Retroscoop - De Grundig Stenorette A "Laubfrosch": De zoemende boomkikker uit Duitsland RetroScoop
 
   Toestellen
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

De Grundig Stenorette A
“Laubfrosch”
De zoemende boomkikker uit Duitsland

  

Benoit Vanhees
Versie 1 aug. 2015

Structuur

Inleiding
1) De snel evoluerende markt van kantoortoestellen
2) Van onvoorwaardelijke overgave tot “Wirtschaftswunder”
3) Het ontstaan van Grundig
4) Een veelzijdig toestel
5) De opvolgers en het “ideale Team”
6) Tips voor verzamelaars en afsluitende opmerkingen
Voetnoten


Inleiding

Vanaf 1954 doken opeens op heel wat minder voor de hand liggende plaatsen dan in het groene loof “boomkikkers” op... Het ging dan ook wel om een ongewone variant, van A tot Z bedacht door een Duits bedrijf. Deze half mechanische, half elektrische versies waren bestemd voor gebruik in kantoren, door dokters, advocaten, in handelsscholen enz. In plaats van gekwaak brachten ze ook eerder een soort zacht gezoem voort... En als ze iets mondeling toevertrouwd werden, gaven ze na wat knoppen te hebben ingedrukt zeer getrouw uw woorden, die van een telefoonconversatie, van een radiojournalist of van de deelnemers van een vergadering opnieuw weer.

Zoals zo vaak wanneer het woordje “techniek” valt, leverden onze Oosterburen met hun “Laubfrosch” andermaal een knap staaltje van technisch vernuft af. Toegegeven, wellicht moet men al een ingenieursdiploma aan de muur hebben hangen om de precieze draagwijdte daarvan volledig en juist in te kunnen schatten. Laat staan om ze te kunnen vergelijken met de kenmerken van de concurrentie. Maar zelfs een leek neemt geen al te zware risico´s, door zich aan enkele conclusies te wagen.

Naast een oerdegelijk, stevig en overzichtelijk apparaat werd voorts een fraaie industriële vormgeving bedacht. De “Laubfrosch” past met zijn vrolijke vormen en opvallende kleur volledig in het rijtje van elegante fifties toestellen waarvoor we bij Retroscoop zo´n zwak voor hebben. Denk aan de reeds eerder voorgestelde dynamisch ogende Ato Mixer, de Burroughs Ten Key telmachine met zijn frivole kleuren en vormen, de verrassende Brevitypeof de excentrieke Erres torpedo-stofzuiger... Elk op hun manier echte klassiekers op het vlak van industriële vormgeving. Maar zoals gezegd, de “boomkikker” was zoveel meer dan veel gekwaak en louter “smart packaging”.

Echt heel veel aandacht werd er vooralsnog niet aan dit elegante toestel op het internet besteed. Hoog tijd om ook daar eens wat verandering in te brengen, en deze voor zijn tijd vooruitstrevende dictafoon eens tot onder de spotlichten te porren. Dames en heren, uw applaus voor de Grundig Stenorette Model A...

1 ) De snel evoluerende markt van kantoortoestellen

Het is natuurlijk niet mogelijk in het korte bestek van dit artikel om een volledig overzicht van de evolutie van de opnametechnieken vanaf de 19de eeuw hier zelfs maar samen te vatten. Zo´n historische overzichten kwamen overigens al elders op het internet in het lang en het breed aan bod. Herleid tot de essentie zouden we volgende mijlpalen kunnen weerhouden:

1850´s: eerste succesvolle experimenten op het vlak van geluidsopname

1877: Thomas Edison vindt de fonograaf uit. De geluidsdrager die hij voor zijn toestel gebruikte was een soort zwarte cilinders in “was” (wax). Het grote nadeel van zijn toestel was dat het onmogelijk was om met één opname tot massaproductie hiervan over te gaan. Artiesten uit die tijd moesten dan ook meermaals per dag hetzelfde nummer zingen, omdat men per keer maar een maximum aantal cilinders kon dupliceren. Daar zangers en zangeressen op den duur wat moe of geïrriteerd werden, konden elke serie van opnames een beetje verschillen. Deze cilinders werden tot 1929 geproduceerd.

1887: Emile Berliner vindt de grammofoon uit. De erbij horende geluidsdragers waren ditmaal ronde schijven in shellac, de voorloper van de vinylplaten. Zijn uitvinding maakte meteen ook de massaproductie van opnames veel gemakkelijker

1898: Valdemar Poulsen vindt de “telegraphone” uit, het eerste systeem dat met “magnetic recording” werkte. (zie verder)

Behalve voor de weergave van muziek en zang bleek er ook in moderne kantoren nood te zijn aan toestellen die op een efficiënte manier het geluid van stemmen konden opnemen en vervolgens helder en duidelijk weergeven. Ook voor bijvoorbeeld journalisten kon zo´n toestel van erg groot nut zijn. Deze specifieke vraag zou uiteindelijk leiden naar de eerste dictafonen en bandrecorders.

In de 1940´s en 1950´s sleutelden diverse bedrijven aan zo´n “analoge” opnamesystemen voor menselijke stemmen. Hoewel de grote principes van de werking van de verschillende “voice recorders” of dictafoon-systemen in feite dezelfde zijn, waren er belangrijke verschillen op het vlak van de geluidsdragers. Producenten boden de keuze aan tussen dragers voor éénmalig gebruik en herbruikbare dragers. Uiteraard kunnen we in dit artikel onmogelijk een volledig overzicht geven van alle probeersels die ooit op de markt werden losgelaten. We volstaan hier dan ook met enkele typische voorbeelden, om dit onderscheid goed te illustreren.

A) geluidsdragers voor eenmalig gebruik

Onder de geluidsdragers voor eenmalig gebruik vallen o.a.

a) wassen cilinders: in de pioniersjaren van de opname

b) een soort flinterdunne ronde schijven, die de verschillende fabrikanten doorgaans een andere naam gaven. Zo was er de firma Gray uit Hartford, Connecticcut, die in de 1940´s zijn Audograph voorstelde. Per “disc” voor deze “electronic soundwriter” kon een gesprek van maximum 62 minuten worden opgenomen. Assmann uit het Duitse Bad Homburg kwam in 1957 met de Typ Universa 640 aandragen. Dit toestel maakte gebruik van “Magnetonplatte” om gesprekken op te nemen. Het ging om een soort magnetische schijven, die qua uiterlijk wat aan CD´s deden denken. Er was bijvoorbeeld ook de firma Soundscriber uit de VS, die gesprekken op groen gekleurde "disks" opnam. De firma ontwikkelde na haar tafelmodel enkele jaren later ook een licht, handig draagbaar systeem. Over de kwaliteit van de opnames hebben we evenwel geen weet.

  

 

c) magnetische “riemen”: In de VS bracht het bedrijf Dictaphone de Time Master op de markt. Dit toestel registreerde stemmen op een zogenaamde Dictabelt, riemen in een rood of blauw semi-doorzichtige kunststof. De merknaam Dictabelt kwam volop in de mediabelangstelling, toen bleek dat het toestel van een motoragent in november 1963 de geluiden van de dodelijke schoten op president Kennedy had geregistreerd. Dictaphone beweerde in zijn reclames dat de aanschafprijs voor zo´n magnetische riemen lager lag dan die van een postzegel, nodig om ze per post te versturen. Want dat was het voordeel van deze systemen: ze konden gemakkelijk naar een klant of een bijhuis verzonden worden en geklasseerd konden worden. Ook Grundig kwam in de 1950´s met een tamelijk gelijkaardig systeem af, de zogenaamde Stenomatic. We komen op het einde van deze bijdrage terug op dit toestel.

B) Herbruikbare systemen

a) Gemagnetiseerde draad (wire recording)

Eind 19de eeuw ontwierp Valdemar Poulsen een toestel dat hij telegraphone noemde. Het maakte gebruik van een gemagnetiseerde metalen draad als geluidsdrager (“wire recording”). Net als magneetband werd deze draad op spoelen gewikkeld. Dit principe werd redelijk populair in de 1940´s en vroege 1950´s, o.a. voor dictafonen. Een mooi voorbeeld van zo´n toestel is de Webcor 228 “electronic memory“ van de Webster Corporation uit Chicago. Dit toestel verscheen omstreeks 1953. De kwaliteit van de opnames was evenwel maar middelmatig in vergelijking met muziekplaten en zelfs wassen rollen. De metalen draad raakte ook te vaak verstrengeld. Het lag dan ook voor de hand dat er alternatieven bedacht zouden moeten worden. (1)

b) Magneetbanden

Ook magneetbanden zoals deze van een bandopnemer (“reel to reel” of “open reel”) vallen ook onder de herbruikbare geluidsdragers. Het volstaat om een reeds gebruikte band te demagnetiseren, om de “dicteerruimte” weer helemaal vrij te maken.

De K1, ´s werelds eerste succesvolle bandopnemer werd door het Duitse AEG in 1935 gedemonstreerd. Tijdens WO 2 ontdekten andere Duitse onderzoekers een methode (AC Bias) om de weergavekwaliteit van opnames sterk op te drijven. Het bedrijf BASF stapte mee in het verhaal, en begon met de productie van magneetbanden. AEG ontwikkelde voorts nog onder de oorlog het principe van stereo.

Als men vandaag de dag eerder aan de VS zou denken als pionier op dit vlak, dan heeft dit uiteraard met de oorlogssituatie te maken. Majoor John T. Mullin (“Jack”), een ingenieur die door de US Signal Corps naar Europa werd gezonden om onderzoek te doen naar het programma van geheime wapens van het Nazi-regime stootte tijdens zijn speurtochten toevallig op een aantal bandopnemers. De toestellen bleken bijzonder vooruitstrevend te zijn.Mullin raakte zo geïntrigeerd, dat hij twee toestellen en 50 BASF magneetbanden naar de VS stuurde. Bij zijn terugkomst in de VS bestudeerde hij het ontwerp, verbeterde het hier en daar, en gaf vervolgens een demonstratie voor experts. Over juridische bezwaren van AEG of BASF moest hij zich niet druk maken: na de Duitse nederlaag en overgave had de VS simpelweg alle patenten in beslag genomen, and that was it.

Mullin begon vervolgens het revolutionaire toestel in Hollywood te demonstreren. De eerste grote naam die meteen heel wat mogelijkheden zag in het revolutionaire toestel was de crooner Bing Crosby. Zo´n “Magnetophone” kon immers bijzonder handig zijn om zijn radioprogramma´s mee in te blikken.

Crosby rolde al snel in dit verhaal. Eén van de eerste voor de consument bestemde bandopnemers was de Brush BK 401 (1947). In tegenstelling tot de latere magneetbanden waren deze niet van acetaat of mylar, maar van “paper, with an oxide coating glued to one side”... (2) Brush verkocht vervolgens een licentie aan de kleine firma Ampex.

De eerste bandrecorder van Ampex, het “model 200” maakte zijn debuut in april 1948 en kostten toen nog de enorme som van 4000 $. Ze waren dan ook enkel bestemd voor professionele radiostations, en niet voor particulieren. Model 300 verscheen een jaar later. Het werd door de National Association of Broadcasters weerhouden als hun standaard-model. (Ampex begon later ook voor de Amerikaanse zeemacht te produceren, en lanceerde in 1956 de allereerste videorecorder, de VR 1000)

Bing Crosby kocht meteen voor 50 000 $ aan bandopnemers van Ampex. Er werd ook een distributiebedrijf op zijn naam opgericht, die Ampex tot in 1957 op de West Coast vertegenwoordigde. De firma Minnesota Mining & Manufacturing werd vanaf dan één van de bekendste producten van magneetbanden onder de naam 3M. (Ook bekend van zijn kleefband etc.) In Engeland gebeurde iets gelijkaardigs: daar was het de firma EMI die zich op in Duitsland in beslag genomen AEG toestellen baseerde om een eigen platenspeler te lanceren.

Duitsland mocht dan al militair verslagen zijn, dat betekende niet dat het land op commercieel vlak in een hoekje bleef zitten. De firma Grundig zou er in enkele jaren tijd uitgroeien tot de grootste producent van bandrecorders ter wereld. Dezelfde firma zag echter ook een belangrijke afzetmarkt in deze van kantoortoestellen. Hun eerste poging daartoe, de Stenorette A verscheen in 1954.

Vooraleer we dit fraai machientje eens van naderbij bekijken, eerst enkele woordjes over de economische situatie na WO 2 in Duitsland en de spectaculaire opgang van de firma Grundig. Ook hier weer zullen we heel sterk moeten schematiseren over onderwerpen waarover volumineuze boeken geschreven werden...

2) Van onvoorwaardelijke overgave tot "Wirtschaftswunder" (3)

Na de definitieve nederlaag en onvoorwaardelijke overgave werd Duitsland opgesplitst in vier bezettingszones. De Britten kregen een gebied met vooral veel landbouwactiviteiten, de Fransen één met veel zware industrie terwijl de Amerikanen, zo werd soms wat spottend opgemerkt eentje kreeg dat vooral uitblonk op het vlak van fraaie landschappen. De USSR, die het zeer zwaar verdedigde Berlijn op de knieën had gekregen kreeg eveneens een grote zone in het Oosten van het voormalige Duitse “Reich”. Er werd wat geprutst aan de grens tussen de USSR en Polen, waarna dit land ter compensatie een hap uit Duitsland toegewezen kreeg. Het was in deze periode dat bijvoorbeeld het vroegere Dantzig in Gdansk herdoopt werd. Berlijn werd door de vier bezettende machten onder controle gehouden, hetgeen ook het geval was voor Wenen. (De film The Third Man van Orson Welles herinnert heel goed aan die zonderlinge overgangsfase).

Nog voor het einde van de oorlog was de vraag gerezen wat er met Duitsland moest gebeuren, eens het Hitler-regime zich zou hebben overgegeven. In de VS pleitten sommige hoge ambtenaren en politici ervoor Duitsland in een soort grote landbouwstaat om te vormen. Voortrekker van die radicale visie was de toenmalige Amerikaanse Minister van Financiën Henry Morgenthay jr. Alle bestaande zware industrie zou ontmanteld moeten worden, en er zou er geen nieuwe meer mogen komen. Tevens voorzag het plan ook in een drastische hertekening van de Duitse grenzen.

Aanvankelijk leek deze strekking rond Morgenthau het pleit te zullen winnen. (het is niet onbelangrijk om als kanttekening te noteren dat Morgenthau Joods was) President Roosevelt verdedigde het plan in Potsdam (juli-augustus 1944), en tijdens een conferentie in Quebec (september 1944). Morgenthau groepeerde zijn ideeën in zijn boek “Germany is our Problem” (uitg. Harper & Brothers), verschenen in oktober 1945. Roosevelt had hem op 11 april 1945 expliciet de toestemming gegeven om dit werk te publiceren. Op 12 april 1945, 18 dagen voor de zelfmoord van Hitler overleed president Roosevelt op 63 jarige leeftijd. De plannen van Morgenthau raakten daarmee hun machtigste beschermheer kwijt, en werden al snel opgeborgen.

Onder Roosevelt´s opvolger Harry Truman maakte de VS inderdaad een zeer belangrijke diplomatieke bocht. De bijzonder zware opofferingen van de Sovjet Unie en het prestige van de communistische verzetsgroepen in verschillende landen baarde de nieuwe Amerikaanse administratie ernstige zorgen. Zowel in Frankrijk als in Italië leidde dit tot het ontstaan van sterke communistische partijen, met enkele zitjes in de regering. In 1946 en 1947 bleken communisten achter wilde stakingen in Zuid Franse havens te zitten. De pas opgerichte CIA begon zich al snel hiermee te bemoeien. Ook in Griekenland roerden de communisten zich fel, wat ook weer tot buitenlandse interventies leidde. Stalin liet begaan, omdat hij vond dat Griekenland niet tot zijn invloedssfeer behoorde. De communisten werden dan ook hardhandig uit het politieke systeem buitengewerkt. Dit soort van evoluties en incidenten leidde bij de Amerikaanse overheid tot twee belangrijke conclusies

a) Het was nodig om de economie in Europa er weer bovenop te helpen, en Duitsland kon hierin een cruciale rol spelen. De ontmantelingsdromen van Morgenthau werden dan ook afgevoerd, en Duitsland werd uiteindelijk geen lappendeken van schapenweiden en graanvelden.

b) Een massaal financieel hulpprogramma aan Europa was broodnodig om het “Rode Gevaar” af te wentelen. Dit leidde tot het Marshall-plan. Belangrijk daarbij was dat ook West-Duitsland van die hulp zou moeten kunnen genieten. Wel zou Duitsland een streng verbod krijgen op de productie van oorlogswapens. Het land mocht verder ook maar in beperkte mate over een leger beschikken.

Daar waar de Duitse steden zeer zwaar onder de Geallieerde bombardementen te lijden hadden gehad, dit veel minder het geval was voor de industrie en het transportnetwerk. Enkel belangrijke verkeersknooppunten en bruggen moesten worden heropgebouwd.

Een ander belangrijk gegeven was de Franse wil om een Europese integratie in gang te brengen, en daarbij ook Duitsland te betrekken. Dit leidde eerst tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en enkele jaren later tot Euratom en de EEG.

Al deze gegevens samen leidden tot de snelle heropstanding van de Duitse economie. De vader van dit “Wirtschaftswunder” was de CDU politicus, Minister van Werkgelegenheid en later Bondskanselier Ludwig Erhard. (1897-1977). (In 1957 vatte hij zijn ideeën samen in zijn boek met de veelzeggende titel “Wollstand für Alle”.

Een typisch exponent van deze economische heropstanding waren bv. de kleine auto´s op drie wielen, die de voormalige producenten van vliegtuigen voor Hitler´s Luftwaffe na de oorlog begonnen te bouwen. Heinkel, de leverancier van de He 111 bommenwerper die tal van Britse steden met bommen bestookten, lanceerde de Tourist, een scooter die deze uit Italië op menig vlak het nakijken gaf. En, teken aan de wand dat de tijden veranderd waren, deze "Rolls Royce onder de scooters" scoorde ook behoorlijk in Groot Brittannië...

Deze miraculeuze periode van economische heropstanding bleef tot in de tweede helft van de 1960´s duren. Een artikel in Der Spiegel uit 1966 suggereert dat de eerste barsten in dat sprookje uit die periode dateren. Het waren echter vooral de twee oliecrisissen in de 1970´s die de Duitse economie serieuze tikken zou uitdelen, al zou het land ook dit weer te boven komen.

3) Het ontstaan van Grundig

Elke periode heeft zo zijn eigen helden, zo ook de periode van het Wirtschafts-wunder. Eén van de meest succesvolle industriëlen uit het bloeiende na-oorlogse Duitsland was selfmademan Dr. H. C. Max Grundig (1908-1989) Hij wist zich op te werken van zoon van een arme weduwe met ook nog drie dochters tot multimiljonair.

Grundig werd in 1930 samen met Karl Wurzer eigenaar van een radiowinkel in Fürth. Het lag vlak naast het stadhuis, en tegenover het geboortehuis van... Ludwig Erhard... Hij kocht in 1934 de aandelen van zijn vennoot volledig over, en begon vanaf 1938 met de productie van “Kleintransformatoren” en spoelen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alle bedrijven in de oorlogseconomie ingeschakeld. Ook Grundig ontsnapte daar niet aan. De nog kleine firma werd belast met de productie van Vach transformatoren, elektrische ontstekers en besturingen voor het Duitse rakettenprogramma. Hij kreeg hiervoor 150 Oekraïense vrouwen toegewezen. Naar verluidt hamsterde hij voedsel, die hij vervolgens verdeelde onder deze vrouwen.

En dat hij de dwangarbeidsters goed moet hebben behandeld, wordt wel duidelijk, als zij er bij de intocht van de Geallieerden ervoor zorgen dat zijn machinepark niet in beslag wordt genomen. Zo kon Grundig na de oorlog dan ook snel terug met de productie van transformatoren aanvangen. Maar de man wou veel meer. Max Grundig begon aan zijn steile klim, door handig in te spelen op twee belangrijke gaten in de markt. Na de oorlog werd de productie van radio´s immers streng aan banden gelegd. Heel wat Duitsers zaten nog met oude radio´s, die vaak met een simpele ingreep weer aan de praat gekregen kon worden. Het land werd overspoeld met wisselstukken uit voormalige militaire stocks, en natuurlijk hadden ook heel wat Duitsers een radio-opleiding gekregen als soldaat. En Grundig wist zijn weg te vinden op de zwarte markt, om aan deze onderdelen te geraken. Alleen ontbrak het soms aan speciale toestellen om reparaties van radio´s te vergemakkelijken. Max Grundig begreep het probleem, en lanceerde twee interessante hulpmiddelen, die al snel erg in trek vielen:

de buizentester "Tubatest" (L 2 1946, L 3 1947)  (sommige bronnen beschrijven het toestel als een “kanaaltester”
– het foutzoekapparaat "Novatest".

Grundig bedacht in 1946 verder ook een slimme manier om de strenge regelgeving rond de productie van radio´s te omzeilen. Hij kwam af met de Heinzelman, een toestel zonder kanalen, dat als zodanig juridisch gezien niet als een echte “radio” gezien kon worden. Men kon het als een bouwpakket kopen, en hij verkocht het als “Spielzeug”. In feite ging het om een soort wekkerradio, ideaal voor in de keuken. Het werd zo´n bestseller, dat hij al snel op zoek moest gaan naar een groter atelier. Hij vond wat hij zocht in de Kurgartenstrasse in Fürth. In 1948 werd de firmanaam veranderd in Grundig Radio-Werke GmbH. (4)

In de daaropvolgende jaren volgden de "Weltklang" (1947), de “Grundig-Boy” (1949), (één van de eerste draagbare radio´s) en de peperdure eerste “Musikschrank”, de 988W. Grundig bedacht ook het groene “Magische oog” waarmee heel wat buizenradio´s mee uitgerust waren.

Tussen 1947 en 1952, zo werd trots op de voorflap van Grundig Revue nr. 7 uit 1952 meegedeeld, werden maar liefst 1 miljoen radio´s verkocht. Het commercieel succes van Grundig stelde hem in staat de firma Lumophon in Nürnberg over te kopen. In de 1930´s had Grundig nog de toestellen van deze fabrikant in zijn winkel verkocht... Hoe een balletje soms rollen kan. Grundig groeide uit tot één van de grootste spelers in Duitsland. Begin jaren ´50 had de firma al een marktaandeel van zo´n 20 % op het vlak van radio´s.

Vanaf de 1950´s besloot het bedrijf te diversifiëren. In 1951 werd met de productie van bandrecorders begonnen. Onder de modellen uit de pioniersjaren vallen onder meer de Reporter 300 (1951) en de Reporter 500 L (1952), een draagbaar model. Vervolgens verschenen een hele reeks modellen die elk de letters TK en vervolgens een nummer droegen.In 1957 opende Grundig te Bayreuth een productieatelier, die als de grootste fabriek ter wereld werd voorgesteld.


In de bandopnemerfabriek, ca. 1959

In 1952 stortte het razend snel groeiend bedrijf zich ook op de productie van televisies. Het jaar daarop werd in het Grundig tijdschrift, dat zich wellicht naar elektrozaken richtte daar veel aandacht aan besteed, uiteraard met het oog op de eindejaarsfeesten. De economie begon duidelijk weer goed aan te trekken in Duitsland, op een moment dat het land nog voor een stuk in het puin lag. Er was werk genoeg voor iedereen, en politici hadden een gunstig klimaat geschapen voor zo´n heropbloei.

Al dat heropbouwen, produceren, transporteren, verdelen, verzekeren, financieren enz. brachten natuurlijk ook heel wat administratie met zich mee. Het marktsegment van kantoortoestellen was dan ook eentje, die eveneens gouden jaren tegemoet ging. Met de ervaring opgedaan in de bouw van bandrecorders lag het voor de hand, dat Grundig zich eveneens zou gaan interesseren voor de bouw van dicteerapparaten.

De eerste stappen in die zin werden naar verluidt eveneens in 1952 gezet. In 1954 presenteerde het bedrijf trots zijn eerste telg in dit marktsegment tijdens de Hannovermesse. De Stenorette A werd aldaar boven het doopvont gehouden... Opnieuw was daar het Grundig tijdschrift, om deze blide mededeling wereldkundig te maken. De sterattractie van het nummer 20 uit oktober 1954 droeg een fraai groen kleedje, en maakte tevreden geluidjes van zodra ze met elektriciteit gevoed werd.

Nochtans diende er al snel een stevige bemol voor deze vrolijke noot geplaatst te worden. Een uitvinder spande een proces aan tegen Grundig, die het idee voor de Stenorette van hem gestolen zou hebben. Blijkbaar volgde de rechter de argumentatie van de verongelijkte technicus, en de oneerlijke of al te voortvarende industrieel zag zich verplicht om 150 000 DM schadevergoeding te betalen. Het gaat er helaas niet altijd even sportief aan toe in de zakenwereld...

4) Een veelzijdig toestel

a) Algemene beschrijving

Grundig was zeker niet de eerste firma die met een opnametoestel voor in kantoren en in handelsscholen bv. kwam aanzetten. Reeds in de 1940´s en vroege 1950´s waren enkele apparaten voor dit doeleinde door andere producenten gelanceerd geworden.

De Stenorette A lijkt evenwel één van de allereerste sterk gereduceerde bandopnemers te zijn geweest, mogelijk de allereerste. Hij was zo ontworpen, dat men hem in een handige draagkoffer kon opbergen, en vrij gemakkelijk kon transporteren. Op deze manier konden bedrijfsleiders of kaderleden gemakkelijk thuis of zelfs in de auto boodschappen inspreken, brieven dicteren, terug naar de opname van een vergadering luisteren enz.

De afgeronde vormen van het toestel maken het moeilijk om het erg precies te meten. Om toch een idee te geven van de grootte, de afmetingen van het relatief platte toestel bedragen bij benadering 29 x 24 x 9 cm. De draagkoffer is uiteraard wat groter, om ook toe te laten ook de microfoon en snoeren te huisvesten. Het geheel weegt tussen de 5,5 kg en 6 kg, afhankelijk van de hulpstukken die men in de koffer vervoert.

Het eigenlijke apparaat oogt bijzonder stevig gebouwd. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het beperkt aantal bedieningstoetsen, die overduidelijk zo gemaakt werden, om jaren mee te kunnen gaan. Er waren twee ronde selectiewielen, die aan weerszijde van de bedieningsknoppen geplaatst werden.

De 5 bedieningsknoppen dienden voor

1) Vooruit doorspoelen
2) Terugspoelen
3) Opnemen
4) Weergave opname
5) Stop

In elk van de flanken was een speciale ingang, om randapparatuur aan vast te koppelen. Deze hadden alle twee 5 gaatjes, min of meer zoals de punten van een ster opgesteld. In de achterste afgeronde rand van de behuizing waren 19 verticaal geplaatste koelgaten. Ook in de buik van het apparaat waren openingen, die moesten helpen om oververhitting te voorkomen. Het toestel rustte op vier gummi pootjes, zodat de warme lucht in voldoende mate kon ontsnappen.

Men mag gerust stellen dat toestellen uit die periode, of dat nu huishoud-toestellen als mixers, stofzuigers, droogzwierders of kantoorapparatuur als type- en telmachines of dictafonen met een heel andere filosofie in het achterhoofd ontwikkeld werden als men vandaag. In die tijd werden toestellen nog zo gemaakt, dat ze gemakkelijk 10-20 jaar mee konden gaan. Daar stond tegenover dat ze veel duurder bij de aanschaf waren en veel zwaarder wogen. De hoge aanschafprijs maakte ook dat men niet zo gemakkelijk naar een recenter en verbeterd toestel overstapte, zodat ook hier de “wet van de remmende voorsprong” volop kon gaan meespelen.

Behalve de robuustheid valt toch ook een zekere frivoliteit in het ontwerp op. Het apparaat was veel aantrekkelijker ontworpen dan strikt noodzakelijk, ook al waren het maar zeer eenvoudige ingrepen die voor die aparte vormgeving zorgde. Met een simpele licht gebogen lijn hier, afgeronde zijkanten daar werd een erg fraai eindresultaat bekomen...

Ook aan de binnenkant getuigt dit kantoortoestel van dezelfde robuustheid als de buitenkant. Het groene deksel in een soort hard plastiek kan in een handomdraai verwijderd worden. Hij wordt door slechts vier schroeven ter plaatse gehouden, die bv. met een zakmesje of een mee leverbaar schroevendraaiertje gemakkelijk open te draaien zijn. De onderdelen zaten op een zeer stevige montageplaat gemonteerd, en de gebruikte materialen waren met zorg gekozen. Opvallend, de Stenorette is uitgerust met een aantal “radiolampen”. Een ander opmerkelijk iets: op zowat alle onderdelen ziet men vlekjes die gemaakt werden met een soort groene lak, ongeveer in dezelfde kleur als het toestel aan de buitenkant heeft. Het gaat dan ook werkelijk letterlijk om een verzegeling: de bedoeling hiervan was om bij noodzakelijke reparaties die nog onder de waarborg vielen na te gaan of de klant niet getracht had het toestel zelf te repareren. Dit was immers een (verstaanbare) grond om de geldigheid van de waarborg in te trekken.

De Stenorette A kreeg aanvankelijk eerst van de Grundig arbeiders de naam Laubfrosch mee, omwille van de bijna donkergroene kleur waarin het toestel op de markt werd gebracht.

Zoals ook in het artikel over de Burroughs Ten Key op deze website aan bod kwam, trachtten producten op die manier een frivool tintje aan kantoor-omgevingen mee te geven. Net zoals Burroughs zou ook Grundig hier uiteindelijk evenwel van terug komen, en zich tot saaie kleuren beperken.

Een gelijkaardige Franse reclamefolder toont dat er ook khaki variant van de Stenorette A op de markt gebracht werd. Deze kan eigenlijk nog bezwaarlijk als een echte “Boomkikker” aanzien worden, of dan eentje met geelzucht...


b) Hulpstukken

De Boomkikker werd geleverd in een draagkoffer, samen met een kleine microfoon, die op twee open klapbare voetjes geplaatst kon worden. Ook werd een spoel met een magneetband en uiteraard een instructieboekje meegeleverd. Behalve deze standaarduitrusting bestonden er nog opties, waarvoor extra betaald moest worden:

– een steelmicrofoon
– een koptelefoon met “oortje”, de “Kleinhörer”. De fabrikant onderstreepte dat men erg voorzichtig moest zijn met de dunne draad, die bv. niet onbedoeld door een lade geklemd mocht raken.
– Stetoclips: een soort koptelefoon, die wat aan een stetoscoop deed denken
– een soort onderlegger, voorzien van enkele toetsen, voor een gemakkelijker gebruik tijdens het typen van gedicteerde boodschappen
– een voetpedaal met dezelfde functie
– een stofhoes die over het toestel geplaatst kon worden, wanneer het niet in de draagkoffer teruggeplaatst werd. (Mogelijk kon het toestel ook zonder die koffer aangekocht worden ?)
– een doosje met “Stenorette necessaires”:

  

hierin zat ondermeer

a) een handig schroevendraaiertje
b) een speciaal antistatisch kuisdoekje (Poliertuch) waarmee de groene behuizing in kunststof van de Boomkikker afgestoft kon worden, en voor een zekere tijd stofafwerend werd
c) “Klebegarnitur”: aangezien we nog niet op zo´n doosje gestoten zijn, hebben we er het raden naar hoe dit eruit zag en waarvoor het bedoeld was. Het instructieboekje is daar niet erg duidelijk over.
d) houten staafjes (“Hartholzstäbchen”) om de koppen van het weergave- en opnamemechanisme mee te zuiveren.

We komen verder nog meer in detail op deze hulpstukken terug.

  

Behalve deze hulpstukken produceerde Grundig ook een “Löschmagnet” of “Erase magnet”. Hiermee kon de inhoud van magneetbanden worden weggewist. Het instructieboekje van de Stenorette herhaalt nochtans meermaals dat dit niet echt nodig was, omdat de Stenorette dit zelf al deed.

Het dicteren van boodschappen gebeurde op een magneetband of “Diktierband”, die op een kleine spoel van zo´n 8 cm doormeter gewikkeld zat. Het ging om een zogenaamde “Reel to reel” systeem van “open reel” spoelen. Hiermee wordt bedoeld dat de spoel met magneetband (aanvankelijk) niet in een soort beschermdoosje of cassette gemonteerd was. Wie de magneetband van naderbij bekijkt zal zien dat er een matte en een blinkende kant was. Het opnemen gebeurde op de blinkende kant.

De magneetbanden waren voorzien van een doorzichtige aanloopstrook, die eindigde op een lus. Op een band die aan ongeveer 6 cm per seconde draaide kon ongeveer 25 minuten lang boodschappen ingesproken worden. Aan die snelheid, en gezien de relatief kleine afmetingen van de Stenorette waren magneetbanden van langere duur uitgesloten. Dit is meteen ook de grote zwakte van het apparaat. Om bv. een vergadering van 1 u op te nemen had men immers al 3 magneetbanden nodig.

De firma onderstreepte dan weer trots de robuustheid van de magneetbanden. Deze moest hen een “unbegrenzte Lebensdauer” garanderen. Behalve de opnameduur was er aan de open reels nog een ander nadeel verbonden: de magneetband kon in de war geraken, zeker als men hem per ongeluk liet vallen. De magneetband er weer op wikkelen was een alles behalve gemakkelijke klus. Bij iedere paar centimeters die men er weer op gewikkeld kreeg, raakte het resterende deel vaak nog erger in de knoop. Men moet ook een duidelijk onderscheid maken tussen magneetbanden voor een klassieke bandopnemer en deze voor een dicteerapparaat. Waar magneetbanden voor een bandopnemer een zeer hoge opnamekwaliteit garandeerden die bv. perfect toelieten om klassieke muziek of bv. vogelgefluit op te nemen, dienen dicteerbanden uitsluitend voor het opnemen van menselijke stemmen. Wie ze zou gebruiken om de 9de van Beethoven op te nemen, zou dus een bedroevend resultaat boeken.

Bij het dicteren werd het nakend einde van de magneetband aangekondigd door een zoemtoon. Behalve Grundig zelf maakte ook BASF magneetbanden, die speciaal en uitsluitend bedoeld waren voor de Stenorette.

c) Standaard gebruik van de Stenorette A

  

Hoe moest men de Stenorette nu gebruiken en onderhouden ? Grundig onderstreepte in een handleiding voor het latere Stenorette C-model in dit verband: “Sie werden (…) faststellen dass die Handhabung der Stenorette geradezu kinderleicht ist.” (p.3)

Vooreerst moest men het toestel in overeenstemming brengen met het lokale elektriciteitsnetwerk. Een keuzeknop op de buik van het toestel kon door op één van volgende standen gezet worden: 110-125-145-165-220 V. (zie hierboven rechts) Het toestel werkte uitsluitend op wisselstroom. Op netwerken met gelijkstroom of bv. bij de verbinding met een autobatterij was een toestelletje (“Wechselrichter”) nodig , om deze overbrugging technisch mogelijk te maken.

Het plaatsen van de magneetband gebeurde voor het vastkoppelen aan het elektriciteitsnet. Aan de bovenkant was links hiervoor een ruimte voorzien (“linken Spülenteller”), terwijl zich rechts een soort opwindspoel (´Aufwickelteller”) was, waarop de lopende magneetband tijdelijk op vast gewonden werd. Het principe was hetzelfde als bij een klassieke bandopnemer. Nadat men de spoel met de magneetband links correct had vastgeklikt, nam men de doorzichtige aanloopstrook (“Tonbandslaufe”) vast, liet deze doorheen de gleuf van het opnamemechanisme (Bandführungsspalt”) lopen, en trok het vervolgens door naar de opwindspoel. Men verwijderde daarbij het ronde, doorzichtige bovenstuk van deze laatste. Daardoor werd een ring met een inkeping zichtbaar. De aanloopstrook met lus werd hierdoor geleid, en vervolgens vastgekoppeld aan de aandrijfas in het midden, een beetje zoals een touw rond een meerpaal. Hierna kon het plastieken bovenstuk weer op de opwindspoel gelegd worden.

Vervolgens kon het apparaat op het elektriciteitsnet aangesloten worden. De microfoon diende vervolgens in de rechterflank van de “Boomkikker” ingeplugd te worden. Door het rechter selectiewiel naar boven te draaien, werd de Stenorette ook effectief aangezet. Men voelde hierbij een lichte klik, en meteen begon het toestel te zoemen. Boven de links ingeklikte magneetband lichtte meteen ook een zogenaamde “scala” op.

Deze schaal is ingedeeld van 0 tot 100, en dient om weer te geven op welke plaats van de volledige magneetband een nieuwe opname gebeurt. (zelfde functie als de tellers op latere cassetterecorders) In feite lag het einde van de opname eerder tussen 80 en 90, niet op 100. Wellicht wou de producent de mogelijkheid openhouden dat er later magneetbanden met een langere speelduur zouden verschijnen (?). Niettemin, deze schaalindeling liet toe om in een notaboekje aan te duiden van welke stand tot welke stand iedere opname duurde. Op die manier kon later gemakkelijk weer een specifiek gesprek teruggevonden worden. De Stenorette was ook uitgerust met een “Nullpunkt Korrektur”. Boven de rechter spoel was daartoe een klein gaatje in het toestel voorzien. Wanneer het verlichte scala van de Stenorette geen “nul” aanduidde op het moment dat er niet eens een magneetband op het toestel lag, kon men met een kleine, bijgeleverde schroevendraaier de wijzernaald weer op nul terugzetten.

Ter voorbereiding van het eigenlijke opnemen diende de middelste van de 5 bedieningstoetsen, die voorzien was van een rood teken (een “O” met een horizontale streep onder) ingedrukt te worden. Meteen lichtte dan een rood lichtje op in de microfoon, die daarmee aangaf paraat te staan om aan een opname te beginnen. Grundig bracht twee soorten microfoons voor de eerste modellen van de Stenorette op de markt:

Mod. 502: Kleine handmicrofoon op een openklapbaar U-vormig voetje. Het toestelletje was bovenaan voorzien van een schuifknop, waarmee het opnemen kon worden opgestart of onderbroken. De overgrote meerderheid van deze microfoontjes hadden een khaki kleur, maar in de collectie van het Duits Radiomuseum zit een Boomkikker uitgerust met een microfoontje in hetzelfde groen, en met donkergroene onderdelen. Er circuleren eveneens donkerbruine modellen op veilingsites, maar het is onduidelijk of deze voorzien waren voor de Stenorette. (Er bestaat eveneens een stofhoes in donkerbruin) In een latere fase, toen de Stenorette C als opvolger van de “Boomkikker” op de markt kwam, werd deze handmicrofoon op de rechterflank voorzien van een tweede bedieningsknop. (zie verder)

Mod. 503 “Dynamische steelmicrofoon”: deze bezat een schakelaar waarmee de Stenorette op “dynamische” wijze vanop afstand te bedienen was. Niet alleen kon men het opnemen onderbreken of heropstarten, maar men kon ook vooruit- of achteruit spoelen. Er kon evenwel niet met zekerheid achterhaald worden of de steelmicrofoon reeds bestond, toen de Stenorette A “Boomkikker” op de markt kwam, of zo deze pas enkele jaren later verscheen. Tot hiertoe werden alleszins geen afbeeldingen van een donkergroene versie gevonden, enkel in een wat saai khaki.

  

De spoel werd ondertussen juist geplaatst, het toestel werd correct aangezet, nu moest men nog aangeven of men zelf boodschappen wou inspreken (“Diktat”) of bv. een vergadering (“Konferenz”) wou opnemen. Deze keuze gebeurde met het linker selectiewiel. De Stenorette A is gemakkelijk te herkennen aan dat selectiewiel, dat enkel de mogelijkheden horizontale “I” (Konferenz) of “II” (Diktat) aangaf. Het linker selectiewiel van de latere Stenorettes zag er echter heel anders uit, zoals we verder zullen zien...

Bij het dicteren moest de microfoon op ongeveer 10 cm van de mond gehouden worden, best ook wat zijdelings hiervan. Wou men de Boomkikker in een omgeving gebruiken, waarin heel veel lawaai was, zoals op een werf, in de nabijheid van machines ? In de buik van het toestel was een regelaar, die door middel van een schroevendraaier zo ingesteld kon worden, dat er alleen werd opgenomen, wanneer de microfoon bijna tegen de mond werd gehouden, en luid genoeg gesproken werd.

Behalve om individueel boodschappen in te spreken kon het groene toestel ook tijdens vergaderingen allerhande gebruikt worden. De microfoon diende in het midden van de deelnemers opgesteld te worden. Door hem zo ver mogelijk van de Stenorette te plaatsen, vermeed men dat de microfoon ook het gezoem van de motor en het draaien van de spoelen zou registreerde. Het was vervolgens van groot belang dat de deelnemers niet door elkaar begonnen te spreken, om een goede opname te garanderen. In zekere zin droeg de aanwezigheid van een “Boomkikker” met zijn gevoelig oor dus misschien onbedoeld bij tot het ordentelijk verloop van zo´n bijeenkomsten...

Wanneer de magnetische band op zijn einde kwam, weerklonk een goed hoorbare zoemtoon, zodat de gebruikers tijdig een extra magneetband konden plaatsen. Voor een vergadering van een dik uur had men toch al vlug 2-3 spoelen nodig...

De microfoon werd ook luidspreker(tje), wanneer men opgenomen boodschappen wil herbeluisteren. Wou men dat doen zonder andere medewerkers te storen, kon men via een koptelefoon luisteren. Voor de weergave van de ingesproken boodschappen of gesprekken diende de vierde bedieningsknop ingedrukt te worden. De geluidssterkte kon met het rechter selectiewiel aangepast worden (1-9)

d) Gebruik samen met de telefoon / De Grundig Teleboy (1956)

De Stenorette bood ook de mogelijkheid om zowel inkomende als uitgaande telefoonconversatie op te nemen. Om dit te kunnen doen, moest met de Grundig Telefoonadapter 243 S gebruiken. Deze kon via zijn “Gummisauger” op een telefoontoestel vastgekoppeld worden. De kabel van de adapter werd voorts aan de rechterzijde van de Stenorette ingeplugd.

Het toestel liet volgens de handleiding van de Stenorette toe om het gesprek op “inductieve” manier op te nemen. Opnemen gebeurde door het linker “wiel” op de stand “Konferenz” te zetten.

Indien de Stenorette alternerend gebruikt werd om bv. vergaderingen op te nemen, en dan telefoongesprekken, werd het noodzakelijk om een verdeelkastje met een schakelaar te gebruiken. Grundig bood in dat verband het Model 533 aan.

Om de opgenomen gesprekken achteraf met voldoende geluidskwaliteit te herbeluisteren werd aangeraden om de luidspreker model 508 (Zusatzlautsprecher) aan de Stenorette te koppelen)

Wanneer bijvoorbeeld een secretaresse of een typiste iets niet verstaan of begrepen had, kon de band teruggespoeld worden. Om daarbij niet te veel tijd te verliezen, kon deze “terugloop” ingesteld worden door middel van een schroef achteraan het toestel. Deze kon bv. met het schroevendraaiertje uit de “Stenorette Necessaires”-doos bereikt worden via één van de koelgaten in de achterste gebogen rand van de behuizing. Door wat meer naar links of rechts te draaien, kon die teruglooptijd aangepast worden. Het had immers geen zin om een band ettelijke omwentelingen terug te spoelen, indien bv. één omwenteling volstond voor een goed getrainde secretaresse.

Het is hier wellicht ook de geschikte plaats om het even te hebben over een afgeleid toestel van Grundig, dat in 1956 op de markt kwam: de Teleboy. Dit apparaat was één van de allereerste automatische antwoordapparaten. Het toestel liet toe om een boodschap van 30 à 35 seconden (afhankelijk van de bron) in te spreken, en vervolgens de binnenkomende oproepen te registreren. Erg goedkoop was de Teleboy allerminst. Daar waar de Stenorette al 6000 Fr kostte (voor kleinverdieners was dat een maandloon), kostte de Teleboy 8200 Fr. zonder de microfoon. Daarvoor moest nog eens 750 Fr. worden neergeteld. Het toestel kon bv. gekoppeld worden aan een Siemens-telefoon, zoals hierboven afgebeeld.

Grundig mikte ondermeer op vrije beroepen zoals huisartsen, maar ook uiteraard op bedrijven, banken enz. Of het apparaat erg goed verkocht heeft, mogen we redelijke twijfels hebben. Google afbeeldingen toont alvast geen exemplaren die vandaag de dag nog bestaan, noch in musea, noch bij verzamelaars, noch op veilingwebsites. Ook de instructieboekjes zijn bijzonder zeldzaam.

 

e) Gebruik samen met de radio

Behalve telefoongesprekken opnemen kon de Stenorette ook gebruikt worden om bv. beurs- of nieuwsberichten uitgezonden door radiostations op te nemen. Om gesproken berichten via de radio op te nemen was een speciale verbindingskabel (model 532) nodig. Het gebruikte radiotoestel moest beschikken over een “niederohmigem Lautsprecher-ausgang” van ca. 4-15 Ohm. De luidspreker van het radiotoestel moest ingesteld worden op een kracht die overeenkwam met het spelen in een kleine kamer. Het linker selectiewiel van de Stenorette moest in de stand “Diktat” gezet worden. Hetzelfde radiotoestel kon vervolgens gebruikt worden om de opname aan meerdere mensen tegelijkertijd te laten horen. Daartoe moest de verbindingskabel met de “TA”-uitgang (Tonabnemer-Buchsen) verbonden worden. Uiteraard kon men eveneens de eerder besproken luidspreker model 508 daarvoor gebruiken. Ook de rol van het verdeelkastje model 533 kwam reeds ter sprake.

Grundig onderstreepte in het instructieboekje dat enkel toestellen die op wisselstroom werkten aan de Stenorette gekoppeld mochten worden.

f) Gebruik samen met een typemachine

Om te vermijden dat de secretaresse voortdurend de handen van het klavier moest verplaatsen naar de bedieningsknoppen van de Stenorette om bv. iets opnieuw te horen, werden twee accessoires ontworpen:

– Voetschakelaar model 521 of 522: het is ons niet helemaal duidelijk of deze door Grundig zelf geproduceerd werd. Twee anti-slipstroken aan de onderkant moesten vermijden dat dit pedaal onbedoeld op wandel ging.



  

 

– Handschakelaar model 525 of 526, die zo geplaatst kon worden dat drie essentiële toetsen net onder de spatiebalk van het typemachine kwamen te staan. Daartoe werd een soort plateau (“Grundplatte”) onder de typemachine geschoven.

Zowel de voetschakelaar als het tafelmodel konden via een uitgang in de linkerflank van de Stenorette ingeplugd worden. De uitgang in de rechterflank werd dan weer gebruikt om bv. de koptelefoon “Stetoclips” (mod. 514) aan vast te koppelen.

Er bestond ook 1 type elektrisch typemachine, die rechtstreeks aan een Stenorette gekoppeld kon worden door middel van een “Fernbedienungskabel” mod. 527. Het ging om de Triumph Matura. Een aantal toetsen van deze schrijfmachine maakten de aanschaf van een voet- of handschakelaar overbodig.



g) Gebruik in de auto

De Stenorette kon ook in de wagen gebruikt worden. (we vermoeden dat het toestel daartoe aangesloten moest worden op de accu via de sigaretten-aansteker ?) Omdat een auto-accu maar op 6 of 12 volt werkt, was het gebruik van een “Wechselrichter” noodzakelijk. Grundig verwees daarbij door naar de handel, en bracht dus blijkbaar niet zelf zo´n apparaatje op de markt.

De Duitse firma stelde wel een “Halsbügel” ter beschikking, zodat de “magnetische Kleinhörer” als “Kehlkopfmikrofon” gebruikt kon worden. Op die manier kon men zelfs al rijdend boodschappen inspreken.

Zelfs al in die tijd wou men de immer drukke zakenman allerlei instrumenten aanreiken om toch maar geen enkele waardevolle minuut verloren te laten gaan. Grundig gaf voorts aan dat er mogelijkheden waren om het aan- en uitzetten van de Stenorette via het stuurwiel te regelen. (“Lenkradschaltung”) Hoe dit echter in zijn werk ging, zou enkel een doorwinterde garagist kunnen uitleggen.

  

Heel wat mensen die de Stenorette aanschaften gebruikten het toestel enkel in hun kantoor. Om het toestel tegen stof te beschermen bij niet-gebruik werd een speciale stofkap meegeleverd. Niettemin waren er ook heel wat klanten, die voorzagen om hun dure dictafoon ook op zakenreis mee te nemen. Om dit vervoer buiten het kantoor te vergemakkelijken en veilig te laten verlopen, werden er door Grundig twee type transportkoffers aan de klanten voorgesteld:

h) het vervoer van de Stenorette

De Standaardkoffer

Deze bezat een houten (?) frame en panelen die op behendige manier met beige kunststof bedekt werd. De koffer van de Boomkikker is gemakkelijk te herkennen aan een soort buidel aan de binnenkant, waarin de kabels en de microfoon in konden worden ondergebracht. Blijkbaar kwamen hier negatieve reacties op, want later werd deze buidel vervangen door een harde opbergruimte met afsluitbare klep. De buitenkant van de koffer was versierd met 7 evenwijdige zilverkleurige strepen. Het koffertje kon door middel van een sleuteltje afgesloten worden.

De luxekoffer (Bereitschaftskoffer)

Voorlopig hebben we geen zekerheid of de luxekoffer reeds aangeboden werd voor de Stenorette A alias Boomkikker, of pas op de markt kwam bij het verschijnen van de opvolgers, de Stenorette C en S (zie verder). Er verschijnen simpelweg te weinig Stenorettes en instructieboekjes op veilingsites. Voorlopig kwamen we ook te weinig reclames in tijdschriften tegen die toelaten om zinvolle conclusies in deze of een andere richting te trekken. Voorlopig wordt de beschrijving van de “luxekoffer” hier dus toegevoegd.

Deze koffer was uitgevoerd in echt bruin leder, en leek wat op een kleine reisvalies. De binnenkant was met een soort pluchelaag afgewerkt, met speciale aandacht in het deksel ter hoogte van de twee spoelen van de Stenorette. (dit was echt nodig, omdat de kop van de aandrijfassen op die plek “prikten”). In het deksel waren ook twee elastiekjes aangebracht, waaronder men een speciaal notaboekje (Diktat Merkblock mod. 545) kon schuiven, waarin de inhoud van de verschillende spoelen op overzichtelijke wijze in bijgehouden kon worden.

 

Het geheel was zo opgevat, dat de Stenorette gemakkelijk in de luxekoffer kon blijven, als hij tijdens verplaatsingen gebruikt werd. Zo was er in de opbergvakjes een inkeping voorzien, via dewelke men het voetpedaal of de handschakelaar kon vastkoppelen aan de Stenorette. De bodem van de valies was voorzien van vier stevige pootjes, en zes langwerpige inkepingen voor de afkoeling van de dictafoon langs de buikzijde. (Ook wanneer de koffer rechtop gezet werd, rustte hij op vier extra voetjes). Rechts van het compartiment voor de Stenorette zelf waren er vakjes voor ofwel een steelmicrofoon of een handmicrofoon, het doosje met de Stenorette Necessaires en voor de draden en snoeren. De pootjes van de Schuko stekker van de Boomkikker konden in een blokje met twee gaatjes vastgeprikt worden, waar ze beschermd waren tegen plooien.

Daar waar de buitenkant van de koffer heel goed afgewerkt was, zag de pluchelaag van de zijvakjes blijkbaar na verloop van tijd, bij het in- en uitladen van de inhoud wel wat af. Het gevolg was dat deze wat kon losraken of zelfs een beetje doorscheuren.

i) Het beluisteren van de gedicteerde boodschappen

Opdat de secretaresses of typistes andere werknemers of de directie niet zou storen door naar de ingesproken berichten te luisteren, werd een soort "stethoscoop" ontwikkeld. Dit vederlicht apparaatje (Mod. 514) bestond uit twee delen, een draad met een plug in en een microfoontje, en de  "stethoclips", die men in een handomdraai in elkaar kon klikken. Er werd eveneens een "oorbeugel" gecommercialiseerd.

Of de geluidskwaliteit optimaal was zouden enkel "tikgeiten" (zoals ze onrespectvol werden genoemd) van weleer kunnen vertellen....

  




j) De hulpstukken op een rij

Voor de duidelijkheid zetten we nog eens even de voornaamste hulpstukken van de Stenorette op een rijtje:

243 S: Telefoonadapter
505: Magnetischer Kleinhörer
506: Dynamische Kleinhörer
511: Oorbeugel
514: Stetoclips koptelefoon
521 / 522: Voetschakelaar voor gebruik met een typemachine
525 / 526: Handschakelaar voor gebruik met een typemachine
527: Fernbedienungskabel om de Stenorette te koppelen aan een Triumph Matura typemachine
532: Verbindingskabel Stenorette-radio
533: Verdeelkast Stenorette (overgaan van vergadering naar opname telefoongesprek enz.)
545: Diktat Merkblock
 

5) De opvolgers en het “ideale Team”....

  

Grundig bracht verschillende type Stenorettes uit, die elk met verschillende letters werden aangeduid. Sommige daarvan, zoals de B hadden niet echt iets te maken met de “Boomkikker”. De B had een compleet andere vorm, en richtte zich eerder op andere gebruikers, zoals bv. journalisten.

De eerste echte opvolger van de Stenorette A was de C-versie. Later zou ook nog een S-model uitgebracht worden. Deze drie modellen werden tussen 1954 en 1959 geproduceerd. Wel werden de letters van de drie modellen nergens klaar en duidelijk op de behuizing aangebracht. In de Retroscoop-collectie zitten drie Stenorettes, een groen A-model, ééntje met een wat prutserige zelfklever op de buik, die aangeeft dat het om een S-model gaat, en van het derde exemplaar verraadt niets aan de buitenkant of het nu om een C of S-model gaat. Enkel het instructieboekje doet vermoeden dat het om een C-versie gaat.


Hierboven: Collectie Retroscoop


Hierboven, twee brochures van de Stenorette S
Hieronder: in de VS werkte Grundig samen met DeJur m.b.t. de Stenorette

De behuizing van de A, C en S waren dezelfde, maar er werden toch enkele verbeteringen aan de A toegevoegd. Momenteel kunnen we enkel deze verbeteringen in een lijstje opsommen, zonder met zekerheid te kunnen zeggen of ze eerst op de C of de S verschenen. Bij gebrek aan technische fiches van de drie toestellen kunnen we voorlopig ook nog niet zeggen of er ook aan de binnenkant van het toestel (belangrijke) veranderingen werden doorgevoerd, zoals bv. een krachtigere motor.

De gemakkelijkste manier om het A-model te herkennen is het linker selectiewiel vooraan op het toestel. Op deze van de Stenorette A staat enkel een “I” en een “II” horizontaal afgebeeld. Zowel deze van de C als bij de S werden vervangen door een selectiewiel zoals aan de rechterkant: met een alu strip, waarop een schaalindeling van 1 tot 9 werd aangebracht. Hiermee kon men een scherpere of doffere opname instellen. De 1 werd vooraf gegaan door een “C”, die overeen kwam met de vroegere “Konferenz”-stand. Door de draaiknop op 9 te plaatsen, werd de microfoongevoeligheid ingesteld op “Diktat”. De groene kleur alleen is alleszins geen herkenningspunt voor het A-model: er bestonden ook khaki A´s en ook de C lijkt in het groen gemaakt te zijn geworden. Er verscheen blijkbaar ook een muisgrijs model.


Noteer de alu-strip op het linker selectiewiel
 

De handmicrofoon van de C en S werden voorts voorzien van een tweede bedieningsknop op de rechterflank. Deze diende om het opnemen te starten of te onderbreken. De bedieningsknop bovenaan diende nu om iets dat niet goed begrepen of verstaan werd opnieuw te horen.

Op gegeven moment stapte Grundig ook af van de "open reels". Omdat de magneetband op de spoelen soms los kwam of verstrengeld raakte, werd al snel geëxperimenteerd met een soort gesloten omhulsels, waarin de hele spoel in opgeborgen kon worden. In zekere zin kan men dit idee al een beetje zien als een voorloper van de handige “Compact Audio” muziekcassette, ontwikkeld in de Philips-fabriek in Hasselt in 1963. Voorlopig kunnen we niet met zekerheid zeggen of deze evolutie zich voltrok toen enkel de Stenorette A op de markt aangeboden werd, of pas vanaf het verschijnen van de C.

Ook de draagkoffer van de C en S werd lichtjes aangepast. De “buidel” waarin de handmicrofoon en de snoeren van de A in ondergebracht moesten worden, bleek niet echt handig. In de nieuwe draagkoffer werden ze vervangen door een stevig compartiment met afsluitbare klep. Ook het handvat werd herbekeken, en kreeg een meer ergonomische vorm. De nieuwe koffer was ook ietsje groter. Blijkbaar werd er nog een andere koffer op de markt gebracht, waarbij de hulpstukken niet rechts van de Stenorette opgeborgen werden, maar evenwijdig met de voorkant van het dicteertoestel. Deze koffer, bedoeld voor de Stenorette S werd alleszins op de Britse markt aangeboden.

Grundig liet wellicht ca. 1957 een grappig reclamefilmpje maken voor de Stenorette S, waarin de merites van het toestel zowaar in rijmvorm werden opgesomd doorheen heel herkenbare situaties die zich in een doorsnee kantoor (“Schultz & Co.”) konden voordoen.

Gezien de duur van het filmpje vermoeden we dat deze niet bestemd was voor op TV of in cinemazalen, maar wellicht voor tijdens handelsbeurzen voor kantoorapparatuur. In een Hollywoodiaanse happy ending verklaarden een tevreden Herr Schultz en zijn secretaresse Frau Quast deel uit te maken van een ideaal “Stenorette Team” na de aanschaf van het technisch wonder. Op het einde komen we ook iets meer over de prijzen te weten:

Stenorette S: 316 DM
Dynamische steelmicrofoon: 62 DM
Diktierband: 9,85 DM

Verschillende reclame-items laten ons toe te weten dat deze Stenorettes in diverse Europese landen gecommercialiseerd werden. (Duitsland, Frankrijk, Italië...) Hierboven bijvoorbeeld een reclame uit Groot-Brittannië, die de enorme terugverdieneffecten van zo´n investering onderstreepte.

Volledigheidshalve vermelden we nog dat Grundig het toestel ook op de Amerikaanse markt heeft geïntroduceerd. Het ging daartoe in zee met het bedrijf De Jur uit Long Island City, New York. Vreemd genoeg lijkt dit bedrijf eerder zijn sporen te hebben verdiend in de sector van de fotografie, ook al maakte het bv. ook wel microfonen.

Mogelijk bereikte Grundig een akkoord met de firma om gebruik te maken van De Jur´s verkoopnetwerk. De Stenorette kreeg in de VS nog een extra naam, namelijk Embassy. Zo nu en dan worden Stenorettes op eBay USA aangeboden, wat laat vermoeden dat de Duitse fabrikant toch een zeker succes in de VS moet hebben gehad. Wel werden de symbolen op de toetsen blijkbaar als verwarrend ervaren, want de Amerikaanse partner van Grundig liet op gegeven moment een speciale strook met uitleg in tekstvorm aanbrengen op het toestel.

  

De samenwerking tussen de twee bedrijven heeft ook minstens tot in 1961 stand gehouden, zoals onderstaande brochure bewijst.

Ook Philips probeerde iets gelijkaardigs met dicteertoestellen, die onder de naam Norelco verkocht werden. Uiteraard hadden Europese firma´s met hevige concurrentie van Amerikaanse producenten als Dictaphone af te rekenen.

In de volgende decennia werd afgestapt van het idee om zo´n oerdegelijke en stevige burotica-toestellen te bouwen. De toestellen moesten lichter en goedkoper worden, wat leidde tot minder stevige en soms ook wel minderwaardige materialen. Deze evolutie had zowel voordelen voor de fabrikant als voor de klant. De fabrikant kon een veel grotere markt aanboren, en toestellen dienden sneller te worden vervangen. Wat de klanten betreft, deze konden sneller op een recenter model met nieuwe mogelijkheden overstappen. Zo werden vanaf de 1980´s de eerste stappen gezet die zouden leiden naar de revolutionaire overgang van analoge naar digitale opnametechnieken.

We hadden het eerder ook al over de Stenomatic van Grundig, een toestel uit 1959 dat net zoals de Dictaphone/Dictabelt boodschappen op een soort bruinkleurige geluidsdrager in buigzaam plastiek aanbracht. Deze stroken ("Diktierfolien") waren ongeveer 7,5 cm breed en iets meer dan 20 cm lang. Ze lijken echter niet ringvormig te zijn geweest zoals de Dictabelt-riemen maar rechthoekig. 

Op de stroken werden groeven aangebracht zoals op een LP, alleen liepen deze evenwijdig op de Stenomatic-stroken. Aan één zijde vertoonden deze stroken elk 10 rechthoekige openingen, in 2 groepjes van 5, die duidelijk dienden om de strook tijdelijk vast te klemmen.

De Stenomatic waséén van de laatste burotica-toestellen van Grundig met die typische stevigheid die de meeste apparaten uit de 1950´s kenmerkt.

Vanaf de 1960´s werd de voorkeur gegeven aan meer plastiek, lichtere toestellen ook. Dit ging evenwel ten koste van de stevigheid, maar vereiste een kleinere investering  Aangezien toestellen in een snel tempo beter en beter werden, had ook die piste wel zijn voordelen.

De gloriejaren voor Grundig waren de 1950´s en de Golden Sixties, toen de firma voltreffer na voltreffer leek te lanceren. Der Spiegel zette -heel begrijpelijk- Max Grundig op gegeven moment op de cover van het toptijdschrift. Op het hoogtepunt van de firma, telde Grundig 40 000 werknemers. Nochtans zou het bedrijf in heel woelige waters belanden.

In de 1970´s begon de ondergang voor Grundig. Hij had te laat de economische dreigung uit Japan door. Voorts begon zijn tot dan toe onfeilbaar buikgevoel en zakelijke intuïtie hem behoorlijk in de steek te laten. Als een echte “Monarch der Marktwirt” had hij zich omringd door ja-knikkers, en dreef hij voortdurend koppig zijn opvattingen door. Zo nam hij slechte beslissingen inzake de markt voor videorecorders, en werd al snel in dit segment volledig voorbij gestoken door Panasonic. Ook slopen er onzorgvuldigheden in de ontwerpen van bv. de videorecorders, hetgeen het bedrijf geen goed deed.

Zijn poging om een Europese alliantie tegen de Japanse bedrijven te organiseren mislukte. In 1984 zag hij zich verplicht om zijn levenswerk aan Philips te verkopen. Op dat moment was het aantal personeelsleden al grondig gezakt naar amper 1500. De Nederlandse concurrent was overigens niet geïnteresseerd in de (te dure) productiecentra van Grundig in Duitsland en bv. Portugal. Max Grundig kreeg een aardig bedrag van de nieuwe eigenaars, maar werd zonder pardon vervolgens naar huis gestuurd. Om de één of andere reden had de patriarch gedacht dat hij gewoon verder de zaken zou kunnen leiden vanuit zijn bureau. De nieuwe leiding zette echter prompt de puntjes op de "i".

Waarop de Nederlandse multinational aasde was vooral de merknaam Grundig en de Duitse markt. Max Grundig overleed in 1989 op 81 jarige leeftijd. Vandaag de dag behoort Grundig voor 100 % aan de Turkse holding Koç, één van de grootste bedrijven in Europa. 

6) Tips voor verzamelaars en afsluitende opmerkingen

Stenorettes duiken zo nu en dan op eBay, op Kapaza, Tweedehands.be enz. Wij zouden verzamelaars aanraden om op jacht te gaan naar de echte “Boomkikker”, de frisgroene Stenorette. Deze duikt eerder sporadisch op, in tegenstelling tot de khaki versie, die blijkbaar beter verkocht heeft. Ook zouden we aanraden om voor het oudste model, de A te gaan. Zoals aangegeven in het artikel is deze heel gemakkelijk te herkennen aan het linker selectiewiel. Extra hulpstukken, zoals het oortje, de stethoclips enz. en vooral, de instructieboekjes zijn extra verkoopargumenten, die een hogere prijs rechtvaardigen. Deze extra items zijn immers bijzonder zeldzaam. Het is moeilijk om “faire” prijzen voor zo´n toestellen aan te geven. Om toch ergens een vork aan te geven, 30-50 Euro voor een khaki exemplaar en 60-100 Euro voor de groene Stenorette lijken ons ergens goed de zeldzaamheid van deze toestellen te reflecteren. Wie zijn aankoop in het buitenland doet, zal rekening moeten houden met redelijk hoge transportkosten, gezien het gewicht van zo´n set (bijna 6 kg). Zo zal iemand die een Laubforsch uit het land van herkomst zou willen importeren, moet rekenen op bijna 20 Euro verzendkosten.

 

De reparateursgidsen:

Mensen die via Grundig om zouden willen proberen om aan een fotokopie van de technische handleiding van de oudste Stenorettes te geraken, zullen bot vangen. De firma zou geen archief bijhouden, of alleszins geen tijd vrijmaken om daarin naspeuringen te verrichten. Ook op veilingsites is het document zeer moeilijk te vinden. Wanneer dit al het geval is, wordt dat ook een beetje “doorgeteld” voor het gevraagde bedrag. Ook ons origineel exemplaar was niet goedkoop.

Omdat er nogal wat mensen op zoek zijn naar dit document, en de originele uitgever deze niet meer ter beschikking stelt, kan via Retroscoop een fotokopie besteld worden. Dit laat ons dan weer toe om het hoge aankoopbedrag enigszins terug te verdienen. Wij vragen 6,99 Euro + verzending voor dit document van 19 blz. Inlichtingen via info@retroscoop.com.

Zelf zoeken we nog

- het doosje Stenorette Necessaires
- het plateau met de handmatige afstandsbediening van de Stenorette
- een Stenorette "Merkblock"
- Grundig magneetbanden voor de Stenorette
- Reclames, folders en bovenal een gebruiksaanwijzing van de Stenorette A, of toch ten minste al een afbeelding van de voorflap.

Closing note

Apparantly, it is impossible to get hold of a photocopy of the Service Manual of the Stenorette A via its former producer, the company Grundig in Germany. This website acquired both a German version and one in English, which are really very very difficult to find. If they are offered for sale, the price asked for them reflects this very well.

Because I know many Stenorette enthousiasts are looking for these documents, and since the producer apparantly hasn´t kept them in their archives, we offer the possibilty to obtain a copy via Retroscoop. This will allow us to compensate for the high price of this document, and to further expand our collection. We ask 6,99 Euro plus postage for the German version, a document of 19 pages, with several photos, the list of all the spare parts and complete electric plans. The complete title of this document is: Prüf- und Reparatur-anleitung für Grundig Stenorette. There´s no indication when it was printed, but the photo on the front cover shows the Stenorette A. The document probably is from 1954 or 1955. We can also make photocopies of the Service Manual in English. However, this document contains electric plans which have to be photocopied on A3-paper. (27 pages plus 4 A3´s. The quality will be slightly less than the German document, due to spots by tape used by the former owner to repair the A3´s. This document was printed in 1955 in London.

If you´re interested in one of these documents, please contact info@retroscoop.

Voetnoten

Het artikel is grotendeels gebaseerd op een analyse van de Retroscoop collectie over het onderwerp. Het aantal voetnoten is dan ook erg beperkt, temeer daar er online nauwelijks aandacht besteed werd aan dit fraaie toestel.

(1) 1953: Webcor 228 electronic memory van de Webster Corp. Chicago. Ook het Duitse Medien Museum besteedt heel wat aandacht aan dit toestel.

(2) Brush BK 401 Reel to reel tape

(3) Het Wiki artikel over het "Wirtschaftswunder geeft alvast in brede lijnen de omvang en betekenis van dit fenomeen weer 

(4) Chronologie op de website van de huidige Grundig firma, die volgens ex-werknemers eigenlijk helemaal niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke firma, en enkel de naam-met-reputatie gebruikt. Uiteraard zal de betrokken firma hier compleet anders over denken.

 

 
 
database afsluiten