, in de rue du Polychène, 125. (1) Hij had zijn vrouw Lucienne in de keuken horen foeteren over haar « maudit pilon » en zien prutsen bij het maken van soep. Zoals dat toen nog gebruikelijk was, probeerde ze met veel moeite groenten met een houten stamper te pletten, en vervolgens door een keukenzeef te rammen. Zo’n stamper bestond uit een steel, waarop een pletkop gevestigd was. Qua vormen bestonden er verschillende versies: sommigen leken wat op een Duitse steelgranaat, andere hadden een halfbolle pletkop. (2) Bij deze tijdrovende keukenactiviteit verschoof de zeef gemakkelijk, en de vertikale stampende beweging was vrij vermoeiend. 

 
Een keukenzeef op pootjes -letterlijk- en een rekje met 3 houten stampers

Simon was afkomstig uit een arm gezin met 5 kinderen, die zich met veel koppigheid had weten op te werken. Als 10-jarige werkte hij als baksteendrager in een steenbakkerij, en op 15 ging hij mee onder de grond om het zwarte goud in een steenkoolmijn te ontginnen. Toch bleef hij steeds hopen om dit armoedig bestaan te kunnen overstijgen. Als 18 jarige schreef hij zich daarom aan de Industriële School van Morlanwelz in, waar hij een diploma in Industriële Electriciteit behaalde. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit een opkomende discipline, waar veel toekomst in zat. Hij volgde nog heel wat bijkomende opleidingen, zodat hij voor het uitbreken van WO I brevetten had behaald als industriëel tekenaar, monteur (ajusteur), mekanieker en electricien. Hij bouwde daarbij zowel een stevige praktische als theoretische kennis op.


De industriële School van Morlanwelz

Het uitbreken van Wereldoorlog I belette dat hij meteen de vruchten van zijn inzet kon plukken, en de jaren van hard studeren kon verzilveren. Na eerst bij een gevechtseenheid te hebben gediend, werd hij na een zware verwonding toegevoegd aan de telegrafie-eenheden van het leger.

Vermoedelijk werkte hij tussen 1918 en 1921 voor een « patron ». In 1921 richtte hij dan een eigen ateliertje op, en bood zijn diensten aan als plaatser van verlichting en kleine reparaties van motoren. In een latere fase begon hij motoren bij particulieren en kleine bedrijven te installeren. Een andere activiteit waarvoor hij dra klanten voor vond was het opnieuw wikkelen van het koperdraad rond de spoelen van grote elektrische motoren. In zijn vrije tijd knutselde hij voortdurend met toestellen, en probeerde ondermeer machines te bedenken voor in de baksteennijverheid. Tot die heugelijke dag in 1927, toen zijn foeterende vrouw hem op de piste van een simpel maar uiterst praktische uitvinding voortstuwde.

De legende wil dat hij zo getroffen werd door dit beeld van moeizaam werk, dat hij in een flits een ingeving kreeg, om de moeizame taak van het fijnstampen van groenten door een zeef een flink stuk te verlichten. In plaats van een verticale en discontinue inspanning met een stamper dacht hij daarbij meteen aan een horizontale en continue beweging door middel van een draaizwengel.

Hij haalde er meteen een notablok bij, en maakte met een paar pennentrekken een schets van wat later de eerste roerzeef zou worden. Uiteraard was zijn vertrekpunt een gewone zeef, die hij zo’n vorm meegaf, dat voedingswaren gemakkelijk naar de bodem zouden glijden. Hij voorzag bovenaan een soort draaizwengel, die in verbinding stond met een drijfas. Eén van de belangrijkste onderdelen van het keukentoestelletje dat hij ontwierp was de schoep onderaan deze as. Ook de vorm daarvan moest ervoor zorgen dat de voedingswaren systematisch naar de bodem werden geleid. De tekening maakt duidelijk hoe deze neerwaartse stroomrichting werd bereikt. 

Het geheel van draaizwengel, as en schoep werd door een middenbalk in het centrum van de zeef vastgezet. Een veer zorgde ervoor dat men ook neerwaartse druk op de schroef kon uitvoeren, zodat deze de gemalen groenten door de bodem van de zeef perste. Deze bodem hield dan weer grove stukken zoals tomatenpellen, peulschillen, klokhuizen of pitjes tegen.

 

Prototype


Coll. Francis Laurent

Simon was er meteen rotsvast van overtuigd, dat hij met zijn ontwerp een juiste en mogelijk lucratieve piste bewandelde. Hij liet er dan ook geen gras over groeien. Meteen ging hij op zoek naar iemand, die het concept in realiteit zou kunnen gieten. En waar ging de gemiddelde dorpeling in die tijd het eerste zoeken ? Juist ja, in hetzelfde dorp. Simon vond hier al gauw de juiste man. Richard Denis was een handige blikslager, die met veel liefde voor het vak metaal bewerkte. Het was deze ambachtsman, die de allereerste roerzeef zou vervaardigen, op basis van de schets van Simon.

Met gespannen hart werd het toestel vervolgens in de keuken van de Simons uitgeprobeerd, met Lucienne als « testpiloot ». Meteen bleek dat Victor Simon’s optimisme gerechtvaardigd was geweest. Hoewel de uitvinding uiteraard nog wat kinderziektes vertoonde, waren de eerste proefnemingen bijzonder hoopgevend. Eén van de commentaren van Mevrouw Simon leidde ook naar de latere commerciële naam voor dit mechanisch hulpmiddel : de « Passe-Vite » was geboren.
 

Patentaanvraag

Mr. Simon besefte maar al te goed dat zijn eenvoudige maar praktische uitvinding ooit wel eens in miljoenen keukens zou terecht kunnen komen. Als hij de vruchten van zijn uitvinding wou plukken, zo besefte hij maar al te goed, deed hij er goed aan om zijn idee goed te laten registreren. Zo gezegd, zo gedaan. Op 4 februari 1928 diende hij te Morlanwelz een aanvraag in bij het Ministerie van Industrie, Werk en Sociale Zekerheid. In zijn patentaanvraag beschreef hij zijn toestel als"une passoire d´action rapide pour légumes et autres comestibles" die toeliet om in 1 minuut groentenporties voor 8 personen voor te bereiden.

Simon’s aanvraag werd op 31 maart goedgekeurd als Brevet n° 348610. Ondertussen was op 2 maart ook al de merknaam Passe-Vite officieel geregistreerd. In tussentijd bleef hij samen met zijn vrouw verder experimenteren, om het toestel verder te perfectioneren. Zo werd het metalen handvat uitgerust met een houten bol, die beter in de hand lag, en werd de vorm van de mengkom verbeterd. Ook deze verbeteringen maakten in juni 1928 het onderwerp uit van een aparte patentaanvraag.

 
De handelsbeurs van Brussel in 1928

   

Nu het apparaat min of meer op punt was, en zowel de naam als het mechanisme beschermd was door een Belgisch patent, diende de uitvinding wereldkundig gemaakt te worden. Een ideale manier om de potentiële consument te bereiken waren handelsbeurzen. De Simon’s besloten dan ook om aan de Handelsbeurs van Brussel 1928 deel te nemen. Richard Denis knutselde vlug vlug een dozijn Passe-vite’s ineen, die op een zeer bescheiden stand gedemonstreerd werden. Er volgden maar liefst 500 bestellingen, dat terwijl er nog helemaal geen fabriekje of zelfs machines om de roerzeven op industriële schaal te kunnen produceren waren. Ook het procédé om de basisgrondstof van de Passe Vite, -blik- op een gelijkmatige manier te vertinnen, was nog niet helemaal op punt. Al deze nog te overbruggen moeilijkheden verklaren waarom de bestellingen uit 1928 uiteindelijk geannuleerd dienden te worden. De deelname aan de Handelsbeurs had echter bewezen, dat er zeker een markt voor het toestelletje bestond. De altijd wat riskante investeringen leken dus gerechtvaardigd.

 

Industriële productie

In 1929 besloten de Simons dat de tijd rijp was om aan serieproductie te beginnen. Simon verkocht voor de relatief bescheiden som van 100 fr. de helft van de rechten op zijn uitvinding en de perfectioneringen die sedert de eerste patentaanvraag werden toegevoegd aan Richard Denis. Het bedrijfje Simon & Denis –een BVBA- zag in maart 1929 het levenslicht. En dat er geen gebrek aan ambitie was, bewijst wel hun aanvraag in hetzelfde jaar voor een eerste internationaal patent. Ook in onze buurlanden lag immers een enorme markt te wachten om ingepalmd te worden.

Het kleine atelier waar Simon koperdraad rond spoelen wikkelde, werd omgebouwd tot een eerste productie-eenheid. Al snel bleek men hier echter over een te kleine oppervlakte te beschikken. Daarom werd een oude “Platinerie” aan de chaussée Brunehault te Carnières opgekocht. Het bedrijfje lag langs het riviertje de Haine, dat een op waterkracht aangedreven motor aandreef. Nadeel was wel dat het riviertje in de wintermaanden dichtvroor, en het ijs dan steeds eerst stukgeslagen moest worden.

 


Coll. Francis Laurent

Begin jaren ’30 werd ook België getroffen door de economische crisis. Omdat roerzeven uiterst praktisch waren, en niet al te duur in aanschaf, leed het jonge bedrijfje niet onder deze barre economische omstandigheden. In tegendeel: de verkoop trok blijkbaar zo enorm aan, dat ook de nieuwe werkplaats al snel uit zijn voegen barstte. Omdat men zo niet bezig kon blijven met verhuizen, werd nu uitgekeken naar een productiesite die kon meegroeien met de bestellingen. In 1935 werden de nieuwe gebouwen in de Rue St Eloi, de latere Avenue du Centenaire te Carnières in gebruik genomen. Voordeel was dat er rond de fabriek nog voldoende ruimte was, om gebouwen toe te voegen, iets wat in de daarop volgende jaren ook zou gebeuren.

De firma veranderde omstreeks deze periode ook van juridisch statuut, en werd een NV. Op correspondentiestukken uit die periode werd met rode stempel dit nieuwe handelsrechtelijke vorm bijgedrukt.


Enveloppe 1937

 
Briefhoofd 1931
 


Briefhoofd medio 1930´s
 

 

Kapers op de kust

Wanneer grof geld op het spel staat, maakt men zich doorgaans niet al te veel goede vrienden. De Simon’s hadden het al snel aan de stok met een aantal andere ondernemers, die ofwel eigen versies van de Passe Vite op de markt wilden brengen, of die de distributie trachtten te monopoliseren.

Reeds in juli 1931, misschien zelfs nog eerder was er een rondschrijven van de firma om haar klanten te informeren dat een aantal « contrefacteurs » in de weer waren, om roerzeven van eigen fabricage te verkopen. De firma benadrukte, dat het zich genoodzaakt zag om hier streng juridische stappen tegen te ondernemen, geruggesteund door haar diverse patenten. Een andere manier om te zeggen, dat wie deze mogelijk goedkopere maar niet toegelaten versies aankocht, ermee rekening moest houden dat deze stock aangeslagen kon worden.

De grootste bedreiging kwam van over de grens, en meer bepaald uit Frankrijk…


Cocorico ! Mais quelle bonne idée !

Het gebeurt zo nu en dan wel eens, dat eenzelfde idee omstreeks dezelfde periode in verschillende landen bij verschillende uitvinders ontspruit. Dat was ondermeer het geval voor de straalmotor. In Groot-Brittannië was Frank Whittle reeds enkele jaren rond het concept bezig, maar hij vond geen steun voor zijn uitvinding ook in het echt uit te proberen. Maar ook in Duitsland bogen een aantal geleerden zich over deze piste. In 1939 testte de Duitse firma Heinkel met succes een eerste straalvliegtuig uit, enkele jaren na de eerste schetsen door Whittle.

Is iets gelijkaardigs gebeurd met de roerzeef, of is hier sprake van een geval van schaamteloos plagiaat ? In 1931 diende ook de Fransman Jean Mantelet (1900-1991) een aanvraag in bij het Frans Ministerie voor Handel en Industrie, om een brevet te bekomen voor zijn roerzeef, de « Moulinette ». Als we Mantelet mogen geloven, ontstond zijn idee nadat zijn echtgenote Fernande hem een niet al te geslaagde puree had voorgeschoteld.

De aanvraag werd vergezeld door een reeks gedetailleerde tekeningen, waarop een toestel te zien was, dat als twee druppels op de Belgische voorloper leek. Ondanks het feit dat Simon’s  internationaal brevet ook voor Frankrijk gold, werd de aanvraag van Mantelet ook goedgekeurd (brevet n° 732 100). Zeer zonderling, omdat het idee van het al dan niet toekennen van patenten nu net inhoudt dat eerst een onderzoek moet worden uitgevoerd of er geen gelijkaardige aanvraag eerder werd behandeld. Wijst de toekenning van een patent aan Mantelet voor een toestel dat als twee druppels leek op dat van Simon op slordigheid ? Op omkoperij van ambtenaren ?

Wat er ook van zij, spoedig begon nu ook het bedrijf Mantelet & Boucher uit de Parijse voorstad Bagnolet grote hoeveelheden roerzeven te  produceren, wat toeliet om de prijs stelselmatig te drukken. Volgens sommige schattingen verkocht het Franse bedrijf maar liefst 2 miljoen exemplaren tussen 1933 en 1935, ten nadele van Simon & Denis. De vraag bleef echter nog toenemen, zodat Mantelet & Boucher in 1936 een grotere fabriek in het Normandische Alençon opende. Hiermee werd een belangrijke bijdrage geleverd tot een economische heropleving van dit arme departement. De naam Manufacture d´emboutissagede Bagnolet Mantelet et Boucher » werd vervangen door hetkortere « Le Moulin-Légume ».

Tant pis voor de Normandiërs, bij Simon & Denis kon men alles behalve lachen met wat de Franse firma aan het uitvoeren was. Wanneer dit precies gebeurde is ons niet helemaal duidelijk, maar de Waalse firma diende alleszins een klacht in bij het Franse gerecht. In oktober 1938 –pas 6 jaar na de toekenning van een uitvindersbrevet aan Mantelet- liet de Franse justitie beslag leggen op een grote stock roerzeven van Mantelet in Lyon en omgeving.

De rechtbank van 1° aanleg en die van Hoger Beroep beschouwden de aanklacht van de Belgen als gegrond. De klacht over plagiaat werd tot twee maal toe aanvaard. Gezien er echter miljoenen op het spel stonden, besloot Mantelet in Cassatie te gaan. Maar dan brak WO 2 uit, en werd dit juridisch steekspel tijdelijk opgeschort.


Sommige vrouwen dromen van diamanten en parels
anderen van een mooie robuuste Passe Vite ! (1937)

De slogan van Simon & Denis luidde : « Passe-Vite est une passoire... toutes les passoires ne sont pas des Passe-Vite ». Dit mocht al waar zijn, maar gedurende jaren werden miljoenen roerzeven onder andere namen aan de man en vrouw gebracht, zonder dat de uitvinder daar een frank voor zou krijgen.

Simon & Denis hadden het ook aan de stok met een aantal distributeurs. Zo trachtte een belangrijke Belgische ijzerwarenhandel het monopolie op de distributie te verkrijgen, met het dreigement anders het toestel te zullen boycotten. Mooi geprobeerd, maar naar verluidt werd de onderhandelaar in vriendelijke maar niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat hij op zijn kin kon kloppen.

 

De oorlogsjaren


Briefhoofd uit 1940

In 1939 vielen Duitse troepen Polen binnen, na een schertsincident rond Gleiwitz. In mei 1940 rolde de Duitse militaire pletwals ook over ons land.

De Tweede Wereldoorlog zou al vlug tal van bevoorradingsproblemen voor heel wat bedrijven met zich meebrengen. Voor het bedrijfje Simon & Denis vertaalde zich dat ondermeer in problemen om aan voldoende tin te geraken. Net zoals het geval is bij conservenblikken, werd het blik voor roerzeven door middel van electrolyse vertind. (In het Frans wordt dit vertind materiaal « fer-blanc » genoemd). Reeds op 12 oktober 1940 bracht de firma haar klanten «  à notre grand regrèt » ervan op de hoogte, dat het onmogelijk werd om alle bestellingen te kunnen honoreren. De zoektocht naar een eerlijke (équitable) verdeling van de leveringen leidde er toe dat Simon & Denis als verdeelsleutel de bestellingen uit 1938 zou gebruiken. De firma hoopte –maar durfde zich zelfs daartoe niet te engageren- dat het in de daaropvolgende maanden ongeveer 30 % van de toen bestelde kwantiteiten zou kunnen leveren. Op amper 5 maanden tijd was er dus heel wat voor de firma veranderd.

Tijdens de oorlogsjaren werd daarom al snel overgeschakeld op de productie van keukenweegschalen. Dit liet trouwens ook toe om de arbeiders in België te houden. Ondanks grote bestellingen door de Duitse bezetters, zou de firma geen enkel toestel aan de Duitsers hebben geleverd. Hoe het hierin slaagde, zonder de toorn van de Oberbefehlhaber für Belgien und Nord-Frankreich op te wekken is niet helemaal duidelijk. Het zou alleszins een interessant onderwerp vormen voor een thesis.

Van zodra de oorlog ten einde was, en weer voldoende tin voorradig was, werd de productie van roerzeven weer op gang getrokken. Maar de Waalse firma had ook nog een appeltje te schillen met Jean Mantelet. Tot hun verbazing zouden de Belgische ondernemers echter in het zand bijten…

Juridisch steekspel: een staartje vol venijn

Zoals eerder gezien hadden Franse rechters zowel in Eerste Aanleg als in Beroep de klacht van de Belgische firma Simon & Denis als gegrond aanvaard. Jean Mantelet beet echter van zich af, en was nog voor de oorlog naar Cassatie getrokken. Het uitbreken van de oorlog had echter deze poging om het tij vooralsnog te keren voor onbepaalde tijd uitgesteld. In 1946 besliste het Hof van Cassatie echter dat het proces moest worden overgedaan.

In mei 1947 volgde dan een ware « Coup de théatre ». De advocaten van Mantelet hadden ondertussen namelijk een oude protectionistische wet uit 1844 gevonden. Uit art. 32 van deze vergeten wet bleek dat Simon & Denis enkel plagiaat hadden kunnen inroepen, indien ze binnen de drie jaar na het verkrijgen van hun internationaal brevet ook roerzeven in Frankrijk geproduceerd hadden. Aangezien heel de productie in Wallonië gebeurde, verviel hun klacht, ondanks het feit dat Franse rechters in 1° Aanleg en in Hoger Beroep eerder al hadden bevestigd dat Jean Mantelet’s ontwerp niets anders dan plagiaat kon zijn.

Compleet Kafkaiaans natuurlijk, maar zoals de Romeinen al wisten : dura lex, sed lex. Vooral omdat Mantelet ondertussen miljoenen roerzeven had verkocht, en de inzet van het proces dus over een enorme som ging. In feite had deze oude wet uit de 19de eeuw, bedoeld om de werkgelegenheid in Frankrijk te beschermen, geen recht meer van bestaan. Frankrijk had immers de akkoorden over internationale uitvindersbrevetten uit 1925 goedgekeurd. Alleen was men vergeten de oude wet ook effectief af te schaffen. Mantelet ontsnapte op die manier dus aan een reuzenboete, en Simon & Denis mochten opdraaien voor de procedurekosten.

Toen Victor Denis in april 1951 tot de Rotary Club toetrad, vormden zijn perikelen rond het wel en wee van internationale uitvindersbrevetten dan ook een dankbaar onderwerp voor zijn toetredingsspeech.


Coll. Francis Laurent

 Diversificatie

Oorspronkelijk werd er maar 1 model van roerzeven door Simon & Denis geproduceerd. Wel laat een foto van de bescheiden stand van de Waalse firma op de Handelsbeurs van Brussel uit 1929 al zien, dat er reeds een roerzeef op een statief werd aangeboden. Deze was bestemd voor professioneel gebruik in restaurants en grootkeukens.


Coll. Francis Laurent

Het klassieke model had twee handvaten of “oren”. Eten we in Bourgondisch België grotere porties dan in Frankrijk, of is het omdat de Franse markt het toestel voor andere doeleinden wou aanwenden ? Hoe dan ook, het oermodel van de roerzeef kreeg al snel een kleiner zusje, dat vooral voor de Franse markt bestemd bleek. Niet alleen was de inhoud van de kom kleiner, maar de oren werden vervangen door een halflange steel. Het prestige van dit model stond of viel uiteraard in belangrijke mate met de stevigheid waarmee de steel op de mengkom vastgehecht werd. Hieraan werd dan ook de uiterste zorg besteed. In een reclamebrochure uit de 1950’s wordt uitgelegd dat deze kleinere modellen vooral dienen voor het bereiden van sauzen, papjes voor baby’s enz.


Coll. Retroscoop


Coll. Retroscoop


Coll. Retroscoop

In de 1950’s verschenen ook reclames voor een Passe Vite “Super”, maar behalve het feit dat deze “nog sneller” werkten, vonden we niet meer uitleg. Mogelijk werd het mechanisme met de draaizwengel, drijfas en schoep extra verbeterd.

Een andere vernieuwing was het verschijnen van 4 verschillende gegolfde bodemplaten, voorzien van gaatjes van 1 tot 4 mm. In de reclamefolder “Le nouveau Passe Vite Super”, hetgeen wat prutserig vertaald werd in “Het nieuw Passe Vite Super” werd een schemaatje toegevoegd, die de functie van elke bodemplaat verduidelijkte:


In haar notaboekje over de geschiedenis van het bedrijf heeft Mevr. Simon het ook over een “Passe-vite” jouet: geen idee of het gaat om een heel klein model voor keukengebruik, of eentje dat werkelijk als speeltje voor kinderen bedoeld was.

De Waalse firma produceerde eveneens groenten- en kaasraspen (“Multirasp”) en een peterseliemolen (de “Persilette”). Geen idee wanneer deze diversificatie op gang kwam: de afbeeldingen die we vonden dateren alleszins uit de 1950’s. Er verscheen zowaar zelfs een koffiemolen met de merknaam PAVI, een samentrekking van de eerste letters van PAsse-VIte, alsook een kleine electrische (staaf?)mixer. We hebben echter vooralsnog geen bijkomende informatie over deze toestellen gevonden.


Coll. Retroscoop
Uit de groene reclamefolder voor de Passe Vite Super

 


Ander model van peterseliemolentje van Simon & Denis

We vermoeden verder dat in de naoorlogse periode van vertind blik naar inox werd overgestapt. Vertind blik moet zo bepaalde specifieke nadelen hebben gehad. Zo specifieert de reclamefolder “Passoires Roerzeven Passevite” (late 1940’s ?) in de “belangrijke aanbevelingen”: “Nooit tomaten, rabarber, aalbessen en in het algemeen alle bijtende eetwaren in het toestel doordraaien, alvorens het voor andere voedingswaren te hebben gebruikt: dit om de glans van het metaal te behouden”. Blijkbaar ontstonden dus chemische reacties bij langdurig contact met zure etenswaren.

Franse gigant 

In Frankrijk bouwde Jean Mantelet ondertussen met veel commercieel talent zijn firma Moulin Légumes uit tot een welvarende internationale speler. Van zodra de Franse rechtbanken de klacht van Simon & Denis voor plagiaat als onontvankelijk hadden verklaard, besloot de Franse ondernemer de Amerikaanse markt aan te boren. Hij deed dit met de dynamische hulp van Jo Varkala, een voormalige Amerikaanse marineofficier. De Fransen besteedden ook veel meer aandacht aan clevere reclamecampagnes dan de kleinere Waalse firma.

   
Bekende Mantelet-slogans

Op deze manier wist Mantelet een internationaal imperium op te bouwen. De naam veranderde eerst in Légumex (°1955), dan in Moulinex (°1957). Ook Mantelet bestookte de markt met een reeks andere toestelletjes in de stijl van zijn groentenmolen, zoals peterseliemolens, mechanische aaardappelschillers en raspen allerhande.

 
Een mechanische aardappelschiller van Legumex,
een Mouli-Julienne en een Mouli;Baby

 


Van de peterseliemolen van Moulin-Légumes kan men
alvast niet zeggen dat hij op die van Simon & Denis leek....
 

In tegenstelling tot Simon & Denis, een bedrijfje met veel minder draagkracht, zou Moulin-Légumes/Legumex/Moulinex echter volop de kaart trekken van diversificatie, en een zeer breed gamma van relatief goedkope huishoudtoestellen op de markt gooien. Zo verschenen er koffiemolens, aardappelchillers, vleesmolens, keukenrobotten, haardrogers, stofzuigers enz.

Hieronder een kleine greep uit het brede gamma van de Franse firma:



   
Koffiemolen, een "vleeswolf", een Elektro Quirl Senior en
laserpistoolachtige haardrogers van Moulinex

De firma bezat verschillende productiefaciliteiten in Frankrijk om dit steeds uitdeinend assortiment te kunnen produceren :

  • Alençon (Orne)
  • Cormelles-le-Royal  en Falaise (Calvados)
  • Saint-Lô (Manche)
  • Argentan (Orne)
  • Mamers en Fresnay-sur-Sarthe (Sarthe)
  • Villaines-la-Juhel  en  Mayenne (Mayenne) 

 
Reclame voor de Eclair van Vandenacker en een
Tellier n° 5 voor in grootkeukens

Naast roerzeven voor huishoudelijk gebruik waren er ook merken voor gebruik in grootkeukens en dergelijke. Zo verschenen in de 1950’s eensklaps Publibel-postkaarten voor Eclair-roerzeven. Deze toestellen “voor het groot” werden geproduceerd door het Waals bedrijf Vandenacker et Fils uit Jemappes-lez-Mons. Bekender waren de professionele roerzeven van Louis Tellier. Deze begon vanaf 1947 zo’n  modellen te produceren. De grotere afmetingen van zulke toestellen lieten toe om het mechanisme aan de binnenkant meer in detail uit te werken (zie bv. toevoeging schepje)
 

De ondergang van twee rivalen


Een aandeel van 20 000 fr. (1960´s ?),
een heel bedrag in die tijd

Victor Simon overleed in 1972. Het faillissement van zijn eigenhandig opgebouwde bedrijf bleef hem gespaard. Hij bleef lang ook miskend als uitvinder, al hebben inspanningen van mensen als zijn vrouw Lucienne en zijn nazaat Francis Laurent (zie verder) hier wel enige verandering in gebracht. Nu is het nog wachten op een gelijkaardige inspanning voor de tweede helft van de tweespan Simon & Denis, waarover heel wat minder bekend is.

De merknaam « Passe vite » werd in verschillende taalgebieden opgepikt. In Vlaanderen (vooral West-Vlaanderen), en Zwitserland wordt de merknaam vaak gebruikt voor zowat elke roerzeef, een beetje zoals de merknaam Bic ook voor andere stilos wordt gebruikt. In Frankrijk gebeurt hetzelfde, al is er hier concurrentie van woorden als moulinette of zelfs mouli-légumes. Ook in Duitsland wordt het woord passe vite gebruikt, al is hier de merknaam van eigen bodem « Flotte Lotte » beter ingeburgerd. (3) In het Engels echter worden blijkbaar vooral de termen “food mill” of “purée sieve” gebruikt, in het Italiaans het melodieuze “passatutto”.  Dit is uiteraard interessant om te weten voor mensen die op zoek willen gaan naar items over deze keukenklassieker op internationale veilingsites.

In maart 1978 diende de Waalse KMO de boeken neer te leggen. De diversificatie was geen succes geweest, en de roerzeef werd meer en meer gemarginaliseerd. Dit vloeide niet alleen voort uit het steeds groter aanbod aan elektrische toestellen, maar ook uit belangrijke maatschappelijke verschuivingen die zich na de oorlog voltrokken. Het aantal full time huisvrouwen was na de oorlog snel afgenomen/ Meer en meer vrouwen gingen uit werken, en hadden minder tijd om te kokkerellen. Dank zij massaproductie kon de voedingsmiddelenindustrie de prijzen van soepen, appelmoes, purée enz. ook zodanig drukken, dat roerzeven al snel degradeerden tot een verzamelobject voor retrofans. Voor het Henegouwse dorpje Carnières was de sluiting van Simon & Denis uiteraard een sociale en economische aderlating.

Jean Mantelet van zijn kant overleed in 1991. Hierna ging het snel bergaf met de firma Moulinex. Noch de samenvoeging met het Franse Brandt, noch een overname door het personeel (REP) brachten soelaas. In 2001 werd het merk overgenomen door de Franse concurrent SEB, dat echter de merknaam Moulinex behield. SEB heeft ook de merken Rowenta, Tefal en Krups in haar portefeuille.

Ander land, zelfde taferelen.... Een aantal Moulinex-fabrieken werden gesloten, wat voor heel wat sociale onrust zorgde in Noord-Frankrijk. De beelden van brandende autobanden opgestapeld rond de fabrieken gingen de wereld rond. Het mocht echter niet baten: economie heeft per slot van rekening zo zijn eigen logica...

Voetnoten

(1)   In 1977 werden Carnières en Morlanwelz samengevoegd tot één gemeente. Sedertdien maakt Carnières deel uit van Morlanwelz.

(2)   Ook de keukenzeef of vergiet was halfbolvormig. Deze stampers moeten dus niet verward worden met stampers om bv. gekookte aardappelen mee te pletten in een recipiënt met vertikale wanden.

(3)   De Flotte Lotte werd door GEFU geproduceerd. We hebben echter geen informatie gevonden over eventuele overeenkomsten of juridische conflicten tussen Simon & Denis enerzijds, en GEFU anderzijds.

 

Bronvermelding 

Websites

We hebben in zeer belangrijke mate gebruik gemaakt van de opzoekingen van Francis Laurent, een nazaat van Victor Simon. De man bouwde omstreeks 2003 een zeer interessante en prima gedocumenteerde website uit, om het hardnekkig misverstand omtrent de uitvinding van de roerzeef uit de wereld te helpen. We raden iedereen die er nog meer over wil weten, om zeker eens een kijkje te gaan nemen. 

Francis Laurent´s ode aan de Passevite

Op de website Sentiers de la Haute Haine werd trouwens ook een interview van deze nazaat van Simon ingevoegd. Zeker de moeite waard om eens te beijken, temeer daar de programmamakers ook in het kort de scène van een morrende Mme. Simon in haar keuken en haar echtgenoot die zich meteen aan het tekenen zet heeft nagebootst

Sentiers de la Haute Haine

Op heel wat websites, vooral Franse blijft men ondertussen –soms vermoedelijk tegen beter weten in ?- de uitvinding van de roerzeef aan de Fransman Jean Mantelet toeschrijven.

Verder vonden we nuttige brokjes informatie in

- Wikipedia over de Passe Vite
- Seniorennet / Keukenverhalen

 

Boeken en andere publicaties

We maakten eveneens gebruik van een aantal oude reclamefolders en omzendbrieven van de firma Simon & Denis.

Monsieur Victor Simon, Industriel : korte biografie door Lt. Gen. E.R. Gierst (in eigen beheer uitgegeven)

L’irremplacable moulin à légumesdoor Hervé Bizeul, uitg. Glénat, 1997 144 p

L´art d’accommoder lesrestes: Receptenboekje, reclame voor La Moulinette en de Moulin-Légumes. Bagnolet met illustraties van Francis Prompt 
 
 
database afsluiten