Retroscoop - IRHA Cat. 4.K.a Wasmachines Sauter Elida SEM Combinée RetroScoop
 
   Toestellen
    
 
 
De ´klik´ naar je gedroomde Klassiekers

International Register of Household Appliances (I.R.H.A)

Cat. 4.K.a: Twin tubs
met dat ietsje meer

Deel 2: de Sauter Elida 111 en de SEM Combinée

  

Inleiding

In een vorige bijdrage uit 2019 op deze website maakten de lezers van Retroscoop (nader) kennis met de Easy Spindrier, een fraaie 1950’s combo-wasmachine uit de VS. Zo’n toestellen verenigen een wasmachine en een droogzwierder in één behuizing, en hebben vaak een heel apart design. Ditmaal gaan we dieper in op twee Europese modellen uit dezelfde periode: de Elida 111 van het Frans-Zwitserse merk Sauter en een model van eigen bodem, de SEM Combiné.

Wie online op zoek zou gaan naar informatie of beeldmateriaal over deze twee fraaie toestellen zal al vlug vaststellen dat er quasi niets over te vinden is. Of het moet al afkomstig zijn van deze website zelf… Op veilingwebsites worden de apparaten, instructieboekjes of reclamebrochures slechts zéér sporadisch aangeboden.

Voor een deel valt dit te verklaren. In de 1950’s was de koopkracht van de gemiddelde Europeaan zeker nog niet van die aard om van zo’n dure toestellen een groot verkoopsucces te maken. Als Jan en Mie Modaal zich al een wasmachine konden veroorloven, werd vaker geopteerd voor goedkopere kleinere machines zoals de populaire Hoover of voor die van lokale producenten. Hoewel ook deze toch al ca. 5200 Bfr. kostte.

 

Steeg hun inkomen, bv. na een promotie of sociaal-economische verworvenheden, dan kon enkele jaren later de aanschaf van een droogzwierder overwogen worden. Zo’n dure aankopen in de tijd spreiden had als extra voordeel de mogelijkheid om twee toestellen van verschillende merken te kopen. Fabrikanten van combo-toestellen boden natuurlijk wel mogelijkheden aan om op krediet te kopen. In tegenstelling tot in de VS heeft die afbetalingsformule in bv. België echter veel minder ingang gevonden. Een mogelijke verklaring hiervoor is de katholieke moraal, die vond dat mensen niet te veel boven hun stand moesten leven. Voor de aanschaf van een woning kon hier nog van afgeweken worden, maar voor huishoudtoestellen…. Een andere verklarende factor is dat Europeanen die in de 1950’s leefden één of soms zelfs twee wereldoorlogen hadden meegemaakt. Dit verklaart wellicht een voorzichtigere houding wat betreft hun financiën dan aan de overzijde van de Atlantische Oceaan.

Zelfs in de “Golden Sixties” waren sommige toestellen simpelweg te duur voor tal van doorsnee gezinnen. Vanaf de late jaren ‘50 trachtten tal van producenten dit op te vangen, door de verkoopprijs van hun toestellen te drukken (bij voorkeur zonder aan de winstmarge te raken). Dit kon men bekomen, door sterker in te zetten op goedkopere materialen zoals kunststoffen (bv. in plaats van metaal) en door sierlijke tierlantijntjes achterwege te laten (zoals verchroomde strips). Dat laatste was bv. heel goed te zijn bij de Easy Spindrier.

Veel huishoudtoestellen die vanaf dan verschenen, oogden dan ook minder fantasierijk dan de voorgangers uit het eerdere decennium. Het gebruik van goedkopere materialen had ook een nadelig effect op de levensduur. Het oude mantra “dure maar oerdegelijke toestellen voor een heel leven” werd dus gelost. Vanaf dan “mochten” toestellen sneller kapot gaan. Op die manier zouden klanten op gegeven moment een nieuw model moeten kopen. Zo’n toestel incorporeerde dan ook meteen de laatste technologische vernieuwingen of de laatste hippe kleur.

Zowel de Elida als de SEM dateren nog van voor die periode. Het zijn nog sierlijke huishoudtoestellen die met veel zorg en van oerdegelijke materialen gemaakt werden. Wat dus ook betekende dat ze destijds voor de meeste mensen gewoon te duur waren. Als er nooit heel veel van verkocht werden, en ondertussen ook nog eens een groot percentage daarvan op de schroothoop belandde, is het niet verwonderlijk dat ze niet vaak op veilingsites opduiken. Niettemin, wat een zonde dat er tot op heden niet meer aandacht aan deze topmodellen besteed werd, bv. door musea die zo’n apparaten in hun collectie hebben, of door verzamelaars. Aan de meest frivole onderwerpen worden wel al dan niet geslaagde artikels gewijd, waarom dus niet aan deze twee hoogvliegers in hun gamma ?

Deel 1: De Sauter Elida 111

1.1 De firma Sauter

Sauter is van oorsprong een Zwitsers bedrijf, in 1910 opgericht door Fréderic (Fritz) Sauter. (1) Aanvankelijk -zo legt hun website uit- prodduceerde de firma "du matériel de contrôle technique". Hiermee werd een soort astronomische klok bedoeld, waarmee vanaf 1912 straatverlichting automatisch aan en uit gezet kon worden, en die rekening hield met de wisselende seizoenen.

Bij de aanvang bevond de firma zich in Grindelwald. Een nauwe samenwerking met de elektriciteitscentrale van Basel deed Sauter echter beslissen om de activiteiten naar die stad te verplaatsen. In 1920 werd het bedrijf een N.V. Rond 1930 lonkte de NV volop naar de potentiële groeimarkt Frankrijk. Omdat dit land haar interne markt echter goed beschermde, werd in 1931 een filiaal in het grote buurland geopend. Dit plaatsje in Elsaz-Lotharingen maakt in feite deel uit van de agglomeratie Basel, die zich dus over twee landen uitstrekt. De Schlumberger-familie was vooral actief in de textielindustrie, maar om de risico´s te spreiden waren verschillende familieleden ook actief in andere sectoren. Godefroy Schlumberger bv. was onder meer directeur van de firma Alsacienne et Lorraine d´Electricité.


De fanriek in Claye-Souilly, wellicht in de 1950´s

Toen in de late 1930’s de oorlogsdreiging toenam en de eeuwige twistappel Elzasstreek ongetwijfeld weer de inzet van vijandigheden dreigde te worden, werd de productie verplaatst naar het landelijke Claye-Souilly. (De eerste fabriek bleef niettemin vermeld op reclames uit die periode). Deze gemeente bevond zich dichter bij Parijs. In die tijd dacht men dat de peperdure Ligne Maginot de ambitieuze en wraakzuchtige Hitler in bedwang zou houden. Hoe dat afgelopen is, is voldoende bekend.

Behalve de boiler Cumulus produceerde Sauter er ook haar Primulus-gamma van discrete “radiateurs obscurs” en kleinere parabolische verwarmingstoestellen. De firma was ook actief op de markt van fornuizen. Van wasmachines was er in het interbellum evenwel nog geen sprake. (2)

De Zwitserse firma en haar Franse vestiging overleefden de vier donkere jaren van de Bezetting. Het Zwitsers moederbedrijf concentreerde zich nog steeds vooral op “techniques de régulation”, waaronder de tijdsmechanismen voor straatverlichting. Een deel van de Franse dochteronderneming wou zich volledig toeleggen op de productie van huishoudtoestellen. Daarom werden in 1948 de productieactiviteiten op het vlak van huishoudtoestellen aan een bedrijf dat Continental et Garnier heette doorverkocht. Voor zover dit nagetrokken kon worden, blijkt Continental et Garnier zelf geen producent van huishoudtoestellen te zijn geweest. Men vindt er geen reclame van, geen facturen, geen ansichtkaarten enz. Mogelijk ging het dan ook eerder om een investeringsmaatschappij (?). Let wel: de merknaam Sauter werd na die transactie gewoon behouden. Dit betekent dat hierover een akkoord werd afgesloten met de Zwitserse firma, die er wel alle belang bij had dat het nieuwe bedrijf geen rommel begon te produceren, en alzo Sauter een slechte reputatie bezorgde. Het overgebleven Franse deel van Sauter betrok de fabriek in Saint-Louis, en concentreerde zich op activiteiten die meer aansloten op wat het moederbedrijf in Zwisterland deed.

Vanaf 1962 begon het “Franse Sauter” dat huishoudtoestellen produceerde blijkbaar ook de naam CLE te gebruiken. Dit was een afkorting voor de drie hoofdactiviteiten van de firma, zijnde “Cuisine, Lavage & Eau chaude”. Vertaald: fornuizen, wasmachines en verwarmingstoesellen. Opnieuw, de merknaam Sauter werd gewoon behouden. In 1965 had het bedrijf ongeveer 2000 verdelers. In dat jaar smolt het samen met sectorgenoot Thermor, dat voornamelijk fornuizen en strijkijzers produceerde. De nieuwe bedrijfsnaam voor deze speler werd CEPEM, niet meteen een erg tot de verbeelding sprekende afkorting. Vandaar dat de merknamen Sauter en Thermor gewoon verder gebruikt werden. De productie werd vanaf dan in Orléans geconcentreerd.

Volgde een zeer complexe geschiedenis van overnames en zelfs tijdelijke nationalisering, die op zich interessant is, maar niet relevant voor dit artikel. Onder de naam Sauter worden anno 2020 nog steeds hoogwaardige fornuizen (inductie) geproduceerd. 

1.2) De fameuze “Laveuse Essoreuse” Sauter Elida 111

Na deze korte historische kadering, tijd om dit best wel fraaie combo-toestel zelf eens op zijn half ingekapselde wieltjes onder de schijnwerpers te rollen. Want inderdaad, wie de Elida 111 tussen alle andere gelijkaardige Europese apparaten uit de 1950’s zou plaatsen, zou meteen zien dat de producent duidelijk veel aandacht besteedde aan een mooi “design”. Dit blijkt vooreerst uit de algemene vormgeving, waarbij de twee toestellen in één oogstrelende behuizing weggemoffeld werden. Waar heel wat combo’s niet meer zijn dan het wat onhandig aanéén flansen van een wasmachine en een droogzwierder, werd hier een mooi geheel ontworpen. Alleen daar al om verdiende de Elida 111 in de 1950’s zonder meer een plaatsje in de “champions league” van de combo’s. Dit wordt nog eens extra benadrukt wanneer men op de details begint te letten. Van het overzichtelijke controlepaneel tot de louter decoratieve plooilijntjes in de drie licht gebogen, schoenlepelvormige poten, of bv. de afwerking van de twee deksels met een grappig bolletje als handvat: alles ademt duidelijk een zoektocht naar schoonheid en elegantie uit.

   

De tot hiertoe oudste verwijzing naar deze combiné is een reclame uit 1949 in het Franse tijdschrift Arts Ménagers (hierboven links). Dit is dus het jaar nadat Continental & Garnier de activiteiten rond huishoudtoestellen had overgenomen.


Collectie Retroscoop

  

Helaas dragen de paar reclame-items die voor dit toestel ooit van de drukpersen rolden geen datum, wat het moeilijk maakt om na te gaan of dit ook effectief het lanceringsjaar betreft. Het is zeker niet uitgesloten dat de eerste toestellen een jaar eerder al van de band rolden. De Elida 111 werd alleszins verschillende jaren geproduceerd, zowel in een tweekleurige livrei beige / donkerbruin als in het wit.

Wat niet kon achterhaald worden, daarvoor ontbreekt het voorlopig aan voldoende gedateerde bronnen is of deze twee versies

a) enkel in kleur verschilden of nog op andere vlakken
b) of ze op hetzelfde moment voor de klant beschikbaar waren, of zo er een bepaalde chronologische volgorde in het jaar van verschijnen zat. De oudste illustraties tonen alleszins de tweekleurige variant zonder lange bedieningspoken, die blijkbaar later opdoken

 

Dit combo-toestel kookte, waste, spoelde en zwierde de was droog. Sauter noemde deze “dernière innovation” dan ook “une buanderie dans une machine”. Dit is ongetwijfeld het combo-toestel waarvan veel huisvrouwen destijds moeten gedroomd hebben.

Zeker naar Europese maatstaven was dit kloek toestel een mooi afgewerkt product, dat ook vandaag zeker niet mis zou staan in een museum. Het had drie stevige poten, en rustte dus op rubberen wieltjes. Het hele mechanisme rustte dan weer op een zeer stevig onderstel, zoals men op de zwart-wit afbeelding hieronder kan zien. Met zijn 120 kg. was het wel wat duwen om het toestel te verplaatsen.

De vrij grote wasmachine had een inhoud van 70 liter, goed voor 5 kg. droge was. Daarmee was het ideaal voor uitgebreide families, kleine hotels, bedrijfjes waar men regelmatig werkkledij moest wassen enz. De trommel was aan de binnenzijde geëmailleerd. Centraal stond een klopper (“brasseuse”) met 3 rechthoekige schoepen, elk doorboord met 4 verticaal geplaatste gaten om het water beter door het wasgoed te laten stromen. Op de afbeelding hierboven kan men zien dat de binnenwand van de wasmachine glad was. Op de waarschijnlijk oudere versie met de zeer korte bedieningspoken waren er nog een soort cirkelvormige uitstulpingen in verwerkt, zoals men hieronder kan zien.

De wasmachine en de droogzwierder konden afzonderlijk of te samen gebruikt worden. Net als bij de eerder besproken Easy Spindrier konden de droogzwierder en de pomp elk met een bedieningspook in gang gezet worden. Stonden deze van de Easy op een denkbeeldig horizontale lijn naast elkaar, waren de bedieningspoken van de Sauter Elida verticaal onder elkaar, iets onder het centraal geplaatste controlepaneel. De bovenste en kortste pook was voor de bediening van de droogzwierder. Om het toestel aan te zetten diende men de pook naar links te duwen, van de stand “arrêt” naar “marche”. De grote pook diende om de pomp in gang te zetten en het gebruikte water te laten wegvloeien.

Het controlepaneel bestond uit:
– een rood controlelampje
– twee schakelaars om de motor en de verwarming (0-1-2-3) op te zetten
– een thermometer die de temperatuur van het water aangaf

Na afloop van het wassen kon het deksel van de wasmachine met een speciale haak aan de zijkant van het toestel worden opgehangen. Vervolgens diende de nog hete was overgeheveld worden naar de droogzwierder. De firma leverde dan ook een houten nijptang mee.

Te noteren valt dat er doorheen de jaren verschillende kleine wijzigingen vastgesteld kunnen worden aan zowel de twee poken als aan de inscripties op of de samenstelling van het controlepaneel. Ook het logo onderging kleine wijzigingen.

Zoals al opgemerkt, reclame-items van deze machine zijn zeer zeldzaam en vaak helaas niet gedateerd. Een heuse gebruiksaanwijzing die wellicht met het toestel meegeleverd werd, werd tot hiertoe nog nooit gezien, ondanks intensieve naspeuringen.

Gezien de prijs en de complexiteit van dit toestel in de periode dat het uitkwam kan er quasi zeker van uitgegaan worden dat zo´n document nochtans bestaan moet hebben. In haar oude reclames (zie hieronder) spreekt Sauter ook van de gratis opvraagbare "documentation gratuite n° 10". Het zou zeer interessant zijn om te weten of het gaat om hierboven al getoonde documentatie (de wit-rode folder met de zwart wit fotootjes) of om nog iets anders. Het is momenteel dus jammer genoeg onmogelijk om deze kleine variaties chronologisch op te lijsten.

  

Technische fiche

Naam: Elida
Model: 111
Type: combo wasmachine / droogzwierder
Jaartal / Periode: ca.1951
Prijs in die periode: ca. 146 000 tot 156 000 AFF afhankelijk van het type motor volgens Tarif n° 250, 179 000 AFF volgens Tarif 2551 uit 15 mei 1951 (hierboven afgebeeld) Het is evenwel niet duidelijk of dit de prijzen zijn voor de verdelers of die de verdelers aan hun klanten mochten vragen.
Fysische beschrijving:
Afmetingen
Lengte: 110 cm
Breedte: 75 cm (een andere bron gaf 58 voor de grootste en 43 cm voor de kleinste breedte op)
Hoogte: 90 cm
Gewicht: 120 kg
Vormgeving: 
Technische data
– voltage:
– wattage: Elektrisch verwarmend element: instelbaar van 500 tot 2500 W
– T/Min.:
– PK: 1/3 PK
– capaciteit: 70 l, 5 kg droge was
Opmerkingen:
– Kon evenwel ook aangepast worden om op stadsgas of butaangas te werken

Het toestel dat nog het meeste overeen kwam met de Sauter Elida was de Royal van het bedrijf Productions Electro-Ménager du Nord:

Ter afronding: in het beperkte gamma van wasmachines van Sauter vond men nog de bijzonder saai ontworpen vierkantige wasmachine 311. Ook een soort combo-opstelling wasmachine/droogzwierder van twee gelijkaardig ogende toestellen die als “611” gecommercialiseerd werd liet absoluut niet vermoeden dat dit van dezelfde fabrikant was als de nogal frivole Elida 111.

 
Links de 311, rechts de 611 in 1955, op een moment dat de
111 onderaan nog steeds in het productengamma vermeld wordt

In 1958 kwamen daar nog de Ducale Fluimatic en de Idéale bij. Opnieuw twee toestellen die op het vlak van vormgeving rivaliseerden qua banaliteit en saaiheid. Het luik wasmachines lijkt tegen 1970 volledig afgesloten te zijn geweest voor Sauter. Wat hoogvliegers op het vlak van vormgeving betreft lijkt het dus bij die ene voltreffer, de Elida 111 te zijn gebleven. Ondanks het feit dat er maar weinig informatie over deze 111 te vinden is, mocht dit amusant ogende toestel zeker niet ontbreken op deze website, tussen andere vrolijke ontwerpen als de Burroughs Ten Key telmachine, de Kirk Brevitype kortschriftmachine of de Erres Torpedo-stofzuiger. 

 

Deel 2: De "Combinée" van SEM
een sem-sationeel geheel

2.1) Het ontstaan en de groei van SEM

SEM stond voor Société d’Electricité et de Mécanique, en werd in 1920 opgericht in Gent. (1) Een factuur uit dat jaar leert dat de nieuwe firma van meet af aan ook een adres in Brussel had. Aanvankelijk was dat Lombardstraat nr. 59. Hetzelfde document heeft het verder in de hoofding over “Procédés Thomson-Houston et Carels”. Die extra uitleg geeft aan hoe SEM ontstond.


Zoon Gustave Carels nam in 1873 het bedrijf van
zijn vader over, en bouwde het systematisch uit tot een grote speler

De Gentse firma Werkhuizen Carels (°1839), sedert 1861-’62 gevestigd aan het Handelsdok (Dok Noord, oude haven) produceerde stoommachines voor o.a. brouwerijen, scheepsmotoren, stoomlocomotieven en dergelijke. In 1894 verwierven de ateliers van de gebroeders Carels als eerste in de wereld een licentie van Rudolf Diesel voor de bouw van diens revolutionaire verbrandingsmotor. Het bedrijf ontwikkelde daarop een eigen succesvolle scheepsmotor, die in de daarop volgende jaren in tal van andere Europese landen onder licentie werden geproduceerd. De firma werd al snel een belangrijke referentie in de wereld van de scheepvaart. (2)

Diesel en de familie Carels waren overigens bevriend. In 1913 reisde was één van de telgen van deze Vlaamse ondernemersfamilie mee naar Engeland met de Duitse uitvinder, toen deze in mysterieuze omstandigheden om het leven kwam. De theorieën gaan van zelfmoord tot Duitse inlichtingenagenten, die Diesel wilden bestraffen voor zijn verregaande commerciële connecties met diplomatieke aartsrivaal Groot-Brittannië.

In 1920 had het Gentse bedrijf een dubbel probleem: enerzijds was er geen geschikte opvolger meer binnen de familie, anderzijds bleek het kort na WO 1 veel moeilijker te zijn om voldoende afzetmarkten te vinden. Daarom werd besloten de aandelen te verkopen. Op die manier kwam een andere firma, Thomson-Houston in het verhaal. Van oorsprong was dit een Amerikaans bedrijf. Het was de New-Yorkse zakenman J.P. Morgan die in 1892 wist te bewerkstelligen dat de Edison’s Edison General Electric Co. en de Thomson Houston Electric Company, tot dan toe twee rivalen als gelijke partners samensmolten. Op die manier ontstond de General Electric Co. GE verwierf in de daarop volgende decennia een erg dominante positie in de VS.

Het jaar daarop, in 1893 creëerde GE een dochteronderneming in Frankrijk. De strenge Franse wetgeving voorzag immers dat wanneer buitenlandse bedrijven in dat land wilden verkopen, ze ook in dat land moesten produceren. Het nieuwe bedrijf kreeg de nogal omslachtelijke naam Compagnie Francaise de L’Exploitation des Procédés Thomson-Houston (CFTH) mee. Een aantal Franse bankiers investeerden met veel vertrouwen in dit nieuwe bedrijf. In 1896 gebeurde hetzelfde in GB, waar de British Thomson-Houston (BTH) werd opgericht, ditmaal met geld van Franse en Britse bankiers. Over het Kanaal was er immers al een bedrijf dat General Electric Co. (G.E.C.) heette, dat helemaal niet in verband stond met het Amerikaanse G.E. (3)

CFTH (mogelijk in samenwerking met BTH) kocht zich in 1920 ook in België in, door het Gentse Carels over te nemen. Alzo ontstond SEM, en daarom verwijst het eerder aangehaalde briefhoofd zowel naar Carels als naar Thomson-Houston. Zolang het bedrijf bleef bestaan werd naar die twee bedrijven en hun “procédés” verwezen. In 1934 kwam daar overigens nog een derde naam bij, maar daarover verder meer. In de vroege 1920’s had SEM ca. 1800 werknemers.

De voornaamste poot van SEM was het Departement Industriële Elektriciteit, dat in Gent o.a. elektrische motoren, transformatoren voor energiecentrales enz. produceerde. Een reclame uit 1936 gaf aan dat in het interbellum ook mobiele en immobiele soldeerinstallaties voor de industrie aan het productengamma toegevoegd werden.

Nog in de 1920’s werd voorts een Dienst Verlichting opgericht. Deze produceerde of verkocht verlichtingsapparatuur voor zowel binnenshuis, voor voertuigen, voor straatverlichting enz. Onderstaande brochure uit 1926 toont ook een luxmeter voor fotografen.

 

  

Amper 1 jaar na de oprichting, in 1921 betrok de firma een nieuw adres in het Brusselse. Vanaf dan bezat het een vestiging op de Charleroisesteenweg, 54 in Sint-Gillis, waar het verschillende decennia zou blijven. (4) Hier werd niet alleen de administratieve zetel ondergebracht, ook de “Dienst Verlichting” vond er een onderkomen. Deze sleepte in 1935 o.a. de felbegeerde opdracht voor de verlichting van de nieuwe en vooruitstrevende Citroen-garage in Brussel in de wacht. De firma maakte gretig gebruik van die gelegenheid om hierover triomfantelijke reclames te laten verschijnen. (5)

Circa 1930 nam SEM deel aan een tentoonstelling in het Warandepark (Stands 239-258). Een ansichtkaart toont een houten paviljoen “tegenover het Koninklijk Paleis”. Hoewel het document dit niet specifiek vermeld, ging het misschien om een tentoonstelling naar aanleiding van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid.


De "Commercial" van Thomson werd in België door SEM verdeeld

Omstreeks dat jaar beschikte SEM ook over een vestiging in Charleroi, meer specifiek in de rue de Montigny, 47. (6) Gezien het Gentse bedrijf zich hoofdzakelijk op industriële toepassingen concentreerde, was dit uiteraard niet zo verrassend: Charleroi was samen met Luik hèt industriebekken in Wallonië. Diezelfde factuur leert nog twee andere interessante feiten over SEM:

in 1929 beschikte de firma over een kapitaal van 36 750 000 Bfr. (Dat bedrag wordt eveneens vermeld op de achterzijde van de ansichtkaart met het houten paviljoen).In 1931 was dat bedrijfskapitaal al opgelopen tot 40 miljoen Bfr.
– reeds in dat jaar had de firma zich op het marktsegment van huishoudtoestellen begeven. Het bewuste document maakt gewag van twee types strijkijzers, de F 235 Modèle Ménage en de F 271 Type Commercial. Zeer waarschijnlijk gaat het om modellen van het Franse Thomson (-Houston): niet alleen de vorm van de catalogusnummers (F en dan 3 cijfers) wijst daarop, het staat ook vast dat Thomson een strijkijzer op de markt bracht dat “Commercial” heette. (7) Overigens werd in St. Gillis omstreeks 1930 ook een toon- en demonstratiezaal voor huishoudtoestellen in gebruik genomen.

SEM begaf zich ook op andere terreinen dan huishoudtoestellen. Minstens vanaf de 1930’s verdeelde de firma eveneens radio’s. Ook deze werden niet door SEM zelf gemaakt, maar waren modellen van buitenlandse firma’s zoals het Amerikaanse RCA en het Britse GEC. Ook "GECO", een wat ongewone afkorting voor General Electric Co. leverde modellen als de J 70, de J 72, de R 8 en de R 25. Een reclamebrochure van Electricité Domestique, wellicht een Brusselse winkel vermeldt "SEM-GECO" als de leverancier.

Mogelijk dienden deze buitenlandse toestellen lichtjes aangepast te worden om in België gebruikt te kunnen worden. De firma was in het interbellum eveneens een verdeler van de stofzuigers van de Amerikaanse producent Premier in ons land.

 Rechts: Collectie Huis van Alijn obj. nr. 2011-007-022

Niettemin bleef de klemtoon bij SEM op de industriële toepassingen liggen. Dat werd nog eens onderstreept, toen de firma in 1934 met een ander historisch Gents bedrijf samenging. De firma Van den Kerchoven (°1825) was destijds gevestigd aan de Coupure Links, en was in de 19de eeuw met de productie van stoommachines voor o.a. de Gentse textielindustrie gestart. (8)

In de 1940´s reden voorts rangeerlocomotieven van SEM / GE op bedrijfsspoorwegen. Nog te noteren is dat SEM in 1930 ook één van de 68 stichters van het Belgisch Verpakkingsinstituut was.

Ondanks oorlogsschade opgelopen aan de fabriek in Gent overleefde SEM de Tweede Wereldoorlog. De structuur van SEM werd geleidelijk aan tamelijk complex, met

meerdere zetels: Gent, Brussel, Antwerpen, Luik, Charleroi, Bergen, Luxemburg en in het voormalige Leopoldville in het vroegere Belgisch Kongo (als SEMCongo). Wellicht ging het om informatiepunten en mogelijk om toonzalen (zoals blijkbaar in Luik).
– bijkomende afdelingen (o.a. een Département Traction, zelfs een afdeling "Aviation", die zich met boordapparatuur en radars bezig hield)
– extra samenwerkingsverbanden (bv. met de lampenfabrikant Mazda, die afhing van Thomson-Houston. Zowel de Franse als de Britse GE-dochters hadden een MAZDA lampenfabriek.) Uit een briefhoofd van 1949 afkomstig van MBLE, de Manufacture Belge de Lampes Electriques S.A. in de rue des deux gares in Anderlecht blijkt voorts dat S.E.M. eveneens hun “représentant général” was.

In 1954 somde SEM haar uitgebreide activiteiten als volgt op:

De zaken gingen blijkbaar uitstekend in dat jaar: het bedrijfskapitaal was al opgelopen tot 175 miljoen Bfr.


Aandeel uit 1956

Wie de naoorlogse bedrijfsgeschiedenis van deze firma wil reconstueren., kan alvast terugvallen op een zeer nuttige bron. In de eerste helft van de 1950’s bracht de firma via haar “Bulletin d’Information” een aantal zeer interessante maar zeldzame themanummers uit, waarin telkens één van haar hoofddivisies aan bod kwam. In de twee eerste nummers ging de aandacht vooral naar de productie voor de industrie. In maart 1954 kwam het nummer 3 uit, 18 pagina’s helemaal gewijd aan hun toenmalig aanbod aan huishoudtoestellen.

 
Collectie Retroscoop

In onze zoektocht naar achtergrondinformatie over de firma achter de Combinée is deze Bulletin d’Information tegelijkertijd goed nieuws en minder goed nieuws. Goed nieuws omdat het alvast een interessante kijk geeft op de activiteiten van de huishoudelijke poot van SEM in de eerste helft van de 1950’s. Het minder goede nieuws is echter dat de publicatie dateert van het jaar net voor de Combinée op de markt verscheen. Wel bevat de opsomming van de activiteiten van de firma uit dat jaar al het woordje “Lessive”, zonder dat dit Bulletin al een wasmachine toonde. Dat betekent dat de firma in dat jaar al bezig was met een wasmachine te ontwikkelen, maar dat deze nog niet te koop was. Het betekent ook, dat de Combinée, die dus in 1955 op de markt werd gebracht naar alle waarschijnlijkheid het eerste, en mogelijk ook de laatste wasmachine van SEM is geweest. Enkel verder onderzoek zal dit aantonen of ontkennen. 

In het themanummer werd uitgelegd dat SEM maar zelden zelf toestellen ontwierp, maar vooral apparaten van andere producenten importeerde of door andere firma’s liet maken. In 1954 bestond het gamma uit:

 
Links: collectie Huis van Alijn, rechts collectie Retroscoop

- koelkasten: deze kwamen van de Amerikaanse producent General Electric en reeds in de 1920’s van het Franse Frigéco-Thomson. Verrassend is dit niet, aangezien deze bedrijven nauw met elkaar verbonden waren. Wat voorlopig niet geweten is, is of deze voor huishoudens bedoeld waren of bv. voor slachters. (in de collectie van het MOT zit alvast een document dat hier meer over kan vertellen: SEM Armoires Frigorifiques Frigéco-Thomson T 629)  
- strijkijzers en strijkmachines: ook deze kwamen van GE, CF Thomson Houston en de Britse poot BTH
- naaimachine: deze werden geleverd door Fridor (Den Haag, Nederland)
- een elektrische waterketel: geproduceerd door BTH
- stofzuigers: er is geen sprake meer van Premier, maar thans van toestellen van GE en Fridor
– fornuizen: hiervoor sloot SEM een overeenkomst af met Fobrux, de Fonderies Bruxelloises.
– waterboilers van 80 en 125 liter VILVOR-SEM: deze werden voor SEM geproduceerd door het Vilvoordse bedrijf Bouillon & Cie., dat gespecialiseerd was in de productie van metalen vaten. Alle huizen van de wijk Mechelse Goedkope Woning SV werden hiermee uitgerust.

Er werden echter blijkbaar ook een paar eigen, qua vormgeving weinig tot de verbeelding sprekende frigo’s gemaakt onder de naam SEMCOLD. In het Bulletin n° 3 werd dit als volgt verwoord:

Les réfrigérateurs Semcold sont fabriqués en ses ateliers de Haren, déjà spécialisés dans la construction des cuisinières domestiques, du matériel de cuisine professionnelle et de meubles frigorifiques tels que: conservateurs de boissons, comptoirs frigorifiques etc.”

Belangrijk is dus dat SEM blijkbaar ook ateliers in Haren had. Hoewel dit suggereert dat de firma toch huishoudtoestellen in ons land produceerde of toch minstens assembleerde, ging het ook hier weer niet om een eigen ontwerp. De frigo’s waren immers “conçu suivant la technique de la General Electric (...)” Verschillende onderdelen waren ook van Amerikaanse origine.

Ook interessant, de firma was dus ook actief op het vlak van installaties voor de professionele sector, zoals voor de horeca-sector en de grootkeukens. Zo bouwde de firma de elektrische ovens van de bakkerij van de Bon Marché in Brussel. (1951)

2.2) De Combinée maakt haar entrée

De SEM Combinée debuteerde in 1955. In vergelijking met de Sauter Elida is het een veel compactere machine, bestemd voor kleinere volumes wasgoed. Volgens een fraaie reclamebrochure uit dit jaar, voorzien van een deels uitgesneden illustratie van het toestel moesten drie grote voordelen absoluut onderstreept worden:

1) Elegantie
2) De eenvoudigheid van het mechanisme (gecombineerd met robuustheid)
3) De perfectie van de wastechniek: snel en tiptop

Laten we deze drie punten wat uitgebreider de revue passeren, al zijn de troeven niet altijd even gemakkelijk ov correct over deze drie voordelen te spreiden: 

1) Elegantie

De SEM Combinée valt inderdaad op vanwege een bijzonder fraaie vormgeving. Tot hiertoe werd geen enkele aanwijzing gevonden die toelaat om met zekerheid te bepalen of deze wasser-droogzwierder nu een Belgisch ontwerp was of dank zij een buitenlandse designer gestalte had gekregen. Naspeuringen in de reclames van het Franse of het Britse Thomson-Houston leverden tot nu toe alvast geen “hit” op. Van Fridor vindt men wel reclames voor hun naaimachines, tevens voor stofzuigers en radio’s, maar niet van een combo-wasmachine. Naar Amerikaanse maatstaven was de Combinée dan weer wellicht een te klein toestel. Het lijkt dus ook weinig waarschijnlijk dat het van origine een toestel van General Electric was. Daarmee is natuurlijk nog niet bewezen dat het om een 100 % Belgisch toestel gaat. Maar mocht dit effectief zo blijken te zijn, zou dit natuurlijk enkel maar een bijkomende meerwaarde voor Belgische musea of verzamelaars betekenen.

  

De SEM-Combinée wist op een zeer bevredigende manier een zekere soberheid (sneeuwwitte emaillaag, een volledig vlakke voorkant, beperkte aanwezigheid van gechromeerde versieringen enz.) te combineren met toch ook weer frivole lijnen en accenten (het uitsteken van de droogzwierder, de bakelieten knop op het deksel van de wasmachine enz.). Een best wel geslaagde evenwichts-oefening. In feite is het niet helemaal verrassend dat dit toestel uit 1955 dateert: het combineert mooi in één toestel de overgang van de meer frivole eerste helft van de 1950’s met de meer sobere lijnen van de tweede helft en de 1960’s. 

2) Eenvoudigheid van het mechanisme

In tegenstelling tot sommige andere combo-toestellen bezat de SEM maar 1 krachtige motor van 1/4de PK, die beide toestellen konden aandrijven. De motor bevond zich recht onder de droogzwierder. In vergelijking met de meeste toestellen betekent dit een iets minder krachtige motor: vaak werd gekozen voor een sterkte van 1/3 PK. Hoe de elektrische aandrijving van de wasmachine en de droogzwierder verliep is op de illustratie hieronder te zien:

 

De mogelijkheid om het water te verwarmen en het toestel leeg te pompen waren opties waarvoor extra betaald moest worden. De verwarming van het water kon elektrisch gebeuren, of men kon kiezen om die via stadsgas of butaan te doen. In het combo-toestel was een rij uitsparingen in de metalen behuizing, die voor afkoeling van de wasmachine moesten zorgen. De dubbele wand – standaard in zowat alle elektrische wasmachines voorkwam dan weer brandwonden. 

3) Perfectie van de wastechniek

Deze “bovenlader” was afgewerkt in wit geglazuurd email. Het toestel was uitgerust met een klopper in zwarte kunststof. (vergelijkbaar met de pulsator van de kleine Hoover) In een zeldzame reclame werd deze klopper van het nieuwe type “Turbolateur” genoemd. Deze bezat zelfsmerende kogellagers en dichtheidsringen met een oliereserve.


De Turbolateur en de weekklok

De kuip had een diameter van 44 cm en een hoogte van 32 cm, goed voor 40 liter water. De machine had een capaciteit van 5 kg wasgoed dat men kon laten weken. Daarbij kon men een weekklok over de Turbolateur plaatsen. Zoals de foto toont ging het om een alu-kleurig kommetje dat een net iets grotere diameter had dan deze zwarte klopper. (of er nog een stopje op de centrale opening in de weekklok hoorde is vooralsnog niet geweten) Deze weekklok diende apart besteld te worden.

Wou men echter de was doen, dan viel de capaciteit terug op maar 3 kg. droog wasgoed. De droogzwierder had al bij al maar een kleine mand, eveneens wit geëmailleerd. Deze “evenwichtige droogmand” had een diameter van 30 cm en een hoogte van amper 21 cm. Net iets boven de onderste rand was een rij gaatjes om het vrijgekomen water weg te laten vloeien. Deze rij maakte de gehele omtrek van de mand. In totaal paste hierin ook amper 3 kg. natte was.

De mand stond wat hoger opgesteld ten opzichte van deze van de wasmachine, wat een lange drijfstang voor de overbrenging van de aandrijving door de motor met zich meebracht. Het valt op dat het witte stopje van de wasmachine perfect op de centrale opening van het deksel van de droogzwierder past, al is het niet geweten of dat ook de bedoeling was. Het is niet helemaal duidelijk waarom er überhaupt zo’n gaatje in dat deksel is. Misschien diende het om hitte en stoom te laten ontsnappen. (In het aanvankelijke doorzichtige deksel van de Falda 5-sterren droogzwierder, die elders op deze webiste aan bod kwam was eveneens een soort opening, zij het een met een soort kapje afgeschermd. (9)

Dank zij een uitsparing kon het deksel van de wasmachine ondersteboven tegen de zijwand van de droogzwierder vastgehecht worden. Twee alu-kleurige klemmetjes hielden de alzo gevormde “werktafel” stevig vast. De firma bleek uitermate trots op dat slimmigheidje. Wat niet op de foto’s te zien is: normaal gezien was de SEM Combinée ook uitgerust met een slang in kunststof, dat gebruikt werd om het toestel leeg te pompen in de pompbak, of het water met opgelost waspoeder dat de droogzwierder uit het wasgoed had geslingerd terug naar de wasmachine over te pompen. (Bij het toestel van Retroscoop werd dit jammer genoeg afgebroken, nadat het verdroogd was geraakt, hetgeen wel vaker voorkomt bij oude wasmachines) Men ziet deze slang wel op volgende afbeelding:

 
Rechts, collectie Industriemuseum Gent

Ook het exemplaar van het Industriemuseum Gent toont nog zo´n rubberslang.

2.3) Construite et garantie par SEM

Zoals eerder gezien werden de huishoudtoestellen van SEM in Haren vervaardigd. Of dit in een productiesite van SEM zelf gebeurde, of zo gebruik gemaakt werd van de productiecapaciteit van bestaande bedrijven wordt nergens degelijk uitgelegd. Maar wat zeker is, SEM produceerde wel degelijk zelf een aantal huishoudapparaten of liet die alleszins onder haar naam produceren. In het eerder aangehaalde Bulletin d’Information n° 3 uit 1954 staat in dit verband:

Les appareils électro-domestiques comportent une gamme si étendue et dont l’évolution est si rapide, qu’il ne peut être question de tout construire, si l’on ne dispose pas de debouches considérables, et encore faudra-t-il mettre en jeu des moyens extrêmement importants.La SEM a résolu le problême en décidant de ne fabriquer elle-même que certains appareils et en se limitant pour les autres à vendre du materiel construit par de puissantes sociétés étrabgères de reputation mondiales (…).”

Het is precies daarom jammer dat deze publicatie uit 1954 dateert, een jaar te vroeg om het ook over de Combinée te hebben. Dit fraai toestel lijkt SEM’s eerste poging te zijn geweest om op het nochtans al druk bezette marktsegment van wasmachines door te breken.

In de 1950’s waren al tientallen firma’s die al heel wat ervaring hadden opgedaan met de bouw van wasmachines actief in België. Verschillende van die merken hadden eerst, beetje bij beetje een stevige reputatie weten op te bouwen vooraleer ze zich aan een duur combo-toestel waagden. Niet dat dit technisch zo’n grote sprong voorwaarts betekende, maar het betekende wel een hele investering voor een in omvang wellicht beperkte markt. Het merendeel van de mensen koos ervoor om maar geleidelijk aan toestellen aan te kopen, en een twee-in-één was voor vele onder hen een te grote investering. SEM heeft er echter blijkbaar voor gekozen om meteen met een Combinée op de proppen te komen, een serieuze commerciële gok.

  
De reclames in Reader´s Digest (Het Beste) uit 1955

Twee eerder onrechtstreekse aanwijzingen doen vermoeden dat de Combinée SEM’s eerste poging was op deze markt. In een reclame in de Reader’s Digest uit november 1955 was een terugzendstrookje opgenomen, dat gebruikt kon worden om documentatie over de Combinée op te vragen. Er werd over geen enkel ander model gesproken. (Het zou interessant zijn om te weten of met deze documentatie de kleurrijke folder die in dit artikel afgedrukt wordt bedoeld werd, of zo er ooit nog een uitgebreider document over dit apparaat heeft bestaan.) In die kleurrijke reclamefolder uit 1955 wordt ook met geen woord gerept over andere modellen van wasmachines. En zoals gezegd, in de Bulletin n° 3 wordt ook geen wasmachine afgebeeld noch besproken.

Tot op heden werden ook geen aanwijzingen gevonden dat de wasmachine of de droogzwierder apart verkrijgbaar waren. Er kan evenmin bevestigd of ontkend worden dat SEM nog na de Combinée andere wasmachines heeft gecommercialiseerd. Bleef het bij deze ene poging ? Was het een serieuze commerciële flop, en duiken er daarom slechts zelden zo’n toestellen op ? Voorlopig is het koffiedik kijken.

Niettemin is de Combinée een veel te elegant toestel, om zo maar in de vergetelheid te mogen belanden. Mensen hebben destijds duidelijk moeite gedaan, om met echt iets mooi en opvallend af te komen. Dit fraaie apparaat verdiende dan ook gewoon een eigen stek ergens op het “www”, zelfs al blijft het nog omringd door een dichte begroeiing van vraagtekens in verschillende kleuren en maten. Bij deze...

2.4) En wat mag dat kosten ? Prijzen en modellen

In 1955 bedroeg de prijs 6990 Bfr. voor het standaardmodel M 31 en 7680 Bfr. voor het luxe-model M 32. Helaas legt de reclame niet uit welke extra’s men kreeg oor die bijkomende 700 Bfr. Wie een toestel wou dat het water kon verwarmen (elektrisch, via stadsgas of butaan) moest daar extra voor betalen. Ook aan de weekklok en aan de pomp die toeliet om het toestel leeg te pompen en het zeepsop eventueel een tweede maal te gebruiken was een meerkost verbonden.

De firma bleef blijkbaar toch enkele jaren in haar Combinée geloven. In de tweede helft van de 1950’s verscheen immers nog een derde model, de M 33. Ook in dit geval is niet geweten welke verschillen er waren met de twee voorgangers. (Het toestel in de Retroscoop-collectie is zo’n M 33: deze beschikt over een schakelaar die in 4 standen gezet kon worden, maar wegens het ontbreken van informatie over dit derde model is niet geweten waarvoor deze diende.

Liet deze bv. toe om het toerental van de droogzwierder in te stellen, een temperatuur te selecteren ? Voorlopig is het gissen. Alleszins valt inderdaad wel op dat het controlepaneel van de Sauter Elida een thermometer bevatte, die toeliet de warmte van het water te controleren, iets wat de SEM niet had.

2.5) Overname

SEM werd uiteindelijk, in 1960 door het Belgisch bedrijf ACEC overgekocht. (10) ACEC had in die periode naar verluidt een omzet die vergelijkbaar was met dat van Philips. Of dit betekent dat GE en Thomson-Houston zich terugtrokken, werd niet verder onderzocht.

Technische fiche

Naam: Combinée
Model: M 31 / M 32 / M 33
Type: combo-toestel, wasmachine met pulsator of klopper, de “Turbolateur”
Jaartal / Periode: 1955 (M 31 (en 32 ?) / tweede helft 1950’s: M 33
Prijs in die periode:
M 31: standaard model: 6990 Bfr.
M 32: luxe model: 7680 Bfr.
M 33: ?
Fysische beschrijving: compact en tamelijk sober combo-toestel met een kleine breedte en een iets uitstekende droogzwierder
Materialen: gebrandschilderd plaatstaal, email, kunststof, rubber
Afmetingen
– Lengte: 0,72 m
– Breedte: 0,50 m
– Hoogte: 0,88 m
– Capaciteit: liet toe 5 kg. wasgoed te weken, 3 kg. D roog wasgoed te wassen en 3 kg nat wasgoed te drogen.
Vormgeving: combinatie van frivole elementen enerzijds, soberheid anderzijds.
Technische data
– voltage: 220 V
– wattage:
– T/Min.
– PK: 1/4de PK (daar waar heel wat wasmachines uit die tijd over 1/3de PK beschikten, maar dit was dan ook een relatief klein toestel)

Tot slot: weet je iets meer over deze toestellen of de bedrijven die ze gemaakt hebben, wil je interessant beeldmateriaal delen en zo helpen om dit artikel te vervolledigen ? Neem dan zeker contact met ons op via info@retroscoop.com ! Alvast bij voorbaat dank hiervoor !

 

Voetnoten 

Deel 1) Sauter Elida 111 

(1) andere bronnen, bv. Wikipedia hebben het over 1910
(2) In de chronologie “A propos de Sauter” opgesteld door het bedrijf zelf leest men dat Sauter in 1936 “
se marie avec la CGE et crée des agences régionales comme LMEI (Nevers), Hochet bardoux (Rennes), Cochet (Bordeaux) …” Mogelijk wordt met CGE de Franse Compagnie Générale d’Electricité bedoeld, een bedrijf dat op het vlak van elektriciteitsproductie wou rivalizeren met de grote namen als AEG, Siemens, General Electric enz. Het evolueerde later tot Alcatel.
 

 

Deel 2) S.E.M. Combinée 

(1) SEM moet niet verward worden met de Mechelse firma SAM. Ook dat bedrijf produceerde wasmachines, maar dat was een veel kleiner familiebedrijf, dat exclusief wasmachines maakte, daar waar SEM een groot bedrijf was, dat toevallig ook een paar wasmachines op de markt heeft gebracht.
(2)
Werkhuizen Carels korte geschiedenis / De Plate SEM scheepvaartmotoren
(3) De complexe ontstaansgeschiedenis van deze twee bedrijven is voldoende stof voor een lijvig boek, maar in het Wiki-artikel over General Electric vindt men al een inleiding. 
Voor British Thomson Houston en de investeringen van Franse en Britse bankiers hierin, zie: Lamptech: Rugby
(4) Deze straat onderging zeker aan de pare zijde zware wijzigingen sedertdien, zonder afbeelding van het gebouw of onderzoek bij bv. het Kadaster valt niet te achterhalen of het gebouw vandaag de dag nog bestaat. De oudste verwijzing tot nu toe naar dit adres werd gevonden in het Belgisch Staatsblad van 1 jan. 1922 p. 31
(5)
Zie het zeer interessant artikel van Heemkunde Vlaanderen over de Citroen Garage in Brussel
(6) De buur van SEM in Charleroi (nr. 49) was een bedrijf dat EMCO heette, wat stond voor Société Cooperative d’Electricité et Mécanique. Of er enig verband is tussen SEM en het bedrijf met een erg gelijkluidende naam is vooralsnog niet geweten. Zeker is dit niet, veel bedrijven wilden graag een naam die hun hoofdactiviteiten opsomden, waardoor veel namen sterk op elkaar leken
(7) In het Museum voor Oudere Technieken bevindt zich een catalogus van 1929 van de toenmalige huishoudtoestellen die SEM in ons land uitbracht. De strijkijzers waarvan sprake is worden ook daarin als van Thermor beschreven:

(8)
De Inventaris Onroerend Erfgoed over de firma Van den Kerchoven
(9) Om onduidelijke redenen was er in het veel steviger deksel van de tweede variant van de 5 Sterren niet langer zo’n opening. Ofwel was het een overbodig iets, ofwel functioneerde het toch niet naar behoren.
(10)
Over de overname door ACEC
 

 

 
 
database afsluiten