Retroscoop - De Philips "Staalbaard" en zijn koene opvolgers 1939-1959 RetroScoop
 
   Toestellen
    
 
 
De ┬┤klik┬┤ naar je gedroomde Klassiekers

Grote omwentelingen op de
markt van scheermachines

De Philips "Staalbaard" en zijn
koene opvolgers (1939-1959)

    

Benoit Vanhees 

Structuur

Intro... La petite histoire (waarom dit artikel ?)
1) En voor meneer, droog of nat ?
2) Beroepen van weleer: barbier
3) Een goudzoeker die niet van krabbers hield
4) Schick... mais trop cher !
5) Eindelijk rijk
6) Copycats... en een schuchter alternatief
7) De opgemerkte en gesmaakte entree van Philips
8) Steeds maar beter
9) De Staalbaard (SC 7733) betreedt het commercieel strijdtoneel
10) Over een Muis en een Eitje
11) Twee hoofden, twee maal zo snel klaar (SC 7743)
12) Speciale modellen
13) Steeds maar beter - vervolg
14) De cirkel is rond
Voetnoten, bedankingen

 

Intro... la petite histoire

Mijn eerste kennismaking met de rommelmarkt op het Brusselse Vossenplein gaat terug naar mijn laatste studiejaar aan het voormalige Lyceum van Hasselt, in 1985. In het kader van een eindwerk over chemische wapens was ik dapper naar Brussel getrokken, om er opzoekingen te gaan verrichten in het documentatiecentrum van de Generale Staf van het Belgisch Leger. Eens de gezochte informatie bijeen gevonden was, was ik weer naar het centrum van Brussel afgezakt. Zonder specifiek plan, puur op basis van waar mijn nieuwsgierigheid me dreef, was ik er gewoon wat beginnen rondzwerven. En zo kon het dus gebeuren dat ik me eensklaps, op die zonnige meidag  en middag op een tamelijk groot rechthoekig plein aanbelandde. De kinderkopjes die in een aardig zonnetje glinsterden, lagen bezaaid met een heterocliete verzameling van "rommel", waartussen mensen als meeuwen op het strand naarstig scharrelden. Na links en rechts wat rondgevraagd te hebben, vernam ik tot mijn verbazing dat de spullen achtergelaten waren door brocanteurs, en dat je gratis mocht meenemen wat je nog dacht te kunnen gebruiken... In die tijd was het de brocanteurs inderdaad nog toegestaan om dit te doen, uiteraard tot groot jolijt van retrofanaten en verzamelaars...


Het startpunt van een lange verzamel-
geschiedenis en reis naar het verleden

Die dag ben ik niet alleen huiswaarts gespoord met allerlei weetjes over vrolijke uitvindingen als Gelbkreuz-, Tabun-, Sarin- en VX-gas, maar ook met mijn twee allereerste vondsten op dat magische plein in de Marollen. Het ene was een grote kartonnen reclamebord uit de 1950´s van de shampooproducent Wella, het andere een kartonnen doosje waarin ooit een zonderling scheerapparaat van Philips had gezeten. Het zijn nog steeds twee vondsten, die me heel erg nauw aan het hart liggen, ook al omdat ze zo onlosmakelijk verbonden zijn met mijn jeugd. Uiteraard hebben ze dan ook nog vandaag de dag een ereplaatsje in mijn zeer bescheiden optrekje gekregen...

Het fameuze Vossenplein zou me daarna ook nooit meer volledig loslaten. Iedere keer als ik later naar Brussel trok, zoals tijdens mijn studies in Gent, liet ik nooit na om een zijsprong tot in de Marollen te maken. Ik denk niet dat ik ooit huiswaarts ben gekeerd met lege handen... Nog later verhuisde ik naar Brussel, waar ik 14 jaar zou blijven wonen... Periode gedurende dewelke ik ook werkelijk honderden bezoeken zou brengen aan het kinderkopjesplein aan de voet van het Justitiepaleis. Het was tijdens één van die bezoeken dat ik ondermeer de hand wist te leggen op een exemplaar van het Philips scheermachine, waarvan ik jaren eerder al de fraaie verpakkingsdoos had gevonden. Die vervollediging gaf op een eigenaardige manier een intense voldoening, iets dat menig verzamelaar wel zal herkennen. Tussen de achtergelaten koopwaar vond ik op andere momenten nog verschillende malen andere oude scheermachines, om nog maar te zwijgen over een koddig Hoover-wasmachientje, een Falda droogzwierder uit de 1950´s, een aantal strijkijzers met een opvallende vormgeving en weet ik niet wat nog allemaal.

Waarom nu deze herinneringen hier als intro voor volgend artikel over de eerste twintig jaar van Philips als producent van droogscheerapparaten ? Over scheermachientjes bestaan reeds tal van werkelijk prachtig gemaakte websites van de hand van gepassioneerde verzamelaars. Sommige websites behandelen verschillende merken, andere staan stil bij specifieke periodes of bijvoorbeeld enkel bij bakelieten exemplaren, weer andere bij een welbepaald merk. Wat betreft de scheerapparaten van de Nederlandse elektro-reus Philips bestaan er enkele uitstekende websites. Niettemin wou ik toch nog eens dit boeiend stukje bedrijfsgeschiedenis nu eens in mijn eigen woorden overdoen op Retroscoop. Al was het maar als ode aan mijn allereerste vondst op het Vossenplein. Per slot van rekening werd deze website in 2010 ondermeer opgezet met als doel zelf meer te weten te komen over een aantal stukken uit mijn eigen collectie, en deze met andere retro-liefhebbers te delen.

1) En voor meneer, droog of nat ?

Dagelijks beëindigen miljoenen mannen in de wereld het ochtendlijk ritueel van een wasbeurt met een eerder vervelende routineklus: zich scheren. Voor hen die met een gladde kin voor de dag willen komen, en ten alle prijzen in de namiddag een blauwe schijn op de wangen willen voorkomen, is er gewoon geen ontkomen aan. Dit ongeacht of men nu in China, Cuba, Canada, Kameroen, Nieuw Zeeland of België woont...

Voor velen van die miljoenen heren verspreid op de Aardbol is het zich handmatig scheren daarbij onoverkoombaar, bij gebrek aan elektriciteits-leidingen of aan een voldoende hoog inkomen voor de aanschaf van een elektrisch scheerapparaat. Maar ook in landen waar elektriciteit die uit de muur komt even gewoon is als benzinestations, grootwarenhuizen met proppensvolle winkelschappen en ultramoderne ziekenhuizen bestaat een harde kern van overtuigde adepten van het zich manueel of "nat" scheren.

     

Volgens hen kan geen enkel scheerapparaat -hoe gesofistikeerd ook- de klus met evenveel resultaat klaren als een klassieke “krabber”. Een techniek die wel nogal wat savoir faire vereist, wil men niet eindigen met de messy looks van het slachtoffer van de één of andere geschifte messenmaniak uit een goedkope horrorfilm. Een techniek die misschien ook niet meteen warm aanbevolen is voor de jongelui, wiens eerste baardgroei vaak gepaard gaat met die vervelende fase van ontsierende jeugdpuistjes…

Niettemin... De soms fanatieke aanhangers van het nat scheren zijn nog voldoende talrijk om producenten aan te zetten om met steeds geraffineerdere krabbertjes af te komen. Deze "state of the art"-exemplaren –zo beloven de producenten toch- zorgen voor nog meer scheercomfort en een nog grotere perfectie dan de verouderde modellen. Het is niet uitgesloten dat diezelfde producenten zich natuurlijk ook wel zo arrangeren, om tegelijkertijd ook een mooiere winstmarge per verkocht exemplaar binnen te rijven, wat per slot van rekening de kern van zaken doen vormt.

Hoewel het nat scheren grotendeels op dezelfde manier gebeurt als pakweg 50 jaar geleden, kende de markt ook wel tal van evoluties. Verdwenen zijn bijvoorbeeld de koddige toestelletjes, waarmee men zijn scheermesjes nog zelf wat kon bijslijpen, in plaats van ze meteen te vervangen door nieuwe.


Foto: Vanhees Benoit
Door het touwtje van links naar rechts te trekken maakte
het scheermesje een cirkelbeweging over de rode slijpvlakken

De wegwerpbare scheerkopjes die vroeger slechts één of twee mesjes bevatten, maakten ondertussen plaats voor exemplaren met drie of zelfs vier mesjes… En dan zijn er nog de scheerzepen van weleer, die plaats hebben gemaakt voor een uitgebreid arsenaal aan cosmetische producten om de scheerzone voor en na het scheren te behandelen. Producenten komen daarbij zelfs af met cosmetica, die aangepast is aan het type huid van de klant.

Tal van upperclass modehuizen hebben zich ondertussen ook gestort op de zeer lucratieve markt van aftershaves en scheerlotions, die aardige winstmarges opleveren. Per slot van rekening suggereren de handige reclamejongens dat door deze producten te gebruiken, de klant er al snel als de mooiere broer van George Clooney of Daniel Craig zal uitzien...


2) Beroepen van weleer: barbier


De zaak van barbier Willem Nilwik
Handschoenmarkt 15 te Antwerpen

Een (bij)beroep dat ondertussen grotendeels verdwenen is, is dat van barbier. Gezeten in een verstelbare kappersstoel kon de klant bij de lokale Figaro een perfecte scheerbeurt krijgen, al dan niet gecombineerd met een haarsnitbeurt. Eens relax gezeten, plaatste de barbier verwarmde natte doeken op het gezicht van zijn klant, kwestie van de huidporiën zo goed mogelijk open te zetten en de haartjes soepel te maken. (Soms wordt dit voorafgegaan door een speciale olie). Met behulp van een scheerkwast werd de baardzone vervolgens ingezeept, waarna de barbier zijn openklapbaar scheermes bovenhaalde. Meestal werd dit eerst nog eens enkele malen heen en weer over een leren scheerriem bewogen, om het mes perfect te slijpen. En dan kon het eigenlijke scheren beginnen, eerst het grove werk met de haartjes mee, vervolgens het fijnere werk tegen de haargroei in. Afwerken gebeurde met ijskoude doeken, om de poriën weer te sluiten, en met de kalmerende werking van een aluinsteenbehandeling.

Door deze afzonderlijke bewerkingen aan vakkundige handen toe te vertrouwen, bekwam men een moeilijk thuis te evenaren resultaat. In het verleden -we spreken tot ongeveer de 1960´s- was naar de barbier gaan iets even gewoon als zo nu en dan naar de haarkapper gaan. Dit trouwens zowel voor arbeiders als boeren, notabelen en zelfs... gangsters... Het is immers in de zetel van de barbershop in zijn hotel dat het bloedige parcours van maffiabaas en vroegere Murder Inc. killer Albert Anastasia (1902-1957) tot een abrupt einde kwam. Al zat de barbier daar echter voor niets tussen...

Als het beroep van barbier vandaag de dag min of meer uitgestorven is -op enkele dappere of trendy uitzonderingen na- dan is dat uiteraard volledig te wijten aan de steile opgang van het elektrisch scheerapparaat. (1) Maar wie zette nu juist deze uitvinding op zijn naam, en wanneer verschenen in feite de eerste exemplaren ? Hoe onwaarschijnlijk dit ook op het eerste zicht moge klinken, het spoor leidt naar het barre Alaska van de 1910´s...

 

3) Een goudzoeker die niet van krabbers hield

Hoewel de eerste elektrische scheerapparaten pas in de vroege 1930’s op de markt verschenen, zette de pionier die deze uitvinding op zijn naam zou schrijven reeds in de 1910´s zijn eerste ideetjes op papier. Jacob Schick (1878-1937) was oorspronkelijk een jonge officier, die naar het barre klimaat van Alaska was gezonden, nadat hij in de Filipijnen dysenterie had opgelopen. De koude temperaturen van het Hoge Noorden werden geacht een weldaddig effect op zijn gezondheid te hebben, en al snel werd hij ingezet bij de bouw van een telegraafnetwerk van meer dan 1500 km.


Fotograaf onbekend
Jacob Schick

Eens die opdracht achter de rug was, besloot de jongeman het leger vaarwel te zeggen, en werd zoals vele andere avonturiers goudzoeker in Alaska en Canada. De koude temperaturen mochten dan al weldadig zijn voor zijn gezondheid, Schick ontdekte al gauw dat het alles behalve een lachertje is om zich met een klassieke krabber te moeten scheren bij temperaturen van -30°, -40°C … Men moest niet alleen eerst ijs smelten om voldoende water te hebben, maar voorts had men er alle baat bij om vervolgens snel te werk te gaan, wou men niet met een bevroren baard of kin zitten… Schick ontwikkelde niet alleen een aversie tegen die onhandige, omslachtige operatie, maar besloot terzelfde tijd ook om te proberen daar iets aan te doen. Al snel dacht hij aan "la fée éléctricité", een toen nog vrij nieuwe energiebron, die al voor verschillende andere technische doorbraken had gezorgd.

Hij begon al snel ideetjes voor een scheerapparaat dat foor electriciteit aangedreven zou worden op papier te zetten. Verolgens probeerde hij een aantal bedrijven te interesseren in zijn denkpiste. De technologie was in die tijd echter onvoldoende geëvolueerd, om al handige elektrische scheertoestelletjes te kunnen ontwerpen. Zijn plannen werden dan ook door alle aangeschreven bedrijven verworpen. (Vreemd genoeg dacht hij niet aan machientjes met een opwindmotor en een veer, zoals in een wekker. Gezien er in het barre Alaska en Canada maar op weinig plaatsen elektriciteit voorhanden was, zou dit zeker een klein verkoopssucces zijn geweest. Dat zulks technologisch mogelijk was, werd later bewezen. Te laat echter, want toen was het elektrisch alternatief al lang de kinderschoenen ontgroeid...)

Toen WO 1 uitbrak, werd Schick terug in actieve dienst opgeroepen. Gezien zijn gezondheidsproblemen hoefde hij niet naar het front, maar kreeg hij een interessante bureaujob in Londen. De man werd immers toegevoegd aan de Division Intelligence and Criminal Investigation. Blijkbaar deed hij dit met verve, want hij maakte meermaals promotie, en werd uiteindelijk Luitenant-Kolonel.

In 1919 zwaaide hij opnieuw af. De rusteloze Schick begon al snel opnieuw te sleutelen aan zijn plannen van weleer om tot een elektrisch scheerapparaat te komen. Hij bedacht een aantal verbeteringen op zijn oorspronkelijk ontwerp, waarop hij in 1923 een patent nam. Toch was ook dit herzien ontwerp nog lang niet hetgeen waarop de markt zat te wachten. Schick´s prototype was daarvoor simpelweg te lomp en onhandig... De beste motor waar Schick immers de hand op had weten te leggen was te groot om in het scheerapparaat zelf gemonteerd te worden. Er zat niets anders op dan het in een apart omhulsel onder te brengen, en deze van een handgreep te voorzien.

Om zich dus met deze nog primitieve voorloper te scheren moest men dus het eigenlijke scheerapparaat in de ene hand dragen, het motorblok -dat er als een steelgranaat uitzag- in de andere... Er waren weliswaar kleinere motoren voorhanden, maar al de types die in de 1920´s op de markt werden aangeboden misten de grote kracht die nodig was om een voldoende hoog toerental te kunnen bereiken. Er zat dus niets anders op dan te wachten totdat er een motortjes op de markt zou komen, die èn klein èn krachtig genoeg zouden blijken. En voorts maar hopen dat niemand anders hem voor zou zijn...

Schick was alleszins niet van plan om zijn idee los te laten. Hij was er vurig van overtuigd dat hij met zijn idee de sleutel tot een grote rijkdom bezat, al was het maar omdat er miljoenen klanten wel voor zo´n toestel warm gemaakt konden worden.

Ondertussen echter leefde hij en zijn familie erg sober. Om geld bijeen te brengen om verder onderzoek te financieren, concentreerde hij zich eerst op een ander idee dat in hem was beginnen rijpen. In die tijd werden scheermesjes voor krabbers in kleine pakjes verkocht, waarbij elk mesje in een soort enveloppe was ingepakt. Nogal wat mensen sneden zich bij het plaatsen van een nieuw mesje in hun “safety razor”. Daarom bedacht Schick de Magazine Repeating Razor. Net zoals een patroonhouder voor een geweer bevatte het magazijn verschillende scheermesjes, die men in een glijbeweging in de krabber kon schuiven, zonder risico op snijwonden. Het systeem werd vanaf 1926 gecommercialiseerd, en bleek al snel een schot in de roos.


4) Schick.... mais trop cher !

Eind jaren ’20 verschenen dan eindelijk motortjes die klein en krachtig genoeg waren voor gebruik in een handig elektrisch scheermachientje. De uitvinder selecteerde exemplaren, die in feite de krachtigste motortjes ter wereld in hun genre waren. Hij bleek zo zeker van het succes van zijn elektrisch scheerapparaat, dat hij nog in 1928 zijn fabriekje die de Magazine Repeating Razor produceerde aan de American Chain & Cable Company verkocht. (Gelukkig voor hem dus voor de ernstige beurscrash van het jaar daarop…

Met het geld van deze verkoop kon Schick een aantal superkrachtige en kleine motortjes bestellen, en weer aan het knutselen slaan. Dit resulteerde eindelijk in een bevredigend toestel, en in een aantal nieuwe patenten. Op 18 maart 1931 was het dan zover. De eerste exemplaren van de Schick Dry Shaver, geproduceerd in een fabriekje in Stamford, Connecticut, werden voor het eerst te koop aangeboden.

De stormloop die Schick echter voor zijn uitvinding verwacht had bleef echter uit. Ongetwijfeld zat de prijs van 25 $ -in die tijd een behoorlijk bedrag- daar voor iets tussen.De VS bevond zich per slot van rekening in volle Depressie, en 25 $ was een behoorlijk bedrag in die zwarte periode. Bovendien moest de splinternieuwe uitvinding nog zijn weg vinden naar de hearts and minds van de Amerikaanse mannen. Zoiets vraagt natuurlijk wat tijd... In het eerste jaar van haar bestaan zou de nieuwe Schick Dry Shaver Inc. slechts 3000 elektrische scheerapparaten verkopen. Geen totale catastrofe, maar nu ook weer niet de verhoopte goudmijn...


5) Eindelijk rijk...

  
Het aanvankelijke Schick-model en
het Raymond Loewy-ontwerp

Enkele jaren later herpakte de Amerikaanse economie zich weer, en nam de koopkracht en het optimisme van de bevolking gaandeweg weer toe. Vooral de hogere klassen waren "in the mood" om geld uit te geven, en waarom niet voor zo´n wonderbaarlijk elektrisch scheerapparaat ?

De verkoop kwam eindelijk op gang, waardoor het personeelsbestand van het fabriekje in Stamford tot zo´n 100 mensen uitgroeide. Dit succes was ondermeer ook voor een stuk te wijten aan de befaamde designer Raymond Loewy. Schick had de talenten van de man ingehuurd om een "huis" voor zijn nieuwste scheerapparaat te ontwerpen, dat maximaal het elegante met het praktische zou verzoenen.

Dit resulteerde in de uiterst aantrekkelijke Schick Flyer. Er volgden nog andere modellen, zoals de Colonel, die men in een koffertje met spiegel kon kopen. Er kwamen ook ophangpunten, zodat men zijn Schick aan de muur van de badkamer kon bevestigen. Het groeiend succes liet Schick toe om de aanschafprijs geleidelijk aan te laten zakken, en in 1935 bedroeg die prijs nog maar 15 $.

   
Twee reclames uit 1939

1937... Both of us use it !

Eindelijk kon de uitvinder de vruchten plukken van al zijn volgehouden inspanningen. Naast geld uit de rechtstreekse verkoop van zijn Schick droogscheerapparaten zal de uitvinder ongetwijfeld ook royalties hebben ontvangen van de andere maatschappijen, die ook elektrische scheerapparaten op de markt wilden brengen. In 1934 kon Schick zich dan ook een peperdure Duesenberg SJ Riviera Phaeton permitteren, een prachtige wagen die heel goed zijn zakelijk succes onderstreepte.

Volgens sommige bronnen zorgde de handige Schick er in de volgende jaren ook wel voor, dat de afroming van de winsten op zijn uitvinding door de Amerikaanse belastingsdiensten via een reeks bedrijfjes op de Bahama’s omzeild werden. Toen die constructie in het vizier van de gerechtelijke diensten kwam, verwierf hij wijselijk de Canadese nationaliteit.

Andere bronnen houden het er simpelweg op, dat hij wegens zijn slechte gezondheid permanent naar Canada verhuisde. En dat de uitvinder echt wel geen gezondheidsproblemen voorwendde bleek wel uit het feit dat hij reeds in 1937, op amper 59-jarige leeftijd in Montreal aan nierkanker overleed. Heel erg lang heeft hij dus niet van zijn "jackpot" kunnen genieten... Het graf van Jacob Schick, uitvinder en ondernemer is terug te vinden in de Mount Royal Cemetary in Montreal. Toen hij dat jaar overleed, had zijn bedrijf reeds 2 miljoen elektrische scheermachines verkocht... (2)


1949

Jacob Schick moet trouwens iemand met een erg creatieve geest, thuis op verschillende markten zijn geweest. Zo ontwierp hij bv. ook de General Schick Boat, die uiterst geschikt was voor gebruik in ondiep water. Zelfs potloodscherpers prikkelden zijn inventieve geest, want hij kwam op de proppen met een erg vooruitstrevend model. In dat opzicht leek hij dus wel een beetje op de befaamde touche-à-tout Thomas Edison. Naast zijn bekende uitvindingen ontwierp deze laatste bv. ook een kinderstoel die op een handige manier mee kon groeien met de bambino… 

6) Copycats… en een schuchter alternatief 

Na zijn dood doken al snel een hele reeks concurrenten op, die elk hun deel van de lucratieve markt probeerden in te palmen. Dit kwam ook wel de consument ten goede, want de prijzen van de aangeboden toestellen blieven maar dalen. Eind 1930´s lagen de prijzen van de basismodellen van een aantal producenten zoals Sunbeam en Remington 7,50 $, nog maar de helft van wat Schick in 1935 vroeg...

    

   

Het is onmogelijk om in het korte bestek van dit artikel alle vooroorlogse modellen de revue te laten passeren, die schatplichtig waren aan de inventiviteit en doorzettingsvermogen van de te vroeg gestorven Schick. Vermelden we toch even ondermmer volgende Amerikaanse merken en modellen:

- Champion Electric Dry Shaver
- Fleetwood
- Gem Lectric Face Lite Shaver (1939) zowaar uitgerust met een klein lichtje dat de scheerzone bescheen. Wellicht een unicum of alleszins een zeldzaam nagevolgd ideetje. Het toestel was blijkbaar ook uitgerust met een “radio interference control”, wellicht om storend gezoem op de radiopost te vermijden.
-
Gilette (bv. Model G Dry Shaver uit 1938)
-
Elgin (bv. Mod. V uit 1938)
- Ingorsoll
- Knapp (bv. de Natural Angle)
- Minute-man
-
Packard (bv. de Lifetime Lektro ui 1937) Packard bracht zijn toestellen in verschillende kleuren uit, ondermeer gemarmerd grijs en groen, en in een soort oranjerood (zie reclame)
-
Remington Rand (bv. de Close-shaver)
-
Sunbeam (Shavemaster Model R / AC… uit de late 1930’s)
-
Tack (“The New” uit 1938)
-
Zephyr

Ook in Europa verschenen nog voor WO 2 de eerste elektrische scheerapparaten. Enkele vooraanstaande namen op dat vlak waren

- Harab (Zwitserland)
- Ducati Raselet (Italië)
-
Rolls Viceroy (GB, 1938)

     

Al deze toestellen hadden gemeen met de Dry Shaver van Schick dat de baardhaartjes door een snel heen en weer schuivende scheermes in een messenblok onthoofd worden. Het messenblok was zo ontworpen, dat de haartjes naar het mesje geleid werden, maar de huid toch tegen snijwonden of irritatie  beschermd werd. 

Nog in de 1930’s begonnen sommige ontwerpers een andere piste te verkennen. Het idee daarbij was om de heen en weer schuivende beweging van het mesje te vervangen door een roterende. Het scheerhoofd van zulke toestellen was rond in plaats van afgeplat en recht, en de mesjes waren waren geplaatst zoals de stralen van de Mercedesster of in een kruisvorm. Bovenop dit geheel werd een rooster met een gaasmotief geplaatst. Sommige producenten leverden zelfs twee soorten roosters, de ene voor baardstoppels, de andere voor stevige baardharen.

   

   

Eén van de producenten van deze alternatieve elektrische droogscheerapparaten was Roto Shaver, maar men had bijvoorbeeld ook de Casco "75". In Life magazine van 5 december 1938, een nummer boordevol cadeautips voor en reclame met het oog op Kerstmis verscheen een advertentie van een halve pagina voor de Casco, waarin de volgende uitleg wordt gegeven:

"The Casco Products Corporation has been manufacturing precicion instruments for automobiles for 20 years. Engineers in this company have been studying electric shaving for a long time. One after another, Casco electric razors were made and discarded. The Casco "75" is the seventy-fifth attempt -which has everything that shavers need for a smooth, comfortable shave. Here´s a new principle in electric shaving. A real, self-starting brush-type motor is the heart of the Casco "75". It develops amazing speed to whirl the shearing blades 80 times as fast as the ordinary shuttle-type razor."

De reclame toonde ook aan de hand van een reeks foto´s hoe een man die erg skeptisch staat tegenover droogscheerapparaten beetje bij beetje overtuigd raakt dat de Casco toch iets heel anders is al wat hij tot hiertoe had uitgeprobeerd, en niet dezelfde tekortkomingen heeft als de andere elektrische scheerapparaten die hij ooit heeft uitgestest. Heel mooi allemaal, alleen stond dit december-nummer van Life bol van advertenties van andere producenten -Gilette, Knapp Monarch...- die min of meer hetzelfde verkondigden... De firma was gevestigd in Bridgeport, Connecticut, en verkocht zijn droogscheerapparaat aan 10 $ in 1938, hetgeen iets duurder was dan de meeste "ordinary shuttle type"-toestellen, die zo rond de 7,50 $ kostten, al waren er ook modellen aan 15 $. Een varkensleren reistasje werd meegeleverd.

Blijkbaar moeten deze toestellen niet echt een verkoopssucces zijn geweest, want behalve wat reclame is er nauwelijks informatie over deze toestellen terug te vinden, laat staan originele exemplaren uit die tijd.

Na deze eerste voorgangers zouden tal van andere merken zich op deze interessante markt storten...

 

7) De opgemerkte en gesmaakte entree van Philips

De Nederlandse firma Philips - thans voluit de Koninklijke Philips Electronics N.V.- ontstond in 1891. Het bedrijf in Eindhoven concentreerde zich de eerste decennia van haar bestaan vooral op de productie van gloeilampen en onderdelen voor radiotoestellen en vervolgens op eigen radio´s. In de 1930´s begon de firma eveneens met de productie van röngtenapparatuur en filmprojectoren.

Ook Philips kreeg te maken met de gevolgen van de economische Depressie uit de vroege 1930´s. Van zodra de economie weer wat begon aan te trekken werd naarstig uitgekeken naar nieuwe domeinen die inkomsten zouden kunnen genereren. Er werd dan ook met argusogen gevolgd wat er zich allemaal op de Amerikaanse markt voltrok, een markt in volle expansie. Talrijke elektronicafirma´s vochten daar een bittere strijd onder elkaar uit voor een zo groot mogelijk aandeel van de markt voor mixers, broodroosters, wafel- en strijkijzers, stofzuigers, elektrische boenmachines, ijskasten, pick up´s en sedert kort dus ook droogscheerapparaten.

    
Fotograaf onbekend / rechts: met dank aan de Philishave Verzamelaars Club
Alexandre Horowitz in zijn jonge jaren en op latere leeftijd

In 1938 reisde de in Antwerpen geboren ingenieur Alexandre Horowitz (1904-1982) naar de VS, en keerde terug met in zijn bagage ondermeer een aantal Amerikaanse scheermachines. “Sacha” Horowitz was sedert 1927 als productontwikkelaar bij Philips werkzaam.

Eens terug in Nederland nam Horowitz zijn buit onder de loep. Onder de scheermachientjes die Horowitz mee naar Europa bracht zat ondermeer een Zephyr. Het toestel had een vreemd gevormde scheerkop. Zoals de afbeelding laat zien, leek de afgeplatte "snuit" wat op die van een vogelbekdier. Volgens de reclame was het toestel uitgerust met een "rotary cutter". Zonder het toestel te zien is het moeilijk om te weten hoe dit ongewone apparaat precies werkte, maar de tekst in een toenmalige Sears & Roebuck-catalogus geeft toch al enkele indicaties:

"The Zephyr Rotary Shaver differs in principle from the usual type shaver. It has four revolving blades (...) that revolve in a protective combed sleeve. Whiskers or long hair that contact the cutting bar are quickly cut by the four revolving blades. The whiskers fall naturally into the comb of the protective sleeve, and are cut off closely at the proper shearing angle. The Zephyr is held to the face in much the same way as the oldfashioned straight razon. (...)"

Het lijkt alleszins om een principe te zijn gegaan dat later geen of niet veel navolging lijkt gehad te hebben. Horowitz was blijkbaar behoorlijk onder de indruk van de prestaties van het motortje in dit toestel, want dit werd één van de modellen die hij alvast in de bovenste schuif van zijn werktafel bewaarde.

Er zat ook één van de "alternatieve" toestellen met een roterend scheerhoofd in zijn collectie. Sommige bronnen speculeren dat het om een Roto Shaver van J.B. Williams kan zijn gegaan. Erg veel toestellen die de weg van roterende mesjes bewandelden waren er alleszins niet. Niettemin is het deze piste die Horowitz als veelbelovend weerhoudt. Wel was hij duidelijk niet tevreden over de scheerkwaliteit van de mesjes die aan hoge snelheid op de bestaande toestellen roteerden. Het is dan ook op dit vlak dat de vindingrijke dertiger een meesterlijke bijdrage zal leveren, die Philips geen windeieren zou leggen.

Horowitz bedacht namelijk een compleet nieuwe vorm en opstelling voor de mesjes. Hij ontwikkelde een ring, waarop drie kleine, vlijmscherpe mesjes of "beitels" zoals dat in het jargon heet gemonteerd werden. Deze vernieuwende opstelling vereiste natuurlijk ook een ander rooster, aangezien de beiteltjes niet tot het middelpunt doorliepen. Horowitz ontwikkelde een rooster, waarbij de sleuven -een 60 tal in totaal- iets breder waren dan de beiteljes. In zijn oorspronkelijk ontwerp stonden deze sleuven nog radiaal opgesteld, een beetje zoals de plaatjes onderaan de hoed van een paddenstoel.

Om de efficiëntie van dit ontwerp te testen en te maximaliseren verwijderde hij de scheerkop van de Zephyr, en paste het verder zo aan, dat hij zijn compleet herbekeken scheerkop erop kon monteren. Het resultaat was blijkbaar zeer bevredigend en aanmoedigend, want het zou deze piste zijn die Horowitz gaandeweg zou perfectioneren.

Voor een goed verstaander: in die tijd waren de roterende scheerhoofden nog niet voorzien van de mogelijkheid om te veren: daarvoor was het wachten tot in 1959 ! Niettemin trok Horowitz met een gerust gemoed naar de Philips-directie, Anton Philips en zijn schoonzoon. Deze hadden aanvankelijk zo hun twijfels over het betreden van de reeds goed bezette markt van droogscheerapparaten.

Toen schoonzoon Otten zich liet verleiden tot het uittesten van een Amerikaans toestel en het geesteskindje van Horowitz moet zich echter een zeer betekenis-volle kentering hebben voorgedaan. De oorspronkelijke terughoudendheid en misschien wel skeptisisme van de directie maakte meteen plaats voor enthousiasme. In overeenstemming daarmee werd het licht dan ook op groen gezet om nu van het prototype een volledig door Philips ontwikkeld scheerapparaat te produceren. Het was alleszins handig meegenomen dat de Philipsfabriek over een eigen productiehal voor bakeliet kon beschikken. De bruinzwarte variant die het Nederlands bedrijf produceerde was niet naar de Belgische uitvinder genoemd, maar Philite gedoopt. Het staafvormig huis van het eerste Philips-scheerapparaat werd dan ook in deze materie vervaardigd.


Foto Philips
De voorjaarsbeurs van Utrecht in 1939

In 1939 verscheen het allereerste Philishave-scheerapparaat, dat voorlopig werd aangeduid als Model 7730. (3) De Philipsfabriek koos een voorjaarsbeurs op eigen bodem uit, om de reacties van het publiek uit te testen. Op de Philips-stand konden de nieuwsgierigen niet alleen de boreling met eigen ogen zien, ze konden hem er zelf eens uittesten aan een wand waaraan verschillende toestellen bengelden, zoals hierboven te zien.

De eerste telg uit de Philishave-tak doorstond met glans zijn debuut, en veroverde meteen heel wat harten. De Philips-directie voelde zich ongetwijfeld gesterkt door dit warm onthaal. In hetzelfde jaar trouwens nam Frans Otten de fakkel van zijn schoonvader Anton Philips over als CEO van het Nederlands bedrijf.


8) Steeds maar beter

Zowat elke uitvinding, elk nieuw toestel heeft zo zijn kinderziektes. Deze komen soms pas naar boven bij veelvuldig of langdurig gebruik. Ook bij het ontwerp van Horowitz kwam al snel één punt voor verbetering bovendrijven. Niet zijn revolutionair scheerkopje zelf stond in vraag, maar wel het materiaal dat hij oorspronkelijk had geselecteerd om de ring met drie beiteltjes te produceren. Hiervoor had men oorspronkelijk brons geselecteerd, maar men ontdekte al snel dat deze legering te snel afsleet bij het scheren. Het probleem was uiteraard snel verholpen door een steviger alternatief te kiezen. In 1940 viel de keuze op staal. 

De volgende belangrijke stap werd het jaar daarop gezet, door het aantal mesjes op de ring van 3 naar 6 te brengen.  Deze “Philishave 6” kreeg als typenummer SC 7736, waarbij de 6 naar deze 6 beiteltjes verwees. Er kwam nog een tweede verbetering. Tot hiertoe was de scheerkop gemonteerd op een cilindervormig stuk, waarin op regelmatige afstand koelgaatjes geboord waren. De vorsers van het R&D departement van Philips ontdekten dat het scheercomfort verbeterd werd, indien rond deze constructie nog een extra "huid-spanring" gemonteerd werd. Deze ring had een iets grotere diameter dan de cilinder met koelgaatjes, zodat het afkoelen niet verhinderd werd. 


Afbeelding Philips / gerestaureerd door P.M. Jonker
Op deze interessante dwarsdoorsnede ziet men goed de
nieuwe huidspanring rond het roterend scheerhoofd
 

Blijkbaar zorgde de toevoeging van deze extra ring ervoor dat de baardhaardjes beter rechtop gingen staan tegen dat de beiteltjes ze een kopje kleiner kwamen maken. Niet alleen zou het scheerresultaat erdoor verbeterd worden, maar ook de irritatie van de huid werd er blijkbaar door verminderd.Voor verzamelaars is de af- of aanwezigheid van zo’n huid-spanring dan ook een goede indicatie om het toestel te dateren.

Het handvat was nog steeds van bruinzwart bakeliet, en leek met haar 10 zijvlakken en ronde onderkant wat op een doormidden gesneden komkommer. Het toestel woog zo´n 250 gr. en lag in feite niet zo goed in de hand. Daardoor werden een aantal scheerbewegingen enigszins bemoeilijkt. Maar heel wat mannen raakten niettemin erg onder de indruk door het roterend scheerhoofd ontworpen door Sacha Horowitz. In 1941 rolde het 100 000ste exemplaar van de band.

De oorlog bracht echter een gebrek aan grondstoffen en personeel met zich mee. De koopkracht van de bevolking begon ook alsmaar meer te slinken. De productie werd dan ook op een lager pitje gezet. De top van Philips was ondertussen naar de VS gevlucht, vanwaar de activiteiten werden verdergezet. Ook Horowitz had vanwege zijn Joodse achtergrond het land moeten verlaten.  Het historisch Nieuwsblad schreef in dat verband:

Tegenover het opkomend fascisme en nazisme nam Anton (Philips) een geresigneerde houding aan. Hij accepteerde de Ariërparagraf voor zijn fabrieken in Duitsland zonder morren, hoewel hij wel zorgde dat individuele joodse stafleden werden overgeplaatst naar andere landen.” (4) Anton´s zoon Frits redde 382 Joodse arbeiders van de deportatie en een zo goed als zekere dood.


9) De Staalbaard (SC 7733) betreedt
het commercieel strijdtoneel

Eens de oorlog voorbij wou Philips de verkoopcijfers de moeilijke periode zo snel mogelijk doorslikken, en de verkoopcijfers zo snel mogelijk weer de hoogte in zien gaan. Een geluk bij het ongeluk was alleszins dat de fabrieken niet al te zwaar geleden hadden onder de bombardementen en het oorlogsgeweld.

   
Door middel van zulke fraai geïllustreerde kartonnen
posters
werd de verkoop zeker mee aangezwengeld

Horowitz´s droogscheerapparaat uit 1939 paste volledig in die hernieuwde dynamiek. In 1946 kreeg het toestel niet alleen een iets groter scheerhoofd, maar ook een strijdvaardig klinkende naam: Staalbaard. Door middel van een allround marketingstrategie werd het toestel beter bekend gemaakt bij het grote publiek. In tal van publicaties verschenen al snel en met de nodige regelmaat reclames. De argumentatie die naar voren geschoven werd om de verkoop aan te zwengelen behelsde ondermeer

- dat het roterend scheerhoofd een huidmasserende werking had en heel weinig huidirritatie veroorzaakte.

-
ook de voordelen van het droogscheren werden zo nu en dan herhaald, zoals bv. dat de drukbezette zakenman zich kon scheren, zonder zich van zijn hemd te moeten ontdoen.

-
discreet werd ook een nieuwe markt aangeboord: die van de vrouwen. Ook de (jonge) dames zitten immers soms met ongewenste haargroei. Het staafvormig model van Philips leende zich volgens de advertenties uitstekend als wapen tegen die dooddoener. Weliswaar kwam het er toen nog op neer dat madame zo nu en dan ook wel het toestel van meneer daarvoor kon gebruiken. In de VS waren reeds een aantal ladyshaves gelanceerd, maar in Europa was men op dat vlak nog achterop.

- Ook de prijs werd in verschillende reclames specifiek vermeld: in vergelijking met de eerste toestellen van Schick waren de scheerapparaten van Philips al voor meer beurzen bereikbaar, zonder ook weer al erg goedkoop genoemd te kunnen worden. Zoals reeds eerder werd aangehaald waren er in die periode nog heel wat barbiers, en voor een klein bedrag kon men er een professionele scheerbeurt ondergaan. In de moeilijke periode van de Reconstructie was dit of het persoonlijke krabbertje het enige dat veel mannen zich konden permiteren.

 

    
De romp van de Franse versie verschilde blijkbaar van
het meer gangbare model met de 10 zijvlakken

In Nederland kreeg het toestel de naam Staalbaard, in de VS noemde het toestel Steelbeard. Er werd een alomvattende reclamecampagne rond deze naam opgebouwd, inclusief met Staalbaard-posters en een Mr Staalbaard mascotte voor op de toonbank in een beperkt aantal elektrowinkels. Het ging om gipsen beelden van om en bij de 60 cm hoog, die een tevreden glunderende man in maatpak toonde, die een echt Staalbaard-scheermachientje in de handen kon dragen. Zijn naar verhouding wel erg groot hoofd met vooruitgestoken onderkaak was uiteraard pico bello geschoren. Naar verluid werden er slechts een 10-tal van deze beelden geproduceerd, waarvan er ondertusen verschillende bij verzamelaars in de VS beland zijn. Om een idee van de prijsklasse te geven, één exemplaar dat nu in Friesland te koop staat kan van eigenaar wisselen voor 1000 Euro.

Er werden ook demonstratiesessies georganiseerd, waar nieuwsgierigen met eigen ogen konden zien, hoe gebruiksvriendelijk het apparaat wel niet was. De Philips-verkopers werden voorts gecoacht om ook van de Staalbaard een verkoopssucces te maken.

Gezien het beperkt aantal Staalbaard-beeldjes werd deze mascotte naar alle waarschijnlijkheid niet in veel landen geïntroduceerd. Vooralsnog zijn we niet op Belgische reclame gestoten, waarin het figuur zijn opwag maakte. In het tweetalige Brussel zou dat bv. al twee verschillende namen met zich hebben meegebracht, en zo goed klinkt Barbe d´Acier nu ook weer niet in de oren...


Foto Vanhees Benoit
Links: mijn tweede vondst uit 1985... Rechts: Soyez "à la page":
noteer het kleiner aantal zijvlakken van dit model


Foto Vanhees Benoit

De verkoop in Nederland liep al snel “lekker”, zodat Philips reeds in 1947 ook de Amerikaanse markt wou bestormen. In de VS (maar niet in Canada) produceerde en verkocht de Nederlandse elektroproducent haar producten onder de merknaam Norelco. Het bedrijf besloot echter om niet de Staalbaard, maar een nieuw type scheerapparaat als geheim wapen te gebruiken om de moeilijke transatlantische doorbraak te forceren.

Het nieuwe type moest alvast een vrolijkere livrei krijgen dan die van de Staalbaard. Het wat sombere bruinzwart riskeerde het immers niet zo goed te doen in het erg optimistisch gestemde Amerika, dat zowat zijn hoogdagen aanving. Er werd ook besloten om de ergonomie van het staafmodel eens grondig te herbekijken.

 

10) Over een Muis en een Eitje...
(SC 7737 / SC 7735-7738)


Piep zei de muis, waarna ze verdween...

Uiteindelijk resulteerden deze overwegingen in eerste instantie in 1947 in het Model SC 7737, ook wel de “Muis” genoemd. Het toestel oogde vrolijker in zijn ivoorkleurige livrei, moderner ook, en het lag beter in de hand. Het woog zo’n 195 gr. en de vorm was al vrij ergonomisch.

Het “huis van de Muis”  was niet langer in zwartbruine Philite, maar in -opgelet, het is een hele boterham- Ureumformaldehyde. Net als bakeliet is het een zogenaamde "thermoharder", die bij warmte niet gaat vervormen. Dit materiaal heeft volgens P.M. Jonker echter drie bijkomende voordelen ten opzichte van Bakeliet. Doordat het melkachtig van kleur is, kan het gemakkelijker in andere kleuren omgezet worden dan bakeliet. De andere voordelen zijn dat het lichter is, en toch een grotere trekkracht heeft. Heel wat toestellen in die tijd, zoals bepaalde telefoonmodellen waren dan ook in de ureumverbinding vervaardigd.

De geselecteerde motor voor het kleine toestel bleek evenmin een erg gelukkige keuze te zijn geweest: reeds het jaar daarop, in 1948 dus werd de Muis van de troon gestoten door de SC 7735, alias het “Eitje”.

     

Ook deze verscheen in een ivoorkleurige uitvoering, en zijn nogal ovale vorm verklaart gemakkelijk de bijnaam. De motor verbruikte slechts 4 Watt. In haar reclame beschreef Philips dat het enkele dagen duurde eer de huid gewend was aan het elektrische apparaat. De door het handmatig scheren beschadigde huid zou weer soepel worden, ondermeer door de massage die het contact met de ronddraaiende mesjes onder de beschermkap veroorzaakten.


Afbeelding Philips / Gerestaureerd door P.M. Jonker

Die beschermkap had 60 sleuven, via dewelke baardstoppels tot bij de mesjes geraakten, en belette een rechtstreeks contact van de 6 mesjes en de huid. Een draaibare ring met opening liet toe om de afgeschoren haartjes die zich in de scheerkop verzameld hadden weg te blazen, zonder deze kop los te moeten maken. (zie hieronder) Uit een aantal reclames uit die tijd blijkt dat de vraagprijs ongeveer 700 Bfr. bedroeg. (110-260 V)

 

11) Twee hoofden, twee maal zo snel klaar... de SC 7743

In 1951 kwam Philips opnieuw met een nieuwigheidje op de proppen. Het succesvolle “eitje” werd toen namelijk uitgerust met een tweede scheerkop, voor een nog beter scheerresultaat. En, zoals een reclameaffiche triomfantelijk meedeelde, twee scheerkoppen betekent twee maal zo snel klaar met de scheerbeurt. Dit nieuwe model woog ongeveer 250 gr. en kreeg als typenummer 7743. Het bleek ook snel een "gulden ei" te zijn !

    

Een schakelaar in de netstekker liet toe om het apparaat zowel aan de Europese als op de Amerikaanse netspanningen aan te passen. Het verbruik bedroeg nu 6 Watt. In Engelstalige reclames werd de dubbele scheerkop omschreven als de “exclusive bi-ax head”. Het toestel verscheen eveneens in ivoorkleur. Naar verluidt verschenen er ook modellen in twee kleuren, een ivoren bovenstuk en een rode buik zoals een roodborstje. Reclames wezen er ook op, dat de mesjes automatisch bijgeslijpt werden, en dat het snoer losgekoppeld kon worden van het scheerapparaat. Bij de oudere modellen was dat nog niet het geval. 

In feite experimenteerde Horowitz reeds sedert 1941 met zo’n dubbelhoofdig toestel, en verscheen er reeds dat jaar al een prototype (SC 7734). Vreemd genoeg duurde het niettemin nog 10 jaar eer het dubbelhoofdig eitje boven het doopvont werd gehouden, dat terwijl de Amerikaanse concurrenten van Philips/Norelco hun Schick-achtige toestellen reeds langer met meerdere koppen uitgerust hadden. Hoe dan ook, de nieuwkomer bleek al snel een enorme commerciële voltreffer te zijn, groter nog dan wat er van verwacht werd. De grote Amerikaanse merken voelden dan ook meteen de hete adem van de ambitieuze Nederlandse producent in hun nek. De website van de Philishave Verzamelaars Club schrijft hierover:

“De grote doorbraak van Philishave kwam dan ook toen men de scheerapparaten in 1951 had voorzien van twee scheerkoppen, waarmee veel sneller kon worden geschoren: het Philishave tweekops-eitje. In de Verenigde Staten werd dit apparaat verkocht met de naam ‘Norelco Doubleheader’ en later ‘Norelco Speedshaver’”

Zoals op de reclame hierboven te zien werd ook in Engeland de bijnaam Doubleheader gebruikt.


Instructieboekje en reclamebrochures uit 1954
de opgegeven 
prijzen zijn in oude Franse Franken

In Frankrijk verkocht Philips overigens ook scheermachines onder de merknamen Radiola en Raselis. Het had deze reeds lang bekende merknamen in dat land overgekocht, en in plaats van te trachten de nationalistische Franse markt als Philips te veroveren, werden deze merknamen gebruikt. Het dubbelhoofdig “Eitje” of “Double Six” werd hier pas 2 jaar later dan in de VS gelanceerd, dus pas in 1953.

Ook bij onze zuiderburen werd het toestel een echte kaskraker. Volgens sommige bronnen bereikte Philips begin jaren ’50 op het vlak van scheerapparaten een marktaandeel van maar liefst… 75 % !

  
Hierboven: Foto´s Benoit Vanhees

      

  
 
Fotografen onbekend
Opbergtasjes waren er in diverse vormen en kleuren


 

12) Speciale modellen

Sportsman (Philishave SC 7749 / Norelco SC 7777) / Batterij Model

Model dat zo aangepast was, dat het aangesloten kon worden op de aansteker in het autodashbord, of kon werken op batterijen zoals men in een zaklantaarn gebruikte. De toestellen werkten op 6 en 12 volt, en waren daartoe gekoppeld aan een speciale adapter. Deze was in een doosje ondergebracht, waarop ook een handig spiegeltje was aangebracht. In de VS kon men deze scheerapparaten ondermeer kopen bij winkels die auto-onderdelen verkochten. Deze toestellen werden blijkbaar niet in ivoorkleur, maar (enkel ?) in het donkerbruin geproduceerd. Het doosje en het opbergtasje waren in Schotse tartan-motieven versierd.

In onze contreien werd blijkbaar de naam Sportsman niet gebruikt (?), maar "Battery Shaver" of "Batterij Scheerapparaat". Wel werden de Schotse ruitjesmotieven hier ook overgenomen. Naar alle waarschijnlijkheid is het hieronder afgebeelde Philishave-Sportsman tasje dan ook uit Canada (?).

    

    

KLM-versie

Er verscheen eveneens een KLM-versie van de 7733, die met zijn 28 V bestemd was voor gebruik in vliegtuigen.

Ladyshaves

   

In de 1950’s bracht Philips en de VS-poot Norelco eveneens “Ladyshaves” uit, zoals bv. het fraai verpakte model Debutante. De scheerkop werd ietsje aangepast, om gemakkelijker langere haren te kunnen afscheren.

Net zoals ook de andere merken deden, werden deze modellen in vrolijkere kleuren uitgebracht, voornamelijk pastelkleuren zoals zalmroze en pistachegroen. Deze toestellen waren ook voorzien van een goudkleurige en cirkelvormige versiering. Het geheel werd gepresenteerd in een heel sierlijk doosje. Op de voorzijde van het zwarte onderstuk prijkte een gestileerde "D", die wat deed denken aan het logo van Dupont, de producent van luxe balpennen. Zoals de foto´s hieronder laten zien was er een handig opbergbakje voor het snoer in de bodem aangebracht.

Klanten die dit wensten konden zich ook een "Beauty Sachet" aanschaffen, met verschillende handige accessoires.

  
Foto´s Benoit Vanhees

Vreemd genoeg werd het ronde Debutante-model in Frankrijk door Philips-tak Radiola gecommercialiseerd als een scheermachine voor mannen. Het hieronder afgebeeld instructieboekje dateert uit 1953, dus uit hetzelfde jaar dat Philips de Double Six in Frankrijk introduceerde.

Voor zover dit achterhaald kon worden, werd in de overige Europese landen met dit ronde modelletje niet op het marktsegment van de heren gemikt.

    

Merken als Schick, Remington en Sunbeam kwamen met een nog groter kleurengamma af dan Philishave / Norelco, met naast zalmroze en pistachegroen ook bv. lichtblauw, een soort mosterdgeel en zelfs nogal kitscherig parelmoer !

         

Maar hoe zat het nu met de concurrentie ? Waren er met andere woorden nog andere firma´s die de piste van roterende scheerhoofden volgden ?

Philips lijkt het ontwerp van Horowitz met betonharde garanties te hebben beschermd tegen namaak en copycats. Er verschenen weliswaar nog een paar andere merken die toestelletjes met roterende scheerhoofden verkochten, maar deze werkten blijkbaar allemaal zoals de eerder besproken Roto Shaver. 


De Sufam met zijn "gyroscoop". Of het zijn uitvinder heeft toegestaan
om een wagen à la Duesenberg te kopen is wel zeer de vraag

 

  
De Zwitserse Craftsman. De hoekige vorm verraadt
dat dit toestel wellicht uit de late 1960´s of 1970´s is
 

Zo waren er ondermeer de Craftsman uit Zwitsersland (1970´s ?) en de Sufam uit Frankrijk, een zonderling toestelletje dat door middel van een touwtje kon worden opgewonden.

In België verscheen dan weer een klein reismodel, dat Tourist heette. Zoals hieronder te zien waren er vier mesjes op de roterende kop gemonteerd, twee aan de buitenrand, twee iets dichter bij het middelpunt geplaatst. Daarover diende men het besschermend rooster vast te schroeven, zoals een dop op een fles.

   
Foto´s Benoit Vanhees

Zonder volledig te willen uitsluiten dat in de 1950´s en 1960´s andere producenten dan Philips scheerapparaten à la Horowitz hebben gecommercialiseerd, kunnen we enkel maar zeggen dat we deze nog nooit zijn tegengekomen. Of deze situatie vandaag de dag nog steeds geldig is, vereist ook meer onderzoek. Daarbij moet men wel in het achterhoofd houden dat Philips ondertussen verschillende vroegere concurrerende merken heeft opgekocht.

Anderzijds produceerde Philips en haar submerken wel scheermachines die volgens het principe van Schick werkte, zoals de Radiola Carintic.


13) Steeds maar beter -vervolg

Een jaloersmakend marktaandeel bereiken is één zaak, deze bevestigen en bij voorkeur nog uitbreiden komt zeker niet vanzelf uit de lucht vallen. Om de concurrentie enkele stappen voor te blijven, dient een firma met de regelmaat van een klok met verbeteringen of ten minste met leuke nieuwigheden op de proppen te komen, en deze zorgvuldig te patenteren.

Sommige handige producenten brengen bewust de verbeteringen die hun R&D-afdelingen hebben toegevoegd bij mondjesmaat uit. Het voordeel is dat men kopers gedurende een langere periode met nieuwe verkoopsargumenten kan bestoken. Ook kan men misschien wel kopers die altijd het neusje van de zalm willen hebben verleiden om hun nog vrij recente aankoop te vervangen door de nieuwste release. De IT-industrie is daar een heel goed voorbeeld van. Wellicht gebeurt dit in alle sectoren, en dus ook in de elektronicasector. Het gevaar van die strategie is dat er altijd het risico is dat een concurrent een gelijkaardige vernieuwing eerder introduceert dan de firma die deze verbetering had opgespaard. Ook de R&D-afdelingen van concurrenten zitten immers niet stil, en er is ook nog zoiets als bedrijfsspionage.

Een zeer moeilijke evenwichtsoefening dus, waarmee alle firma’s te maken krijgen. Uiteraard zit er niet altijd zo’n "opspaar-strategie" achter de continue verbeteringen. Soms is het inderdaad gewoon wachten tot de bollebozen van de R&D-afdeling met iets nieuws op de proppen komen, en dat pas na veelvuldig testen als een onbetwistbare meerwaarde opgevoerd kan worden.

Ook Philips verbeterde geleidelijk aan haar droogscheerapparaten. Zo werd ondermeer aan de stand van de sleuven op de scheerkoppen gewerkt. Daar waar ze bij het eerste staafmodel nog radiaal waren opgesteld, bleek men een nog beter scheerresultaat te bereiken, door ze schuiner te positioneren. Deze wijziging werd al voltrokken bij het Eitje met 1 scheerkop. Ook verschenen de eerste "self sharpening rotary blades" in de 1950´s.

Vanaf 1956 lanceerde Philips eveneens een model met drie scheerkoppen, maar dan enkel in Australië. Down under fungeerde dan ook als een testbed voor dit nieuwe concept. Overal elders bleven de modellen met dubbel scheerhoofd de norm. Deze dubbelhoofdige toestellen werden evenwel bijna jaarlijks in meer of mindere mate ingrijpend verbeterd. 

Model 120 S, dat in 1957 aan het grote publiek werd voorgesteld, werd volgens de reclame op 6 verschillende punten verbeterd. Deze innovaties waren het resultaat van maar liefst 1 200 000 uren R&D, zo verkondigde een Franstalige reclame trots. 

  

   

Een belangrijke nieuwigheid waarmee de Nederlandse producent kwam aandragen werd met de leuke en vlotklinkende Engelse benaming “Flip Top” omschreven. Door een simpele druk op een knop kon men de dubbele scheerkop van het nieuwe Model 120 S na de scheerbeurt laten openklikken, waarna het gemakkelijker uitgeborsteld kon worden. Voorheen diende men de gehele scheerkop tussen duim en wijsvinger vast te knijpen en op te tillen, waarbij gemakkelijker afgeschoren baardstoppels verstrooid werden. Het uitkuisen bleef wel een beetje hèt min-punt van apparaten met roterende scheerhoofden. De 120 S is gemakkelijk te herkennen aan zijn nog gedeeltelijke eivorm die gecombineerd werd met een hoge schacht, die wat aan de commandotoren van een duikboot doet denken.

Voorts werden vanaf nu de sleuven van de messenroosters voortaan een gegolfde vorm meegegeven, wat de baardharen nog beter naar hun executieplaats leidde…

    

Een nieuwe belangrijke stap werd in 1959 gezet. Deze bestond er ditmaal uit om de roterende mesjes “vlottend” te maken, door ze in een soort van verend bedje te monteren. Deze “Floating Heads” lieten toe om beter de contouren van het gezicht te volgen. Deze piste werd met de jaren verder uitgediept en nog meer geperfectioneerd.

    

 

Ook deze "new kid in town" werd in een leuk tweekleurig (wit/grijs) jasje gestopt, een tweekleurige patroon dat ook werd toegepast op de handige opbergdoos. De Amerikaanse poot Norelco produceerde eveneens modellen in wit/beige. (5)

 

14) De cirkel is rond…

We begonnen ons verhaal bij de pionier van het elektrisch scheren, de Amerikaan en later tot Canadees genaturaliseerde Jacob Schick. In 1979 sloot de naar hem genoemde fabriek de deuren. Twee jaar later kocht… jawel Philips en zijn Amerikaanse poot Norelco de productiepatenten en het merknaam over…

Alexandre Horowitz van zijn kant werd na zijn loopbaan bij Philips hoogleraar. En de prachtige Duesenberg van Schick ? Deze imposante oude dame heeft nog niet veel aan charme ingeboet, en neemt dan ook vandaag nog steeds deel aan schoonheidswedstrijden voor auto´s... Il faut le faire... 

 

Uitsmijter

Het mysterie rond deze "gas shaver" uit de 1950´s is opgelost. Na een hint van Wouter Deweerdt werd al vlug achterhaald dat het blijkbaar ging om een fopset, een grap dus. Zo zaten er in het doosje "extra fuel" bonen, en waren de getuigenissen op het toegevoegd documentje compleet "farfelu" zoals onze zuiderburen zo mooi zeggen. 



Bedankingen, opmerkingen,
geraadpleegde bronnen en voetnoten

We zijn zeer veel dank verschuldigd aan de Philishave Collectors Club uit Nederland, en dan vooral aan zijn voorzitter Peter M. Jonker, die ons zeer nuttige aanwijzingen, tips en informatie heeft verschaft. Ook zijn persoonlijke website (zie link hierboven) was een zeer nuttige bron voor meer informatie: neem dan ook zeker eens een kijkje !

Dit artikel wordt momenteel nog ter nalezing voorgelegd, en kan nog wijzigingen ondergaan. Wie zelf aanvullingen wil doorgeven, verbeteringen wil suggeren enz. kan ons steeds contacteren via info@retroscoop.com.

We houden ook graag de vinger aan de pols. Vond je dit artikel interessant ?  Waarom dan niet eens een berichtje nalaten in ons gastenboek, het zal zeker plezier doen !

 

(1) Een baard van de barbier door Elke Lamens (Magazine Steps De Luxe / Beauty)

(2) Voor dit gedeelte van het artikel werd in sterke mate gesteund op de uitstekende biografie Col. Jacob Schick (1878-1937) en op Krumholz, Philip L.: A History Of Shaving and Razors (Adlibs Pub Co. juni 1987) 

(3) Philips bleef de volgende jaren viercijferige typenummers gebruiken, voorafgegaan door de letters SC. Al snel werd geen logische volgorde meer aangehouden voor deze nummering: zo verscheen de 7736 voor de 7733 zijn intrede op de markt maakte. Een aantal toestellen kregen behalve het typenummer nog een bijnaam (bv. Muis, Eitje) of een offciële verkoopsnaam (bv. Staalbaard, Sportsman)

(4) Anton Philips Wereldspeler Historisch Nieuwsblad 8/2004

(5) Zie ondermeer:

-
Rob van Leeuwen: Hoe Philips het scheerapparaat al 73 jaar verbetert 15 maart 2012
-
Sergio Derks: "Scheren, van klapmes tot Philishave" (uitgebracht ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de Philishave Verzamelaars Club)
- Rasoir-Mania: Historiek van Philishave

 

Interessante websites

Een absolute must voor wie er meer over wil weten is de zeer leerrijke website van de Nederlandse website Razorworld, waarop een uitgebreide historiek van Philishave terug te vinden is.

Voor zeer interessant beeldmateriaal over deze scheerapparaten, neem zeker eens een kijkje op Rasoir-mania van Daffy Pézeron. Deze verzamelaar die zich al meer dan 20 jaar voornamelijk op scheerapparaten concentreerde bracht met engelengeduld toestellen van verschillende merken en hun kartonnen verpakkigsdozen, bijhorende reistasjes, instructirboekjes, accessoires en reclames per model bijeen. Een andere niet te versmaden stopplaats is Razorland. Ondanks het feit dat de site nogal "druk" oogt, en blijkbaar niet meer sedert 2004 werd aangevuld, bevat hij niettemin een schat aan beeldmateriaal.

Voor meer over voorwerpen in bakeliet, inclusief scheerapparaten, breng eens een bezoekje aan het zeer goed gedocumenteerde Bakeliet.net. Je vindt er ook tips hoe barsten te restaureren, en links naar restaurateurs. 

 

 

 
 
database afsluiten